|
|
||
| You are home- www.agp-internet.com/react- profetie.nl.nu | ||
|
* Openbaring
18
Val van Babylon – Klaagtonen op aarde
Vers 1: EN DE AARDE IS VERLICHT GEWORDEN “De profetieën van het achttiende hoofdstuk van De Openbaring zullen spoedig vervuld worden. Gedurende de verkondiging van de derde engelboodschap, zal ‘een andere engel afkomen uit de hemel, hebbende grote macht,’ en de aarde zal ‘verlicht worden door zijn heerlijkheid.’ De Geest van de Here zal zo genadevol de menselijke werktuigen zegenen dat mannen, vrouwen en kinderen hun lippen zullen openen in lof en dankzegging, en de aarde vervullen met de kennis van God, en met Zijn grote heerlijkheid, gelijk de wateren de zee bedekken.
Degenen die vanaf het begin tot het einde hun vertrouwen hebben behouden zullen klaar wakker zijn gedurende de tijd dat de derde engelboodschap met grote kracht verkondigd wordt. Tijdens de luide kreet zal de gemeente gesteund worden door de wonderbaarlijke tussenkomst van haar verheven Here, de kennis van de verlossing zal zich zo overvloedig verspreiden dat het licht gezien zal worden in elk dorp en iedere stad. De aarde zal vervuld worden met de kennis van de verlossing. Zo overvloedig zal de vernieuwende Geest van God de intens actieve krachten met succes bekronen, dat het licht van de huidige waarheid overal zal stralen.” – RH 13 Oct. 1909 EGW.
“In die periode zullen er een reeks gebeurtenissen plaatsvinden die zullen openbaren dat God de situatie meester is. De waarheid zal verkondigd worden in duidelijke, onmiskenbare taal. Als volk moeten wij onder de krachtige leiding van de Heilige Geest de weg voor de Here bereiden. Het evangelie moet in haar zuiverheid verkondigd worden. De stroom van levend water moet dieper en breder worden in zijn loop. In alle velden, dichtbij en veraf, zullen mannen van achter de ploeg weggeroepen worden en uit de meer gebruikelijke commerciële zakelijke beroepen die een groot deel van de geest in beslag nemen, en zullen in samenwerking met mannen die ervaring hebben opgeleid worden. Als zij leren doeltreffend te werken, zullen ze de waarheid met kracht verkondigen. Door deze wonderbaarlijke werkingen van de goddelijke voorzienigheid, zullen bergen van problemen in zee geworpen worden. De boodschap die zoveel betekent voor de bewoners van de aarde zal gehoord en begrepen worden. De mensen zullen weten wat waarheid is. Verder, en steeds verder, zal het werk voorwaarts gaan, totdat de gehele aarde gewaarschuwd zal zijn. Dan zal het einde komen.” – Maranatha p. 218; RH 5 juli 1906.
Vers 2: En hij riep krachtig met een grote stem, zeggende: Zij is gevallen, zij is gevallen, het grote Babylon, en is geworden een woonstede van duivelen, en een bewaarplaats van alle onreine geesten, en een bewaarplaats van alle onrein en hatelijk gevogelte. 3: Omdat uit de wijn van de toom van haar hoererij alle volken gedronken hebben, en de koningen van de aarde met haar gehoereerd hebben, en de kooplieden van de aarde rijk zijn geworden uit de kracht van haar weelde.
EN HIJ RIEP KRACHTIG “Dit Schriftgedeelte wijst op de tijd waarin de aankondiging van de val van Babylon, zoals door de tweede engel van Openbaring 14 gedaan is, herhaald zal worden, met de verdere vermelding van het bederf dat, sedert die boodschap voor het eerst in de zomer van 1844 gegeven werd, binnengeslopen is in de verschillende kerkgenootschappen, waaruit Babylon bestaat. Hier wordt de vreselijke toestand van de godsdienstige wereld beschreven. Bij elke verwerping van de waarheid zal het verstand van de mensen meer worden verduisterd en hun hart meer verhard worden tot ze verstrikt zullen zijn in de hardheid van hun geloof.” – GS p. 558 (705 o.v.)
Vers 4: En ik hoorde een andere stem uit de hemel, zeggende: Gaat uit van haar, Mijn volk, opdat u aan haar zonden geen deel hebt, en opdat u van haar plagen niet ontvangt.
