RICK WARREN'S DOELGERICHT
LEVEN - EEN TOETSING
Rick Warren
heeft opnieuw een beststeller geschreven. Na zijn boek Doelgerichte
Gemeente is het boek Doelgericht Leven verschenen. Het is het
meest verkochte en gelezen christelijke boek sinds vele jaren. Het boek wordt
niet alleen individueel gelezen maar ook collectief bestudeerd door gehele
gemeenten.
In het boek
geeft Warren antwoord op de vraag: Wat is het doel van mijn leven? Het bevat
veertig korte hoofdstukken. Aangeraden wordt om elke dag een hoofdstukje te
lezen en te overdenken.
Er staat
veel goed onderwijs in het boek, daarover later meer in de conclusie van de
toetsing. Maar helaas is het goede onderwijs gemengd met gevaarlijke en
onbijbelse zaken. Het hoofdbezwaar tegen het boek is dat het doordrongen is
met de onbijbelse 'alleen positief" leer en mentaliteit.
(Voor een
uitgebreide bespreking en weerlegging van het zogenaamde "alleen positief",
het only positive, christendom verwijs ik naar de studie "Bill Hybels en Rick
Warren - het marketing christendom",
voor de studie klik hier.)
De 'alleen
positief' leer is het gevolg van de marketing benadering in de evangelisatie
en gemeenteopbouw. Net als bij alle andere christenen is het doel het
bereiken van zoveel mogelijk mensen met het evangelie. Het bijzondere van de
marketing benadering is dat men dit denkt te bereiken door 'alleen positief'
en 'niet aanstootgevend' te zijn. Men is 'klantvriendelijk', men is
'zoekervriendelijk' (seekerfriendly). Het gevolg is dat een belangrijk deel
van de bijbelse boodschap wordt genegeerd. Allerlei bijbelse onderwerpen die
niet aantrekkelijk zijn voor een zoekend mens of voor een christen worden
genegeerd. In plaats van te negeren worden ze ook wel verzacht of naar de
rand geduwd.
Hier onder
volgt een opsomming van enkele belangrijk bijbelse waarheden die in het
'alleen positief' christendom worden genegeerd:
- De
rechtvaardigheid en de heiligheid van God
- God als
de God der wrake, als de God van het recht.
- De
toorn van God
- De
noodzaak van het kruis. Waarom was het kruis nodig, had God niet zo kunnen
vergeven?
- Verder
alles wat te maken heeft met valse leer, valse leraren en valse kerken.
Alles wat de bijbel zegt over het belang van de gezonde leer en de strijd
om de waarheid.
- De in de
bijbel aangekondigde afval (2 Thess. 2:3) die uit zal monden in
de valse oecumenische kerk van de eindtijd , de grote hoer uit
openbaring 17.
- De
aangekondigde eindtijdverleiding, waardoor zelfs de uitverkoren bijna
verleid zullen worden (Matth. 24:24)..
-
De bijbelse opdracht tot toetsen.
-
De bijbelse opdracht tot afscheiding.
- Daarnaast
onderwerpen als de bijbelse waarschuwingen tegen wereldgelijkvormigheid,
waarschuwingen tegen concrete zonden, de noodzaak van heiligheid en een
ingetogen leven, onthouding.
-
Onderwerpen als het laatste oordeel en de eeuwige straf.
- Ook de
bijbelse informatie over Gods tucht over ongehoorzame christenen.
(Voor een uitgebreidere bespreking klik op het document
"De inhoud van het onderwijs en de prediking - een halve boodschap". )
We zullen
zien dat het weglaten en verzachten van de genoemde bijbelse gegevens ook
kenmerkend is voor het boek van Warren. Dat was te verwachten aangezien
Warren een aanhanger is van de marketing benadering bij de evangelisatie en
gemeenteopbouw.
Als je een
belangrijk deel van de boodschap van de bijbel niet brengt dan wordt de
boodschap ernstig verdraaid. Het spreekwoord zegt niet voor niets "een halve
waarheid is een hele leugen". Als er b.v. alleen over de liefde en
bewogenheid van God wordt gesproken en niet over zijn heiligheid,
gestrengheid, gerechtigheid en toorn dan wordt het bijbelse beeld van God
verdraaid.
Tot zover de
inleiding. Hieronder wordt de kritiek uitgewerkt en concreet gemaakt.
1. Je levensmetafoor
Dag 5 heeft
als titel: "Vanuit Gods perspectief naar het leven kijken".
Warren legt
uit dat de mensen soms beelden gebruiken om te omschrijven hoe ze tegen het
leven aankijken. Sommigen zien het leven als een feest, anderen weer als een
wedstrijd, weer anderen als een circus of een achtbaan of een puzzel of een
reis of een dans. Het beeld dat je van het leven hebt noemt Warren je
levensmetafoor. Hoe je naar het leven kijkt stuurt je leven. Als je b.v. het
leven als een feest ziet dan is voor jou pret maken het belangrijkste. Dan is
alles daar op gericht.
Warren stelt
terecht dat we vanuit de bijbelse beelden naar het leven moeten kijken. Hij
zegt dat de bijbel drie beelden geeft die duidelijk maken hoe God tegen het
leven aankijkt (p. 43). Die drie metaforen zijn:
(1)
Het leven is een beproeving (het
beeld van een test)
(2)
Het leven is iets dat ons wordt
toevertrouwd (het beeld van rentmeesterschap)
(3)
Het leven is een tijdelijke
opdracht.
Dit zijn
inderdaad bijbelse beelden. Warren werkt deze beelden in de hoofdstukken 5
en 6 uitstekend uit. Als het dan inderdaad bijbelse beelden zijn, en als hij
ze goed uitwerkt, wat is dan het probleem?
Het
misleidende is dat Warren een selectie maakt uit de bijbelse beelden, terwijl
hij doet alsof dat alles is wat de bijbel over dit onderwerp heeft te zeggen.
Ik citeer: "De bijbel geeft drie metaforen die duidelijk maken hoe God tegen
het leven aankijkt" (p. 43). De werkelijkheid is dat de bijbel meer beelden
gebruikt. Neem b.v. de metafoor van strijd, van oorlog.
Denk aan het
bekende hoofdstuk over de geestelijke wapenrusting: Efeze 6:10-18. "Doet
de wapenrusting Gods aan." De apostel Paulus schrijft in Efeze 6 dat
we als christen verwikkeld zijn in een worsteling met boze geesten. We worden
beschoten met brandende pijlen. Daarom worden we aangespoord om de
wapenrusting Gods aan te doen.
Paulus zei
tegen Timotheus "Lijd met de anderen als een goed
soldaat van Christus Jezus". Hij spreekt over veldtocht, dat is een
militaire campagne (2 Tim. 2:3.4). Opnieuw het beeld van het christenleven
als een geestelijke oorlog, een geestelijke oorlog waarin wij als goede
soldaten van Christus Jezus niet terug moeten schrikken voor het lijden dat
de geestelijke strijd met zich meebrengt.
Toen Paulus
wist dat het einde van zijn aardse leven er aan kwam keek hij terug op zijn
leven als christen en zei hij: "Ik heb de goede
strijd gestreden" (2 Tim. 4:7). Hij spoorde Timotheus aan met de
woorden: "Strijd de goede strijd des geloofs"
(1 Tim. 6:12). Er moet dus een goede strijd gestreden worden. Het is Gods
bedoeling dat we daarin overwinnen. Zie b.v. het telkens herhaalde "Wie
overwint zal ik geven ….." in Openbaring 2 en 3.
"Want
al leven wij naar het vlees, wij trekken niet ten strijde naar het vlees,
want de wapenen van onze veldtocht zijn niet vleselijk, maar krachtig tot het
slechten van bolwerken, zodat wij de redeneringen en elke schans, die
opgeworpen wordt tegen de kennis van God slechten"
(2
Korintiers 10:3-5). Paulus gebruikt hier opnieuw het beeld van een veldtocht.
Hij spreekt over wapens, over ten strijde trekken, over het slechten van
bolwerken en schansen. Allen militaire termen.
"Wordt
nuchter en waakzaam. Uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende
leeuw, zoekende wie hij zal verslinden, wederstaat Hem, vast in het geloof,
wetende dat aan uw broederschap in de wereld hetzelfde lijden wordt
toegemeten" (1 Petrus 5:8,9)
Petrus
schrijft hier dat we een tegenpartij, een tegenstander, hebben die het op ons
gemunt heeft. Daarom moeten we waakzaam zijn en hem wederstaan in het geloof.
De bijbel
spreekt over verschillende vijanden. Hier in 1 Petrus 5:8,9 en in Efeze 6:12
zijn het machten uit de onzichtbare wereld: de boze geesten en de duivel. In
Judas :3,4 zijn het valse leraren: "Geliefden daar
ik mij in alle opzichten beijver u te schrijven over ons gemeenschappelijk
heil, zie ik mij genoodzaakt het te doen met de vermaning, tot het uiterste
te strijden voor het geloof, dat eenmaal de heiligen overgeleverd is. Want er
zijn zekere lieden binnengeslopen …" (Judas :3,4). Er waren zekere
lieden binnengeslopen en daarom moest er gestreden worden voor het geloof.
