You are home- www.agp-internet.com/react- sermonroom Nederlands (overdenkingen & Bijbelstudies)

De Nieuwe Bijbelvertaling een zegen?

 

Sinds 2004 is het Nederlandstalig publiek een nieuwe vertaling van de Bijbel rijker, de Nieuwe Bijbelvertaling, afgekort NBV. Deze vertaling is opgezet door het Nederlands Bijbelgenootschap, in samenwerking met de Katholieke Bijbelstichting, een historische alliantie! De volledige titel van deze moderne Bijbelvertaling luidt: Nieuwe Oecumenische Bijbelvertaling. De term ‘oecumenisch’ was in 2004 wellicht voor velen nog moeilijk te verteren en dat woord werd uit de werktitel weggelaten!

 

Hieronder slechts enkele aanhalingen uit de talloze webpagina’s die duidelijk aangeven welk hoger doel de NBV dient.

a)      Het handboek voor de vertalers gaat onder andere uit van de richtlijnen voor oecumenische vertalingen, die de Congregatie voor de Eenheid in Rome heeft uitgebracht.

http://www.katholieknieuwsblad.nl/actueel/kn1605d.htm

b)      De NBV is een oecumenische Bijbelvertaling in het Nederlands;

http://nl.wikipedia.org/wiki/Nieuwe Bijbelvertaling

 

De vertalers claimen zowel brontekstgetrouw te zijn als doeltaalgericht. Met andere woorden, de vertaling moet getrouw de Griekse, Hebreeuwse of Aramese tekst (de brontekst) weergeven in goed Nederlands (de doeltaal). Waar komt dit in gewone taal op neer? Brontekstgetrouw wil zeggen dat de vertaling een getrouwe weergave moet zijn van het origineel.

 

Nieuw is echter de specifieke aandacht voor de ‘doeltaalgerichtheid’. Hierin is de NBV koploper en specialist. Ten eerste wordt in dit verband gewezen op de ‘eis van helderheid’. De vertaling moet ‘evenals het origineel direct en eenduidig verstaanbaar’ zijn. Het is een hoge pretentie: de tekst naar de mensen brengen en vertalen zoals een moderne roman wordt vertaald. Een cultuurgeschiedenis van tweeduizend jaar en méér moet worden overbrugd, met als gevolg een uitleggende vertaling.

 

Is de NBV in alle opzichten doeltaalgericht? En wat moeten wij dan denken van het gebruik van woorden als ‘cohort’ en ‘prefect’ in Matthéüs 27:27 (alsook in Marcus en Johannes), of het woord ‘centurio’ in Handelingen 10:1 en 21:31. En wat te denken van het woord ‘huidvraat’, een term, niet opgenomen in het woordenboek van Van Dale, die staat voor het universeel gekende woord ‘melaatsheid’?

 

Deze studie zet wat kritische kanttekeningen bij de claim dat de NBV grondtekstgetrouw is. Maar zelfs als de tekst vlot en gemakkelijk leest, wat een gemis als daardoor de diepere waarheid niet meer te zien is!

Hoe meer men in de NBV leest des te meer er allerlei vragen opkomen over het nut van, en de filosofie achter de NBV-vertaling. De vervlakking die zo kenmerkend is voor onze maatschappij en cultuur zie je ook in het taalgebruik van de NBV. Terecht stelt men zich de vraag wat deze vertaling toevoegt aan bestaande moderne vertalingen, zoals de Goed Nieuws Bijbel (1991) en de Willibrordvertaling (1995).

 

Steekproeven wijzen uit dat de NBV zich gemiddeld twee maal zoveel interpreterende vertaalvrijheden veroorlooft als de NBG51! Reden waarom de NBV ongeschikt is voor het voorlezen in de Gemeente of als boek voor Bijbelstudie.

 

Hier volgt een opsomming (in geen geval compleet) van problemen en fouten bij het vertaalwerk, die aantonen waarom de NBV resoluut moet worden afgewezen.

