Openbaring 4
Het Hemelse Troongezicht
De vierentwintig
ouderlingen en de vier dieren
Vers 1:
Na dezen zag ik, en zie, een deur was geopend in de hemel; en de eerste
stem die ik gehoord had, als van een bazuin met mij sprekende zei: Kom hier
op, en Ik zal u tonen, hetgeen na dezen geschieden moet.
EEN DEUR WAS GEOPEND
“Let op wat Johannes zegt: Een deur was geopend ‘in’ de hemel, niet ‘naar’ de
hemel. Johannes zag niet, zoals bijv. Stefanus, de hemel geopend, Hand. 7:56,
maar hij zag een plaats of vertrek in de hemel dat geopend werd en hem werd
toegestaan te zien wat zich daarin afspeelde. Uit andere gedeelten van dit
boek blijkt duidelijk dat het geopende vertrek dat Johannes zag, het hemelse
heiligdom is.” - US p. 81.
Vers 2:
En terstond was ik in de
geest, en zie, er was een troon gezet in de hemel, en er zat Een op de
troon.
3. En Die daarop zat, was in aanzien de steen jaspis en sardius gelijk; en
een regenboog was rondom de troon, in het aanzien de steen smaragd gelijk.
EN TERSTOND WAS IK IN DE GEEST
“De uitdrukking ‘in de geest’
zijn wij in dit boek reeds eerder tegengekomen, namelijk in hoofdstuk 1: 10.
Daar werd het gebruikt om het feit aan te tonen dat Johannes op sabbat, ofwel
de dag des Heren een visioen kreeg.’ - US Openbaring p. 82.
EEN REGENBOOG WAS RONDOM DE TROON
“De regenboog boven de troon
bevat een eeuwig getuigenis dat ‘God de Wereld zo lief heeft, dat Hij zijn
eniggeboren Zoon gaf, opdat een ieder die in Hem zou geloven niet verloren zou
gaan, maar eeuwig leven zou hebben.’…..
Zoals de boog in de wolk wordt gevormd door de eenheid van het zonlicht en de
regen, zo beeldt de regenboog die de troon omcirkelt de gecombineerde macht
uit van barmhartigheid en gerechtigheid Het is niet alleen de gerechtigheid
die gehandhaafd moet worden; want dit zou de heerlijkheid van de regenboog der
belofte boven de troon verduisteren de mensen zouden dan alleen de straf van
de wet zien. Als er geen gerechtigheid, geen straf was, zou er geen
stabiliteit zijn in de regering van God. Het is de vermenging van
gerechtigheid en barmhartigheid die de verlossing compleet maakt. De
samenvoeging van deze twee leidt ons ertoe als wij de Verlosser van de wereld
en de wet van Jahwe zien, uit te roepen: ‘Uw goedertierenheid heeft mij groot
gemaakt!’
De barmhartigheid nodigt ons uit door de poort de stad van God binnen te gaan,
en de gerechtigheid verleent elke gehoorzame ziel volledige voorrechten als
een lid van het koninklijk gezin, een kind van de Koning van het heelal. Als
wij een verdorven karakter zouden hebben, zouden wij niet de poorten kunnen
doorgaan die de barmhartigheid heeft geopend voor de gehoorzamen; want de
gerechtigheid staat aan de ingang, en eist heiligheid in allen die God willen
zien.
Als er geen gerechtigheid zou bestaan, en het mogelijk zou zijn voor de
goddelijke barmhartigheid om de poorten voor het gehele geslacht open te
stellen, ongeacht hun karakter, zou er in de hemel een slechtere situatie zijn
van ontrouw en opstand dan voordat Satan buiten de hemel werd gesloten. De
vrede, het geluk en de harmonie zou in de hemel verbroken worden. De overgang
van de aarde naar de hemel verandert niet het karakter van de mens; het geluk
van de verlosten is het gevolg van het karakter dat in dit leven naar het
beeld van Christus gevormd is. De heiligen in de hemel zijn eerst heiligen op
aarde geworden.
