You are home- www.agp-internet.com/react- profetie.nl.nu

 Openbaring  6

Openbaring van de eerste zes zegels

 

Vers 1:
En ik zag, toen het Lam een van de zegelen geopend had, en ik hoorde een uit de vier dieren zeggen, als een stem van een onderslag: Kom en zie!

 

“Nadat het Lam het boek genomen had, opende Hij onmiddellijk één van de zeven zegelen. De aandacht van de apostel- werd gericht op de gebeurtenissen die onder elk zegel zouden plaatsvinden …. Bijbelverklaarders hebben vragen opgeworpen aangaande de wijze waarop deze gebeurtenissen aan de apostel bekend werden gemaakt. Gezegd werd dat het boek van binnen beschreven was.

 

1. Het bevatte dus geen platen of afbeeldingen

2. Johannes zag de handelende personen niet bewegingloos staan als op een plaatje, maar leven en actief deelnemen aan het gebeuren.

 

De meest aannemelijke opvatting is ons inziens dat het boek een reeks gebeurtenissen beschrijft en dat telkens wanneer een zegel verbroken werd, deze gebeurtenissen aan Johannes werden getoond, niet door het lezen van verklaringen maar door een uitbeelding van hetgeen beschreven stond, zodat hij in levende beelden kon zien waar deze gebeurtenissen werkelijk zouden plaatsvinden, namelijk op aarde.” Openbaring p. 103, US.

 

Vers 2:

En ik zag, en zie, een wit paard, en Die daarop had een boog; en Hem is een kroon gegeven, en ging uit overwinnende, opdat Hij overwon!

 

EEN WIT PAARD

“Het eerste symbool is een wit paard. De berijder droeg een boog, Hem werd een kroon gegeven en Hij ging heen om te overwinnen en overwon. Dit is een gepast symbool van de overwinningen van het evangelie in de eerste eeuw van deze bedeling. De kroon die de ruiter werd gegeven en zijn uitgaan om te overwinnen zijn een beeld van de ijver van de eerste christenen en het goede resultaat van hun prediking.” - US p. 103.

 

Vers 3:

En toen Het het tweede zegel geopend had, hoorde ik het tweede dier zeggen: Kom en zie!

4: En een ander paard ging uit, dat rood was, en die daarop zat werd macht gegeven de vrede te nemen van de aarde, en dat zij elkander zouden doden; en hem werd een zwaard gegeven.

 

EEN ROOD PAARD

“Het meest opmerkelijke in deze symbolen is het kleurverschil van de paarden. Als de witte kleur van het paard duidde op de zuiverheid van het evangelie gedurende de eerste eeuw, dan toont de rode kleur van het tweede paard ongetwijfeld aan, dat de zuiverheid van het evangelie begon te verderven. De verborgenheid van de ongerechtigheid begon reeds te werken in de dagen van Paulus. Het schijnt dat de belijdende gemeente van Christus inmiddels zo zeer verdorven was, dat het noodzakelijk was deze kleur als symbool te kiezen. Dwaalleren begonnen op te komen. Wereldsgezindheid deed haar intrede.” - US p. 104.

 

Vers 5:

En toen Het het derde zegel geopend had, hoorde ik het derde dier zeggen: Kom en zie! En ik zag, en zie, een zwart paard en die daarop zat had een weegschaal in zijn hand.

 

EEN ZWART PAARD

“Hoe snel plant het verderf zich voort! Welk een kontrast tussen het eerste en dit symbool – een zwart paard – het tegenovergestelde van wit! Een periode van grote duisternis en moreel verderf in de gemeente wordt hierdoor gesymboliseerd... Een enorme stroom van bijgeloven nam geleidelijk de plaats in van de ware godsdienst en oprechte vroomheid.

 

EEN WEEGSCHAAL

De weegschaal toont aan dat de geestelijke en burgerlijke macht zouden worden verenigd in de persoon die het regeringsgezag in handen zou hebben en die op grond daarvan de rechterlijke macht van zowel Kerk als Staat zou opeisen. Dit was inderdaad het geval onder de Romeinse keizers vanaf Constantijn tot Justianus, die deze rechterlijke macht tenslotte afstond aan de bisschop van Rome.” - US pp. 107, 8.