OPDAT U VAN HAAR PLAGEN NIET ONTVANGT “De grote strijd nadert zijn einde. Elk bericht van rampen op zee of op het land is een getuigenis van het feit dat het einde van alle dingen nabij is. Oorlogen en geruchten van oorlogen verklaren dit. Is er een christen wiens pols niet sneller slaat als hij de grote gebeurtenissen die verwacht worden ziet gebeuren? Wij horen de voetstappen van een naderende God.” – HC p. 346.
Deze kennis van de nabijheid van Christus’ komst mag niet aan kracht verliezen, waardoor wij zorgeloos en onoplettend zouden kunnen worden, en in slaap vallen – en ongevoelig en onverschillig worden voor realiteiten. Als wij sluimeren bevinden wij ons in een onwerkelijke wereld, en zijn niet gevoelig voor de dingen die rondom ons plaatsvinden.
Er zijn er die het heldere licht van de waarheid rondom zich hebben en er toch ongevoelig voor zijn. Zij zijn ingepalmd door de vijand en worden vastgehouden in de ban van zijn betoverende macht. Zij bereiden zich niet voor op die grote dag die spoedig voor onze wereld zal aanbreken. Zij schijnen totaal ongevoelig te zijn voor de godsdienstige waarheid.
Zijn er niet een paar jongeren die waakzaam zijn? Zij die zien dat de nacht komt en ook de morgen, moeten werken met onvermoeide kracht om hun slapende metgezellen wakker te schudden uit hun slaap. Kunnen zij hun gevaar niet zien en voor hen bidden, en door hun eigen leven en karakter tonen dat zij zelf geloven dat Christus spoedig komt? ..... De snel geringer wordende tijd tussen ons en de eeuwigheid moet een diepere indruk op ons maken. Elke dag die voorbij gaat betekent een dag minder voor het werk van karaktervorming …... Zo lang er nog velen slapen en als het ware op de drempel van de eeuwige wereld, de kostbare uren in zorgeloze onverschilligheid doorbrengen, moeten degenen die geloven nuchter, ijverig en toegewijd zijn en waken en bidden.
Hebben, geliefde jongeren, jullie je lampen gesnoeid en brandende?” – HC pag. 346, EGW
Vers 5: Want haar zonden zijn de ene op de andere gevolgd tot de hemel toe, en God is haar ongerechtigheden gedachtig geworden.
TOT DE HEMEL TOE “Op het moment dat deze profetie in vervulling gaat, wordt van Babylon gezegd: ‘Want haar zonden zijn de ene op de andere gevolgd tot de hemel toe, en God is haar ongerechtigheden gedachtig geworden.’ Zij heeft de maat van haar schuld vol gemaakt en een snelle verwoesting zal over haar komen. Maar God heeft nog een volk in Babylon; en voordat Zijn oordelen erover uitgegoten worden, moeten deze getrouwen uit Babylon worden geroepen opdat ze ‘aan haar zonden geen gemeenschap hebben en opdat ze van haar plagen niet ontvangen.’” – GS p. 706 o.v.
Vers 6: Vergeldt haar gelijk zij ulieden vergolden heeft, en verdubbelt haar dubbel, naar haar werken; in de drinkbeker, waarin zij geschonken heeft, schenkt haar dubbel.
VERGELDT HAAR “Het geroep van de verdrukten is tot de hemel opgeklommen, en de engelen zijn verbaasd over het onnoemelijke, ondraaglijke leed dat de mens die geformeerd werd naar het beeld van Zijn Maker, zijn medemens aandoet. De engel sprak: ‘De namen van de verdrukkers zijn in bloed geschreven, onderstreept en doordrenkt van tranen door foltering en leed. Gods toorn zal niet gestild worden voordat Hij dit verlichte land de droesem van de beker van Zijn grimmigheid heeft doen drinken; totdat Hij Babylon dubbel vergolden heeft.’ – EG p. 231.
Vers 7: Zoveel als zij zichzelf verheerlijkt heeft, en weelde gehad heeft, zo grote pijniging en rouw doet haar aan; want zij zegt in haar hart: Ik zit als een koningin, en ben geen weduwe, en zal geen rouw zien.
IK ZIT ALS EEN KONINGIN “Och, of gij ook op deze dag verstond wat tot uw vrede dient; maar thans is het verborgen voor uw ogen. Want er zullen dagen over u komen, waarin uw vijanden een bolwerk tegen u zullen opwerpen en u omsingelen en u van alle zijden in het nauw brengen, en zij zullen u en uw kinderen in u neerwerpen en zij zullen u geen steen op de andere laten, omdat u de tijd niet hebt opgemerkt, dat God naar u omzag.” Lukas 19: 42-44. - GS p. 16.
