|
|
||
| You are home- www.agp-internet.com/react- ellenwhite.nl.nu - Themasite Ellen G. White | ||
|
Werk voor Godsdienstvrijheid
(19)
“Roept vrijheid uit in het land voor al zijn inwoners,” - “Zijt dan voorzichtig gelijk de slangen, en oprecht gelijk de duiven.” Lev.25: 10 Matth 10: 16.
De tijd van beproeving staat ons te wachten
Een tijd van grote beproeving ligt vóór ons. Het past ons thans om al onze vermogens en gaven tot bevordering van het werk Gods aan te wenden. De krachten die de Here ons geschonken heeft, moeten gebruikt worden om op te bouwen, niet om af te breken. Zij, die onwetend bedrogen zijn geworden moeten niet in die toestand blijven. De Here spreekt tot Zijn boodschappers: Gaat tot hen, en verklaart hun wat Ik gezegd heb, hetzij dat zij het horen zullen, of dat zij het laten zullen.
De tijd ligt vlak vóór ons, dat er vervolging zal komen tegen hen, die de waarheid verkondigen. Het vooruitzicht is niet vleiend, maar laat ons desniettegenstaande onze pogingen niet opgeven om hen te redden, die op het punt staan verloren te gaan, en voor wier losprijs de Vorst des hemels Zijn dierbaar leven opgeofferd heeft. Wanneer het ene middel mislukt, probeer dan iets anders. Onze pogingen moeten niet dood en levenloos wezen. Laat ons, zolang ons leven gespaard blijft, voor God werken. In alle eeuwen van de kerk hebben de door God aangestelde boodschappers zich blootgesteld aan smaad en vervolging terwille van de waarheid. En waar Gods volk, ook gedwongen mag worden te gaan, zelfs al werden zij, gelijk de geliefde apostel, naar woeste eilanden verbannen, Christus zal weten waar zij zijn, en zal hen sterken en zegenen, en met vrede en blijdschap vervullen.
Spoedig zal er over de gehele wereld moeite zijn. Het past iedereen om te trachten God te leren kennen. Wij hebben geen tijd te verliezen. De boodschap moet met ernst en ijver gegeven worden “O, alle dorstigen, kom tot de wateren, en u die geen geld hebt, kom, koop en eet, ja, kom, koop zonder geld, zonder prijs, wijn en melk. Jesaja 55: 1 (zie ook Joh. 7: 37,38)
Alzo zegt de HEERE: Bewaart het recht, en doet gerechtigheid; want Mijn heil is nabij om te komen, en Mijn gerechtigheid om geopenbaard te worden. Welgelukzalig is de mens, die zulks doet, en des mensen kind, dat daaraan vasthoudt; die den sabbat houdt, zodat gij dien niet ontheiligt, en die zijn hand bewaart van enig kwaad te doen. Jesaja 56: 1,2
Hij laat de gemeente reinigen, gelijk Hij de tempel bij de aanvang en het einde van Zijn bediening op de aarde, gereinigd heeft. Al wat Hij als toets en beproeving over de gemeente laat komen, heeft ten doel om in Zijn volk een diepere vroomheid en grotere kracht te ontwikkelen, om de overwinningen van het kruis naar alle delen van de wereld te brengen. Hij heeft voor allen een werk to doen. Er moet een voortdurende uitbreiding en vooruitgang zijn. Het werk moet zich van stad tot stad, van land tot land, van volk tot volk uitstrekken, en zich voortdurend voorwaarts om omhoog bewegen, bevestigd, versterkt, en gefundeerd.
“Het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond, vol van genade en waarheid.” Maar zij, die Christus kwam redden, wilden niets met Hem te doen hebben. “Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.” Joh. 1: 14, 11, Zichzelven aan satans heerschappij overgevende, verwierpen zij de Messias, en zochten naar een gelegenheid om Hem ter dood te brengen.
Satan en zijn engelen besloten om de dood van Christus zo vernederend mogelijk te maken. Zij vervulden de harten van de Joodse leiders met gevoelens van bittere haat tegen de Heiland. Door de vijand beheerst, zetten de priesters en oversten de scharen op om zich tegen de Zoon van God te verklaren. Behalve Pilatus’ verklaring van Zijn onschuld, sprak niemand een woord ten gunste van Hem. En zelfs Pilatus, die wist dat Hij onschuldig was, gaf Hem over aan de beledigingen van de mensen, die onder de heerschappij van satan stonden.
