Met Saddam is hier niet verder
te leven
ABDIL-Een delegatie van het
Interkerkelijk Vredesberaad (IKV) onder leiding van algemeen secretaris Mient
Jan Faber, bezoekt deze week Irak. "Het is hier allesbehalve veilig. Zelfs
in het Noorden van Irak durven studenten niet te protesteren tegen Saddam.''
Want de arm van de dictator reikt ver.
"De mensen in Irak zijn
nerveus en gespannen. Zonder uitzondering gaat iedereen ervan uit dat zeer
binnenkort het geweld losbarst'', aldus Mient Jan Faber vanuit een hotel in de
Iraakse stad Arbil. "Mensen hier kunnen zich nauwelijks voorstellen dat er
geen oorlog komt, gezien de ontwikkelingen van de laatste maanden. De hoop leeft
op, dat ze snel bevrijd zullen zijn van Saddam Hussayn. Dat proef ik overal.''
Het zijn niet alleen Koerden die
Faber ontmoet in het Noorden van Irak. Ook met arabieren en Assyrische
christenen praat de IKV-secretaris uitvoerig. "Natuurlijk zijn er ook
mensen die zeggen achter Saddam te staan, maar je kunt je afvragen of dat wel
helemaal klopt. Degenen die het meest uitgesproken achter het regime staan, zijn
de priesters van de Chaldesch-Katholieke kerk. Die durven domweg niet te
protesteren, dus slaan ze door naar de andere kant.''
Volgens Faber durven de priesters
niets te zeggen, omdat ze noodgedwongen regelmatig naar Bagdad reizen.
"Daar zetelt de patriarch. Het is bekend dat kerkdiensten in het door
Saddam Hussayn gecontroleerde gebied gecontroleerd worden door leden van de
geheime dienst. De angst bestaat dat dit in het Noorden ook het geval is.'' De
'gewone' kerkganger durft volgens Faber wel ronduit te zeggen dat hij tegen
Saddam is.
Hoewel niet in overvloed, is er
voldoende voedsel, stelt de secretaris. "Hier in het Noorden wordt dat
gedistributeerd door de Verenigde Naties, in het kader van het olie voor
voedselprogramma. In het Zuiden wordt dit geregeld door Hussayns Baath-partij.
Daar is de situatie meteen een stuk slechter. Als een burger zich niet gedraagt,
merkt hij dat direct in zijn voedselbonnen.''
Massale opstand
Ook spreekt de IKV-delegatie met
vertegenwoordigers van de Iraakse oppositie. "Verschillende groeperingen
hebben overal in Irak verzetscellen die aanslagen plegen op politiebureaus of
kantoren van de Baath-partij. Zodra de oorlog uitbreekt zullen die bovengronds
komen en leiding geven aan de gewone burgers. Als die het gevoel krijgen dat
Saddam het loodje legt, zullen ze massaal in opstand komen'', verwacht Faber.
Het nieuws van de wereldwijde
protesten tegen een oorlog, is ook doorgedrongen in Irak. De Iraakse bevolking
reageert gelaten. "Ze hebben het idee dat hun boodschap niet goed
doordringt in de rest van de wereld. Hoewel ze ook wel weer begrijpen dat
Westerlingen in vrijheid leven en daarom de noodzaak van een oorlog minder goed
begrijpen. Tegelijkertijd vragen ze zich af waarom de protesterende burgers de
ellendige en benauwende situatie van de Iraakse bevolking niet in beschouwing
nemen.''
Volgens Faber zijn de Iraki's
doodsbang dat de internationale steun voor een oorlog afbladdert. "Als de
wapeninspecteurs vaststellen dat de massavernietigingswapens zijn opgeruimd en
dat er geen aanleiding is voor een oorlog, zal de militaire druk op Hussayns
regime snel afnemen. Misschien komt dan zelfs het Noorden weer in handen van
Saddam, met alle noodlottige gevolgen van dien. Want de Koerden zullen dan naar
hun wapens grijpen. Het wordt dan zeker oorlog, zegt iedereen hier.''
Hoewel de bevolking volgens Faber
niets liever wil dan dat de Iraakse dictator vertrekt, bestaat er ook veel angst
voor de gevolgen van een oorlog. "Op twintig kilometer afstand van Arbil
liggen de Iraakse troepen. Met hun artillerie kunnen ze zonder moeite de stad
bereiken. Mensen zijn bang dat Saddam het Noorden zal bestoken met chemische of
biologische wapens. Mensen zijn hun spullen aan het pakken en trekken weg uit de
stad om te schuilen in de bergen.''
De oorlogsdreiging is ook zichtbaar
langs de grens met Turkije en Iran. "Er worden militairen in stelling
gebracht met als argument dat er vluchtelingenkampen worden ingericht. Maar de
Turken en Iraniërs willen Iraakse vluchtelingen in geval van een oorlog vooral
in Irak zelf opvangen. Het is dus voorstelbaar dat ze zelf delen van het Noorden
binnentrekken om vluchtelingenkampen te bouwen en die te beschermen'', aldus
Faber.
Het IKV sluit een oorlog niet bij
voorbaat uit, wat het beraad op kritiek kwam te staan van organisaties die wel
protesteren tegen een mogelijke oorlog. "Met Saddam is hier niet verder te
leven. Het is mogelijk dat die vertrekt onder massale druk van de internationale
gemeenschap. Maar ook een oorlog kan nodig zijn. Vrede en mensenrechten gaan
hand in hand. Je kunt niet een oorlog vermijden en Saddam laten zitten. Die
stellingname is een consequentie van onze solidariteit met de bevolking van
Irak.''
Het doel van de IKV-delegatie is
het overbrengen van het verhaal van de gewone Iraakse burger. "Als ik in
kampen op de demarcatielijn tussen het Noorden en Zuiden kom, barsten de
vluchtelingen meteen los. Ze willen allemaal hun verhaal kwijt. Dat geldt net zo
goed voor de christelijke kerken hier. Ze vragen ons mee te leven in geloof.''
Bron: Nederlands Dagblad Gepost op: 20 februari 2003, 07:51