You are home- www.agp-internet.com/react- profetie.nl.nu
 Openbaring  2

 

Eerste brief: aan Efeze
Tijdperk: Eerste eeuw na Christus

 

Vers 1:
Schrijf aan de engel der gemeente Efeze: Dit zegt Hij, Die de zeven sterren in Zijn rechterhand houdt, Die in het midden der zeven gouden kandelaren wandelt:

 

IN HET MIDDEN DER KANDELAREN
“De kandelaren symboliseren de gemeenten van Christus. Het beeld openbaart eeuwige waakzaamheid. Christus in het midden van de zeven kandelaren, wandelend van gemeente tot gemeente, van bijeenkomst naar bijeenkomst, van hart tot hart. Als de kandelaren aan de zorg van mensen waren toevertrouwd, hoe vaak zou het licht dan flakkeren en uitgaan! Maar God heeft de gemeente niet in handen van mensen gegeven. Christus, Degeen die Zijn leven gaf voor deze wereld, opdat allen die in Hem zouden geloven niet zouden omkomen maar het eeuwige leven hebben, is de bewaker van het huis. Hij is de getrouwe en waarachtige bewaker van de tempelhoven des Heren.”  - 7 BC p. 956, EGW

 

 

Vers 2:
Ik weet uw werken, en uw arbeid, en uw lijdzaamheid, en dat u de kwaden niet kunt verdragen; en dat u beproefd hebt degenen, die beweren dat zij apostelen zijn, en zij zijn het niet; en hebt ze leugenaars bevonden.

 

IK WEET UW WERKEN

“In de dagen van de apostelen waren de gelovigen vervuld van ijver en enthousiasme. Ze werkten zo onvermoeibaar voor hun Meester dat, ondanks veel tegenspoed, in betrekkelijk korte tijd het evangelie van het koninkrijk was gebracht aan alle bewoonde delen van de aarde. De ijver in die tijd getoond door de volgers van Jezus is door de pen der Inspiratie vermeld tot bemoediging van de gelovigen uit latere tijden. Van de gemeente Eféze, die door Jezus werd gebruikt als een symbool van de christelijke kerk in de apostolische tijd, verklaart de Waarachtige en Getrouwe Getuige ‘Ik weet uw werken.’ ” - vJtR p. 426.

Vers 3:
En u hebt verdragen, en hebt geduld; en u hebt om Mijns Naam wil gearbeid, en zijt niet moe geworden.


OM MIJN NAAMS WIL
‘Hij (Christus) ziet met intense belangstelling toe of Zijn volk in zulk een toestand verkeert die Zijn geestelijk koninkrijk kan doen groeien. Christus is aanwezig in elke vergadering van de gemeente. Hij kent. een ieder die verbonden is met Zijn dienst. Hij weet wier harten  Hij met heilige olie kan vullen, opdat zij die mogen doorgeven aan anderen. Zij die getrouw het werk van Christus in onze wereld voorwaarts stuwen, in woord en daad het karakter van God openbaren, het voornemen vervullen dat de Here met hen heeft, zijn in Zijn ogen kostbaar. Christus verheugt zich over hen zoals een man vreugde schept in een goed onderhouden tuin en de geur van de bloemen die hij plantte.” Getuigenissen deel 6, pp. 418, 9.

 

Vers 4:
Maar ik heb tegen u, dat u uw eerste liefde hebt verlaten.

UW EERSTE LIEFDE

“Deze gemeente was in grote mate gezegend. Ze was opgericht door de apostel Paulus. In deze stad bevond zich de tempel van Diana, die door haar pracht tot de wonderen van de wereld behoorde. De gemeente Eféze ontmoette veel tegenstand en sommige van de eerste christenen werden vervolgd; en toch keerden sommigen daarvan zich af van de waarheden die hen hadden verenigd met de volgelingen van Christus en aanvaardden in plaats daarvan de misleidende dwaalleren van Satan.” — 7 BC p. 957 EGW

 

Vers 5: Gedenk dan, waarvan u uitgevallen zijt, en bekeer u, en doe de eerste werken; en zo niet Ik zal u haastiglijk bijkomen, en zal uw kandelaar van zijn plaats weren, indien u zich niet bekeert.

