You are home- www.agp-internet.com/react- profetie.nl.nu
 Openbaring 1

 

Vers 1:
De openbaring van Jezus Christus, die God hem gege­ven heeft, om Zijn dienstknechten te tonen de dingen, die haast geschieden moeten; en die Hij door Zijn engel gezonden, en Zijn dienstknecht Johannes te kennen gegeven heeft.
2. Die het woord van God betuigd heeft, en de getuigenis van Jezus Christus, en al wat hij gezien heeft.

 

DOOR ZIJN ENGEL GEZONDEN
"De Heiland spreekt in De Open­baring over Gabriel als Hij zegt: 'Welke Hij door Zijn engel gezonden, en aan Zijn dienstknecht Johannes te kennen gege­ven heeft.' En tegen Johannes zei de engel: 'Ik ben een me­dedienstknecht van u en van uw broeders de profeten.' Open­baring 22:9- Uit de Openbaring blijkt dat Jezus Christus en de engel Gabriel Johannes bezochten om hem inlichtingen te verschaffen." Zie Wens pag. 70, 186; Openb. 1:9-18; 22:9.

"De gehele Bijbel is een openbaring want alle openbaring komt tot de mensen door middel van Christus, en alles con­centreert zich in Hem. God heeft tot ons gesproken door Zijn Zoon, Wiens eigendom wij zijn door schepping en verlossing. Toen Johannes verbannen was naar het eiland Patmos, kwam Christus tot hem om hem de waarheid voor deze laatste dagen bekend te maken en hem te tonen wat spoedig gebeuren zou. Jezus Christus is de grote Beheerder van de goddelijke open­baring. Door Hem weten wij welke gebeurtenissen wij in de laatste tijden van de geschiedenis van deze aarde kunnen ver­wachten.

Johannes, de geliefde discipel, was degeen die deze open­baring ontving. Tijdens de Nieuw Testamentische bedeling werd hij geëerd zoals de profeet Daniël werd geëerd tijdens de Oud Testamentische bedeling.

De voorlichting die Johannes moest ontvangen was zo be­langrijk, dat Christus uit de hemel kwam om die aan Zijn dienstknecht te geven met de opdracht die aan de gemeenten te zenden. Deze instructie moet het onderwerp zijn van onze zorgvuldige studie; want wij leven in een tijd waarin mannen die niet onder de leiding van de Heilige Geest staan, valse theoriën naar voren zullen brengen. Deze mannen hebben hoge plaatsen bekleed, en zij willen eerzuchtige plannen doorvoe­ren. Zij streven ernaar zichzelf te verhogen en alle dingen radicaal te veranderen. Om ons daarvoor te behoeden heeft God ons een bijzondere voorlichting gegeven. Hij verzocht Johannes in een boek te schrijven wat tijdens de laatste ge­beurtenissen in de geschiedenis van deze aarde zou plaats­vinden."- 7 BC pp. 953,4. EGW.
Vers 3:
Zalig is hij, die leest, en zijn zij, die horen de woorden der profetie, en die bewaren hetgeen in de­zelve geschreven is; want de tijd is nabij.

 

ZALIG IS HIJ DIE LEEST

"Velen hebben de gedachte gekoes­terd dat het boek De Openbaring een verzegeld boek is en willen daarom geen tijd besteden aan het bestuderen van zijn geheimen. Zij zeggen dat zij uitzien naar de heerlijkheid van de verlossing, en dat de geheimen die aan Johannes op het eiland Patmos werden geopenbaard, van minder belang zijn dan de andere. Maar God beziet dit boek niet zo.

Het boek De Openbaring toont de wereld wat geweest is, wat is, en wat komen zal; het is bedoeld als onderricht voor ons die het einde van de wereld genaderd zijn. Wij hebben het voorrecht te weten wat voor onze kennis noodzakelijk is." - 7 BC pp. 953,4 EGW


"Er moet een boodschap aan de kerken worden verkondigd, die ze doet ontwaken. Elke poging moet worden gedaan om het licht te brengen, niet alleen aan ons volk, maar aan de we­reld. Mij werd gezegd dat de boeken Daniël en De Openbaring gedrukt moeten worden in kleine boeken met de noodzakelijke verklaringen en over de gehele wereld gezonden moeten worden. Ons eigen volk moet het licht in duidelijke lijnen voorgehou­den worden.