Vers 8: Daarom zullen haar plagen op één dag komen, namelijk dood, en rouw, en honger, en zij zal met vuur verbrand worden, want sterk is de Here God, Die haar oordeelt.
DAAROM ZULLEN HAAR PLAGEN OP ÉÉN DAG KOMEN “Gevallen engelen sluiten op aarde overeenkomsten met verdorven mensen. In die tijd zal de antichrist verschijnen als de ware Christus, en de wet van God zal door alle volkeren van de wereld ongeldig worden verklaard. De opstand tegen Gods wet zal tot volle rijpheid komen. Maar de ware leider van deze opstand is Satan gekleed als een engel des lichts. Mensen zullen misleid worden en hem verheffen in de plaats van God, en hem vereren. Maar de Almachtige zal tussenbeide komen, en tot de afvallige kerken die zich verenigen in het verheffen van Satan zal het oordeel uitgesproken worden: ‘Daarom zullen haar plagen op één dag komen....’“ – TM p. 62.
Vers 9: 10: Van verre staande uit vrees van haar pijniging, zegende: Wee, wee, de grote stad Babylon, de sterke stad, want uw oordeel is in één uur gekomen.
WANT UW OORDEEL IS IN EN UUR GEKOMEN “Want haar zonden hebben zich opgehoopt tot aan de hemel en God heeft haar ongerechtigheden gedacht …... Mengt haar het dubbele in de beker, die zij gemengd heeft; geeft haar zoveel pijniging en rouw, als zij heerlijkheid genoten heeft. Want zij zegt in haar hart; Ik troon als een koningin, ik ben geen weduwe en geen rouw zal ik zien. Daarom zullen haar plagen op één dag komen: dood en rouw en hongersnood, en zij zal met vuur verbrand worden; want sterk is de Here God die haar geoordeeld heeft. En de koningen der aarde die met haar gehoereerd hebben en weelderig geweest zijn, zullen over haar wenen en weeklagen.” – GS p. 602, (761).
Vers 11: En de kooplieden der aarde zullen wenen en rouw maken over haar, omdat niemand hun waren meer koopt; 12: Waren van goud, en van zilver, en van kostelijk gesteente, en van paarlen, en van fijn lijnwaad, en van purper, en van zijde, en van scharlaken; en allerlei welriekend hout, en allerlei ivoren vaten, en allerlei vaten van het kostelijkste hout, en van koper, en van ijzer, en van marmersteen. 13: En kaneel, en reukwerk, en welriekende zalf, en wierook, en wijn en olie, en meelbloem, en tarwe, en lastbeesten, en schapen; en van paarden, en van koetswagens, en van lichamen en de zielen van mensen.
EN DE KOOPLIEDEN DER AARDE “In deze verzen vinden wij een opsomming van Babylons koopwaren, die alles omvat dat te maken heeft met een weelderig leven, opschik en werelds vertoon. Alle soorten koopwaar worden hier genoemd. De uitdrukking ‘lichaam en zielen van mensen’ heeft misschien betrekking op geestelijke zaken en wijst heen op de slavernij van het geweten die veroorzaakt werd door de geloofsbelijdenissen van deze genootschappen. In sommige gevallen vormen die een zwaarder juk dan lichamelijke arbeid.” – US p. 418.
Vers 14: En de vruchten van de begeerlijkheid van uw ziel zijn van u weggegaan; en al wat lekker en wat heerlijk was is van u weggegaan; en u zult het niet meer vinden.
EN DE VRUCHTEN “De vruchten die hier worden genoemd, zijn vruchten, die in de nazomer rijp worden. Hiervan zegt de profeet dat alles ‘wat lekker en heerlijk was’ en waaraan de mens zich in zijn gulzigheid te buiten ging, plotseling zal worden weggenomen. Dit geschiedt door de hongersnood die het gevolg is van de vierde plaag. Hoofdstuk 16: 8. Wij kunnen nu reeds een voorbode zien in de verwoesting van vele wijngaarden door de druifluis en de ziekte van vruchtbomen, die op zo vele plaatsen door ongedierte en andere oorzaken zijn aangetast.
In dit verband mogen wij niet nalaten te wijzen op de opmerkelijke natuurverschijnselen die zich alom openbaren en waaruit duidelijk zichtbaar wordt dat de loop van de natuur verstoord is, dat de aarde oud begint te worden en aan krachten inboet tot op de tijd dat ze zal worden weggevaagd. Hoe zeer zijn in een paar jaar onnatuurlijke stormen, branden en overstromingen toegenomen, die verschillende gebieden teisterden en angstige voorgevoelens opriepen bij de mensen.’ – US p. 418,9.