 

GEDENK DAN:
“Deze woorden zijn gesproken door de lankmoedige, geduldige God. Zij zijn een plechtige waarschuwing voor de gemeenten en enkelingen dat de Wachter die nooit sluimert hun handelwijze kent. Het is alleen op grond van Zijn wonderbaarlijk geduld dat ze niet gelijk komkommers van de grond afgesneden worden. Maar Zijn geest zal niet altijd strijden. Zijn geduld duurt niet lang meer.” - Getuigenissen deel 5, p. 612.

 

Vers 6: Maar dit hebt u, dat u de werken van de Nicolaïeten haat, welke Ik ook haat.

 

DE WERKEN VAN DE NICOLAÏETEN
“Alom wordt nu verkondigd dat Christus de wet van God teniet heeft gedaan; en dat wij door ‘te geloven’ bevrijd zijn van de noodzaak het Woord uit te leven. Maar dit is de leer van de Nicolaïeten, die door Christus zo onbarmhartig veroordeeld werd.” - 7 BC p. 957, EGW

 

Vers 7: Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de gemeenten zegt. Die overwint, Ik zal hem geven te eten van de boom des levens, die in het midden van het paradijs Gods is.

 

VAN DE BOOM DES LEVENS

“De hof van Eden bleef nog lang op aarde nadat de mens hieruit verdreven was. Het gevallen mensdom werd nog lang toegestaan op het tehuis van onschuld te zien, de toegang werd hen belet door wakende engelen. Aan de door de engelen bewaakte poort van het paradijs werd Gods heerlijkheid geopenbaard. Hier vernieuwden zij hun beloften van gehoorzaamheid aan de wet waarvan de overtreding hen uit het paradijs had verdreven.

Toen de ongerechtigheid de wereld steeds verder overstroomde en de goddeloosheid van de mensen oorzaak was voor hun ondergang door de zondvloed, nam de hand die de hof van Eden had geplant, deze hof weg van de aarde. Doch wanneer eenmaal alles weer hersteld zal worden, als er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zullen zijn, zal deze hof heerlijker dan ooit hersteld worden. Openb. 21:1.

 

Dan zullen degenen die Gods geboden bewaard hebben, zitten onder de boom des levens; en in alle eeuwigheid zullen de bewoners van de zondeloze werelden in de prachtige hof een voorbeeld zien van Gods volmaakte schepping, onberoerd door de vloek der zonde - een voorbeeld van wat deze aarde zou zijn geweest als de mens had beantwoord aan het heerlijk plan van de Schepper.” - P & P p. 36.

 

“Teruggebracht tot de boom des levens in het lang geleden verloren paradijs, zullen de verlosten opgroeien tot de volle lengte van het geslacht in zijn oorspronkelijke heerlijkheid. (Mal. 4:2). De laatste nog aanwezige sporen van de vloek van de zonde zullen worden weggedaan, en Christus’ getrouwen zullen verschijnen ‘in de liefelijkheid van de Heer, onze God’ in geest en ziel en lichaam het volmaakte beeld van hun Heer weerkaatsende. O, wonderbare verlossing! waarover gesproken is, waarop zo lang is gehoopt, maar nooit volledig begrepen is.” - GS p. 752 (o.u.)

 

TWEEDE BRIEF AAN SMYRNA

Tijdperk 100—323 na Chr.

 

Vers 8:
En schrijf aan de engel van de gemeente van die van Smyrna: dit zegt de Eerste en de Laatste, Die dood is geweest, en weer levend geworden:

9: Ik weet uw werken, en verdrukking en armoede (doch gij zijt rijk), en de lastering van hen, die zeggen dat zij Joden zijn, en zijn het niet, maar zijn een synagoge des satans.

 

IK WEET UW WERKEN

 “Christus spreekt hier over de gemeente waarover Satan presideert, als de synagoge van Satan. Haar leden zijn kinderen der ongehoorzaamheid. Het zijn degenen die verkiezen te zondigen en die de heilige wet van God krachteloos maken. Het is Satans werk om het goede met het kwade te vermengen, en het onderscheid tussen goed en kwaad weg te nemen. Christus wil een gemeente die werkt om het kwade van het goede te scheiden, wier leden niet gewillig zijn het boze te tolereren maar het uit het hart en leven verwijderen.” - 7 BC p. 958 EGW.

 

Vers 10:
Vrees geen der dingen, die u lijden zult. Zie, de duivel zal enigen van ulieden in de gevangenis werpen, opdat u verzocht wordt; en u zult een verdrukking hebben van tien dagen. Wees getrouw tot in de dood, en Ik zal u de kroon des levens geven.