In da naaste toekomst zullen er soortgelijke gebeurtenissen plaats vinden. De mensen zullen wetten instellen en streng doorvoeren, die in directe tegenstelling van de wet van God zijn. Hoewel ijverig in het toepassen van hun eigen geboden, zullen zij zich afkeren van een duidelijk, “Zo zegt de Here.” Een onechte rustdag verhogende, zullen zij trachten de mensen te dwingen de wet van Jahweh, het afschrift van Zijn karakter, te onteren. Hoewel onschuldig aan het doen van enig kwaad, zullen de dienstknechten Gods overgegeven worden om vernedering en smaad to lijden van de kant van hen, die door satan aangedreven, met nijd en godsdienstige haat vervuld zijn.
Godsdienstige machten,
belijdende met de hemel
verbonden te zijn, en die er
aanspraak op maken, de
karaktertrekken van het Lam
te hebben, zullen door hun
daden bewijzen, dat hun hart
dat van een draak is, en dat
zij door satan aangezet en
beheerst worden. De tijd
komt, dat Gods volk de hand
van de vervolging voelen
zal, omdat zij de zevende
dag heilig houden, Satan
heeft de verandering van de
sabbat veroorzaakt in de
hoop, zijn voornemen om Gods
plannen schipbreuk. te doen
lijden en te kunnen
doorkruisen. Hij tracht de
geboden Gods van minder
kracht te maken in de wereld
dan de wetten van mensen. De
mens der zonde, die meende
tijden en wetten te
veranderen, en die het volk
van God altijd onderdrukt:
heeft, zal wetten laten
uitvaardigen, die de viering
van de eerste dag van de
week verplichtend maken.
Maar Gods volk moet pal
blijven staan voor Hem. De
Here zal voor hen werken, en
duidelijk bewijzen dat Hij
de God der goden is.
Niemand moet Zijn bevel ongehoorzaam worden ten einde aan vervolging to ontkomen. Naar laat iedereen de woorden van Christus betrachten “Wanneer zij u dan in deze stad vervolgen, vliedt in de andere.” Matth. 10: 23. Indien het vermeden kan worden, plaats uzelf den niet in de macht van mensen, die door de geest van de Antichrist gedreven worden. Al wat wij kunnen doen, moet gedaan worden, opdat zij, die gewillig zijn om voor de waarheid te lijden, voor onderdrukking en wreedheid gespaard mogen worden.
Christus is ons voorbeeld. Het vaste besluit van de Antichrist om de opstand, die hij in de hemel begon, voort te zetten, zal in de kinderen der ongehoorzaamheid blijven voortwerken. Hun nijd en haat tegen hen, die het vierde gebed gehoorzamen, zal steeds bitterder worden, Maar Gods volk moet zijn banier niet verbergen. Zij moeten de geboden Gods niet ongehoorzaam zijn, en om een gemakkelijk leven te leiden, met de menigte meegaan om kwaad te doen.
De Here moedigt iedereen aan, die Hem met Zijn ganse hart zoekt. Hij geeft hun Zijn Heilige Geest, de openbaring van Zijn tegenwoordigheid en gunst. Maar zij, die God verlaten, ten einde hun leven te redden, zullen door Hem verlaten worden. Door te zoeken hun leven te redden, door het opgeven van de waarheid, zullen zij het eeuwige leven verliezen.
De nacht der beproeving is bijna voorbij. Satan stelt zijn beste krachten in werking, omdat hij weet dat zijn tijd kort is. De kastijding Gods die over de wereld is gekomen, om iedereen die de waarheid kent, op te roepen zich te verbergen in de spleet van de Rots, om de heerlijkheid Gods te aanschouwen. De waarheid moet nu niet verborgen worden Er moeten duidelijke verklaringen worden afgelegd. De waarheid moet, zonder te worden verbloemd, in blaadjes en pamfletten besproken worden, en die moeten als de bladeren in het najaar worden verspreid.
De kerk van het overblijfsel van de gemeente zal in grote beproeving en verdrukking gebracht worden. Zij, die de geboden Gods bewaren, en het geloof van Jezus hebben, zullen de toorn van de draak en zijn heirlegers moeten gevoelen. Satan telt de wereld tot zijn onderdanen; hij heeft de heerschappij over da afvallige kerken verkregen; maar hier is een klein gezelschap, dat zijn oppermacht weerstaat. Indien hij hen van de aarde kon uitroeien, zou zijn zegepraal volkomen zijn. Gelijk hij invloed uitoefende over de heidenevolken om Israël te verdelgen, zo ook zal hij in de naaste toekomst da goddeloze machten van de aarde aanzetten om Gods volk uit te roeien. Van iedereen zal geëist worden, dat hij gehoorzaam zal zijn aan de menselijke edicten, om de Goddelijke wet te schenden. Zij die trouw aan God blijven en hun plicht willen doen, zullen verraden worden, door oudere, broeders, magen en vrienden.” Lucas 21: 16.
