You are home- www.agp-internet.com/react- ellenwhite.nl.nu - Themasite Ellen G. White
 
Raadgevingen ter rechter tijd  (20)

 

"Zie, Ik kom haastelijk; houd dat gij hebt, opdat niemand uw kroon neme." Openb. 3:11

Getrouw Rentmeesterschap

 

Christus. heeft ons met de prijs van Zijn eigen bloed gekocht, Hij heeft de koopprijs voor onze verlossing betaald, en indien wij ons deze schat willen toeigenen, wordt zij, ons eigendom door de, vrije gift van God.

 

"Hoeveel zijt gij mijn haar schuldig?” Lukas 16: 5. Het is onmogelijk om dit te, zeggen. Al wat wij hebben is van God. Hij legt Zijn hand op onze bezittingen, en zegt: “Ik ben eigenaar ‘van het ganse heelal; dit zijn mijn goederen. Heiligt Mij de tienden en gaven Wanneer u deze met name genoemde goederen brengt als een teken van uw trouw en uw onderwerping aan Mijn heerschappij, zal uw inkomen door Mijn zegen vermeerderd worden, en zult u overvloed hebben.”

 

God stelt iedere ziel, die in Hem beweert te geloven, op de proef. Aan iedereen worden talenten toevertrouwd. De Here heeft de mensen goederen gegeven om handel mede te drijven. Hij heeft hen Zijn rentmeesters gemaakt, en hun geld, huizen en grond in bezit gegeven. Dit alles moet als des Heren eigendom beschouwd, en tot groei van Zijn gemeente en tot uitbreiding van Zijn koninkrijk in de wereld gebruikt worden. In het handel drijven met de goederen des Heren, moeten wij wijsheid ontvangen, om niet Zijn heilig pand, dat ons toevertrouwd is, te gebruiken tot verheerlijken van onszelf, of om onze zelfzuchtige gevoelens te bevredigen. De hoeveelheid van de toevertrouwde giften is verschillend; maar zij die de kleinste gaven ontvangen, moeten niet denken dat, omdat zij over weinig middelen beschikken, zij, er niets mee kunnen uitrichten.

 

Iedere Christen is een rentmeester van God, aan wie Zijn goederen, toevertrouwd zijn., Denk aan de woorden: “En voorts wordt van de uitdelers vereist, dat elk getrouw bevonden worde.”’ 1 Kor. 4: 2.. Laat ons er zeker van zijn, dat wij: God niet in enige jota`s of titels beroven; want hierin ligt heel wat opgesloten.

 

Alle dingen behoren God te. De mensen mogen Zijn eisen ontkennen. Terwijl Hij overvloedig Zijn zegeningen over hen uitstort, gebruiken zij, Zijn gaven misschien tot zelfzuchtige zelfbevrediging, maar zij zullen opgeroepen worden om rekenschap van hun rentmeesterschap af te leggen.

 

Een rentmeester vereenzelvigt zich met zijn meester. Hij, neemt de verantwoordelijkheden van een rentmeester op zich, en hij moet in de plaats van zijn meester werken, handelen zoals zijn meester gedaan zou hebben. De belangen van zijn meester zijn, zijn belangen geworden. De positie van een rentmeester is een zeer belangrijk ambt, omdat zijn meester vertrouwen in hem stelt. Wanneer hij op enigerlei wijze zelfzuchtig is en de winst, die hij behaalt door met de goederen van zijn heer te handelen en tot zijn eigen voordeel aanwendt, heeft hij het in hem geplaatste vertrouwen geschonden.

 

Het onderhoud van het evangelie

 

De Here heeft de verkondiging van het evangelie afhankelijk gemaakt van de arbeid en de vrijwillige gaven van al Zijn volk. Degene, die de boodschap van barmhartigheid aan de gevallen mensen verkondigt, heeft ook een ander werk te verrichten– hij, moet de mensen de plicht voorhouden het werk Gods met hun middelen te steunen. Hij moet hen leren dat een gedeelte van hun inkomen aan God toebehoort; en als heilig aan Zijn werk gewijd moet worden. Deze les moet hij door voorschrift en voorbeeld aan anderen leren; en zich hoeden, dat hij de kracht van zijn leer niet door zijn eigen gedrag verzwakt.

 

Datgene wat volgens de schrift aan de Here toebehoort en afgezonderd is, is het inkomen voor de uitbreiding van het evangelie en behoort ons niet langer toe.  Het is niets anders dan heiligschennis en beroving wanneer iemand iets uit Gods schatkist neemt om zichzelf of anderen in hun wereldse belangen to helpen.

 

Sommigen hebben een misstap begaan door van het altaar. Gods iets weg te nemen, wat in het bijzonder aan Hem gewijd was. Iedereen moet deze zaak in het rechte licht bezien. Laat niemand, wanneer hij in moeilijkheden komt, het gold dat aan godsdienstige doeleinden gewijd is, tot zijn eigen voordeel gebruiken, en zijn geweten gerust stellen met te zeggen, dat hij, het later terug betalen zal. Het is veel beter om onze uitgaven volgens het inkomen te besnoeien, onze behoeften te beperken, en niet boven onze inkomsten te leven, dan het geld van de Here voor wereldse belangen te gebruiken.

 

Het gebruik van de tienden

 

God heeft bijzondere aanwijzingen gegeven aangaande de tienden. Het is niet Zijn bedoeling dat Zijn werk gehinderd zal worden door gebrek aan middelen. Opdat er niet ongeregeld gewerkt zou worden en er geen misverstand zou bestaan, heeft God onze plicht op deze punten zeer duidelijk getoond. Het deel, dat God voor Zichzelf gereserveerd heeft mag tot geen ander doel aangewend worden, dan hetwelk Hij met name genoemd heeft.

 

Laat niemand zich vrij voelen om zijn tienden achter te houden, en naar eigen oordeel te gebruiken. Zij mogen de tienden zelfs in geval van nood niet voor zichzelf gebruiken en ze niet aanwenden gelijk het hen goeddunkt, zelfs niet  voor dat wat zij, als het werk des Heren beschouwen.

 

De predikant moet, door voorschrift en voorbeeld, de mensen leren, de tienden heilig te beschouwen. Hij moet niet menen, dat hij die kan achterhouden en naar eigen oordeel kan aanwenden, omdat hij een prediker van het evangelie is. De  tienden behoren hem niet toe. Het staat hem niet vrij die

naar zijn goeddunken voor zichzelf te gebruiken, Hij, moet zijn invloed niet doen gelden in het maken van plannen om de tienden en giften die aan God gewijd zijn, voor iets anders te gebruiken, dan wettig veroorloofd is. Zij moeten in zijn schatkist geplaatst, en voor Zijn dienst heilig gehouden worden, gelijk Hij dat ingesteld heeft.

 

God wil dat al Zijn rentmeesters nauwkeurig zullen zijn in het nakomen van de Goddelijke voorschriften. Zij moeten hun eigen plannen niet in de plaats van des Heren plannen stellen, door de een of andere daad van weldadigheid te doen, of  de een of andere gift of gave te geven, naar het hun als menselijke werktuigen goeddunkt. Het is een zeer verkeerde beweeggrond van de mens te trachten Gods plan te verbeteren en er iets anders voor in de plaats te stellen, in plaats er zich aan te houden, wat God bestemd heeft, om de tienden te gebruiken voor Zijn werk tot uitbreiding van het evangelie. God roept iedereen op, om zijn invloed te gebruiken om hetgeen God bepaald heeft te gehoorzamen en uit te voeren. Hij heeft Zijn plan bekend gemaakt; en allen, die met Hem samen wensen te werken moeten dat plan uitvoeren inplaats van een poging te durven doen om het te verbeteren.

 

De Here gaf Mozes wetten voor Israël: “ij nu zult den kinderen Israels gebieden, dat zij tot u brengen reine  olie van olijven, gestoten tot den luchter, dat men geduriglijk de lampen  aansteke.” Exodus 27: 20.

 

Dit moest een voortdurend offer zijn, dat gebracht werd, opdat het huis Gods  behoorlijk voorzien zou zijn van datgene dat voor Zijn dienst noodzakelijk was. Zijn volk moet er in deze tijd ook aan denken, dat het huis van aanbidding het eigendom de Heren is, en dat er met nauwgezetheid voor gezorgd moet worden. Maar het geld voor dit werk mag niet uit de tienden genomen worden.

 

Ik heb een zeer duidelijke afdoende boodschap ontvangen, om aan Gods kinderen door te geven. Er is mij opgelegt te zeggen, dat zij een fout begaan door de tienden voor verschillende doeleinden te gebruiken, die hoewel goed op zichzelf, niet het doel zijn, waartoe de Here gezegd heeft, dat de tienden gebruikt moeten worden. Zij, die dit gebruik van de tienden gemaakt hebben, zijn afgeweken van de voorschriften die de Here gemaakt heeft. God zal hen oordelen over deze dingen

 

De ene redeneert dat de tienden voor schooldoeleinden gebruikt mag worden. Weer anderen zeggen dat de geschriftenevangelisten uit de tienden onderhouden moeten worden. Maar men begaat een grote fout, wanneer men de tienden niet gebruikt voor het doel, waartoe ze bestemd zijn, namelijk voor het onderhoud van de evangeliedienaars. Er behoorden tegenwoordig honderd bekwame arbeiders in het arbeidsveld te zijn, waar er nu slechts één is.

De plechtige verplichting

 

De tiende is heilig; God heeft het recht er op aan Zichzelf behouden. De tienden moeten in Zijn schatkist gebracht worden om gebruikt te worden tot onderhoud van de evangeliedienaars in hun werk. God is lang beroofd geworden, doordaat er zulken zijn, die niet beseffen dat de tiende het deel is, dat God toebehoort.

 

Sommigen zijn ontevreden geweest en hebben gezegd: Ik wil mijn tienden niet langer betalen, want ik stel geen vertrouwen in de wijze, waarop de dingen beheerd worden aan het hoofdkantoor van het werk.”   Maar wilt u dan God beroven, omdat u denkt dat het werk niet goed geleid wordt? Leg uw klachten, duidelijk en openlijk, in de rechte geest, voor de juiste personen. Zend uw verzoeken in, dat de dingen geregeld en in orde gebracht zullen worden; maar onttrek u niet aan het werk Gods, en bewijs u niet ontrouw, omdat anderen niet doen recht is.

 

Lees aandachtig het derde hoofdstuk van Maleachi, en zie wat God aangaande de tienden zegt. Wanneer onze gemeenten hun standplaats op het woord des Heren. innemen er trouw willen zijn in het brengen van hun tienden in Zijn schatkist, zullen er meer arbeiders aangemoedigd worden om het werk van de evangeliebediening op zich te nemen. Er zouden meer mannen zich aan de evangeliebediening geven, indien hun niet gezegd werd dat de schatkist leeg is. Er moet een overvloedige voorraad in de schatkist des Heren zijn, en dat zou het geval zijn wanneer zelfzuchtige harten en handen de tienden niet achterhielden, of er gebruik van maakten om anders soorten van werk te steunen.