 

1.                  Geen concordante vertaling. Concordant vertalen is van het allergrootste belang en betekent dat eenzelfde woord in het Hebreeuws, Aramees of Grieks altijd moet worden vertaald met hetzelfde woord in het Nederlands. Voor vergelijkende Bijbelstudie kunnen we niet zonder. Concordant vertalen is het belangrijkste criterium waaraan een Bijbel moet voldoen. Om goed schrift met schrift te kunnen vergelijken is het belangrijk om woorden die hetzelfde zijn in de brontekst ook met eenzelfde woord te vertalen. Dit is van belang wanneer bijvoorbeeld een tekst naar een andere tekst verwijst. In de NBV is dit principe verloren gegaan. Er is vertaald in de trant van in plaats van letterlijk en concordant.

2.                  De platvloersheid van het huidige taalgebruik en meer nog, de huidige maatschappij, is zichtbaar in de manier waarop sommige uitdrukkingen in de NBV vertaald zijn.

3.                  De diepgang van veel Bijbelteksten, ja zelfs van hele Bijbelboeken is verdwenen.

4.                  De Heiligheid van God is verdwenen. Dit onder andere door de keuze om de hoofdletters weg te laten. Hier ging het niet zozeer om het argument dat deze in de grondtekst niet stonden, het gaat om de ontkenning van de Godheid van God, om eerbied voor Hem. In zoverre is de NBV een humanistische vertaling. De nadruk ligt op hoe de mens tegenover God staat i.p.v. andersom.

5.                  De poëzie is uit de Psalmen, Spreuken en andere Bijbelboeken verdwenen.

6.                  Het lijkt er op dat in de Bijbelgedeelten die handelen over de drie-eenheid er door de gemengde club van vertalers water bij de wijn is gedaan. Hoe kan het ook anders als je de Bijbel laat vertalen door zo’n gemengde groep, elk met totaal andere insteek en achtergrond (rooms katholiek, luthers, vrijzinnig, liberaal).

7.                  Het woordje ziel is op veel plaatsen wegvertaald. Het argument is dat dit geen Bijbels woord is. Veel bekende Bijbelteksten zijn onherkenbaar geworden. Er wordt zo een mogelijkheid geboden om, meer Intelligent Design en Evolutie in de Bijbel te voegen. Velen beweren dat de mens slechts een verzameling scheikundige stoffen is. Een ziel heeft nog nooit iemand gezien!

8.                  Zoals op de website van het NBV duidelijk is te lezen, wordt er niet langer uitgegaan van de mannelijkheid van God, een ultrafeministische leer, waar nu dus ook rekening mee gehouden werd tijdens het vertalen en de totstandkoming van de NBV. De redactie en de samenstellers merken op dat de weergave van JHWH een bijzonder vertaalprobleem oplevert. De naam van God in de Hebreeuwse tekst roept problemen op. Waarom? Ziehier wat zij schrijven: (NBV, achteraan het boek, hoofdstuk ‘Verantwoording’ blz. XXII):

8.

De weergave van de godsnaam in De Nieuwe Bijbelvertaling is lange tijd een punt van discussie geweest. Tegen de vertaling met ‘Heer’ is ingebracht dat die een uitsluitend mannelijke godsvoorstelling versterkt….!! U leest het goed, de feministische lobby heeft zich met alle middelen verzet tegen de mannelijke naamgeving van de Here God!

 

9.                  De vertalers hebben te veel hun eigen stempel op de vertaling gedrukt. Je moet je afvragen of het nog mogelijk is om in deze totaal verdorven tijd nog een vertaling te kunnen maken zonder door de cultuur en omgeving te worden beïnvloed. Hoe dan ook, deze invloed van de hedendaagse samenleving is ten koste gegaan van de Bijbel zoals deze is bedoeld.

10.              Willekeurig weglaten van woorden.

11.              Willekeurig toevoegen van woorden

12.              Te veel parafraseringen

13.              Vertalers interpreteren méér dan geoorloofd

14.              Profetische uitspraken worden afgevlakt / afgezwakt / verdraaid

15.              De maagdelijke geboorte van Jezus uit Maria wordt verdoezeld

16.              Grote invloed van de Rooms Katholieke Kerk op de vertaling

 

Onbegrijpelijke weglatingen.                       Genesis 1:24 en 25

NBG51           En God zeide: Dat de aarde voortbrenge levende wezens naar hun aard, vee en kruipend gedierte en wild gedierte naar hun aard; en het was alzo. (vers 25) En God maakte het wild gedierte naar zijn aard en het vee naar zijn aard en alles wat op de aardbodem kruipt naar zijn aard.