Vers 15: De kooplieden van die dingen, die rijk geworden waren van haar, zullen van verre staan uit vrees voor haar pijniging, wenende en rouw bedrijvende: 16: En zeggende: Wee, wee, de grote stad, die bekleed was met fijn lijnwaad, en purper, en scharlaken, en versierd met goud, en met kostelijk gesteente, en met parels; want in één uur is zo grote rijkdom verwoest.
WANT IN ÉÉN UUR “Zodanig zijn de oordelen die komen over Babylon op de dag van Gods gramschap. Ze heeft de maat van haar ongerechtigheid vol gemaakt. Haar tijd is gekomen. Ze is rijp om aan de verwoesting te worden prijsgegeven.” - GS p. 608 (761).
Vers 17: En alle stuurlieden, en al het volk op de schepen, en bootsgezellen, en allen, die ter zee handelen, stonden van Verre; 18: En riepen, ziende de rook van haar branden, en zeggende: Welke stad was deze grote stad gelijk? 19: En zij wierpen stof op hun hoofden, en riepen, wenende en rouw bedrijvende, zeggende: Wee, wee de grote stad, waarin allen, die schepen in de zee hadden, van haar kostelijkheid rijk geworden zijn; want zij is in één ure verwoest geworden.
WEE, WEE DE GROTE STAD “De lezer kan zich gemakkelijk voorstellen wat de oorzaak van dit wereldomvattende wenen en rouwklagen is. Denk u eens in dat het gehele mensdom aan boze zweren lijdt, dat de rivieren bloed zijn en de zee verdorven is als het bloed van een dode. Dat de zon de mensen met grote hitte verhit, de koophandel stil ligt, het goud en zilver alle waarde verloren hebben. Geen wonder dat het scheepsvolk van verre staat en deze toestand met weemoed beziet.
Hoe geheel anders zijn de gevoelens die bij de heiligen opgeroepen worden, zoals uit het volgende vers blijkt:
Vers 20: Bedrijft vreugde over haar, gij hemel, en gij heilige apostelen; want God heeft uw oordeel aan haar geoordeeld. 21: En een sterke engel hief een steen op als een groten molensteen, en wierp dien in de zee, zeggende: Aldus zal de grote stad Babylon met geweld geworpen worden, en zal niet meer gevonden worden. 22: En de stem der citerspelers, en der zangers, en der fluiters, en der bazuiners, zal niet meer in u gehoord worden; en geen kunstenaar van enige kunst zal meer in u gevonden worden; en geen geluid des molens zal in u meer gehoord worden. 23: En het licht der kaars zal in u niet meer schijnen; en de stem eens bruidegoms en ener bruid zal in u niet meer gehoord worden; want uw kooplieden waren de groten der aarde, want door uw toverij zijn alle volken verleid geweest. 24: En in haar is gevonden het bloed van de profeten en de heiligen, en al dergenen, die gedood zijn op de aarde.
BEDRIJFT VREUGDE “De apostelen en profeten worden hier opgeroepen om vreugde te bedrijven over de vernietiging van het grote Babylon, omdat zij kort daarna allen bevrijd zullen worden uit de macht van de dood en het graf, door de eerste opstanding.
Als een grote molensteen zinkt Babylon weg in de diepte om nooit meer boven te komen. De verschillende kunsten en handwerken die in haar midden bedreven werden om tot haar vermaak te dienen, zullen nooit meer beoefend worden. De pompeuze muziek, die werd gespeeld in haar imposante maar dode kerkdiensten, zal nooit meer gehoord worden. De bruiloftsfeesten voor haar altaren zullen nooit meer gezien worden.
Maar haar betoveringen vormen haar grootste zonden en toverij is een van de wapenen waarmee het huidige spiritisme de zinnen verblindt.
‘EN IN HAAR IS GEVONDEN het bloed van allen die gedood zijn op aarde.’ Hieruit blijkt dat Babylon heeft bestaan vanaf het moment dat een valse godsdienst haar intrede in de wereld deed. Door haar werd Gods werk te allen tijde tegengestaan en Zijn volk vervolgd. Aangaande de schuld van het laatste geslacht verwijzen wij naar hoofdstuk 16: 6.” — US pp. 421,2.
|
||