 

De hulpmiddelen die God zich voorbehouden heeft, mogen niet op zulk een ongeregelde wijze gebruikt worden. De tiende is des heren, en zij, die zo misbruiken zullen gestraft  worden door hun hemelse schat te verliezen, tenzij zij zich bekeren. Laat het werk niet langer belemmerd worden doordat de tienden voor verschillende andere dingen gebruikt zijn, dan waarvoor de Here  deze bestemd heeft, dat ze gebruikt moeten worden. Voor die andere soorten van werk moet voorziening getroffen worden. Zij moeten ook worden gesteund maar niet uit de tienden God is niet veranderd de tiende moet nog steeds tot onderhoud van de evangeliebediening worden gebruikt. Het openen van nieuwe arbeidsvelden vereist meer werkkrachten voor de evangeliebediening, dan wij, nu hebben en er moeten daarvoor middelen in de schatkist zijn.

 

Zij die evangeliebediening uitgaan, hebben een plechtige verantwoording op hen rusten, die op vreemde Wijze veronachtzaamd wordt. Sommigen preken gaarne, maar geven geen persoonlijke verantwoording aan de gemeenten. Er bestaat grote behoefte, aan inlichting omtrent hetgeen wij verschuldigd zijn en ook onze verlichtingen jegens God, voornamelijk. met betrekking tot het betalen van onze tienden.  Onze evangeliedienaars zouden zich teleurgesteld voelen, wanneer zij niet betaald werden voor hun arbeid; maar willen wij, er aan denken, dat er spijze in het schathuis van God moet zijn om de arbeiders te onderhouden? Indien zij nalaten, hun volle plicht te doen; om de mensen te leren, dat zij trouw moeten zijn in het betalen aan God, hetgeen Hem  toebehoort, dan zullen er te weinig middelen in de schatkist zijn, om het werk des Heren voort te zetten.

 

De opzichter van de kudde Gods moet zijn plicht met getrouwheid vervullen. Wanneer hij de stelling inneemt, dat hij, omdat het hem onaangenaam is en dit maar aan een ander overlaat, is hij geen trouw arbeider. Laat hem in Malachi de woorden des Heren lezen, waar de mensen beschuldigd worden God beroofd te hebben door, het achterhouden van de tienden. De machtige God verklaart:  “et een vloek zijt gij vervloekt” Mal. 3: 9. Wanneer hij, die in woord en leer de mensen dient, ziet, dat zij hun plicht verzaken, die deze vloek over hen brengen zal, hoe kan hij, dan zijn plicht verzaken om hen in te lichten en te waarschuwen? Ieder kerklid moet leren, getrouw te zijn in het betalen van hun tienden.

 

“Brengt al de tienden in het schathuis, opdat er spijze zij in Mijn huis; en beproeft Mij nu daarin, zegt de HEERE der heirscharen, of Ik u dan niet opendoen zal de vensteren des hemels, en u zegen afgieten, zodat er geen schuren genoeg wezen zullen.” Mal. 3: 10.

 

Ik bid dat mijn broeders mogen beseffen, dat de boodschap van de derde engel van veel betekenis voor, ons is, en dat het houden van de ware Sabbat het teken zijn moet dat hen, die God dienen, onderscheidt van degenen die Hem niet dienen. Laat hen, die slaperig en onverschillig geworden zijn, opwaken. Wij zijn geroepen on heilig te zijn, en wij moeten zorgvuldig vermijden, de indruk te geven dat het er weinig toe doet, of wij al dan niet de bijzondere kenmerken van ons geloof bewaren. Op ons rust de verplichting om meer beslist in te staan voor de waarheid en gerechtigheid, dan wij in het verleden gedaan hebben. De scheidslijn tussen hen, die de geboden van God bewaren, en hen, die dat niet doen, moet met onmiskenbare helderheid geopenbaard worden. Wij moeten God nauwgezet eren, en ijverig ieder middel aanwenden om zeer nauw met Hem in verbinding te blijven staan, opdat wij Zijn zegeningen ontvangen mogen, de zegeningen, die ze onontbeerlijk zijn voor ons, die zo zwaar beproefd zullen worden. De indruk te geven dat ons geloof, onze godsdienst, niet een overheersende kracht in ons leven is, betekent God grotelijks onteren. Op die wijze keren wij ons van Zijn geboden af, die ons leven Zijn,en ontkennen dat Hij onze God is en dat wij Zijn volk zijn. “Gij zult dan weten, dat de Here uw God, die God is, die getrouwe God, Welke het verband en de weldadigheid houdt dien, die Hem liefhebben, en Zijn geboden houden tot in duizend geslachten. En Hij vergeld een ieder van hen, die Hem haten, in zijn aangezicht, om hen te verderven; Hij zal het Zijn hater niet vertrekken in: zijn aangezicht zal Hij het hem vergelden.” Deut.7: 9,10.

 

Waar zullen wij, zijn, wanneer de duizend geslachten, die in deze tekst genoemd worden, voorbij zijn? Ons lot zal voor de eeuwigheid beslist zijn.

 

Wij zullen of waardig geacht worden om een woonplaats te ontvangen in het eeuwige koninkrijk van God, of eenmaal het vonnis horen, van een eeuwige dood. Zij, die aan hun verbond met God trouw zijn gebleven; aan Golgotha denkend en vast hebben gestaan aan de zijde van de waarheid, en altijd getracht hebben God te eren, zullen de lof horen: “Wel, gij goede en getrouwe dienstknecht,” Maar zij, die God slechts onverschillig dienden, en in hun leven. gelijkvormig weren aan de gebruiken en praktijken van de wereld, zullen de treurige woorden vernemen: “Gaat weg van Mij; Ik ken u niet.”

eeuwigheid beslist zijn.

Weldadigheid

 

“Vereer den Here van uw goed, en van de eerstelingen al uwer inkomsten; Zo zullen uw schuren met overvloed vervuld worden, en uw perskuipen van most overlopen.” Spreuken 3: 9,10,

“Er is een, die uitstrooit, denwelken nog meer toegedaan wordt; en een,  die meer inhoudt dan recht is, maar het is tot gebrek.

De zegenende ziel zal vet gemaakt worden; en die bevochtigt, zal ook zelf  een vroege regen worden.” Spreuken 11: 24,25

“Een milddadige beraadslaagt milddadigheden, en staat op milddadigheden.” Jes. 32: 8

 

Goddelijke wijsheid heeft in het verlossingsplan de wet van oorzaak en gevolg ingesteld, en daardoor het weldadigheidswerk, in al zijn vertakkingen, dubbel gezegend. Hij, die aan behoeftigen mededeelt, zegent anderen, en zegent zichzelf in nog grotere mate.

 

De heerlijkheid van het evangelie

 

Opdat de mens de gezegende gevolgen van weldadigheid niet zou missen, heeft de Heiland het plan gevormd hem tot Zijn medeweker te maken. God kon Zijn voornemen om zondaren te redden zonder medehulp van de mens hebben bereikt; maar Hij,

 

wist dat de mens niet gelukkig kon zijn, zonder deel, te nemen aan dit grote werk. Door een reeks van omstandigheden, die liefdadigheid opwekken, geeft Hij de mens het beste middel om mildheid te beoefenen, en schenkt hem voortdurend de mogelijkheid om de armen te helpen en Zijn zaak te bevoderen. Een ongelukkige wereld vraagt in haar nood onze talenten, middelen en invloed om aan mannen en vrouwen de waarheid te brengen, waaraan zij, dringend behoefte hebben.

En wanneer wij op. deze roepstemmen achtslaan, door te werken, en daden van mildheid te beoefenen, nemen wij het beeld aan van. Hem, die terwille van ons arm is geworden. Door te geven,.. zegenen wij anderen, en verzamelen op die wijze ware schatten.

 

De heerlijkheid van het evangelie bestaat daarin, dat het gegrond is op het beginsel om aan een gevallen mensen geslacht het Goddelijke beeld weer terug te geven, door een voortdurende openbaring van weldadigheid. Dit werk. begon in de hemelhoven. Daar schonk God aan de mensen een onmiskenbaar bewijs van de liefde, waarmede Hij hen beschouwde. Hij heeft de wereld zo liefgehad, “dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderwe, maar het eeuwige leven hebbe.” Joh. 3: 16.

De gift van Christus openbaart het hart van de Vader. Die gift getuigt, dat Hij, na onze verlossing op Zich genomen te hebben, niets sparen zal, hoe dierbaar ook, dat nodig is tot voltooiing van Zijn werk.

 

De geest van vrijgevigheid is de geest des hemels. De zelfopofferende liefde van Christus wordt aan het kruis gepenbaard. Opdat de mens gered zou mogen worden, gaf Hij alles wat hij had, en gaf daarna Zichzelf. Het kruis van Christus doet een beroep op de liefdadigheid van iedere volgeling van de gezegende Heiland. Het beginsel, hetwelk daar aangetoond wordt is te geven, te geven. Dit, uitgevoerd in werkelijke liefdadigheid en goede werken, is de ware vrucht van het christelijke leven. Het beginsel van wereldsgezinde mensen is te ontvangen, en nog eens te ontvangen, op die wijze verwachten zij, zich geluk te verzekeren; maar doorgevoerd in alles wat daartoe behoort, is het de vrucht van ellende en dood.

 

Het licht van het evangelie, hetwelk afstraalt van het kruis van Christus, bestraft zelfzucht, en moedigt vrijgevigheid en liefdadigheid aan. Het moet niet als een betreurenswaardig feit geacht worden, dat de roepstemmen om te geven, toenemen.

 

God roept in Zijn voorzienigheid Zijn volk om uit hun beperkte sfeer van werkzaamheid, om grotere dingen te ondernemen. Eindeloos pogen wordt in deze tijd verlangd nu zedelijke duisternis de wereld bedekt. Velen van Gods volk lopen gevaar om door wereldsgezindheid en hebzucht verstrikt te worden. Zij moeten verstaan, dat het Zijn genade is die het vragen om hun middelen doet toenemen. Voorwerpen, die liefdadigheid uitlokken moeten hun voorgesteld worden, anders kunnen zij zich niet vormen naar het karakter van het grote Voorbeeld.

 

De zegeningen van rentmeesterschap

 

Toen Christus aan Zijn discipelen de opdracht gaf om uit

te gaan in de gehele Wereld om het evangelie aan alle mensen te prediken, stelde Hij de mensen het werk van de uitbreiding van de kennis Zijner genade ter hand. Maar terwijl sommigen uitgaan om te prediken, roept Hij anderen op om gehoor te geven aan het recht, dat Hij heeft, op hun offeranden, waarmede Zijn zaak op aarde gesteund moet worden. Hij heeft de mensen middelen gegeven, opdat Zijn Goddelijke giften door menselijke kanalen zouden kunnen vlooien tot het doen van het werk, dat ons tot redding van onze medemensen opgedragen is. Dit is één van Gods middelen om de mens te verhogen. Dit is juist het werk dat de mens behoeft want het zal het diepste

medegevoel van zijn hart raken, en de hoogste vermogens Van het verstand in werking brengen.

