wezen der dingen, - in de diepten van de
dramatische strijd tussen licht en duisternis; het doet 's werelds nachtleven
des te zwarter uitkomen. Profeten zijn stormvogels, opgenomen in de macht van
het hogere. Vooral Daniël en de arend van Patmos werpen hemelse lichtbundels
over de komende eeuwen die hun doel bereiken in de grootste gebeurtenis aller
tijden : de wederkomst van Christus, hoogtepunt der Openbaring waarin reeds van
bij het begin de roep weerklinkt : - "Zie, Hij komt met de wolken en elk oog zal
Hem zien", (7) en die sluit met de positieve uitspraak van de Verlosser : - "Ik
kom spoedig".
(8)
In de gewone bijbelprofetieën zien wiJ het
toekomstig gebeuren zonder perspectief. Zoals van uit de verte de grote
afstanden tussen de bergen niet worden onderscheiden, - soms schijnen de bergen
elkander te raken, hoewel zij uren van elkander verwijderd zijn -, zo schijnen
de gebeurtenissen, voorspeld in profetie, zich soms dicht bij elkander te
bevinden aan die verre horizon der profetische visie, alhoewel nochtans grote
tijdsruimten hen scheiden. Nemen wij een dezer profetieën : Zacharia voorspelt
de triomfantelijke intrede van Jezus in Jerusalem en zijn komst in heerlijkheid,
maar de tijdsruimte tussen de twee gebeurtenissen wordt niet onderscheiden :
"Zie, uw koning komt tot u, hij is rechtvaardig en zegevierend, rijdende op een
ezel... zijn heerschappij zal zich uitstrekken van zee tot zee." (9)
De dicipelen dachten dan ook dat de intocht van Jezus in Jerusalem en het
opnemen van zijn heerschappij terzelfdertijd zou geschieden. In de Openbaring
hebben wij integendeel profetische vèrgezichten vol perspectief. Tijdsruimten,
niet zichtbaar in gewone profetie, worden hier helder belicht en openbaren ons
merkwaardige mijlpalen en afstanden in Gods heilsplannen. Zoals men aan de
triomfboog te Parijs de grote wegen van het land uit alle richtingen ziet
samenkomen, zo zien wij van op de hoogte der Openbaring de profetische lijnen
uit verre eeuwen samenvloeien aan de goddelijke triomfboog "de wederkomst van de
Koning der koningen".
Dit laatste bijbelboek met zijn
geheimzinnige uitspraken, is de meest ontstellende openbaring die alles te boven
gaat wat ooit aan de mens is geopenbaard. Het is de vèrstralende lichtbaken,
geschonken aan de heiligen van het Nieuwe verbond om hen veilig te leiden
doorheen de lange wereldnacht tot de dag van de wederkomst van Jezus. Wat de
straallichten zijn voor de auto in de duisternis, dat is de Openbaring voor Gods
gemeente in de nacht der zonde. Wij treffen er geen alleenstaande taferelen aan
zonder betrekking met elkaar,
(7) Openb. 1:7 (8) Openb. 22:20 (9) Zach. 9:9-10
het is een volmaakt tot in zijn fijnste geledingen samenhangend harmonisch
geheel, waarin een prachtige eenheid van conceptie en rijke symboliek wordt
gezien, met historische verbanden die de geschiedschrijvers niet hebben
opgemerkt, daar zij heilshistorisch zijn. Alle bijbelboeken ontmoeten er elkaar
en vinden er hun voltooiing. Het is een kunstgewrocht van fijne constructie en
verheven schoonheid, ondeelbaar en levend, beheerst door het getal zeven, het
getal der volheid en der volmaaktheid, er kan niets bij, er mag niets af. (10)
Daar zijn zeven brieven, gericht tot zeven gemeenten, op hun beurt voorgesteld
door zeven kandelaren, hun leiders door zeven sterren. Christus wordt er
afgebeeld als een Lam met zeven hoornen, symbool van almacht, en met zeven ogen,
symbool van alwetendheid. Daar is sprake van zeven engelen, zeven zegelen, zeven
bazuinen, zeven plagen, zeven donderslagen, zeven hoofden, zeven kronen, zeven
bergen, zeven koningen en een zevenvoudige lofbetuiging aan God en aan het Lam.
