|
|
||
| You are home- www.agp-internet.com/react- ellenwhite.nl.nu - Themasite Ellen G. White | ||
|
Onder de gekleurden
(18)
‘Bidt dan de Here des oogstesdat Hij arbeiders in Zijn oogst uitstote.’ Matth. 9:38 Oproeping om gekleurde Arbeiders
Zeer besliste pogingen moeten in het werk gesteld worden om gekleurde mannen en vrouwen tot zendelingen voor de Zuidelijke Staten van Amerika op te leiden en geschikt te maken. Christelijke gekleurde studenten moeten zich klaarmaken om de waarheid aan hun eigen ras te brengen. Zij, die de vreze des Heren het begin van hun wijsheid maken, en acht slaan op de raad van ervaren mensen, kunnen van grote zegen zijn voor het Negerras, door aan hun eigen mensen het licht van de tegenwoordige waarheid te brengen. Iedere werker, die in nederigheid en overeenstemming met zijn broeders arbeidt zal een kanaal van licht zijn voor velen, die nu in de duisternis van onwetendheid en bijgeloof verkeren.
Laten onze gekleurde broeders en zusters, in plaats van te willen weten of zij niet geschikt zijn om voor blanke mensen te werken, zich wijden aan het zendingswerk onder de kleurlingen. Er is overvloedige gelegenheid voor verstandige gekleurde mannen en vrouwen om voor hun eigen ras te werken. Er moet in de zuidelijke arbeidsvelden nog veel werk gedaan worden. In de grote steden moeten speciale pogingen in het werk gesteld worden. In elk van deze steden zijn duizenden kleurlingen, aan wie de laatste waarschuwende boodschap van barmhartigheid gegeven moet worden. Laat de zendingsgeest in de harten van onze gekleurde gemeenteleden opgewekt worden. Laat er ernstig werk gedaan worden voor hen, die de waarheid niet kennen.
Tot iedere gekleurde broeder en zuster zou ik willen zeggen:’Zie de stand van zaken in, gelijk die is. Vraag uzelf af:’ Hoeveel ben ik mijn Heer schuldig voor de gelegenheden en voordelen, die mij gegeven zijn, in aanmerking nemende? Hoe kan ik Hem het best verheerlijken, en de belangen van mijn volk bevorderen? Hoe kan ik het best gebruik maken van de kennis, die het Gode behaagd heeft mij te schenken? Moet ik niet mijn Bijbel openen en mijn volk de waarheid leren? Zijn er niet duizenden, die verloren gaan omdat zij geen kennis hebben, en die ik zou kunnen helpen, wanneer ik mij aan God onderwerp, zodat Hij mij als Zijn werktuig gebruiken kan? Heb ik niet een werk te doen voor mijn onderdrukte, ontmoedigde medemensen?
Het zuidelijke arbeidsveld lijdt gebrek aan arbeiders. Zult u uw volk voorbijgaan, zonder een poging te doen om hen te helpen; of wilt u met een ootmoedig hart werken om de verloren gaanden te behouden? Er is een werk, dat u doen kunt, wanneer u zich voor God verootmoedigen wilt. Wanneer u op Hem vertrouwt, zult u vrede en troost vinden; maar wanneer u uw eigen weg, en eigen wil volgt, zult u doornen en distelen ontmoeten, en u zult de beloning verliezen.
De tijd is kort, en wat u doet, moet haastig gedaan worden. Besluit om de tijd uit te kopen. Zoek uw eigen genot niet. Waak op! Onderneemt het werk met een nieuw voornemen des harten. De Here zal de weg vóór u banen. . Stelt iedere mogelijke poging in het werk om volgens de regel van Christus te arbeiden, in zachtmoedigheid en nederigheid, van Hem kracht verwachtende. Verstaat het werk, dat de Here u oplegt, dan zult u God vertrouwende, van kracht tot kracht, van genade tot genade kunnen voortgaan. U zult in staat gesteld worden om ijverig en volhardend voor uw volk te werken, terwijl het nog da is, want de nacht komt, wanneer niemand werken kan.
