De Nieuwe
Bijbelvertaling
een zegen?
Sinds 2004 is
het
Nederlandstalig
publiek een
nieuwe
vertaling van
de Bijbel
rijker, de
Nieuwe
Bijbelvertaling,
afgekort NBV.
Deze vertaling
is opgezet
door het
Nederlands
Bijbelgenootschap,
in
samenwerking
met de
Katholieke
Bijbelstichting,
een
historische
alliantie! De
volledige
titel van deze
moderne
Bijbelvertaling
luidt:
Nieuwe
Oecumenische
Bijbelvertaling.
De term
‘oecumenisch’
was in 2004
wellicht voor
velen nog
moeilijk te
verteren en
dat woord werd
uit de
werktitel
weggelaten!
Hieronder
slechts enkele
aanhalingen
uit de talloze
webpagina’s
die duidelijk
aangeven welk
hoger doel de
NBV dient.
a)
Het handboek
voor de
vertalers gaat
onder andere
uit van de
richtlijnen
voor
oecumenische
vertalingen,
die de
Congregatie
voor de
Eenheid in
Rome heeft
uitgebracht.
http://www.katholieknieuwsblad.nl/actueel/kn1605d.htm
b)
De NBV is een
oecumenische
Bijbelvertaling
in het
Nederlands;
http://nl.wikipedia.org/wiki/Nieuwe
Bijbelvertaling
De vertalers
claimen zowel
brontekstgetrouw
te zijn als
doeltaalgericht.
Met andere
woorden, de
vertaling moet
getrouw de
Griekse,
Hebreeuwse of
Aramese tekst
(de brontekst)
weergeven in
goed
Nederlands (de
doeltaal).
Waar komt dit
in gewone taal
op neer?
Brontekstgetrouw
wil zeggen dat
de vertaling
een getrouwe
weergave moet
zijn van het
origineel.
Nieuw is
echter de
specifieke
aandacht voor
de ‘doeltaalgerichtheid’.
Hierin is de
NBV koploper
en specialist.
Ten eerste
wordt in dit
verband
gewezen op de
‘eis van
helderheid’.
De vertaling
moet ‘evenals
het origineel
direct en
eenduidig
verstaanbaar’
zijn. Het is
een hoge
pretentie: de
tekst naar de
mensen brengen
en vertalen
zoals een
moderne roman
wordt
vertaald. Een
cultuurgeschiedenis
van
tweeduizend
jaar en méér
moet worden
overbrugd, met
als gevolg een
uitleggende
vertaling.
Is de NBV in
alle opzichten
doeltaalgericht?
En wat moeten
wij dan denken
van het
gebruik van
woorden als
‘cohort’
en
‘prefect’
in Matthéüs
27:27 (alsook
in Marcus en
Johannes), of
het woord
‘centurio’
in Handelingen
10:1 en 21:31.
En wat te
denken van het
woord
‘huidvraat’,
een term,
niet opgenomen
in het
woordenboek
van Van Dale,
die staat voor
het universeel
gekende woord
‘melaatsheid’?
Deze studie
zet wat
kritische
kanttekeningen
bij de claim
dat de NBV
grondtekstgetrouw
is. Maar
zelfs als de
tekst vlot en
gemakkelijk
leest, wat een
gemis als
daardoor de
diepere
waarheid niet
meer te zien
is!
Hoe meer men
in de NBV
leest des te
meer er
allerlei
vragen opkomen
over het nut
van, en de
filosofie
achter de
NBV-vertaling.
De vervlakking
die zo
kenmerkend is
voor onze
maatschappij
en cultuur zie
je ook in het
taalgebruik
van de NBV.
Terecht stelt
men zich de
vraag wat deze
vertaling
toevoegt aan
bestaande
moderne
vertalingen,
zoals de Goed
Nieuws Bijbel
(1991) en de
Willibrordvertaling
(1995).
Steekproeven
wijzen uit dat
de NBV zich
gemiddeld twee
maal zoveel
interpreterende
vertaalvrijheden
veroorlooft
als de NBG51!
Reden waarom
de NBV
ongeschikt is
voor het
voorlezen in
de Gemeente of
als boek voor
Bijbelstudie.
Hier volgt een
opsomming (in
geen geval
compleet) van
problemen en
fouten bij het
vertaalwerk,
die aantonen
waarom de NBV
resoluut moet
worden
afgewezen.
1.
Geen
concordante
vertaling.
Concordant
vertalen is
van het
allergrootste
belang en
betekent dat
eenzelfde
woord in het
Hebreeuws,
Aramees of
Grieks altijd
moet worden
vertaald met
hetzelfde
woord in het
Nederlands.
Voor
vergelijkende
Bijbelstudie
kunnen we niet
zonder.