NBV               God zei:’De aarde moet allerlei levende wezens voortbrengen: vee, kruipende dieren en wilde dieren.’ En zo gebeurde het. (vers 25) God maakte alle soorten in het wild levende dieren, al het vee en alles wat op de aardbodem rondkruipt.

 

Commentaar

In deze passage wordt de uitdrukking ‘naar hun/zijn aard’ systematisch weggelaten. Dat is geen toeval en ook geen vergissing. Was het misschien de bedoeling een kier open te laten voor de voorstanders van de evolutiegedachte?

 

Misplaatste toevoegingen                           Genesis 2:23

NBG51           Toen zeide de mens: Dit is nu eindelijk been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees; deze zal ‘mannin’ heten, omdat zij uit de man genomen is.

NBV               Toen riep de mens uit: ‘Eindelijk één gelijk aan mij, mijn eigen gebeente, mijn eigen vlees, een die zal heten: vrouw, een uit een man gebouwd.’

 

Commentaar

Onbegrijpelijk hoe men tot de ‘vertaling’ van Genesis 2:23 is kunnen komen. Iedereen weet ondertussen dat de invloed van de feministische theologie in de NBV zo groot is geworden, dat de eerste woorden in de Bijbel van de eerste mens, nu al meteen een belijdenis inhouden van het modernistische dogma van de gelijkheid van man en vrouw: ‘Eindelijk één gelijk aan mij’.

 

Alleen, waar berust dit op? In elk geval niet op de grondtekst. De woorden ‘één gelijk aan mij’ zijn er door de vertalers bij gefantaseerd! Ze staan niet in de Hebreeuwse tekst. Dit moet de NBV-vertalers ernstig kwalijk genomen worden. Het tweede deel van het vers is voorts aanmerkelijk afgezwakt. Dat Eva ‘mannin’ wordt genoemd (zo is letterlijk het Hebreeuwse woord voor vrouw) omdat zij uit de man genomen is, is in de vertaling weggelaten. Het redegevende voegwoord ‘omdat’ is voor het rechte begrip hier van wezenlijk belang.

 

Ongeoorloofde parafraseringen (= omschrijvende vertalingen)   Handelingen 2:6

NBG51           En toen dit geluid gekomen was, liep de menigte te hoop en verbaasde zich, want een ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken.

NBV               Toen het geluid weerklonk, dromden ze samen en ze raakten geheel in verwarring omdat ieder de apostelen en de andere leerlingen in zijn eigen taal hoorde spreken.

 

Commentaar

In deze passage vertaalt de NBV het woord ‘menigte’ met ‘ze’ en omschrijft zij het woord ‘hen’ met ‘de apostelen en de andere leerlingen’.Een vertaler moet vertalen, niet interpreteren. Laat de inter-pretatie over aan de werking van de Heilige Geest, die de ware gelovige leidt en verlicht als hij daarom vraagt.

 

1 Corinthe 12:8.

Deze passage gaat over de geestesgaven, waarbij ‘een woord van wijsheid’ (NBG51) wordt vertaald door ‘het verkondigen van wijsheid’ (NBV) en ‘een woord van kennis’ (NBG51) door ‘het overdragen van kennis’ (NBV). Dit is misleidend. Het gaat hier bij het Griekse woord logos(= woord) niet om de daad van het spreken en dus ook niet om het verkondigen of het overdragen. Het gaat bij deze gave niet om het overdragen van wijsheid en kennis, maar om het ontvangen ervan! Dat is nu juist het verschil tussen een gave die men ontvangt en een dienst (onderwijzen, prediken), die men uitoefent.

