You are home- www.agp-internet.com/react- profetie.nl.nu

Openbaring  16

 

De zeven engelen gieten hun schalen uit

 

Vers 1:

En ik hoorde een grote stem uit de hemel, zeggende tot de zeven engelen: Gaat heen, en giet de zeven schalen van de toorn Gods uit op de aarde.

 

“Als Christus Zijn bemiddeling in het heiligdom beëindigt, zal de ongemengde toorn die degenen dreigt die het beest en zijn beeld aanbidden en zijn merkteken aanvaarden (Openbaring 14: 9,10) worden uitgegoten. De plagen over Egypte, toen God op het punt stond Israël te bevrijden, zijn soortgelijk van aard aan de verschrikkelijker en omvangrijkere oordelen die op de wereld vallen kort voor de uiteindelijke verlossing van Gods volk. De schrijver van De Openbaring zegt in het beschrijven van deze schrikwekkende plagen:

 

Vers 2:

En de eerste ging heen, en goot zijn schaal uit op de aarde; en er werd een kwaad en boos gezweer aan de mensen, die het merkteken van het beest hadden, en die zijn beeld aanbaden;

3: En de tweede engel goot zijn schaal uit in de zee, en zij werd bloed als van een dode; en alle levende ziel is gestorven in de zee.

4: En de derde engel goot zijn schaal uit in de rivieren en in de fonteinen der wateren; en de wateren werden bloed.

5: En ik hoorde de engel der wateren zeggen: U bent rechtvaardig, Here! Die is, en Die was, en Die zijn zal, dat U dit geoordeeld hebt.

6: Omdat zij het bloed van de heiligen en de profeten vergoten hebben, zo hebt U hun ook bloed te drinken gegeven; want zij zijn het waardig.

 

Door het volk van God ter dood te veroordelen, hebben zij zich even waarachtig schuldig gemaakt aan hun bloed alsof zij het met hun handen vergoten hadden …..

 

In de plagen die daarop volgen, wordt de zon macht gegeven om de mensen te verhitten met vuur, en de mensen worden verhit met grote hitte.” – GS p. 580.

 

Vers 7:  

En ik hoorde een andere van het altaar zeggen: Ja, Here; Gij almachtige God! Uw oordelen zijn waarachtig en rechtvaardig.

8. En de vierde engel goot zijn schaal uit op de zon; en haar is macht gegeven de mensen te verhitten door vuur.

9: En de mensen werden verhit met grote hitte, en zij lasterden de Naam van God, Die macht heeft over deze plagen; en zij bekeerden zich niet om Hem heerlijkheid te geven.

 

EN DE MENSEN WERDEN VERHIT
“Deze plagen zijn niet wereldomvattend, anders zouden de inwoners van de aarde volledig weggemaaid worden. Toch zullen zij de vreselijkste plagen zijn die stervelingen ooit gezien hebben. Alle oordelen over de mensen, voorafgaand aan de afsluiting van de genadetijd, zijn met barmhartigheid vermengd. Het pleitende bloed van Christus heeft de zondaar beschermd tegen het ontvangen van de volle mate van zijn schuld; maar in het laatste oordeel, zal de toorn ongemengd, zonder barmhartigheid uitgegoten worden.” – GS p 579,80.

 

“De uitstortingen van Gods toorn zullen spoedig plaatsvinden en als Hij zal beginnen met het straffen van de overtreders zal er tot het einde toe geen onderbreking zijn. De storm van Gods toorn balt zich samen, en alleen zij die geheiligd zijn door de waarheid in de liefde van God, zullen staande blijven. Zij zullen verborgen zijn in Christus totdat de verwoesting voorbij is.” – TM p. 182.

 

“De profeten beschrijven de toestand van de aarde in die verschrikkelijke tijd met de volgende woorden: ‘Verwoest is het veld, de aardbodem treurt ..... want de oogst van het veld is verloren gegaan ..... alle bodem van het veld is verdord. Voorwaar de blijdschap is beschaamd van de mensenkinderen weggevlucht. Verschrompeld zijn de zaadkorrels onder haar aardkluiten; verwoest zijn de voorraadschuren... Hoe kreunt het vee! De runderkudden dolen rond want er is geen weide voor hen... De waterbeken zijn uitgedroogd en een vuur heeft de weide in een woestijn veranderd.’ De tempelzangen worden tot een weeklacht op die dag, luidt het woord van de Here, Here. Vele dode lichamen, zullen er zijn, en in alle plaatsen zal men ze stilzwijgend wegwerpen.’ Joël 1:10-12; 17-20, Amos 8: 3.” – GS p. 580.