Er is in het zouden de grootste behoefte aan iedere soort van zendingswerk. Zonder verzuim moeten er werkers voor dit arbeidsveld opgeleid worden. Onze mensen behoren een fonds te verschaffen voor de opvoeding van mannen en vrouwen in de Zuidelijke Staten, die, omdat zij aan het klimaat gewend zijn, daar zonder gevaar voor hun gezondheid te kunnen arbeiden.
Veelbelovende jonge mannen en vrouwen moeten opgeleid worden tot onderwijzers en onderwijzeressen. De beste kansen moeten hun gegeven worden. Er moeten op verschillende plaatsen schoolgebouwen en kerken opgericht, en onderwijzers en onderwijzeressen aangesteld worden.
Zij, die reeds jaren lang gewerkt hebben om de kleurlingen te helpen, zijn het best geschikt om raad te geven met betrekking tot de opening van zulke scholen. In zoverre dit mogelijk is, moeten deze scholen buiten de steden opgericht worden. Maar er zijn in de steden veel kinderen, die de scholen buiten de steden niet kunnen bezoeken; ter wille van deze moeten er in de steden, zowel als op het platteland, scholen worden geopend.
De kinderen en jongelieden in deze scholen moeten iets meer leren dan eenvoudig lezen. Industrieel werk moet beoefend worden. De studenten moeten gelegenheid krijgen om ambachten te leren, die hun in staat sullen stellen om hun brood te verdienen.
Onze kerken in het noorden, zowel als in het zuiden, moeten doen wat zij kunnen, om het leersysteem voor de gekleurde kinderen te helpen steunen. De scholen, die reeds opgericht zijn, moeten trouw in stand gehouden worden. De oprichting van nieuwe scholen zal meer fondsen eisen. Laten onze broeders en zusters van ganser harte hun deel doen om deze scholen te helpen.
Onze gekleurde broeders en zusters, die zich aan dit soort van schoolwerk wijden, kunnen bovendien nog een goed werk doen door de oprichting van zendings zondagscholen en sabbatscholen onder hun eigen volk, scholen, waarin de jongelieden onderwezen kunnen worden door onderwijzers, wier harten vervuld zijn van liefde tot zielen.
In de Zuidelijke Staten, doen zich voortdurend gelegenheden voor, en vele verstandige, christelijke gekleurde mannen zullen tot het werk geroepen worden. Maar om verschillende redenen moeten er blanke mannen als leiders worden gekozen. Wij zijn allen leden van één lichaam, en zijn allen in Christus Jezus volmaakt, die Zijn volk uit het lage peil, waartoe de zonden hen heeft doen zinken, zal opheffen, en hen zal plaatsen waar zij in de hemelhoven als Gods mede arbeiders zullen worden erkend. Er is een werk te doen op veel moeilijke plaatsen, en uit deze moeilijke plaatsen moeten bekwame arbeiders voortkomen. Laat het werk op zulk een wijze bestuurd worden, dat gekleurde arbeiders opgeleid zullen worden voor het werk onder hun eigen ras. Onder het negerras zijn velen, die talenten en bekwaamheden bezitten. Laat ons deze mannen en vrouwen zoeken, en hen leren hoe zij het werk van de redding van zielen moeten doen. God zal met hen medewerken, en hun de overwinning schenken.