Concordant
vertalen is
het
belangrijkste
criterium
waaraan een
Bijbel moet
voldoen. Om
goed schrift
met schrift te
kunnen
vergelijken is
het belangrijk
om woorden die
hetzelfde zijn
in de
brontekst ook
met eenzelfde
woord te
vertalen. Dit
is van belang
wanneer
bijvoorbeeld
een tekst naar
een andere
tekst
verwijst. In
de NBV is dit
principe
verloren
gegaan. Er is
vertaald
in de trant
van in
plaats van
letterlijk en
concordant.
2.
De
platvloersheid
van het
huidige
taalgebruik en
meer nog, de
huidige
maatschappij,
is zichtbaar
in de manier
waarop sommige
uitdrukkingen
in de NBV
vertaald zijn.
3.
De
diepgang
van veel
Bijbelteksten,
ja zelfs van
hele
Bijbelboeken
is
verdwenen.
4.
De
Heiligheid
van God is
verdwenen. Dit
onder andere
door de keuze
om de
hoofdletters
weg te laten.
Hier ging het
niet zozeer om
het argument
dat deze in de
grondtekst
niet stonden,
het gaat om de
ontkenning van
de Godheid van
God, om
eerbied voor
Hem. In
zoverre is de
NBV een
humanistische
vertaling.
De nadruk ligt
op hoe de mens
tegenover God
staat i.p.v.
andersom.
5.
De
poëzie
is uit de
Psalmen,
Spreuken en
andere
Bijbelboeken
verdwenen.
6.
Het lijkt er
op dat in de
Bijbelgedeelten
die handelen
over de
drie-eenheid
er door de
gemengde club
van vertalers
water bij de
wijn is
gedaan. Hoe
kan het ook
anders als je
de Bijbel laat
vertalen door
zo’n gemengde
groep, elk met
totaal andere
insteek en
achtergrond
(rooms
katholiek,
luthers,
vrijzinnig,
liberaal).
7.
Het woordje
ziel
is op veel
plaatsen
wegvertaald.
Het argument
is dat dit
geen Bijbels
woord is. Veel
bekende
Bijbelteksten
zijn
onherkenbaar
geworden. Er
wordt zo een
mogelijkheid
geboden om,
meer
Intelligent
Design en
Evolutie in de
Bijbel te
voegen. Velen
beweren dat de
mens slechts
een
verzameling
scheikundige
stoffen is.
Een ziel heeft
nog nooit
iemand gezien!
8.
Zoals op de
website van
het NBV
duidelijk is
te lezen,
wordt er
niet langer
uitgegaan van
de
mannelijkheid
van God,
een
ultrafeministische
leer,
waar nu dus
ook rekening
mee gehouden
werd tijdens
het vertalen
en de
totstandkoming
van de NBV. De
redactie en de
samenstellers
merken op dat
de weergave
van JHWH
een bijzonder
vertaalprobleem
oplevert.
De naam van
God in de
Hebreeuwse
tekst roept
problemen op.
Waarom?
Ziehier wat
zij schrijven:
(NBV,
achteraan het
boek,
hoofdstuk
‘Verantwoording’
blz. XXII):
8.
De weergave
van de
godsnaam in De
Nieuwe
Bijbelvertaling
is lange tijd
een punt van
discussie
geweest.
Tegen de
vertaling met
‘Heer’ is
ingebracht dat
die een
uitsluitend
mannelijke
godsvoorstelling
versterkt….!!
U leest het
goed, de
feministische
lobby heeft
zich met alle
middelen
verzet tegen
de mannelijke
naamgeving van
de Here God!
9.
De vertalers
hebben te veel
hun eigen
stempel op de
vertaling
gedrukt. Je
moet je
afvragen of
het nog
mogelijk is om
in deze totaal
verdorven tijd
nog een
vertaling te
kunnen maken
zonder door de
cultuur en
omgeving te
worden
beïnvloed. Hoe
dan ook, deze
invloed van de
hedendaagse
samenleving is
ten koste
gegaan van de
Bijbel zoals
deze is
bedoeld.
10.
Willekeurig
weglaten van
woorden.
11.
Willekeurig
toevoegen van
woorden
12.
Te veel
parafraseringen
13.
Vertalers
interpreteren
méér dan
geoorloofd
14.
Profetische
uitspraken
worden
afgevlakt /
afgezwakt /
verdraaid
15.
De maagdelijke
geboorte van
Jezus uit
Maria wordt
verdoezeld
16.
Grote invloed
van de Rooms
Katholieke
Kerk op de
vertaling
Onbegrijpelijke
weglatingen.
Genesis 1:24
en 25
NBG51
En God zeide:
Dat de aarde
voortbrenge
levende wezens
naar hun aard,
vee en
kruipend
gedierte en
wild gedierte
naar hun aard;
en het was
alzo. (vers
25) En God
maakte het
wild gedierte
naar zijn aard
en het vee
naar zijn aard
en alles wat
op de
aardbodem
kruipt naar
zijn aard.