 

Vers 10:

En de vijfde engel goot zijn schaal uit op de troon van het beest; en zijn rijk is verduisterd geworden; en zij kauwden hun tongen van pijn.

11: En zij lasterden de God des hemels vanwege hun pijnen, en vanwege hun zweren, en zij bekeerden zich niet van hun werken.

 

“Door dit getuigenis wordt een belangrijk feit bevestigd, namelijk dat de plagen al hun slachtoffers niet onmiddellijk vernietigen, want sommigen die met zweren overdekt werden, leven nog tijdens de vijfde plaag en kauwen hun tongen van pijn. Een beschrijving van deze plaag vinden wij in Exodus 10: 21-23. De troon van het beest bevindt zich daar waar de pauselijke stoel zich bevindt, dat is tot nu toe en zal het ook blijven, de stad Rome. Zijn koninkrijk omvat waarschijnlijk allen die in geestelijk opzicht onderdanen zijn van de paus, waar ze zich ook bevinden.” – US p. 385.

 

Vers 12:

En de zesde engel goot zijn schaal uit op de grote rivier, de Eufraat; en zijn water is uitgedroogd, opdat bereid zou worden de weg der koningen die van de opgang der zon komen zullen.

13: En ik zag uit de mond van de draak, en uit de mond van het beest, en uit de mond van de valse profeet drie onreine geesten gaan, de kikvorsen gelijk;

14: Want het zijn geesten van duivelen, en zij doen tekenen, welke uitgaan naar de koningen van de aarde en de gehele wereld, om die te vergaderen tot de strijd van die grote dag van de almachtige God.

 

WANT HET ZIJN GEESTEN VAN DUIVELEN

“Beangstigende verschijnselen van bovennatuurlijke aard zullen spoedig worden gezien aan de hemel ten bewijze van de macht van de wonderwerkende demonen. De geesten van duivelen zullen uitgaan naar de ‘koningen van de aarde’ en naar de gehele wereld om hen te misleiden en hen over te halen zich achter Satan te scharen in zijn laatste strijd tegen Gods heerschappij. Satans medewerkers zullen zowel machthebbers als hun onderdanen misleiden. Mensen zullen opstaan bewerende dat zij Christus zijn, en de titel en aanbidding die de Verlosser van de wereld toebehoren voor zich opeisen. Zij zullen wonderbaarlijke genezingen verrichten en zullen beweren dat ze openbaringen uit de hemel hebben ontvangen die indruisen tegen de leer van de Bijbel.!! – GS 575.

 

“Satan heeft zich lang voorbereid op zijn laatste poging om de wereld te misleiden. Het fundament van zijn werk werd gelegd toen hij Eva in de hof van Eden verzekerde: ‘U zult geenszins sterven’‘ten dage dat u daarvan eet, zullen uw ogen geopend worden, en u zult zijn als God, kennende goed en kwaad.’ Gen. 3: 4,5. Geleidelijk heeft hij de weg gebaand voor zijn meesterstuk van verleiding: het spiritisme. Hij heeft zijn plannen nog niet helemaal uitgevoerd, naar het zal wel gebeuren wanneer de tijd bijna helemaal voorbij is ….. De hele wereld zal verstrikt raken in de netten van deze misleiding, maar zij die bewaard worden door de kracht van God en door het geloof in Zijn woord zullen ontkomen. De mensen laten zich snel in slaap sussen door een gevoel van zekerheid. Dit zal hen noodlottig worden en ze zullen pas uit hun slaap wakker schrikken wanneer Gods gramschap wordt uitgestort.” – GS  p. 517.

 

Vers 15:

Zie, Ik kom als een dief. Zalig is hij die waakt, en zijn klederen bewaakt, opdat hij niet naakt wandele, en men zijn schaamte niet zie.