Niet zomaar strijden, maar strijden 'tot het uiterste'.
Het beeld
van het christenleven als een strijd vinden we uitdrukkelijk en herhaaldelijk
in het Nieuwe Testament terug. We zijn als christenen gewikkeld in een
geestelijk oorlog met onder meer boze geesten en met valse leraren die het
evangelie verdraaien. Andere vijanden die in de bijbel worden genoemd zijn de
wereld en de eigen zondige hartstochten. Strijd hoort daarom bij het leven
van iedere christen. Het is de bedoeling van de Heer dat we overwinnen in
deze strijd.
Warren
negeert hier, bij dag 5, deze bijbelse metafoor, dit bijbelse beeld. Hij
heeft alleen metaforen gekozen die passen in zijn "alleen positief" en in
zijn "niet aanstootgevende" boodschap. Wat hij wel en niet noemt wordt
bepaald door zijn onbijbelse filosofie.
Het is
subtiel wat hij doet. Ten eerste doet hij alsof hij het complete bijbelse
beeld geeft (p.43). In werkelijkheid selecteert hij. En ten tweede is zijn
selectie niet toevallig. Op deze wijze verdraait hij de bijbelse waarheid.
Door zijn
aanpak geeft Warren zijn lezers de indruk dat strijd niet bij het christelijk
leven hoort. Of op zijn hoogst strijd tegen verzoeking, maar dat is dan ook
alles.
2. Ronduit tegenspreken van de bijbel
Warren
negeert niet alleen, hij spreekt de bijbel ook tegen. Hij noemt het beeld van
strijd (oorlog) en het beeld van een sportwedstrijd onder de menselijke
beelden die vervangen moeten worden door de drie door hem genoemde bijbelse
metaforen (p. 43). Terwijl de bijbel wel degelijk deze beide beelden
gebruikt. Hierboven, onder punt 1, is reeds aangetoond dat de bijbel het
leven van de christen ook ziet als een strijd, een oorlog. Hieronder volgen
enkele bijbelteksten die laten zien dat de bijbel ook het beeld van de
wedstrijd gebruikt.
Hardloopwedstrijd
"Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van
getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht
in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen, die voor ons ligt"
(Hebr. 12:1)
De
bijbels spreekt over 'de wedloop'. Een wedloop is een hardloop wedstrijd. De
bijbelschrijver zegt dat de wedloop met volharding gelopen moet worden, het
gaat dus niet om een korte sprint maar om een wedstrijd over een langere
afstand, om een marathon
"Weet gij niet, dat zij, die in de renbaan lopen, allen wel
lopen, doch dat slechts één de prijs kan ontvangen? Loopt dan zo, dat gij die
behaalt. En al wie aan een wedstrijd deelneemt, beheerst zich in alles; zij
om een vergankelijke erekrans te verkrijgen, wij om een onvergankelijke"
(1 Kor. 9:24,25)
Opnieuw het
beeld van een hardloop wedstrijd.
Paulus
vervolgt met het beeld van een bokswedstrijd. "Ik
loop dan ook niet maar in den blinde en ik ben geen vuistvechter, die zo maar
in de lucht slaat" (1 Kor. 9:26)
Vergelijk
dit met het volgende citaat van Warren (p. 43)
"Als u het
leven ziet als een wedloop …. als u het leven als een marathon ziet … als u
het leven als een strijd .. ziet.. "
"Om de
doelen te verwezenlijken waarvoor God u heeft gemaakt, zult u de menselijke
bedenkselen moeten vervangen door de bijbelse metaforen van het leven….. De
bijbel gebruikt drie metaforen die ons duidelijk maken hoe God tegen het
leven aankijkt: het leven is een beproeving, het leven is iets dat ons wordt
toevertrouwd, en het leven is een tijdelijke opdracht."
Het is
ronduit schokkend te zien hoe Warren geregeld met de bijbelse gegevens
omgaat, maar daarover later meer.
Dit is nog
niet alles want verderop in het boek spreekt Warren ook nog eens een keer
zichzelf tegen. Drie keer gebruikt hij later het beeld van de sportwedstrijd
(b.v. p.260, 262). En Hij verwijst één keer naar het beeld van de oorlog
(p.220). Hoe is dit te verklaren? Dat wordt in het volgende punt besproken.
3. Het nut van het lidmaatschap van een
plaatselijke gemeente
De
hierboven, onder punt 1, besproken tactiek van verborgen selectie van de
bijbelse gegevens wordt door Warren geregeld gebruikt in combinatie met de
tactiek van 'decentralisatie'. Alles bedoelt om de bijbelse boodschap in een
door hem gewenste richting bij te buigen. Bij ‘decentralisatie’ negeert hij
het hem onwelgevallige bijbelse onderricht niet volledig. Hij noemt het dan
wel, maar dat doet hij slechts in het voorbijgaan. Hij geeft die bijbelse
waarheid dan niet de plaats die het in de bijbel wel heeft. Hij duwt het naar
de rand, naar de marge.
Een
voorbeeld vinden we bij dag 17. In dit hoofdstuk beantwoordt hij op een
bepaald moment de vraag: Waarom hebben we een gemeente nodig? Hij geeft
vervolgens 6 redenen waarom het nodig is om deel uit te maken van een
plaatselijke gemeente.
Een van de
redenen waarom wij als christenen een plaatselijke gemeente nodig hebben is
dat een gezonde plaatselijke gemeente bescherming biedt tegen valse leer en
valse leraren. Warren noemt dit echter slechts in het voorbijgaan en ook nog
onvolledig.
De bijbel
gebruikt het beeld van een kudde schapen die bedreigd wordt door wolven. De
schapen zijn de christenen en de wolven zijn de valse leraren en profeten. De
oudsten van de plaatselijke gemeenten zijn de herders die de kudde beschermen
tegen valse leraren, tegen de wolven. De bijbel spreekt zelfs over wolven in
schaapskleren (Matth. 7:15). Dat zijn valse leraren of profeten die niet
direct als zodanig zijn te herkennen omdat ze zich voordoen als christenen,
als schapen.
De schapen
zijn veilig omdat ze bewaakt en beschermd worden door herders. De Here Jezus
is de opperherder en de oudsten zijn de onderherders (1 Petrus 5:1-4). Het is
speciaal de taak van de oudsten om de gemeente te beschermen. Zie b.v. wat
Paulus tegen de oudsten van de gemeente van Efeze zei:
"Ziet dan toe op uzelf en op de gehele kudde, waarover de
Heilige Geest u tot opzieners gesteld heeft, om de gemeente Gods te weiden,
die Hij Zich door het bloed van zijn Eigene verworven heeft. Zelf weet ik dat
na mijn heengaan grimmige wolven bij u binnen zullen komen, die de kudde niet
zullen sparen; en uit uw eigen midden zullen mannen opstaan die verkeerde
dingen spreken om de discipelen achter zich te trekken. Waakt dan …"
(Handelingen
20:28-30)
Er moet
gewaakt worden omdat er grimmige wolven de kudde binnen zullen komen, mannen
die verkeerde dingen spreken.
Er gaat
"allerlei wind van leer" rond in de
christelijke wereld (Efeze 4:14). Als christen hebben we daarom de
bescherming nodig van de gezamenlijke oudsten van een gezonde plaatselijke
gemeente. Een schaap alleen, geïsoleerd van de kudde, is erg kwetsbaar
tegenover wolven. We hebben de bescherming van de oudsten van onze
plaatselijke gemeente, en van andere christenen die onderlegd zijn in de
gezonde leer, nodig.
Strijd met
valse leraren en valse leer is echter één van de bijbelse onderwerpen waar de
'alleen positief" evangelicals het liefst niet over spreken. Als het even kan
vermijdt Warren dit onderwerp.
Deze keer
negeert Warren de bijbelse gegevens niet volledig. Hij decentraliseert ze,
hij noemt het punt veiligheid wel maar noemt het slechts in het voorbij gaan.
Hij maakt er geen speciaal punt van, hij moffelt het weg aan het einde van
een ander punt. Hij noemt het aan het einde van het zesde punt. Dat punt
heeft als titel: "Een gemeente zal ons helpen om niet terug te vallen".
Hij wijdt er slechts drie zinnen aan. Warren zegt dat een gemeente voorziet
"in geestelijke bescherming door Godvrezende leiders" (p. 139).
Hij spreekt
hier over geestelijke bescherming, maar het is typerend dat hij niet noemt
waartegen deze Godvrezende leiders de christenen beschermen. Valse leer
en valse leraren, wolven in schaapsklederen, hij krijgt het niet uit zijn
mond. Terwijl het een hoofdthema uit het Nieuwe Testament is. In bijna elk
van de 27 bijbelboeken van het Nieuwe Testament komen we het tenminste een
keer tegen. Er zijn volledige hoofdstukken aan gewijd (b.v. 2 Petrus 2).
Gehele bijbelboeken zijn ontstaan door de worsteling met valse leraren b.v.
de Galatenbrief, de Judas brief, de brief aan de Colossenzen. Lezers van
Warrens boek die de bijbel niet goed kennen zullen, als ze al niet over deze
drie zinnen heen lezen, door de onvolledige informatie niet begrijpen waar
hij het hier over heeft.