NBV
God zei:’De
aarde moet
allerlei
levende wezens
voortbrengen:
vee, kruipende
dieren en
wilde dieren.’
En zo gebeurde
het. (vers 25)
God maakte
alle soorten
in het wild
levende
dieren, al het
vee en alles
wat op de
aardbodem
rondkruipt.
Commentaar
In deze
passage wordt
de uitdrukking
‘naar hun/zijn
aard’
systematisch
weggelaten.
Dat is geen
toeval en ook
geen
vergissing.
Was het
misschien de
bedoeling een
kier open te
laten voor de
voorstanders
van de
evolutiegedachte?
Misplaatste
toevoegingen
Genesis 2:23
NBG51
Toen zeide de
mens: Dit is
nu eindelijk
been van mijn
gebeente en
vlees van mijn
vlees; deze
zal ‘mannin’
heten,
omdat
zij uit de man
genomen is.
NBV
Toen riep de
mens uit: ‘Eindelijk
één gelijk aan
mij,
mijn eigen
gebeente, mijn
eigen vlees,
een die zal
heten: vrouw,
een uit een
man gebouwd.’
Commentaar
Onbegrijpelijk
hoe men tot de
‘vertaling’
van Genesis
2:23 is kunnen
komen.
Iedereen weet
ondertussen
dat de invloed
van de
feministische
theologie in
de NBV zo
groot is
geworden, dat
de eerste
woorden in de
Bijbel van de
eerste mens,
nu al meteen
een belijdenis
inhouden van
het
modernistische
dogma van de
gelijkheid van
man en vrouw:
‘Eindelijk één
gelijk aan
mij’.
Alleen, waar
berust dit op?
In elk geval
niet op de
grondtekst. De
woorden
‘één gelijk
aan mij’
zijn er
door de
vertalers bij
gefantaseerd!
Ze staan niet
in de
Hebreeuwse
tekst. Dit
moet de
NBV-vertalers
ernstig
kwalijk
genomen
worden. Het
tweede deel
van het vers
is voorts
aanmerkelijk
afgezwakt. Dat
Eva ‘mannin’
wordt genoemd
(zo is
letterlijk het
Hebreeuwse
woord voor
vrouw)
omdat
zij uit de man
genomen is, is
in de
vertaling
weggelaten.
Het
redegevende
voegwoord ‘omdat’
is voor het
rechte begrip
hier van
wezenlijk
belang.
Ongeoorloofde
parafraseringen
(=
omschrijvende
vertalingen)
Handelingen
2:6
NBG51
En toen dit
geluid gekomen
was, liep
de menigte
te hoop en
verbaasde
zich, want een
ieder hoorde
hen
in zijn eigen
taal spreken.
NBV
Toen het
geluid
weerklonk,
dromden
ze
samen en ze
raakten geheel
in verwarring
omdat ieder
de apostelen
en de andere
leerlingen
in zijn eigen
taal hoorde
spreken.
Commentaar
In deze
passage
vertaalt de
NBV het woord
‘menigte’
met
‘ze’
en omschrijft
zij het woord
‘hen’
met
‘de
apostelen
en de andere
leerlingen’.Een
vertaler moet
vertalen, niet
interpreteren.
Laat de
inter-pretatie
over aan de
werking van de
Heilige Geest,
die de ware
gelovige leidt
en verlicht
als hij daarom
vraagt.
1
Corinthe 12:8.
Deze passage
gaat over de
geestesgaven,
waarbij
‘een woord van
wijsheid’
(NBG51) wordt
vertaald door
‘het
verkondigen
van wijsheid’
(NBV) en
‘een woord van
kennis’
(NBG51) door
‘het
overdragen van
kennis’
(NBV). Dit is
misleidend.
Het gaat hier
bij het
Griekse woord
logos(=
woord) niet om
de daad van
het spreken en
dus ook niet
om het
verkondigen of
het
overdragen.
Het gaat bij
deze gave
niet om
het overdragen
van wijsheid
en kennis,
maar om
het ontvangen
ervan! Dat is
nu juist het
verschil
tussen een
gave die men
ontvangt en
een dienst
(onderwijzen,
prediken), die
men uitoefent.
Mens of
Mensenzoon ?
Daniel 7:13
De Heer Jezus
noemt zichzelf
vaak de Zoon
des Mensen
(zoals in
Matthéüs 9:6)
of Mensenzoon
(Johannes
5:27). Deze
titel is een
verwijzing
naar Daniël
7:13,
Met de wolken
des hemels
kwam iemand
gelijk een
Mensenzoon”
(NBG51)
Met de wolken
van de hemel
kwam iemand
die er uit zag
als een mens …..
