You are home- www.agp-internet.com/react- profetie.nl.nu

* Openbaring 5

 

Het boek met de zeven zegelen

 

Inleiding


“Het vijfde hoofdstuk van de Openbaring moet nauwkeurig onderzocht worden. Het is van groot belang voor degenen die deelhebben in het werk van God in deze laatste dagen. Er zijn sommigen die misleid zijn. Zij realiseren zich niet wat over deze aarde komen zal. Degenen die hebben toegestaan dat hun denken verduisterd werd ten aanzien van hetgeen zonde is, zijn vreselijk misleid. Als zij geen besliste verandering ondergaan zullen zij niet waardig bevonden worden als God een oordeel over de mensenkinderen uitspreekt. Zij hebben de wet overtreden en het eeuwig verbond verbroken en zij zullen overeenkomstig hun werken geoordeeld worden.” Get. dl. 9, p. 267, EGW.


Vers 1:
En Ik zag in de rechterhand Desgenen, die op de troon zat, een boek, beschreven van binnen en van buiten, verzegeld met zeven zegelen.

BESCHREVEN VAN BINNEN EN VAN BUITEN

Sommige uitleggers hebben gesteld dat in dit schriftgedeelte een komma achter het woord ‘binnen’ moet worden geplaatst en niet achter het woord ‘buiten’. De betekenis zou dan zijn dat het boek van binnen beschreven en van buiten verzegeld was. Toen de boekrollen geschreven werden bestond er nog geen komma. Wij vinden nergens een bewijs dat die reeds vóór de vierde eeuw bestond.


De Bijbel werd ongeveer in het midden van de dertiende eeuw in hoofdstukken verdeeld, en het Nieuwe Testament werd ongeveer in het midden van de zestiende eeuw in verzen verdeeld. De huidige vorm van onze Bijbel, die wij de Statenvertaling noemen, is het resultaat van verschillende herzieningen en veranderingen in de indeling van hoofdstukken, verzen en verbeteringen in leestekens in de jaren 1525 en 1611.


Vers 2:
En ik zag een sterke engel, uitroepende met een grote stem: Wie is waardig het boek te openen, en Zijn zegelen open te breken?
3. En niemand in de hemel, noch op de aarde, noch onder de aarde, kon het boek openen, noch hetzelve inzien.
4: En ik weende zeer, dat niemand waardig bevonden was om dat boek te openen, noch hetzelve in te zien.
5: En een van de ouderlingen zei tot mij: Ween niet, zie de Leeuw, Die uit de stam van Juda is, de Wortel Davids, heeft overwonnen, om het boek te openen en zijn zeven zegelen open te breken.

 

EN IK ZAG EEN STERKE ENGEL

“Engelen werken samen met menselijke instanties om allen die de waarheid en gerechtigheid liefhebben op veilige paden te leiden. Het is de grootste vreugde van de engelen in de hemel om het schild van tedere liefde uit te spreiden over degenen die zich tot God wenden; en Satan vecht vastbesloten om elke ziel vast te houden die inzicht en bewijs heeft ontvangen. Zijn vurig, onverflauwd verlangen is indien mogelijk elke ziel te vernietigen. Kiest u er voor onder zijn banier te staan?

Hemelse krachten staan vastberaden gereed opdat hij de overwinning niet zal behalen. Zij zouden elke ziel in onze wereld die onder het banier van Satan staat kunnen bevrijden als die zielen niet zo vurig zouden trachten hen op een afstand te houden en zich afwenden van hun genadevolle bijstand en bevrijdende kracht.

Hun diepe en oprechte liefde voor de zielen waarvoor Christus stierf is onmetelijk. Zij zouden deze misleide zielen inzicht willen geven in hoe zij zich kunnen wapenen en de betovering kunnen verbreken die Satan over hen geworpen heeft.