4. Kritiek is verkeerd
Warren stelt
dat het verkeerd is om elkaar te kritiseren. Ik citeer van pagina 169: "God
waarschuwt ons telkens weer dat we elkaar niet moeten bekritiseren of
veroordelen … een kritische instelling is een heel slechte gewoonte die veel
schade aanricht ….steeds wanneer (we bekritiseren) … zijn wij zo onnozel het
werk voor Satan op te knappen."
Warren haalt
enkele teksten aan die zijn stelling moeten onderbouwen. Het misleidende is
dat hij, zoals zo vaak, zeer selectief te werk gaat. Hij neemt slechts enkele
teksten en kijkt niet naar het totaal van het bijbelse onderwijs over het
onderwerp. Hij legt de teksten die hij aanhaalt ook niet uit in het verband
waarin ze staan.
Warren
citeert Romeinen 14:4. "Wie zijt gij dat gij eens
anders knecht oordeelt? Of hij staat of valt gaat zijn eigen Heer aan."
Zie je wel, zo zegt Warren, we hebben niet het recht om een medechristen te
oordelen. Uit het verband blijkt echter dat het hier gaat om oordelen in
geval van meningsverschillen over bijzaken. Als het daarom gaat dan is het
verkeerd om elkaar te veroordelen en af te wijzen. Het gaat hier, in Romeinen
14 en 15, om de tegenstelling tussen christenen uit joodse en uit heidense
achtergrond. De joodse christenen hielden nog vast aan bepaalde elementen van
de oudtestamentische ceremoniële wet, zo stelden ze b.v. nog steeds de ene
dag boven de andere (Rom. 14:6). De christenen uit heidense achtergrond
deden dat niet. Dat gaf spanningen. Het ging hier niet om de kern van het
evangelie en om belangrijke bijbelse leerstellingen. In dit soort gevallen
zegt Paulus dat wij elkaar moeten aanvaarden en niet veroordelen.
Het is
verder ook verkeerd om huichelachtig te oordelen. Als er veel aan jezelf
mankeert dan moet je niet een ander gaan oordelen. Dan moet je eerst de balk
uit je eigen oog halen waarna je alsnog de ander kan helpen met zijn splinter
(Matth. 7:1-5). Oordelen op zich wordt hier niet veroordeeld want even
verderop in hetzelfde hoofdstuk roept de Here Jezus juist op om te oordelen (Matth.
7:15-23). Hij roept op om waakzaam te zijn omdat er valse profeten zullen
komen. Hij vertelt dat die profeten zich zullen voordoen als ware profeten,
ze dragen een schaapsvacht. Zijn discipelen moeten onderscheiden tussen ware
en valse profeten, ze moeten beoordelen. Daarom geeft de Here Jezus zelfs aan
waar we bij het oordelen op moeten letten. Deze toetsing zal geregeld leiden
tot oordelen, tot het afwijzen van valse profeten, ook al claimen ze zelf
echte schapen, echte christenen, te zijn.
We worden in
de bijbel op diverse plaatsen opgeroepen om te oordelen. De christenen worden
aangespoord om geestelijke boodschappen en geestelijke boodschappers te
beoordelen, te toetsen. Dat is een bijbelse opdracht, die wij hebben te
gehoorzamen.
Zie b.v. 1
Kor. 14:29.
"Wat de
profeten betreft, twee of drie mogen het woord voeren, en de anderen moeten
het beoordelen".
De
inhoud van profetie, van prediking en van alle geestelijk onderwijs moet
getoetst worden aan de bijbel. Van de joden uit Berea wordt in de Bijbel
gezegd: "en dezen
onderscheidden zich gunstig van die te Thessalonica, daar zij het woord met
alle bereidwilligheid aannamen en dagelijks de schriften nagingen of deze
dingen zo waren."
(Handelingen 17:11)
Dagelijks nagaan of wat wordt geleerd ook overeen komt met de
bijbel.
De
bijbel draagt op om te toetsen.
"toetst alles" (1 Thess. 5:21).
“Geliefden
vertrouwt niet ieder geest, maar beproeft de geesten of zij uit God zijn"
(1 Joh. 4:1).
Ook mensen
die een geestelijke bediening hebben moeten beoordeeld worden. Zie b.v. wat
de Here Jezus tot de gemeente van Efeze heeft gezegd:
"Ik weet uw werken en inspanning en volharding en dat gij de
kwaden niet kunt verdragen en hen op de proef gesteld hebt, die zeggen dat
zijn apostelen zijn, maar het niet zijn, en dat gij hen leugenaars hebt
bevonden" (Openb. 2:2)
De
christenen uit Efeze hadden deze mensen 'op de proef gesteld' met als gevolg
dat ze ontmaskerd werden. Ze beweerden dat ze apostel waren.
De Here
Jezus verwijt de gemeente van Thyatira dat ze juist hierin faalden. Hij
verwijt hen dat ze de vrouw Izebel lieten begaan. De vrouw Izebel beweerde
dat zij een profetes was (Openbaring 2:20), terwijl ze het in werkelijkheid
niet was, door haar activiteiten werden de knechten van de Heer verleid.
Zie ook
Matth. 7:15-23.
Het zou te
ver voeren om dit onderwerp hier nog verder vanuit de bijbel uit te diepen.
Maar denk b.v. nog aan de bijbelse opdracht om binnen een gemeente tucht uit
te oefenen. Er moet verboden worden om verkeerde leringen te onderwijzen (1
Tim. 1:3) en christenen die in ernstige zonde leven, en die zich daar niet
van willen bekeren, moeten uit het midden weggedaan worden. Hier komt
oordelen, beoordelen van leer en leven aan te pas (Zie b.v. 1 Kor. 5:1-13).
Paulus spreekt in dit verband zelfs over vonnis vellen (1 Kor. 5:3).
Jezus
heeft niet geleerd dat we nooit mogen oordelen, kritiseren. Hij zegt wel dat
we, als we oordelen, we met een rechtvaardig oordeel moeten oordelen.
"oordeelt met een rechtvaardig
oordeel"
(Joh. 7:24).
Oordelen op zich is niet verkeerd, maar het moet wel op een rechtvaardige
(eerlijke) manier gebeuren.
Warren
negeert het bovenstaande onderwijs uit de bijbel. Hij doet net alsof er nooit
geoordeeld moet worden. Ik citeer "We moeten niet oordelen over … gelovigen
die andere overtuigingen hebben dan wij" (p.169). Hij maakt geen enkel
onderscheid tussen aan de ene kant christenen die b.v. van mening verschillen
over zaken als de zondagsheiliging en aan de andere kant meningsverschillen
binnen de christelijke wereld over b.v. de weg tot behoud, over de kern van
het evangelie of andere fundamentele bijbelse waarheden en leerstellingen.
Zie hoe dat
uitwerkt bij Warren. Hij accepteert zelfs rooms-katholieken, terwijl de
Rooms-katholieke Kerk een verkeerd antwoord geeft op de vraag wat een mens
moet doen om behouden te worden. Dat Warren rooms-katholieken als
medegelovigen accepteert blijkt onder meer uit het feit dat hij geregeld in
Doelgericht leven met instemming verwijst naar rooms-katholieke
mystici. (Johannes van het Kruis, p.113;
Henri Nouwen, pp.113, 278;
Moeder Teresa, p.129; Benedictijnse monniken p.92; Brother Lawrence, p.
91)
(Voor
informatie over het onbijbelse sacramentele evangelie van de Rooms-katholieke
Kerk,
klik hier. Voor nog meer informatie over de Katholieke Kerk,
klik hier.)
Dat je als
christen niet moet kritiseren komt als een refrein terug door het boek. Ik
citeer van pagina 276: "Echte dienaren … leveren er geen kritiek op". Echte
dienaren leveren volgens Warren geen kritiek op andere dienaren of
bedieningen.
Met zijn
stelling dat kritiek altijd verkeerd is verwerpt hij
de bijbelse opdracht tot toetsen.
Nog een
citaat van Warren
"In de
bijbel wordt Satan 'de aanklager van de broeders' genoemd. De duivel doet
niets liever dan de leden van Gods gezin ……bekritiseren …. Steeds wanneer wij
hetzelfde doen, zijn wij zo onnozel het werk voor Satan op te knappen" (p.
169)
Let op wat
Warren hier zegt: Als wij anderen leden van Gods gezin kritiseren dan doen we
hetzelfde als de satan doet. Zo worden christenen die toetsen aan de bijbel
(naar Handelingen 17:11) en die op grond daarvan soms weerspreken, weerleggen
of waarschuwen, kortom die kritiseren, voorgesteld als aanklagers van de
broeders. Als mensen die zich gedragen als de Satan.