(NBV)
Commentaar
In de NBV is
de verwijzing
naar Jezus
Christus niet
meer
zichtbaar. De
grondtekst van
Daniël 2:4b
tot en met
Daniël 7:28 is
in het
Aramees, dus
ook dit vers.
Het gaat om
het zinsdeel ‘kbar
anasj’,
letterlijk: ‘gelijk’,
of ‘zoals’
de zoon van de
mens. Diverse
malen wordt in
de
NBG51-vertaling
terugverwezen
naar dit vers
uit Daniël.
Ook de
priesters
begrepen bij
de
ondervraging
van Jezus héél
goed dat Hij
zich met de
Mensenzoon van
Daniël 7:13
vereenzelvigde
(Matthéüs
26:64, Markus
14:62). In het
Hebreeuws is
er een
soortgelijk
zinsdeel:
Ben Adam,
letterlijk:
zoon van Adam,
zoon van de
mens,
Mensenzoon.
Dit zinsdeel
wordt in de
NBV wel
regelmatig met
mensenkind
vertaald en
dus niet met
mens. “Die
tegen mij zei:
Mensenkind (Hebr.:
ben adam), sta
op, dan zal Ik
met je
spreken.”
(Ezechiël 2:1)
De NBV heeft
geen
tekstverwijzingen
meer. Gezien
de losse
manier van
vertalen is
dat nu ook
begrijpelijk,
want
tekstverwijzingen
zouden zo
alleen maar
verwarring
scheppen. In
het Nieuwe
Testament van
de NBV wordt
de Heer
namelijk nog
wel als
Mensenzoon
omschreven.
Zaad of
Nageslacht ?
Genesis 3:
15-17
“En Ik zal
vijandschap
zetten tussen
u en de vrouw,
en tussen uw
zaad en haar
zaad; dit
(enkelvoud)
zal u de kop
vermorzelen en
gij zult het
(enkelvoud) de
hiel
vermorzelen.”
(NBG51)
“Vijandschap
sticht ik
tussen jou en
de vrouw,
tussen jouw
nageslacht en
het hare, zij
(meervoud)
verbrijzelen
je kop, jij
bijt hen
(meervoud) in
de hiel.” (NBV)
Commentaar
In de NBV
wordt
gesproken over
‘nageslacht’
en dit in de
vorm van het
meervoud.
Hiermee wordt
de eerste
profetie over
de komst van
onze
Zaligmaker
weggewerkt.
Zoals het in
de NBV wordt
verwoord, gaat
het over de
strijd tussen
de mens en een
bepaalde
diersoort, een
slang.
Natuurlijk is
het woord
‘zaad’
een verouderde
uitdrukking.
Het hoeft niet
verkeerd te
zijn om dit te
vertalen met
‘nakomeling’,
maar dan in
het enkelvoud.
Door er een
meervoud van
te maken,
verdwijnt de
profetische
betekenis van
deze tekst.
Het zaad duidt
hier, net als
in Genesis
12:7
(vergelijk
Galaten 3:16)
op
Christus,
die de satan
zal onttronen
en overwinnen,
maar wiens
hiel verwond
zou worden.
Het Hebreeuwse
woord ‘zarah’
(vrouwelijk)
of ‘zaraka’
(mannelijk)
betekent ‘zaad’,
in het
enkelvoud en
niet ‘zaden’
in het
meervoud.
Galaten
3:16
NBG51 –
vertaling
Nu werden aan
Abraham de
beloften
gedaan en aan
zijn zaad. Hij
zegt niet: en
aan zijn
zaden, in het
meervoud, maar
in het
enkelvoud: en
aan uw zaad,
dat wil
zeggen: aan
Christus.
Tegen de satan
wordt dan ook
niet gezegd:
”zij
verbrijzelen
je kop”, maar
“hij
zal u de kop
vermorzelen”.
Dus opnieuw
wordt met een
meervoud
vertaald, daar
waar het
Hebreeuws een
enkelvoud
gebruikt.
Dat enkelvoud
slaat op
Christus.
Door er een
meervoud van
te maken,
verdwijnt de
profetische
betekenis van
deze tekst.
Dat is héél
erg.
Heiligen
of (Af)goden?
Psalm 16:
3-4
NBG51
Wat betreft de
heiligen
die in den
lande zijn,
zij zijn de
heerlijken in
wie al mijn
welbehagen is.
Vele zijn de
smarten van
hen die dingen
naar de gunst
van een andere
god; ik zal
hun
plengoffers
van bloed niet
plengen, zelfs
hun namen op
mijn lippen
niet nemen.”
NBV
Maar tot de
goden
in dit land,
die ik vereerd
heb,
zeg ik: Wie u
volgt, wacht
veel verdriet.
Ik pleng voor
hen geen bloed
meer, niet
langer ligt
hun naam op
mijn lippen.
Commentaar
Soms vraagt
men zich af of
de vertalers
wel voldoende
Hebreeuws
machtig zijn.