“Hoort naar Mij, gijlieden, die de gerechtigheid kent, gij volk, in welks hart Mijn wet is! vreest niet de smaadheid van den mens, en voor hun smaadredenen ontzet u niet. Want de mot zal ze opeten als een kleed, en het schietwormpje zal ze opeten als wol; maar Mijn gerechtigheid zal in eeuwigheid zijn, en Mijn heil van geslacht tot geslachten. Jesaja 51: 7,8
Zondagswerk
Sanitarium, Cal. 17 aug. 1902.
Lieve Broeders: Ik zal trachten uw vraag to beantwoorden aangaande hetgeen u doen moet in geval de zondagswetten worden toegepast.
Het licht, dat mij door de Here geschonken werd, ten tijde toen wij juist zulk een crisis verwachtten als u, schijnt te naderen was wanneer de mensen door een macht van beneden gedreven zouden worden om de zondagsviering voor te schrijven, Zevende Dags Adventisten hun wijsheid liever moeten tonen, door zich op die dag van hun gewone werk te onthouden, om zendingswerk te doen.
Zich tegen de Zondagswetten te verzetten zal do godsdienstige ijveraars, die ze trachten door te voeren, slechts in hun vervolging sterken. Geeft hun geen gelegenheid om u als overtreders van de wet te noemen. Wanneer zij niets anders te doen hebben, dan mensen op te brengen, die God noch mens vrezen zal de nieuwigheid van het opbrengen er spoedig voor hen afgaan, en zullen zij, inzien, dat het niet consequent van hen is, en dat het ook niet gelegen komt om strikt te zijn met betrekking tot de Zondag viering. Ga voort met uw zendingswerk, met uw Bijbels in de hand, en de vijand zal zien dat hij zijn eigen zaak bedorven heeft. Men ontvangt niet het merkteken van het beest door te tonen dat men wijsheid bezit om vrede te bewaren door zich te onthouden van het werk dat aanstoot geeft, en tegelijkertijd een werk te doen heeft, dat van het allergrootste belang is.
Wanneer wij de zondag, aan zendingswerk wijden, zal de zweep aan de handen van de eigenmachtige dwepers ontvallen, die het zeer aangenaam geweest zou zijn, de Zevende Dags Adventisten te vernederen.
Wanneer zij zien, dat wij, ons Zondags bezig houden met de mensen op te zoeken om hun de Schrift te verklaren, zullen zij verstaan, dat het hun niets zei baten te trachten ons werk te hinderen door het maken van Zondagswetten.
De Zondag kan aangewend worden tot het doen van verschillende soorten van werk, waardoor veel voor de Here teweg gebracht zal worden. Op die dag kunnen er bijeenkomsten in de open lucht en in de huizen gehouden worden. Er kan werk van huis tot huis worden gedaan. Zij, die schrijven, kunnen die dag wijden aan het schrijven van hun artikelen. Waar het maar mogelijk is, moet op Zondag godsdienstoefening gehouden worden. Maak die bijeenkomsten uiterst belangwekkend. Zing echte opwekkingsliederen, en spreek met kracht en overtuiging van de liefde van de Heiland. Spreek over matigheid en ware godsdienstige ervaring. Op die wijze zult u veel leren aangande de wijze, waarop u werken kunt, en u zult veel zielen bereiken.
Laat de onderwijzers in onze scholen de zondag aan zendingswerk wijden. Mij werd gezegd dat zij op die wijze de planen me van de vijand zouden kunnen verijdelen. Laten de onderwijzers, de leerlingen met zich medenemen om bijeenkomsten te houden voor hen, die de waarheid niet kennen. Op die wijze zullen zij veel meer teweeg brengen, dan zij op enige andere manier zouden kunnen bereiken.
God heeft ons duidelijke aanwijzingen gegeven met betrekking tot ons werk. Wij moeten de waarheid aangaande de Sabbat des Heren verkondigen, om de breuk te verbinden, die in Zijn wet gemaakt is. Wij moeten alles doen wat wij kunnen om hen, die in onwetendheid verkeren, te verlichten; maar wij moeten ons nimmer verbinden met mensen van de wereld om geldelijke hulp te ontvangen.