 

Al het goede dat er op de aarde is, is hier geplaatst door de milde hand Gods, als een uitdrukking van Zijn goddelijke liefde, tot de mens. De armen behoren hem toe, ook de zaak van de godsdienst is de Zijne. Het goud en het zilver

zijn des Heren; en Hij, kon het uit de hemel laten, regenen, indien Hij zulks verkoos. Maar in plaats daarvan heeft Hij, de mens tot Zijn rentmeester gemaakt, en hem middelen toevertrouwd, die. niet opgehoopt moeten worden, maar aangewend

 

om anderen. wel te doen. Op die wijze makt Hij, de mens tot het middel waardoor Hij Zijn zegeningen op de aarde uitstort. God heeft het stelsel van liefdadigheid ingesteld, opdat de mens gelijkvormig, zou worden aan Zijn Schepper, mild en onzelfzuchtig in karakter, om tenslotte met Christus het eeuwige heerlijke loon deelachtig te kunnen worden.

 

Samenkomen rondom het kruis 

 

De liefde, die haar uitdrukking vond op Golgotha, moet opgewekt, versterkt, en in de gemeenten verkondigd worden. Zullen wij, niet alles doen wat wij kunnen, om kracht bij te zetten aan da beginselen, die Christus in deze wereld gebracht heeft.? Zullen wij er niet naar streven om de liefdadige ondernemingen waar thans om verzocht wordt, te vestigen en door daden te bekrachtigen? Wanneer u voor het kruis staat, en de Vorst des hemels voor u ziet sterven, kunt u dan u hart sluiten, en zeggen “Neen, ik heb niets te geven?”

 

Het gelovige volk van Christus moet Zijn liefde doen voortleven. Deze liefde moet hen rondom het kruis tot elkander trekken; moet hen van alle zelfzucht ontdoen, en hen aan God en elkander binden.

 

Komt in zelfopoffering en zelfverloochening samen rondom het kruis van Golgotha,. God zal u zegenen, wanneer u uw best doet. Wanneer u de troon der genade nadert, en uzelf aan deze troon verbonden voelt door de gouden keten, die uit de hemel op de aarde neergelaten is, om de mensen uit de put der zonde op te trekken, zal uw hart in de liefde uitgaan tot allen, die zonder God en zonder hoop in de wereld leven.

 

De geest van onafhankelijkheid


Voordat ik Australië verliet, en sedert ik in dit land gekomen ben, is mij te verstaan gegeven, dat er een groot werk in Amerika te doen is. Zij, die in de aanvang het werk deden, zijn weggenomen. Slechts weinigen van de pioniers zijn nu nog met ons. Vele zware lasten, die voorheen door mannen werden gedragen, die een lange ervaring hadden, rusten thans op de jongere mannen.

 

Dit overdragen van verantwoordelijkheden op arbeiders, wier ervaring min of  meer beperkt is, gaat gepaard aan gevaren, waarvoor wij op onze hoede moeten zijn. De wereld is vervuld van strijd om de oppermacht in handen te krijgen. De geest om zich af te scheiden van zijn medearbeiders, de geest van het verbreken van de organisatie, is zelfs in de lucht, die wij inademen. Alle pogingen om de orde te herstellen worden door sommigen gevaarlijk geacht, als een beperking van persoonlijke vrijheid, en derhalve te vrezen als pauselijke overheersing. Deze bedrogen zielen, achten het een deugd, zich te beroemen op hun vrijheid en onafhankelijkheid in denken en handelen. Zij vorklaren dat zij niets aannemen willen, omdat een mens het zegt; dat zij aan geen mens verantwoording verschuldigd zijn. Ik werd erop gewezen dat satan, er in het bijzonder naar streeft, de mensen te laten gevoelen dat het Gode welbehaaglijk is, wanneer zij hun eigen gedragslijn kiezen, onafhankelijk van de raad van hun broeders.

 

Hierin ligt groot gevaar voor de bloei van ons werk. Wij moeten met omzichtigheid te werk gaan, verstandig en in overeenstemming met het oordeel van godvrezende raadslieden; want alleen op deze wijze van doen ligt onze veiligheid en onze kracht. Anders kan God niet met ons, en door ons Werken.

 

0, hoe zou satan zich verheugen, wanneer hij, in zijn pogingen om zich bij deze mensen in to dringen, kon slagen, en het werk verbrokkelen op een tijd, nu een degelijke organisatie van het grootste belang is, en de grootste kracht zal zijn om  wetteloze opstand te weren, en eisen, die niet op het woerd van God berusten, te weerleggen! Wij moeten de koorden gelijk trekken, opdat het stelsel van organisatie en orde  hetwelk door verstandige, voorzichtige arbeid opgebouwd is, niet verbroken worde. Er moet geen vrijheid verleend worden aan onordelijke elementen, die het werk in deze tijd willen beheren.

 

Sommigen. hebben de gedachte uitgesproken, dat ieder kind van God, nu wij het einde van de tijd naderen, onafhankelijk van enige godsdienstige organisatie handelen zal. Maar mij is door de Here getoond, dat er in dit werk niet zo iets als onafhankelijkheid van iedereen, bestaat. De sterren des hemels staan allen onder één wet, de één invloed uitoefenende op de ander om Gods wil te doen, en zij onderwerpen hun gezamenlijke gehoorzaamheid aan de wet, die hun bewegingen bestuurt. En om het werk des Heren op gezonde en solide wijze te doen voortgaan, moet. Zijn volk onderling verbonden zijn.

 

De kortstondige, ongestadige bewegingen van sommigen, die zich christenen noemen, laten zich goed vergelijken met het werk van sterke, maar onafgerichte paarden. Wanneer het ene vooruit trekt, rent het andere achteruit; en op de stem van hun meester springt het ene paard vooruit, terwijl het andere stokstijf blijft staan.

 

Wanneer mensen niet eenparig willen werken in het grote en grootste werk voor deze tijd, zal er verwarring ontstaan. Het is geen goed teken, wanneer mensen weigeren zich met de broeders te verenigen, en verkiezen alleen te handelen. Laten de arbeiders die broeders in vertrouwen nemen, aan wie het recht toekomt  om ieders afwijking van de rechte beginselen aan te wijzen. Wanneer de mensen het juk van Christus dragen, kunnen zij zich niet van elkander scheiden.; zij zullen met Christus en met elkander samen werken.

 

Sommige werkers trekken met alle kracht hun door God geschonken; maar zij hebben nog niet geleerd, dat zij niet alleen moeten trekken. In plaats van alleen te blijven staan, moesten zij in eensgezindheid met hun medearbeiders, trekken. Tenzij zij dit doen, zal hun arbeid op de verkeerde tijd en op de verkeerde wijze, tot handelen leiden. Zij zullen menigmaal het tegenovergestelde doen van hetgeen God gedaan wil hebben, en op die wijze is hun werk volkomen mislukt.

 

Eenheid in verscheidenheid

 

Aan de andere kant moeten de leiders onder Gods volk zich hoeden voor het gevaar de methoden te veroordelen van de individuele arbeiders, die door de Here geleid worden tot het doen van een speciaal werk, waartoe slechts weinigen geschikt zijn. Laten de broeders in verantwoordelijke posities voorzichtig zijn met het bekritiseren van ondernemingen, die niet in volkomen overeenstemming zijn mee hun wijze van werken. Laat hen nimmer veronderstellen, dat ieder plan hun eigen persoonlijkheid moet afspiegelen. Laat hen niet vrezen, in de methoden van anderen vertrouwen te stellen, want door hun vertrouwen aan een medebroeder te onthouden, die in nederigheid en met toegewijde ijver een speciaal werk doet op de wijze die God aangewezen heeft, houden zij de voortgang van de zaak des Heren tegen.

 

God kan en zal ook hen gebruiken, die geen degelijke opvoeding in een opleidingsschool gehad hebben. Twijfel aan Zijn kracht om dit te doen, is openbaar ongeloof; het is beperking van de alvermogende macht van Hem, bij wie niets onmogelijk is. O, dat er minder van deze onnodige, wantrouwende voorzichtigheid mocht zijn! Op deze wijze laat men zoveel krachten van de gemeente ongebruikt; en men verspert de weg, zodat de Heilige Geest de mensen niet kan gebruiken en houdt diegenen werkeloos, die gewillig en begerig zijn om te werken, volgens de wijze van Christus; men ontneemt velen de moed om het werk in te gaan, die bekwame arbeiders Gods zouden kunnen zijn, indien hun een juiste kans gegeven werd.

 

Voor de profeet scheen het rad in het midden van een rad, en de verschijning van levende wezens in verband daarmede, alles ingewikkeld en onverklaarbaar.  Maar de hand der Oneindige. Wijsheid is onder de raderen te zien, en volmaakte orde is het gevolg van de werking ervan. Ieder rad werkt, bestuurd door de hand van God, in volkomen overeenstemming met ieder ander rad. Mij is getoond dat menselijke werktuigen geneigd zijn te veel macht te krijgen, en het werk zelf te besturen. Zij laten de Here God, de machtige Werker, te veel buiten hun methoden en plannen, en vertrouwen Hem niet alles toe, wat de voortgang van het werk betreft. Niemand moet zich een ogenblik verbeelden. dat hij bij machte is, om die dingen te besturen, die de grote IK BE toebehoren. God bereidt in zijn voorzienigheid een weg, zodat het, werk door menselijke werkkrachten kan verricht worden. Laat ieder mens dan op de post staan, waar zijn plicht hem roept, om zijn deel van het werk voor deze tijd te doen, en te bedenken dat God zijn leermeester is.

 

De Generale Conferentie

 

De Here heeft mij, menigmaal te verstaan gegeven dat geen oordeel van een mens onderworpen mag worden aan het oordeel van enig ander mens. Nooit moet het verstand van één mens, of het verstand van enige mensen, als voldoende in wijsheid en kracht beschouwd worden om het werk te besturen en to zeggen, welke plannen uitgevoerd moeten worden. Maar wanneer de Generale Conferentie het oordeel van de broeders, samengekomen uit alle delen van het arbeidsveld, wordt uitgesproken, moet een persoonlijke onafhankelijkheid en privé oordeel niet stijfhoofdig gehandhaafd, maar opgegeven worden. Een arbeider moet de hardnekkige handhaving van zijn onafhankelijke positie, tegen het besluit van de Generale Conferentie in, nimmer als een deugd beschouwen.

