You are home- www.agp-internet.com/react- profetie.nl.nu

* Openbaring  8

 

Opening van het zevende zegel

 

Vers 1:
En toen Hij het zevende zegel geopend had, kwam er een stilte in de hemel, ongeveer een half uur lang.

EEN HALF UUR STILTE

“Wij kunnen slechts gissen naar de oorzaak van dit zwijgen; een gissing die echter ondersteund wordt door de gebeurtenissen die onder het zesde zegel voorvallen. Dat zegel brengt ons niet tot de tweede komst van Christus, hoewel het gebeurtenissen omvat die nauw daarmee verbonden zijn:

 

a. de verschrikkelijke bewegingen van de elementen, die beschreven worden als: het samenrollen van de hemelen als een boek op het gezag van Gods stem;

 

b. het openbarsten van het aardoppervlak en de belijdenis van de goddelozen dat de grote dag van Gods wraak gekomen is.

 

Ongetwijfeld verwachten zij op dat moment de komst van de Koning der koningen in een voor hen onverdraaglijke heerlijkheid. Het zesde zegel eindigt kort voor die gebeurtenis. Het persoonlijk verschijnen van Christus moet daarom onder het zevende zegel plaatsvinden. Maar als de Here verschijnt komt Hij met al Zijn engelen. Matthëus 25: 31.
Als alle hemelse wezens de hemel verlaten om met hun goddelijke Leider af te dalen om de vruchten van Zijn verlossingswerk te oogsten, zal er dan geen stilte in de hemel zijn? Deze stilte zal – als wij uitgaan van een profetische tijdrekening – ongeveer zeven dagen duren.” - US pp. 157, 158.

 

“Wij stapten allen tezamen op een wolk en stegen zeven dagen achtereen omhoog, tot wij bij de glazen zee kwamen, waar Jezus de kronen bracht, die Hij met Zijn rechterhand op onze hoofden plaatste. Hij gaf ons gouden harpen en zegepalmen.” - EG p. 8.

 

DE ZEVEN BAZUINEN

 

Vers 2:

En ik zag de zeven engelen, die voor God stonden, en hun werden zeven bazuinen gegeven.

 

WAAROVER HANDELEN DEZE BAZUINEN?

“Over oorlogen, beroeringen en politieke gebeurtenissen, die eindigden in het verbrokkelen en de ondergang van het Romeinse rijk, –  de eerste vier handelen over de val van het Westelijk Rome, de vijfde en de zesde over de val van het Oosterse rijk, de zevende over de uiteindelijke val van Rome in de wijdste zin, ofwel van alle koninkrijken der wereld. Zie Openbaring 8 en 9, en 11: 14 – 19. Een bazuin is een symbool van oorlog. Jer. 4: 19, 20; Joël 2: 1 – 11; Bijbellezingen v.h. Huisgezin, p. 316.

 

Vers 3:

En er kwam een andere engel, en stond aan het altaar, hebbende een gouden wierookvat, en hem werd veel reukwerk gegeven, opdat hij dit met de gebeden van alle heiligen zou leggen op het gouden altaar,

4. En de rook van het reukwerk, met de gebeden van de heiligen, ging op van de hand van de engel voor God.

 

DE GEBEDEN VAN DE HEILIGEN
“Als de hogepriester het warme bloed (van het offerdier) sprenkelde op het altaar terwijl een geurige wolk van wierook opsteeg voor God, zo moeten  – terwijl wij onze zonden belijden en pleiten op de kracht van Christus’ verzoenend bloed  –  onze gebeden opstijgen naar de hemel, als een aangename reuk door de verdiensten van het karakter van onze Verlosser. Ondanks onze onwaardigheid, moeten wij bedenken dat er Iemand is die onze zonde kan wegnemen en Die bereid en verlangend is om de zondaar te redden. Hij betaalde met Zijn eigen bloed de straf van alle overtreders. Elke zonde, die wij met een berouwvol hart belijden, zal Hij wegnemen (Jes. 1:18; Hebr. 9:13,14).

 

Laten de gezinnen, de individuele christenen, en de gemeenten bedenken dat wij nauw verbonden zijn met de hemel. De Here heeft een bijzondere belangstelling voor Zijn strijdende gemeente hier beneden …... Elke morgen en avond ziet het hemelse universum elk gezin dat bidt, en de engel met de wierook, dat een symbool is van het verzoenend bloed, heeft toegang tot God.” — 7 BC pp. 970,1, EGW

 

 

Vers 5:

En de engel nam het wierookvat, en vulde dat met het vuur van het altaar en wierp het op de aarde, en er kwamen stemmen en donderslagen en bliksemen en aardbeving.