 

Mens of Mensenzoon ?                                           Daniel 7:13

De Heer Jezus noemt zichzelf vaak de Zoon des Mensen (zoals in Matthéüs 9:6) of Mensenzoon (Johannes 5:27). Deze titel is een verwijzing naar Daniël 7:13,

 

Met de wolken des hemels kwam iemand gelijk een Mensenzoon” (NBG51)

Met de wolken van de hemel kwam iemand die er uit zag als een mens ….. (NBV)

 

Commentaar

In de NBV is de verwijzing naar Jezus Christus niet meer zichtbaar. De grondtekst van Daniël 2:4b tot en met Daniël 7:28 is in het Aramees, dus ook dit vers. Het gaat om het zinsdeel ‘kbar anasj’, letterlijk: ‘gelijk’, of ‘zoals’ de zoon van de mens. Diverse malen wordt in de NBG51-vertaling terugverwezen naar dit vers uit Daniël. Ook de priesters begrepen bij de ondervraging van Jezus héél goed dat Hij zich met de Mensenzoon van Daniël 7:13 vereenzelvigde (Matthéüs 26:64, Markus 14:62). In het Hebreeuws is er een soortgelijk zinsdeel: Ben Adam, letterlijk: zoon van Adam, zoon van de mens, Mensenzoon. Dit zinsdeel wordt in de NBV wel regelmatig met mensenkind vertaald en dus niet met mens. “Die tegen mij zei: Mensenkind (Hebr.: ben adam), sta op, dan zal Ik met je spreken.” (Ezechiël 2:1)

 

De NBV heeft geen tekstverwijzingen meer. Gezien de losse manier van vertalen is dat nu ook begrijpelijk, want tekstverwijzingen zouden zo alleen maar verwarring scheppen. In het Nieuwe Testament van de NBV wordt de Heer namelijk nog wel als Mensenzoon omschreven.

 

Zaad of Nageslacht ?                                               Genesis 3: 15-17

“En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit (enkelvoud) zal u de kop vermorzelen en gij zult het (enkelvoud) de hiel vermorzelen.” (NBG51)

 

“Vijandschap sticht ik tussen jou en de vrouw, tussen jouw nageslacht en het hare, zij (meervoud) verbrijzelen je kop, jij bijt hen (meervoud) in de hiel.” (NBV)

 

Commentaar

In de NBV wordt gesproken over ‘nageslacht’ en dit in de vorm van het meervoud. Hiermee wordt de eerste profetie over de komst van onze Zaligmaker weggewerkt. Zoals het in de NBV wordt verwoord, gaat het over de strijd tussen de mens en een bepaalde diersoort, een slang.

Natuurlijk is het woord ‘zaad’ een verouderde uitdrukking. Het hoeft niet verkeerd te zijn om dit te vertalen met ‘nakomeling’, maar dan in het enkelvoud. Door er een meervoud van te maken, verdwijnt de profetische betekenis van deze tekst. Het zaad duidt hier, net als in Genesis 12:7 (vergelijk Galaten 3:16) op Christus, die de satan zal onttronen en overwinnen, maar wiens hiel verwond zou worden. Het Hebreeuwse woord ‘zarah’ (vrouwelijk) of ‘zaraka’ (mannelijk) betekent ‘zaad’, in het enkelvoud en niet ‘zaden’ in het meervoud.

 

Galaten 3:16   NBG51 – vertaling

Nu werden aan Abraham de beloften gedaan en aan zijn zaad. Hij zegt niet: en aan zijn zaden, in het meervoud, maar in het enkelvoud: en aan uw zaad, dat wil zeggen: aan Christus.

 

Tegen de satan wordt dan ook niet gezegd:  ”zij verbrijzelen je kop”, maar “hij zal u de kop vermorzelen”. Dus opnieuw wordt met een meervoud vertaald, daar waar het Hebreeuws een enkelvoud gebruikt. Dat enkelvoud slaat op Christus. Door er een meervoud van te maken, verdwijnt de profetische betekenis van deze tekst. Dat is héél erg.

 

 

Heiligen of (Af)goden?                                 Psalm 16: 3-4  

NBG51

Wat betreft de heiligen die in den lande zijn, zij zijn de heerlijken in wie al mijn welbehagen is. Vele zijn de smarten van hen die dingen naar de gunst van een andere god; ik zal hun plengoffers van bloed niet plengen, zelfs hun namen op mijn lippen niet nemen.”

NBV

Maar tot de goden in dit land, die ik vereerd heb, zeg ik: Wie u volgt, wacht veel verdriet. Ik pleng voor hen geen bloed meer, niet langer ligt hun naam op mijn lippen.