Het oor es Heren is open voor het geroep van hen, die in Zijn dienst staan. Hij heeft beloofd:’Mijn oog zal op u zijn.’ Ps. 32:8. Wandelt ootmoediglijk met God en vraagt Hem om u duidelijk te wijzen wat uw plicht is. Wanneer Hij tot Zijn vertegenwoordigers spreekt, en hen vraagt om Zijn mede arbeiders te zijn, zullen zij hetzelfde werk verrichten, dat Jezus verklaarde dat Zijn werk was, toen Hij in de synagoge te Nazareth opstond om te lezen. Hij opende het boek van de profeet Jesaja, en las:’De Geest des Heren Heren is op Mij, omdat de Here Mij gezalfd heeft, om een blijde boodschap te brengen aan de zachtmoedigen; Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van harte, om aan de gevangen vrijheid uit te roepen, en aan de gebondenen opening van de gevangenis.‘ Jes. 61:1
De waarheid is thans in de wereld bedekt door wolken van twijfel, die de overhand hebben. Hij, die zelfs over de aller laagsten invloed kan uitoefenen, om hen voor Christus te winnen, werkt samen met de goddelijke kracht om te zoeken en zalig te maken wat verloren is. Door aan de zondaar een persoonlijke zonde verevende Heiland voor te stellen, strekken wij een hand van medegevoel en christelijke liefde uit om de hand van een gevallene op te richten, en in het geloof de hand van Christus aangrijpende, vormen wij een schakel van eenheid tussen de zondaar en de Heiland.
Het einde is
nabij, en iedere ziel moet nu
behoedzaam ootmoediglijk, en
zachtmoedig met Christus
wandelen. Onze dierbare
Heiland, van Wie alle stralen
der Waarheid tot de wereld
uitgaan, wil, dat wij ons
vertrouwen niet op prinsen,
noch op des mensen kind, bij
hetwelk geen heil is, stellen
zullen; maar geheel en al op
Hem steunen. Hij zegt:’Zonder
Mij kunt gij niets doen.‘ Joh.
15:5 Wij moeten voortdurend
tot Jezus opzien, zodat Hij
Zijn eigen liefelijk beeld op
ons zal kunnen drukken. Wij
moeten het Lam Gods
aanschouwen, dat de zonde der
wereld wegneemt. Dan zullen
wij Christus aan onze
medemensen openbaren.
Ik ben bezwaard, zeer bezwaard over het werk onder de kleurlingen. Het evangelie moet aan het vertrapte Negerras verkondigd worden. Maar er zal grote voorzichtigheid betracht moeten worden in de pogingen welke tot opheffing van dit volk in het werk worden gesteld. Op veel plaatsen heerst er onder de blanke bevolking een sterk vooroordeel tegen het negerras. Wij mogen dit vooroordeel wensen te ontkennen, maar kunnen dat niet doen. Indien wij handelen alsof dit vooroordeel niet bestond, kunnen wij het licht niet aan de blanke bevolking brengen. Zij moeten de stand van zaken nemen, gelijk die is, en onze handelingen met wijsheid en verstand er naar inrichten.
Jaren lang heb ik mij hoogst bezwaard gevoeld over het negerras. Mijn hart deed pijn, wanneer ik zag dat de gevoelens tegen dit ras sterker en steeds sterker werd, en dat vele Zevende-dags Adventisten de noodzakelijkheid niet kunnen inzien dat dit belangkijk werk met spoed gedaan moet worden. De jaren verdwijnen in de eeuwigheid, en er wordt schijnbaar weinig gedaan om degenen, die kort geleden nog slaven waren, te helpen.
Eén van de moeilijkheden van het werk is, dat vele blanken die in gebieden wonen, waar de kleurlingen talrijk zijn, niet willen dat er speciale pogingen gedaan worden om hen op te heffen. Wanneer zij scholen voor hen zien oprichten; wanneer zij zien dat hen geleerd wordt zichzelf te onderhouden, ambachten uit te oefenen, en zich een geriefelijke woning verschaffen, in plaat van in krotten te lijven wonen, dan denken zij aan de mogelijkheid, dat zelfzuchtige plannen verhinderd zullen worden, dat zij de neger niet langer voor een kleinigheid zullen kunnen huren; en hun vijandschap wordt opgewekt.
Zij menen dat zij schade lijden en beledig worden. Sommigen handelen alsof de slavenhandel nooit afgeschaft was. Deze geest wordt sterker naarmate de Geest Gods van de wereld weggenomen wordt; en het is op vele plaatsen onmogelijk om thans het werk voor de kleurlingen te doen, dat in vroegere jaren gedaan had kunnen worden.
