|
|
||
| You are home- www.agp-internet.com/react- profetie.nl.nu | ||
|
Openbaring 9
“Attila wordt symbolisch voorgesteld door de ster van de derde bazuin (Openbaring 8:10,11). Mohammed door de vijfde bazuin. De put des afgronds doelt ongetwijfeld op de woeste landstreek van de Arabische woestijn, vanwaar de Mohammedanen of Saracenen van Arabië als zwermen sprinkhanen opkwamen.” - BL p. 319.
En zij heeft de put des
afgronds geopend, en er is rook opgegaan uit de put, als rook van een grote
oven, en de zon en de lucht is verduisterd geworden, van de rook uit
de put.
“De verduistering, veroorzaakt door de rook die opgaat uit deze put, stelt op passende wijze het verspreiden van het Mohammedanisme en zijn leer over Azië, Afrika en gedeelten van Europa voor.
Hun macht als schorpioenen werd treffend gezien in hun kracht en snelle aanvallen op, en overwinningen over hun vijanden.
En hun werd gezegd, dat zij het gras der aarde niet zouden beschadigen, noch enige groente, noch enige boom, dan de mensen alleen, die het zegel Gods aan hun voorhoofden niet hebben.
“Toende Arabische stammen vergaderd waren om Syrië te gaan overweldigen, in 633 na Chr., gaf kalif Abu-Bekr, de opvolger van Mohammed, de generaals van zijn legermacht last, te zorgen dat hun overwinning niet ‘bevlekt zou worden met het bloed van vrouwen en kinderen;’‘geen palmbomen vernielen, noch graanvelden af te branden; geen vruchtbomen om te hakken, noch enig kwaad te doen aan vee;’ en die godsdienstige personen te sparen ‘die in kloosters teruggetrokken leefden, en wier doel was, God op deze wijze te dienen,’ maar, zei hij, ‘gij zult een ander soort van mensen vinden, die tot de synagoge van Satan behoren, die geschoren kruinen hebben, zorg ervoor dat gij hun schedel splijt, en hen niet laat ontkomen, totdat zij ňf Mohammedaan worden, ňf schatting betalen.’ Door deze woorden toont zich het Mohammedanisme, hoewel zelf een valse godsdienst, een gesel van het afvallige christendom.
In korte tijd hadden zij (de Mohammedaanse Saracenen) aan de Aryanen al de voornaamste oude Semitische landen, - Palestina, Syrië, Mesopotamië, Assyrië en Babylon ontnomen.
Aan deze zou Egypte spoedig toegevoegd worden.” Encyclopedia Britannia, artikel “Mohammedanisme.” — BL pp. 319,320.
ALLEEN DIE HET ZEGEL GODS AAN HUN VOORHOOFDEN NIET HEBBEN
“In onze opmerking over hoofdstuk 7: 1-3 hebben wij aangetoond dat het zegel van God de sabbat van het 4e gebod is. De geschiedenis bevestigt het feit dat er gedurende de gehele christelijke bedeling mensen waren die de sabbat heiligden. Maar velen stellen de vraag: ‘Wie waren degenen die het zegel Gods aan hun voorhoofden hadden en die daardoor van de onderdrukking van Mohammed gevrijwaard bleven?’ Laat de lezers het feit gedenken dat reeds terloops werd vermeld dat er gedurende deze gehele bedeling altijd mensen waren die het zegel van God aan hun voorhoofden hadden ofwel de ware sabbat heiligden.” - US p. 183.
Vers 5: En hun werd macht gegeven, niet dat zij hen zouden doden, maar dat zij zouden van hen gepijnigd worden vijf maanden; en hun pijniging was als de pijniging van een schorpioen, wanneer hij de mens gestoken had.
EN HUN WERD MACHT GEGEVEN ‘Hun gedurige aanvallen in het Romeinse gebied en herhaalde aanvallen op Konstantinopel, vormden een voortdurende kwelling voor het gehele rijk. Toch konden zij het niet geheel en al onderwerpen ondanks de langdurige periode - waarop wij later nog terugkomen – waarin zij door onophoudelijke aanvallen voortgingen de afvallige kerk waarvan de Paus het hoofd is, ernstig te teisteren. Hun opdracht was te pijnigen en te verwonden, maar ze mochten niet doden of totaal vernietigen. Het wonderlijke is dat ze dat ook niet deden.” - US p. 184
Vers 6: In die dagen zullen de mensen de dood zoeken, en zij zullen die niet vinden; en zij zullen begeren te sterven, en de dood zal van hen vlieden.