 

Zij die het vlees eten en het bloed drinken van de Zoon van God, zullen uit de boeken Daniël en De Openbaring waar­heid naar voren brengen die geïnspireerd is door de Heilige Geest. Zij zullen krachten in het werk stellen die niet onder­drukt kunnen worden. De lippen van kinderen zullen geopend worden om de geheimen te verkondigen die voor de gedachten van de mensen verborgen waren...


Vele van de profetieën staan op het punt snel opeenvolgend in vervulling te gaan. Elk krachtselement zal in werking wor­den gesteld. De geschiedenis van het verleden zal zich her­halen; oude strijdpunten zullen weer oplaaien, en Gods volk zal alom door gevaar omringd worden. Intensiteit neemt bezit

 

van het menselijk gezin. Ze doordringt alles op aarde .....onderzoek de Openbaring in samenhang met Daniel, want de geschiedenis zal zich herhalen. Wij, met al onze godsdien­stige voorrechten, moeten vandaag veel meer weten dan wij nu weten.

Engelen verlangen ernaar de waarheden te zien die geopen­baard zijn aan het volk dat met toegewijde harten het woord van God onderzoekt en bidt om grotere lengten en breedten en diepten en hoogten van de kennis die Hij alleen kan geven.

Als wij het einde van de wereldgeschiedenis naderen, eisen de profetieën die betrekking hebben op de laatste dagen onze bijzondere aandacht. Het laatste boek van de Geschriften van het Nieuwe Testament is vol waarheid die wij moeten begrij­pen.
Satan heeft de geest van velen zo verblind dat zij blij zijn met elke verontschuldiging voor het niet onderzoeken van de Openbaring. Maar Christus heeft door Zijn dienstknecht Johannes verklaard wat in de laatste dagen gebeuren zal en Hij zegt: "Zalig is hij, die leest, en zijn zij, die horen de woorden van deze profetie, en die bewaren hetgeen daarin geschreven is." - TM pp. 116,7.
 

Vers 4: 
Johannes aan de zeven gemeenten, die in Azië zijn; genade zij u en vrede van Hem, Die is, en Die was, en Die komen zal; en van de zeven geesten, die voor Zijn troon zijn;

5: En van Jezus Christus, Die de getrouwe Getuige is, de Eerstgeborene uit de doden, en de Overste der ko­ningen der aarde. Hem, die ons heeft liefgehad, en ons van onze zonden gewassen heeft in Zijn bloed. 
6: En Die ons gemaakt heeft tot koningen en priesters Gode en Zijn Vader; Hem zeg ik, zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid. Amen.

 

AAN DE ZEVEN GEMEENTEN IN AZIË  
"Azië was een Romeinse provincie, een gebied van ca. 480 km. van oost naar west en ca. 420 km. van noord naar zuid en het westelijk deel dat nu bekend staat als Klein Azië, in de huidige republiek Tur­kije. In Griekse tijden had dit gebied zich ontwikkeld tot het belangrijke koninkrijk van Pergamus, een belangrijk cen­trum van de Griekse cultuur. In dit gebied bevonden zich ze­ven christelijke gemeenten en de toestanden binnen die ge­meenten zijn symbolisch voor de gemeenten van God in de pe­riode vanaf het begin van het christelijk tijdperk tot aan de komst van Jezus." - US p. 18.


EN VAN DE ZEVEN GEESTEN
"De verbinding hier van de 'zeven geesten'  met de Vader en met Christus, als gelijkwaardige bron van Christus, genade en vrede, betekent dat zij een symbool zijn van de Heilige Geest. 'Zeven'  is waarschijnlijk een symbolische uitdrukking van Zijn volmaaktheid; en kan ook duiden op de verschillende gaven waarmee Hij door de mensen werkt." - 7 BC p. 732.