De verlossing waar Christus zulk een offer voor bracht was om voor de mens dat
te winnen dat van werkelijke waarde is; want het is dat wat bevrijdt van de
zonde…. Aldus wordt de wet van God niet verzwakt door het evangelie, maar de
macht van de zonde is gebroken, en de scepter der barmhartigheid wordt
aangeboden aan de berouwvolle zondaar... God zal nooit Zijn volk in de strijd
tegen het kwaad vergeten. Laat Jezus ons thema zijn.” - Maranatha p. 326.
Vers 4:
En rondom de troon waren
vierentwintig tronen; en op de tronen zag ik vierentwintig ouderlingen
zittende, bekleed met witte klederen, en zij hadden gouden kronen op hun
hoofden.
DE VIERENTWINTIG OUDERLINGEN
“De vraag: ‘Wie zijn zij, en van
waar zijn zij gekomen’, die aan Johannes werd gesteld aangaande een bepaalde
groep verlosten, is ook vaak opgekomen ten aanzien van de vierentwintig
ouderlingen. Let wel, zij zijn gekleed in witte klederen en hebben op hun
hoofden gouden kronen; dit zijn tekenen die duiden op strijd en overwinning.
Daaruit concluderen wij dat zij eens deelgenomen hebben aan de christelijke
strijd. Zij hebben evenals alle heiligen, als pelgrims op deze aarde gewoond
en overwonnen.” (Zie Openbaring 5: 9) - US p. 83.
VAN WAAR ZIJN ZIJ GEKOMEN?
“Toen Christus opstond uit de doden nam Hij uit het graf een menigte
gevangenen mee. De aardbeving bij Zijn sterven had hun graven geopend en toen
Hij opstond kwamen zij met Hem uit het graf. Zij hadden gewerkt met God en
hadden met gevaar voor hun leven van de waarheid getuigd. Nu zouden zij
getuigen zijn van Hem die hen uit de dood had opgewekt.
Tijdens Zijn werk op aarde had Jezus doden opgewekt. Hij had de zoon van de
weduwe van Naďn opgewekt en ook het dochtertje van de overste en Lazarus. Maar
dezen waren niet met onsterflijkheid bekleed. Nadat zij waren opgewekt, waren
zij nog steeds aan de dood onderworpen. Maar zij die bij de opstanding van
Christus uit het graf kwamen, werden opgewekt tot een eeuwig leven. Zij stegen
met Hem op als zegetekenen van Zijn overwinning over dood en graf. Dezen, zei
Christus, zijn niet langer gevangenen van Satan. Ik heb ze verlost. Ik heb ze
uit het graf doen komen als eerstelingen van Mijn macht, om met Mij te zijn
waar Ik ben, om nooit meer dood of smart te kennen.
Deze mensen gingen in de stad en verschenen aan velen met de boodschap dat
Christus was opgestaan uit de doden en zij met Hem. Op deze wijze werd de
geheiligde waarheid van de opstanding onsterfelijk gemaakt.” - Wens p. 655.
Vers 5:
En van de troon gingen uit
bliksemen, en donderslagen, en stemmen; en zeven vurige lampen waren brandende
voor de troon, welke zijn de zeven geesten Gods.
“De heilige plaatsen van het heiligdom in de hemel werden uitgebeeld door de
twee afdelingen in het heiligdom op aarde. Toen Johannes in een visioen, in de
tempel van God in de hemel mocht kijken, zag hij ‘zeven vurige lampen branden
voor de troon.’ Hij zag een engel met een gouden wierookvat bij het altaar
staan, en hem werd veel reukwerk gegeven om te offeren met de gebeden van alle
heiligen, op het gouden altaar, voor de troon (Openb. 8:3). De profeet mocht
een blik werpen in het eerste vertrek van het heiligdom in de hemel en zag
daar ‘zeven vurige lampen’ branden en ‘het gouden altaar’, die in het
heiligdom op aarde werden voorgesteld door de kandelaar en het reukaltaar. En
weer ‘ging de tempel open’ (Openb. 11: 19) en zag hij door het voorhangsel in
het heilige der heiligen. Daar zag hij de ‘ark van Zijn verbond’ die op aarde
was afgebeeld door de ark die Mozes had gemaakt voor de twee stenen tafelen,
De Tien Geboden.
