|
|
||
| You are home- www.agp-internet.com/react- profetie.nl.nu | ||
|
Openbaring 21
Vers 1:
EN IK ZAG EEN NIEUWE HEMEL
“Er is voorgoed een einde
gekomen aan Satans vernietigend werk. Zesduizend jaar lang heeft hij
naar eigen goeddunken gehandeld. Hij heeft de aarde in ellende gedompeld
en verdriet gebracht in het heelal. De ganse schepping heeft ‘in al haar
delen gezucht’ en is in ‘barensnood’ geweest. Nu zijn Gods schepselen
voorgoed van hem en zijn verleidingen verlost. De gehele aarde heeft
rust, is stil; men (de verlosten) breekt uit in gejubel.” GS p. 620.
Vers 2: HET NIEUWE JERUZALEM “Christus daalt neer op de Olijfberg, vanwaar Hij na Zijn opstanding ten hemel was gevaren en waar de engelen de belofte dat Hij zou terugkomen hebben herhaald. De profeet zegt: ‘En de Here, mijn God, zal komen, en alle heiligen met Hem.’‘Zijn voeten zullen te dien dage staan op de Olijfberg, die vóór Jeruzalem ligt aan de oostzijde; dan zal de Olijfberg middendoor splijten... tot een zeer groot dal.’ - ‘En de Here zal koning worden over de gehele aarde; te dien dage zal de Here de enige zijn, en Zijn naam de enige.’ Zacharia 14: 4,5.” – GS p. 611.
Vers 3: En ik hoorde een grote stem uit de hemel, zeggende: Zie, de tabernakel Gods is bij de mensen, en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen en hun God zijn.
EN HIJ ZAL BIJ HEN WONEN “Dit is het ogenblik waar heilige mannen vol verlangen naar hebben uitgezien sinds de dag dat ‘het flikkerend zwaard’ het eerste mensenpaar uit het paradijs verdreef. Het is de tijd voor ‘onze erfenis, de verkregen verlossing van het volk.’ Efez. 1: 14. De aarde was oorspronkelijk het koninkrijk van de mens, maar hij heeft zijn heerschappij aan Satan overgedragen. Deze machtige vijand heeft eeuwenlang over de aarde geheerst. Dank zij het verlossingsplan krijgt de mens zijn koninkrijk terug. Hij heeft alles wat hij door de zonde verloren heeft weer in zijn bezit.” – GS p. 621.
“Tussen de school die in het begin gevestigd werd in het paradijs en de school van het hiernamaals ligt het hele verloop van de wereldgeschiedenis, – de geschiedenis van menselijke overtreding en lijden, van een Goddelijke offerande, en van overwinning over dood en zonde. De omstandigheden van die eerste school in Eden zullen niet allen worden teruggevonden in de school van het toekomstige leven. De boom der kennis van goed en kwaad, die de eerste mensen op de proef stelde, zal daar niet meer zijn. Daar is geen verleider, geen mogelijkheid meer om kwaad te doen. Elk karakter heeft de toets van het kwade doorstaan en is niet langer ontvankelijk voor de kracht daarvan …... Wanneer de mens weer tot de tegenwoordigheid van God wordt toegelaten, zal hij – evenals in het begin – door God onderwezen worden.” – Karaktervorming p. 297,8.
“Ons levenswerk hier is een voorbereiding op het eeuwige leven. De opvoeding die hier begonnen is zal in dit leven niet voltooid worden; ze zal doorgaan gedurende alle eeuwigheid – steeds toenemen, nooit voltooid.” – MH p. 466.
“Elk juist beginsel, elke waarheid geleerd in de aardse school, zal ons evenzeer vooruitbrengen als in de hemelse school. Gelijk Christus wandelde en sprak met Zijn discipelen gedurende zijn werk op deze aarde, zo zal Hij ons leren in de school hierboven, ons leiden langs de rivier van levende wateren en ons de waarheden openbaren die in dit leven verborgen geheimen moeten blijven omreden van de beperkingen van de menselijke geest, die zozeer door de zonde verdorven is.” – TC p. 208,9.