 

Vers 6:

En ik hoorde een stem in het midden van de vier dieren, die zei: Een maatje tarwe voor een penning, en drie maatjes gerst voor een penning, en beschadig de olie en de wijn niet.

 

EEN MAATJE TARWE, DRIE MAATJES GERST

voor een penning duiden aan dat de lidmaten van de kerk naar aardse schatten zouden jagen en zouden wedijveren in het verkrijgen van wereldse goederen.

 

DE OLIE EN DE WIJN

Deze duiden O de genade des geesten, geloof en liefde, want er bestond gevaar dat die beschadigd zouden worden door de invloed van zulk een wereldse geest.” - IJS p. 108.

 

“Om de mens aan zich te binden en zijn eeuwige verlossing zeker te stellen, verliet Jezus de hemelse hoven en kwam naar deze aarde, doorstond de aanvallen van de zonde en schande in de plaats van de mens, en stierf om hem te bevrijden. Gezien de oneindige prijs die betaald werd voor de verlossing van de mens, hoe waagt iemand die de naam van Christus belijdt het om een van Zijn kleinen onverschillig te behandelen. Hoe zorgvuldig moeten de broeders en zusters in de gemeente elke daad overwegen opdat zij de olie en de wijn niet beschadingen! Hoe geduldig, vriendelijk en toegenegen moeten zij werken om de vertwijfelden en ontmoedigen op te beuren. Hoe liefdevol moeten zij degenen tegemoet treden die proberen de waarheid te gehoorzamen maar thuis geen bemoediging vinden, die voortdurend de sfeer van ongeloof en bijgeloof inademen.” - Getuigenissen dl. 5, pp. 614, 5.

 

vers 7:
En toen Het het vierde zegel geopend had, hoorde ik een stem van het vierde dier, die zei: Kom en zie!

8: En ik zag een vaal paard, die daarop zat zijn naam was de dood; en de hel volgde hem na. En hun werd macht gegeven om te doden tot het vierde deel van de aarde, met zwaard, met honger, en met de dood, en door de wilde beesten der aarde.

 

EN VAAL PAARD

“De kleur van dit paard is opmerkelijk. kleuren van het witte, rode en zwarte paard; genoemd in voorgaande verzen - zijn natuurlijke kleuren, maar een

vale kleur is onnatuurlijk. Het oorspronkelijke woord betekent ‘vaal of geelachtig’ zoals van verwelkte of zieke planten. Dit symbool duidt kennelijk op een vreemde stand van zaken in de belijdende kerk. De berijder van het paard draagt naam ‘dood’ en de ‘hel’ (het graf) volgde hem na......

 

Aangaande de periode waarop dit zegel betrekking heeft, kan men zich nauwelijks vergissen. Zij moet betrekking hebben op de tijd waarin het pausdom onbelemmerd en onbestraft zijn vervolgingen uitoefende. Deze vervolging begon in 538 na Chr. en duurde voort tot de tijd waarin de hervormers hun werk begonnen en de corruptheid van het pauselijk stelsel aan de kaak stelden.” - US p. 109.

 

Vers 9:

En toen Het het vijfde zegel geopend had, zag ik onder het altaar de zielen dergenen, die gedood waren om het Woord Gods, en om de getuigenis die zij hadden.

 

HET ALTAAR

“Dit kan niet duiden op enig altaar in de hemel, want kennelijk werden de slachtoffers op dat altaar gedood. Wij moeten niet veronderstellen dat dit letterlijk gebeurt en dat Johannes inderdaad de zielen van martelaren onder het altaar zag ...... Toen Johannes hen onder het altaar zag leefden ze niet; want hij spreekt later over deze schare in vrijwel dezelfde bewoordingen en verzekert ons dat ze na hun martelaarsdood in de opstanding van de rechtvaardigen weer tot leven komen.” - US p. 114.