 

Als zij slechts op Jezus wilden zien en een moment waarachtig en oprecht zouden willen nadenken over de liefde die uitgedrukt is in het offer dat voor hen gebracht werd.

 

Als zij slechts de vastbesloten pogingen van Satan konden zien om door zijn helse schaduw elke lichtstraal tegen te houden die de geest en harten zou kunnen doordringen van mensen die nu dood zijn in overtredingen en zonde! O, dat de gehele wereld spoedig gewekt zal worden door de bazuin van God die Zijn verschijning aankondigt.

 

Engelen houden de vernietigende krachten nog tegen; want zij hebben een intense belangstelling voor deze rebellerende zonen en dochters, en zij willen hen helpen in veiligheid en vrede terug te keren tot de kudde, opdat zij uiteindelijk overwinnaars zullen zijn, en gered, voor eeuwig gered, met Gods gezin in de hemel.” 7 BC pp. 922,3 EGW

 

ZIE DE LEEUW

“De Heiland wordt aan Johannes voorgesteld onder de symbolen van de ‘Leeuw uit de stam van Juda’ en als het ’Lam staande als geslacht.’ Deze symbolen vertegenwoordigen de vereniging van macht en zelfopofferende liefde. De Leeuw van Juda, zo verschrikkelijk voor hen die Zijn genade verwerpen, zal voor de gehoorzamen het Lam Gods zijn.”. - vJtR p. 429.

 

HET LAM NEEMT HET BOEK OM HET TE OPENEN

 

Vers 6:

En ik zag, en zie, in het midden van de troon, en van de vier dieren, en in het midden van de ouder1ingen, een Lam, staande als geslacht, hebbende zeven horens, en zeven ogen; dat zijn de zeven geesten Gods, die uitgezonden zijn in alle landen.

 

HET LAM IN HET MIDDEN VAN DE TROON

“Het Lam Gods wordt uitgebeeld, in het midden van de troon van God. Hij is de Grote Middelaar door wie de mens en God zijn verenigd en met elkaar in contact staan. Op die wijze worden mensen uitgebeeld als zittende in de hemelse hoven in Christus Jezus. Dit is de vastgestelde plaats voor een ontmoeting tussen God de mens.” — 7 BC p. 967 EGW

 

HEBBENDE ZEVEN HOORNEN, EN ZEVEN OGEN

Hoornen en ogen symboliseren macht en wijsheid. Zeven is een getal dat volmaaktheid aangeeft. Op deze wijze wordt getoond dat het Lam door de werking van Gods Geest, Die de zeven Geesten Gods genoemd wordt, volmaakte macht en wijsheid bezit.” 7 BC p. 772.

 

Vers 7:

En het kwam, en heeft het boek genomen uit de rechterhand van Degene die op de troon zat.

8. En als Het dat boek genomen had, vielen de vier dieren en de vierentwintig ouderlingen voor het Lam neer, hebbende elk citers en gouden schalen, zijnde vol reukwerk, zijnde de gebeden der heiligen.

 

SCHALEN VOL REUKWERK

Uit deze opmerking kunnen wij ons een denkbeeld vormen van de werkzaamheden van deze verlosten, die uitgebeeld worden door de vier levende wezens en de vierentwintig ouderlingen. Zij hebben gouden schalen, vaten vol reukwerk of, zoals de kanttekening zegt, wierook, dat zijn de gebeden van de heiligen. Het is onbetwistbaar duidelijk dat de vier levende wezens aandeel hebben, of zelfs voorgaan in de aanbidding van het Lam dat hun Gode gekocht heeft. Dit bewijst duidelijk dat door dit symbool een gedeelte van de gemeente wordt bedoeld en niet de engelen wier aanbidding vervolgens in geheel andere bewoordingen wordt beschreven.”

—US p. 95.

 

Vers 9:

En zij zongen een nieuw lied zeggende: Gij zijt waardig dat boek te nemen, en zijn zegelen te openen; want Gij zijt geslacht, en hebt ons Gode gekocht met Uw bloed, uit alle geslacht, en taal en volk en natie.