 

Bij zekere gelegenheden toen een klein aantal mannen, aan wie in de naam van het Generale Conferentie Bestuur het werk was toevertrouwd, trachtten onverstandige plannen uit te voeren, en Gods werk te beperken, heb ik gezegd, dat ik de stem van de Generale Conferentie, vertegenwoordigd door deze weinige mannen, niet langer als de stem van God beschouwen kon maar dit betekent niet, dat de besluiten van de Generale Conferentie, bestaande uit een samenkomst van behoorlijk aangestelde, plaatsbekledende mannen uit alle delen van het veld, niet gerespecteerd moet worden. God heeft verordineerd, dat de vertegenwoordigers van Zijn kerk, uit alle delen van de wereld autoriteit en invloed zullen hebben, wanneer zij in de Generale Conferentie samen vergaderd zijn. De dwaling, welke sommigen gevaar lopen te begaan, is aan het verstand en oordeel van één man of een kleine groep mannen, de volle mate van gezag en invloed te verlenen, die God gelegd heeft op Zijn kerk, door het oordeel en de stem van de Generale Conferentie, die vergaderen om plannen te beramen tot welzijn en vooruitgang van Zijn werk.

 

Wanneer deze macht, die God in de kerk geplaatst heeft, geheel en al aan één man wordt geschonken, en hij met gezag bekleed wordt om een oordeel te vormen over anderen, dan wordt de ware orde van de Bijbel gewijzigd. Satans inwerking op de geest van zulk een man zou uiterst geslepen zijn, en somtijds bijna allesoverheersend; want de vijand zou hopen, dat hij door middel van deze geest invloed op vele anderen zou kunnen krijgen. Laat ons aan het hoogste georganiseerde gezag in de kerk toeschrijven, wat wij geneigd zijn aan één man of een klein aantal mannen te geven.

 

Een verdeling van verantwoordelijkheid

 

God wil dat Zijn volk zal zijn, een volk met begrip. Hij heeft de zaken zo geregeld, dat mannen gekozen als afgevaardigden naar onze conferenties zullen gaan. Die mannen moeten op de proef gesteld en getoetst worden. Het moeten betrouwbare mannen zijn. Het kiezen van afgevaardigden, die onze conferenties moeten bijwonen, is een belangrijke zaak. Deze mannen moeten plannen beramen, die gevolgd zullen worden tot voortzetting van het werk; en derhalve moeten het verstandige mannen zijn, in staat om van oorzaak tot gevolg te redeneren.

 

Doch het geschiedde des anderen daags, zo zat Mozes om het volk te richten, en het volk stond vóór Mozes van de morgen tot de avond. Als de schoonvader van Mozes alles zag, wat het volk deed, zo zei hij: Wat ding is dit, dat gij het volk doet? Waarom zit gij zelf alleen, en al het volk staat voor u, van de morgen tot de avond? Toen zei Mozes tot zijn schoonvader: Omdat dit volk tot mij, komt, om God raad te vragen. Wanneer zij een zaak hebben, zo komen zij tot mij, dat ik richte tussen de man en tussen zijn naaste; en dat ik hen bekend make Gods instellingen en Zijn wetten. Doch de schoonvader van Mozes zei tot hem: De zaak is niet goed, die gij doet; gij zult geheel vervallen, zo gij, als dit volk, hetwelk bij u is;   want: deze zaak is te zwaar voor u gij alleen kunt het niet doen. Hoor nu mijn stem; ik zal u raden, en God zal met u zijn; wees gij voor het volk bij God en verklaar hun de instellingen en de wetten, en maak hun bekend de weg, waarin zij wandelen zullen, en het werk, dat ze doen zullen.

 

Doch zie gij om, onder al het volk, naar kloeke mannen, God vrezende, waarachtige mannen, de gierigheid hatende; stel over hen, oversten der duizenden, oversten der honderden, oversten der vijftigen, oversten der tienen, dat zij dit volk te allen tijde richten; doch het geschiede, dat zij alle grote zaken aan u brengen, maar dat zij alle kleine zaken richten; verlicht alzo uzelf, en laat hen met u dragen.

 

Indien gij deze zaak doet, en God het u gebiedt, zo zult gij kunnen bestaan; zo zal ook al dit volk in vrede aan zijn plaats komen.

 

Mozes nu hoorde naar de stem van zijn schoonvader, en hij deed alles, wat hij gezegd had.  En Mozes verkoos kloeke mannen, uit gans Israel, en maakte hen tot hoofden over het volk; oversten der duizenden, oversten der honderden, oversten der vijftigen, en oversten der tienen; Dat zij het volk te allen tijde richtten, de harde zaak tot Mozes brachten, maar zij alle kleine zaak richtten. Ex. 18: 13-26

 

In het hoofdstuk. van de Handelingen wordt eveneens aanwijzing gegeven met betrekking tot het kiezen van mannen om verantwoordelijkheid in de kerk te dragen. Het afvallen van Judas had een plaats opengelaten in de gelederen van de apostelen, en het was nodig dat er een ander gekozen werd om die plaats in te nemen. Dienaangaande sprekende, zei Petrus:

 

“Het is dus nodig dat een van de mannen die met ons omgegaan zijn gedurende heel de tijd dat de Heere Jezus onder ons in- en uitging, vanaf de doop van Johannes tot op de dag waarop Hij van ons opgenomen werd, met ons getuige wordt van Zijn opstanding. En zij stelden een tweetal: Jozef, die Barsabas heette, die ook Justus genoemd werd, en Matthias. En zij baden en zeiden: U Heere,  Kenner van het hart van allen, wijs van deze twee er een aan, die U uitverkoren hebt om deel te krijgen aan deze bediening, namelijk aan het apostelschap, waarvan Judas afgeweken is om naar zijn eigen plaats te gaan.  En zij wierpen hun loten en het lot viel op Matthias; en hij werd met instemming van allen aan de elf apostelen toegevoegd.” Hand. 1 :21-26. (HSTV)

 

Uit de schriftuurplaatsen leren wij, dat de Here zekere mensen heeft om verschillende plaatsen in te nemen. God wil Zijn volk leren omzichtig te handelen, en een wijze keuze te doen uit mannen, die geen misbruik zullen maken van de hun toevertrouwde heilige zaken. Wanneer de gelovigen in de tijd van Christus op hun hoede moesten wezen in hun keuze van mannen tot het bekleden van, verantwoordelijke plaatsen, dan moeten wij, die in deze tijd leven, voorzeker met grote omzichtigheid te werk gaan. Wij moeten ieder geval aan God voorleggen, en Hem in ernstig gebed verzoeken, voor ons te kiezen.

 

De Here God des hemels heeft ervaren mannen gekozen om in Zijn zaak verantwoordelijkheid te dragen. Die mensen moeten bijzondere invloed uitoefenen. Indien aan iedereen de macht verleend word, welke aan deze verkoren mannen geschonken is, zouden wij tot stilstand moeten komen. Degenen die gekozen zijn om lasten te dragen in het werk van God, moeten niet haastig, of zelfverzekerd, of zelfzuchtig zijn. Door hun voorbeeld of hun invloed moet het kwade nimmer gesteund worden. De Here heeft mannen en vrouwen geen vrijheid gegeven om ideeen voor te staan, die Zijn werk zouden verlagen, en de heiligheid, welke het immer omringen moet, eraan zouden ontnemen. Gods werk moet voor Zijn volk steeds heiliger worden. Wij moeten op alle mogelijke wijze het verheven karakter van de waarheid verhogen. Zij, die als opzichters over het werk van God gesteld zijn in onze inrichtingen, moeten immer da wil en de weg van God op de voorgrond stellen. Het welzijn van het algemene werk hangt af van de trouw van de mannen, die aangesteld zijn om de wil van God in de kerken uit te voeren.

 

Het werk moet aan mannen opgedragen worden, die, niet in de dingen van hun zelf, maar in de dingen van God, groter ervaring opdoen, en dieper inzicht krijgen in het karakter van Christus. Hoe neer zij aangaande Christus weten, des te getrouwer zullen zij Hem in de wereld vertegenwoordigen. Zij moeten naar Zijn stem luisteren, en op Zijn woorden acht geven.


 

Een waarschuwing

 

“Toen begon Hij de steden waarin de meeste krachten door Hem verricht waren, te verwijten dat zij zich niet bekeerd hadden: Wee u, Chorazin, wee u, Bethsaïda! Want als in Tyrus en Sidon de krachten gebeurd waren die in u plaatsgevonden hebben, dan zouden zij zich allang in zak en as bekeerd hebben. Maar Ik zeg u: Het zal voor Tyrus en Sidon verdraaglijker zijn op de dag van het oordeel dan voor u.

En u, Kapernaüm, die tot de hemel toe verhoogd bent, u zult tot de hel toe neergestoten worden. Want als in Sodom de krachten waren gebeurd die in u hebben plaatsgevonden, dan zou het tot op de huidige dag gebleven zijn. Maar Ik zeg u dat het voor het land van Sodom verdraaglijker zal zijn op de dag van het oordeel dan voor u.

In die tijd antwoordde Jezus en zei: Ik dank U, Vader, Heere van de hemel en van de aarde, dat U deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, en ze aan jonge kinderen hebt geopenbaard. Ja, Vader, want zo was het Uw welbehagen. Alle dingen zijn Mij overgegeven door Mijn Vader; en niemand kent de Zoon dan de Vader, en niemand kent de Vader dan de Zoon, en hij aan wie de Zoon het wil openbaren.

Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast bent, en Ik zal u rust geven. Neem Mijn juk op u, en leer van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; ren u zult rust vinden voor uw ziel; want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht.” Matth. 11:20-30. (HSTV)

Het is altijd veilig, zachtmoedig en nederig en teerhartig te wezen; maar tegelijkertijd moeten wij vast staan als een rots wat de leer van Christus betreft. Er, moet strikt acht gegeven worden op Zijn woorden van onderwijzing Er moet geen enkel woord uit het oog verloren worden. De waarheid zal in alle eeuwigheid bestaan. Wij moeten ons vertrouwen in geen leugen of voorwendsel stellen. Zij, die dit doen, zullen bemerken, dat het gedaan is ten koste van het eeuwige leven. Wij moeten rechte paden voor onze voeten maken, opdat de kreupelen, niet van de weg afdwalen. Wanneer de kreupelen van het veilige pad afgeleid worden, wie anders zijn er dan verantwoordelijk voor, dan degenen die hen misleid hebben? Zij hebben de raad van Hem “verworpen, Wiens woorden het eeuwige leven zijn, voor de bedrieglijke werken, die voortkomen uit de vader der leugen.