Het gaat in
dit vers niet
om (af)goden
maar om
heiligen. De
Hebreeuwse
tekst begint
in vers 3 met
het woord
‘le-kadosjim’,
wat letterlijk
betekent
‘tot de
heiligen’
en wat de NBV
vertaalt met
‘maar tot de
(af)goden’.
Afgezien van
het
voorvoegsel
ל
(lè = tot,
naar) staat er
in de
grondtekst ‘kadosjim’
en dat is het
meervoud van ‘kadosj’
dat wél door
de NBV met
heilig wordt
vertaald.
Waarom die
bewust
afwijkende,
foutieve
vertaling? Het
verschil is
duidelijk:
heiligen
worden goden
genoemd en dan
nota bene ook
nog in de zin
van afgoden,
en David een
voormalige
afgodendienaar!
Dat wordt
nergens in de
Schrift
bevestigd.
Henoch,
dood of levend
?
Genesis 5:24
NBG51
En Henoch
wandelde met
God, en hij
was niet meer,
want God had
hem opgenomen.
NBV
Henoch leefde
in nauwe
verbondenheid
met God; aan
zijn leven
kwam een
einde, doordat
God hem
wegnam.
Commentaar
De Bijbel
vertelt over
Henoch dat hij
niet is
gestorven.
Toch slagen de
NBV vertalers
er in juist
het
tegenovergestelde
te vertalen.
Hebben zij dan
toch het
geloof in een
eeuwig leven
verloren?
Sterke God
Jesaja 9:6
NBG51
Want een Kind
is ons
geboren, een
Zoon is ons
gegeven, en de
heerschappij
rust op zijn
schouder en
men noemt hem
Wonderbare
Raadsman,
Sterke God,
Eeuwige Vader,
Vredevorst.
NBV
Een kind is
ons geboren,
een zoon is
ons gegeven;
de
heerschappij
rust op zijn
schouders.
Deze namen zal
hij dragen:
Wonderbare
raadsman,
Goddelijke
held, Eeuwige
vader,
Vredevorst.
Commentaar
Wat opvalt is
dat de
uitdrukking ‘Sterke
God’
(Hebreeuws:
El Kibor)
is veranderd
in
Goddelijke
held.
Dat is zéér
jammer, want
daardoor
verdwijnt het
getuigenis uit
het O.T. dat
de te
verwachten
Messias in
wezen God zelf
is. Het
zinsdeel ‘El
Kibor’
komt nog één
keer voor in
de Bijbel.
Daar duiden
die woorden
volgens Jesaja
10:20 op de
HERE
(JHWH) en daar
heeft de NBV
die wél met
‘Sterke God’
vertaald.
Waarom deze
onjuiste
vertaling?
Geloven de
vertalers niet
meer in de
Godheid van
Christus?
Bovendien
hebben oudere
vertalingen
zoals de
Statenvertaling,
de
Willibrordvertaling
en andere,
vrijwel
allemaal
‘Sterke God’
staan.
Maria:
meisje of
maagd?
Lukas 1:26-27
NBG51
In de zesde
maand nu werd
de engel
Gabriel van
God gezonden
naar een stad
in Galilea,
genaamd
Nazareth, tot
een maagd, die
ondertrouwd
was met een
man, genaamd
Jozef, uit het
huis van
David, en de
naam der maagd
was Maria.
NBV
In de zesde
maand zond God
de engel
Gabriel naar
de stad
Nazareth in
Galilea, naar
een meisje dat
was
uitgehuwelijkt
aan een man
die Jozef
heette, een
afstammeling
van David. Het
meisje heette
Maria.
Commentaar
Door deze
nieuwe
vertaling
missen wij de
nadruk die de
Bijbel legt op
het maagdelijk
zijn van
Maria. Het
Griekse woord,
waarmee Maria
in Lukas 1:27
wordt
aangeduid is ‘parthenou’
afgeleid van ‘parthenos’.
Dat woord
heeft als
primaire
betekenis ‘maagd’
of ‘maagdelijk’.
In de
Evangeliën is
het in de NBV
vrijwel
steevast met
‘meisje’
vertaald.
Het Griekse
woord voor
meisje is ‘korasion’.
Dat woord
wordt door de
NBV vertalers
wél met
‘meisje’
vertaald,
zoals in
Markus 5:42
bijvoorbeeld,
waar er staat:
Meteen stond
het meisje op…
Met deze
belabberde
vertaling in
de NBV is het
verschil in de
grondtekst
tussen
‘parthenos’ en
‘korasion’
niet meer te
onderscheiden.
Jammer. De
vertalers
etaleren hier
eens te meer
hun ongeloof
in de
maagdelijke
geboorte van
Jezus uit een
vrouw.