 

DE ENGEL NAM HET WIEROOKVAT

“De engel die zich naar het altaar begeeft, behoort niet tot de zeven engelen met de bazuinen (vers 2). Het altaar is het reukaltaar, waarvan zich een kopie bevond in de eerste afdeling van het aardse heiligdom. Hierin vinden wij opnieuw een bewijs dat zich in de hemel een heiligdom bevindt met gelijkvormige voorwerpen voor de tempeldienst als in het aardse heiligdom, dat een afbeelding was van het hemelse heiligdom. Door dit visioen van Johannes kunnen wij een blik werpen in het hemelse heiligdom. Daardoor blijkt dat in het hemelse heiligdom een dienst wordt verricht voor alle heiligen …... Dit blijkt uit het feit dat de engel zijn reukwerk offert met de gebeden van alle heiligen.” — US pp. 158,9.

 

“Christus, onze Middelaar, en de Heilige Geest doen voortdurend voorspraak ten behoeve van de mens, maar de Geest pleit niet voor ons zoals Jezus doet op grond van Zijn bloed dat van de grondlegging der wereld voor ons vergoten werd; de Geest werkt aan onze harten en leidt ons tot gebed en berouw, lof en dankzegging. De dankbaarheid die van onze lippen stroomt is het gevolg van de inwerking van de Geest op de ziel waardoor heilige herinneringen worden opgewekt.!’ - 7 BC pp. 1077. EGW

 

ZEVEN ENGELEN MET ZEVEN BAZUINEN

 

Vers 6:

En de zeven engelen, die de zeven bazuinen hebben, bereiden zich voor om te bazuinen.

 

“Vanaf hier tot aan het einde van het negende hoofdstuk vormen de zeven bazuinen het onderwerp van dit visioen. Deze zeven engelen bereiden zich voor om te bazuinen. Hun bazuingeschal is een aanvulling op de profetie van Daniël 2 en 7, beginnende met het uiteenvallen van het oude Romeinse rijk in tien delen. Een beschrijving hiervan vinden wij in de eerste vier bazuinen.” - US pp. 159, 60.

 

Vers 7:

En de eerste engel heeft gebazuind, en er kwam hagel en vuur, gemengd met bloed, en zij zijn op de aarde geworpen; en het derde deel van de bomen is verbrand, en al het groene gras is verbrand.

 

EN ER KWAM HAGEL EN VUUR

“Deze bazuin beschrijft de eerste grote inval in westelijk Rome, door de Gothen, onder Aleric, van 395 na Chr. tot 410 na Chr. In 408 overviel hij Italië, het middelste ‘derde deel’, plunderde en verbrandde steden en doodde de inwoners ervan. Gibbon zegt in zijn boek “Decline and Fall of the Roman Empire,’ hoofdstuk 33, de laatste volzin: ‘De Unie van het Romeinse rijk was ontbonden, het genie ervan was in het stof vernederd; en de legerbenden van onbekende barbaren, komende uit de bevroren landstreken van het Noorden, hadden hun zegevierende heerschappij over de mooiste gewesten van Europa en Afrika gevestigd.” — BL p. 317.

 

Vers 8:
En de tweede engel heeft gebazuind, en er werd iets als een grote berg, brandend van vuur in de zee geworpen; en het derde deel van de zee is bloed geworden.

9. En het derde deel van de schepselen in de zee, die leven hebben, is gestorven, en het derde deel van de schepen is vergaan.

 

EEN GROTE BERG, BRANDEND VAN VUUR
“Dit beschrijft de invallen en overwinningen van de Vandalen onder de gevreesde Genseric – eerst van Afrika, en later van Italië  –  van 428 tot 476 na Chr. Zijn veroveringen werden grotendeels op zee behaald. In één nacht vernielde hij door vuur en zwaard dicht bij Carthago, meer dan de helft van de Romeinse vloot, die uit 1.113 schepen en meer dan 100.000 manschappen bestond.”  – BL p. 317.

 

Vers 10:

En de derde engel heeft gebazuind, en er is gevallen een grote ster, brandende als een fakkel, gevallen uit de hemel, en is gevallen op het derde deel van de rivieren, en op de fonteinen der wateren.