 

“Als openlijke ongehoorzaamheid aan Gods wet vrijwel universeel is, als Zijn volk verdrukt wordt door hun medemensen, zal God tussenbeide komen. Dan zal de stem van de martelaren uit de graven worden gehoord, vertegenwoordigt door de zielen die Johannes gedood zag om het Woord van God, en om het getuigenis van Jezus Christus dat zij hadden - dan zal een gebed opstijgen van elk waarachtig kind van God: ‘Het is tijd Here om te werken; want zij hebben Uw wet teniet gedaan.’

 

De vurige gebeden van Zijn volk zullen verhoord worden, want God verlangt er naar dat Zijn volk Hem met geheel het hart zoekt en op Hem vertrouwt als hun bevrijder. Hij zal deze dingen voor Zijn volk doen, en Hij zal opstaan als hun beschermer en verdediger. ‘Zal God Zijn uitverkorenen niet wreken die dag en nacht tot Hem roepen?” — 6 BC p. 1081, EGW.

 

Vers 10:
En zij riepen met grote stem, zeggende: Hoelang, o heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt gij ons bloed niet van degenen, die op aarde wonen?

11: En aan een iegelijk werden lange witte klederen gegeven, en hun werd gezegd dat zij nog een kleine tijd rusten zouden, totdat ook hun mededienstknechten en hun broeders zouden vervuld zijn, die gedood zouden worden, gelijk als zij.

 

EEN KLEINE TIJD

“Het volk van God zal dan gestort worden in situaties van verdriet en benauwdheden die de profeten beschreven hebben als de tijd van Jacobs benauwdheid. De kreten van de getrouwen, de vervolgden stijgen ten hemel. En zoals het bloed van Abel schreeuwde van de grond, zijn er ook stemmen die roepen tot God uit de graven van de martelaren, uit de graven van de zee, uit de bergspelonken, uit de klostergewelven ‘Hoe lang, O heilige en waarachtige Heerser oordeelt en wreekt Gij ons bloed niet van degenen die op de aarde wonen.’

 

LANGE WITTE KLEDEREN

“Van de zolderkamertjes, uit krotten, uit kerkers en van schavotten, uit de bergen en woestijnen, uit de spelonken der aarde en de diepten der zee zal Christus Zijn kinderen bijeen vergaderen. Op de aarde zijn zij verlaten, verdrukt en gepijnigd geweest. Miljoenen zijn de dood ingegaan, beladen met schande, omdat zij geweigerd hebben toe te geven aan de bedrieglijke eisen van Satan. Door menselijke rechtbanken zijn Gods kinderen veroordeeld

als de ergste misdadigers. Maar de dag is nabij waarin Gods zelf Rechter is. Dan zullen de aardse vonnissen omgekeerd worden. ‘Hij zal de smaad van Zijn volk wegnemen.’ Ieder van hen zal witte gewaden ontvangen. Men zal hen noemen: Het heilige volk, de verlosten des Heren.” - Lessen p. 107.

 

Vers 12:

En ik zag, toen Het het zesde zegel geopend had, en zie, er werd een grote aardbeving en de zon werd zwart als een haren zak, en de maan werd als bloed.

13:  En de sterren des hemels vielen op de aarde, gelijk een vijgeboom zijn onrijpe vijgen afwerpt, als hij van een groten wind geschud wordt.

 

“De profetie voorspelt niet alleen de wijze waarop en het doel  van Christus’ komst, maar geeft ook tekenen waardoor de mensen kunnen weten dat de tijd nabij is ..... De openbarer beschrijft de eerste van deze tekenen die aan de tweede komst voorafgaan aldus: ‘Er was een grote aardbeving, en de zon werd zwart als een haren zak, en de maan werd als bloed.” - GS 286.