 

"Door de gehele Schrift wordt het getal zeven, als het symbolisch wordt gebruikt, algemeen bezien als een aandui­ding van volledigheid, volmaaktheid." - 7 BC pag. 737.

 

HEM ZIJ DE HEERLIJKHEID EN DE KRACHT
"De eer voor de verlossing van de gevallen mensheid komt Christus toe. In alle eeuwigheid zal het lied van de verlosten zijn: "Hem, die ons liefheeft en ons uit onze zonden verlost heeft door Zijn bloed (.....) Hem zij de heerlijkheid en de kracht tot in alle eeuwigheid." - GS p. 389.

 

Vers 7:  
Ziet, Hij komt met de wolken en alle oog zal Hem zien, ook degenen die Hem doorstoken hebben; en alle geslachten der aarde zullen over Hem rouw bedrijven; ja, amen.

 

ZIET, HIJ KOMT

"Als Christus naar de aarde zal terugke­ren, zullen de mensen Hem niet zien als een gevangene, om­ringd door gepeupel. Zij zullen Hem zien als de Koning des hemels. Christus zal komen in Zijn eigen heerlijkheid, in de heerlijkheid van Zijn Vader en de heerlijkheid van de heilige engelen. Tienduizend maal tienduizend en duizend maal duizen­den engelen, de prachtige en overwinnende zonen van God, die een heerlijkheid bezitten die alles overtreft, zullen Hem vergezellen. Dan zal Hij zitten op de troon Zijner heerlijk­heid en voor Hem zullen alle volken vergaderd worden. Dan zal ieder oog Hem zien, ook zij die Hem doorstoken hebben." - Wéns p. 618.

 

OOK DEGENEN DIE HEM DOORSTOKEN HEBBEN
"De verklaring van Openbaring 1:7 toont duidelijk aan dat degenen die verant­woordelijk zijn voor de dood van Christus, opgewekt zullen worden om getuige te zijn van Zijn komst (zie Daniël 12:2). Gedurende Zijn verhoor heeft Jezus de joodse leiders voor deze ontzagwekkende gebeurtenis gewaarschuwd." (Matt.26:64). - 7 BC 734.

 

Vers 8:
Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, zegt de Here , Die is, en Die was, en Die komen zal, de Almachtige.

 

DE ALFA EN OMEGA.
"Jezus was het licht van Zijn volk - het licht der wereld - eer Hij in menselijke gedaante naar de aarde kwam.
De eerste lichtstraal die het duister, waarin de wereld zich door de zonde bevond, verlichtte, was afkomstig van Christus. Van Hem komt elke straal van hemels licht waar­door de bewoners van deze aarde verlicht worden.- In het verlossingsplan is Christus de Alfa en Omega - de Eerste en de Laatste." - P & P p. 331.

 

JEZUS VERSCHIJNT AAN JOHANNES OP PATMOS
 

Vers 9: 
Ik, Johannes, die ook uw broeder ben, en medegenoot in de verdrukking, en in het Koninkrijk, en in de lijdzaamheid van Jezus Christus, was op het eiland, genaamd Patmos, om het Woord Gods, en om de getuige­nis van Jezus Christus.


IK, JOHANNES, UW BROEDER.

"Op bevel van de Romeinse keizer werd Johannes verbannen naar het eiland Patmos, veroordeeld 'om het Woord Gods en het getuigenis van Jezus Christus.' Hier, dachten zijn vijanden, zou zijn invloed niet langer merkbaar zijn, en zou hij tenslotte sterven door ontbering en ellende.

Patmos, een kaal, rotsachtig eilandje in de Egeische Zee, was door de Romeinse regering uitgekozen als verbanningsoord voor misdadigers. Maar voor Gods dienstknecht werd dit som­bere oord de poort des hemels. Hier, afgesloten van de druk­te van het leven, en van de arbeid van zijn vroegere jaren, had hij gemeenschap met God en Christus en de hemelse enge­len, en van hen ontving hij aanwijzingen voor de gemeente in de toekomst. De gebeurtenissen die zouden plaatsvinden aan het einde van de wereldgeschiedenis werden voor hem blootge­legd." - vJtR pp. 414,5.
 