 

ZIE, IK KOM ALS EEN DIEF

‘De slechte slaaf zegt in zijn hart: ‘Mijn heer blijft uit.’ Hij zegt niet dat Christus niet komen zal. Hij spot niet bij de gedachte van Zijn wederkomst. Maar in zijn hart en door zijn daden zegt hij dat de komst van de Heer is uitgesteld. Uit de gedachten van anderen bant hij de overtuiging dat de Heer spoedig komen zal. Zijn invloed leidt tot aanmatiging, zorgeloos uitstel …... Hij begeeft zich in de wereld ...... Het is een vreselijke gewaarwording. Met de wereld wordt hij verstrikt .....

 

‘Indien u dan niet waakt, zo zal Ik over u komen als een dief, en u zult niet weten, op welke tijd Ik over u komen zal.’ Openbaring 3: 3. De komst van Christus zal de valse leraars verrassen. Zij zeggen: ‘Vrede en geen gevaar.’ Evenals de priesters en leraars vóór de val van Jeruzalem zien zij uit naar een tijd van aardse voorspoed en heerlijkheid voor de gemeente. Zij verklaren de tekenen der tijden als een bevestiging van hun gedachten. Maar wat zegt het Woord der inspiratie? ‘Een plotseling verderf zal over hen komen.’ 1 Thess. 5: 3. Over allen die op de aardboden leven, over allen die de wereld tot hun tehuis maken, zal de dag van God komen als een dief.. .“ - Wens p. 528.

 

Vers 16:

En zij hebben hen vergaderd in de plaats, die in het Hebreeuws genaamd wordt Armagéddon.

 

EN ZIJ HEBBEN HEN VERGADERD

“Er zijn slechts twee partijen in onze wereld, zij die trouw zijn aan God, en zij die onder de banier van de vorst der duisternis staan. Satan en zijn engelen zullen neerdalen met krachten en tekenen en leugenachtige wonderen om hen die op de aarde wonen te misleiden en indien mogelijk zelfs de uitverkorenen. De crisis ligt vlak voor ons. Is dit om de krachten van hen die de waarheid kennen te verlammen? Raakt de invloed van de misleidende krachten zo ver dat de invloed van de waarheid overmeesterd zal worden?

 

DE STRIJD VAN ARMAGEDDON zal spoedig gestreden worden. Hij op Wiens kleed geschreven staat Koning der koningen en Here der heren, leidt de hemelse strijdkrachten op witte paarden, gekleed in fijn linnen, zuiver en wit.” – MS p. 172.

 

“Vier machtige engelen houden nog de vier winden van de aarde tegen. Een vreselijke vernietiging wordt er van weerhouden in alle hevigheid los te barsten. De rampen op het land en op zee; het verlies aan levens, nemen gestaag toe, door storm, door oproer, door treinrampen, door grote branden, de vreselijke overstromingen, de aardbevingen en de oproeren zullen de volkeren worden aangezet tot een dodelijke strijd. Maar de engelen houden de winden tegen, en laten niet toe dat de kracht van Satan in volle hevigheid zal losbarsten, totdat de dienstknechten van God verzegeld zijn aan hun voorhoofden.

 

EEN VRESELIJKE STRIJD LIGT VOOR ONS

 

Wij naderen de strijd van de grote dag van de Almachtige God. Hetgeen tot nu toe tegengehouden werd zal losgelaten worden. De engel van barmhartigheid vouwt haar vleugels en bereidt zich voor de troon te verlaten en de wereld over te geven aan de macht van Sa— tan. De vorsten en machten van de aarde zijn in bittere opstand tegen de God van de hemel. Zij zijn vervuld van haat tegen degenen die Hem dienen, en spoedig, zeer spoedig, zal de laatste strijd tussen goed en kwaad gestreden worden. De aarde zal het slagveld zijn – het beeld van de laatste strijd en uiteindelijke overwinning.” – R & H 13.5.1902.

 

“Terwijl hun handen begonnen los te laten en de vier winden zouden gaan waaien, zag het barmhartige oog van Jezus neer op het overblijfsel dat nog niet verzegeld was, en Hij hief zijn handen op tot de Vader, en pleitte met Hem, dat Hij Zijn bloed voor hen had vergoten. Toen werd aan een andere engel opdracht gegeven om snel naar de vier engelen te vliegen en hen te bevelen, de winden te houden, totdat de dienstknechten van God verzegeld waren aan hun voorhoofden met het zegel van de levende God.” — EG p. 33.