11: En de naam van de ster wordt genoemd Alsem, en het derde deel der wateren werd tot alsem; en vele mensen zijn gestorven van de wateren, want zij waren bitter geworden.

 

EN ER IS EEN GROTE STER GEVALLEN

“De verontrustende invallen en veroveringen van Attila, de Hun, zijn hier voorspeld. Zijn veroveringen kenmerkten zich door vuur, het zwaard, en plundering langs de Rijn, in Gallië en noordelijk Italië. Hij beweerde een afstammeling van Nimrod te zijn, en noemde zichzelf de ‘Gesel van God’ en de ‘Schrik van de wereld,’ en beroemde zich erop, dat nooit meer gras zou groeien, waar zijn paard de hoeven had gezet. Zijn grootste slag was bij Châlons, in Gallië, in het jaar 451 na Chr. waar men zegt, dat er van zijn 700.000 man tussen 100.000 en 300.000 dood op het slagveld gebleven zijn.” Zie Gibbons Rome en ‘Vijftien Beslissende Slachten van de Wereld,’ Door Sir Edward Creasy, hoofdstuk 6.

 

Gibbon zegt (hoofdstuk 34): ‘Gedurende de regering van Attila werden de Hunnen opnieuw de schrik van de wereld,’ en hij beschrijft verder ‘het karakter van die geduchte barbaar, die,’ zegt hij, ‘afwisselend het Oosten en het Westen belegerde en invallen deed, en de snelle val van het Romeinse Rijk verhaastte.’’ –  BL pp. 317,8.

 

Vers 12:
 En de vierde engel heeft gebazuind en het derde deel van de zon werd geslagen, en het derde deel van de maan, en het derde deel van de sterren; opdat het derde deel daarvan verduisterd zou worden; en dat het derde deel van de dag niet zou lichten; en van de nacht desgelijks.

 

EN HET DERDE DEEL

“Deze bazuin brengt ons tot de val van westelijk Rome in 476 na Chr., toen de Herulen, die barbaren waren, onder aanvoering van Odeacer bezit van de stad en van de scepter van Rome namen; en het grote rijk, dat tot nu toe de wereld geregeerd had, werd een arm hertogdom schatplichtig aan de bisschop van Ravenna. Zijn sterren en zijn burgerlijke bewindhebbers waren geslagen, en hadden opgehouden te schijnen. Italië werd nu inderdaad een provincie van het oosterse keizerrijk. Het Romeinse keizerrijk in het westen had opgehouden te bestaan, na 1229 jaren een rijk geweest te zijn, gerekend vanaf’ de stichting van Rome.” - Myers General History , p. 348; BL p. 318.

 

HET DERDE DEEL van de zon, maan en sterren. Deze symbolen wijzen kennelijk op de belangrijkste mannen in de Romeinse regering; haar keizers, senatoren en consuls. Het Westers Romeinse rijk viel in 476 na Chr. Doch hoewel de Romeinse zon ondergegaan was, bleven de kleine lichtjes: de senatoren en consuls, flauwtjes verder schijnen. Maar na vele burgerlijke tegenslagen en veranderingen in politiek opzicht, verdween tenslotte in 566 na Cbr. dit laatste deel van de vroegere regeringsvorm.” –  US p. 169.

 

Vers 13:

En ik zag, en ik hoorde een engel vliegen in het midden des hemels, zeggende met grote stem: Wee, wee, wee, degenen die op de aarde wonen, van de overige stemmen der bazuin der drie engelen, die nog bazuinen zullen.

 

WEE, WEE, WEE

“Deze tijdelijke onderbreking van de reeks van bazuinen vraagt speciale aandacht voor de laatste drie, die bijzonder gekarakteriseerd worden als weeën.” –  7 BC p. 789.

 

“De rampspoeden die over het rijk werden gebracht door de invallen van de barbaren waren naar verhouding licht ten

 

opzichte van de rampspoeden die daarna volgden. Zij waren slechts de eerste druppels die voorafgingen aan een stortvloed, die spoedig over de Romeinse wereld zou komen. De drie volgende bazuinen worden overschaduwd door een wolk van WEE (ellende).

 

De engel van vers 13 behoort niet tot het zevental dat de bazuinen blaast. Hij verkondigt slechts dat de drie overgebleven bazuinen WEE – bazuinen zijn, vanwege de vreselijke gebeurtenissen die daaronder zouden plaatsvinden.” –  US p. 174.