 

EEN VERDRUKKING VAN TIEN DAGEN

Omdat dit een profetische boodschap is, moet de daarin genoemde tijdsduur ook in profetische zin worden opgevat, en dus duiden op tien jaren. (Elke dag voor één jaar). Het is een opmerkelijk feit dat de laatste en bloedigste van de vervolgingen die onder Diocletianus plaatsvonden tien jaar duurde, van 302 tot 312 na Chr.

 

WEES GETROUW

“Op de dag van de uiteindelijke bestraffing en beloning, zullen de heiligen en de zondaars, in Hem die gekruisigd werd, de Rechter van alle levenden erkennen. Elke kroon die aan de heiligen van de Allerhoogste wordt gegeven, ontvangen zij uit de handen van Christus — de handen die door de priesters ertoe veroordeeld werden aan het kruis te worden genageld.” - 7 BC pag. 958 EGW

 

Vers 11:
Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de gemeenten zegt. De overwint, zal van de tweede dood niet beschadigd worden.

 

DIE OREN HEEFT.
“Als u hoort ‘Wat de geest tot de gemeente zegt’ en nadenkt over de instructies die gegeven worden, zullen uw ogen gesloten zijn voor de nonsens en dwaasheden rondom u. U zult die dingen niet horen en herhalen, en u zult er evenmin naar hunkeren.” - 7 BC p. 958 EGW

 

DERDE BRIEF; - AAN PERGAMUS

Tijdperk 323 - 538 na Chr.

 

Vers 12:
En schrijf aan de engel der gemeente, die in Pergamus is; dit zegt Hij, Die het tweesnijdend scherp zwaard heeft.

13. Ik weet uw werken, en waar u woont; namelijk daar waar de troon van de satan is, en u houdt Mijn naam, en hebt Mijn geloof niet verloochend, ook in die dagen, in welke Antipas, Mijn getrouwe getuige was, welke gedood is bij ulieden, waar de satan woont.

 

IK WEET UW WERKEN

“Het oog van de Here overziet het gehele werk, alle plannen, alle denkbeelden van elke geest. Hij ziet onder de oppervlakte van de dingen, onderscheidt de gedachten en bedoelingen van het hart. Er is geen duistere handeling; geen plan; geen inbeelding van het hart, niet één gedachte of Hij leest die als een open boek. Elke daad, elk woord, elk motief, wordt getrouw vermeld in de verslagen van de grote Doorzoeker van harten, Die zegt ‘Ik weet uw werken.’

 

SATANS TROON

De stad Pergamus onderscheidde zich in 29 na Chr. door de plaats te worden die als eerste een levende Romeinse keizer vereerde. Er werd een tempel gebouwd en gewijd aan de gezamenlijke aanbidding van de godin Roma en keizer Augustus. Op het moment dat Johannes deze woorden schreef, leden de christenen onder de vervolging van Domitianus (8 – 96 na Chr.) die erop stond dat hij als ‘here en god’ aanbeden moest worden.

 

IN WELKE ANTIPAS WAS

Antipas is een bekende Griekse naam. Sommige commentatoren menen dat het een christen was die zo genoemd werd en die in Pergamus omwille van zijn geloof gedood werd.” - 7 BC p. 749.

 

Vers 14:
Maar Ik heb enige weinige dingen tegen u, dat u aldaar hebt, die de lering van Balaäm houden, die Balak leert de kinderen Israëls een aanstoot voor te werpen.

 

MAAR IK HEB ENIGE WEINIGE DINGEN TEGEN U

”De vergelijking met Balaäm (Biliam zie Numeri 22) suggereert dat er sommigen in Pergamus waren die voornemens waren de gemeente te verdelen en te ruïneren door het aanmoedigen van gewoonten die voor christenen verboden waren. Bileam was er op uit zijn eigen belangen te behartigen en niet die van God.” - 7 BC p. 749.

 

“Het lot van Biliam komt overeen met dat van Judas, en hun karakters vertonen een opmerkelijke overeenstemming met elkaar. Beide mannen probeerden God en Mammon te dienen, en ondergingen hetzelfde lot. Bileam erkende de ware God, en gaf voor Hem te dienen; Judas geloofde in Jezus als de Messias, en voegde zich bij Zijn volgelingen. Maar Bileam hoopte de dienst van Jahwe te gebruiken als een middel om rijkdom en wereldse eer te bezitten; toen hij hierdoor struikelde, viel hij en werd verbroken. Judas verwachtte door zijn omgang met Christus rijkdom en aanzien te verkrijgen in dat werelds koninkrijk, dat naar zijn mening de Messias spoedig zou oprichten.” — P & P pp. 408, 9.