“De geschiedenis van de aanvang der zonde; van het fatale bedrog met zijn kronkelwegen; van de waarheid die …... dwaling tegemoet getreden is en overwonnen heeft – dat alles zal aan het licht komen. De sluier die hangt tussen de zichtbare en de onzichtbare wereld zal terzijde geschoven worden, en de wonderbaarlijke dingen zullen geopenbaard worden.” - Karaktervorming p. 300.
“Elk talent zal worden ontwikkeld en verbeterd. Het verwerven van kennis zal de geest niet vermoeien, noch het verstand uitputten. Daar zullen de grootste ondernemingen tot stand worden gebracht, de hoogste ambities gerealiseerd worden; en toch zullen er nieuwe hoogten ontstaan om te beklimmen, nieuwe wonderen om te bewonderen, nieuwe waarheden om te begrijpen, nieuwe objecten om de krachten van de geest en ziel en lichaam in te zetten.
Vers 4: En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn; noch rouw, noch gekrijt, noch moeite zal meer zijn; want de eerste dingen zijn weggegaan.
NOCH ROUW, NOCH GEKRIJT, NOCH MOEITE “Als wij het koninkrijk van God binnentreden, zullen de beproevingen en de moeilijkheden en de problemen die wij hier hadden in het niet verzinken.” - FLB p. 371.
“In het tehuis van de verlosten zullen geen tranen meer zijn, geen begrafenisstoeten, geen tekenen van verdriet. ‘En geen inwoner zal zeggen: Ik ben ziek, want het volk, dat daarin woont, zal vergeving van ongerechtigheid hebben.’ Jesaja 33: 24. Een rijke stroom van vreugde zal stromen en zich verdiepen terwijl de eeuwigheid voortduurt …...
Laat ons ernstig nadenken over het gezegende hiernamaals. Laat ons geloof elke wolk van duisternis doordringen en Hem zien die stierf voor de zonden van deze wereld. Hij opende de poorten van het paradijs voor allen die Hem willen aanvaarden en in Hem geloven. Aan hen geeft Hij kracht om zonen en dochters van God te worden. Laten de problemen die ons zo diep treffen opbouwende lessen worden, die ons leren voorwaarts te gaan tot onze hoge roeping in Christus. Laat ons bemoedigd worden door de gedachte dat de Here spoedig komen zal. Laat deze hoop onze harten verblijden …..
Wij zijn op weg naar huis. Hij die ons zo lief had dat Hij voor ons stierf heeft voor ons een stad gebouwd. Het nieuwe Jeruzalem is onze rustplaats. In de stad van God zal geen droefheid zijn. Geen weeklacht, geen klaaglied over onvervulde hoop zal meer gehoord worden, Spoedig zullen de klederen van moeiten en verdriet geruild worden voor het bruiloftskleed. Spoedig zullen wij getuige zijn van de kroning van onze Koning. Zij wier levens verborgen zijn in Christus, zij die op aarde de goede strijd des geloofs hebben gestreden, zullen stralen met de heerlijkheid van de Verlosser in het koninkrijk van God.
Het zal niet lang meer duren tot wij Hem zien op wie onze hoop op eeuwig leven zich richt. En in Zijn tegenwoordigheid zullen alle beproevingen en lijden van dit leven als gering worden beschouwd …... Zie omhoog, zie omhoog, en laat uw geloof voortdurend toenemen. Laat dit geloof u leiden langs het smalle pad door dé poorten van de stad Gods in het grote hiernamaals, de wijde, ongebonden toekomst en heerlijkheid die de verlosten te wachten staat.” – 9 T p. 286 – 88.
Vers 5: En Die op de troon zat, zei: Zie, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zei tot mij: Schrijf, want deze woorden zijn waarachtig en getrouw.
IK MAAK ALLE DINGEN NIEUW “Er wordt niet gezegd: ‘Ik maak allemaal nieuwe dingen.’ De aarde wordt niet verdelgd of vernietigd, zodat een tweede schepping noodzakelijk is, maar alle dingen worden vernieuwd. Laat ons blij zijn; want deze woorden zijn waarachtig en getrouw. Wanneer dit volbracht is, kunnen terecht de heerlijke woorden ‘het is volbracht’ uitgesproken worden.” – US p. 451,2.
