| You are: Home agp Bijbelstudies agp Bijbelstudie & Overdenkingen agp Bijbelstudies - Adventistisch Erfgoed | ||
|
De deerde Engelboodschap
A.T. Jones.
Het evangelie Christus is de kracht Gods, Christus is de wijsheid Gods, Christus is de ondoorgrondelijke rijkdom van God, en Christus is het leven van God. Dat is wat wij moeten verkondigen. Wat is dit alles in een woord samengevat? Het Evangelie. Wat is het verkondigen van het evangelie? Het is het verkondigen van het geheimenis van God, en dat is Christus in de mens de hoop der heerlijkheid. Wat anders heeft God aan ons gegeven om aan de wereld te geven dan “het eeuwig evangelie om dat te verkondigen aan alle volk en stam en taal en natie”? Openb. 14: 6. Is dit niet waar de boodschap mee begint? En wanneer de mensen het eeuwig evangelie niet willen ontvangen, noch Hem willen aanbidden die de hemel en de aarde en de waterbronnen gemaakt heeft – wie aanbidden zij dan? Het beest en zijn beeld. “Babylon is gevallen, is gevallen.” De derde engel boodschap zegt dat zij het beest en zijn beeld zullen aanbidden. De mensen zullen óf het beest en zijn beeld aanbidden, óf God aanbidden. Dat staat vast. De drie boodschappen zijn gewoon één drievoudige boodschap. In een speciaal getuigenis, “Aan Broeders in verantwoordelijke posities” blz. 15 lezen wij: “Terwijl u de banier van de waarheid stevig vasthoudt en de wet van God verkondigt, laat iedere ziel eraan denken dat het geloof van Jezus verbonden is met de geboden van God. De derde engel wordt voorgesteld als vliegende in het midden des hemels, een zinnebeeld van het werk van diegenen die de eerste de tweede en de derde boodschap verkondigden; allen zijn met elkaar verbonden.”
Het eeuwige evangelie is waar het mee begint en het is het ene wat allen hebben en waar al deze boodschappen over gaan.
De apostolische gemeente -
een voorbeeld De Joodse kerk is een illustratie van de situatie waar wij ons ook in bevinden. De kerk van die tijd keerde God de rug toe en verbond zich met Caesar om Christus uit de weg te ruimen en hun eigen plannen uit te voeren met betrekking tot Hem. In die tijd riep de Here allen die Hem wilden gehoorzamen, allen die Hem wilden dienen, uit die kerk en natie voordat die natie werd vernietigd. Hij deed dit werk door enkele discipelen die in Jezus geloofden toen Hij opvoer naar de hemel. Zij waren drie en een half jaar met Jezus geweest. Zij hadden gepredikt. Zij hadden zelfs wonderen gedaan in Zijn naam. Hij had hen uitgezonden om te verkondigen: “Het Koninkrijk des hemels nabijgekomen.” Hun boodschap was zo belangrijk dat wanneer een plaats hen niet wilde ontvangen, zij stof van hun voeten moesten afschudden voordat zij weggingen. Maar voordat zij het evangelie konden verkondigen dat Hij hun gegeven had, zei Hij eer Hij naar de hemel opvoer: “En zie, Ik doe de belofte mijns Vaders op u komen. Maar gij moet in de stad blijven, totdat gij bekleed wordt met kracht den hoge.” Lucas 24: 49.
Hoe veel macht was er tegen hen en boodschap die zij moesten verkondigen aangewend? Al de macht van de wereld. Want de kerk van God, de belijdende kerk van God, hele natie had zichzelf aan Caesar verbonden, wiens macht de hele aarde vulde. Al de macht van de wereld was tegen hen verenigd. De belijdende kerk en de natie van God hadden zich met macht verbonden en hadden zich tegenover God en de naam van Christus opgesteld. En toch moesten zijn discipelen uitgaan en die naam verkondigen en die persoon, die zij hadden gekruisigd en degene die zij hadden getracht uit de wereld en de geest van de mensen weg te nemen; en dat alleen geloof in Zijn naam hen kon redden. Zij moesten dit verkondigen tegenover al de macht die de wereld toen kende.