 

Vers 15:
Alzo hebt ook u, die de lering der Nicolaïeten houden; hetwelk Ik haat.

 

DE LEER DER NICOLAÏETEN

Zij leerden dat Christus door zijn dood aan het kruis de wet van God teniet heeft gedaan en dat wij door dit te ‘geloven’ bevrijd zijn van het houden van Gods geboden. (zie vers 6).

 

Vers 16:

Bekeer u; en zo niet, Ik zal u haastiglijk bijkomen, en zal tegen hen krijg voeren met het zwaard Mijns monds.

 

ZWAARD MIJNS MONDS
Zie Openbaring 1:16; 2:12.

 

Vers 17:
Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de gemeenten zegt. Die overwint, Ik zal hem geven te eten van het manna dat verborgen is, en Ik zal hem geven een witte keursteen, en op de keursteen een nieuwe naam geschreven, welke niemand kent, dan die hem ontvangt.

 

HET VERBORGEN MANNA
Uitgaande van Johannes 6: 31-34 schijnt het dat Johannes hier het manna beschouwt als een symbool van geestelijk leven in Christus nu, en het eeuwige leven hierna. Zie Johannes 6:32, 33.

 

EEN WITTE KEURSTEEN
“De schriftverklaarders zijn algemeen van mening dat hier wordt gezinspeeld op oude gebruiken. Een voorbeeld daarvan is het volgende:

 

“In vroegere tijden toen omdat er geen herbergen waren, het moeilijk was om van de ene naar de andere plaats te reizen, werd door particulieren gastvrijheid verleend. Hiervan vinden wij inderdaad in de geschiedenis vele voorbeelden, vooral in het Oude Testament. Personen die van deze gastvrijheid gebruik maakten en degenen die hen onderdak verleenden, gingen vaak met elkaar vriendschapsbanden aan. Onder de Grieken en Romeinen werd het een algemeen gebruik hun gasten een bijzonder teken te verlenen, dat van vader op zoon overging en hen bij het tonen daarvan de zekerheid gaf, dat ze te allen tijde vriendelijk ontvangen zouden worden. Dat kenteken bestond gewoonlijk uit een kleine steen die in tweeën werd gesplitst en waarin de gastheer in de ene helft en de gast in de andere helft zijn naam graveerde. Daarna werden de stenen geruild.

Het tonen van deze ‘tessera’ was voldoende om, wanneer zij in die omgeving zouden reizen, gastvrijheid te mogen verwachten voor hen zelf en hun nakomelingen. Deze steentjes werden zorgvuldig bewaard en de namen die er in gegraveerd stonden werden zorgvuldig geheim gehouden om te voorkomen dat anderen misbruik zouden maken van de voorrechten die hun niet toekwamen. Hoe vanzelfsprekend is dan de toespeling op dit gebruik in de woorden: ‘Ik zal hem te eten geven van het verborgen manna. Als Ik dat gedaan heb, als Ik hem gastvrijheid heb verleend en zodoende hem als Mijn gast erken, dan zal ik hem een witte steen geven en in die steen een nieuwe naam graveren, die niemand kent dan degeen die hem ontvangt. Ik zal hem de belofte van Mijn zuivere en onschendbare vriendschap schenken, die hij alleen kent.” - US pp. 49, 50.

 

EEN NIEUWE NAAM
“Op de hoofden van de overwinnaars plaatst Jezus met Zijn eigen rechterhand de kroon der heerlijkheid. Voor een ieder is er een kroon, die zijn eigen nieuwe naam en het opschrift ‘Heiligheid des Heren’ draagt. Iedereen ontvangt een overwinningspalm en een blinkende harp.” — GS p. 696 (753 o.u.)

 

VIERDE BRIEF: AAN THYATIRA

Tijdperk: 538 — 1798 na Chr.

 

Vers 18:
En schrijf aan de engel der gemeente Thyatira:

Dit zegt de Zoon Gods, die ogen heeft als een vuurvlam en zijn voeten zijn als koperbrons:

 

DE GEMEENTE THYATIRA

“De oorsprong en betekenisvan deze naam is onzeker. Hoewel ze minder vooraanstaand was als de andere zes gemeenten, onderscheidde Thyatira zich niettemin door het aantal en verscheidenheid van de bedrijfstakken en ambachten die daar floreerden. Kennelijk was een van de belangrijkste daarvan het verven van stoffen. (Zie Hand. 16: 14). De christenen van Thyatira vonden ongetwijfeld merendeels werk in de lokale ambachten.

