|
|
||
| You are home- www.agp-internet.com/react- sermonroom Nederlands (overdenkingen & Bijbelstudies) | ||
|
De maatstaf in het oordeel
“Spreekt zó en handelt zó als (mensen past), die door de wet van de vrijheid zullen geoordeeld worden. “ Jacobus 2: 12
De eerste engel uit Openbaring 14 roept mensen op: “Vreest God en geeft Hem eer” ( vs. 7), en Hem te aanbidden als de Schepper van hemel en aarde. Om dit te kunnen doen, moeten zij gehoorzaam zijn aan Zijn wet. . . . Zonder gehoorzaamheid aan Zijn geboden kan geen enkele aanbidding aangenaam zijn voor God; “want dit is de liefde Gods, dat wij Zijn geboden bewaren.” (1 Joh. 5: 3)
Veel gelovigen zeggen dat Christus ons, door Zijn dood, van de wet heeft bevrijd; maar niet iedereen denkt er zo over.. . . De wet van God is - juist door wat ze is - onveranderlijk. Het is een openbaring van de wil en het karakter van Degene die haar heeft opgesteld. God is liefde, en Zijn wet is liefde. Haar beide grondbeginselen zijn liefde tot God en tot de mens. “daarom is de liefde de vervulling der wet.” (Rom. 13: 10) Het karakter van God is gerechtigheid en trouw, en dat is dus ook de aard van Zijn wet. De psalmist zegt: “Uw wet is waarheid”; “al Uw geboden zijn gerechtigheid.” (Ps. 119: 142, 172) En de apostel Paulus spreekt: “Zo is dan de wet heilig, en ook het gebod is heilig en rechtvaardig en goed.” (Rom. 7:12) Zó n wet, die uitdrukking is van de gedachten en de wil van God, moet wel even blijvend zijn als Degene die haar heeft opgesteld.
En deze wet vormt de maatstaf waaraan het leven en het karakter van de mensen in het oordeel zal worden getoetst. Nadat hij ons gewezen heeft op onze plicht, Zijn geboden te gehoorzamen, voegt Salomo daaraan toe: “Want God zal elke daad doen komen in het gericht.” (Pred. 12: 14) De apostel Jacobus vermaant zijn broeders en zusters: “spreekt zó en handelt zó als (mensen past), die door de wet der vrijheid zullen geoordeeld worden.” (2: 12)
Jezus zal in het oordeel verschijnen als advocaat van Zijn volk, om voor hen te pleiten bij God. “Als iemand gezondigd heeft, wij hebben een voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de Rechtvaardige.” (1 Johannes 2: 1). “Want Christus is niet binnengegaan in een heiligdom met handen gemaakt, een afbeelding van het ware, maar in de hemel zelf, om thans, ons ten goede, voor het aangezicht Gods te verschijnen.”“Daarom kan Hij ook volkomen behouden, wie door Hem tot God gaan, daar Hij altijd leeft om voor hen te pleiten.” (Hebreeën 9: 24; 7: 25)
In het oordeel hebben allen,
die zich werkelijk van de
zonde bekeerd hebben, en uit
geloof zich beroepen hebben op
het bloed van Christus als hun
schuldoffer, in de boeken van
de hemel vergeving achter hun
naam geschreven staan. Omdat
zij deel gekregen hebben aan
de gerechtigheid van Christus,
en hun karakter in harmonie is
bevonden met de wet van God,
zullen hun zonden worden
uitgewist; en zijzelf zullen
het eeuwig leven waardig
geacht worden. . . . Jezus
zei: “Wie overwint, zal aldus
bekleed worden met witte
klederen, en Ik zal zijn naam
geenszins uitwissen uit het
boek van het leven, maar Ik
zal zijn naam belijden voor
mijn Vader en voor zijn
engelen.” (Openb. 3: 5) |
||
|
|
||