Aangaande de kinderen Israëls lezen wij: En Ik voerde hen uit Egypteland, en bracht hen in de woestijn. Daar gaf Ik hun Mijn inzettingen, en maakte hun Mijn rechten bekend, dewelke, zo ze een mens doet, zal hij door dezelve leven. Daartoe ook gaf Ik hun Mijn sabbatten, om een teken te zijn tussen Mij en tussen hen, opdat zij zouden weten, dat Ik de HEERE ben, Die hen heilige. Maar het huis Israels werd wederspannig tegen Mij in de woestijn; zij wandelden in Mijn inzettingen niet, en verwierpen Mijn rechten; dewelke, zo ze een mens doet, zal hij door dezelve leven; en zij ontheiligden Mijn sabbatten zeer, dat Ik zeide, Mijn grimmigheid te zullen uitgieten over hen in de woestijn, om hen te verdoen. Maar Ik deed het om Mijns Naams wil, opdat die niet ontheiligd werd voor de ogen van die heidenen, voor welker ogen Ik hen uitvoerde. Evenwel hief Ik ook Mijn hand op tot hen in de woestijn, dat Ik hen niet zou brengen in het land, dat Ik hun gegeven had, vloeiende van melk en honig, hetwelk het sieraad is van alle landen; Daarom dat zij Mijn rechten verwierpen, en in Mijn inzettingen niet wandelden, en Mijn sabbatten ontheiligden; want hun hart wandelde hun drekgoden na. Doch Mijn oog verschoonde hen, dat Ik hen niet verdierf, en geen voleinding met hen maakte in de woestijn. Maar Ik zeide tot hun kinderen in de woestijn: Wandelt niet in de inzettingen uwer vaderen, en onderhoudt hun rechten niet, en verontreinigt u niet met hun drekgoden. Ik ben de HEERE, uw God, wandelt in Mijn inzettingen, en onderhoudt Mijn rechten, en doet dezelve. En heiligt Mijn sabbatten, en zij zullen tot een teken zijn tussen Mij en tussen ulieden, opdat gij weet, dat Ik, de HEERE, uw God ben. Ezech. 20:10-20
De Sabbat is de toets das Heren, en geen mens, of het koning, priester of heerser is, heeft gezag om tussen God en de mens to treden. Zij, die trachten een geweten voor hun medemensen te zijn, plaatsen zich boven God. Zij, die onder de invloed van een valse godsdienst staan, die een verkeerde rustdag houden, zullen het meest afdoende bewijs met betrekking tot de ware Sabbat verwerpen. Zij zullen trachten de mensen te dwingen, de wetten van hun eigen schepping te gehoorzamen, wetten die direct in tegenstelling met de wet van God zijn. Op hen, die deze gedragslijn blijven volgen, zal de toorn Gods vallen, tenzij zij veranderen, kunnen zij die straf niet ontgaan. De wet voor de viering van de eerste dag van de week is een uitvloeisel van een afvallige Christenheid. De Zondag is een kind van het pausdom, door de christenwereld boven de heilige dag van Gods rust verheven. In geen gevel mag Gods volk die dag eer bewijzen. Maar ik wil dat zij verstaan zullen, dat zij niet Gods wil doen door zich aan tegenstand bloot te stellen, wanneer Hij wil dat ze die zullen vermijden. Op die wijze doen zij zulk een bitter vooroordeel ontstaan, dat het onmogelijk is en de waarheid te verkondigen. Houdt geen demonstratie op Zondag tot uitdaging van de wet. Wanneer dit op één plaats gedaan wordt, en u wordt vernederd, zal het op een andere plaats worden herhaald. Wij kunnen de Zondag gebruiken als een dag tot het doen van werk, dat iets zal uitrichten voor de zaak van Christus. Wij moeten ons best doen, met alle zachtmoedigheid en nederigheid werkende.
Christus waarschuwde Zijn discipelen aangaande hetgeen zij in hun werk als evangelisten ontmoeten zouden. Hij wist, wat hun lijden zou zijn, welke beproevingen en moeilijkheden zij geroepen zouden zijn te verduren. Hij wilde de kennis van hetgeen hun te wachten stond niet voer hen verbergen, opdat onverwachts opkomende moeite hun geloof niet zou schokken. “Ik zeg het ulieden,” sprak Hij, “een het geschied is, opdat wanneer het geschied zal zijn, gij geloven moogt.” Hun geloof moest door het komen van beproevingen eerder gesterkt dan verzwakt worden, Zij zouden tot elkander zeggen: “Hij heeft ons gezegd, dat dit gebeuren zou, en wat wij moesten doen om er door to komen.”
“Ziet”, sprak Christus, “Ik zond u als schapen in het midden der wolven; zijt dan voorzichtig gelijk de slangen, en oprecht gelijk de duiven.” …...“Gij zult van allen gehaat worden om Mijn Naam maar die volstandig zal blijven tot het einde, die zal zalig worden.” Matth. 10: 16,22, Zij haatten Christus zonder oorzaak. Is het een wonder dat zij degenen haten, die Zijn merkteken dragen die in Zijn dienst staan? Zij worden het uitvaagsel van de aarde geacht.