Vers 10
En ik was in de geest op de dag des Heren; en ik hoorde achter mij een grote stem, als van een bazuin.

11: Zeggende: Ik ben de Alfa en Omega, de Eerste en de Laatste; en hetgeen gij ziet, schrijf dat in een boek, en zend het aan de zeven Gemeenten, die in Azië zijn, namelijk naar Éfeze, en naar Smyrna, en naar Pérgamus, en naar Thyatira, en naar Sardis, en naar Filadelfia, en naar Laodicea.

 

EN IK WAS IN DE GEEST OP DE DAG DES HEREN
"Het was op een sabbat dat de Here der heerlijkheid verscheen aan de een­zame apostel. Op Patmos werd door Johannes de sabbat net zo geheiligd als in de tijd dat hij in de dorpen en steden van Judea predikte. Hij maakte aanspraak op de kostbare beloften die betreffende die dag gegeven waren." - vJtR p. 424.

 

AAN DE ZEVEN GEMEENTEN
"De namen van de zeven gemeenten zijn symbolisch voor de gemeente in de verschillende peri­oden van het christelijk tijdperk. Het getal zeven duidt de volledigheid aan en is symbolisch voor het feit dat de bood­schappen reiken tot de tijd van het einde, terwijl de ge­bruikte symbolen de toestand van de gemeente openbaren tijdens de verschillende perioden in de wereldgeschiedenis." - vJtR p. 426.


Vers 12:
 
En ik keerde mij om, om te zien de stem die met mij gesproken had; en mij omgekeerd hebbende, zag ik zeven gouden kandelaren;

13: En in het midden van de zeven kandelaren Eén, de Zoon des mensen gelijk zijnde, bekleed met een lang kleed tot de voeten, en omgord aan de borst met een gouden gordel.

 

EN IK KEERDE MIJ OM, OM TE ZIEN.
"Het was Christus die aan de apostel gebood te vermelden hetgeen hem getoond werd. 'Hetgeen gij ziet, schrijf het in een boek', beval Hij, 'en zend het aan de zeven gemeenten die in Azië zijn....

 

Christus wordt gezien, terwijl Hij wandelt te midden van de gouden kandelaren (een symbool van de zeven gemeenten). Op deze wijze wordt Zijn verhouding tot de gemeenten gesym­boliseerd. Hij is voortdurend in gemeenschap met Zijn volk. Hij kent hun ware toestand. Hij slaat hun gedrag, hun vroom­heid, hun toewijding gade. Hoewel Hij Hogepriester en Midde­laar is in het heiligdom hierboven, wordt Hij toch voorge­steld als wandelende temidden van Zijn gemeente op aarde. Met onvermoeide waakzaamheid en aanhoudende oplettendheid ziet Hij toe of het licht van Zijn wachters donkerder wordt of uitgaat. Als de kandelaren worden overgelaten aan mense­lijke zorg zou de flikkerende vlam kwijnen en uitdoven, maar Hij is de trouwe Wachter in ' s Heren huis, de ware Huismees­ter in de tempelhoven. Zijn blijvende zorg en ondersteunende genade zijn de bron van leven en licht." - vJtR p. 427.

 

Vers 14

En Zijn hoofd en haar was wit, gelijk als witte wol, gelijk sneeuw; en Zijn ogen gelijk een vlam vuurs;

15: En Zijn voeten waren blinkend koper gelijk, en gloeiden als een oven; en Zijn stem als een stem van vele wateren.

16: En Hij had zeven sterren in Zijn rechterhand; en uit Zijn mond ging een tweesnijdend scherp zwaard; en Zijn aangezicht was, gelijk de zon schijnt in haar kracht."


EN HIJ HAD ZEVEN STERREN IN ZIJN RECHTERHAND.
"Christus wordt voorgesteld met zeven sterren in Zijn rechterhand. Dit is voor ons de verzekering dat een gemeente die trouw is aan haar opdracht, geen vrees behoeft te koesteren voor haar on­dergang. Want geen enkele ster die beschermd wordt door de Almachtige, kan uit de hand van Christus worden gerukt." - vJtR p. 427.