EN IN DIE DAGEN “De mensen waren het leven moe omdat dit alleen gespaard bleef voor een herhaling van de pijniging en omdat alles wat hun heilig was, geschonden werd en alles wat hun dierbaar was voortdurend in gevaar verkeerde. De barbaarse Sarracenen heersten over hen of gaven hen slechts een korte rust, die weer even onverwacht en gewelddadig verstoord kon worden, als door een plotselinge aanval van een schorpioen.” — US p. 187.
Vers 7: En de gedaanten van de sprinkhanen waren aan de paarden gelijk, die tot de oorlog bereid zijn; en op hun voorhoofden, waren als het ware kronen, het goud gelijk, en hun aangezichten als aangezichten van mensen.
EN DE GEDAANTE VAN SPRINKHANEN “De Arabische hengsten zijn wereldberoemd. In Arabië is men bedreven in het berijden van paarden; het wordt daar als een kunst en wetenschap beoefend. De baardige Arabieren, snel als de sprinkhanen en gewapend als schorpioenen die elk moment tot de aanval kunnen overgaan, waren steeds tot strijden bereid.
EN OP HUN HOOFDEN WAREN KRONEN De tulbanden van de Sarcenen zijn hun sieraad en trots en ze beschouwen ze als kronen. De rijke oorlogsbuit die zij binnenhaalden, stelde hen in staat zich vaak van nieuwe te voorzien.”‘ US p. 186.
Vers 8: En zij hadden haar als vrouwen, en hun tanden waren als tanden van leeuwen.
HAAR ALS VROUWEN “Lang haar is een sieraad van de vrouwen. De Arabieren droegen - in tegenstelling tot andere mannen - lang haar, evenals de vrouwen, ze knipten het niet af. Deze gewoonte werd door Plinius en anderen bevestigd.” - US p. 188.
Vers 9: En zij hadden borstwapenen als ijzeren borstwapenen; en het gedruis van hun vleugelen was als een gedruis van wagens, wanneer vele paarden naar de strijd lopen.
BORSTWAPENEN “In de dagen van Mohammed droegen de Arabieren een harnas (borstwapen). In de strijd van Chud – de tweede slag die Mohammed streed met de Koreish van Mekka, in 624 na Chr., droegen 700 van hen een harnas.
HET GEDRUIS VAN HUN VLEUGELS De aanval van de Arabieren geleek niet op die van de Grieken of Romeinen, die met een grote compacte infanterie streden. Hun militaire macht werd hoofdzakelijk gevormd uit paardevolk en boogschutters. Een lichte aanraking met de hand was voldoende om de Arabische paarden weg te laten stuiven met de snelheid van de wind. Het geluid van hun vleugels was als het gedruis van de wagens, wanneer vele paarden naar de strijd lopen.” — US p. 188.
Vers 10: En zij hadden staarten gelijk schorpioenen, en er waren angels in hun staarten; en hun macht was de mensen te pijnigen vijf maanden.
VIJF MAANDEN Gibbon zegt: “Het was op de zevenentwintigste juli, in het jaar 1299, dat Othman voor het eerst het grondgebied van Nicodemië, in Klein-Azie, binnenviel, en hij zegt verder dat ‘de eigenaardige juistheid van de datum een zekere voorkennis van de snelle en vernielende groei van het monster aan het licht schijnt te brengen.’ - Decline and Fall of the Roman Empire, hoofdstuk 64, pag. 14. Dit houden wij dus voor het begin van het tijdperk, waar naar verwezen is.
Een Bijbelse maand heeft dertig dagen; vijf maanden zijn dus 150 dagen. Een dag voor een jaar tellende, zouden 150 jaren van 27 juli 1299 reiken tot 27 juli 1449. Gedurende dit tijdperk waren de Turken bijna onophoudelijk in oorlog met het Griekse rijk, doch zonder dit te veroveren.” — BL p. 320.
Vers 11: En zij hadden over zich tot een koning de engel des afgronds; en zijn naam was in het Hebreeuws Abbádon, en in de Griekse taal had hij de naam Appolyon.