 

Ik heb iets te zeggen tot een ieder, die misschien meent dat hij veilig is, wanneer hij, zijn opvoeding te Battle Creek ontvangt. De Here heeft twee van onze grootste inrichtingen die te Battle Creek opgericht waren, weggedaan, en heeft waarschuwing op waarschuwing gegeven, gelijk Christus waarschuwingen aan Bethsäida en Kapernaüm gaf. Het is noodzakelijk, ernstige aandacht te schenken aan ieder woord dat uit de mond van God uitgaat. Er kan geen zondeloze afwijking van de woorden van Christus zijn. De Heiland dringt er bij hen, die afgedwaald zijn, op aan, dat zij zich bekeren zullen. Zij die hun harten verootmoedigen en hun zonden belijden, zullen vergiffenis ontvangen. Hun overtredingen worden vergeven. Maar de mens, die meent, dat hij, zich zwak zou betonen door zijn zonden te belijden, zal geen vergiffenis ontvangen, zal Christus niet als zijn Verlosser aanschouwen, maar zal verderen verder gaan in overtreding, misslag op misslag en zonde op zonde begaan. Wat zal zo iemand doen in die dag, waarin de boeken geopend worden, en ieder mens geoordeeld wordt volgens hetgeen in de boroken geschreven staat?

 

Het vijfde hoofdstuk. van de Openbaring moet met aandacht onderzocht worden. Het is van groot gewicht voor degenen, die deel zullen nemen aan het werk van God, in deze laatste dagen. Er zijn sommigen, die misleid zijn. Zij beseffen niet wat ever de aarde zal komen. Zij, die hun geest hebben laten benevelen met betrekking tot wat zonde is, zijn vreselijk bedrogen. Tenzij zij een besliste verandering ondergaan, zullen zij, te licht bevonden worden, wenneer. God het oordeel over de kinderen der mensen uitspreekt. Zij hebben de Wet overtraden en het eeuwig verbond verbroken en zij zullen ontvangen naar dat hun Werken geweest zijn.
“En ik zag, toen het Lam het zesde zegel verbrak, en zie, er kwam een zware aardbeving, en de zon werd zwart als een haren zak, en de maan werd als bloed, en de sterren van de hemel vielen op de aarde, zoals een vijgenboom zijn onrijpe vijgen afwerpt, als hij door een harde wind wordt geschud. En de hemel week terug, als een boekrol die wordt opgerold. En alle bergen en alle eilanden werden van hun plaats gerukt. En de koningen en de groten van de aarde en de rijken en de oversten over duizend en de machtigen en alle slaven en vrije mensen verborgen zich in de grotten en tussen de rotsen in de bergen. En zij zeiden tegen de bergen en de rotsen: Val op ons en verberg ons voor het aangezicht van Hem Die op de troon zit, en voor de toorn van het Lam. Want de grote dag van Zijn toorn is aangebroken en wie kan dan staande blijven? Openb. 6: 12-17. (HSTV)

“Hierna zag ik en zie, een grote menigte die niemand tellen kon, uit alle naties en stammen en volken en talen, stond vóór de troon en vóór het Lam, bekleed met witte gewaden, en palmtakken in hun hand. En zij riepen met een luide stem: De zaligheid is van Hem Die op de troon zit, namelijk van onze God en van het Lam! .... 
Dezen zijn het die komen uit de grote verdrukking, en zij hebben hun gewaden gewassen, en ze hebben die wit gemaakt in het bloed van het Lam.Daarom zijn zij vóór de troon van God, en dienen Hem dag en nacht in Zijn tempel. En Hij Die op de troon zit, zal Zijn tent over hen uitspreiden. Zij zullen geen honger of dorst meer hebben, en geen zonnesteek of hitte zal hen treffen. Want het Lam, Dat in het midden van de troon is, zal hen weiden, en zal hun de weg wijzen tot de levende waterbronnen. En God zal alle tranen van hun ogen afwissen. Openb. 7: 9-11 (HSTV)


In deze schriftuurplaatsen worden twee klassen van mensen aangewezen. De éne klasse heeft zich laten bedriegen, en zich aan zijde gesteld van degene met wie de Here twist. Zij hebben een verkeerde verklaring gegeven van de boodschappen, die hun gezonden werden, en zich bekleed met de klederen der eigengerechtigheid. De zonde was in hun ogen niet zondig. Zij leerden de leugen voor waarheid, en vele zielen zijn door hen op de verkeerde weg geleid.

 

Het is thans nodig dat wij op onze hoede zijn. Er zijn waarschuwingen gegeven. Kunnen wij de vervulling van de voorspellingen, die in Christus gedaan heeft, en die in het twintigste hoofdstuk van Lucas opgetekend staan, niet zien? Hoevelen onderzoeken de woorden van Christus? Hoe velen bedriegen hun eigen ziel, en ontzeggen zichzelf de zegeningen, die zij anders konden verkrijgen, indien zij wilden geloven en gehoorzamen? De genadetijd duurt nog voort, en het is ons voorrecht om de hoop, welke ons in het evangelie voorgesteld wordt, vast te houden. Laten wij ons dan beteren, en ons bekeren, en onze zonden opgeven, opdat zij, mogen uitgewist worden: “De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen beslist niet voorbijgaan.Wees op uw hoede dat uw hart niet op enig moment bezwaard wordt door roes en dronkenschap en door bezorgdheid om de alledaagse dingen, en dat die dag u niet onverwachts overvalt. Want als een klapnet zal hij komen over allen die op het oppervlak van de hele aarde wonen. Waak dan te allen tijde en bid dat u waardig geacht zult worden om al die dingen die gebeuren zullen, te ontvluchten, en om te kunnen bestaan voor de Zoon des mensen. Lukas 21: 33-36. (HSTV)


 

Zullen de waarschuwingen, door Christus gegeven, voorbijgegaan worden, zonder dat wij, er acht op slaan? Zullen wij niet ons best doen om ons te bekeren, terwijl de genadige stem der barmhartigheid nog wordt gehoord?

Waak dan, want u weet niet op welk moment uw Heere komen zal.

Maar weet dit, dat als de heer des huizes geweten had in welke nachtwake de dief komen zou, hij gewaakt zou hebben, en niet in zijn huis zou hebben laten inbreken. Weest ook u daarom bereid, want op een moment waarop u het niet verwacht, zal de Zoon des mensen komen.

Wie is dan de trouwe en verstandige slaaf, die zijn heer over zijn personeel aangesteld heeft om hun het voedsel op de juiste tijd te geven?  Zalig die slaaf die door zijn heer bij zijn komst zo handelend aangetroffen zal worden. Voorwaar, Ik zeg u dat hij hem over al zijn bezittingen zal aanstellen. Maar als die slechte slaaf in zijn hart zou zeggen: Mijn heer blijft nog lang weg, en zou beginnen zijn medeslaven te slaan en te eten en te drinken met de dronkaards, dan zal de heer van deze slaaf komen op een dag waarop hij hem niet verwacht en op een moment dat hij niet weet; en hij zal hem in stukken houwen en hem in het lot doen delen van de huichelaars; daar zal men jammeren en tandenknarsen. Matth. 24: 42-51.

In ootmoedigheid en geloof

Er is mij speciaal onderricht gegeven aangaande Gods volk; want er komen zware tijden over ons. In de wereld nemen verwoesting en geweld toe, in de kerk begint de kracht van de mens meer op de voorgrond te komen; zij, die gekozen zijn om vertrouwensposten te bekleden, menen dat zij gerechtigd zijn om heerschappij te voeren.

 

Mannen, die de Here roept om belangrijke posten te bekleden in Zijn werk moeten ootmoedige afhankelijkheid van Hem ontwikkelen. Zij moeten niet trachten te veel gezag te krijgen; want God heeft hen niet geroepen tot het uitoefenen van heerschappij, maar om met hun medearbeiders plannen te beramen en te raadplegen. Iedere werker moet zich onderworpen gevoelen aan de vereisten en het onderricht van God.

 

Wijze raadslieden

 

Ter wille van het belang van het werk in Zuid Californië, en de moeilijkheden, waarmede dat werk thans omgeven is, moeten er niet minder dan vijf wijze en ervaren mannen gekozen worden om te beraadslagen met de presidenten van de plaatselijke en Unie conferenties, met betrekking tot algemene plannen en wijze van arbeiden. De neiging, die sommigen betoond hebben om te heersen over anderen, die meer ondervinding gehad hebben dan zijzelf, is de Here niet welbehaaglijk. Door dit te doen hebben sommigen getoond dat zij niet geschikt zijn voor de belangrijke plaatsen, die zij bekleden. Ieder mens, die zichzelf groot maakt, en tracht heerschappij over zijn medemensen uit te oefenen, bewijst dat hij een gevaarlijk mens is om verantwoordelijkheid in godsdienstzaken toe te vertrouwen.


Laat niemand vasthouden aan de gedachte, dat er, tenzij, er geld voorhanden is, geen onderneming begonnen moet worden, waar geldbelegging voor nodig is. Indien wij in onze vroegere ervaring deze handelwijze gevolgd hadden, zouden wij dikwijls bijzondere kansen verloren hebben; kansen gelijk wij die

gehad hebben door de aankoop van het Fernando schooleigendom, en de aankoop van de sanatorium eigendommen te Paradise Valley, Glendale, en Loma Linda.

 

Gaat voort

 

Niets te doen dat geldbelegging vereist, tenzij wij het geld in handen hebben tot de voltooiing van het werk, dat wij van plan zijn te ondernemen, moet niet altijd als het vetstandigste plan beschouwd worden. De Here maakt in de opbouw van Zijn werk niet altijd alles duidelijk aan Zijn dienstknechten. Hij, stelt somtijds het vertrouwen van Zijn volk op de proef, door hen in het geloof te doen voortgaan. Menigmaal brengt Hij hen in moeilijke en lastige omstandigheden, en gelaat hen voort te trekken, wanneer het schijnt alsof hun voeten de wateren aan de Rode Zee raken. Het is bij zulke gelegenheden, wanneer de smekingen van Zijn dienstknechten in ernstig gebed tot Hem opstijgen, dat Hij de weg voor hen opent, en hen in de ruimte leidt.

 

De Here wil, dat Zijn volk in deze dagen geloven zal, dat Hij even grote dingen voor hen zal doen, als Hij voor de kinderen Israëls deed, toen zij van Egypte naar Kanaän reisden. Wij, moeten een vast geloof hebben, dat niet aarzelen zal om in de moeilijkste omstandigheden Zijn aanwijzingen op ‘te volgen. “Gaat voort” is Gods bevel aan Zijn volk.

 

Er is geloof en blij moedige gehoorzaamheid toe nodig om het voornemen des Heren ten uitvoer te brengen. Wanneer Hij de noodzakelijkheid aantoont om het werk te begingen op plaatsen, waar het invloed zal hebben, moeten de mensen in het geloof wandelen en werken. Door hun godzalige wandel, hun ootmoedigheid, hun gebeden en hun ernstig streven, moeten zij trachten de mensen, het goede werk, dat de Here onder hen begonnen heeft, te waarderen. 