“Wanneer zij u dan in deze stad vervolgen, vliedt in de andere.” Het is Gods wil niet, dat uw leven achteloos opgeofferd worden zal. “Want voorwaar zeg ik u: Gij zult uw reis door de steden Israels niet geeindigd hebben, of de Zoon des mensen zal gekomen zijn.” Matth. 10: 23.
De waarheid moet aan de mensen gegeven worden, ongeveinsde, besliste waarheid. Door deze waarheid moet in de geest van Christus worden voorgesteld. Wij moeten als schapen te midden van wolven zijn. Zij, die ter wille van Christus geen acht willen slaan op de waarschuwingen, door Hem gegeven, die geen geduld en zelfbeheersing willen beoefenen, zullen kostbare kansen missen om voor de Meester te werken. De Here heeft Zijn volk niet de opdracht gegeven van uit te vallen tegen degenen, die Zijn wet overtreden. Onder geen omstandigheden moeten wij andere kerken aanvallen. Laat ons er aan denken, dat wij, als volk, aan die heilige waarheden toevertrouwd zijn, nalatig en beslist ontrouw geweest zijn. Het werk is tot een paar middelpunten beperkt geworden, totdat de mensen door doof voor het evangelie geworden zijn. Het is moeilijk om indruk te maken op hen, die zoveel waarheid gehoord, en die toch verworpen hebben …..
Dit alles gaat nu tegen ons. Indien wij ernstige pogingen in het werk gesteld hadden om hen te bereiken, die, als zij bekeerd waren, een ware voorstelling zouden geven van hetgeen de tegenwoordige waarheid voer de mensen wil doen, hoeveel verder zou ons werk dan gevorderd zijn dan het nu is. Het is niet recht, dat een paar plaatsen alle voorrechten genieten, terwijl andere plaatsen worden verwaarloosd.
In onze Avondale school, in da nabijheid van Cooranbong, Australië, werd de kwestie van heb zondagswerk ter bespreking gebracht. Het scheen alsof de banden spoedig zo stijf om ons getrokken zouden werden, tot wij niet in staat zouden zijn om op Zondag te werken. Onze school was midden in de bossen gelegen, ver van enig dorp of spoorwegstation. Niemand woonde dicht genoeg in onze buurt, om gestoord te kunnen worden door iets dat wij misschien deden,. Desniettegenstaande weerden wij bewaakt. Men drong aan bij de beambten om onze school en erf te gaan inspecteren en zij kwamen. Zij konden voel dingen gezien hebben, wanneer zij ons hadden willen vervolgen; maar zij schenen hen, die aan het werk waren, niet op te merken. Zij hadden zoveel vertrouwen in ons als volk, en hadden zoveel respect veer het werk dat wij in die buurt hadden gedaan, dat zij geloofden ons overal te kunnen vertrouwen.
Velen erkenden, dat de gehele buurt hervormd was, sedert wij daar gekomen waren. Een vrouw, die geen Sabbathoudster was, zei tot mij “U zou mij niet geloven, wanneer ik u alles zou vertellen aangaande de hervorming, die er in deze buurt heeft plaats gehad als gevolg van uw vestiging hier, door de oprichting van een school en het houden van deze kleine bijeenkomsten.”
Toen onze broeders dus met de vervolging bedreigd werden, en in onzekerheid verkeerden omdat zij niet wisten wat te doen, werd dezelfde raad gegeven, die gegeven was in antwoord op de vraag aangaande zondagswerk.
Ik zei: “Gebruik de Zondag tot het doen van zendingswerk voor God. Onderwijzers, ga uit met uw leerlingen. Ga met hen het “bos” in, (dit is wat wij de weinig bevolkte districten in de bossen noemen, waar de huizen menigmaal een mijl of twee van elkander verwijderd liggen), en zoek de mensen in hun woningen op. Laat hen zien, dat u belang stelt in de zaligheid van hun ziel. “Dit deden zij, en het gevolg was, dat het hunzelf goed deed, en dat zij anderen tegelijkertijd konden helpen. De zegen Gods rustte op hen, toen zij ijverig de Schrift onderzochten, ten einde na te gaan hoe zij de waarheden van het Woord op zulk een wijze konden brengen dat ze gunstig ontvangen zouden worden (20 aug.1903)
Op zekere tijd kwamen zij, die het opzicht over onze school te Avondale hadden, tot mij om inlichtingen, en vroegen: “Wat moeten wij doen? De beambten van de wet hebben de opdracht ontvangen om hen, die Zondags werken, gevangen to nemen.” Ik antwoordde: “Het zal gemakkelijk zijn om die moeilijkheid te vermijden. Geef de zondag aan de Here als een dag voor zendingswerk. Neen de leerlingen mee om in verschillende plaatsen bijeenkomsten te houden, en medisch zendingwerk to doen. Zij zullen de mensen thuis vinden, en uitstekende gelegen heden hebben om ze met de waarheid in kennis te stellen, om op deze wijze de zondag door to brengen is de Here altijd welgevallig.