In de dagen
15 tot en met 21 schrijft Warren over de gemeente. Uiteraard schrijft Warren
er, vanuit zijn 'alleen positief' filosofie, niet over dat er binnen de
christenheid ook vele valse kerken en gemeenten zijn, waar de kern van het
bijbelse evangelie niet juist wordt verkondigd. Hij zegt niet dat we eerst
behoren te toetsen of de gemeente die we bezoeken of die we denken te gaan
bezoeken wel gezond is in de leer. In plaats daarvan spoort hij zijn lezers
aan om zich te richten op het gemeenschappelijke en niet op de verschillen (p.
166). En we mogen, zoals al geciteerd, gelovigen die andere overtuigingen
hebben, van hem, niet oordelen (p. 169).
Het is
opnieuw subtiel wat Warren doet. Ten eerste gooit hij oordelen uit zuivere
en uit onzuivere motieven door elkaar heen. Hij onderscheidt niet tussen die
twee. Vervolgens gebruikt hij de teksten waarin de bijbel onterecht oordelen
afwijst om alle kritiseren, te verwerpen.
Het is zeer
ernstig wat hier gebeurt. Doordat hij alle oordelen (kritiseren) als
schadelijk afwijst ontwapent hij in feite de christenen die zijn boek lezen.
Dit komt neer op geestelijke moord of tenminste dood door schuld. Want hoe is
de situatie? Er lopen volgens de bijbel wolven rond, wolven die zich soms
zelfs vermommen in schaapsklederen. Er dreigt gevaar. Hij spreekt er niet
over en hij zegt ook nog eens dat je vooral niet kritisch mag zijn. Zo geeft
hij de wolven, dat zijn de valse leraren en valse profeten, vrijspel in de
kudde.
Vergelijk
dat met de Here Jezus en Petrus, zij werkten zelfs preventief. Jezus
waarschuwde b.v. zijn discipelen voor de leer van de Farizeeën (Matth.
16:6,12). In hoofdstuk 2 van de tweede Petrus brief waarschuwt Petrus
uitgebreid tegen een bepaalde valse leer die op dat moment rond ging. Aan het
eind van zijn brief vertelt Petrus waarom hij dat deed.
"Geliefden, daar gij het nu van tevoren weet, weest
op uw hoede, dat gij niet door de dwaling der zedelozen medegesleept, afvalt
…." (2 Petrus 3:17). Petrus wilde dat ze het van tevoren zouden weten
zodat ze op hun hoede konden zijn. Zo zouden ze worden beschermd tegen het
gevaar van mee gesleept te worden door die dwaling.
Warren laat
het niet bij het op een subtiele manier afwijzen van toetsen, waakzaamheid en
preventief waarschuwen. Hij zet de christenen ook nog eens op tegen degenen
die dat nog wel doen. Hij stookt ze er in feite tegen op. Hij plakt hun het
etiket 'aanklager van de broeders' op. Als je de boodschap, de bediening en
het gedrag van een andere christen toets aan de bijbel en op grond daarvan
soms weerlegt en waarschuwt dan doe je volgens Warren het werk van de Satan.
5.
Oecumenisch
Achter het
boek zit een oecumenische visie op het christendom.
In de valse
oecumenische beweging accepteert men een ieder die zich christen noemt als
medechristen, ongeacht welk evangelie men gelooft. Neem b.v. de
rooms-katholieken. De rooms-katholieken geloven niet in het bijbelse
evangelie, althans als ze geloven wat hun eigen kerk leert. Het evangelie
geeft antwoord op twee belangrijke vragen. De eerste is: Wie is Jezus? De
tweede vraag is: Wat moet ik doen om behouden te worden? De Rooms-katholieke
Kerk geeft op de tweede kernvraag een verkeerd en onbijbels antwoord. (Voor
een uitleg van het sacramentele evangelie van de Rooms-katholieke Kerk, klik
hier.)
Hierboven, onder punt 4, is er reeds op gewezen dat Warren er zondermeer
vanuit lijkt te gaan dat rooms-katholieken ware christenen zijn. Dat blijkt
onder meer uit het feit dat hij met instemming meerdere malen verwijst naar
rooms-katholieke mystici: Johannes van het Kruis,
p.113;
Henri Nouwen, pp.113, 278;
Moeder Teresa p.129; Benedictijnse monniken p.92; Brother Lawrence, p.
91.
Hij gaat er
blijkbaar van uit dat dit medegelovigen zijn. Als je de geschriften van deze
mystici bestudeert dan zul je ontdekken dat zij nooit het ware bijbelse
evangelie, de bijbelse weg tot behoud, hebben geleerd. Nouwen en mother
Theresa zijn daarnaast ook nog eens zogenaamde 'interfaith' gelovigen, zij
geloven dat je via ander godsdiensten ook God kunt bereiken en ervaren.
Valse
kerken, die de kern van het bijbelse evangelie niet juist leren, zijn er
altijd geweest, maar de bijbelse profetie maakt duidelijk dat er in de
eindtijd een nieuwe openbaring zal komen van
de valse kerk, dat is een soort tegen-kerk. In het boek Openbaring
ontmoeten we de bruid (de ware kerk) en de grote hoer (de valse kerk). In de
zogenaamde
oecumenische beweging die vorige eeuw is begonnen, met onder meer de
oprichting van de Wereldraad van Kerken als een belangrijke stap, zien we het
begin van de vervulling van de bijbelse profetie.
In de
ontwikkeling kun je bepaalde fasen onderscheiden. In de eerste fase wordt
alles wat zich christen noemt met elkaar verenigd. Vrijzinnige christenen,
dat zijn christenen die vele kernwaarheden van de bijbel ontkennen,
rooms-katholieken en oosters-orthodoxe christenen die een ander evangelie
leren, protestanten, moderne evangelicals, alle charismatische christenen,
allen gaan samen. Men erkent elkaar als ware christen, men werkt samen, etc.
Neem b.v.
de Wereldraad van Kerken. Je mag als lid van deze organisatie geloven wat
je wilt over Jezus en het evangelie, het doet er niet toe. Er is wel een
korte geloofsbelijdenis maar die mag een ieder zo uitleggen zoals men wil.
Men zoekt eenheid ten koste van de waarheid, eenheid ten koste van de kern
van het evangelie.
De volgende
fase is dat men eenheid zoekt met de aanhangers van andere religies. Op de
grote samenkomsten van de wereldraad van Kerken hebben b.v. aanhangers van
andere religies al godsdienstige ceremonies uitgevoerd. De Paus organiseert
geregeld in Assisi een gebedsdienst voor de vrede met aanhangers van andere
religies: hindoes, sikhs, shintoisten, aanhangers van natuurgodsdiensten (shamanen),
joden, moslims, etc. In de gebedsdienst bidt ieder tot zijn eigen 'god' om
vrede voor de wereld.
Warren
citeert verschillende keren in het boek met instemming Henri Nouwen (p.113,
278).
Henri Nouwen is een rooms-katholiek priester en mysticus. Hij is
inmiddels overleden. Nouwen was een zogenaamde 'inter-faith' gelovige, dat is
een gelovige die meent dat je via andere godsdiensten ook 'god' kunt ervaren.
Hij was een oecumenische christen in de meest ruime zin van dat woord. Hij
vertelt b.v. in één van zijn boeken dat hij een bepaalde mystieke
gebedstechniek toepaste, het zogenaamde repetitieve gebed. Bij het
repetitieve gebed wordt telkens een woord of een kort zinnetje herhaald. Net
zolang tot er dingen gaan gebeuren, tot je 'godservaringen' krijgt. Nouwen
zegt dat, als hij deze gebedstechniek toepastte, hij geregeld beelden,
visioenen, kreeg op de muren van zijn hart. Hij vertelt dat hij dan soms de
gezichten van Jezus en Maria zag, en van rooms-katholieke mystici, maar ook
de gezichten van de Dalai Lama en Ramakrishna. De Dalai Lama is de leider van
het door en door occulte Tibetaanse lamaboeddhisme en Ramakrishna was de
voornaamste hindoe mysticus uit de negentiende eeuw, die speciaal ervaringen
had met de moedergodin Kali. Nouwen vertelt over deze verschijningen en hij
vindt het prachtig (Hier en nu, leven in de Geest, Henri Nouwen, p.16). Op
een andere plaats in hetzelfde boek beveelt hij een meditatie techniek van de
Dalai Lama aan (p. 40). Voor Rick Warren is dit blijkbaar geen reden om
Nouwen af te wijzen als een gevaarlijke valse leraar, wel nee, hij legt veel
liever de nadruk op wat we gemeenschappelijk hebben. Warren is immers 'alleen
positief' (positive only). Een boek van Nouwen wordt op de website van de
gemeente van Warren aanbevolen.
Warren
stimuleert de oecumenische beweging door er van uit te gaan dat
rooms-katholieke mystici medechristenen zijn. En door consequent in het hele
boek het bestaan van valse leraren, van valse leer, van strijd om de waarheid
en van de in de bijbel geprofeteerde afval uit de eindtijd, te negeren.