Niet lang, ongeveer twaalf dagen of twee weken, voordat Jezus hen dit vertelde was Petrus bang voor een meisje en ontkende hij dat hij Christus kende. Er was een meisje dat zei: “Ik zag je met die Galileër.”“Nee, dat is niet waar; Nee, ik ken Hem niet.” Hij kwam wat dichter bij het vuur en zij kon hem nog wat beter zien en ze zei: “Jij bent een van hen.” Nee, dat is niet waar; Nee, ik heb Hem nooit gekend.” En om het te bewijzen vloekte hij. Was hij bereid om tegenover al de macht in de wereld te staan? Nee. Hij moest een soort leven kennen, en vasthouden aan iets, waar een meisje hem niet van kon afschrikken, voordat hij tegenover de wereld kon staan. En Jezus heeft tegen hen allen gezegd: “Gij zult allen aan Mij aanstoot nemen in deze nacht.” – “Nee, dat zullen wij niet doen,” zeiden ze allemaal; en Petrus zei: “Al zouden allen aanstoot aan U nemen, ik nooit.” Zo spraken ook al de discipelen. Matt. 26: 3 1-35. Maar zij verlieten Hem toch.
Kracht uit de hoge Zo zien wij dat voor zover het hen en hun werk betreft en voor zover het de macht die tegenover hun werk stond betreft, wij in precies dezelfde situatie zijn als zij ten tijde van de hemelvaart van Jezus. Wij staan precies op dezelfde plaats waar al de macht van deze aarde tegen de boodschap is verenigd die wij aan de wereld moeten geven, en daarom moeten wij net zoals zij begiftigd worden met kracht van omhoog. Toen Jezus naar de hemel voer, zei Hij: “Gij zult kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over u komt.” Hand. 1: 8.
Waarop moesten zij wachten? Op de Heilige Geest. Wat zou Hij hen brengen? De kracht. Wat zou hen met die kracht begiftigen? De Heilige Geest. Het Woord van God vertelt ons dat wij hetzelfde zouden moeten doen als de discipelen; wij zouden ons in groepen moeten verzamelen en bidden om de Heilige Geest. Het duurde tien dagen waarin zij God vroegen om hen in die toestand te brengen waar zij krachtig gebed konden opzenden en datgene ontvangen waar zij om vroegen, omdat zij het vroegen in dat standvastige geloof, dat zou ontvangen waar om was gevraagd.
Wanneer het volk van God, ieder voor zichzelf, om de Heilige Geest vraagt met heel zijn hart, dan zal van menselijke lippen het getuigenis worden gehoord: “Ik zag een andere engel, die grote macht had, nederdalen uit de hemel, en de aarde werd door zijn lichtglans verlicht,” en, “Gebeden stijgen dagelijks op voor de vervulling van deze belofte” om met kracht begiftigt te worden. Wij hebben het woord van God dat gebeden dagelijks opstijgen. Zijn uw gebeden daarbij? Zijn mijn gebeden daarbij? De dag zal komen wanneer het laatste gebed dat nodig is om de zegen te brengen, opgestegen zal zijn. Wat dan? Het zal komen. De stortvloed zal losbarsten en de Heilige Geest zal uitgestort worden zoals met Pinksteren. Maar let op, er staat “terwijl gebeden dagelijks opstijgen tot God” om zijn belofte, “niet één van die gebeden, in geloof gebracht, gaat verloren.” Hier is de zaligheid van die belofte. Wanneer God ons zegt om voor iets te bidden, opent dat de deur wijd voor ons om voor datgene te bidden met volkomen vertrouwen dat we het zullen ontvangen. Wat is Zijn Woord voor ons? Dat niet één van die gebeden in geloof gebracht, verloren gaat.