Mannen
broeders
Handelingen
22:1
NBG51
Mannen
broeders en
vaders …
NBV
Broeders,
zusters, en u,
leden van het
Sanhedrin …
Commentaar
Mannen
broeders en
vaders
is de
letterlijke
vertaling van
de Griekse
woorden ‘andres
adelfoi kai
pateres’.
Maar wat zien
wij? In de NBV
wordt niet
meer vertaald,
maar hier
wordt ingelegd
wat Paulus zou
bedoelen!
Sommige
Grieksonkundige
theologen
stellen dat
het woord
‘adelfoi’
zowel
‘broeders’ als
‘zusters’
kan betekenen.
Het volstaat
een
woordenboek
open te slaan
om zich te
vergewissen
van het
tegendeel.
Elke
eerstejaarsstudent
vertaler/tolk
zou een
onvoldoende
krijgen als
hij met een
dergelijke
vertaling voor
de dag zou
komen. Wij
hebben hier
niet meer te
maken met een
vertaling,
maar met een
vreemde,
feministische
getinte
interpretatie
van de
vertalers. Het
Grieks kent
namelijk wel
degelijk een
expliciete
uitdrukking
voor ‘broeders
en zusters’,
namelijk
‘adelfous kai
adelfas’.
Hoe kan de
redactie van
het
Bijbelgenootschap
volhouden dat
wij met een
brontekstgetrouwe
vertaling te
maken hebben?
En waarom al
die
toegevingen
aan
humanistische
en
feministische
stromingen van
de
geseculariseerde
wereld?
Petrus, de
rots van de
Kerk
?
Matthéüs 16 :
18a
NBV
En ik zeg je:
jij bent
Petrus, de
rots waarop ik
mijn kerk zal
bouwen …
Commentaar
Voor elke
rechtgeaarde,
waarheidslievende
gelovige moet
deze vertaling
als een gruwel
in de oren
klinken. Het
is een totale
knieval voor
én een
overgave aan
de
interpretatie
van de Rooms
Katholieke
Kerk. Deze
Kerk zou op
Petrus gebouwd
zijn. Maar
zo staat het
er niet!
Wat er staat
is nog het
beste te lezen
in de Telos
vertaling, die
dicht bij de
brontekst
staat.
Telos
vertaling
En ook Ik zeg
je dat jij
Petrus bent,
en op deze
rots zal Ik
mijn gemeente
bouwen
Petrus
Canisius
vertaling
En Ik, Ik
zeg u: gij
zijt Petrus;
en op deze
steenrots zal
Ik mijn Kerk
bouwen …
Het
misverstand is
dat Petrus de
rots zou zijn,
waarop de
gemeente
gebouwd is.
Het Griekse
woord voor
rots is
namelijk
‘petra’
(πετρά)
en niet
‘petros’
(πετρος),
de Griekse
naam voor
Petrus. In de
grond-tekst
van het Nieuwe
Testament
staat altijd
‘petra’
als
‘rots’
bedoeld wordt.
De rots is dan
ook niet
Petrus, maar
zijn
uitspraak:
U bent de
Messias, de
Zoon van de
levende God.
Door deze
belijdenis met
het hart,
krijgt de
gelovige het
eeuwige leven
(Johannes
20:31). De
Bijbel zegt
dan ook dat de
gemeente op
Jezus is
gebouwd.
Matthéüs 21:42
Jezus zeide
tot hen: Hebt
gij nooit
gelezen in de
Schriften: De
steen, die de
bouwlieden
afgekeurd
hadden, deze
is tot een
hoeksteen
geworden; van
de Here is dit
geschied, en
het is
wonderlijk in
onze ogen.
1 Petrus 2:6
Daarom
staat er in
een
schriftwoord:
Zie, Ik leg in
Sion een
uitverkoren en
kostbare
hoeksteen, en
wie op hem
zijn geloof
bouwt, zal
niet beschaamd
uitkomen.
1 Corinthe
10:4b
… en die
rots (πετρά -
petra) was
Christus.
Teneinde
misverstanden
te voorkomen
hebben zowel
de NBG als de
Statenvertaling
in Matthéüs
16:18
petra
geschreven in
plaats van
rots:
NBG51
En Ik zeg u,
dat gij Petrus
zijt, en op
deze
petra
zal Ik mijn
gemeente
bouwen.
Van een
interconfessionele
vertaling,
zoals de NBV,
zou je mogen
verwachten dat
bij zo’n
belangrijk en
gevoelig
onderwerp zou
worden gekozen
voor een
ondubbelzinnige
en correcte
vertaling.
Helaas heeft
de NBV gekozen
voor een
betwistbare en
betwiste
vertaling. De
geschiedenis
van de RK Kerk
met haar
Pausdom laat
zien waar dit
op uit kan
draaien. Het
is
verschrikkelijk
vast te
stellen hoe
ver het
Bijbel-genootschap
is gegaan in
haar
toegevingen
aan de RK
Kerk. En
niemand
protesteert!