P. L. Gouchoud noemt de Openbaring : "Het
Lied van de Haat in zijn wilde grootheid". Het is integendeel : "Het Lied der
Liefde in haar hemelse verborgenheid".
Doorheen deze merkwaardige visioenen slingeren zich zeven zaligsprekingen als
zeven schakels ener zevenvoudige keten
- Zalig, die voorleest, en zij die horen de woorden der profetie, en bewaren
hetgeen daarin geschreven staat. (1:3)
- Zalig de doden, die in de Here sterven, van nu aan. (14:13)
- Zalig hij, die waakt en zijn klederen bewaart. (16:15)
- Zalig zij, die genodigd zijn tot het bruiloftsmaal des Lams. (19:9)
- Zalig en heilig is hij, die deel heeft aan de eerste opstanding. (20:6) -
Zalig hij, die de woorden der profetie van dit boek bewaart. (22: 7) - Zalig
zij, die hun gewaden wassen. (22:14)
En als slot, een kostbaar drievoudig kleinood van absolute goddelijke waarborg
- Dit zijn de waarachtige woorden van God. (19:9) -Deze woorden zijn getrouw en
waarachtig. (21:5) -Deze woorden zijn getrouw en waarachtig. (22:6)
De centrale figuur is het geslachte Lam op
de eeuwige troon, omringd door de heiligste geheimenis.
Het ganse boek is vol van het Lam !
Is het niet de Openbaring van Jezus-Christus ? (11)
In de eerste drie hoofdstukken weerklinkt Jezus' naam honderd zeven en dertig
maal, negen en twintig maal wordt Hij "het Lam" genoemd, meer dan in al de
(10) Openb. 22:18-19 (11) Openb. 1:1
andere bijbelboeken samen.
Het Oude Testament openbaart Jezus in profetie, - de evangeliën beschrijven Hem
in zijn aardse leven, - de Handelingen en de Brieven in de triomf der eerste
christenen, - de Openbaring als einddocument en bekroning der Schriften,
openbaart Hem in zijn Volheid !
Zijn intieme verschijning en verblindende gestalte (12) doet ons in aanbidding
neerknielen.
Pessimistische vooruitzichten zijn hier
totaal uitgesloten. Wèl wordt ons de lange eeuwentragedie geopenbaard, maar ook
de sublieme heerlijkheid der komende Lente. Gebeurtenissen waar engelen
verlangen in te zien, dingen verborgen van de grondlegging der wereld, worden in
een verrassend licht geplaatst, en doen telkens de ziel jubelen om nieuwe
aanwinst van geheim. Een machtig geloof breekt zich baan en brengt ons tot de
diepe overtuiging dat wij leven in de plechtigste dagen van onze geschiedenis.
De eindverlossing waarin alle disharmonieën worden opgelost, komt in het volle
licht te staan om de laatste Godsgetuigen voor te bereiden voor de slotcrisis en
de komst van de Koning der koningen.
De taferelen zijn treffend in hun levend reliëf. Het begin van de verborgenheid
der ongerechtigheid in de hemelse gewesten treft onze blik. (13) De eeuwenkamp
tussen het zaad der vrouw en het zaad der slang die heel het aardrijk omvat,
vertoont er zich met steeds klimmende duidelijkheid, tot wij in het hart zelf
worden gebracht van het hoogste drama. De grote daden Gods worden machtig
getekend, alsook de laatste kamp van de strijd der eeuwen, waar wij de zonde
zien in haar eindvormen, de machten der duisternis in hun eindorganisaties
gevolgd door Gods ultimatum aan een opstandige wereld. (14) De stroom der
geschiedenis bereikt zijn einddoel in het bruiloftsfeest van het Lam, de grote
finale, de eindtriomf van de Christus.