Het Amerikaanse volk zou veel hebben kunnen doen, indien er onmiddellijk na de vrijlating van de slaven door het gouvernement en door de christelijke kerken juiste pogingen in het werk geteld waren ten behoeven van de vrijgemaakte slaven. Er ad geen geld gespaard moeten worden om voor hen te zorgen en hen op te voeden, toen zij zo zeer hulp behoefden. Maar het gouvernement, na een kleine poging gedaan te hebben, liet de neger zonder hulp worstelen. Sommige van de sterke christelijke kerken begonnen een goed werk, maar schoten treurig te kort en bereikten betrekkelijk weinigen; en de Zevende-dags Adventisten Kerk heeft nagelaten om haar deel te doen. Enige aanhoudende pogingen zijn door privé personen en door verenigingen gedaan om de kleurlingen op te heffen, en waardoor er een edel werk werd verricht. Maar hoe weinigen hebben deel genomen aan dat werk dat de sympathie en de hulp van iedereen had behoren te ontvangen!
Edele pogingen zijn door sommige Zevende=dags Adventisten in het werk gesteld om het werk te doen dat voor de kleurlingen gedaan moet worden. Hadden zij die dit werk deden, de medewerking ontvangen van al hun broeders in de evangeliebediening, het resultaat van hun werk zou gansanders geweest zijn, dan het thans is. Doch de grote meerderheid van onze evangeliedienaars werkten niet mede, gelijk zij hadden moeten doen, met de weinigen, die worstelden om een zeer noodzakelijk werk in een moeilijk arbeidsveld te volbrengen.
Met het verloop van de tijd en nu de tegenstand sterker is, waarschuwen de omstandigheden ons, dat voorzichtigheid beter is dan moed. Indien er onverstandig gehandeld is in het werken voor de kleurlingen, is dit niet omdat er geen waarschuwingen gegeven zijn. Van Australië uit, over de wijde oceaan van de Stille Zuidzee, werden er waarschuwingen gezonden, dat al wat er gedaan werd, met groot overleg moest geschieden; dat de werkers geen politieke toespraken mochten houden, en dat de vermenging van blanken en zwarten, als maatschappelijk gelijkstaande, in het minst niet moest worden aangemoedigd.
In een raadsvergadering, in 1895 gehouden te Armadale, een voorstad van Melbourne, Victoria, sprak ik, antwoordende op de navraag van mijn broeders en zusters over deze zaken, en drong aan op de noodzakelijkheid om voorzichtig te zijn. Ik zei, dat er zware tijden zouden komen, en dat de gevoelens, waaraan men toen uitdrukking even kon met betrekking tot wat er in de richting van het zendingswerk onder de kleurlingen gedaan kunnen worden uitgesproken. Ik zag duidelijk dat het werk, dat voor de kleurlingen gedaan werd, op andere wijze verricht zou moeten worden dan in voorgaande jaren in sommige delen van het land.
Laat er zo weinig mogelijk gezegd worden over de kleur, en laat de kleurlingen hoofdzakelijk werken voor de mensen van hun eigen ras.
Het houden van de godsdienst door blanken en kleurlingen in hetzelfde gebouw is noch voor de ene, noch voor de andere partij gunstig, wanneer dit als een algemeen gebruik ingevoerd wordt, voornamelijk niet in het Zuiden. Het beste zal zijn om de kleurlingen die de waarheid aannemen, hun eigen plaatsen van aanbidding te geven, waar zij hun diensten onder elkaar kunnen houden. Dit is vooral noodzakelijk in het Zuiden, opdat het werk voor de blanken zonder ernstige stoornis voortgezet zal kunnen worden.
Laat aan de kleurlingen nette, smaakvolle kerken worden gegeven. Laat hun getoond worden, dat dit niet gedaan wordt omdat zij zwart zijn en om hen te verhinderen met blanken te aanbidden, maar opdat de voortgang van de waarheid bevorderd mag worden. Laat hen verstaan, dat dit plan gevolgd moet worden, totdat de Here ons een betere wegwijst.