EN ZIJ HADDEN OVER ZICH TOT EEN KONING “Honderden jaren lang hadden de Mohamedanen en invallende Tartaarse stammen gelijk sprinkhanen (Spreuken 30: 27), geen algemene regering of koning over zich, maar waren verdeeld in troepen of stammen, onder
echter richtte Temujin, koning van de Mongolen, die beschreven wordt als ‘de vreselijkste gesel, welke het mensengeslacht ooit gegeseld heeft’ een rijk op ten koste van, naar men schat, ‘vijftig duizend steden en dorpen, en vijf miljoen mensenlevens.’ (Myers, General History, p. 461).
Dit werd opgevolgd door het meer standhoudende Tartaarse rijk, een eeuw later door Othman gesticht, en dat gewoonlijk bekend staat als het Ottomaanse Rijk, geregeerd door de Sultan. Vanaf het begin is de grootste karaktertrek van het Turkse gouvernement dat van een ‘verdelger’ geweest. Sprekende over de oorlog door de Turken tegen het Byzantijnse Keizerrijk gevoerd in 1050, zegt Gibbon (hoofdstuk 57) ‘De tienduizenden van de Turkse ruiterij verspreidden zich over de grenslijn van zeshonderd mijlen, van Taurus tot Erzerum, en het bloed van honderddertigduizend christenen was een dankoffer aan de Arabische profeet gebracht.
In 1058 ontrukten de Turken het Heilige Land aan de Saracenen, ontheiligden de heilige plaatsen, en behandelden de pelgrims, die naar Jeruzalem waren gekomen, met wreedheid. Dit gaf aanleiding tot de negen ongelukkige kruistochten van de volgende twee eeuwen, ondernomen om het Heilige Land weer in bezit te krijgen.’” - BL p. 320.
Vers 12: Het ene wee is weggegaan, zie, er komen nog twee weeën na dezen.
De zesde engel
Vers 13: 14. Zeggende tot de engel, die de bazuin had: Ontbind de vier engelen, die gebonden zijn bij de grote rivier de Eufraat.
DE VIER ENGELEN “Deze vier engelen worden bezien als doelende op de vier belangrijkste Turkse sultanaten Aleppo, Iconium, Damascus, en Bagdad - uit welke het Ottomaanse rijk, gelegen in het land waar de rivier de Eufraat doorstroomt, was samengesteld.
Als een treffende parallel kan men opmerken, dat de vier engelen in Openbaring 7: 1-3 onder de zesde plaag (Openb. 16: 12-16) de winden van de oorlog zullen loslaten; dat het water van de rivier (het Turkse rijk) zal opdrogen; en de legermachten van de volkeren vergaderd zullen worden tot de laatste slag van Armageddon.”Bl. p. 321.
Vers 15: En de vier engelen zijn ontbonden geworden, welke bereid waren tegen de ure, en dag, en maand, en jaar, opdat zij het derde deel van de mensen zouden doden.
WELKE BEREID WAREN “De geschiedenis van de volken die de een na de ander de hun toegewezen tijd en plaats hebben ingenomen en onbewust getuigen van de waarheid waarvan zijzelf de betekenis niet begrijpen, spreekt tot ons. Aan elk volk en aan elk mens van deze tijd heeft God een plaats toegekend in Zijn groot plan. Vandaag worden de mensen en volken gemeten door het schietlood in de hand van Hem die zich niet vergist. Allen bepalen door hun persoonlijke keuze hun lot en God heeft alles in Zijn macht om Zijn doel te bereiken. Alles wat de profetie heeft voorzegd dat tot op heden zou gebeuren, staat opgetekend op de bladzijden van de geschiedenis, en we kunnen verzekerd zijn dat wat nog komen moet, eveneens in vervulling zal gaan.” - Ka. p. 177.
URE, DAG EN MAAND EN JAAR “Een uur in de profetische tijd is gelijk aan vijftien dagen; een dag wordt gesteld voor een jaar, een maand voor dertig dagen, een jaar voor 360 dagen. Samengenomen komt dit op 391 jaren en vijftien dagen, de tijd die toegekend was aan de Ottomaanse oppermacht. Beginnende op 27 juli 1449, de datum van het eindigen van de vijfde bazuin, zou het eindpunt van dit tijdperk vallen op 11 augustus 1840. In de nauwgezette vervulling van de woorden van de profetie is dit de datum van de val van het Ottomaanse rijk als een onafhankelijke macht.” - BL p. 322.