 

“Deze tekenen werden gezien voor het begin van de negentiende eeuw. In de vervulling van deze profetie vond in het jaar 1755 de vreselijkste aardbeving plaats die ooit geregistreerd werd. Hoewel gewoonlijk bekend als de aardbeving van Lissabon, breidde die zich uit tot een groot deel van Europa, Afrika en Amerika. Ze werd gevoeld in Groenland en West Indië, op het eiland Madeira, in Noorwegen, Zweden, Engeland en Ierland. Zij verspreidde zich in een mate van niet minder als vier miljoen vierkante mijlen. In Afrika was de schok haast net zo groot als in Europa. Een groot deel van Algerije werd verwoest; en op korte afstand van Marokko werd een dorp met acht- of tienduizend inwoners opgeslokt. Een grote golf zweepte over de kust van Spanje en Afrika, overstroomde steden en veroorzaakte grote vernielingen.

 

In Spanje en Portugal openbaarde de schok het sterkste geweld. Te Cadiz was de vloedgolf naar gezegd werd zestig voet hoog. Bergen, enkele van de grootste in Portugal, werden onstuimig geschud, als het ware vanaf hun fundamenten ..... Sir Charless Lyell, Principles of’ Geology, p. 495 “  - GS p. 286.

 

“De aardbeving vond plaats op een godsdienstige feestdag toen de kerken en kloosters vol waren. Slechts enkelen konden aan de dood ontsnappen. Ongeveer negentigduizend mensen verloren op die rampzalige dag het leven.” - GS p. 287.

 

“Hoe vaak horen wij van aardbevingen en orkanen, van verwoesting door vuur en overstromingen, met grote verliezen aan levens en bezittingen! Schijnbaar zijn deze rampen grillige uitbarstingen van ongebreidelde, onbeheerste natuurkrachten, waarover de mens geen zeggenschap heeft, maar in al deze dingen zijn Gods bedoelingen te ontdekken. Ze vormen de middelen waardoor Hij mannen en vrouwen tracht wakker te schudden om zich hun gevaarlijke situatie bewust te doen worden.” P & K p. 173.

 

“Laten de mensen zich in acht nemen en de onderwijzing, die ze in Christus’ woorden vinden, niet veronachtzamen. Gelijk Hij Zijn discipelen waarschuwde vóór de verwoesting van Jeruzalem, hen een teken gaf van de naderende val ervan opdat ze mochten ontkomen, zo heeft Hij ook de wereld gewaarschuwd vóór de dag van de laatste verwoesting, en tekenen aangegeven van de nadering daarvan, opdat allen die willen, de komende toorn kunnen ontvluchten.” - GS p. 41.

 

EN DE ZON WERD ZWART

“Maar in de dagen na die verdrukking (Matt. 24:29) zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar glans niet geven ..... Deze profetie ging op 19 mei 1780 in vervulling. Eén van de merkwaardigste verschijnselen - misschien zelfs het geheimzinnigste in zijn soort - is de donkere dag van 19 mei  1780, waar men tot nu toe geen verklaring voor heeft gevonden: de hemel en de atmosfeer van New England werden op die dag totaal verduisterd... Een ooggetuige in Massachusetts beschrijft de verduistering als volgt:

 

‘s Morgens kwam de zon helder op, maar verdween kort daarna weer achter de wolken. De wolken werden zwaarder en onheilspellend zwart. Plotseling bliksemde en donderde het. Het begon zachtjes te regenen. Tegen negen uur werden de wolken minder zwaar; ze werden koperkleurig en gaven de aarde, de rotsen, de bomen, de huizen, het water en de mensen een vreemd luguber voorkomen. Enkele minuten later werd de hemel over de hele breedte bedekt door een dichte wolk, behalve een smalle strook aan de horizon. Het was zo donker als op een zomeravond na 9 uur... De mensen waren doodsbang.’ - GS pp. 287, 8.

 

EN DE MAAN WERD ALS BLOED
“Hoewel het die nacht volle maan was, werden de zwarte schaduwen van de dood niet helemal verdreven. Na middernacht verdween de duisternis en

toen de maan zichtbaar werd was ze rood als bloed.” - GS p. 290

 

Vers 13:
En de sterren des hemels vielen op de aarde, gelijk een vijgenboom zijn onrijpe vruchten afwerpt, als hij door een grote wind geschud wordt.