Vers 6: En Hij sprak tot mij: Het is geschied. Ik ben de Alfa en Oméga, het Begin en het Einde. Ik zal de dorstige geven uit de fontein van het water des levens voor niet.
IK ZAL DE DORSTIGEN GEVEN “Deze belofte wordt alleen gegeven aan de dorstigen. Alleen zij die behoefte gevoelen aan het water des levens en er koste wat het wil naar zoeken, zullen voorzien worden.” – GS p. 495.
Vers 7: Die overwint, zal alles beërven; en Ik zal hem een God zijn, en hij zal Mij een zoon zijn.
DIE OVERWINT “Ook hier worden voorwaarden genoemd. Om alle dingen te beërven, moeten wij de zonde bestrijden en haar overwinnen.” – GS p. 496.
Vers 8: Maar de vreesachtigen, en ongelovigen, en gruwelijken, en doodslagers, en hoereerders, en tovenaars, en afgodendienaars, en al de leugenaars, hun deel is in de poel, die daar brandt van vuur en sulfer, hetwelk is de tweede dood.
MAAR DE VREESACHTIGEN:
Iedereen weet nu dat het loon dat de zonde geeft niet vrijheid, onafhankelijkheid en het eeuwige leven is, maar slavernij, ondergang en dood. De ongelovigen realiseren zich wat ze door hun opstandig leven verspeeld hebben. Ze hebben het ‘alles verre te bovengaand eeuwig gewicht. der heerlijkheid dat hun werd aangeboden verworpen.’ – GS p. 616.
HET NIEUWE
JERUZALEM Vers 9: En tot mij kwam een van de zeven engelen, die de zeven schalen hadden, welke vol geweest waren van de laatste zeven plagen, en sprak met mij: zeggende: Kom herwaarts, ik zal u tonen de Bruid, de Vrouw van het Lam. 10: En hij voerde mij weg in de geest op een grote en hoge berg, en hij toonde mij de grote stad, het heilige Jeruzalem, neerdalende uit de hemel van God.
DE BRUID VAN HET LAM “De heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, dat de hoofdstad en het symbool van het koninkrijk is, wordt ‘de bruid, de vrouw van het Lam’ genoemd. En de engel zei tot Johannes: ‘Kom hier, ik zal u tonen de bruid, de vrouw van het Lam.’ ... Het is dus duidelijk dat de bruid een symbool is van de Heilige stad en dat de maagden die de Bruidegom tegemoet gaan een symbool zijn van de gemeente.
In De Openbaring wordt gezegd dat het volk van God de gasten zijn bij het ‘bruiloftsmaal van het Lam.’ Openb. 19: 9. Als zij genodigden zijn, kunnen ze niet tegelijkertijd ‘de bruid’ zijn. De profeet Daniël zegt dat Christus de ‘heerschappij en eer en koninklijke macht’ van de Oude van dagen zal ontvangen. Hij zal het Nieuwe Jeruzalem, de hoofdstad van Zijn koninkrijk, ‘getooid als een bruid, die voor haar man versierd is’, ontvangen. Dan. 7: 14; Openb. 21:2. Als Hij het koninkrijk heeft ontvangen, zal Hij in heerlijkheid terugkomen als Koning der koningen en Here der heren, voor de verlossing van Zijn volk ‘en zij zullen aanliggen met Abraham en Isaäk en Jakob in het koninkrijk der hemelen’ om deel te hebben aan het bruiloftsmaal van het Lam.” – GS p. 389,9.
Vers 11: En zij had de heerlijkheid Gods, en haar licht was de allerkostelijkste steen gelijk, namelijk als de steen van Jaspis, blinkende gelijk kristal.
DE HEERLIJKHEID GODS “En ik (Johannes) zag de heilige stad, getooid als een bruid, die voor haar man versierd is. Haar glans geleek op een zeer kostbaar gesteente, als de kristalheldere diamant.” – GS p. 430.