 

Toegepast op de christelijke geschiedenis, is de boodschap aan Thyatira in het bijzonder typerend voor de ervaring van de ware gemeente in de donkere eeuwen en de latere middeleeuwen.” - 7 BC p. 750.

 

Vers 19:

Ik weet uw werken, en liefde, en dienst, en geloof, en uw lijdzaamheid, en uw werken, en dat de laatste meer zijn dan de eerste.

 

UW WERKEN

“Het is alsof Christus wilde zeggen: ‘Ik weet wat u gedaan hebt, en Ik ken ook de moeite en volharding die noodzakelijk was om dit te doen.’

 

DAT DE LAATSTE MEER ZIJN DAN DE EERSTE

Dit wil zeggen dat de laatste werken beter waren dan de eerste. De boodschap aan Thyatira is de enige van de zeven die een erkenning van vooruitgang bevat. Ondanks de moeilijkheden in Thyatira, onderging de gemeente een geestelijke groei. Vergelijk de tegenstelde ervaring te Eféze.” (verzen 4, 5) - 7 BC p. 751.

 


Vers 20
:

Maar Ik heb enige weinige dingen tegen u, dat u de vrouw Jezabel, die tegen zichzelf zegt een profetes te zijn, laat leren, en Mijn dienstknechten verleiden, dat zij hoereren en afgodenoffer eten.

 

MAAR IK HEB ENIGE WEINIGE DINGEN TEGEN U

“Sommige oude manuscripten vermelden ‘vele’ of ‘vele dingen’ tegen u. De gemeente handelde onjuist, niet alleen omdat zij zich openlijk overgaf aan de afval maar ook omdat geen ernstige poging werd gedaan om de loop van het kwade te keren.

 

JEZABEL

Ten aanzien van de historische Jezabel zie 1 Kon. 16: 31; 18: 13; 19:1, 2; 21: 5 – 16, 23, 25; 2 Kon. 9: 30 – 37. Het schijnt dat Jezabel de aanbidding van Baäl in Israël ondersteunde (1 Kon. 21: 25) evenals in de dagen van Johannes enkele valse profeten probeerden de gemeente Thyatira op dwaalwegen te brengen. De boodschap toont aan dat hier, zelfs meer dan in Pergamus (Openb. 2: 14) de afval openlijk en uitdagend was. Toegepast op de Thyatira periode van de christelijke geschiedenis, beeldt Thyatira de macht uit die de grote afval in de middeleeuwen voortbracht.” - 7 BC p. 451.

 

DAT ZIJ HOEREREN EN AFGODENOFFER ETEN

“Dit was zondermeer ten eerste van toepassing op de plaatselijke toestanden in de gemeente Thyatira. Toegepast op de Thyatira periode van de kerkelijke geschiedenis is dit beeld een vermenging van heidendom met christendom (zie Ezech. 16: 15; Openb. 17:1). Dit proces versnelde zich tijdens de regering van Constantijn en zijn opvolgers. Het middeleeuwse christendom aanvaardde in grote mate heidense vormen en gebruiken.” — 7 BC. p. 751.

 

Vers 21:

En Ik heb haar tijd gegeven, opdat zij zich zou bekeren van haar hoererij, en zij heeft zich niet bekeerd.

22: Zie, Ik werp haar te bed, en die met haar overspel bedrijven, in grote verdrukking, zo zij zich niet bekeren van hun werken.

 

IK HEB HAAR TIJD GEGEVEN

“De aanbieding van vergeving werd gedurende een lange tijd gehandhaafd.

 

EN HEEFT ZICH NIET BEKEERD

Hier was geen sprake van onwetendheid, of zelfs van bewuste onverschilligheid, maar van een hardnekkige en uitdagende rebellie.

 

ZIE IK WERF HAAR TE BED

De wijze van bestraffing die de valse profetes ondergaat zal overeenkomstig haar misdaad zijn. Deze uitdrukking schijnt van joodse oorsprong te zijn en wordt gebruikt in verband met ziek worden.” - 7 BC p. 751.