Net als alle
neo-evangelicals wijst hij de bijbelse opdracht tot afscheiding af. Hij heeft
de bijbelse opdracht tot afscheiding vervangen door de valse leer over
infiltratie. (Voor een bijbelstudie over de bijbelse opdracht tot afscheiding
en een weerlegging van de valse leer over infiltratie, klik hier. KLIK)
Zelfs een
ongelovige journaliste sprak haar verbazing uit over de oecumenische geest
van Warren toen ze waarnam dat er gemeentegroei conferenties van Warren ook
bezocht werden door mormonen,
klik hier
Warren
onderhoudt hartelijke kontakten met valse leraren, onder meer met Robert
Schuller en allerlei leraren uit de Word-of-Faith beweging. Zie het artikel
Rick Warren Connections.
(Voor
informatie over de Word-of-Faith leraren
klik hier.
Voor informatie over Schuller
klik hier)
Hij scheidt
zich zelfs niet af van New-Age figuren. Hij werkt b.v. samen met de Tempelton
organisatie. Tempelton is een bekende New Age figuur die zich christelijk
voordoet. (Voor informatie over Templeton,
klik hier.) De organisatie van Templeton heeft een wedstrijd
uitgeschreven, deelnemers moeten een beschouwing, een essay, schrijven over
een bepaald thema. Rick Warren heeft zitting genomen in de jury die de
inzendingen moet beoordelen. (Voor de details over deze kwestie,
klik hier.)
6. Anti-leer
In navolging
van vele moderne evangelicals relativeert Warren het belang van de leer. Het
belang van theologie.
In
Doelgericht Leven spreekt hij op een bepaald moment over het laatste
oordeel (p. 34). Hij zegt dat God niet zal vragen naar je theologie, Hij zal
alleen vragen naar wat je met zijn Zoon gedaan hebt.
Ik citeer:
"Uit de bijbel kunnen we opmaken dat God ons twee cruciale vragen zal
stellen. De eerste vraag zal zijn: Wat heb je met mijn Zoon Jezus Christus
gedaan? God zal niets vragen over uw religieuze achtergrond of over uw
theologische opvattingen. Het enige wat zal tellen is of u hebt aanvaard wat
Jezus voor u heeft gedaan en of u Hem hebt leren liefhebben en vertrouwen." (p.
34)
Hier wordt
een valse tegenstelling tussen leer en leven gemaakt. Theologische
opvattingen worden uitgespeeld tegenover de relatie met Jezus.
Theologische
opvattingen hebben te maken met wat de bijbel noemt de leer, de gezonde leer.
Het gaat over de inhoud van je geloof, over wat je precies gelooft. Het is
volgens de bijbel van belang dat je in het goede gelooft. Het is voor je
behoud van doorslaggevend belang hoe je tegen Jezus aankijkt. Het is ook van
levensbelang dat je het juiste inzicht in het evangelie hebt, het juiste
inzicht in de weg tot behoud. Als je b.v., zoals een rooms-katholiek, gelooft
dat je
behouden wordt door de sacramenten en door je eigen geloof plus
inspanning dan kun je niet behouden worden. Als je het nog van werken
verwacht dan lig je nog onder de vloek. "Want allen
die het van werken der wet verwachten liggen onder de vloek" (Gal.
3:10). In dit soort gevallen is iemands theologische opvatting letterlijk van
levensbelang. Volgens de brief aan de Galaten is het van levensbelang dat je
de juiste leer, de juiste gedachten, hebt over de manier waarop je behouden
moet worden.
De bijbel
spreekt over mensen die in een andere Jezus geloofden en in een ander
evangelie (Galaten 1:6, 2 Kor. 11:4, 2 Johannes :9). Dit had te maken met de
inhoud van hun geloof, met hun theologische opvattingen. Het gaat erom dat je
in de bijbelse Jezus en in het bijbelse evangelie gelooft.
Er zijn
inderdaad onderdelen van de leer die niet van levensbelang zijn b.v. verschil
van inzicht over doop. Maar er zijn leerstellige waarheden waar je behoud van
afhangt.
Uit de
bijbel blijkt dat
de leer wel belangrijk is.
Velen in de
evangelische wereld relativeren op dit moment de leer. Men vindt de leer niet
zo belangrijk. Er heerst zelfs vaak een uitgesproken antileer stemming. Dit
is één van de peilers waarop de, hierboven besproken, oecumenische beweging
rust. Als niemand zich meer druk maakt over theologie, over de leer, over de
waarheid, over de inhoud van het geloof, dan is er geen obstakel meer om
eenheid te beleven met b.v. rooms-katholieken of mormonen ook al geloven die
in een andere weg tot behoud.
Het is
gezien zijn oecumenische opstelling niet echt verrassend dat Warren voeding
geeft aan deze anti-leer stemming. Op typisch postmoderne en neo-evangelicale
wijze houdt Warren zelf vast aan het ware evangelie, zij het in een
afgezwakte vorm, terwijl hij intussen christenen die een vals evangelie
aanhangen accepteert en er mee om gaat.
7. Geen systematische en volledige presentatie
van het evangelie
Een van de
verbazingwekkende dingen die bij de eerste lezing van het boek opviel is dat
een ordelijke presentatie van het evangelie ontbreekt
Het boek
bevat veertig hoofdstukjes, je zou toch denken dat Warren tenminste één van
die veertig hoofdstukken gebruikt om op systematische wijze het evangelie
uit te leggen, maar dat is niet het geval.
Hij lijkt er
van uit te gaan dat de lezers het evangelie wel kennen. In het voorbij gaan
verwijst hij hier en daar naar onderdelen van het evangelie. Hij leert op
zich geen verkeerde dingen over het evangelie, maar nergens wordt een
ordelijke presentatie van de weg tot behoud gegeven Enkele onderdelen
ontbreken b.v. de oproep tot bekering.
De
duidelijkste uitleg in het boek over het plaatsvervangend sterven van de Here
Jezus vinden we b.v. in een hoofdstuk over overgave. Warren roept op tot
overgave aan God. Als motief om je zelf over te geven aan God wijst hij op
het plaatsvervangend sterven van de Here Jezus. Deze vermelding staat dus
niet in een ordelijke uiteenzetting van het evangelie maar in een oproep tot
overgave.
Hij legt
overigens ook nergens uit waarom het kruis noodzakelijk was.
In hoofdstuk
8 roept hij op tot het aannemen van de Here Jezus. Hij heeft in de voorgaande
hoofdstukken echter zo goed als niets over het evangelie geschreven. De
boodschap van deze hoofdstukken is: "Als je een zinvol leven wil neem dan de
Here Jezus aan." Dat is op zich waar, maar het is niet het bijbelse
evangelie. Zoals reeds gezegd ontbreekt de veel scherpere oproep tot
bekering. Ook dat is standaard in het marketing en het 'alleen positief'
christendom.
In de bijbel
wordt behoud door werken en behoud door het geloof scherp tegenover elkaar
gesteld. Op een antithetische manier, het één sluit het ander uit. Zie b.v.
Efeze 2:8,9. "Want door genade zijt gij behouden,
door het geloof, en dat niet uit uzelf, het is een gave van God, niet door
werken, opdat niemand roeme" Paulus zegt niet alleen hoe we behouden
worden: door genade, door het geloof, het is een gave van God. Hij zegt ook
hoe we niet worden behouden: niet door werken, niet uit uzelf.
Warren houdt
het allemaal zo vaag dat het voor ieder acceptabel is, inclusief
rooms-katholieken. Hij houdt het vaag doordat hij stukken weglaat, doordat
hij het evangelie niet antithetisch brengt en doordat hij het alleen
fragmentarisch noemt.
8. Een karikatuur van Gods karakter
Aan het
begin van de toetsing is er op gewezen dat de 'alleen positief' christenen
een aantal bijbelse waarheden negeren. Over de rechtvaardigheid, de
heiligheid en daarmee verbonden de toorn van God spreekt men niet of
nauwelijks. Ook Warren spreekt bijna uitsluitend over de liefde van God. De
toorn van God over de zonde ontbreekt in het boek.
Vergelijk dat met de bijbel. Paulus begint b.v. zijn uiteenzetting van het
evangelie in de Romeinen brief met de toorn van God.
"Want toorn van God openbaart zich over alle
ongerechtigheid en goddeloosheid der mensen" (Rom. 1:18). Jezus sprak
over de toorn van God (Lucas 21:22,23). De apostel Johannes spreekt in zijn
evangelie over de toorn van God (Johannes 3:36). Paulus spreekt er in zijn
brieven geregeld over. De bijbel spreekt zelfs over
"de toorn van het Lam" (Openbaring 6:16). Door de hele bijbel komen
we keer op keer de toorn van God tegen. God is boos en verontwaardigd over
alle boosheid van de mensen. Als een refrein komen we deze zin tegen
"toen ontbrandde de toorn des Heren
…."
(Zie b.v. Exodus 4:14; Numeri 11:1,10,33; 12:9; 16:46; 25:3,4,11; 32:10-14;
Jozua 7:1; Richteren 2:4; 3:8: 10:7; 2 Samuel 6:7; 24:1, enzovoorts)
Als je niet
weet en begrijpt dat God rechtvaardig is en dat Hij daarom niet zomaar de
zonde kan vergeven dan snap je de kern van het evangelie niet (Rom. 3:25,26).