 

Commentaar

Soms vraagt men zich af of de vertalers wel voldoende Hebreeuws machtig zijn. Het gaat in dit vers niet om (af)goden maar om heiligen. De Hebreeuwse tekst begint in vers 3 met het woord ‘le-kadosjim’, wat letterlijk betekent ‘tot de heiligen’ en wat de NBV vertaalt met ‘maar tot de (af)goden’.

 

Afgezien van het voorvoegsel ל (lè = tot, naar) staat er in de grondtekst ‘kadosjim’ en dat is het meervoud van ‘kadosj’ dat wél door de NBV met heilig wordt vertaald. Waarom die bewust afwijkende, foutieve vertaling? Het verschil is duidelijk: heiligen worden goden genoemd en dan nota bene ook nog in de zin van afgoden, en David een voormalige afgodendienaar! Dat wordt nergens in de Schrift bevestigd.

 

Henoch, dood of levend ?               Genesis 5:24

NBG51

En Henoch wandelde met God, en hij was niet meer, want God had hem opgenomen.

NBV

Henoch leefde in nauwe verbondenheid met God; aan zijn leven kwam een einde, doordat God hem wegnam.

 

Commentaar

De Bijbel vertelt over Henoch dat hij niet is gestorven. Toch slagen de NBV vertalers er in juist het tegenovergestelde te vertalen. Hebben zij dan toch het geloof in een eeuwig leven verloren?

 

Sterke God                                               Jesaja 9:6

NBG51

Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op zijn schouder en men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst.

 

NBV

Een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven; de heerschappij rust op zijn schouders. Deze namen zal hij dragen: Wonderbare raadsman, Goddelijke held, Eeuwige vader, Vredevorst.

 

Commentaar

Wat opvalt is dat de uitdrukking ‘Sterke God’ (Hebreeuws: El Kibor) is veranderd in Goddelijke held. Dat is zéér jammer, want daardoor verdwijnt het getuigenis uit het O.T. dat de te verwachten Messias in wezen God zelf is. Het zinsdeel ‘El Kibor’ komt nog één keer voor in de Bijbel. Daar duiden die woorden volgens Jesaja 10:20 op de HERE (JHWH) en daar heeft de NBV die wél met ‘Sterke God’ vertaald. Waarom deze onjuiste vertaling? Geloven de vertalers niet meer in de Godheid van Christus? Bovendien hebben oudere vertalingen zoals de Statenvertaling, de Willibrordvertaling en andere, vrijwel allemaal ‘Sterke God’ staan.

 

 

Maria: meisje of maagd?                Lukas 1:26-27

 

NBG51

In de zesde maand nu werd de engel Gabriel van God gezonden naar een stad in Galilea, genaamd Nazareth, tot een maagd, die ondertrouwd was met een man, genaamd Jozef, uit het huis van David, en de naam der maagd was Maria.

 

NBV

In de zesde maand zond God de engel Gabriel naar de stad Nazareth in Galilea, naar een meisje dat was uitgehuwelijkt aan een man die Jozef heette, een afstammeling van David. Het meisje heette Maria.

 

Commentaar

Door deze nieuwe vertaling missen wij de nadruk die de Bijbel legt op het maagdelijk zijn van Maria. Het Griekse woord, waarmee Maria in Lukas 1:27 wordt aangeduid is ‘parthenou’ afgeleid van ‘parthenos’. Dat woord heeft als primaire betekenis ‘maagd’ of ‘maagdelijk’. In de Evangeliën is het in de NBV vrijwel steevast met ‘meisje’ vertaald.

 

Het Griekse woord voor meisje is ‘korasion’. Dat woord wordt door de NBV vertalers wél met ‘meisje’ vertaald, zoals in Markus 5:42 bijvoorbeeld, waar er staat: Meteen stond het meisje op… Met deze belabberde vertaling in de NBV is het verschil in de grondtekst tussen ‘parthenos’ en ‘korasion’ niet meer te onderscheiden. Jammer. De vertalers etaleren hier eens te meer hun ongeloof in de maagdelijke geboorte van Jezus uit een vrouw.