Vandaag of morgen zal het laatste gebed daar heen gezonden worden en de zegen zal worden uitgestort. Wie zal het ontvangen? Diegenen wiers gebeden ervoor naar God zijn opgestegen. Het maakt niet uit of die man zich in het midden van Afrika bevindt en de uitstorting hier in Battle Creek is, hij zal het toch ontvangen, want door onze gebeden is het kanaal geopend tussen ons en de bron van de zegen en als wij het kanaal open houden door onze gebeden wanneer de Geest wordt uitgestort, zal het de plaats bereiken waar de gebeden vandaan komen, omdat het kanaal open is.
Onze voorbereiding Ik wil een woord uit “Gospel Workers” voorlezen, dat heel duidelijk hierover spreekt. “Zij wachtten in de verwachting van de vervulling van Zijn belofte en baden vurig. Dit is precies de handelwijze die gevolgd moet worden door diegenen die een aandeel hebben in het werk van het verkondigen van de komst van de Heer in de wolken des hemels, want er moet een volk voorbereid worden om staande te blijven op de grote dag van God. Hoewel Christus de belofte aan Zijn discipelen had gegeven dat zij de Heilige Geest zouden ontvangen, nam dit de noodzaak van gebed niet weg.” (blz. 370, 371). Maar natuurlijk niet. Dat maakt de weg tot gebed open. Wanneer God iets niet beloofd heeft, mag ik er dan voor bidden? Nee, omdat wij moeten vragen volgens Zijn wil. Maar wanneer God wel beloofd heeft, zou ik dan iets anders moeten doen dan bidden? Dat is het mooie ervan. “Zij baden des te vuriger; zij bleven eensgezind bidden. Zij die nu bezig zijn in het ernstige werk om een volk voor te bereiden voor de komst van de Heer, moeten ook voortdurend blijven bidden. De eerste discipelen waren ook eensgezind. Zij hadden geen denkbeelden, geen eigenaardige theorie naar voren te brengen over de manier waarop de zegen zou komen.” Dat laatste is ook voor ons geschreven. Wij moeten geen eigenaardige theorieën hebben over de manier waarop het zal komen. Wanneer iemand begint te zeggen: “Het komt zoals op de pinksterdag; het geluid en de ruisende krachtige wind zal zus of zo zijn; de tongen van vuur zullen er zo uitzien enz.” en het zo vaststelt en zegt:
“Dat is de manier waarop het de volgende keer gaat komen en zo zal ik ook weten wanneer het komt.” Degene die dit op zo’n manier wil vastleggen, zal het nooit ontvangen. Wat de discipelen nodig hadden, is hun harten in orde brengen voor God en zij hadden niets te maken met hoe God zijn beloften zou vervullen. En dat is precies wat wij nodig hebben en het heeft niets met ons te maken hoe de Here zijn beloften zal vervullen. Hij is niet van plan ons toe te staan om Hem iets voor te schrijven en te zeggen: “De Heilige Geest moet op die manier komen anders is het de Heilige Geest niet.” Als u er dus een theorie over gehad hebt, doe die dan vandaag nog weg. Wij hebben het recht niet om in onze gedachten de manier te regelen waarop de Here de dingen zal gaan doen. Dat was hun toestand en dat is onze toestand en net zo zeker als de belofte aan hen vervuld werd, zo zeker zal het vervuld worden aan hen die nu bidden om hetzelfde. Wij weten niet hoe lang het zal duren.
Het geheimenis van God gepredikt
Nog iets anders. Zij moesten prediken. Wat moesten zij prediken? Het evangelie. En Paulus beschrijft het evangelie steeds weer als het geheimenis van God dat verborgen was gedurende eeuwen en geslachten en dat nu geopenbaard werd aan Zijn heiligen. Zij predikten dat evangelie, dat geheimenis van God; en wat is dat? “Christus in u de hoop der heerlijkheid,” Christus de kracht Gods en de wijsheid Gods, de ondoorgrondelijke rijkdom van God. “Christus, en Die gekruisigd.” Dat is wat het was en niets anders dan dat.
