|
|
"De Heere stuurde
welbewust de watervloed"
APELDOORN - De catastrofale gebeurtenissen
in Zuidoost-Azië zijn geen toeval. Dat is de vaste overtuiging van veel
protestanten in de getroffen landen. De Thaise ds. Saengkong uit Bangkok: "God
stuurde welbewust de watervloed. Het gaat erom dat we Zijn hand opmerken en de
betekenis gaan begrijpen."
Behalve de baptistengemeente in Bangkok
dient ds. Saengkong een evangelisatiepost in Phuket. Vooral daar heeft hij in de
achterliggende week gezien welke schade de tsunami heeft aangericht. Van zijn
eigen gemeente kwam niemand om. "Een groot wonder, want in Phuket zijn juist
veel doden te betreuren." Wel is hij in zijn familiekring geconfronteerd met
rouw over omgekomenen. Een zwager en twee neven verdronken.
"Waarom zou God juist christenen gespaard hebben?" vraagt de baptistenvoorganger
zich af. "Niet omdat ze beter zijn dan niet-christenen. Maar omdat ze van God de
taak hebben om anderen te vertellen van de boodschap van redding. Die is in deze
omstandigheden ontzettend belangrijk."
Voor ds. Saengkong is het geen punt van discussie: de Heere stuurde en bestuurde
de watervloed. "We zijn geen primitieve natuurvolken. Die geloven dat de mens de
prooi kan worden van ongrijpbare natuurmachten. We zijn ook geen moslims die
zich gewillig onderwerpen aan de grillen van het fatum, het noodlot. Nee,
christenen geloven dat God de wereld onderhoudt en naar Zijn wijs beleid ook
bestuurt. Zijn daden zijn voor ons vaak onbegrijpelijk. Dat zegt de Bijbel ook.
Maar het geeft wel houvast dat het totale wereldgebeuren vastligt in Zijn hand
en Hem niet ontglipt. We moeten bidden of we de bedoeling van de Heere mogen
verstaan."
De christenen in Thailand zijn er volgens ds. Saengkong van overtuigd dat de
Heere met de zeebeving enerzijds Zijn toorn over de zonden heeft willen tonen en
tegelijk de volken in Zuidoost-Azië en in de wereld heeft willen opwekken tot
bekering. "Mensen willen dat vaak niet onder ogen zien. Maar behalve dat God
barmhartig is, is Hij ook rechtvaardig. Hij kan de zonde niet gedogen. En die
straft Hij. Dat moeten we niet willen ontkennen. De christenen hier doen dat
nauwelijks. Terwijl toeristen, die christen zijn, daar wel vraagtekens bij
zetten. Buitenlanders zeggen dat we de vraag naar Gods bedoeling met deze ramp
maar moeten laten liggen. Het lijkt wel of ze daar niet meer aan willen, omdat
zij alleen maar van Gods liefde willen weten. En dan nog een heel bepaald soort
liefde. Want een vader die alleen maar aardig is voor zijn kinderen en hen nooit
straft, is geen echte vader."
Ds. Wesley Simmons van de Greater Grace Church in Bangkok bevestigt dat de
autochtone christenen in Thailand er vast van overtuigd zijn dat de ramp een
direct oordeel is over de zonden van hun land. "Een oude christen zei me deze
week: "Dominee, het is toch wel opvallend dat Indonesië, Sri Lanka en Thailand
tot de zwaarst getroffen gebieden behoren. In elk ervan is er veel
ongerechtigheid die God jarenlang heeft aangezien. In Indonesië woedt het
conflict rond Atjeh, in Sri Lanka zijn er de Tamil-twisten en het getroffen deel
van Thailand was voor buitenlanders een oord waar ze vooral kwamen vanwege de
(kinder)prostitutie. Juist rond Kerst komen veel Europeanen hier hun genoegen
halen. En nu heeft God daarin geblazen." En dat is niet de beleving van een
enkeling. Zo ervaren de meeste christenen het hier."
"Niet elke christen denkt dat de Heere ons deze ramp zond vanwege de
Tamil-oorlog, maar velen wel", zegt een woordvoerder van het kerkelijk bureau
van de Reformed Church of Sri Lanka. "Unaniem leeft hier het besef dat de Heere
ons met deze geweldige natuurramp tot verootmoediging wil brengen. Of het nu om
de bloedige strijd van de Tamils gaat, of dat er andere zonden zijn. We hebben
een berg aan zondeschuld en we verdienen het oordeel. Dat God ons persoonlijk
nog spaarde en opmerkelijk veel christenen beschermde, betekent niet dat we geen
oordeel hebben verdiend."
In de dienst van oudejaarsavond die de Srilankaanse christen bijwoonde, was het
buigen onder God het centrale thema. De preek ging over 1 Petrus 5:6 "Vernedert
u dan onder de krachtige hand Gods, opdat Hij u verhoge te zijner tijd."
De lutherse bisschip ds. Burju Purba is verantwoordelijk voor de Indonesische
kerkprovincie Noord-Sumatra, waar het zwaar getroffen Atjeh in ligt. Er zijn
weinig leden van zijn kerk onder de slachtoffers. "In de getroffen regio wonen
betrekkelijk weinig christenen. Maar natuurlijk wordt er in de kerken wel over
de ramp gesproken. Ja, en niemand discussieert over de vraag of deze van God
komt. Daarvan is ieder overtuigd. We hebben gisteren gebeden of de Heere ons
genadig wil zijn en wil helpen in deze moeilijke dagen."
Ook in India hebben de kerkdiensten van de afgelopen dagen in het teken van
verootmoediging gestaan. De algemeen secretaris van de All India Christian
Council, John Dayal, heeft midden vorige week de lidkerken ertoe opgeroepen
zondag in de kerkdiensten niet alleen te rouwen om de slachtoffers, maar vooral
ook tegenover de Heere schuld te belijden over de zonden en dankbaarheid te
tonen dat Hij nog spaarde.
"Mensen kunnen blijven redeneren. Sommigen vragen zich waarom juist deze regio
zo zwaar getroffen is, terwijl elders op de wereld de zonden niet minder zijn.
Ik heb gisteren in de preek gezegd dat ik ook niet alles begrijp. Dat ik ook
mijn vragen heb. Maar ik heb gisteren toch geprobeerd dat debat een wending te
geven. In de preek heb ik de gemeente gevraagd: "Welke patiënt met een ernstige
kwaal is beter af? Hij wiens dokter het mes diep in het vlees zet, of degene
tegen wie de arts niets zegt en hem met de kwaal verder laat leven?""
Ds. Dayal erkent dat daarmee het leed van de slachtoffers niet is opgelost. "Het
verdriet is groot. Onpeilbaar. Zeker ook als we denken aan de arme vissers langs
de kusten. Velen zijn omgekomen of zijn hun broodwinning kwijt. Een groot deel
van hen is christen. Maar we moeten onze handen die nat zijn van onze tranen
vouwen om te bidden om hulp en troost in plaats van dat we onze handen tot
vuisten ballen. En vervolgens moeten we de handen ineenslaan. Het gaat er niet
alleen om te erkennen dat de Heere met natuurrampen Zijn oordelen zendt. Het
gaat er ook om dat we iets met die correctie doen. Buigen, bidden en betonen dat
we met hoofd en hart christen zijn. Liefde bewijzen aan allen die in nood zijn.
En die zijn er na de ramp ontzettend veel."
Bron: Reformatorisch Dagblad
|
|