 

Mannen broeders                                     Handelingen 22:1

 

NBG51

Mannen broeders en vaders …

NBV

Broeders, zusters, en u, leden van het Sanhedrin …

 

Commentaar

Mannen broeders en vaders is de letterlijke vertaling van de Griekse woorden ‘andres adelfoi kai pateres’. Maar wat zien wij? In de NBV wordt niet meer vertaald, maar hier wordt ingelegd wat Paulus zou bedoelen!

 

Sommige Grieksonkundige theologen stellen dat het woord ‘adelfoi’ zowel ‘broeders’ als ‘zusters’ kan betekenen. Het volstaat een woordenboek open te slaan om zich te vergewissen van het tegendeel. Elke eerstejaarsstudent vertaler/tolk zou een onvoldoende krijgen als hij met een dergelijke vertaling voor de dag zou komen. Wij hebben hier niet meer te maken met een vertaling, maar met een vreemde, feministische getinte interpretatie van de vertalers. Het Grieks kent namelijk wel degelijk een expliciete uitdrukking voor ‘broeders en zusters’, namelijk ‘adelfous kai adelfas’.

 

Hoe kan de redactie van het Bijbelgenootschap volhouden dat wij met een brontekstgetrouwe vertaling te maken hebben? En waarom al die toegevingen aan humanistische en feministische stromingen van de geseculariseerde wereld?

 

 

 

 

Petrus, de rots van de Kerk ?                      Matthéüs 16 : 18a

NBV

En ik zeg je: jij bent Petrus, de rots waarop ik mijn kerk zal bouwen …

 

Commentaar

Voor elke rechtgeaarde, waarheidslievende gelovige moet deze vertaling als een gruwel in de oren klinken. Het is een totale knieval voor én een overgave aan de interpretatie van de Rooms Katholieke Kerk. Deze Kerk zou op Petrus gebouwd zijn. Maar zo staat het er niet! Wat er staat is nog het beste te lezen in de Telos vertaling, die dicht bij de brontekst staat.

Telos vertaling

En ook Ik zeg je dat jij Petrus bent, en op deze rots zal Ik mijn gemeente bouwen

Petrus Canisius vertaling

En Ik, Ik zeg u: gij zijt Petrus; en op deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen …

 

Het misverstand is dat Petrus de rots zou zijn, waarop de gemeente gebouwd is. Het Griekse woord voor rots is namelijk ‘petra’ (πετρά) en niet ‘petros’ (πετρος), de Griekse naam voor Petrus. In de grond-tekst van het Nieuwe Testament staat altijd ‘petra’ als ‘rots’ bedoeld wordt. De rots is dan ook niet Petrus, maar zijn uitspraak: U bent de Messias, de Zoon van de levende God. Door deze belijdenis met het hart, krijgt de gelovige het eeuwige leven (Johannes 20:31). De Bijbel zegt dan ook dat de gemeente op Jezus is gebouwd.

 

Matthéüs 21:42

Jezus zeide tot hen: Hebt gij nooit gelezen in de Schriften: De steen, die de bouwlieden afgekeurd hadden, deze is tot een hoeksteen geworden; van de Here is dit geschied, en het is wonderlijk in onze ogen.

1 Petrus 2:6

Daarom staat er in een schriftwoord: Zie, Ik leg in Sion een uitverkoren en kostbare hoeksteen, en wie op hem zijn geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen.

1 Corinthe 10:4b

… en die rots (πετρά - petra) was Christus.

 

Teneinde misverstanden te voorkomen hebben zowel de NBG als de Statenvertaling in Matthéüs 16:18 petra geschreven in plaats van rots:

NBG51

En Ik zeg u, dat gij Petrus zijt, en op deze petra zal Ik mijn gemeente bouwen.

 

Van een interconfessionele vertaling, zoals de NBV, zou je mogen verwachten dat bij zo’n belangrijk en gevoelig onderwerp zou worden gekozen voor een ondubbelzinnige en correcte vertaling. Helaas heeft de NBV gekozen voor een betwistbare en betwiste vertaling. De geschiedenis van de RK Kerk met haar Pausdom laat zien waar dit op uit kan draaien. Het is verschrikkelijk vast te stellen hoe ver het Bijbel-genootschap is gegaan in haar toegevingen aan de RK Kerk. En niemand protesteert!