Wat voor
godsbeeld krijgen de lezers door het boek van Warren? In ieder het geval niet
het evenwichtige bijbelse beeld over de heilige God, die toornt tegen die
zonde, maar die de mensen ondanks hun zondigheid toch liefhad en ze, in zijn
grote liefde, door het zenden van zijn Zoon een weg tot behoud heeft geopend.
Warren
reduceert het karakter van God tot liefde. Ik citeer "Liefde vormt de
essentie van Gods karakter" (p. 24). Hij spreekt over de essentie, dat
is het wezen, de kern van Gods karakter. Hij beperkt de essentie van Gods
karakter tot liefde. De heiligheid en rechtvaardigheid van God horen
blijkbaar, volgens hem, niet bij de essentie van Gods karakter. Dit is,
vanuit de bijbel gezien, een ernstige dwaling. Inderdaad staat er dat God
liefde is maar er staat in de bijbel ook keer op keer dat God heilig is. Hij
is te rein van ogen om het kwaad te zien (Habakuk 1:13). Hij verdraagt de
zonde niet. God is een verterend vuur (Deut. 4:24; Hebr. 12:29). Hij haat de
zonde, Hij heeft er een hartgrondige gruwel en afkeer van. De zonde wekt zijn
rechtvaardige toorn op. Zo is God. Dat hoort net zo goed bij de essentie van
zijn karakter.
De God van
Warren, en andere neo-evangelicals, krijgt steeds meer de trekken van de
gnostische hoofdgod van onvoorwaardelijke liefde. Een God die niet dwingt,
die niet eist, die niet tuchtigt, die slechts zuiver liefde is. Warren gaat
daarin lang niet zo ver als b.v. de moderne evangelical
Pinnock , die stelde in één van zijn recente boeken ronduit dat de God
van de bijbel zo liefdevol is dat Hij de zonden niet vergeldt. Maar Warren
propageert wel de wortel van deze dwaling door te stellen dat God in essentie
slechts liefde is.
Dat
verklaart het gevoel van 'vervreemding' dat ik krijg door het lezen van
boeken van moderne evangelicals als Warren. Ik herken de God die ik in de
bijbel ontmoet nauwelijks meer in hun geschriften. De God van Warren heeft
meer weg van een eindeloos geduldige en bewogen begripsvolle westerse
psychotherapeut dan van de heilige God van de bijbel.
9. Uithollen van het laatste oordeel en de
eeuwige straf
Nog een
tactiek waarmee Warren de scherpte van het bijbelse getuigenis afhaalt is het
verzachten of uithollen van bijbelse waarheden.
Als
voorbeeld wijs ik op wat Warren over de hel schrijft (p. 37). In zijn
beschrijving laat hij de ernst van de hel niet uitkomen. De hel is, volgens
Warren, het gemis aan gemeenschap met God. "wanneer u zijn .. verlossing
afwijst … zult u voor eeuwig van God afgezonderd zijn". Wat Warren zegt is
natuurlijk waar, maar het is weer niet de volle waarheid. In de bijbel wordt
bij het spreken over de hel een andere nadruk gelegd. De bijbel spreekt over
de hel als de plaats waar de eeuwige straf wordt ondergaan. De bijbel spreekt
over geween en tandengeknars, de hel is de plaats der pijniging, de poel die
brand van vuur en zwavel, er is sprake van de rook van pijniging die
opstijgt. Van sommige mensen wordt gezegd dat ze zullen drinken
"van de wijn van de gramschap Gods, die ongemengd
is toebereid in de beker van zijn toorn" en zij zullen
"gepijnigd worden met vuur en zwavel ten aanzien
van de heilige engelen en het Lam. En de rook van hun pijniging stijgt op in
alle eeuwigheden, en zij hebben geen rust dag en nacht" (Openbaring
14:10-11).
"Vreselijk is het te vallen in de handen van de levende God'
(Hebr. 10:31).
De realiteit
van de hel zegt iets over het karakter van God, over zijn terechte toorn en
zijn heiligheid die ons allen zou verteren als we niet bekleed waren met de
gerechtigheid van de Here Jezus.
Woorden als
'eeuwige straf', 'vergelding', 'verloren' ontbreken zo goed als geheel in het
betoog van Warren.
10. De vijf doelen - opnieuw een simplificatie
Warren
simplificeert keer op keer bijbelse waarheden, met als gevolg dat deze
waarheden worden vertekend. Dat doet hij ook als hij antwoord geeft op de
vraag naar het doel van ons leven.
Zijn
antwoord komt op het volgende neer: het doel van ons leven is Gods
verheerlijken. God verheerlijken doe je door de volgende vijf dingen te doen:
God liefhebben door te aanbidden. Anderen liefde betonen. Evangeliseren. Je
bij een gemeente voegen. Groeien in geestelijke volwassenheid. Als je deze
dingen doet dan bereik je het doel van je leven. Dus aan de slag. Actie
De dingen
die hij noemt zijn inderdaad centrale en belangrijke zaken waar we ons als
christen op hebben te richten. En toch klopt zijn verhaal niet als je de
bijbel er naast legt. Het is opnieuw niet volledig wat hij naar voren brengt.
Hij selecteert ook deze keer weer bewust.
Hij heeft
enkele belangrijke zaken er uitgepikt waardoor wij inderdaad God kunnen
verheerlijken. Maar zo simpel als hij het voorstelt is niet. Er staat nergens
in de bijbel "als je God wil verheerlijken doe dan deze vijf zaken". Zijn
keuze is opnieuw niet willekeurig. Dingen die niet passen in zijn
optimistische kijk op de zaken worden weggelaten.
Door de
zondeval heeft de mens het doel gemist, maar door de verlossing in Christus
Jezus komt hij of zij weer terug op de weg. Als christenen zijn wij
bekeerde mensen. In plaats van de vraag "Wat is het doel van mijn leven?"
te stellen, kun je ook, met minstens zoveel recht, de vraag stellen "Ik ben
bekeerd, hoe nu verder, wat verwacht God van mij?"
De bijbel
geeft antwoord op deze vraag in 1 Thessalonicezen 1:9,10 daar staat:
"Want zelf verhalen zij van ons, hoe wij bij u
ontvangen zijn en hoe gij u van de afgoden tot God bekeerd hebt, om de
levende en waarachtige God te dienen, en uit de hemel zijn Zoon te
verwachten, die Hij uit de doden opgewekt heeft, Jezus, die ons verlost van
de komende toorn."
Twee dingen
worden genoemd. Bekeerd om: (1) de levende en waarachtige God te dienen en
(2) uit de hemel zijn Zoon te verwachten. Bekeerd om te dienen en te
verwachten..
Vergelijk
dit met de vijf doelen van Warren. Waar is bij Warren het verwachten? Waar is
in zijn boek de wederkomst van Christus gebleven? Het wordt een keer genoemd
(p.292), maar het krijgt niet de centrale plaats die het in de eerste
gemeente had.
In het
Nieuwe Testament staat de wederkomst van Christus centraal in het
christelijk leven. Het is de hoop van de christen (1 Petrus 1:13) . We leven
naar die dag toe. Het is de motivatie voor trouwe dienst en voor het leiden
van een heilig leven (1 Johannes 3:3). We moeten de dag zien naderen (Hebr.
10:25). Letten op de tekenen der tijden. (Matth. 24:32,33)
In het boek
van Warren ontbreekt de centrale plaats van de wederkomst van Christus. En er
staat al helemaal niets in over de gebeurtenissen die in de bijbel voor de
eindtijd worden voorzegd, zoals de terugkeer van Israël in het land, het
herstel van het Romeinse rijk, de komst van de antichrist, het ontstaan van
een
valse wereldkerk , de aangekondigde eindtijd verleiding (Matth. 24:24).
Kennis van,
en nadruk op de bijbelse profetie over de eindtijd past niet in Warrens
'alleen positief' filosofie. Dat vindt hij veel te negatief. Warren is liever
optimist. Hij gaat proberen om de wereld te verbeteren. Hij heeft er zelfs
een plan voor opgesteld.
Het Peace plan.
11. Studie van de profetie - nutteloos
Warren
constateert dat er een toenemende belangstelling is voor de tweede komst van
Christus en voor het einde der wereld. Met name de vraag wanneer die dingen
zullen geschieden houdt velen bezig. Warren is er tegen dat christenen zich
met dit soort vragen bezig houden. Hij vindt dat we ons niet met de studie
van profetie moeten bezig houden. Het is in zijn ogen zinloos en het houdt
maar af van de werkelijke taak, dat is de wereldevangelisatie (pp. 292,293).
Om deze
stelling te onderbouwen verdraait hij opnieuw op subtiele wijze de bijbel.
Hij citeert Matth. 24:36. “Doch van die dag en die
ure weet niemand, ook de engelen der hemelen niet, ook de Zoon niet, maar de
Vader alleen”. Het gaat om het moment van de wederkomst van Christus.