 

EN DE STERREN VIELEN

”In 1833, twee jaren nadat William Miller begonnen was met in het openbaar de bewijzen van de spoedige komst van Christus te prediken, verscheen het laatste van de tekenen, die de Heiland beloofd had als voorlopers vin Zijn wederkomst. Jezus had gezegd:

‘De sterren zullen van de hemel vallen.’ Matth. 24: 29. En Johannes had in De Openbaring verklaard, toen hij de gebeurtenissen die aam de dag van God vooraf zouden gaan in een visioen aanschouwde ‘De sterren vielen van de hemel op de aarde gelijk een vijgeboom zijn onrijpe vruchten afwerpt, als hij door een sterke wind wordt geschud.’ Deze profetie werd op indrukwekkende wijze vervuld door de grote sterrenregen van 13 november 1833, de grootste en wonderbaarlijkste vertoning van vallende sterren, die ooit beschreven is.” - GS p. 387 (o.v. p. 312).

 

Vers 14:

En de hemel is weggeweken als een boek, dat toegerold wordt, en alle bergen en eilanden zijn bewogen uit hun plaatsen.

 

DE HEMEL IS WEGGEWEKEN

“Op de 16e december 1848 gaf de Here mij een gezicht over het bewegen van de krachten des Hemels. Ik zag, dat waar de Here zei ‘hemel’ bij het noemen van de tekenen die opgetekend Zijn door Matthëus, Markus en Lukas, Hij de hemelen bedoelt, en wanneer Hij zei ‘aarde’ tij de aarde bedoelde. De krachten des hemels zijn de zon, maan en sterren. Zij heersen in de hemelen. De krachten des hemels zullen zich bewegen op het horen van Gods stem. Dan zullen de zon, maan en sterren uit hun plaatsen bewogen worden. Zij zullen niet verdwijnen, maar zullen bewogen worden door Gods stem. ... Ik zag dat de krachten der aarde nu bewogen worden, maar dat de gebeurtenissen in volgorde zullen komen. Oorlogen en geruchten van oorlogen, het zwaard, hongersnood en pestilentie moeten eerst de krachten der aarde bewegen. Ik zag dat het bewegen van de machten in Europa, niet, gelijk sommigen denken, het bewegen van de krachten des hemels is, maar het bewegen van vertoornde volkeren.” – EG p. 37.

 

Vers 15:

En de koningen der aarde, de groten, en de rijken, en de oversten over duizend, en de machtigen en alle dienstknechten, en alle vrijen, verborgen zichzelf in de spelonken, en de steenrotsen der bergen.

16: En zeiden tot de bergen en tot de steenrotsen: Valt op ons, en verbergt ons van het aangezicht Desgenen, Die op de troon zit, en van de toorn des Lams.

 

EN ZEIDEN TOT DE BERGEN:

“De spottende scherts heeft opgehouden. De leugenachtige lippen zijn tot zwijgen gebracht. Het gekletter van wapens, het rumoer van de strijd, ‘met gedruis en de kleren in het bloed gewenteld’ (Jes. 9: 5) is gestild. Er wordt niets gehoord behalve de stem van het gebed en het geluid van schreien en weeklagen. Aan de lippen, die kort voordien nog spotten, ontsnapt de kreet: ‘De grote dag van Zijn toorn is gekomen, en wie kan bestaan?’

De goddelozen smeken onder de rotsen van de bergen begraven te worden, liever dan te verschijnen voor het aangezicht van Hem, Die ze veracht en gesmaad hebben.

 

Die stem, die tot het oor van de doden doordringt, is hun bekend. Hoe vaak heeft Hij hen niet op smekende, tedere toon tot berouw opgeroepen. Hoe vaak is die stem gehoord in de aangrijpende smeekbeden van een vriend, een broeder, een Verlosser. Voor de verwerpers van Zijn genade kon er geen zo vol van veroordeling, zo beladen zijn met verwijten, als de stem die zo lang pleitte: ‘Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen: want waarom zou u sterven.’ Ezechiël 33:11.