10: En Gij hebt ons Gode gemaakt tot koningen en priesters en wij zullen als koningen heersen op de aarde.

 

GIJ HEBT ONS GODE GEKOCHT

“Heilige engelen stemmen in met het lied der verlosten. Zij kunnen niet uit eigen ervaringen zingen ‘Hij heeft ons Gode gekocht’ maar zij kennen het grote gevaar waaruit Gods volk is gered. Werden zij niet uitgezonden om voor hen een banier op te richten tegen de vijand? Zij kunnen volledig instemmen met de gloeiende vervoering van degenen die door het bloed van het Lam overwonnen hebben en door het woord van hun getuigenis.” — 7 BC dl. 9, p. 922, EGW

 

GIJ HEBT ONS GEMAAKT TOT KONINGEN EN PRIESTERS

“De lezer zal zich herinneren dat de hogepriester in de oude zinnebeeldige tempeldienst vele helpers had. Als wij bedenken dat wij nu in het hemelse heiligdom blikken, dan concluderen wij daaruit onmiddellijk, dat deze verlosten helpers zijn van onze Hogepriester in de hemel. Wat zou passender zijn dan dat onze Here in Zijn priesterlijk werk voor het menselijk geslacht wordt bijgestaan door diegenen, die door hun heilig en rein karakter geschikt waren om voor dit doel te worden opgewekt.” - Zie Mattheus 27:52. US p. 95.

 

Vers 11:

En ik zag, en ik hoorde een stem van vele engelen rondom de troon, en de dieren, en de ouderlingen; en hun getal was tien duizendmaal tien duizenden, en duizendmaal duizenden.

12: Zeggende met een grote stem: Het Lam, dat geslacht is, is waardig te ontvangen de kracht, en de rijkdom, en de wijsheid, en sterkte, en eer, en heerlijkheid, en dankzegging.

 

RONDOM DE TROON

“Volgens de verzen 11 en 12 kijkt Johannes nog steeds in de tempel en nu ziet hij de engelenscharen. Hij zag:

1. Rondom de troon de verlosten die zinnebeeldig door de vier dieren worden uitgebeeld (Openbaring 4: 6-9).

2. Daarna de vierentwintig ouderlingen.

3. Vervolgens ziet Johannes rondom dit geheel een menigte engelen. Hoeveel? Een ontelbare menigte.

 

“Engelen delen in de uiteindelijke overwinning. Als onzichtbare krachten werken zij door menselijke wezens om de geboden van God te verkondigen. Engelen hebben veel meer te maken met het menselijk gezin dan velen veronderstellen.

 

Sprekende over engelen: ‘Zijn zij niet allen gedienstige geesten, die tot de dienst uitgezonden worden, om dergenen wil, die de zaligheid beërven zullen?’

 

Heilige engelen zullen instemmen met het lied van de verlosten. Hoewel zij niet uit eigen ervaring kunnen zeggen:

‘Hij heeft ons gewassen in Zijn eigen bloed, en heeft ons Bode gekocht’ begrijpen zij toch het grote gevaar waaruit het volk van God gered is. Werden Zij niet uitgezonden om voor hen een banier tegen de vijand op te heffen? Zij kunnen volledig sympathiseren met de gloedvolle vreugde van degenen die overwonnen hebben door het bloed van het Lam en het woord van hun getuigenis.” - 7 BC p. 922, EGW

 

Vers 13:

En alle schepsel, dat in de hemel is, en op de aarde, en onder de aarde, en die in de zee Zijn, en alles wat in dezelve is, hoorde ik zeggen: Hem, Die op de troon zit, en het Lam, zij dankzegging en heerlijkheid, en de kracht in alle eeuwigheid.