De redenering van Warren is als volgt: Als Jezus al het tijdstip niet wist
dan heeft het voor ons geen zin om er in de bijbel naar te zoeken. Als we het
toch proberen leidt het slechts tot speculatie. Ik citeer: “Als Jezus heeft
gezegd dat Hij de dag of het uur niet kende, waarom zouden wij dan proberen
dat wel uit te vogelen?” (p. 293)
Als je naar
het verband waarin deze tekst staat kijkt dan blijkt dat Warren een conclusie
trekt die lijnrecht tegen de bedoeling van het schriftgedeelte ingaat. De
tekst staat in de bekende ‘rede over de laatste dingen’ (Mattheus,
hoofdstuk 24). We lezen dat Jezus een profetische uitspraak doet. Hij zegt
tegen zijn discipelen dat de gebouwen van de tempel verwoest zullen worden.
Als reactie komt de vraag: “Zeg ons wanneer zal dat
geschieden, en wat is het teken van uw komst en van de voleinding der
wereld?”. In antwoord daarop legt de Here Jezus uit dat aan zijn komst
een aantal gebeurtenissen zullen vooraf gaan. Die gebeurtenissen zijn de
tekenen waaraan we kunnen zien dat het moment van zijn komst nabij is. Let op
het evenwicht in zijn antwoord. Aan de ene kant zegt Hij dat we het aan
bepaalde tekenen kunnen zien wanneer Zijn komst dichtbij komt. Aan de andere
kant kunnen we het moment niet precies tot op de dag en het uur aan zien
komen. We kunnen dus wel degelijk zien aan bepaalde tekenen dat de komst van
de Heer dichterbij komt. Maar het exacte moment, de dag en het uur zijn niet
te bepalen.
De
toepassing van de Here Jezus staat in verzen 32,33.
“Leer dan van de vijgenboom deze les: Wanneer zijn hout reeds week wordt en
de bladeren doet uitspruiten, weet gij daaraan, dat de zomer nabij is. Zo
moet ook gij, wanneer gij dit alles ziet geschieden weten dat het nabij is,
voor de deur.”
Wanneer we bepaalde dingen zien gebeuren dan moeten we weten dat het
nabij is. De Here Jezus wil dat we de tijden waarin we leven bezien vanuit
het licht van de profetie. We moeten de tijden profetische verstaan. Dit is
heel wat anders dan Warren ons wil doen geloven. Hij wijst op een
extremiteit, het proberen berekenen van de dag en het uur. En daarmee veegt
hij de aansporing van de Heer, dat we, aan de hand van bepaalde tekenen,
moeten weten dat zijn komst nabij is, van tafel.
We kunnen alleen doen wat de Heer ons in :32,33
opdraagt als we de tekenen kennen, als we weten wat er in de profetische
gedeelten van de bijbel over de eindtijd staat. Daarom is het nodig dat we
ons te verdiepen in de bijbelse profetie.
Opnieuw is het verbijsterend te zien wat Warren
met de Bijbel doet. Dit is geen bijbeluitleg, het is bijbelinleg.
Tegelijkertijd met de tekst uit Mattheus wijst hij nog op een tekst, maar ook
die tekst wordt verkeerd uitgelegd.
De Here
heeft besloten om in de bijbel een groot aantal profetische gedeelten op te
nemen. Hoe zou het dan zinloos en tijdverspilling kunnen zijn om die
bijbelgedeelten te bestuderen? Kende Warren de profetie over de eindtijd
maar, of wellicht moeten we zeggen, geloofde hij de profetie over de eindtijd
maar. Dan zou hij heel wat waakzamer zijn dan hij nu is. Dan hield hij
rekening met de aangekondigde eindtijdverleiding en de komende valse kerk van
de eindtijd. Maar nu speelt dat geen enkele rol in zijn denken.
“En wij
achten het profetisch woord daarom des te vaster, en gij doet wel, er acht
op te geven
als op een
lamp, die schijnt in duistere plaatsen, totdat de dag aanbreekt en de
morgenster, opgaat in uw harten” (2 Petrus 1:19)
Amen.
12. De onverantwoorde manier waarop hij met de
bijbel omgaat
Warren doet
geregeld uitspraken die hij onderbouwt met bijbelgedeelten. Maar als je de
bijbelgedeelten dan nagaat blijken die niet te zeggen en te ondersteunen wat
hij beweert.
Het begint
al direct in het begin van het boek. Hij doet op de eerste bladzijde de
uitspraak: "Steeds wanneer God iemand voor zijn doelen wilde voorbereiden,
nam Hij daar veertig dagen de tijd voor" (p. 9)
Die stelling
probeert hij vervolgens te onderbouwen met bijbelse voorbeelden. In de
bijbelgedeelten waar hij naar verwijst wordt inderdaad een periode van
veertig dagen genoemd. Echter in de meeste van de genoemde bijbelplaatsen is
er helemaal geen sprake van mensen die Gods doel met hun leven ontdekken, of
van mensen die voorbereid worden op Gods doel met hun leven.
Ik citeer
van pagina 9 en 10:
·
Het leven van Noach
werd totaal veranderd door veertig dagen regen
·
Mozes werd totaal
veranderd door veertig dagen op de berg Sinai door te brengen
·
De verspieders
werden totaal veranderd doordat ze veertig dagen in het Beloofde Land
doorbrachten
·
David werd totaal
veranderd doordat hij veertig dagen lang door Goliath werd uitgedaagd
·
Elia werd totaal
veranderd toen God hem door middel van een enkele maaltijd veertig dagen
kracht gaf
·
De hele stad Nineve
werd totaal veranderd toen God de inwoners veertig dagen de tijd gaf om tot
inkeer te komen
·
Jezus ontving
kracht door een verblijf van veertig dagen in de woestijn
·
De discipelen
werden totaal veranderd door de veertig dagen die ze na Jezus opstanding
samen met hem doorbrachten.
Laten we de
voorbeelden nalopen. Hij begint met Noach. Noach werd tijdens de veertig
dagen in de ark niet gevormd noch voorbereid op zijn levensdoel. Noach
wandelde reeds lange tijd daarvoor met God. Hij was honderden jaren daarvoor
al geroepen om de ark te bouwen (zijn levenswerk) en in die tijd was hij
actief als prediker der gerechtigheid. We lezen niet dat er iets bijzonders
in het innerlijk leven van Noach gebeurde tijdens de veertig dagen regen.
Dan noemt
hij Mozes. Door de veertig dagen op de berg ontdekte Mozes echt niet het doel
van zijn leven. Hij was reeds daarvoor bezig met zijn door God gegeven
roeping om het volk van Israël uit Egypte te leiden. Zijn leven was
ingrijpend veranderd door zijn ontmoeting met God in de woestijn, bij het
brandende braambos. Zijn hele voorgaande leven kun je beschouwen als een
voorbereiding op zijn taak. We lezen niet dat er innerlijk iets bijzonders
met Mozes gebeurde tijdens zijn dagen op de berg. We zien ook geen duidelijk
verschil tussen Mozes voor en na zijn tijd op de berg.
Dan noemt
hij David. David wandelde reeds lang voordat hij Goliath ontmoette met God.
Hij vertelt hoe hij, voordat hij oog in oog met Goliath kwam te staan, met
Gods hulp, al wilde beesten had verslagen die het op de kudde voorzien
hadden. Hij had al geleerd om in vertrouwen op God te strijden. Hij
veranderde innerlijk niets door de veertig dagen voorafgaande aan het
verslaan van Goliath. Ook werd hem door die veertig dagen de roeping met zijn
leven niet duidelijk. Die duidelijkheid had hij al gekregen toen Samuel hem
tot koning zalfde (1 Samuel 16:11-13).
Vervolgens
noemt hij Elia. Ook daar lezen we niet dat Elia door die veertig dagen het
doel van zijn leven ontdekte. Hij wist daarvoor al precies wat God van hem
verwachtte. Het probleem was dat Elia de moed opgaf. God beurde hem weer op
en hij maakte zijn vervanger bekend. Elia stond toen niet aan het begin maar
juist aan het eind van zijn taak en bediening.
Dan noemt
hij de inwoners van Nineve. Die kwamen inderdaad tot inkeer gedurende de
veertig dagen. Tenslotte komt hij uit bij de Here Jezus en de discipelen. Hij
beweert dat de Here Jezus kracht ontving door een verblijf van veertig dagen
in de woestijn. Die kracht had Jezus echter daarvoor bij zijn doop in
de Jordaan al ontvangen toen de Geest van God op Hem neerdaalde. Jezus werd
niet veertig dagen in de woestijn geleid opdat hij kracht zou ontvangen, de
bijbel zeg dat Jezus in de woestijn werd geleid opdat Hij verzocht zou
worden. "Toen werd Jezus door de Geest naar de
woestijn gevoerd om verzocht te worden door de duivel" (Matth. 4:1)
Tenslotte
wijst Warren op de discipelen. Hij beweert dat de discipelen totaal veranderd
werden doordat ze na de opstanding veertig dagen met Hem doorbrachten. Ook
dit is niet juist. De grote verandering kwam door de opstanding en in het
bijzonder door de komst van de Heilige Geest. In die veertig dagen heeft de
Here Jezus hen wel verder toegerust. Maar met die toerusting was hij eerder
al drie jaar bezig geweest. Voor de start van de veertig dagen, ten tijde van
zijn hemelvaart, had de Here Jezus hen zijn plan voor hun leven, zijn doel
voor hun leven, al bekendgemaakt toen Hij hen het zendingsbevel gaf.