 

Vers 23:

En al haar kinderen zal Ik door de dood ombrengen, en al de gemeenten zullen weten, dat Ik het ben, Die nieren en harten onderzoek. Ik zal u geven een iegelijk naar zijn werken.

 

EN HAAR KINDEREN

“Het overspel van deze Jezabel (christelijke gemeente) was een gewoonte van lange duur, want zij had kinderen. Figuurlijk gesproken moeten wij dit bezien in de betekenis dat zij aanhangers had gewonnen. Het oordeel zou niet alleen op de moeder vallen maar ook op haar nakomelingen, die door haar verdorven karakter aangetast waren.” - 7 BC p. 751.

 

Vers 24:

Doch Ik zeg ulieden, en tot de anderen die te Thyatira zijn, zovelen, als er deze leer niet hebben, en die de diepten des satans niet gekend  hebben, gelijk zij zeggen: Ik zal u geen anderen last opleggen;

25: Maar hetgeen gij hebt, houdt dat, totdat Ik zal komem.


IK ZEG ULIEDEN EN TOT DE ANDEREN

“Dat zijn de getrouwe gelovigen van Thyatira. Historisch bezien verwijst dit naar kleine groepen die gedurende de middeleeuwen getrouw wilden blijven aan het apostolische christendom. Zulke groeperingen werden zowel binnen als buiten het formele kader van de katholieke kerk gevonden. Bijzonder belangrijk waren de groeperingen van de Waldenzen in Europa en de volgelingen van Wycliff in Engeland.” - 7 BC p. 752.

 

Vers 26:

En die overwint, en die Mijn werken tot het einde toe bewaart, Ik zal hem macht geven over de heidenen;

 

EN DIE OVERWINT

“Laat geen mens de gedachte naar voren brengen dat de mens weinig of niets te doen heeft in het grote overwinningswerk, want God doet niets voor de mens zonder diens medewerking. Zeg evenmin dat - nadat u van uw kant alles hebt gedaan wat u kon doen - Jezus u wel zal helpen. Christus heeft gezegd: ‘Want zonder Mij kunt u niets doen.’ (Johannes 15:5).

Vanaf het begin tot het einde moet de mens samenwerken met God. Tenzij de Heilige Geest inwerkt op het menselijk hart, zullen wij bij elke stap struikelen en vallen. Menselijke pogingen betekenen niets en zijn waardeloos, maar samenwerking met Christus, betekent overwinning.” — SM p. 381.

 

MIJN WERKEN

“Dat wil zeggen werken die Christus’ karakter weerspiegelen. Deze zijn opvallend in tegenstelling met de ‘daden’ van degenen die zich met Jezabel verbinden.

 

IK ZAL HEM MACHT GEVEN

Omdat de verlosten zullen leven en regeren met Christus, worden ze hier uitgebeeld als deelhebbers in Christus’ werk. “(Zie Openbaring 12: 5; 20: 4). - 7 BC p. 752.

 

Vers 27:

En Hij zal hen hoeden met een ijzeren staf, zij zullen als pottenbakkersvaten vermorzeld worden; gelijk ook Ik van Mijn Vader ontvangen heb.

 

EN HIJ ZAL HEN HOEDEN

“Hij (de Messias, Zoon van David) zal de zondaars de erfenis ontnemen. Hij zal de trots van de zondaars als een pottenbakkersvat vermorzelen. Met een ijzeren staf zal Hij hetgeen zij bezitten vernietigen.” - 7 BC p. 752.

 

Vers 28:

En Ik zal hem de morgenster geven.

 

DE MORGENSTER

“Christus zegt in Openb. 22: 16 dat Hij de Morgenster is. De morgenster is de directe voorloper van de dag. Over deze ster wordt in 2 Petr. 1: 19 gesproken in verband met het aanbreken van de dag. ‘Totdat de dag aanbreekt en de Morgenster opga in uw harten.’ Gedurende de donkere nacht waarin de heiligen waken, hebben ze het Woord van God dat het pad kan verlichten. Maar als de Morgenster zal opgaan in hun harten, of wanneer de Morgenster gegeven zal worden aan de overwinnaars, zullen ze zo nauw met Christus verbonden zijn, dat hun harten volledig verlicht zullen worden door Zijn Geest en zij zullen in het licht wandelen. Dan hebben ze het vaste profetische woord, dat nu schijnt als een licht in donkere plaatsen, niet meer van node.” US p. 55

 

Vers 29.

Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de gemeente zegt.