“In het jaar 1840 wekte een verdere merkwaardige vervulling van de profetieën de algemene belangstelling op. Twee jaren voordien gaf Josiah Litch, een van de voornaamste predikanten, die de wederkomst predikten, een verklaring van Openbaring 9 uit, waarin de val van het Ottomaanse rijk werd voorspeld. Volgens zijn berekening zou deze macht tot zijn ondergang komen in 1840 na Chr. ergens in de maand augustus, en slechts enkele dagen vóór de vervulling schreef hij: ‘Toegevende dat het eerste tijdperk van 150 jaren met juistheid vervuld is geworden, voordat Deacozes met toestemming van de Turken de troon beklom, en dat de 391 jaren en vijftien dagen een aanvang genomen hebben aan het einde van het eerste tijdperk, moeten ze op 11 augustus 1840 eindigen, en verwacht mag worden dat de Ottomaanse macht te Konstantinopel dan verbroken zal worden. En ik geloof dat dit het geval zal zijn.
Precies op de aangegeven tijd nam Turkije door zijn afgezanten de bescherming van de verbonden machten van Europa aan, en stelde zich op die wijze onder het beheer van de Christelijke volken. De gebeurtenis was een nauwkeurige vervulling van de voorspelling. Toen het bekend werd, kwamen er scharen tot een overtuiging van de juistheid van de grondregels van de profetische verklaring die door Miller en zijn metgezellen waren aangenomen, en ontving de Adventbeweging een krachtige steun. Geleerde en hooggeplaatste mannen verenigden zich met Miller in het prediken en publiceren van zijn inzichten en van 1840 tot 1844 breidde het werk zich met snelheid uit.” - GS p. 390 (Dan. 11: 40-45). o.u.
Vers 16: En het getal van de heirlegers der ruiterij was tweemaal tien duizenden der tien duizenden; en ik hoorde hun getal. 17: En ik zag ook de paarden in dit gezicht; en die daarop zaten, hebbende vurige, hemelsblauwe, en sulfervervige borstwapenen; en de hoofden van de paarden waren als hoofden van leeuwen, en uit hun monden ging vuur, en rook, en sulfer.
EN HET GETAL VAN DE HEIRLEGERS “In het jaar 1453 sloeg Mohammed II, de Grote, sultan van de Ottomanen, het beleg voor de hoofdstad (Konstantinopel), met een leger van meer dan 200.000 manschappen. Na een korte blokkade werd de plaats stormenderhand genomen. Het kruis, dat sedert de tijd van Konstantijn de Grote op het koepeldak van de kerk van St. Sophia had gestaan, werd vervangen door de halve maan, die daar nu nog staat. - Myers’‘General History’ editie 1902.”
Aldus werd Konstantinopel, de oostelijke zetel van het Romeinse rijk sedert de tijd van Konstantijn, door de Turken veroverd.
EN UIT HUN MONDEN GING VUUR, EN ROOK, EN SULVER Hier schijnt ook verwezen te worden naar het gebruik van geweren, die de Turken begonnen te gebruiken tegen het einde van de dertiende eeuw, en die te paard zittend afgeschoten het aanzien gaven van vuur en rook, uit de monden van de paarden komende. In de strijd van Armageddon, waar hier een toespeling op gemaakt wordt, zal ongetwijfeld een leger van ‘tweemaal tienduizenden’ of tweehonderd miljoen vergaderd zijn.” - BL p. 321.
“Het ombrengen van het derde deel van de mensen, vers 15, hetgeen duidt op de inneming van Konstantinopel en de daarop volgende vernietiging van het Griekse rijk, werd volbracht met behulp van vuur, rook en sulver, de artillerie en vuurwapens van Mohammed. Meer dan elfhonderd jaren waren voorbijgegaan sedert de oprichting van Konstantinopel door Constantijn. Gedurende die tijd hadden zij de belegeringen doorstaan van: De Goten, Hunnen, Avaren, Perzen, Bulgaren, Saracenen en Russen, terwijl ook de Ottomaanse Turken hun vijandige aanvallen ondernamen en haar belegerden. Maar de vestingen konden zij niet innemen, Konstantinopel overleefde en daarmee het Griekse rijk. Het grootste verlangen van Sultan Mohammed was om iets te vinden waardoor de weerstand gebroken kon worden. Aan een kanonnengieter die naar hem was overgelopen, vroeg hij: ‘Kunt u een kanon gieten dat sterk genoeg is om de muren van Konstantinopel omver te werpen?’ Daarop werd een gieterij in Adrianopel gebouwd, de kanonnen werden gegoten, de artillerie en belegering voorbereid.