Iedereen moet doen wat hij kan om het vooroordeel, dat bij velen tegen ons werk en tegen de Sabbat van de Bijbel bestaat, weg to nemen.
Leer de mensen, in alle dingen de wetten van hun Staat gehoorzaam te zijn, wanneer zij dit kunnen doen zonder in strijd te komen met de wet van God.
De harten van vervolgers zijn somtijds ontvankelijk voor de goddelijke indrukken, gelijk het hart van da apostel Paulus vóór zijn bekering was.
Woorden van waarschuwing
Christus sprak tot Zijn discipelen “Ziet, Ik zende u als schapen in het midden der wolven; zijt dan voorzichtig gelijk de slangen, en oprecht gelijk de duiven.” Matth. 10: 16
Satans aanvallen tegen de voorstanders van de waarheid zullen bitterder en vastberadener werden tegen de tijd van het einde. Evenals de hogepriester en oversten in de tijd van Christus de mensen tegen Hem opzetten, zo zullen de godsdienstige leiders in de tegenwoordige tijd bitterheid en vooroordeel tegen de waarheid voer deze tijd opwekken. De mensen zullen tot daden van geweld en tegenstand gedreven worden, waar zij nooit aan gedacht zouden hebben, indien zij niet doortrokken waren geweest van de vijandschap van belijdende christenen tegen de waarheid.
Welke gedragslijn moeten de voorstanders van da waarheid volgen? Zij hebben het onveranderlijke eeuwige woord van God, en zij moeten het feit openbaren, dat zij de waarheid hebben, gelijk die in Jezus is. Hun woorden moeten niet ruw en scherp zijn. In hun voorstelling van de waarheid moeten zij de liefde, zachtmoedigheid en vriendelijkheid van Christus openbaren. Het Woord Gods is als een scherp tweesnijdend zwaard, laat de waarheid het snijden doen en het zal zich een weg tot het hart banen. Zij, die weten dat zij de waarheid hebben, moeten niet door het gebruik van harde, strenge uitdrukkingen aan satan de kans geven om door hun geest een verkeerde indruk te geven.
Wij moeten als volk zo zijn, gelijk de Verlosser van de wereld geweest is. Toen Hij met satan twistte over het lichaam
van Mozes, durfde de Christus geen oordeel van lastering tegen hem inbrengen. Hij had de volle gelegenheid om dit te doen, nu was satan teleurgesteld omdat hij geen geest van wedervergelding in Christus kon opwekken. Satan was bereid om alles wat door Jezus gedaan werd, verkeerd uit to leggen en de Heiland wilde hem geen gelegenheid en geen schijn van verontschuldiging daartoe geven. Hij wilde niet van het rechte pad der waarheid afwijken om de dwaalwegen, en de draaiingen en wendingen en uit vluchten van satan te volgen.
Wij lezen in de profetie van Zacharia, dat toen satan met hen die daarbij waren opstond om de gebeden van Jozua, de hogepriester, te weerstaan om zich tegen Christus stelde ,die op het punt stond om Jozua bepaalde gunst te bewijzen, dat de Here tot satan sprak: “De HEERE schelde u, gij satan! ja, de HEERE schelde u, Die Jeruzalem verkiest; is deze niet een vuurbrand uit het vuur gerukt?” Zach. 3: 2.
De gedragslijn van Christus, zelfs in Zijn behandeling van de vijand van zielen, moet een voorbeeld voor ons zijn in onze omgang met anderen, om nooit een oordeel van lastering tegen iemand in te brengen en nog veel minder moeten wij met hardheid of strengheid te werk gaan tegen hen, die misschien even begerig zijn en de rechte weg te weten, als wij zelf.