 

Het was het voornemen des Heren dat het Loma Linda ‘Sanatorium het eigendom van ons volk zou worden; en Hij bracht dit teweeg op een tijd, toen de stroom van moeilijkheden vol was en buiten zijn oevers trad.

 

Voor privé belangen te werken tot bereiking van persoonlijke doeleinden, is één ding. Daarin kunnen de mensen hun eigen oordeel volgen. Maar de voortzetting van het werk des Heren op de aarde is geheel en al een andere zaak. Wanneer het Zijn voornemen is, dat men een zeker eigendom zal kopen tot uitbreiding van Zijn zaak en opbouwing van Zijn werk, hetzij dit voor een sanatorium, of voor schoolwerk, of voor enige andere tak van het werk is, zal Hij zulks mogelijk maken, wanneer zij, die ervaring hebben, hun geloof en vertrouwen in Zijn plannen tonen, en met correctheid willen voortgaan om zich van de voordelen te verzekeren, welke Hij hen aanwijst. Hoewel wij niet moeten proberen, eigendom aan iemand te ontrukken, moeten wil toch, wanneer de kans schoon is, onze ogen wijd open hebben om die kans te zien, zodat wij plannen kunnen maken tot opbouwing van het werk. En wanneer wij dit gedaan hebben, moeten wil alle krachten inspannen om ons van de vrijwillige giften van Gods volk te verzekeren tot onderhoud van zulke nieuwe plantingen.

 

De Here ziet menigmaal dat Zijn werkers in twijfel verkeren aangaande wat zij, behoorden to doen. Bij zulke gelegenheden zal Hij, wanneer zij hun vertrouwen op Hem stellen, hun Zijn wil openbaren. Gods werk moet zich nu snel uitbreiden, en wanneer Zijn volk aan Zijn roepstem gehoor wil geven, zal Hij degenen, die eigendommen hebben, gewillig maken om van hun middelen af te staan, en het op die wijze mogelijk maken, Zijn werk op aarde te voleindigen.

 

“Het geloof is een vaste grond der dingen, die men hoopt, en een bewijs der zaken, die men niet ziet.” Hebr. 11:1. Geloof in Gods woord zal Zijn volk eigendommen in handen doen komen, dat hen in staat zal stellen to werken in de grote steden, die op de boodschap der waarheid wachten.

 

De koude, vormelijke, ongelovige wijze, waarop sommige van de arbeiders hun werk doen, is een grote belediging, de Geest van God aangedaan.

 

 De apostel Paulus. zegt: “Doe alle dingen zonder morren en meningsverschillen, opdat u onberispelijk en zuiver zult zijn, kinderen van God, smetteloos te midden van een verkeerd en ontaard geslacht, waaronder u schijnt als lichten in de wereld door vast te houden aan het Woord des levens, mij tot roem met het oog op de dag van Christus, dat ik niet tevergeefs gelopen en ook niet tevergeefs gearbeid heb. Maar al word ik ook als een plengoffer geofferd bij het offer en de bediening van uw geloof, dan verblijd ik mij en ik verblijd mij met u allen.” Fil. 2: 14-17. (HSTV)

 

Wij, moeten in elkander dat levend geloof opwekken, hetwelk in Christus is, dat iedere gelovige kan bezitten. Het werk moet voortgezet worden, nadat de Here  weg bereidt. Wanneer Hij Zijn volk op moeilijke plaatsen brengt, is het hun voorrecht om samen te komen om te bidden, eraan gedenkende dat alle, dingen van God komen. Zij, die nog niet gedeeld hebben in de moeilijke ervaringen, die aan het werk in deze laatste dagen verbonden, zijn, zullen, weldra door tonelen moeten gaan, die hun vertrouwen op God zwaar op de proef zullen stellen. Het is juist dan wanneer Zijn volk geen kans ziet om verder te gaan., met de Rode Zee vóór zich en het achtervolgen de leger achter zich, dat God hun last geeft om “voort te trekken.” Hij werkt op die wijze om hun geloof op do proef te stellen. Wanneer zulke ervaringen de uwe worden, ga dan voort, op Christus vertrouwende.  Ga stap voor stap voort op de weg, die Hij u aangegeven heeft. Beproevingen zullen komen doch ga maar voort. Dat zal u een ervaring geven, die uw ‘geloof in God sterken, en u bekwamen zal voor de dienst

van God.

 

Een voorbeeld van Christus

 

Er moet een diepere en rijkere ervaring in zaken van godsdienst tot Gods volk komen. Christus is ons voorbeeld. Indien wij door een levend geloof en geheiligde gehoorzaamheid aan Gods woord de liefde en genade van Christus openbaren; indien wij tonen een waar begrip te hebben van Gods leidende voorzienigheid in het werk, zullen wij de wereld een overtuigende kracht gewaar doen worden. Een hoge positie geeft ons geen waarde voor Gods aangezicht. De mens wordt gerekend naar zijn toewijding en getrouwheid in het doen van Gods wil. Wanneer het overblijvende volk van God in ootmoedigheid en geloof voor Hem wil wandelen, zal Hij door middel van hen Zijn eeuwig voornemen uitvoeren, en hen in staat stellen an eensgezind te werken om de waarheid, gelijk die in Jezus is, aan de wereld bekend te maken. Hij zal iedereen gebruiken – mannen, vrouwen en kinderen, om het licht in de wereld te laten schijnen, en een volk uit te leiden, dat trouw zal zijn aan Zijn geboden. Door het geloof dat Zijn volk in hem oefent, zal God aan de wereld bekend maken., dat Hij, de ware God, de God van Israël is.

 

“Alleenlijk wandelt waardiglijk het Evangelie van Christus,”zo vermant de apostel Paulus, opdat, hetzij ik kom en u zie, hetzij ik afwezig ben, ik van uw zake moge horen, dat gij in n geest, met n gemoed gezamenlijk strijdende door het geloof van het evangelie; en dat gij in geen ding verschrikt wordt van degenen, die tegenstaan, hetwelk hun wel een bewijs is des verderfs, maar u der zaligheid, en dat van God. Want u is uit genade gegeven in de zaak van Christus, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden.”

 

“Indien er dan enige vertroosting is in Christus, indien er enige troost is der liefde, indien er enige gemeenschap is des Geestes, indien er enige innerlijke bewegingen en ontfermingen zijn; Zo vervult mijn blijdschap, dat gij moogt eensgezind zijn, dezelfde liefde hebbende, van een gemoed en van een gevoelen zijnde.”

 

“Een iegelijk zie niet op het zijne, maar een iegelijk zie ook op hetgeen der  anderen is. Want dat gevoelen zij in u, hetwelk ook in Christus Jezus was; Die in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft Gode even gelijk te zijn;

Maar heeft Zichzelven vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is den mensen gelijk geworden;

En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises.

Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd, en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven allen naam is;

Opdat in den Naam van Jezus zich zou buigen alle knie dergenen, die in den hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn.

En alle tong zou belijden, dat Jezus Christus de Heere zij, tot heerlijkheid Gods des Vaders.

Alzo dan, mijn geliefden, gelijk gij te allen tijd gehoorzaam geweest zijt, niet als in mijn tegenwoordigheid alleen, maar veelmeer nu in mijn afwezen, werkt uws zelfs zaligheid met vreze en beven: ant het is God, Die in u werkt beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen.  Filipp. 1: 27-30; 2: 1-13.

 

Ik heb last ontvangen en deze woorden aan onze mensen in Zuid – Carlifornië voor te leggen Iedere plaats, waar een kerk gevestigd is, heeft er behoefte aan, want er zijn vreemde ervaringen in onze gelederen waargenomen.

 

Het is nu tijd, dat de mensen hun hart voor God verootmoedigen, en leren zullen om volgens Zijn manier te werken. Laat degenen., die getracht hebben, over hun medewerkers te heersen, hun best doen om te weten to komen, van welke geest zij zijn. Zij moeten de Here met vasten en bidden en in ootmoed van ziel zoeken.

 

Christus gaf in Zijn leven op aarde een voorbeeld, dat iedereen veilig volgen kan. Hij stelt Zijn kudde, op prijs, en wil niet dat er een macht over hen gesteld wordt, die hun vrijheid in Zijn dienst beperken zal. Hij heeft nimmer de mens tot heerser over Zijn erfdeel gesteld. Ware Bijbels godsdienst zal tot zelfbeheersing leiden, niet tot heerschappij over elkander. Als volk hebben wij een grotere mate van de Heilige Geest nodig, opdat wij de plechtige boodschap, die God ons toevertrouwd heeft, zonder zelfverheffing zullen verspreiden.

 

Broeders en zusters, houdt uw bestraffende woorden voor uzelf. Leert de kudde Gods om op Christus te zien, niet op de dwalende mens. Iedere ziel, die een  leraar der waarheid wordt, moet in zijn eigen leven de vruchten der heiligheid voortbrengen.

 

Wanneer hij op Christus ziet en Hem navolgt, zal hij de zielen, die onder zijn zorg staan, tot een voorbeeld stellen van wat een levende, lerende Christen zijn zal. Laat God u Zijn weg leren. Vraagt Hem dagelijks om Zijn wil te leren kennen. Hij, zal aan een ieder die Hem met een oprecht hart zoekt, onfeilbare raad schenken. Wandelt waardiglijk de roeping, waarmede u geroepen zijt, God in uw dagelijkse wandel, zowel als in uw gebeden prijzende. Door het Woord des levens op die wijze te verkondigen, zult gij zielen ertoe bewegen om volgelingen van Christus to worden.

 

Aan de werkers in Zuid – Carlifornie

 

(Gelezen op de Los Angeles, Cal. Campmeeting, 15-31 aug.1907 en later gepubliceerd in het traktaat, “Jehovah is our King.”)

 

Ik kan vanmorgen niet rusten. Mijn hart is bezwaard over

de staat van zaken in Zuid – Californië  God heeft aan ieder mens zijn werk gegeven, maar er zijn sommigen, die niet biddend hun persoonlijke verantwoordelijkheid overwegen.

 

Wanneer een werker voor een ambt gekozen wordt, geeft dat ambt op zichzelf hem niet de kracht en bevoegdheid hiervoor, die hij voorheen niet had. Een hoge positie verleent aan hat karakter geen christelijke deugden. De man, die veronderstelt dat zijn eigen verstand in staat is om plannen en ontwerpen

voor, alle afdelingen van het werkte maken, openbaart een

groot gebrek aan wijsheid. Geen menselijk verstand is bevoegd om alleen de vele en verschillende verantwoordelijkheden van een conferentie te dragen, die duizenden mensen en vele vertakkingen van het werk insluit.

