You are home- www.agp-internet.com/react- sermonroom Nederlands (overdenkingen & Bijbelstudies)
 
Het zegel van God en het teken van het beest

“En een andere engel, een derde, volgde hen, zeggende met luider stem: Indien iemand het beest en zijn beeld aanbidt, en het merkteken op zijn voorhoofd of op zijn hand ontvangt, die zal ook drinken van de wijn van Gods gramschap, die ongemengd is toebereid in de beker van zijn toom; en hij zal gepijnigd worden met vuur en zwavel ten aanschouwen van de heilige engelen en het Lam, en de rook van hun pijniging stijgt op in alle eeuwigheden, en zij hebben geen rust dag en nacht, die het beest en zijn beeld aanbidden, en al wie het merkteken van zijn naam ontvangt. Hier blijkt de volharding der heiligen, die de geboden Gods ontvangen en het geloof in (van) Jezus bewaren.” Openbaring 14: 9-12.

 

De boodschap van de eerste engel spreekt over het oordeel. Doordat er vonnis wordt gegeven vormt dit het einde van de genadetijd. De boodschap van de tweede engel spreekt over godsdienstige instellingen die gevallen zijn en wordt het einde van de genadetijd aangezegd over deze instellingen. Dat is een proces en dat wordt afgesloten in Openbaring 18: 1-5

 

De boodschap van de derde engel gaat over de individuele genadetijd. Deze hangt samen met het merkteken en het getal van zijn naam voor het individu. Zowel in de eerste engelboodschap — het oordeel — en de derde engelboodschap gaat het om het individu. Elk van ons gelooft voor zichzelf. Zijn geweten, zijn eigen geweten stelt hem persoonlijk verantwoordelijk.

 

In de gelijkenis van de tien maagden was elk van de meisjes verantwoordelijk voor haar eigen olie. Het bleek niet overdraagbaar te zijn van de een op de ander. Een ieder van ons moet voor de rechterstoel van Christus openbaar worden. Zie: Rom: 14: 10-12

 

Het merkteken van het beest

 

In het boek de Openbaring lezen wij twee keer van een teken. De ene keer is dat het zegel van de levende God en de andere keer is dat het merkteken van het beest. Er zijn een aantal dingen waardoor ze tegenover elkaar staan.

 

Hier volgen de benamingen:


→ Een merkteken. Openbaring 13: 6


→ Het merkteken, de naam van het beest, het getal van zijn naam, het getal 666. Openbaring 13: 17, 18


→ Het merkteken. Openbaring 14: 9


→ Het merkteken van zijn naam. Openbaring 14: 11

 

→ Het beest, zijn beeld en het getal van zijn naam. Openbaring 15: 2

 

→  Het merkteken van het beest. Openbaring 16: 2

 

→ Het merkteken van het beest. Openbaring 19: 20


→ Noch het beest noch zijn beeld hadden aangebeden en het merkteken niet ont

vangen hadden. Openbaring 20: 4

 

In alle gevallen gaat het erom dat zij die het beest of zijn beeld aanbaden het merkteken ontvangen. Zie Openbaring 13: 15-18; 14: 9-12.

 

Er zijn overwinnaars van het beest, zijn beeld en het getal van zijn naam. Openbaring 15: 2. Verder lezen wij: “die het merkteken van het beest hadden en zijn beeld aanbaden.” -  “Die  het beest noch zijn beeld aanbaden en die het merkteken niet op hun voorhoofd of op hun hand ontvangen hadden.” Openbaring 20: 4.

 

Onlosmakelijk verbonden aan de aanbidding van het beest of zijn beeld is het ontvangen van het merkteken. In Openbaring 13: 17 worden drie dingen aan elkaar gekoppeld “het merkteken, de naam van het beest of het getal van zijn naam.” Ben je overwinnaar in deze strijd dan heb je overwonnen: “het beest, zijn beeld en het getal van zijn naam.” Openbaring 15: 2.

Het Zegen van de levende God


Het getal van hen, die verzegeld waren. honderdvierenveertigduizend. Openbaring 7: 4

 

Verzegeld aan het voorhoofd. Openbaring 7: 3

 

De honderdvierenveertigduizend op wiens voorhoofden zijn naam en de naam zijns Vaders. Openbaring 14: 1

 

De honderdvierenveertigduizend, de losgekochten van de aarde. Openbaring 14: 3


Gemeenschappelijke dingen

 

→ Er is een teken: Het merkteken van het beest en het zegel van de levende God.


→ De tekenen zijn op het voorhoofd: zowel het zegel als het merkteken is op het voorhoofd. Het merkteken kan als alternatief ook op de hand ontvangen worden.

 

→ Beide zijn verbonden met een getal. 144 000 en 666


→ In Openbaring 15 wordt het getal (van zijn naam)  overwonnen. Dan heeft het te maken met het karakter. In de Bijbel staat de naam voor het karakter.

Conclusie


Beide tekenen, zowel het merkteken als het zegel, hebben te maken met aanbidding. Ware aanbidding leidt tot het zegel, valse aanbidding leidt tot het merkteken van het beest. In de Schrift is de aanbidding vastgelegd in de eerste vier geboden.