Zij, die door voorschrift en voorbeeld in de waarheid opgevoed zijn, moeten veel toegeven aan anderen die geen kennis van de Schrift hebben,omdat zij door de verklaringen van predikanten en kerkleden, die overleveringen en fabelen als bijbelse, waarheid brengen, vaak onbewust dwalen. Zij staan verbaasd over de voorstelling van de waarheid het is voor hen een nieuwe openbaring, en zij kunnen het niet verdragen dat de gehele waarheid, in zijn treffenste kenmerken, aan hen onbekend, wordt voorgesteld. Alles is nieuw en vreemd, en geheel anders dan dat zij van hun predikanten gehoord hebben; en zij zijn geneigd te geloven, wat de predikanten hun gezegd hebben, - dat Zevende Dags Adventisten ongelovigen zijn, en niet in de Bijbel geloven. Laat de waarheid voorgesteld worden, gelijk die in Jezus is.
Laat hen, die onze bladen schrijven geen onvriendelijke steken geven of toespelingen maken, die ongetwijfeld schade zullen doen, die de weg versperren en ons verhinderen zullen het werk te doen dat wij moeten doen om alle klassen, katholieken ingesloten, te bereiken. Ons werk die de waarheid in liefde te prediken, en niet de onheilige elementen van het natuurlijke hart met de waarheid te vermengen en dingen te zeggen, die dezelfde geest kenmmerken, van onze vijanden.
Alle scherpe steken zullen in dubble mate op ons terug vallen, wanneer de macht i de handen is van hen, die ze tot ons nadeel kunnen gebruiken. De boodschap is keer op keer tot mij gekomen, dat wij geen woord zeggen en geen zin publiceren moeten voornamelijk niet van persoonlijke aard, tenzij het beslist noodzakelijk is om de waarheid staande te houden, waardoor onze vijanden tegen ons opgezet kunnen worden, en hun hartstochten kunnen ontvlammen. Ons werk zal spoedig tot een eind komen, cc ujetdea zei de tijd dor bennuedho ie over ons komen, en weldra zal de tijd der benauwdheid over ons komen, als er nooit geweest is, en waarvan wij ons maar een geringe voorstelling kunnen maken.
De Here wil dat Zijn werkers Hem, de grote Meester zullen vertegenwoordigen. Het betonen van onbedachtzaamheid doet altijd kwaad. De eigenschappen die noodzakelijk zijn voor het christelijke leven, moeten dagelijks in de school van Christus geleeerd woorden. Hij die zorgeloos en achteloos is in het uiten of schrijven van woorden, die gedrukt en wijd en zijd in de wereld verspreid worden, en waardoor uitdrukkingen verspreid worden, die nimmer teruggenomen kunnen worden, toont zich onbevoegd voor dat heilige werk, dat in deze tijd op de navolgers van Christus rust. Zij die zich oefenen in het geven van harde woorden, kweken gewoonten, die door herhaling sterker worden, en waarvan men zich moet bekeren.
Wij moeten onze wijze van handelen en onze geest zorgvuldig onderzoeken, en zien op welke wijze wij het werk, ons door God gegeven, dat het lot zielen inhoud, verrichten. De allergrootste verplichting rust op ons.
Satan staat klaar, van ijver brandend om de gehele bond van satanische werkkrachten te bezielen, om hen ertoe te brengen zich met boze mensen te verbinden, en over de ware gelovigen een haastig en zwaar lijden te brengen. Ieder onverstandig woord dat onze broeders uiten, zal door de vorst der duisternis gebruikt worden.
Ik zou willen vragen. Hoe durven verstandelijke sterfelijke mensen, achteloze en gewaagde woorden te uiten, die de machten van de hel tegen de heiligen Gods zullen opzetten, wanneer Michaël, de aartsengel, geen oordeel van lastering tegen satan durfde voor te brengen, maar zei: “De Here bestraffe u”? zie Judas vers 9.
Het zal ons onmogelijk zijn om moeilijkheden en lijden te vermijden. Jezus zei “Wee de wereld van ergernissen! want het is noodzakelijk dat de ergernissen komen doch wee die mens, door welke de ergernissen komen!” Matth. 18: 7. Maar omdat er ergernissen zal komen, moeten wij voorzichtig zijn en het temperament van hen, die de waarheid niet liefhebben, te prikkelen door onverstandige woorden, en het tonen van een onvriendelijke geest.