 

Maar er is mij een groter gevaar dan dit geopenbaard in

De gevoelens, die onder onze werkers toegenomen is, dat predikanten en andere, arbeiders voor de aanwijzing van hun plichten afhankelijk moeten zijn’ van de opvattingen van bepaalde belangrijke arbeiders. Het verstand en het oordeel van één  mens moeten niet bevoegd geacht worden om een ‘conferentie te besturen en te leiden. Een ieder voor zich en de kerk dragen hun eigen verantwoordelijkheden. God heeft aan ieder mens het een of ander talent of talenten geschonken, om die te gebruiken en te ontwikkelen.  Door het gebruik van deze talenten vermeerdert hij of zij hun bevoegdheid om te dienen. God heeft aan iedere afzonderlijke persoon een oordeel gegeven, en Hij wil dat Zijn werkers deze gift gebruiken en ontwikkelen zullen. De president van een conferentie moet niet menen, dat zijn persoonlijk oordeel het oordeel van allen moet bepalen.

 

In geen enkele conferentie moeten voorstellen haastig aangenomen worden, zonder dat de broeders en zusters zich de tijd gunnen om alle kanten van de kwestie zorgvuldig te, overwegen. Omdat de president van een conferentie zekere plannen voorstelde is het somtijds onnodig geacht, de Here er over te raadplegen. Op die wijze zijn er voorstellen aangenomen die geen geestelijk  voordeel voor de gelovigen waren, en die veel meer inhielden, dan bij de eerste vluchtige overweging opgemerkt word. Zulke dingen zijn niet volgens Gods weg. Veel, zeer veel zaken zijn naar voren gebracht en door stemming aangenomen, die veel meer inhielden, dan zij, die stemden, verwachtten, en veel meer, dan, waarin zij, die stemden, gewillig geweest zouden zijn om toe te stemmen, indien zij, zich de tijd gegund hadden om de kwestie van alle kanten te overwegen.

 

In deze tijd mogen wij onder geen voorwaarde zorgeloos of nalatig zijn, in het werk van God. Wij moeten de Here iedere dag ernstig zoeken, wanneer wij bereid wensen te zijn voor de ervaringen, die wij, zullen ontmoeten. Onze harten moeten wan ieder gevoel van hoogmoed gereinigd worden en de levende beginselen van de waarheid moeten in de ziel worden ingeplant. Jongen, ouden en middelbaren moeten thans de deugden van het karakter van Christus in beoefening brengen. Zij moeten zich dagelijks meer geestelijk ontwikkelen, opdat zij vaten ter ere mogen worden in de dienst van de Meester.

 

“En het geschiedde, toen Hij in een zekere plaats was biddende, als Hij ophield, dat een van Zijn discipelen tot Hem zeide: Heere, leer ons bidden, gelijk ook Johannes zijn discipelen geleerd heeft.” Lukas 11:1. Het gebed dat Christus Zijn

 

discipelen in antwoord op dit verzoek gaf, is niet in hoogdravende taal, maar drukt in eenvoudige bewoordingen de behoeften wan de ziel uit. Het is kort, en handelt direct over dagelijkse behoeften. Iedere ziel heeft het voorrecht om aan

de Here zijn eigen bijzondere behoeften voor te leggen, en zijn persoonlijk dankoffer te brengen voor de zegeningen. Die hij dagelijks ontvangt, maar de vele lange geesteloze, ongelovige gebeden, die tot God worden opgezonden, zijn Hem tot last, inplaats dat Hij er zich over verblijdt.

 

Wij hebben o zo veel behoefte aan reine bekeerde harten. Het is nodig voor ons, dat ons geloof gesterkt worde. “Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden.” Matth. 7: 7.

 

Het is nodig dat wij zelf leren op dit woord te vertrouwen, en dat het licht en de genade van Christus in ons werk weerkaatst wordt. Het is nodig dat wij ons aan Christus vastklemmen, en Hem vasthouden totdat wij weten dat de kracht van Zijn hervormende genade aan ons geopenbaard is. Wij moeten geloof in Christus hebben, indien wij het goddelijk karakter willen weerkaatsen. Christus bekleedde Zijn Goddelijkheid met menselijkheid, en leidde een leven van gebed en zelfverloochening, en van. dagelijkse strijd tegen de verzoeking, ten einde bij machte te zijn, om degenen, die heden door verzoeking worden aangevallen, te helpen. Hij is onze sterkte en kracht. Hij, verlangt, dat de mensheid door de toe-eigening van Zijn genade de Goddelijke natuur deelachtig zal worden, en op die wijze het verderf’ ontvlieden dat in de wereld is door de begeerlijkheid. Het Woord van God in het Oude en Nieuwe Testament, zal, wanneer het getrouw onderzocht en in het leven opgenomen wordt, geestelijke wijsheid en leven geven. Dit Woord moet  hooggeschat en heilig gehouden worden. Geloof in het woord van God en in de kracht van Christus om het leven te hervormen, zal de gelovige in staat stellen Zijn werken te doen, en een leven van Blijdschap in de Here te leiden.

 

Keer op keer heb ik last ontvangen om tot onze mensen te zeggen: Laat uw geloof en vertrouwen op God zijn. Weest niet afhankelijk van een zondig mens om uw plicht, voor te laten schrijven. Het is uw voorrecht te zeggen: Ik zal “Uw Naam aan Mijn broederen vertellen; in het midden der gemeente zal ik U prijzen. Gij, die den HEERE vreest! prijst Hem; al gij zaad van Jakob! vereert Hem; en ontziet u voor Hem, al gij zaad van Israel!

Want Hij heeft niet veracht, noch verfoeid de verdrukking des verdrukten, noch Zijn aangezicht voor hem verborgen; maar Hij heeft gehoord, als die tot Hem riep. Van U zal mijn lof zijn... ik zal mijn geloften betalen in tegenwoordigheid dergenen, die Hem vrezen.

De zachtmoedigen zullen eten en verzadigd worden; zij zullen den Here prijzen, die Hem zoeken; ulieder hart zal in eeuwigheid leven. Psalm 22: 22-26.

 

Deze teksten zijn zeer toepasselijk. Ieder kerklid moet begrijpen, dat God het is tot Wie men moet opzien om te verstaan wat, zijn persoonlijke plicht is. Het is goed dat broeders samen raadplegen; maar wanneer mensen willen zeggen, wat. hun broeders moeten doen, laat hen dan antwoorden, dat zij de Here tot hun Raadsman gekozen hebben. Zij, die Hem in ootmoedigheid willen zoeken, zullen ondervinden, dat Zijn genade hun genoeg is. Maar wanneer de ene mens toelaat dat een ander zich stelt tussen hem en de plicht, die God hem heeft aangewezen, en hij zijn vertrouwen aan de mens schenkt en hem tot leidsman neemt, dan stapt hij van het ware platform af en plaatst zich op een dat vals en gevaarlijk is. Zulk een mens zal, in plaats van op te wassen en zich te ontwikkelen,. zijn geestelijke leven verliezen.

 

Er is geen kracht in enig mens om een gebrekkig karakter te helen. Als afzonderlijke personen moet onze hoop en ons vertrouwen zjn op Eén, die meer dan menselijk is. Wij moeten er altijd aan denken, dat wij onze hulp besteld hebben bij een Held. De Here heeft de nodige hulp, beschikt voor iedere ziel,

Die, hem wil aannemen.

(Eerst gepubliceerd in “Special Testimonies, Serie B. No 10, “Jehovah is our King.”)

 

Ik ben een klein jongeling

 

Bij, het. begin van zijn regering bad. Salomo: “Here mijn God! Gij hebt uw knecht koning gemaakt in de plaats van mijn vader David; en ik ben een klein jongeling, ik. weet niet uit te gaan noch in te gaan.” 1 Kon. 3: 7.

 

Salomo was zijn vader David op de troon van Israël opgevolgd, God bewees hem grote eer, en, gelijk wij weten, werd hij in latere jaren de grootste, rijkste, en wijste koning, die ooit op een aardse troon gezeten heeft. Reeds in het begin van zijn regering bracht de Heilige Geest Salomo onder de indruk van de plechtigheid van zijn verantwoordelijkheid, en hoewel hij veel talenten en bekwaamheid bezat, besefte hij dat hij zonder goddelijke hulp hulploos was als een kind om eraan te voldoen. Salomo was nimmer zó rijk, of zó wijs, of zó  waarlijk groot dan toen hij voor de Here beleed: “Ik ben een klein jongeling; ik weet niet uit te gaan noch in te gaan.”

 

Het was in een droom, waarin de Here aan hem verscheen, en tot hem zei: “Begeer wat Ik u geven zal,” dat Salomo op deze wijze uitdrukking gaf aan zijn gevoel van hulpeloosheid en behoefte aan Goddelijke hulp. Hij vervolgde: “Uw knecht een verstandig hart, om Uw volk te richten, verstandelijk onderscheidende tussen goed en kwaad; want wie zou dit Uw zwaar volk kunnen richten?”  

 

Die zaak nu was goed in de ogen des Heren, dat Salomo deze zaak begeerd had. En God zei tot hem:

Daarom dat gij deze zaak begeerd hebt, en niet begeerd hebt, voor u vele dagen, noch voor u begeerd hebt rijkdom, noch begeerd hebt de ziel uwer vijanden; maar hebt begeerd verstand voor u, om gerichtszaken te horen; Zie, Ik heb gedaan naar uw woorden; zie, Ik heb u een wijs en verstandig hart gegeven, dat uws gelijke voor u niet geweest is, en uws gelijke na u niet opstaan zal.

Zelfs ook wat gij niet begeerd hebt, heb Ik u gegeven, beide rijkdom en eer; dat uws gelijke niemand onder de koningen al uw dagen zijn zal. En zo gij in Mijn wegen wandelen zult, onderhoudende Mijn inzettingen en Mijn geboden, gelijk als uw vader David gewandeld heeft, zo zal Ik ook uw dagen verlengen.

 

En Salomo waakte op, en ziet, het was een droom. En hij kwam te Jeruzalem, en stond voor de ark des verbonds des HEEREN, en offerde brandofferen, en bereidde dankofferen, en maakte een maaltijd voor al zijn knechten. (zie 1 Kon. 3: 8-15).

 

Iedereen, die een verantwoordelijke plaats bekleedt moet de les leren, die uit het nederig gebed van Salomo geleerd wordt. Iedereen moet in gedachten houden, dat iemands positie nooit het karakter veranderen, of een mens onfeilbaar maken zal. Hoe hoger de positie is, die een mens inneemt, des te groter is de verantwoordelijkheid, die hij draagt, des te omvangrijker zal de kring zijn van de invloed, welke hij uitoefent, en des te groter zijn behoefte om zijn afhankelijkheid van de wijsheid en kracht Gods te gevoelen, en het beste en heiligste karakter te ontwikkelen. Zij die een verantwoordelijke plaats in de zaak van God innemen, moeten er altijd aan denken, dat God, met de roeping tot het werk, hen eveneens geroepen heeft om voorzichtig to wandelen voor Zijn aangezicht en voor hun medemensen. In plaats van het een plicht te achten om bevelen, voor te schrijven en te gelasten, moeten zij beseffen, dat zij zelf leerlingen moeten zijn.