En Paulus beschreef het in 2 Korintiërs 6: 10: “als niets hebbend en toch alles bezittend.” Ziet u niet de armzalige, armoedige to stand van de mens die vasthoudt aan wat hij in zijn handen heeft in deze wereld? Ziet u niet de armzalige, armoedige toestand van die Zevendedags Adventist die nu wil vasthouden aan wat hij in deze wereld heeft? Hij moet meer dan dat hebben anders zal hij nooit door de tijd van benauwdheid komen. Maar wanneer we alles loslaten en onszelf als niets beschouwen, wat dan? Wat zullen we dan hebben? Dan kunnen zij niets van ons afnemen. Van de mensen die in die toestand zijn kan niets worden afgenomen. Zij kunnen geen kracht van ons afnemen. Zij kunnen niet het karakter van ons afnemen. Dan kunnen zij ook niet onze rijkdom van ons afnemen. En zij kunnen ons leven niet van ons afnemen, want Christus is ons leven en zij kunnen Hem niet van ons afnemen. Wanneer wij dus in die toestand zijn hebben wij de overwinning over de wereld en al zijn macht.
Nu een andere uitspraak in hetzelfde verband. “Als niets hebbend en toch alles bezittend. Als arm, maar velen rijk makend.” Dat is ons werk in de wereld. mensen rijk maken. Net zoals Jezus arm werd opdat wij rijk gemaakt mochten worden, zo moeten wij arm worden opdat velen rijk mogen worden. Wanneer wij dus Christus hebben, alleen Christus, niets anders dan de ondoorgrondelijke rijkdom van Christus, kunnen wij een ieder rijk maken die de vrije gave van de rijkdom wil aannemen.
Zij predikten het geheimenis van God “Christus in u de hoop der heerlijkheid.” Maar er ontstond een ander geheimenis. Het begon zich te vertonen terwijl zij predikten. Het geheimenis dat zij moesten verkondigen “was van eeuwen her verborgen gebleven”. Nu werd het geopenbaard in de wereld als nooit tevoren. Maar terwijl zij dat geheimenis verkondigden, verscheen de werking van een ander geheimenis en dat geheimenis der ongerechtigheid verscheen en verborg het geheimenis van God opnieuw. Nadat de apostelen stierven verhief zich dat geheimenis van ongerechtigheid en verspreidde zich over de gehele wereld en verborg het geheimenis van God van eeuwen her opnieuw. Maar wanneer wij bij Openbaring hoofdstuk 10 komen, zien wij daar een engel die met één voet op de zee staat en de andere op de aarde en hij roept met luider stem: “En hij zwoer bij Die, die leeft in alle eeuwigheid, die de hemel geschapen heeft en hetgeen daarin is, en de aarde en hetgeen daarin is, en de zee en hetgeen daarin is, dat daar geen tijd meer zal zijn; maar in de dagen der stem des zevenden engels, wanneer hij bazuinen zal, zo zal de verborgenheid Gods vervuld worden.” (vers 6,7 SV)
Het zou al lang vervuld moeten zijn. De “Getuigenissen” hebben ons dat verteld. Maar door ons talmen, onze nalatigheid, onze traagheid om God te geloven is het niet vervuld. Maar toch zei hij dat het vervuld zal worden. Dank de Heer dat het vervuld zal worden. Het punt is dat wanneer de stem van de zevende engel zal beginnen te klinken, het geheimenis van God uitgaat naar de wereld. Wat is dat? “Christus in u, de hoop der heerlijkheid.”Dat is het eeuwige evangelie, dat is de derde engelboodschap. Ziet u dat God vastgesteld heeft dat de derde engelboodschap, het geheimenis van God, zal zegevieren over het geheimenis van ongerechtigheid. Net zo zeker als het geheimenis van ongerechtigheid de aandacht van de wereld heeft vastgehouden, en de blik van de naties naar zich heeft toegetrokken en de verbazing van mensen, zo zeker zal het geheimenis van God de aandacht van de naties trekken en de verbazing van mensen.