14. En de vier dieren zeiden: Amen. En de vierentwintig ouderlingen vielen neer, en aanbaden Degene, Die leeft in alle eeuwigheid.

 

HEM DIE OP DE TROON ZIT, EN HET LAM

“Wij mogen een blik werpen in de toekomst, de gelukzaligheid van de hemel. In de Bijbel worden visioenen van toekomstige heerlijkheid geopenbaard, tonelen die door Gods hand geschilderd zijn en die voor Zijn gemeente alles betekenen. In het geloof mogen wij staan op de drempel van de eeuwige stad, en het genadig welkom horen dat gericht wordt tot hen die in dit leven samenwerken met Christus en het als een eer beschouwen voor Hem te lijden. Wanneer de woorden worden gesproken: ‘Komt gij gezegenden Mijns Vaders,’ werpen zij hun kronen aan de voeten van de Verlosser, terwijl zij uitroepen: ‘Het Lam, dat geslacht is, is waardig te ontvangen de macht en de heerlijkheid en de lof ..... Hem, die op de troon gezeten is, en het Lam zij de lof en de eer en de heerlijkheid en de kracht tot in alle eeuwigheid.’ Openbaring 5: 12, 13.

 

Daar zullen de verlosten diegenen ontmoeten, die hen tot de Heiland hebben geleid, en allen zullen zich verenigen in een lofprijzing van Hem, die stierf opdat menselijke wezens het leven mogen bezitten van de Vader. De strijd is voorbij. Verdrukking en strijd behoren tot het verleden. Overwinningsliederen vullen de hemel als de verlosten zich verenigen in het zegelied: ‘Waardig, waardig, is het Lam dat geslacht was, en weer leeft als een triomferende Overwinnaar.’

 

Naarmate de jaren der eeuwigheid voorbijgaan, zullen er steeds meer heerlijke openbaringen van God en Christus komen. Naarmate de kennis toeneemt zal ook de liefde, eerbied en het geluk toenemen. Hoe beter de mensen God leren kennen, des te meer zullen ze Zijn karakter bewonderen. Naarmate Jezus de grote strijd tegen Satan ontsluiert, zullen de harten van de verlosten met nog meer toewijding worden vervuld; en ze zullen de gouden citers met intense vreugde bespelen.” —, GS pp. 677,8

 

DE HEMEL EEN PLAATS VAN INTENSE ACTIVITEIT

 

“O, als allen onze dierbare Verlosser zouden kunnen zien zoals Hij is, een Verlosser. Laten Zijn handen het voorhangsel dat Zijn heerlijkheid voor onze ogen verbergt opzij schuiven. Wat zien wij? Wij zien onze Verlosser niet in een toestand van dadeloosheid. Hij is omringd door hemelse wezens, cherubim en serafim en tienduizenden en tienduizenden engelen. Al deze hemelse wezens hebben één doel dat belangrijker is dan al het andere waarin zij geïnteresseerd zijn – Zijn volk in een verdorven wereld. Zij werken voor Christus onder Zijn leiding om mensen die naar Hem opzien en in Hem geloven te redden.

 

Deze hemelse legers tonen door hun dienst hoe de gemeente van God op aarde zou moeten zijn .... De gemeente van Christus op aarde bevindt zich temidden van de morele duisternis van een ontrouwe wereld, die de wet van Jahwe met voeten treedt. Maar hun Verlossen, die hen gekocht heeft met Zijn eigen kostbaar bloed, heeft alle voorzieningen getroffen opdat Zijn gemeente veranderd zal worden in een lichaam dat verlicht wordt door het Licht der wereld .... De heldere stralen van de Zon der Gerechtigheid, die Zijn gemeente doorstralen, zullen elk verloren schaap dat tot Hem komt en bij Hem een toevlucht zoekt terugbrengen. Zij zullen vrede en vreugde vinden in Hem die vrede en gerechtigheid is voor eeuwig.” Brief 89 c, 1897. EGW