 

1. Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben

2. Gij zult u geen beeltenis maken ter aanbidding

3. Gij zult de naam van God niet ijdel gebruiken

4. En in het vierde gebod wordt de dag van aanbidding aangegeven

 

Dat is alles wat de Bijbel te zeggen heeft over aanbidding. In het vierde gebod wordt duidelijk dat de Schepper van hemel en aarde aanbeden moet worden. Dit gebod bevat het zegel van God. Wij vinden in het vierde gebod

 

Gods rijksgebied: de hemel en de aarde

 

Gods naam: de Here

 

Zijn titel: de Schepper

 

Het merkteken van het beest staal daar tegenover.

 

Er is een ander voorwerp van aanbidding: het beest en/of  zijn beeld Er is een andere naam. En de naam staat voor karakter. Het tweede artikel van de aanbidding is weggedaan. Het pausdom kent het tweede gebod niet.

 

De dag van aanbidding is ook veranderd en deze is gemaakt tot het machtsteken van het pausdom op het gebied van aanbidding. Een zegel is een teken van gezag. Gods teken van gezag.

 

De Sabbat een teken


“Ook gaf Ik hun mijn sabbatten als een teken tussen Mij en hen, opdat zij zouden weten dat Ik, de Here hen heilig.” Ezechiël 20: 12. “Heiligt mijn sabbatten, dan zullen deze een teken zijn tussen Mij en u, opdat gij weet dat Ik de Here uw God ben.” Ezechiël 20: 20.
“Maar mijn sabbatten moet gij onderhouden, want dat is een teken tussen Mij en u, van geslacht tot geslacht... De Israëlieten zullen de sabbat onderhouden, door de sabbat te vieren, zij en hun nageslacht, als een altoos durend verbond. Tussen Mij en de Israëlieten is deze een teken voor altoos.” Exodus 3l: 12-17.

De Zondag een teken


 “Om slechts een voorbeeld aan te halen, is niet iedere christen verplicht de zondag te heiligen, en zich op die dag van slafelijke arbeid te onthouden?

Beschouwen wij de naleving dezer wet niet als een onzer allereerste verplichtingen? En toch moogt gij de Bijbel doorlezen van het begin tot het einde, en nergens zult gij een woord over zondagsheiliging aantreffen. De Heilige Schrift beveelt de heiliging van de zaterdag, een dag die wij nooit heiligen.” Uit “Het geloof onzer vaderen” van Kardinaal J. Gibbons,blz. 107.

 

“Opmerkelijk echter is hierbij nog, dat zelfs protestanten niet buiten de overlevering der Katholieke Kerk kunnen. Waarom vieren de protestanten de zondag? Vanwege de overlevering! Over de zondagsplicht staat niets in de Heilige Schrift, integendeel, daar leest men: “Wees gedachtig, dat gij de sabbat heiligt.” Het kerkelijk gezag heeft voor de Sabbat de zondag ingevoerd.” Uit: “Bijbel of Leergezag?” door Pater P. van Dorp, blz. 13.

 

“Natuurlijk maakt de Katholieke Kerk er aanspraak op, dat zij de verandering tot stand gebracht heeft. Het kan ook niet anders, want niemand zou er in die dagen over gedroomd hebben iets op kerkelijk of geestelijk gebied te doen, zonder voorkennis van de kerk. De verandering van de Sabbat naar de zondag is het teken van kerkelijke macht en gezag in godsdienstige aangelegenheden.” Een brief van Kardinaal Gibbons aan J.F. Snijder, d.d. 11-11-1895.

 

Het einde van de genadetijd

 

De eerste engel luidt het oordeel in De ure van zijn oordeel is gekomen en dat moet verkondigd worden aan alle taal en stam en volk. De hele wereld komt voor de rechterstoel van Christus. Op grond van ware en valse aanbidding zullen beslissingen worden genomen. In dat oordeelsuur wordt het zegel van de levende God uitgedeeld op grond van ware aanbidding. Een aanbidding die is op grond van de eerste vier van de tien geboden. Het conflict gaat over aanbidding. De engel zegt: Aanbidt Hem die de hemel en de aarde de zee en de waterbronnen gemaakt heeft. Zie Openbaring 14: 6, 7.

 

Daarnaast zegt de boodschap van het oordeelsuur dat er een ander teken is, het teken van het beest en zijn beeld. Ook daar gaat het om aanbidding. Een valse aanbidding die in conflict is met de aanbidding van Hem die de hemel en de aarde en de zee en de waterbronnen gemaakt heeft. De beslissing die daar genomen wordt is onherroepelijk. Dat is het einde van de genadetijd. Als de oorlog om de ware en valse aanbidding los brandt gaat het vonnis van de een na de ander. Wij hebben allen een zaak voor deze rechtbank. Het zegel is er voor iedereen. Laat de ure van genade niet voorbij gaan. “Heden indien gij Zijn stem hoort, verhard uw harten niet.”