Afval bereidt
de weg
“Laat
niemand u
misleiden, op
welke wijze
ook, want
eerst moet de
afval komen en
de mens der
wetteloosheid
zich
openbaren, de
zoon des
verderfs.”
2
Thessalonicenzen
2:3
Toen de
vroeg-christelijke
kerk afvallig
werd omdat
velen van de
eenvoud van
het evangelie
waren
afgeweken en
heidense riten
en gebruiken
overnamen,
verloor zij de
Geest en de
kracht van
God. De
kerkelijke
leiders wilden
het geweten
van de mensen
beheersen en
zochten steun
bij de
wereldlijke
overheid.
Zo ontstond
het pausdom:
een kerk die
de wereldlijke
macht
beheerste en
deze gebruikte
om haar eigen
doelstellingen
te bevorderen.
Ze deed dit
vooral om
‘ketterijen’
te
bestraffen...
Telkens
wanneer de
kerk
wereldlijke
macht kreeg,
gebruikte ze
deze om
andersdenkenden
te straffen.
De
protestantse
kerken die het
voorbeeld van
Rome hebben
gevolgd door
betrekkingen
met de
overheid aan
te gaan,
hebben de
gewetensvrijheid
ook willen
beperken. Een
voorbeeld
hiervan is de
langdurige
vervolging van
predikanten
die zich niet
neergelegd
hebben bij de
gang van zaken
in de
Anglicaanse
Kerk. In de
zestiende en
zeventiende
eeuw werden
duizenden
nonconformististische
(2000
buitengesloten)
predikanten
gedwongen hun
kerken te
verlaten.
Zowel
predikanten
als kerkleden
kregen
geldboetes of
gevangenisstraf
en ondergingen
foltering en
marteling.
Afvalligheid
leidde de
vroeg-christelijke
kerk ertoe om
de steun van
de burgerlijke
overheid te
zoeken. Dit
bereidde de
weg voor het
pausdom,
het
beest.
Paulus zei:
“Eerst moet de
afval komen...
en de mens der
wetteloosheid
zich
openbaren.” (2
Thess. 2:3).
Op dezelfde
wijze zal de
afval in de
gemeente de
weg bereiden
voor
het beeld van
het beest.
(GC 443,444)
Satan zal
werken met
allerlei
krachten en
met allerlei
verlokkende
ongerechtigheid.
(2 Thess.
2:9-10). Zijn
werk is
duidelijk
zichtbaar door
de snel
toenemende
duisternis, de
veelvuldige
dwalingen,
ketterijen en
misleidingen
van deze
laatste dagen.
Niet alleen
neemt satan de
wereld
gevangen, maar
zijn
verleidingen
dringen door
in de
belijdende
kerken van
onze Here
Jezus
Christus. De
grote afval
zal zich
ontwikkelen in
een
duisternis, zo
dicht als de
middernacht.
Voor Gods volk
zal het een
nacht van
beproeving,
van geween,
van vervolging
ter wille van
de waarheid
zijn. Maar uit
die duistere
nacht zal Gods
licht te
voorschijn
komen. (PK
717)
(Maranatha
blz. 165,
E.G.White)