De Openbaring is het evangelie van de opgestane Christus in zijn hoogste en
rijkste openbaring, waarbij alle menselijke filosofieën verbleken tot bloedloze
ideeën.
Onze tegenwoordige tijd, waarin de laatste profetieën zich vervullen, is van
overweldigend belang voor alle levenden; onverwachte omwentelingen volgen
elkander op, de gebeurtenissen schijnen zich te haasten in steeds sneller tempo
naar de bestemming onzer planeet.
Neen, niet doelloos ijlt deze wereld met
al haar inwoners doorheen de eindeloosheid. Tussen het akelig spel van lagere
lusten en belangen, onzichtbaar voor
(12) Openb. 1:12-16 (13) Openb. 12:7-9 (14) Openb. 14:6-7 het menselijk oog,
maar reëel voor de ziener, in de sombere schaduw van een wereld van misdaad en
verdrukking, wordt de Almachtige gezien, die de omstandigheden beheerst en in
goddelijke stilte en geduld, zijn eeuwige raad uitwerkt.
Zestig jaren waren voorbijgegaan sedert het gruwelijk Golgotha, de volgelingen
van Jezus hadden een diep bloedspoor nagelaten, Johannes was de laatste
overgeblevene van de twaalven. "Verbannen door Caesar Dominitiaan op het eiland
Patmos, schreef hij de Openbaring omstreeks het jaar 96".
(Victorinus. Commentary on the Apocalypse, ch. 10, 11 ANF, vol. 7, p. 353)
Ie. Hoofdstuk, verzen 1 tot 3 17 PROLOOG.
EERSTE HOOFDSTUK
1. Openbaring van Jezus Christus, welke God Hem gegeven heeft
om zijn dienstknechten te tonen hetgeen weldra moet geschieden, en welke Hij
door de zending van zijn engel aan zijn dienstknecht
2. Johannes heeft te kennen gegeven. Deze heeft van het woord Gods getuigd en
van het getuigenis van Jezus Christus, alles wat hij gezien heeft.
3. Zalig hij, die voorleest en zij, die horen de woorden der profetie en bewaren
hetgeen daarin geschreven staat, want de tijd is nabij.
APOCALYPSIS
"Apo = af, -calypse = dekking", afnemen
van de dekking, wegtrekken van het gordijn. Veel duidelijker dan waar ook in
Gods woord, wordt het gordijn dat het eeuwig gebeuren aan onze blik verbergt,
weggeschoven. Het woord "Apocalypsis" wijst ons op iets dat ont-dekt wordt, -
geopenbaard, - ontplooid als een bloemknop die zijn verborgen rijkdom ontsluit.
Het is een levende structuur van hemelse schoonheid waaruit lichtbundels flitsen
over alle terreinen des levens, - een levens-explosie sprankelend van
onuitsprekelijke dingen waarin geen mens ooit toegang had. De titel "Openbaring"
weerspreekt heel scherp het gezegde dat wij hier met een gesloten boek te doen
hebben. Ware dit het geval, dan zou het boek de naam dragen van "Verborgenheid"!
Godet schrijft : "Naarmate Christus' kerk zich welbehagelijk neervleit in deze
wereld, wordt de Openbaring voor haar een gesloten en zelfs onbehagelijk boek.