 

EN ZIJ HEBBEN HEN VERGADERD

“De tijd van beproeving loopt ten einde. Reeds staat het ene koninkrijk op tegen het andere. Er is nu nog geen sprake van een vastbesloten strijd. De vier winden worden nog tegengehouden totdat de dienstknechten van God verzegeld zijn aan hun voorhoofden. Dan zullen de aardse machten met hun strijdkrachten optrekken voor de laatste grote strijd.” – 7 BC p. 968, EGW

 

Vers 17:

En de zevende engel goot zijn schaal uit in de lucht; en er kwam een grote stem uit de tempel van de hemel, zeggende: Het is geschied!

18: En er geschiedden stemmen en donderslagen, en bliksemen; en er geschiedde een grote aardbeving, hoedanig niet is geschied van dat er mensen op aarde geweest zijn, namelijk een zodanige aardbeving en zo groot.

 

EN ER KWAM EEN GROTE STEM

“Wij moeten de uitgieting van de zevende plaag bestuderen. De kwade machten zullen de strijd niet zonder weerstand opgeven.” – 7 BC p. 983, EGW

 

“In het midden van de dreigende hemel is een lichtende plek van onbeschrijfelijke schoonheid. Vandaar klinkt de stem van God als het ‘geluid van vele wateren …..’ Hij zegt: ‘HET IS GESCHIED …...’

 

Die stem doet de hemel en aarde beven. ‘En er geschiedde een grote aardbeving .....’ De hemel schijnt zich te openen en weer te sluiten. Het is alsof de heerlijkheid van Gods troon er doorheen schittert. De bergen bewegen als strohalmen in de wind en de grote rotsblokken worden naar alle kanten geslingerd. Men hoort een geloei als van een opkomende storm en het geraas van een orkaan gelijk de stemmen van demonen die zijn uitgegaan om te vernietigen. De zee wordt opgezweept. De gehele aarde gaat op en neer als de golven van de zee. De aardkorst scheurt open. Het is alsof de aarde op instorten staat. Bergketens zinken weg. Bewoonde eilanden verdwijnen in de diepte. De zeehavens die even goddeloos zijn als Sodom, worden door de woeste wateren verzwolgen.” – GS p. 587.

 

Vers 19:

En de grote stad is in drie delen gescheurd, en de steden der heidenen zijn gevallen; en het grote Babylon is gedacht geworden voor God, om haar te geven de drinkbeker van de wijn van de toom van Zijn gramschap.

 

EN HET GROTE BABYLON

“Het grote Babylon wordt voor God ‘in gedachtenis gebracht, om daaraan de beker met de wijn van de gramschap Zijns toom te geven.’ Grote hagelstenen, ‘een talent pond zwaar’ richten grote verwoestingen aan. De hoogmoedigste steden van de aarde worden met de grond gelijk gemaakt. De prachtige paleizen waaraan de groten der aarde hun rijkdom hebben verspild om zichzelf te verheerlijken, storten voor hun ogen ineen. Gevangenismuren scheuren en Gods kinderen die om hun geloof in de boeien waren geslagen, worden in vrijheid gesteld.” – GS p. 587.

 

Vers 20:

En alle eiland is verdwenen, en de bergen zijn niet gevonden.

21: En een grote hagel, elk als een talent pond zwaar, viel neer uit de hemel op de mensen; en de mensen lasterden God vanwege de plaag van de hagel; want de plaag was zeer groot.

 

EN ALLE EILAND IS VERDWENEN

“Zo zal God de goddelozen van de aardbodem verdelgen. Maar de rechtvaardigen zullen bewaard worden te midden van deze rampen, zoals Noach bewaard werd in de ark. God zal hun toevlucht zijn, en onder Zijn vleugels zullen ze beschermd zijn. De psalmist zegt:

 

‘Want U, o Here, bent mijn toevlucht. De Allerhoogste hebt u tot uw schutse gesteld; geen onheil zal u treffen.’ Hij verbergt mij in Zijn hut, ten dage des kwaads, Hij verbergt mij in het verborgene van Zijn tent.’ Psalm 91: 9,10; 27: 5.

 

Gods belofte luidt: ‘Omdat hij Mij zeer bemint, zal Ik hem bevrijden; Ik zal hem beschutten, omdat hij Mijn naam kent.” Psalm 91:14. – P & P. p. 82