Hulp in
problemen
"Doch het heil
der
rechtvaardigen
is van de HERE,
hun schutse
ten tijde der
benauwdheid."
Psalm 37: 39
"De HERE maakt
de blinden
ziende, de
HERE richt de
gebogenen op,
de HERE heeft
de
rechtvaardigen
lief." Psalm
146: 8
"De HERE is
goed, een
sterkte ten
dage der
benauwdheid;
Hij kent hen
die bij Hem
schuilen."
Nahum 1: 7
"Wanneer hij
valt, stort
hij niet
neder, want de
HERE schraagt
zijn hand."
Psalm 37: 24
"Gij, die mij
vele
benauwdheden
en rampen hebt
doen zien,
zult mij weder
levend maken,
mij uit de
kolken der
aarde weder
doen
opstijgen." Psalm
71: 20
"Wat buigt gij
u neder, o
mijn ziel, en
wat zijt gij
onrustig in
mij? Hoop op
God, want ik
zal Hem nog
loven, mijn
Verlosser en
mijn God!"
Psalm 42: 11
"Al zou mijn
vlees en mijn
hart
bezwijken,
mijns harten
rots en mijn
erfdeel is God
voor eeuwig."
Psalm 73: 26
"Geen onheil
zal u treffen,
en geen plaag
zal uw tent
naderen; want
Hij zal
aangaande u
zijn engelen
gebieden, dat
zij u behoeden
op al uw
wegen." Psalm
91: 10-11
"Wie met
tranen zaaien,
zullen met
gejuich
maaien. Hij
gaat al
wenende voort,
die de
zaadbuidel
draagt;
voorzeker zal
hij komen met
gejuich,
dragende zijn
schoven."
Psalm 126: 5-6
"Hebt de HERE
lief, al zijn
gunstgenoten;
de HERE
bewaart de
getrouwen,
maar
ruimschoots
vergeldt Hij
de trotsen."
Psalm 31: 23
"Laagt gij
niet neer
tussen de
kooien? (de
vleugelen der
duiven waren
overtogen met
zilver, haar
slagpennen met
glanzend
goud)" Psalm
68: 13
"Zie, God
verwerpt de
oprechte niet
en Hij vat de
boosdoeners
niet bij de
hand. Eens zal
Hij uw mond
vervullen met
gelach en uw
lippen met
gejuich." Job
8: 20 - 21
"In zes noden
redt Hij u, en
in zeven treft
het kwaad u
niet." Job 5:
19
"Want Hij
heeft niet
veracht noch
versmaad de
ellende van de
ellendige, en
zijn
aangezicht
niet voor hem
verborgen,
maar Hij heeft
gehoord, toen
hij tot Hem
riep." Psalm
22: 24
"Daarom is de
HERE een
burcht voor de
verdrukte, een
burcht in
tijden van
nood." Psalm
9: 9
"Wanneer ik
wandel te
midden van
benauwdheid,
behoudt Gij
mij in het
leven; tegen
de toorn van
mijn vijanden
strekt Gij uw
hand uit, en
uw rechterhand
verlost mij."
Psalm 138: 7
"Talrijk zijn
de rampen van
de
rechtvaardige,
maar uit die
alle redt hem
de HERE."
Psalm 34: 19
"Want niet
voor eeuwig
verstoot de
Here. Want als
Hij bedroefd
heeft,
ontfermt Hij
Zich naar de
grootheid van
zijn
gunstbewijzen.
Immers niet
van harte
verdrukt en
bedroeft Hij
de
mensenkinderen."
Klaagliederen
3: 31-33
"O HERE, mijn
steenrots,
mijn vesting
en mijn
bevrijder,
mijn God, mijn
Rots, bij wie
ik schuil,
mijn schild,
hoorn mijns
heils, mijn
burcht." Psalm
18: 2
"Verblijd u
niet over mij,
mijn vijandin:
al ben ik
gevallen, ik
zal weder
opstaan; al
zit ik in het
duister, de
HERE zal mij
tot licht
zijn.
Des HEREN
gramschap zal
ik dragen
(want ik heb
tegen Hem
gezondigd)
totdat Hij
mijn zaak
verdedigt en
mij recht
verschaft; Hij
zal mij
uitleiden in
het licht; ik
zal
aanschouwen,
hoe Hij
gerechtigheid
oefent." Micha
7: 8-9
"Dit heb Ik
tot u
gesproken,
opdat gij in
Mij vrede
hebt. In de
wereld lijdt
gij
verdrukking,
maar houdt
goede moed, Ik
heb de wereld
overwonnen."
Johannes 16:
33