Maar wanneer de stormwind haar tijdelijke woning uiteenrukt, begint zij opnieuw
de waarde van dit goddelijk boek te beseffen, waaruit zij leert om steeds naar
omhoog te zien en haar Bruidegom uit de hemel te verwachten". (1)
Geen bijbelboek is op zulk uitdrukkelijk
bevel neergeschreven als de openbaring. Een machtige stem als van een bazuin gaf
het bevel : "Hetgeen gij ziet, schrijf dat in een boek en zend het aan de zeven
gemeenten". (2)
Het is Christus zelf die aan Johannes de inhoud van het boek openbaarde. Hij
zelf eigent zich dat boek toe, geeft er zijn eigen naam aan, hetgeen met geen
ander bijbelboek het geval is. Het is absoluut Gods wil dat deze wondervolle
waarheden aan zijn volk van alle eeuwen worden meegedeeld. "Openbaring van Jezus
Christus".
Christus openbaren was het doel van Abel's offerande, - het was het doel van het
voor Abraham onbegrijpelijk offer dat van hem geëist werd, - het was het doel
van het heiligdom en zijn dienst, - het was het doel der geschriften van
apostelen en profeten, maar de onthulling zou helemaal onvolmaakt zijn geweest
zonder dit laatste boek.
Het is niet alleen Christus die openbaart, het is ook Hij die geopenbaard wordt,
het is de eind-openbaring van de grote "Ik Ben", de Eerste en de Laatste. Het is
meer dan een profetische onthulling door Hemzelf gegeven, het is de rijkste
openbaring van zijn Persoon en werk. In de schepping wordt zijn almacht gezien,
aan het kruis wordt zijn onuitsprekelijke liefde ontplooid als nooit te voren,
maar eerst in de Openbaring zien wij Hem in zijn hemelse functie en volle
heerlijkheid.
Christus zichtbaar maken in zijn historische en eeuwige gestalte is een der
doeleinden van dit boek. Het geslachte Lam op de troon, dat de eeuwige raad des
Allerhoogsten uitwerkt, overstemt alles. Alleen in dit licht krijgt de
geschiedenis haar betekenis.
De ware heerlijkheid van het evangelie is geen bundel prachtige leerstellingen,
maar een machtige Persoon : Christus ! Hijzelf is de blijde boodschap "de weg,
de waarheid en het leven" (3). Hij kwam naar een verloren wereld waar de vloek
op rustte, Hij bracht het machtig heelmiddel "Zichzelf". Geen wetboek, geen
dogmatiek, Zichzelf ! Christen worden betekent in levensgemeenschap treden met
Hem die ons liefheeft, die zijn eeuwig leven met ons delen wil, die ons
begeleidt in de vallei van de schaduw des doods... Christus kennen is de hoogste
nood van de koude techniekmens. Diep in elk hart woelt onbewust een heimwee naar
Hem, men zoekt dit te voldoen met stoffelijke dingen, maar het hart kan nooit
verzadigd worden aan de bronnen dezer wereld.
"Welke God Hem gegeven heeft".
Dit machtig boek dat onze moderne mens zo broodnodig heeft, dankt zijn oorsprong
aan de Almachtige. Het is niet het produkt van Johannes' beschouwing der dingen,
het is niet zijn verzinning; de uit-de-dood-Opgestane, die hemel en
Ie. Hoofdstuk, verzen 1 tot 3 19
aarde overbrugt, ontving de Openbaring van
God en gaf ze door aan een gezant uit de hoge lichtsferen die het woeste
ballingsoord betrad, waar Johannes als banneling vertoefde. De geliefde apostel
werd de tolk van de hemelbode. "om aan zijn dienstknechten te tonen, hetgeen
weldra moet geschieden". De vervulling van vèrreikende visioenen zou weldra een
aanvang nemen. - Is het ontsluieren van de toekomst niet het goddelijk teken
voor de kleingelovige mens, dat het bijbels licht van God komt ?