Petrus was een
feilbaar mens.
De Heer noemt
hem drie
verzen
verderop zelfs
‘satan’.
Petrus heeft
de Heer
verloochend
(Markus 14:71)
en Paulus
verweet Petrus
huichelarij
(Galaten
2:12-14).
Petrus was
niet de eerste
kerkvader,
want geen mens
mag zich de
vader van de
gemeente
noemen (Matthéüs
23:9).
Een tweede
probleem met
de
NBV-vertaling
van Matthéüs
16:18 betreft
het woord
kerk
i.p.v.
gemeente.
Op diverse
plaatsen,
zoals hier,
heeft de NBV
het Griekse
woord
‘ecclesia’
vertaald met
kerk, en op
andere
plaatsen met
gemeente. Dat
is verwarrend
en kan het
misverstand
wekken dat het
hier één
kerkgenootschap
betreft (zoals
de RK Kerk)
i.p.v. de
verzameling of
vergadering
van alle
gelovigen.
Openlijke
Schriftkritiek
in de NBV
In de NBV
staat vóór
ieder
Bijbelboek een
inleiding.
Deze
inleidingen
bevatten
helaas sterke
kritiek op het
auteurschap
van diverse
Bijbelboeken
en
Bijbelbrieven.
I.
Kritiek op de
vijf eerste
boeken van het
Oude Testament
NBV
De vijf boeken
van Mozes, de
Torah, werden
pas vanaf de
tijd van Ezra
en Nehemia aan
Mozes
toegeschreven.
Tegenwoordig
nemen velen
aan dat
deze boeken in
hun huidige
vorm het
resultaat zijn
van
overleveringen
en redigeren.
Het
redactieproces
is al in de
tijd van de
koningen van
Israël en Juda
begonnen
(ongeveer 1000
tot 586 voor
Christus).
Moet het
gezegd dat
deze kritiek
in strijd is
met Gods
Woord? Zie de
volgende
Bijbelverzen:
Deuteronomium
31:24
Toen Mozes
gereed was met
de woorden
dezer wet
volledig in
een boek op te
schrijven,
gebood hij de
Levieten, die
de ark van het
verbond des
Heren droegen:
Neemt dit
wetboek en
legt het naast
de ark des
verbonds van
de Here, uw
God, opdat het
daar tot
getuige tegen
u zij.
Jozua 23:6
Weest zeer
standvastig in
het
onderhouden en
volbrengen van
alles wat
geschreven
staat in het
wetboek van
Mozes, opdat
gij daarvan
niet afwijkt
naar rechts of
links, en u
niet inlaat
met deze
volken, die
nog bij u
overgebleven
zijn, …
Marcus 12:26
Wat nu de
doden betreft,
dat zij
opgewekt
worden, hebt
gij niet
gelezen in het
boek van
Mozes, bij de
braamstruik,
hoe God tot
hem sprak,
zeggende: Ik
ben de God van
Abraham en de
God van Isaäk
en de God van
Jakob? Hij is
niet een God
van doden,
maar van
levenden. Gij
dwaalt wel
zeer.
II.
Kritiek op het
boek Prediker
In de
inleiding op
het boek
Prediker wordt
het volgende
geschreven:
Het is
moeilijk vast
te stellen
wanneer en
door wie het
boek
geschreven is.
Het opschrift
in Prediker
1:1 schrijft
het boek toe
aan Salomo. De
vermelding van
deze dichtende
koning (zie 1
Koningen 5:12)
dient vooral
om het
karakter en
het belang van
de tekst te
onderstrepen.
Als wij
1 Koningen
5:12
opslaan lezen
wij het
volgende:
De HERE nu had
Salomo
wijsheid
geschonken,
zoals Hij hem
had toegezegd.
En er was
vrede tussen
Hiram en
Salomo, en die
beiden sloten
een verbond.
Prediker 1:1
De woorden van
Prediker, de
zoon van
David, koning
van Jeruzalem.
III
Kritiek op de
brief aan de
Colossenzen
In de
inleiding op
deze brief
schrijft de
redactie het
volgende
commentaar:
Het lichaam
van Christus
bestaat
volgens het
boek niet
alleen uit de
kerk en de
gelovigen,
maar
uit de hele
kosmos.
Volgens veel
uitleggers
wijst dit erop
dat
Colossenzen
geen
authentieke
brief van
Paulus
is.
Deze kritiek
is in strijd
met:
Colossenzen
1:1,18,24
(1)
Paulus,
door de wil
van God
een apostel
van Christus
Jezus, en
Timotheüs onze
broeder, aan
de heilige en
gelovige
broeders in
Christus
te Colosse:
genade en
vrede zij u
van God, onze
Vader.
(18) En
Hij is het
hoofd van
het lichaam,
de gemeente.