Het is opmerkelijk hoe Gibbon, die steeds onbewust commentaar geeft op profetieën van De Openbaring, dit nieuwe oorlogswerktuig op de voorgrond plaatst in zijn kundige en duidelijke beschrijving van de laatste catastrofe van het Griekse rijk. In het voorwoord vermeldt hij de ontwikkeling van de toen nieuwe uitvinding van het buskruit, een mengsel van salpeter, sulfer en houtskool. Hij vertelt over het vroegere gebruik ervan door Sultan Amurath en ook, zoals reeds gezegd, dat Mohammed II grote kanonnen liet gieten te Adrianopel. Vervolgens beschrijft hij de belegering; hoe de stortregen van lansen en pijlen gepaard ging met de rook, het geluid en het vuur van de musketten en kanonnen, hoe een lange rij Turkse artillerie gericht was op de muren, veertien batterijen die gelijktijdig de best toegankelijke plaatsen bestookten; hoe de vestingen, die eeuwenlang hadden standgehouden tegen vijandelijk geweld, ontmanteld werden door de Ottomaanse kanonnen, waardoor vele bressen ontstonden en bij de poort van St. Romanus vier torens met de grond gelijkgemaakt werden.
Hoe vanaf de galleien en vanaf de brug Ottomaanse artillerie van alle kanten bulderde, hoe het kamp en de stad, de Grieken en Turken, in een wolk van rook gehuld waren, die alleen verdreven kon worden door de uiteindelijke bevrijding of vernietiging van het Romeinse rijk...
Er is reeds gezegd hoe opmerkelijk en treffend Gibbon de verovering van de stad beschrijft en de verdeling van hel rijk door de Ottomaanse artillerie. In feite is het een verklaring van de woorden van deze profetie. Door deze middelen; namelijk door het vuur, rook en door het sulver dat uit hun monden ging, werd een derde deel van de mensen gedood.” Elliot, US pp. 196,7.
Vers 18: Door deze drie werd het derde deel van de mensen gedood, namelijk door het vuur, en door de rook, en het sulfer, dat uit hun monden ging. 19. Want hun macht is in hun mond, en in hun staarten; want hun staarten zijn aan de slangen gelijk, en hebben hoofden en beschadigen met dezelve.
EN IN HUN STAARTEN “Naast het vuur, de rook en sulfer, dat ogenschijnlijk uit hun monden voortkwam, wordt ook gesproken over de macht in hun staarten. ‘Want hun staarten waren als slangen.’ Een opmerkelijk feit is, dat de paardestaart een welbekende Turkse standaard is en een symbool van de autoriteit en rang. De bedoeling van deze woorden schijnt te zijn, dat de staarten tot symbool of teken van hun autoriteit dienden.” US p. 198
Vers 20: En de overige mensen, die niet gedood zijn door deze plagen, hebben zich niet bekeerd van de werken hunner handen, dat zij niet zouden aanbidden duivelen, en de gouden, en zilveren, en koperen, en stenen, en houten afgoden, die noch zien kunnen, noch horen, noch wandelen; 21: En hebben zich ook niet bekeerd van hun doodslagen, noch van hun venijngevingen, noch van hun hoererij, noch van hun dieverijen.
Welke Schriftuurplaatsen vermelden de Turkse macht? “In het elfde hoofdstuk van Daniël wordt er over Turkije gehandeld onder de naam de ‘koning van het Noorden’. (Dan. 11: 6-15, 40-45). In Openbaring 9, onder het bazuinen van de vijfde en zesde bazuin; en in Openbaring 16, onder het symbool van het uitdrogen van het water van de voornaamste rivier van de Turks – Aziatische bezittingen; ‘de grote rivier de Eufraat.‘ Het wezenlijke uitdrogen van de rivier de Eufraat was een signaal voor de ondergang van het oude Babylon.” Zie Bijbellezingen hoofdstuk: De Oosterse kwestie
|
||