De gelovigen die dit onderwerp bestudeerden, vonden het onweerlegbare bewijs
dat er ook een heiligdom in de hemel is.” — GS pp. 388, 9.
Vers 6:
En voor de troon was een glazen
zee, kristal gelijk. En in het midden van de troon, en rondom de troon, vier
dieren, zijnde vol ogen van voren en van achteren.
ZIJNDE VOL OGEN
“Dit kan bezien worden als een
symbool van intelligentie en ononderbroken waakzaamheid van de hemelse
wezens.” — 7 BC p. 768.
Vers 7:
Het eerste dier was een leeuw
gelijk, en het tweede dier een kalf gelijk, en het derde dier had het gelaat
van een mens, en het vierde dier was een vliegende arend gelijk.
8. En de vier dieren hadden elk voor zich zes vleugelen rondom, en
waren van binnen vol ogen; zij hebben geen rust dag en nacht, zeggende:
Heilig, heilig, heilig, is de Here God, De Almachtige, Die was, en Die is, en
Die komen zal.
DE VIER DIEREN
“Het woord dieren is een zeer
ongelukkige vertaling van dit vers. Het Griekse woord geeft het juist weer met
‘levend wezen’.
Eenzelfde beeldspraak vinden wij in het eerste hoofdstuk van Ezechiël. De
eigenschappen van deze levende wezens die door symbolen worden aangeduid, zijn
kennelijk kracht, volharding, verstand en snelheid. De kracht van de liefde,
volharding in het volbrengen van plichten, verstand in het begrijpen van de
goddelijke wil, snelheid in het gehoorzamen. Deze levende wezens zijn zelfs
nauwer verbonden met de troon dan de vierentwintig ouderlingen, zij bevinden
zich in het midden van de troon en rondom de troon. Evenals de ouderlingen
brengen zij in hun lied het Lam lof en prijs omdat Hij hen verlost heeft van
de aarde. Daarom behoren zij tot dezelfde menigte die uitgeleid is uit de
gevangenis van de dood, zoals beschreven werd in de opmerking over vers 4.
Aangaande het onderwerp van verlossing, zie aantekening van Openbaring 5: 8.”
- US pp. 86, 87.
Vers 9:
En wanneer de dieren
heerlijkheid, en eer, en dankzegging gaven Hem, Die op de Troon zat, Die in
alle eeuwigheid leeft;
10: Zo vielen de vierentwintig ouderlingen voor Hem Die op de troon zat neer,
en aanbaden Hem, Die leeft in alle eeuwigheid, en wierpen hun kronen voor
de
troon zeggende:
11: Gij Here, zijt waardig te ontvangen de heerlijkheid en de eer, en de
kracht; want Gij hebt alle dingen geschapen, en door Uw wil zijn zij, en zijn
zij geschapen.
EN WIERPEN HUN KRONEN VOOR DE TROON
“Deze handeling zal door alle verlosten worden herhaald als Gods kinderen
voor hun Verlosser staan. Ellen White schreef:
‘Gods heelal was rein, en de grote strijd was voor altijd beëindigd. Waar wij
heen zagen, al waar het oog op rustte, was prachtig en heilig. En het gehele
heir der verlosten, ouden en jongen, groten en kleinen, wierpen hun
glinsterende kronen aan de voeten van hun Verlosser, knielden voor Hem neer,
en aanbaden Hem, die tot in alle eeuwigheid leeft.” - EG p. 350.