Hij is het
begin, de
eerstgeborene
uit de doden,
zodat Hij
onder alles de
eerste
geworden is.
(24) Thans
verblijd ik
mij over
hetgeen ik om
uwentwil lijd,
en vul ik in
mijn vlees aan
wat ontbreekt
aan de
verdrukkingen
van
Christus,
ten behoeve
van
zijn lichaam,
dat is de
gemeente.
De
interpretatie
dat volgens de
brief aan de
Colossenzen de
kosmos het
lichaam van
Christus zou
zijn, is
onbegrijpelijk
en doet
afbreuk aan de
betrouwbaarheid
van de
interpretaties
van andere
Bijbelverzen
in de NBV. Het
is een
compleet
raadsel dat
het
Bijbelgenootschap
zulke
commentaar
durft af te
leveren.
IV
Kritiek op de
brieven van
Paulus aan
Timotheüs en
de brief aan
Titus
In hun
inleiding op
de brieven van
Paulus aan
Timotheüs
schrijft de
redactie van
de NBV het
volgende:
Anderen menen
op grond van
de stijl en de
inhoud dat de
brieven
niet van
Paulus
zijn, maar dat
ze pas aan het
eind van de
eerste of het
begin van de
tweede eeuw
zijn
geschreven
door een
auteur die ons
verder
onbekend is
gebleven en
met de naam
van Paulus
zijn brieven
gezag wilde
verlenen.
Onnodig om te
benadrukken
dat deze
kritiek in
strijd is met
wat de Heilige
Schrift ons
leert:
1 Timotheüs
1:1
Paulus, een
apostel van
Christus Jezus
naar de
opdracht van
God,
onze Heiland,
en van
Christus
Jezus, onze
hoop, aan
Timotheüs,
mijn waar kind
in het geloof.
2 Timotheüs
1:1
Paulus, een
apostel van
Christus Jezus
door de wil
Gods
naar de
belofte des
levens in
Christus
Jezus.
Titus 1:1
Paulus,
een
dienstknecht
van God,
een apostel
van Jezus
Christus, naar
het geloof der
uitverkorenen
Gods en de
erkentenis van
de waarheid,
die naar de
godsvrucht is.
V
Kritiek op de
brieven van
Petrus
In de
inleiding op
deze brieven
schrijft de
NBV redactie
het volgende
commentaar:
Toch menen
veel
uitleggers dat
Petrus niet de
auteur van het
boek is.Zie
hierover
2Petrus1:1,16-18
Deze kritiek
op de
Bijbelboeken
is zeer
ernstig. Als
bijvoorbeeld
de 2de
brief van
Petrus niet
door Petrus is
geschreven,
dan was de
schrijver
ervan een
echte
charlatan,
want hij
beschrijft in
2 Petrus
1:16-18 dat
hij aanwezig
was bij de
verheerlijking
van Jezus op
de berg.
En zo zouden
wij nog
tientallen
andere
voorbeelden
kunnen geven,
maar dat is de
bedoeling
niet. Wat
duidelijk moet
zijn voor de
lezer is dat
deze nieuwe
vertaling niet
de
weerspiegeling
is van een
betere kennis
van het
verleden
tengevolge van
wetenschappelijk
onderzoek,
maar eerder de
reflexie van
ongeloof in de
inspiratie van
Gods Woord. De
NBV is een te
verwerpen
vertaling die
het credo van
de Reformatie,
het ‘Sola
Scriptura’
verwerpt. Als
de waarheid u
genegen is,
keer dan terug
naar de
NBG51-vertaling
of nog beter,
naar de
Statenvertaling,
de enige die
werkelijk
consequent en
concordant
vertaalt.
Eindconclusie
De Bijbel is
een geestelijk
boek, geen
roman die
vlotjes moet
kunnen gelezen
worden. De
teksten zijn
sacrale
teksten. Het
heilige en het
sacrale ervan
moeten in de
vertaling
bewaard
blijven en dat
is spijtig
genoeg niet
het geval.
De
NBV-vertalers
en het
Nederlands
Bijbelgenootschap
hebben de
geloof-waardigheid
van Gods Woord
ondermijnd en
het geloof in
de inspiratie
en de
onfeilbaarheid
van Gods Woord
ernstig schade
toegebracht!
Theologen,
dominees,
predikanten,
ouderlingen en
allen die een
belangrijke
kerkelijke
functie
bekleden,
dragen een
grote
verantwoordelijkheid
in het al dan
niet
verspreiden
van deze
Nieuwe
Bijbelvertaling,
die niet moet
worden
aanbevolen
maar ontraden.
Bijbelkennis
onder de jeugd
is nu al
ondermaats. In
de volgende
generatie zal
men de wrange
vruchten
plukken van de
lakse en
onverschillige
houding ten
aanzien van
Gods Woord.
Jaroš
Jean-Paul
Vertaler-tolk