Het voorbeeld in het boek Joël
Laat ons nu het tweede hoofdstuk in Joël bestuderen. Vers 1 tot en met 11 is een beeld van de komst van de Heer. In Getuigenissen voor de Gemeente deel 1, bladzijde 180, is een hoofdstuk over de schudding en daarin is de verwijzing waarop deze gedachte gebaseerd is. Het is van toepassing op de tijd van de schudding, en de schudding is de voorbereiding voor de luide roep. Blaast de bazuin op Sion en maakt alarm op mijn heilige berg! Dat alle inwoners des lands sidderen, want de dag des Heren komt. Want hij is nabij! Een dag van duisternis en van donkerheid, een dag van wolken en van dikke duisternis. Als morgenrood uitgespreid over de bergen, is een talrijk en machtig volk; desgelijks is er van ouds niet geweest en zal er na hem niet meer zijn tot de tijd der verste geslachten. Voor hem uit verteert een vuur en achter hem laait een vlam; als de hof van Eden is het land vóór hem, en achter hem is het een woeste wildernis; en ook is er aan hem niet te ontkomen. Zijn aanblik is als die van paarden; als rossen rennen zij. Als ratelende wagens op de toppen der bergen springen zij; als het geknetter van een vuurvlam, die stoppelen verteert; als een machtig volk, in slagorde geschaard tot de strijd. Voor zijn aangezicht beven de volken: alle gezichten verbleken van angst. Als helden rennen zij, als krijgslieden beklimmen zij de muur, en zij gaan voort, ieder op zijn eigen wegen; zij lopen niet door elkander heen, en de een verdringt de ander niet; iedere strijder gaat zijn eigen weg, en tussen de wapens door dringen zij voort; zij laten geen bres in hun rijen ontstaan. Zij stormen op de stad aan; zij rennen op de muur; zij klimmen in de huizen; zij komen door de vensters als een dief. Voor hun aangezicht siddert de aarde, beeft de hemel; de zon en de maan worden zwart en de sterren trekken haar glans in. En de Here verheft zijn stem voor zijn strijdmacht heen, want zijn leger is zeer talrijk; want machtig is het leger dat zijn woord volbrengt; want groot is de dag des Heren en zeer geducht! Wie zal hem verdragen?” De parallel is Openbaring 19: 11-18.
“Maar ook nu nog luidt het woord des Heren: Bekeert u tot Mij met uw ganse hart, en met vasten en met geween en met rouwklacht. Scheurt uw hart en niet uw klederen en bekeert u tot de Here, uw God. Want genadig en barmhartig is Hij, lankmoedig en groot van goedertierenheid, berouw hebbende over het onheil. Wie weet, of Hij Zich niet wendt en berouw heeft en een zegen achter Zich laat overblijven, tot een spijsoffer en een plengoffer voor de Here uw God.”
Wie van ons weet dat wanneer iemand de Here zoekt met heel zijn hart of de Here Zich al dan niet wendt en een zegen achter laat? Als wij weten dat het zo is, laat ons dat dan doen. Hier is al de aanmoediging in de wereld. Zo zeker als wij weten dat Hij dat zal doen, is er niets wat ons in de weg staat om Hem te zoeken met heel ons hart, omdat wij weten dat Hij ons de zegen zal geven. “Blaast de bazuin op Sion, heiligt een vasten, roept een plechtige samenkomst bijeen. Vergadert het volk, heiligt de gemeente, roept de ouden bijeen, vergadert de kinderen en de zuigelingen; de bruidegom trede uit zijn kamer en de bruid uit haar bruidsvertrek.” Hoeveel mensen in Sion omvat dat? Het volk, de gemeente, de kinderen, de ouden, de zuigelingen, de bruidegommen en de bruiden. Hoeveel worden er geroepen? Allen! Waartoe worden wij geroepen? De Here te zoeken met geheel ons hart. Laten wij het dan ook doen. Wij leven nu in die tijd.
“Laat de priesters, de dienaren des Heren, tussen de voorhal en het altaar wenen en zeggen: Spaar, Here, uw volk en geef uw erfdeel niet prijs aan de smaad, zodat de heidenen met hen zouden spotten. (de heidenen over hen zouden heersen SV). Waarom zou men onder de volken zeggen: Waar is hun God?”
