De boodschap
van de
eerste engel
spreekt over
het oordeel.
Doordat er
vonnis wordt
gegeven
vormt dit
het einde
van de
genadetijd.
De boodschap
van de
tweede engel
spreekt over
godsdienstige
instellingen
die gevallen
zijn en
wordt het
einde van de
genadetijd
aangezegd
over deze
instellingen.
Dat is een
proces en
dat wordt
afgesloten
in
Openbaring
18: 1-5
De boodschap
van de derde
engel gaat
over de
individuele
genadetijd.
Deze hangt
samen met
het
merkteken en
het getal
van zijn
naam voor
het
individu.
Zowel in de
eerste
engelboodschap
— het
oordeel — en
de derde
engelboodschap
gaat het om
het
individu.
Elk van ons
gelooft voor
zichzelf.
Zijn
geweten,
zijn eigen
geweten
stelt hem
persoonlijk
verantwoordelijk.
In de
gelijkenis
van de tien
maagden was
elk van de
meisjes
verantwoordelijk
voor haar
eigen olie.
Het bleek
niet
overdraagbaar
te zijn van
de een op de
ander. Een
ieder van
ons moet
voor de
rechterstoel
van Christus
openbaar
worden. Zie:
Rom: 14:
10-12
Het
merkteken
van het
beest
In het boek
de
Openbaring
lezen wij
twee keer
van een
teken. De
ene keer is
dat het
zegel van de
levende God
en de andere
keer is dat
het
merkteken
van het
beest. Er
zijn een
aantal
dingen
waardoor ze
tegenover
elkaar
staan.
Hier
volgen de
benamingen:
→ Een
merkteken.
Openbaring
13: 6
→ Het
merkteken,
de naam van
het beest,
het getal
van zijn
naam, het
getal 666.
Openbaring
13: 17, 18
→ Het
merkteken.
Openbaring
14: 9
→ Het
merkteken
van zijn
naam.
Openbaring
14: 11
→ Het beest,
zijn beeld
en het getal
van zijn
naam.
Openbaring
15: 2
→ Het
merkteken
van het
beest.
Openbaring
16: 2
→ Het
merkteken
van het
beest.
Openbaring
19: 20
→ Noch het
beest noch
zijn beeld
hadden
aangebeden
en het
merkteken
niet ont
vangen
hadden.
Openbaring
20: 4
In alle
gevallen
gaat het
erom dat zij
die het
beest of
zijn beeld
aanbaden het
merkteken
ontvangen.
Zie
Openbaring
13: 15-18;
14: 9-12.
Er zijn
overwinnaars
van het
beest, zijn
beeld en het
getal van
zijn naam.
Openbaring
15: 2.
Verder lezen
wij: “die
het
merkteken
van het
beest hadden
en zijn
beeld
aanbaden.” -
“Die het
beest noch
zijn beeld
aanbaden en
die het
merkteken
niet op hun
voorhoofd of
op hun hand
ontvangen
hadden.”
Openbaring
20: 4.
Onlosmakelijk
verbonden
aan de
aanbidding
van het
beest of
zijn beeld
is het
ontvangen
van het
merkteken.
In
Openbaring
13: 17
worden drie
dingen aan
elkaar
gekoppeld
“het
merkteken,
de naam van
het beest of
het getal
van zijn
naam.” Ben
je
overwinnaar
in deze
strijd dan
heb je
overwonnen:
“het beest,
zijn beeld
en het getal
van zijn
naam.”
Openbaring
15: 2.
Het Zegen
van de
levende God
Het getal
van hen, die
verzegeld
waren.
honderdvierenveertigduizend.
Openbaring
7: 4
Verzegeld
aan het
voorhoofd.
Openbaring
7: 3
De
honderdvierenveertigduizend
op wiens
voorhoofden
zijn naam en
de naam
zijns
Vaders.
Openbaring
14: 1
De
honderdvierenveertigduizend,
de
losgekochten
van de
aarde.
Openbaring
14: 3
Gemeenschappelijke
dingen
→ Er is een
teken: Het
merkteken
van het
beest en het
zegel van de
levende God.
→ De tekenen
zijn op het
voorhoofd:
zowel het
zegel als
het
merkteken is
op het
voorhoofd.
Het
merkteken
kan als
alternatief
ook op de
hand
ontvangen
worden.
→ Beide zijn
verbonden
met een
getal. 144
000 en 666
→ In
Openbaring
15 wordt het
getal (van
zijn naam)
overwonnen.
Dan heeft
het te maken
met het
karakter. In
de Bijbel
staat de
naam voor
het
karakter.
Conclusie
Beide
tekenen,
zowel het
merkteken
als het
zegel,
hebben te
maken met
aanbidding.
Ware
aanbidding
leidt tot
het zegel,
valse
aanbidding
leidt tot
het
merkteken
van het
beest. In de
Schrift is
de
aanbidding
vastgelegd
in de eerste
vier
geboden.
1. Gij zult
geen andere
goden voor
Mijn
aangezicht
hebben
2. Gij zult
u geen
beeltenis
maken ter
aanbidding
3. Gij zult
de naam van
God niet
ijdel
gebruiken
4. En in het
vierde gebod
wordt de dag
van
aanbidding
aangegeven
Dat is alles
wat de
Bijbel te
zeggen heeft
over
aanbidding.
In het
vierde gebod
wordt
duidelijk
dat de
Schepper van
hemel en
aarde
aanbeden
moet worden.