- Wie kan eeuwen van te voren verkondigen wat komen zal, dan God alleen ? "Zalig
is hij die voorleest, en zij die horen.. " Lezen en luisteren is goed, -
begrijpen is beter, - bewaren is best. De Openbaring is door de hemel
gedeponeerd als een heilig erfstuk voor het christendom van alle tijden. Maar
hoeveel gelovigen zijn er mede bekend ? In hoeveel kerken wordt de
Openbaringsboodschap van Christus verkondigd ? Velen houden het wondere boek in
zijn symbolenkleed voor onbegrijpelijk, anderen houden het voor nutteloos, weer
anderen voor gevaarlijk en vermanen "Zalig wie NIET leest ! " Eigenwijsheid en
verwaandheid stoten zich aan de nederige wijsheid Gods en sluiten de oren voor
het bazuingeschal des Heren.
Het is nochtans het énig bijbelboek dat begint met een zaligspreking voor hen
die het lezen en voor hen die het beluisteren, en dat ook eindigt met een zegen
"Zalig hij, die de woorden der profetie van dit boek bewaart". (4) Dat alleen
toont ons reeds de uiterste belangrijkheid van zijn inhoud. Ook bevat geen ander
boek der Schrift zulk een strenge uitspraak over deze, die er iets durven aan
toevoegen of afdoen : "Indien iemand aan deze dingen toedoet, God zal over hem
toedoen de plagen die in dit boek geschreven zijn. En indien iemand afdoet van
de woorden des boeks dezer profetie, God zal zijn deel afdoen uit het boek des
levens, en uit de heilige stad". (5)
Tegenover de wijze waarop men de Openbaring in het algemeen behandelt, is deze
uitspraak op haar plaats, want het is het meest verwaarloosde boek der Schrift.
- Berispte Jezus de geestelijke leiders niet van zijn tijd, dat ook zij de
tekenen der tijden niet konden onderscheiden ? (6)
Zou de Here een dubbele zegen uitspreken over de studie van een boek dat geen
mens begrijpen kan ? Ware het niet de grootste onzin, de mens een openbaring te
schenken die steeds gesloten blijft ?
De Openbaring die onze wereld met haar donkere driften en demonische dreigingen
in het volle licht plaatst, verheft ons hoog boven het alledaagse leven, hoger
dan de sterren, in een sfeer van absolute zekerheid. Het is het hoogtepunt der
profetische openbaring, die niet alleen ten doel heeft ons te wijzen op de
ontzaglijke ontknoping van de strijd der eeuwen, maar ook om in een speciale
(4) Openb. 22:7
(5) Openb. 22:18-19 (6) Matt. 16:3
Ie. Hoofdstuk, verzen 1 tot 3 20
zin Gods volk te sterken in hun geloof en hen met vaste voet te leiden doorheen
de slottaferelen van 's werelds laatste uur.
Eens - maar te laat - zullen ontelbare gelovigen beseffen wat zij verloren
hebben in de verwaarlozing van dit machtig boek, het rijk geschenk des
Allerhoogsten.
Ten tijde van de verbanning van Johannes,
scheen de toestand van het klein kuddeken, vertrapt door de keizercultus met
zijn geweldige machtsmiddelen, wanhopig. Zij hadden behoefte aan een bijzonder
ingrijpen Gods. - "Zoals Daniël, op het ogenblik dat de joden de Geest der
profetie niet meer zouden bezitten, hen de profetische richtlijnen naliet die
hen moesten leiden doorheen de verwarring tot op de komst van de Messias, zo
schonk Johannes aan Gods kinderen de grootste profetische Openbaring aller
tijden, die voor hen noodzakelijk zou zijn op hun donkere wegen". (7)
"De tijd is nabij" zo schrijft Johannes. Dit is een der beweegredenen om de
visioenen die voor ons meer en meer belangrijk worden naarmate wij de vervulling
naderen, te bestuderen. Hoogst belangrijke gebeurtenissen worden erin
geopenbaard voor elk tijdperk, dingen "die haast geschieden moeten". Voor de
eerste christenen waren deze dingen op handen. En met elke nieuwe eeuw die wij
betreden, met elk jaar dat afgesloten wordt, zijn de aangekondigde dingen steeds
op handen en wordt het onderzoek van het heilig boek meer dringend.