De sabbat, een gedenkteken voor God
Hebben de heidenen de dingen niet in hun eigen handen, zodat zij van plan zijn om over ons te heersen? En zij zijn van plan om de Sabbat van de Here weg te doen en over de wereld te regeren.
Op bladzijde 17 van het getuigenis “To Brethren in Responsible Positions” lezen wij de volgende woorden: “De valse sabbat zal afgedwongen worden door een onderdrukkende wet. Satan en zijn engelen zijn klaar wakker en intens bezig, terwijl zij met kracht en volharding werken door menselijke instrumenten om zijn plan van het uitroeien van de kennis van God tot stand te brengen.”
Waarvan is de sabbat een teken? Dat Hij de Here onze God is en de Here die zijn volk heiligt. Wanneer dus het teken waardoor Hij gekend is bij zijn volk, weggenomen wordt, nemen zij Hem weg van de kennis van het volk. En dat is wat zij willen. Ik heb gelezen: “Gods gedenkteken is neergehaald en een valse sabbat staat daarvoor in de plaats voor de wereld.” Alle macht van de wereld is nu ingeschakeld voor die zaak. Op die manier zijn zij van plan om de kennis van God uit de wereld weg te vagen. Daarom is het nodig dat wij de Here zoeken met heel ons hart, opdat de heidenen niet over ons zullen heersen.
God neemt het op voor Zijn volk
Laat ons nu zien wat Hij zal doen:
“Toen nam de Here het op voor zijn land en Hij kreeg medelijden met zijn volk. De Here antwoordde zijn volk: Zie, Ik zal u koren, most en olie zenden, zodat gij daarmede verzadigd wordt.” Wat zal de Here zenden? Wat is de “olie”? “Vreugdeolie in plaats van rouw.”“Vreugde in de Heilige Geest.” Wat is de “most”? De most is wijn.
“Wijn, die het hart van de mensen verheugt.” Hij zal blijdschap geven. En wat is “koren”. De tarwe, het graan, waarvan ons brood wordt gemaakt om het leven te onderhouden en kracht te geven. Hij zal ons dus ook kracht geven. Dank de Heer, Hij zal ons kracht en vreugde en blijdschap zenden.
Maar tot wie zal Hij het zenden? Wanneer zal Hij het zenden? Wanneer het volk vergaderd is en de gemeente verzameld, de kinderen, de zuigelingen, de oudsten, de bruidegommen, de bruiden en de dienaren. Wanneer wij verzameld zijn zoals de getuigenis zegt “in groepen” die God zoeken met hun hele hart, dan is het dat Hij zal doen wat Hij zegt.
Het is een geweldig iets wanneer de Here belooft dat wij verzadigd zullen zijn met wat Hij zal geven. Het is niet naar onze mate. Met hoeveel is God tevreden dat wij verzadigd zullen zijn? Met niets minder dan alles wat Hij heeft, want Hij gaf ons dat in Jezus Christus en Hij wil niet dat wij terugdeinzen voor alles wat Hij heeft.
“Ik zal u niet meer prijsgeven tot een smaad onder de volken. Ik zal van u wegdrijven die uit het Noorden en hem verjagen naar een dor en woest land, zijn voorhoede naar de oostelijke zee en zijn achterhoede naar de westelijke zee, en zijn stank zal opstijgen, want hij heeft grote dingen gedaan.” Wie heeft grote dingen gedaan? Wie heeft al de macht van de wereld in zijn handen? Satan.
Hij is het die denkt dat hij grote dingen gaat doen. Laat ons nu zien wat de Here juist dan zal doen. “Vrees niet, o land, jubel en verheug u, want de Here heeft grote dingen gedaan.” Wij zouden de meest blije mensen in de wereld moeten zijn omdat Satan grote dingen moet doen, want het volgt onvermijdelijk dat wanneer Satan grote dingen moet doen, God zulke grote dingen doet, dat Satan zich tot het uiterste moet inspannen om zijn invloed te behouden. Maar zelfs dan kan hij zijn invloed niet behouden, ook al heeft hij er zich voor de wereld en de naties op beroemd dat hij alle macht heeft. Zijn toestand wordt zo wanhopig dat hij tenslotte zelf moet komen. Maar wij kunnen ons meer dan ooit verheugen, want dan komt Jezus zelf. Maar wanneer is het dat de Here grote dingen zal doen? Wanneer Satan grote dingen zal doen.