 

"Door de zeven sterren worden Gods predikanten gesymboli­seerd die Hij, Die de Eerste en de Laatste is, onder Zijn bijzondere bescherming heeft. De lieflijke invloeden die overvloedig moeten zijn in de gemeente, zijn nauw verbonden met deze dienstknechten van God die de liefde van Christus moeten uitdragen. De sterren des hemels staan onder Gods leiding. Als Hij dit niet zou doen, worden ze vallende sterren." - Gospels Workers pp. 13,14 EGW.

 

EEN TWEESNIJDEND SCHERP ZWAARD
"Johannes herhaalt dit symbool in de hoofdstukken 2: 12,16; 19: 15,21 waar het omdat het voorkomt uit de mond van Christus, de betekenis wordt toegekend van een instrument van goddelijke bestraffing. Het kan worden bezien als een symbool van Christus's macht om te oordelen, en in het bijzonder als de macht om het oordeel te voltrekken.
Dat het zwaard twee snijkanten heeft en het feit dat gezegd wordt dat het scherp is, duidt op de scherpzinnig­heid van Zijn besluiten en de doeltreffenheid van de uitvoe­ring van Zijn oordelen." - 7 BC, pag. 739.

 

Vers 17:   

En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan Zijn voe­ten; en Hij legde Zijn rechterhand op mij, zeggende tot mij; Vrees niet; Ik ben de Eerste en de Laatste;

18: En Die leef, en Ik ben dood geweest; en zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid. Amen. En Ik heb de sleu­tels van de hel en de dood.

 

VREES NIET
"In al onze beproevingen hebben wij een nooit falende Helper. Hij laat ons niet alleen worstelen met ver­zoeking, niet alleen strijden met het kwaad om tenslotte verpletterd te worden onder de lasten en zorgen. Hoewel wij Hem nu niet met het sterfelijke oog kunnen zien, kan het oor des geloofs Zijn stem horen zeggen:'Vrees niet, Ik ben met u. Ik ben levend en Ik ben dood geweest; en zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid." - Wens p. 401.

 

"Maar de meest bemoedigende zekerheid in al deze vertroos­tende woorden is de verklaring dat dit verheven Wezen dat in alle eeuwigheid leeft, de Machthebber is over de dood en het graf. 'Ik heb' zegt Hij, 'de sleutels van de hel (het graf) en de dood. De dood is een overwonnen tiran.' - US p. 33.

 

BEVEL OM AAN DE ZEVEN GEMEENTEN TE SCHRIJVEN

 

Vers 19: 

Schrijf, hetgeen u gezien hebt, en hetgeen is, en hetgeen geschieden zal na dezen:

20: De verborgenheid der zeven sterren, die u gezien hebt in Mijn rechterhand, en de zeven gouden kande­laren. De zeven sterren zijn de engelen der zeven gemeenten; en de zeven kandelaren, die u gezien hebt, zijn de zeven gemeenten.
 

DE ZEVEN GEMEENTEN.
"Als men stelt, dat de Zoon des men­sen alleen de bedienaars van de zeven gemeenten in Klein-Azië in de hand hield en alleen temidden van deze zeven gemeenten wandelde, dan zou men de verheven voorstellingen en verkla­ringen van de volgende hoofdstukken hun betekenis ontnemen. De voorzienigheid Gods en de tegenwoordigheid des Heren is niet beperkt tot een aantal gemeenten. Hij is met Zijn gehe­le volk, niet alleen in de dagen van Johannes, maar in alle tijden. 'Zie, Ik ben met u', zei Hij tot Zijn discipelen, 'tot het einde der wereld.' - 1 SM p. 370 a) Maleáchi 2:7.

 

Hoewel de verschillende boodschappen aan de zeven gemeen­ten in eerste instantie toegepast moeten worden op de gemeen­ten in Azië in de tijd van Johannes, zijn ze ook toepasse­lijk op de toen nog toekomstige geschiedenis van de christe­lijke gemeente. Een studie van de geschiedenis toont aan dat deze boodschappen inderdaad op bijzondere wijze van toepas­sing zijn op de zeven perioden die de gehele geschiedenis van de gemeente omvatten.