Dit gebod
bevat het
zegel van
God. Wij
vinden in
het vierde
gebod
Gods
rijksgebied:
de hemel en
de aarde
Gods
naam:
de Here
Zijn
titel:
de Schepper
Het
merkteken
van het
beest staal
daar
tegenover.
Er is een
ander
voorwerp van
aanbidding:
het beest
en/of zijn
beeld Er is
een andere
naam. En de
naam staat
voor
karakter.
Het tweede
artikel van
de
aanbidding
is
weggedaan.
Het pausdom
kent het
tweede gebod
niet.
De dag van
aanbidding
is ook
veranderd en
deze is
gemaakt tot
het
machtsteken
van het
pausdom op
het gebied
van
aanbidding.
Een zegel is
een teken
van gezag.
Gods teken
van gezag.
De Sabbat
een teken
“Ook gaf Ik
hun mijn
sabbatten
als een
teken tussen
Mij en hen,
opdat zij
zouden weten
dat Ik, de
Here hen
heilig.”
Ezechiël 20:
12. “Heiligt
mijn
sabbatten,
dan zullen
deze een
teken zijn
tussen Mij
en u, opdat
gij weet dat
Ik de Here
uw God ben.”
Ezechiël 20:
20.
“Maar mijn
sabbatten
moet gij
onderhouden,
want dat is
een teken
tussen Mij
en u, van
geslacht tot
geslacht...
De
Israëlieten
zullen de
sabbat
onderhouden,
door de
sabbat te
vieren, zij
en hun
nageslacht,
als een
altoos
durend
verbond.
Tussen Mij
en de
Israëlieten
is deze een
teken voor
altoos.”
Exodus 3l:
12-17.
De Zondag
een teken
“Om slechts
een
voorbeeld
aan te
halen, is
niet iedere
christen
verplicht de
zondag te
heiligen, en
zich op die
dag van
slafelijke
arbeid te
onthouden?
Beschouwen
wij de
naleving
dezer wet
niet als een
onzer
allereerste
verplichtingen?
En toch
moogt gij de
Bijbel
doorlezen
van het
begin tot
het einde,
en nergens
zult gij een
woord over
zondagsheiliging
aantreffen.
De Heilige
Schrift
beveelt de
heiliging
van de
zaterdag,
een dag die
wij nooit
heiligen.”
Uit “Het
geloof onzer
vaderen” van
Kardinaal J.
Gibbons,blz.
107.
“Opmerkelijk
echter is
hierbij nog,
dat zelfs
protestanten
niet buiten
de
overlevering
der
Katholieke
Kerk kunnen.
Waarom
vieren de
protestanten
de zondag?
Vanwege de
overlevering!
Over de
zondagsplicht
staat niets
in de
Heilige
Schrift,
integendeel,
daar leest
men: “Wees
gedachtig,
dat gij de
sabbat
heiligt.”
Het
kerkelijk
gezag
heeft voor
de Sabbat de
zondag
ingevoerd.”
Uit: “Bijbel
of
Leergezag?”
door Pater
P. van Dorp,
blz. 13.
“Natuurlijk
maakt de
Katholieke
Kerk er
aanspraak
op, dat zij
de
verandering
tot stand
gebracht
heeft. Het
kan ook niet
anders, want
niemand zou
er in die
dagen over
gedroomd
hebben iets
op kerkelijk
of
geestelijk
gebied te
doen, zonder
voorkennis
van de kerk.
De
verandering
van de
Sabbat naar
de zondag is
het teken
van
kerkelijke
macht en
gezag in
godsdienstige
aangelegenheden.”
Een brief
van
Kardinaal
Gibbons aan
J.F.
Snijder,
d.d.
11-11-1895.
Het einde
van de
genadetijd
De eerste
engel luidt
het oordeel
in De ure
van zijn
oordeel is
gekomen en
dat moet
verkondigd
worden aan
alle taal en
stam en
volk. De
hele wereld
komt voor de
rechterstoel
van
Christus. Op
grond van
ware en
valse
aanbidding
zullen
beslissingen
worden
genomen. In
dat
oordeelsuur
wordt het
zegel van de
levende God
uitgedeeld
op grond van
ware
aanbidding.
Een
aanbidding
die is op
grond van de
eerste vier
van de tien
geboden. Het
conflict
gaat over
aanbidding.
De engel
zegt:
Aanbidt Hem
die de hemel
en de aarde
de zee en de
waterbronnen
gemaakt
heeft. Zie
Openbaring
14: 6, 7.
Daarnaast
zegt de
boodschap
van het
oordeelsuur
dat er een
ander teken
is, het
teken van
het beest en
zijn beeld.
Ook daar
gaat het om
aanbidding.
Een valse
aanbidding
die in
conflict is
met de
aanbidding
van Hem die
de hemel en
de aarde en
de zee en de
waterbronnen
gemaakt
heeft. De
beslissing
die daar
genomen
wordt is
onherroepelijk.
Dat is het
einde van de
genadetijd.
Als de
oorlog om de
ware en
valse
aanbidding
los brandt
gaat het
vonnis van
de een na de
ander. Wij
hebben allen
een zaak
voor deze
rechtbank.
Het zegel is
er voor
iedereen.
Laat de ure
van genade
niet voorbij
gaan. “Heden
indien gij
Zijn stem
hoort,
verhard uw
harten
niet.”