“Vreest niet, gij dieren des velds, want de weiden der woestijn groenen, want het geboomte draagt zijn vrucht, vijgeboom en wijnstok geven hun rijkdom. En gij, kinderen van Sion, juicht en verheugt u in de Here, uw God!” Waarom zouden wij ontmoedigd zijn? Wat voor zin heeft dat? Jezus zei: “Heft uw hoofden omhoog!” en hier staat: “jubel en verheug u” en dan staat er opnieuw “kinderen van Sion juicht en verheugt u in de Here, uw God.” Laat ons dat doen. Ik zeg u broeders, dat ik niet weet hoe ik iets anders kan doen dan mij verheugen, want de Here gebiedt het mij. En dit is net zoveel het Woord van God als enig ander deel van het Woord van God. En de scheppende kracht is in deze woorden precies even veel als in enig ander om de vreugde en de jubel daar te brengen. Het is vreugde in de Here.
De vroege en de late regen
“Want Hij geeft u de leraar ter gerechtigheid; ja, regenstromen laat Hij voor u nederdalen, vroege regen en late regen, zoals voorheen.” (Hij laat de regen overvloedig op je neerdalen, vroege regen en late regen, elk op de juiste tijd. NBV).
Was Pinksteren overvloedig volgens wat God ging doen? Ja, Hij gaf de vroege regen overvloedig. Maar er zal een dubbele hoeveelheid zijn in deze tijd. Als dat overvloedig was, wat zal dit dan zijn? Wij kunnen ons niet voorstellen wat dat was. Laat ons lezen deel 4, blz. 611.
“De Advent beweging van 1840-44 was een heerlijke openbaring van de kracht van God en de boodschap van de eerste engel werd naar iedere zendingspost in de hele wereld gebracht. In sommige landen was er de grootste godsdienstige belangstelling die gezien werd in welk land ook sinds de Hervorming van de zestiende eeuw, maar dezen zullen ver overtroffen worden door de machtige beweging onder de waarschuwing van de derde engel.”
Nog een getuigenis dat nog nooit gedrukt is zegt dat het net zo plotseling zal komen als in 1844 en met “tien keer de kracht”.
Maar over Pinksteren lezen we in deel 4 nog het volgende: “De profetieën die in vervulling gingen bij de uitstorting van de vroege regen aan het begin van de evangelieverkondiging, zullen opnieuw in vervulling gaan in de late regen bij haar afsluiting.”
Ziet u er zijn profetieën die alleen betrekking hebben op de late regen, maar de profetieën die betrekking hebben op de vroege regen zullen ook in vervulling gaan, bij het geven van de late regen. Zo ziet u dat het dubbel zal zijn.
“Hier zijn de tijden van verademing waar de apostel Petrus naar uitkeek toen hij zei: “Komt dan tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden, opdat er tijden van verademing mogen komen van het aangezicht des Heren, en Hij de Christus, die voor u tevoren bestemd was, Jezus, zende.”
Betekent dit dat wij berouw zullen hebben en tot bekering zullen komen? “Nou,” zal iemand zeggen, “ik ben twintig jaar geleden tot bekering gekomen.” Goed, maar wees nu ook bekeerd. Ik kwam negentien jaar geleden tot bekering, maar dat betekent niets als ik niet nu bekeerd ben. Het heeft geen enkele zin om te zien op die tijd. Iemand zegt:
“Bedoelt u dat ik niet bekeerd was toen.” Nee dat bedoel ik helemaal niet. Ik bedoel dat wanneer u vertrouwt op die bekering ‘toen’, het niets betekent. Als u niet meer weet hoe u berouw kunt hebben, neem dan slechts Jezus Christus aan en u zult het weten. Ieder mens die de Here Jezus Christus aanneemt is een nieuw schepsel.