Petrus was een feilbaar mens. De Heer noemt hem drie verzen verderop zelfs ‘satan’. Petrus heeft de Heer verloochend (Markus 14:71) en Paulus verweet Petrus huichelarij (Galaten 2:12-14). Petrus was niet de eerste kerkvader, want geen mens mag zich de vader van de gemeente noemen (Matthéüs 23:9).

 

Een tweede probleem met de NBV-vertaling van Matthéüs 16:18 betreft het woord kerk i.p.v. gemeente. Op diverse plaatsen, zoals hier, heeft de NBV het Griekse woord ‘ecclesia’ vertaald met kerk, en op andere plaatsen met gemeente. Dat is verwarrend en kan het misverstand wekken dat het hier één kerkgenootschap betreft (zoals de RK Kerk) i.p.v. de verzameling of vergadering van alle gelovigen.

Openlijke Schriftkritiek in de NBV

In de NBV staat vóór ieder Bijbelboek een inleiding. Deze inleidingen bevatten helaas sterke kritiek op het auteurschap van diverse Bijbelboeken en Bijbelbrieven.

 

I.         Kritiek op de vijf eerste boeken van het Oude Testament

NBV   De vijf boeken van Mozes, de Torah, werden pas vanaf de tijd van Ezra en Nehemia aan Mozes toegeschreven. Tegenwoordig nemen velen aan dat deze boeken in hun huidige vorm het resultaat zijn van overleveringen en redigeren. Het redactieproces is al in de tijd van de koningen van Israël en Juda begonnen (ongeveer 1000 tot 586 voor Christus).

 

Moet het gezegd dat deze kritiek in strijd is met Gods Woord? Zie de volgende Bijbelverzen:

Deuteronomium 31:24

Toen Mozes gereed was met de woorden dezer wet volledig in een boek op te schrijven, gebood hij de Levieten, die de ark van het verbond des Heren droegen: Neemt dit wetboek en legt het naast de ark des verbonds van de Here, uw God, opdat het daar  tot getuige tegen u zij.

Jozua 23:6

Weest zeer standvastig in het onderhouden en volbrengen van alles wat geschreven staat in het wetboek van Mozes, opdat gij daarvan niet afwijkt naar rechts of links, en u niet inlaat met deze volken, die nog bij u overgebleven zijn, …

Marcus 12:26

Wat nu de doden betreft, dat zij opgewekt worden, hebt gij niet gelezen in het boek van Mozes, bij de braamstruik, hoe God tot hem sprak, zeggende: Ik ben de God van Abraham en de God van Isaäk en de God van Jakob? Hij is niet een God van doden, maar van levenden. Gij dwaalt wel zeer.

 

II.        Kritiek op het boek Prediker

In de inleiding op het boek Prediker wordt het volgende geschreven: Het is moeilijk vast te stellen wanneer en door wie het boek geschreven is. Het opschrift in Prediker 1:1 schrijft het boek toe aan Salomo. De vermelding van deze dichtende koning (zie 1 Koningen 5:12) dient vooral om het karakter en het belang van de tekst te onderstrepen.

Als wij 1 Koningen 5:12 opslaan lezen wij het volgende:

De HERE nu had Salomo wijsheid geschonken, zoals Hij hem had toegezegd. En er was vrede tussen Hiram en Salomo, en die beiden sloten een verbond.

Prediker 1:1

De woorden van Prediker, de zoon van David, koning van Jeruzalem.

 

III       Kritiek op de brief aan de Colossenzen

In de inleiding op deze brief schrijft de redactie het volgende commentaar: Het lichaam van Christus bestaat volgens het boek niet alleen uit de kerk en de gelovigen, maar uit de hele kosmos. Volgens veel uitleggers wijst dit erop dat Colossenzen geen authentieke brief van Paulus is.

Deze kritiek is in strijd met:

Colossenzen 1:1,18,24

(1)       Paulus, door de wil van God een apostel van Christus Jezus, en Timotheüs onze broeder, aan de heilige en gelovige broeders in Christus te Colosse: genade en vrede zij u van God, onze Vader.