 

Wanneer een verantwoordelijke werker in gebreke blijft deze les te leren, zal het voor hem zelf en het werk van God beter zijn wanneer hij zo snel mogelijk van zijn verantwoordelijkheid ontheven wordt. Positie zal nooit heiligheid en uitnemendheid van karakter verlenen. Hij, die God eert, en Zijn geboden bewaart, wordt zelf geëerd.

 

De vraag, die ieder zich in alle ootmoed moet afvragen, is: “Ben ik voor deze positie bekwaam? Heb ik geleerd de weg des Heren te houden, en gerechtigheid en recht te doen?” Het voorbeeld van de Heiland op de aarde is ons gegeven, opdat wij niet in onze eigen kracht zouden wandelen, maar dat ieder zich een “klein jongeling”, gelijk Salomo het uitdrukt, beschouwen.
 

“Navolgers Gods, als geliefde kinderen”

 

Iedere waarlijk bekeerde ziel kan zeggen: “Ik ben maar een kind; maar ik ben Gods kind.” Het was door betaling van een oneindige grote prijs, dat er voorziening getroffen werd om het mensengeslacht weer tot het kindschap Gods te kunnen herstellen. In de beginn schiep God de mens naar Zijn beeld. Onze eerste ouders luisterden naar de stem van de verleider, en gaven zich over aan de macht van satan. Maar de mens werd niet overgelaten aan de gevolgen van het kwaad, dat hij koos. De belofte van een Verlosser werd gegeven. “Ik zal vijandschap zetten tussen u en deze vrouw,” zei God tot de slang, “en tussen uw zaad en tussen haar zaad datzelve zal u de kop vermorzelen, gij zult het de verzenen vermorzelen.” Gen. 3: 15  Voordat Zij hoorden van de doorn en de distel, van het leed en het werk in het zweet huns aanschijns, dat hun deel zou zijn, of van het stof, tot hetwelk zij moesten wederkeren, luisterden zij naar de woorden, die niet anders konden doen dan hun hoop geven. Al wat zij verloren hadden door gehoor te geven aan satan, kon door Christus weer terug verkregen worden.

 

De Zoon Gods werd gegeven om het mensdom te verlossen. Met oneindig lijden stierf de zondeloze voor de zondaren, en werd de prijs betaald, die het, geslacht der mensen uit de macht van de moordenaar verlossen en hen weer tot het beeld Gods herstellen zou. Zij die de verlossing, die hun in Christus toegebracht wordt, aannemen, zullen zich als kleine kinderen voor God verootmoedigen.

 

God wil dat Zijn kinderen om die dingen zullen vragen, die Hem in staat zullen stellen, door middel van hen Zijn genade aan de wereld te openbaren. Hij wil dat zij zijn raad zoeken en Zijn macht erkennen zullen. Christus legt liefderijke verplichtingen op, aan allen, voor wie Hij Zijn leven gegeven heeft zij moeten Zijn wil gehoorzaam zijn, indien zij in de vreugde willen delen, die Hij, bereid heeft voor degenen, die hier Zijn karakter weerspiegelen. Het is goed voor ons dat wij onze zwakheid gevoelen, want dan zullen wij de kracht en de wijsheid zoeken, die het de Vader behaagt, aan Zijn kinderen te geven in hun dagelijkse strijd tegen de machten wan het kwade.

 

Terwijl opvoeding, opleiding, en de raad van ervaren mensen alle noodzakelijk zijn, moeten de werkers geleerd worden, dat zij zich niet geheel en al op het oordeel van één enkel mens moeten vertrouwen. Als Gods vrije werkkrachten moeten zij wijsheid van Hem vragen. Wanneer de leerling geheel en al afhankelijk is van de gedachten van een ander, diens plannen overneemt, en niet verder gaat, dan is hij slechts een echo van een ander mens.

 

Het loon van ernstig streven

 

“Zo iemands werk blijft, dat hij daarop gebouwd heeft, die zal loon ontvangen.” 1 Cor. 3:14.

 

Heerlijk zal het loon zijn, dat geschonken wordt, wanneer de getrouwe werkers zieh rondom de troon van God en het Lam vergaderen. Toen Johannes als sterveling de heerlijkheid van God aanschouwde, viel hij als dood neer, hij kon het gezicht ervan niet verdragen. Maar wanneer de kinderen Gods onsterfelijkheid zullen aangedaan hebben, zullen zij “Hem zien gelijk Hij is.” 1 Joh. 3: 2. Zij, zullen vóór de troon staan, aangenomen in de Geliefde. Al hun zonden zijn uitgewist, al hun overtredingen weggenomen. Nu kunnen zij de volle heerlijkheid van de troon van God aanschouwen. Zij hebben gemeenschap gehad aan het lijden van Christus, zij zijn medearbeiders geweest in het verlossingsplan, en zijn met Hem de vreugde deelachtig van zielen behouden te zien in het koninkrijk Gods, om God daar in alle eeuwigheid te prijzen.

 

Mijn broeder, mijn zuster, ik wil u aansporen, om u voor te bereiden, voor de komst van Christus op de wolken des hemels. Werp dag na dag de liefde tot de wereld uit uw harten uit. Versta bij ondervinding wat het zeggen wil, Christus deelachtig te zijn. Bereid u voor op het oordeel, opdat, wanneer Christus zal komen om verheerlijkt te worden in al degenen, die in Hem geloven, u tot degenen behoren moogt, die Hem in vrede ontmoeten zullen. In die dag zullen de verlosten blinken van de heerlijkheid des Vaders en des Zoons.  De engelen zullen hun gouden harpen bespelen, en de Koning verwelkomen met Zijn zegetekenen, – hen, die gewassen er wit gemaakt. zijn in het bloed van het Lam. Er zal een triomflied weerklinken, en de gehele hemel vervullen. Christus heeft overwonnen. Hij treedt de hemelhoven binnen, vergezeld van Zijn verlosten, die getuigen zijn dat zijn zending van lijden en opoffering niet tevergeefs is geweest.

 

De opstanding en hemelvaart van onze Here zijn een stellig bewijs van de overwinning van de heiligen Gods over dood en graf, en een waarborg dat de hemel openstaat voor al degenen, die hun karakterklederen gewassen en wit gemaakt hebben in het bloed van het Lam. Jezus voer op tot de Vader als vertegenwoordiger van het geslacht der mensen, en God zal hen, die Zijn beeld weerspiegelen, tot zich opnemen, om Zijn heerlijkheid te aanschouwen, en die met Hem te delen.

 

Er zijn woningen voor de pelgrims van de aarde. Er zijn klederen voor de rechtvaardigen, met kronen van heerlijkheid en palmtakken van overwinning. Alles wat ons in de voorzienigheid Gods onverklaarbaar geweest is, zal in de toekomstige wereld duidelijk worden. De dingen, die moeilijk te verstaan waren, zullen dan verklaard worden. De verborgenheden der genade zullen voor ons worden opengelegd. Waar ons eindig verstand slechts verwarring en gebroken beloften ontdekte, zullen wij de volkomenste en schoonste overeenstemming zien. Wij zullen weten, dat oneindige liefde de ervaringen, die het zwaarst schenen, beschikte. Wanneer wij, de tedere zorg beseffen van Hem, die alle dingen doet samenwerken tot ons welzijn, zullen wij ons verheugen met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde.

 

In de atmosfeer van de hemel kan geen leed bestaan. In de

woonplaats der verlosten zullen geen tranen, geen lijkstoeten, geen rouwbanden zijn. “Geen inwoner zal zeggen: Ik ben ziek, want het volk, dat daarin woont, zal vergeving van ongerechtigheid hebben.” Jes. 33:2.4.  Een zwellende stroom van gelukzaligheid zal vloeien en dieper worden met het voortrollen van de eeuwigheid.

 

Wij verkeren nog te midden van de schaduw en het gewoel van de dagelijkse beslommeringen. Laat ons het gezegende hiernamaals in hoogst ernstige overweging nemen. Laat ons geloof door iedere wolk van duisternis heendringen, en Hem aanschouwen, die voor de zenden van de wereld stierf. Hij heeft de poorten van het paradijs geopend voor allen, die Hem aannemen en in Hem geloven. Hij, geeft hun de rnacht om zonen en dochteren Gods te worden.  Laat de beproevingen, die ons zo diep grieven, lessen vol lering worden, en ons aansporen, om te jagen naar het wit, tot de prijs van onze roeping in Christus. Laat ons moed vatten door de gedachte, dat de Here spoedig komen zal. Laat deze. hoop onze harten verblijden: “Nog een zeer weinig tijds en Hij, Die te komen staat, zal komen, en niet vertoeven. Hebr. 10: 37,, Zalig zijn de dienstknechten, welke hun Here, als Hij, kamt, zal wakende vinden.

 

Wij, zijn op weg naar huis. Hij, die ons zo liefgehad heeft, dat voor ons gestorven is, heeft voor ons een stad gebouwd. Het Nieuwe Jeruzalem is onze rustplaats. Er zal geen droefheid in de stad Gods wezen, klachten en treurzangen over vervlogen hoop en veborgen leed, zullen nimmermeer gehoord worden, Weldra zullen de klederen der rouw gewisseld worden voor de bruiloftsklederen. Al spoedig zullen wij getuigen zijn van de kroning van onze Koning. Zij, wier leven verborgen, is met Christus, zij die op aarde zijnde, de goede strijd des geloofs gestreden hebben, zullen blinken met de heerlijkheid van de Verlosser in het koninkrijk Gods.

 

Het zal niet lang meer zijn vóór wij Hem zien zullen, in Wie al onze hoop op het eeuwige leven zijn middelpunt vindt. En in Zijn tegenwoordigheid zullen alle beproevingen en al het lijden van dit leven als niets wezen.  “Werp dan uw vrijmoedigheid niet weg, die een grote beloning met zich meebrengt. Want u hebt volharding nodig, opdat u, na het volbrengen van de wil van God, de belofte zult verkrijgen. Want: Nog een heel korte tijd en Hij Die komt, zal komen en niet uitblijven.” Hebr. 10:  37(HSTV).

 

Ziet omhoog, en laat uw geloof voortdurend toenemen. Laat dit geloof u langs de ene weg leiden die door de poorten van de stad Gods voort in het grote Daarboven, de wijde, onbegrensde toekomst der heerlijkheid, die voor de verlosten is. “Wees daarom geduldig, broeders, tot de komst van de Heere. Zie, de landbouwer verwacht de kostbare vrucht van het land, en heeft daarbij geduld, totdat het de vroege en late regen zal hebben ontvangen. U moet ook geduldig zijn en uw hart versterken, want de komst van de Heere is nabij. Jakobus 5: 7-8 (HSTV).

(Testimonies 9, p.246– 287, E.G. White)