“De dorsvloeren zullen vol koren zijn en de perskuipen van most en olie overstromen. Ik zal u vergoeden de jaren, toen de sprinkhaan alles opvrat, de verslinder en de kaalvreter en de knager, mijn groot leger dat Ik op u afzond. Gij zult volop en tot verzadiging eten, en gij zult loven de naam van de Here, uw God, die wonderbaar met u gehandeld heeft; mijn volk zal nimmermeer te schande worden.” Prijs de Heer. Zij zullen ons te schande maken en ons uitschelden; zij zullen ons tot het vuilnis en het uitschot van de aarde maken, de verachten van de verachten, maar God heeft gezegd: “Mijn volk zal nimmermeer te schande worden.” En dat is precies wat het betekent. Maar daar houdt het niet op. Hij zegt opnieuw:
“Dan zult gij weten, dat Ik in het midden van Israël ben, en dat Ik, de Here, uw God ben, en niemand anders; mijn volk zal nimmermeer te schande worden.”
Is er iets wat de Here niet in dat hoofdstuk gelegd heeft voor ons. Zie de bemoediging, de gelukzaligheid, de beloften! En als het nodig is voor Hem om te herhalen dat “wij nimmermeer te schande zullen worden”, dan betekent dat welbeschouwd dat het de bedoeling van alles op aarde zal zijn om ons te schande te maken. Maar God heeft zijn woord gegeven dat het niet zal gebeuren en wij zullen nimmermeer te schande worden.
De verlossing
“Daarna zal het geschieden, dat mijn Geest zal uitstorten op al wat leeft, en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zulenl dromen dromen; uw jongeling zullen gezichten zien.” Dank de Here, Hij zal niet langer tevreden zijn met één profeet! Hij zal er meer hebben. Hij heeft een geweldig werk gedaan met één. Aangezien Hij zulk een groot werk heeft gedaan met een, wat zal Hij dan doe als er heel veel zijn?
“Ook op de dienstknechten en op de dienstmaagden zal Ik in die dagen mijn Geest uitstorten. Ik zal wonderen geven in de hemel en op de aarde, bloed en vuur en rookzuilen. De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en geduchte dag des Heren komt. En het zal geschieden, dat ieder die de naam des Heren aanroept, behouden zal worden, want op de berg Sion en te Jeruzalem zal ontkoming zijn, zoals de Here gezegd heeft; en tot de ontkomenen zullen zij behoren, die de Here zal roepen.” (bij de overgeblevenen, die de HEERE zal roepen. SV)
Waar zal de verlossing zijn? Bij “de overgeblevenen die de Here zal roepen”. Maar tegen wie voert Satan de oorlog? Het overblijfsel. Tegen wie heeft Satan alle machten van de aarde samengebracht? Het overblijfsel. Waar richt hij al zijn kracht en inspanning op? Op het overblijfsel. En juist daar is de verlossing. De beste plaats op aarde om te zijn is juist waar de duivel al zijn inspanningen op uitoefent, want daar is verlossing. Dat is waar de genade en de kracht van Jezus Christus zijn en Satan moet heel zijn leger verzamelen om enige indruk te maken. Dat is de beste plaats op aarde om te zijn, want Christus is daar en God is daar en ‘mijn volk zal nimmermeer te schande worden”.
Ik ben ontzaglijk blij om deze dingen. Ik ben zo blij als ik kan zijn om wat de Here in dat hoofdstuk zegt, want het is allemaal tegenwoordige waarheid. Elk vers is nu, en vertelt ons zulke geweldige dingen. En het enige dat Hij van ons vraagt is dat wij Hem zoeken met geheel ons hart zodat wij alles mogen hebben.
Als wij Hem met een half hart zoeken kunnen wij niet alles hebben. Wij willen Hem met geheel het hart zoeken en alles ontvangen wat Hij heeft. Laat ons doen wat de Here zegt en juichen en ons verheugen kinderen van Sion, want de Here zal grote dingen doen en gij zult nimmermeer te schande worden en er is verlossing bij de overgeblevenen, tegen wie de duivel oorlog voert met al zijn kracht. |
||