Er klopt
werkelijk niets van zijn zogenaamde bijbelse onderbouwing van zijn stelling
dat "steeds wanneer God iemand voor zijn doelen wilde voorbereiden Hij daar
veertig dagen voor nam". Een verbijsterend begin van het boek.
In de punten
1 t/m 10 die hierboven zijn besproken is reeds een aantal andere voorbeelden
van het verdraaien en tegenspreken van de Schrift gegeven.
Dan is er nog zijn gebruik van parafrase
vertalingen. Het hoofdbezwaar is dat een parafrase
vertaling eigenlijk de naam vertaling niet verdient. Het is in feite niet
meer dan een commentaar. Bij een parafrase vertaling vertaalt men niet zo
letterlijk mogelijk. Men vertaalt gedachte voor gedachte. De vertaler bekijkt
eerst de originele Hebreeuwse of Griekse tekst. Vervolgens denkt hij na over
wat de schrijver met zijn woorden bedoelde over te brengen. Hij interpreteert
de tekst. Als de vertaler de betekenis heeft gevonden, of denkt te hebben
gevonden, geeft hij die vervolgens in eigen woorden weer.
Voor
uitleg over parafrase vertalingen en de ernstige bezwaren ertegen,
klik hier.
In het
Nederlands zijn er niet zo veel parafrase vertalingen. Je hebt de Goed
Nieuws Bijbel en Het Boek, en eigenlijk is de zogenaamde NBV ( de
Nieuwe Bijbelvertaling) op veel plaatsen ook niet meer dan een parafrase
vertaling. In het Engels heb je veel meer parafrase vertalingen.
In het
originele Engelse boek citeert Warren het meest uit een omstreden parafrase
vertaling,
The Message van Pederson. Pederson is een vage figuur die in
christelijke New Age sferen verkeert. Het is een zeer beroerde parafrase.
Warren werkt, zoals al genoemd, ook rustig samen met New Age leraar Templeton.
Dit zijn de
ernstigste punten van zorg over het boek. Er is nog veel meer. Ik stip
hieronder nog enkele punten kort aan:
·
In het boek beveelt
Warren de lezing van zijn andere boek "Doelgericht gemeente" aan. In
"Doelgericht gemeente" propageert hij
een onbijbelse marketing aanpak van evangelisatie en gemeenteopbouw. Zo
zet het de lezers van Doelgericht Leven op dit gevaarlijke spoor.
·
In zijn boek stelt
Warren dat alle muziek voor God in orde is. Dat betekent dat b.v. hardrock
muziek ook voor God aanvaardbaar zou zijn.
·
In het boek wordt
niet afgeschermd tegen de mystiek. In de mystiek is men gericht op het
krijgen van directe godservaringen. Via allerlei onbijbelse technieken
probeert men directe godservaringen op te roepen. B.v. via visualisatie
(geleide verbeelding), repetitief gebed (het telkens weer herhalen van een
kort gebed) gaat men stemmen horen, beelden zien, dingen ervaren. Deze
technieken worden vooral via de boeken van bekende rooms-katholieke mystici
momenteel de evangelische beweging ingedragen. Warren zet zijn lezers op het
spoor van deze rooms-katholieke mystici. Hij spreekt b.v. positief over
Henri Nouwen , Johannes van het Kruis,
mother Theresa . Op pagina 307 beveelt Warren het bidden van
‘ademhalingsgebeden’ aan. Ademhalingsgebeden zijn bekend in de mystiek, op
het ritme van de ademhaling wordt telkens opnieuw een kort gebed
uitgesproken. Dit is een vorm van het repetitieve gebed waarover hierboven,
onder punt 5, reeds is gesproken in verband met Henri Nouwen. (Voor meer
informatie, klik op de link
mystiek. In het artikel "
De bijbel over geloof, gevoel, ervaringen en mystiek" wordt de ware
bijbelse spiritualiteit vergeleken met de onbijbelse pseudo-christelijke
spiritualiteit.)
Tenslotte,
voor we overgaan tot het formuleren van de conclusies, nog een opmerking over
de opgezwollen claims van het boek.
Op de eerste
bladzijde stelt Warren "dit boek is meer dan een boek; dit is de gids die u
tijdens een geestelijke reis van veertig dagen in staat zal stellen het
antwoord op de belangrijkste levensvraag te ontdekken: … Waarom ben ik in 's
hemels naam op aarde" (p. 9).
Van
bescheidenheid heeft Warren geen last. Het is volgens hem meer dan een boek,
het is een gids. Succes is verzekerd. Ik citeer "aan het eind van deze reis -
van veertig dagen - zult u weten wat Gods doel met uw leven is" (p. 9) en "De
komende veertig dagen zullen uw leven volkomen veranderen" (p. 10). Dat
ondersteunt hij vervolgens met zijn ongefundeerde verhaal over de veertig
dagen die God, volgens hem, altijd gebruikt als Hij iemand wil toebereiden
voor het doel van zijn leven. Warren heeft daarom zijn boek gegoten in een
vorm die geschikt is voor een geestelijke reis van veertig dagen. Zo verhoogt
hij de verwachting dat er wat zal gebeuren. Het stimuleert de verwachting
door de bijna magische bijzondere betekenis die hij aan een periode van
veertig dagen hecht.
Er staat
veel goed, en zelfs zeer goed, onderwijs in het boek. Ik noem b.v. dag 16
"Wat het allerbelangrijkste is" over het liefhebben van elkaar. Dat is
een zeer praktisch en goed hoofdstuk. Ook hoofdstuk 4 "Gemaakt om eeuwig
te blijven bestaan”. Dag 24 "Veranderen door de waarheid", dat
over de bijbel gaat, is zeer goed. En zo staat er nog meer goed onderwijs in
het boek.
Maar ondanks
dat is het toch een gevaarlijk boek. Het zet op tal van gebieden op het
verkeerde spoor. Mystiek, oecumene, de 'alleen positief' filosofie, de
bewering dat kritiek ten allen tijde fout is, het stimuleren van het gebruik
van parafrase vertalingen, een karikatuur van het karakter van God, etc. Het
boek is juist extra gevaarlijk doordat deze dingen zijn gemengd met goed en
soms zeer goed onderwijs. De lezers zullen gezegend worden door het goede
onderwijs en dat zal velen van hen er toe brengen om ook het slechte over te
nemen.
Het boek
bewerkt een hersenspoeling in de richting van het oecumenische, 'alleen
positief' christendom. Het draagt indirect, maar soms ook direct, deze
filosofie over.
Het maakt
hen die waarde hechten aan de leer (aan de theologie), die toetsen, die de
bijbelse opdracht tot afscheiding serieus nemen, verdacht als aanklagers van
de broeders.
Door
toetsing, kritiseren, af te wijzen en alle waakzaamheid op het gebied van de
leer te ondermijnen maakt het boek de christenen weerloos tegen de valse
leringen die op dit moment met kracht opkomen. Het maakt de geesten rijp voor
betrokkenheid in de komende wereldwijde oecumenische beweging die uit gaat
lopen op
de valse kerk uit de eindtijd .
Het is zeer
ernstig wat er gebeurt. Immers, gehele gemeenten gaan collectief deze weg op.
De waakzaamheid, het besef dat de gezonde leer belangrijk is, de bijbelse
opdracht tot afscheiding, inzicht in de eindtijd (de komende afval en de
valse kerk) zijn veelal nauwelijks aanwezig. Wat er nog van deze dingen
aanwezig was wordt nu door dit boek, tijdens de veertig dagen ervaring,
definitief weggevaagd en omgeturnd.
Het boek
geeft een theologische cursus in oecumenische vorming. Nooit kritiseren,
nadruk leggen op wat verenigd, het negeren van de bijbelse opdracht tot
afscheiding, het accepteren van rooms-katholieke mystici als medechristenen
waar we veel van kunnen leren, het volledig negeren van het bestaan van valse
leraren, valse leer, valse kerken. Het negeren van het bijbelse
eindtijdschema met de daarin voorzegde afval, grote verleiding en het
ontstaan van de valse eindtijd kerk, het relativeren van het belang van
theologische leerstellige kennis. Alle elementen zijn aanwezig. Dit is de
verborgen boodschap die het boek ook overdraagt.
Er is al
gewezen op de subtiele wijze waarop Warren te werk gaan. Halve waarheden,
waardoor het bijbelse onderwijs uit evenwicht wordt getrokken. Bewuste
selectie terwijl hij doet alsof hij het volledige bijbelse onderwijs over een
zaak geeft. Marginaliseren van bijbelse waarheden. Af en toe spreekt hij de
bijbel ronduit tegen. Het uithollen van bijbelse waarheden. Dingen beweren en
doen alsof er een bijbelse onderbouwing voor is die in werkelijkheid niet
bestaat (zie b.v. zijn stelling over de 40 dagen). Het propageren van
parafrase vertalingen waardoor het onmogelijk is om nauwkeurig te controleren
wat er staat. Zoals Warren geregeld met de bijbel en met bijbelse waarheiden
omgaat is zeer kwalijk.