O, was het voor hen maar de stem van een vreemdeling! Jezus zegt:

‘Ik heb geroepen en u weigerde; Ik heb Mijn hand uitgestoken, en niemand achtte erop; en u hebt al Mijn raad verworpen, en hebt Mijn bestraffing niet gewild.’ Spreuken 1: 24, 25. Die stem wekt herinneringen op, die ze graag zouden uitwissen – verworpen waarschuwingen, geweigerde uitnodigingen, ververwaarloosde voorrechten .....  “ - GS p. 591.

 

“In het leven van allen, die de waarheid verwerpen, zijn er ogenblikken waarop het geweten ontwaakt, wanneer het geheugen pijnlijke herinneringen oproept aan een leven van schijnheiligheid, en de ziel gekweld wordt door ijdel berouw. Maar wat zijn deze vergeleken met het zelfverwijt op de dag …..  wanneer ‘verderf komt als een wervelwind’! Spreuken 1: 27. Zij, die Christus en Zijn getrouwe volk wilden ombrengen, zijn dan getuigen van de heerlijkheid, die op hen rust.” 594.

 

Vers 17:

Want de grote dag van Zijn toorn is gekomen en wie kan bestaan.

 

“Als de zondaars worden gedwongen te zien op Hem de zijn  goddelijkheid met menselijkheid omkleedde, en Die nog steeds dit kleed draagt, is hun verwarring onbeschrijfelijk, De schellen vallen hen van de ogen en zij zien hetgeen Zij voordien niet wilden zien. Zij realiseren zich wat zij hadden kunnen zijn als zij Christus hadden aanvaard, en de mogelijkheden hadden benut die hen geschonken werden. Zij zien de wet die zij hebben veracht verhoogt, evenals Gods troon is verhoogd. Zij zien dat God zelf Zijn wet eerbiedigt. Wat een beeld zal dat zijn. De opgestapelde schuld van de wereld zal open gelegd worden en de stem van de rechter zal gehoord worden zeggende tot de goddeloze ‘Ga weg van Mij, gij die de ongerechtigheid doet.’

 

Dan zullen degenen die Hem doorstoken hebben zich herinneren hoe zij Zijn liefde verworpen en Zijn hartigheid versmaad hebben; hoe zij in plaats van Hem Barabbas kozen; hoe zij de Verlosser met doornen kroonden, en Hem lieten geselen en kruisigen hoe zij Hem in Zijn doodsangst aan het kruis bespotten, zeggende: ‘Laat Hem nu afkomen van het kruis dan zullen wij Hem geloven.’

‘Hij redde anderen maar zichzelf kan Hij niet redden.’ Het schijnt alsof zij opnieuw Zijn smeekbede horen. Elk geluid van bezorgdheid zal zo duidelijk in hun oren weerklinken als op het moment dat de Verlosser tot hen sprak. Elke daad van belediging en spot zal zo duidelijk in hun herinnering komen als toen de satanische daden werden verricht.

 

Zij zullen tot de rotsen en bergen roepen op hen te vallen en hen te verbergen voor het aangezicht van Hem die zit op de troon en van de toorn van het Lam. ‘De toom van het Lam’  - Hij die zichzelf vol tederheid, geduld en lankmoedigheid toonde, Die, zichzelf gegeven hebbende als het offerdier, geleid werd als een lam naar de slachter, om zondaars te redden van de ondergang die nu over hen komt omdat Hem niet toestonden hun schuld weg te nemen.” - 6 BC p. 1070, EGW

 

WIE KAN BESTAAN
“Er wordt niet meer gespot. Er worden geen leugens meer verspreid. Er is een eind gekomen aan het wapengekletter het krijgsgewoel met schoenen die dreunend stampen en mantels in bloed gedrenkt. Men hoort alleen gebeden, geween en geklaag. De lippen die zo-even nog spotten roepen uit: ‘De grote dag van Zijn toorn is gekomen en wie kan bestaan.’ ” - GS p. 591 (748)