Vers 12: En zij had een grote en hoge muur, en had twaalf poorten, en in de poorten twaalf engelen, en namen daarop geschreven, welke zijn de namen van de twaalf geslachten der kinderen Israëls. 13: Van het oosten waren drie poorten, van het noorden drie poorten, van het zuiden drie poorten, van het westen drie poorten. 14: En de muur der stad had twaalf fondamenten, en in dezelve de namen der twaalf apostelen des Lams. 15: En hij die met mij sprak, had een gouden rietstok, opdat hij de stad zou meten, en haar poorten, en haar muur. 16: En de stad lag vierkant, en haar lengte was zo groot als haar breedte. En hij mat de stad met den rietstok op twaalf duizend stadien; de lengte, en de breedte, en de hoogte derzelve waren even gelijk. 17: En hij mat haar muur op honderd vier en veertig ellen, naar de maat eens mensen, welke des engels was. 18: En het gebouw van haar muur Jaspis; en de stad was zuiver goud, zijnde zuiver glas gelijk. 19: En de fondamenten van den muur der stad waren met allerlei kostelijk gesteente versierd. Het eerste fondament was Jaspis, het tweede Saffier, het derde Chalcedon, het vierde Smaragd. 20: Het vijfde Sardonix, het zesde Sardius, het zevende Chrysoliet, het achtste Beryl, het negende Topaas, het tiende Chrysopraas, het elfde Hyacinth, het twaalfde Amethyst. 21: En de twaalf poorten waren twaalf paarlen, een iedere poort was elk uit een paarl; en de straat der stad was zuiver goud; gelijk doorluchtig glas. 22: En ik zag geen tempel in dezelve; want de Heere, de almachtige God, is haar tempel, en het Lam.
DE HERE DE ALMACHTIGE GOD IS HAAR TEMPEL
“Daar is het Nieuwe
Jeruzalem, de hoofdstad van de verheerlijkte aarde, ‘een sierlijke kroon
in de hand van de Here, een koninklijke tulban in de hand van uw God.’
…... En de volken der aarde zullen bij haar licht wandelen en de
koningen der aarde brengen hun heerlijkheid in haar.’ De Here zegt: ‘En
Ik zal juichen over Jeruzalem en Mij verblijden over Mijn volk’. ‘Zie
en tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, zij zullen
Zijn volken zijn, en God zelf zal bij hen zijn. Jesaja 62: 3; 65: 19. GS
p. 622. Vers 23: En de stad behoeft de zon en de maan niet, dat zij in haar zouden schijnen; want de heerlijkheid van God heeft haar verlicht, en het Lam is haar kaars.
EN HET LAM IS HAAR KAARS “In de stad Gods zal geen nacht zijn. Niemand zal rust nodig hebben of er naar verlangen. Men zal nooit genoeg krijgen van het doen van Gods wil en het loven van Zijn naam. We zullen altijd de koelte van de eeuwige morgen voelen. ‘En zij hebben geen licht van een lamp of licht van de zon van node.’ Openb. 22: 5.
Het licht van de zon zal worden vervangen door een lichtglans die niet verblindt, maar toch oneindig helderder is dan de zon op haar hoogtepunt. De heerlijkheid van God en het Lam overstromen de heilige stad met een eeuwig schijnend licht. De verlosten wandelen in de heerlijkheid van de eeuwige dag.
En een tempel zag ik niet in haar, want de Here God, de Almachtige, is haar tempel, en het Lam. Gods volk zal het voorrecht genieten de Vader en de Zoon van aangezicht tot aangezicht te zien.” – GS p. 622.
Vers 24: En de volken, die zalig worden, zullen in haar licht wandelen; en de koningen der aarde brengen hun eer en heerlijkheid in dezelve. 25: En haar poorten zullen niet gesloten worden des daags; want aldaar zal geen nacht zijn. 26: En zij zullen de heerlijkheid en de eer der volken daarin brengen. 27: En in haar zal niet inkomen iets, dat ontreinigt, en gruwelijkheden doet, en leugen spreekt; maar alleen zij, die geschreven zijn in het boek van het Lam.
|
||