De gekleurde gemeenteleden, die bekwaamheid en ervaring hebben, moeten worden aangemoedigd om de diensten van hun eigen mensen te leiden; en hun stemmen moeten in de vergaderingen van vertegenwoordigers worden gehoord.
Onder de gekleurde gelovigen zijn er velen, die met goed gevolg door hun eigen mensen kunnen arbeiden – werkers aan wie de Here licht en kennis geschonken heeft, en die geen geringe bekwaamheden bezitten. Deze moeten volhardend en op iedere doeltreffende wijze arbeiden. Zij moeten gebruik maken van onze boeken, en tentmeetings en bijeenkomsten in zalen houden. En somtijds (waar het mogelijk is) moet blanke evangeliedienaars hen helpen. Er moet in het bijzonder naar gestreefd worden om het aantal gekleurde werkers te vermeerderen. Gekleurde mannen moeten degelijk opgevoed en afgericht worden tot het geven van Bijbellezingen, en het houden van tentmeetings onder hun eigen mensen. Er zijn er velen, die bekwaamheid hebben, en die een voorbereiding voor dit werk moeten ontvangen.
Wij moeten het grootste belang stellen, in de oprichting van scholen voor kleurlingen. En de belangrijkheid niet uit het oog verliezen om de leraars en studenten in de grote colleges voor kleurlingen, die door de mensen van de wereld opgericht zijn, met de tegenwoordige waarheid bekend te maken.
Er moeten scholen en sanitariums voor kleurlingen worden opgericht, en in deze moet de gekleurde jeugd door de beste onderwijzers, die aangesteld kunnen worden, onderwezen en voor het werk opgeleid worden.
De gekleurde evangeliedienaars moeten alle mogelijke pogingen in het werk stellen om hun eigen mensen te helpen de waarheid voor deze tijd te verstaan. Met het voortschrijden van de tijd, en het toenemen van de vooroordelen van de rassen, zal het voor de blanke werkers op veel plaatsen bijna onmogelijk worden om voor de kleurlingen te werken. Somtijds zullen de blanken, die geen sympathie voor ons werk voelen, zich met de kleurlingen verbinden om het werk tegen te staan, bewerende dat onze leer een poging is om de kerken te verstoren, en moeilijkheden te veroorzaken ter wille van de sabbatskwestie. Blanke predikanten en gekleurde predikers zullen vaste verklaringen afleggen, en in het hart van de mensen zulk een gevoel van tegenstand opwekken, dat zij gereed zullen staan om te vernielen en te doden.
De machten van de hel werken met al hun vindingrijkheid om de verkondiging van de laatste boodschap der genade onder de kleurlingen te verhinderen. Satan doet zijn best om het uiterst moeilijk te maken voor de evangeliedienaar en onderwijzer om het vooroordeel, dat er tussen blanken en de kleurlingen bestaan, over het hoofd te zien.
Laten wij ons met wijsheid gedragen. Laat ons niets doen, dat onnodige tegenstand zal opwekken, niets dat de verkondiging van de evangelieboodschap belemmeren zal. Laten de blanke gelovigen op aparte plaatsen van aanbidding samenkomen, wanneer de gewoonte dit vereist, of wanneer er betere resultaten door verkregen kunnen worden. Laat ons de zachtmoedigheid van Christus ontwikkelen. Hij was de Majesteit des hemels, de eniggeboren Zoon van God. Toch heet God de wereld alzo lief gehad, ‘dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.’ Joh. 3:16
Indien God, tot redding van een verloren gaande wereld Zich zo ver nederboog, dat Hij Zijn Zoon aan een pijnlijke, onterende dood overgaf, moeten de zendelingen des Heen dan niet gewillig zijn om alles te doen, wat in hun macht staat, om hen, die in de afgrond van zonde gevallen zijn, voor Christus te winnen en te helpen, om het licht te laten schijnen over hen, die met betrekking tot de waarheid in duisternis verkeren? Christus bekleedde Zijn Goddelijkheid met menselijkheid, opdat Hij Zich zou kunnen neder buigen om de gevallen mensen op te heffen. Zullen Zijn volgelingen ter wille van Hem niet gewillig zijn, zich te onderwerpen aan veel dingen, die onrechtvaardig en moeilijk te verdragen zijn, ten einde juist degenen, die hulp behoeven, te kunnen helpen? Laat het werk op zulk een wijze gedaan worden, dat er geen vooroordeel door opgewekt wordt, waardoor de deuren, die nu wijd op staan om de waarheid binnen te laten, gesloten zouden worden.