De kostbare waarheid moet in zijn natuurlijke kracht verkondigd worden. De bedrieglijke dwaalleringen, die algemeen zijn, en die de wereld gebonden houden, moeten ontsluierd worden. Al het mogelijke wordt gedaan om zielen door listige redenering to verstrikken, en ze van de waarheid af te houden en tot fabelen te keren, en te maken dat ze door de kracht der dwaling bedrogen worden. Maar terwijl deze bedrogen zielen van de waarheid afkeren en zich tot dwaling wenden, moet er geen woord van bestraffing tot hen gesproken worden Tracht deze arme, verleide zielen hun gevaar te tonen, en hen te doen inzien hoe grievend hun gedrag jegens Jezus Christus is; maar laat het alles met medelijdende tederheid geschieden. Door op behoorlijke wijze te werk te gaan, mogen sommigen, die door satan verstrikt zijn, misschien weer uit zijn macht verlost worden. Maar beschuldigt en veroordeelt hen niet. Om hen, die in dwaling verkeren, in een bespottelijk daglicht te stellen, zal hun verblinde ogen niet openen, noch hen tot de waarheid trekken.
Wanneer de mensen het voorbeeld van Christus uit het oog verliezen, en zich niet richten om naar Zijn wijze van anderen te leren, worden zij zelfgenoegzaam, en gaan uit om satan met zijn eigen soort van wapenen te ontmoeten. De vijand weet goed, hoe hij zijn wapenen moet keren tegen hen, die er gebruik van maken. Jezus sprak alleen woorden van zuivere waarheid en gerechtigheid.
Wanneer ooit een volk in ootmoedigheid voor Gods aangezicht moest wandelen, dan is het nu Zijn gemeente, zijn het nu Zijn uitverkorenen in dit geslacht. Wij moeten alle traagheid van onze vermogens en de geringe waardering van onze voorrechten en kansen, betreuren. Wij hebben niets om ons op te beroemen. Wij grieven de Here Jezus Christus door onze hardheid, door onze onchristelijke wandel. Wat wij behoeven is, volmaakt te worden in Hem.
Het is waar dat ons bevolen wordt: “Roep uit de keel, houd niet in, verhef uw stem als een bazuin, en verkondig Mijn volk hun overtreding, en het huis Jakobs hun zonden.” Jesaja 58: 1.
Deze boodschap moet gebracht worden, naar terwijl wij ze brengen, moeten wij voorzichtig zijn om hen, die het licht niet bezitten, dat wij hebben aan te vallen; te bekritiseren en te veroordelen. Wij moeten voorzichtig zijn ,onder de katholieken, zijn zeer nauwgezette christenen, die wandelen in het licht dat zij bezitten, en God zal in hen werken door Zijn Geest.
Zij die grote voorrechten en kansen gehad hebben, en in gebreke gebleven zijn om hun lichamelijke, geestelijke, en zedelijke vermogens te ontwikkelen, maar geleefd hebben om zichzelf te behagen en geweigerd hebben hun verantwoordelijkheid te dragen, staan in groter gevaar en worden door God meer verantwoordelijk gesteld dan zij, die op dogmatische punten dwalen, en trachten te leven om anderen wel te doen. Bestraf anderen niet en veroordeel hen niet.
Wanneer wij toelaten dat zelfzuchtige overwegingen foutieve redenering en valse verontschuldigingen ons in een verkeerde staat van geest en hart brengen, zodat wij de wegen en de wil van God niet meer verstaan, zullen wij veel schuldiger zijn dan de openlijke zondaar. Het is nodig dat wij zeer voorzichtig zijn, opdat wij en anderen, die voor God minder schuldig zijn dan wij, niet veroordelen.
Laat iedereen er aan denken dat wij in geen enkel opzicht vervolging moeten uitlokken. Wij moeten geen harde snijdende woorden spreken. Houdt ze uit ieder artikel dat geschreven wordt, laat ze weg uit iedere toespraak die gehouden wordt. Laat Gods woord het snijden, het betreffende doen; laat de sterfelijke mens zich in Jezus Christus verbergen en in Hem blijven. Laat de geest van Christus geopenbaard werden. Laat iedereen voorzichtig zijn in zijn spreken, opdat hij, niet degenen, die niet van ons geloof zijn in dodelijke tegenstand tegen ons brengt, en satan gelegenheid geeft om onverstandige woorden te gebruiken tot versperring van onze weg.
Er zal een tijd van benauwdheid komen, als er nooit geweest is, sinds dat er een volk geweest is. Ons werk is, te trachten uit al onze toespraken alles weg te houden, dat op wedervergelding of uitdaging lijkt, en waardoor kerken en afzonderlijke personen aangevallen worden, want dat is niet. Christus weg en wijze van handelen.
Het feit, dat God volk, dat
de waarheid kent, in gebreke
is gebleven om zijn plicht
te doen volgens het licht,
in Gods woord geschonken,
maakt het noodzakelijk voor
ons om meer op onze hoede te
zijn, opdat wij geen
ongelovigen beledigen,
voordat zij, de redenen voor
ons geloof met betrekking
tot de Sabbat en Zondag
hebben gehoord.
|
||