(18)     En Hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente. Hij is het begin, de eerstgeborene uit de doden, zodat Hij onder alles de eerste geworden is.

(24)     Thans verblijd ik mij over hetgeen ik om uwentwil lijd, en vul ik in mijn vlees aan wat ontbreekt aan de verdrukkingen van Christus, ten behoeve van zijn lichaam, dat is de gemeente.

De interpretatie dat volgens de brief aan de Colossenzen de kosmos het lichaam van Christus zou zijn, is onbegrijpelijk en doet afbreuk aan de betrouwbaarheid van de interpretaties van andere Bijbelverzen in de NBV. Het is een compleet raadsel dat het Bijbelgenootschap zulke commentaar durft af te leveren.

 

IV        Kritiek op de brieven van Paulus aan Timotheüs en de brief aan Titus

In hun inleiding op de brieven van Paulus aan Timotheüs schrijft de redactie van de NBV het volgende: Anderen menen op grond van de stijl en de inhoud dat de brieven niet van Paulus zijn, maar dat ze pas aan het eind van de eerste of het begin van de tweede eeuw zijn geschreven door een auteur die ons verder onbekend is gebleven en met de naam van Paulus zijn brieven gezag wilde verlenen.

Onnodig om te benadrukken dat deze kritiek in strijd is met wat de Heilige Schrift ons leert:

1 Timotheüs 1:1

Paulus, een apostel van Christus Jezus naar de opdracht van God, onze Heiland, en van Christus Jezus, onze hoop, aan Timotheüs, mijn waar kind in het geloof.

2 Timotheüs 1:1

Paulus, een apostel van Christus Jezus door de wil Gods naar de belofte des levens in Christus Jezus.

Titus 1:1

Paulus, een dienstknecht van God, een apostel van Jezus Christus, naar het geloof der uitverkorenen Gods en de erkentenis van de waarheid, die naar de godsvrucht is.

 

V         Kritiek op de brieven van Petrus

In de inleiding op deze brieven schrijft de NBV redactie het volgende commentaar:

Toch menen veel uitleggers dat Petrus niet de auteur van het boek is.Zie hierover 2Petrus1:1,16-18

 

Deze kritiek op de Bijbelboeken is zeer ernstig. Als bijvoorbeeld de 2de brief van Petrus niet door Petrus is geschreven, dan was de schrijver ervan een echte charlatan, want hij beschrijft in 2 Petrus 1:16-18 dat hij aanwezig was bij de verheerlijking van Jezus op de berg.

 

En zo zouden wij nog tientallen andere voorbeelden kunnen geven, maar dat is de bedoeling niet. Wat duidelijk moet zijn voor de lezer is dat deze nieuwe vertaling niet de weerspiegeling is van een betere kennis van het verleden tengevolge van wetenschappelijk onderzoek, maar eerder de reflexie van ongeloof in de inspiratie van Gods Woord. De NBV is een te verwerpen vertaling die het credo van de Reformatie, het ‘Sola Scriptura’ verwerpt. Als de waarheid u genegen is, keer dan terug naar de NBG51-vertaling of nog beter, naar de Statenvertaling, de enige die werkelijk consequent en concordant vertaalt.

 

Eindconclusie

De Bijbel is een geestelijk boek, geen roman die vlotjes moet kunnen gelezen worden. De teksten zijn sacrale teksten. Het heilige en het sacrale ervan moeten in de vertaling bewaard blijven en dat is spijtig genoeg niet het geval. De NBV-vertalers en het Nederlands Bijbelgenootschap hebben de geloof-waardigheid van Gods Woord ondermijnd en het geloof in de inspiratie en de onfeilbaarheid van Gods Woord ernstig schade toegebracht!

 

Theologen, dominees, predikanten, ouderlingen en allen die een belangrijke kerkelijke functie bekleden, dragen een grote verantwoordelijkheid in het al dan niet verspreiden van deze Nieuwe Bijbelvertaling, die niet moet worden aanbevolen maar ontraden. Bijbelkennis onder de jeugd is nu al ondermaats. In de volgende generatie zal men de wrange vruchten plukken van de lakse en onverschillige houding ten aanzien van Gods Woord.

 

 

Jaroš Jean-Paul

Vertaler-tolk