De talentvolle mannen onder de gekleurde gelovigen moeten Gods medearbeiders zijn voor hun eigen volk. Er zal somtijds gelegenheid voor hen zijn om in tentmeetings en grote bijeenkomsten getuigenis af te legen, dat veel, veel zielen treffen zal. Deze gelegenheden zullen zich voordoen, wanneer het zuidelijk arbeidsveld bewerkt is en de luide roep gegeven wordt. Wanneer de Heilige Geest wordt uitgestort, zullen onze mensen de overwinning behalen over het vooroordeel in het zoeken van de zaligheid van de zielen der mensen. God zal de gemoederen beheersen. Menselijke harten zullen liefhebben gelijk Christus liefhad. En het kleurverschil zal door velen geheel anders beschouwd worden dan waarop die nu gezien wordt. Lief te hebben, gelijk Christus liefheeft, heft de geest op, en plaatst die in reine, hemelse, onzelfzuchtige atmosfeer.
Hij die nauw met Christus verbonden is, wordt boven het vooroordeel van kleur of kaste verheven. Zijn geloof maakt zich meester van de eeuwige werkelijkheden. De Goddelijke oorsprong van de waarheid moet verheven worden. Onze harten moeten worden vervuld van het geloof, dat door de liefde werkt en de ziel loutert. Het werk van de goede Samaritaan is het voorbeeld, dat wij moeten volgen.
Wij moeten niet over de kwestie van het kleurverschil gaan strijden, en op die wijze vooroordeel opwekken, en een crisis doen ontstaan. Het licht van de boodschap van de derde engel moet aan hen, die licht behoeven, gegeven worden. Wij moeten kalm, stil en getrouw arbeiden, vertrouwend op onze Oudste Broeder. Wij moeten niet haastig zijn om de juiste gedragslijn aan te geven die in de toekomst moet worden gevolgd met betrekking tot de verhoudingen die tussen blanken en kleurlingen gehandhaafd moet worden. De waarheid voor deze tijd moet aan duizenden mensen in de Zuidelijke Staten worden verkondigd. Alle struikelblokken moeten zoveel mogelijk uit de weg geruimd worden. Laat de evangelieboodschap aan de mensen worden gegeven. Laat er voor de blanken en kleurlingen op afzonderlijke, bepaalde wijze gearbeid worden, en laat de Here voor het overige zorg dragen. De waarheid moet aan de blanke mannen en vrouwen van de Zuidelijke Staten worden verkondigd. Dan zal er een werk in hun gezinnen worden gedaan, dat tot redding van vele zielen zal leiden.
In alle Wijsheid en Voorzichtigheid
Wanneer de waarheid in een plaats verkondigd wordt, om vele blanken gewillig zijn om te horen en te geloven en de waarheid aan te nemen, zal er sometijds gelegenheid zijn voor blanke arbeiders om op stille, bescheidende wijze voor de kleurlingen te werken. Zulke gelegenheden moeten, niet veronachtzaamd worden.
Maar wij moeten niet onnodig vooroordeel opwekken, dat de weg zou versperren voor de verkondiging van de boodschap van de derde engel aan de blanken. Zij hebben behoefte aan deze boodschap; want er ligt een tijd van benauwdheid vóór ons, als er niet geweest is, sinds dat er een volk geweest is.
Er moet grote zorg gedragen worden, dat er niets gezegd of gedaan wordt om het gevoelen van de kleurlingen tegen de blanke op te wekken. Laat ons de moeilijkheden, welke er reeds bestaan, niet groter maken, Hoe verstandig de werkers ook te werk gaan, zij zullen tegenstand ontmoeten, ook al verontrusten zij de gemoederen niet over het punt van het kleurverschil. Laat ons de baan van de Koning effen maken.
Laat ons God een kans geven om te kunnen werken. Laten de mensen Hem niet in de weg staan Hij, zul betere plannen maken en besturen, dan de mensen dit met mogelijkheid kunnen doen. Laat ons niet vergeten, dat onze eerste grote opdracht is het woord van God te verkondigen, de waarschuwing uit de Bijbel to geven.
De Here roept iedereen op om het werk in ootmoedigheid van geest te doen. De evangeliedienaars
zijn niet allen geheiligd door de waarheid. De Here roept hen allen op om al hun ongerechtigheden te laten varen. Men moet zich hoeden voor het doen van iets, dat onze laatste hoop verijdelen kan om moeilijke arbeidsvelden, waar rassenhaat en tegenstand heerst, te kunnen binnengaan.
Als middel om vooroordeel te overwinnen en toegang tot de harten te verkrijgen, moet er medisch zendingswerk gedaan worden, niet alleen op één of twee plaatsen, maar op vele plaatsen, waar de waarheid nog niet verkondigd is geworden. Wij moeton als evangelische, medische zendelingen werken tot heling van de zonde – zieke zielen, door hun de boodschap der zaligheid te geven. Dit werk zal vooroordelen uit de weg ruimen, zoals niets anders dat doen kan.
Hij die God boven alles liefheeft, zal zijn naaste liefhebben als zichzelf. Hoogmoed verheft zich tot ijdelheid, en brengt het menselijk werktuig ertoe, een god van zichzelf te maken. Het evangelie van Christus heiligt de ziel, en bant eigenliefde uit.
“Gedenkt de Sabbatdag, dat gij die heiligt, Ex. 20:8. De Sabbat werd in de hof van Eden ingesteld, nadat God de Wereld geschapen had. “Alzo zijn volbracht de hemel en de aarde, en al hun heir. Als nu God op den zevenden dag volbracht had Zijn werk, dat Hij gemaakt had, heeft Hij gerust op den zevenden dag van al Zijn werk, dat Hij gemaakt had. En God heeft den zevenden dag gezegend, en dien geheiligd; omdat Hij op denzelven gerust heeft van al Zijn werk, hetwelk God geschapen had, om te volmaken.” Gen. 2:1-3
Verder zei de Here tegen Mozes:
U dan, spreek tot de
Israëlieten en zeg: U moet
zeker Mijn sabbatten houden,
want dat is een teken tussen
Mij en u, al uw generaties
door, zodat men weet dat Ik de
Here ben, Die u heiligt. Ik heb enige dingen te zeggen met betrekking tot da kleurlingen in de Zuidelijke Staten van Amerika, en de verhouding die wij tegenover hen moeten innemen. Zij hebben zolang onder de vloek van de slavernij geleden, dat het een moeilijk probleem is to weten, hoe zij nu behandeld moeten worden.
Wanneer Gods werkers Zijn Geest toelaten op hun geest te werken, zal er veel tot redding van zielen tot stand worden gebracht. De Here is onze Helper. Hij zal ons in alle zaken leiden, indien wij, op Hem willen vertrouwen. Eén ding is zeker: wij moeten geloof in God hebben, geloof, dat Hij de zaken op zulk een wijze schikken zal, dat wij in staat zullen zijn ons werk met succes to verrichten. Niemand hoeft ooit tevergeefs op God vertrouwd. Hij zal degenen, die hun vertrouwen op Hem stellen, nimmer teleurstellen.
Wij moeten vermijden, over het probleem van het kleurverschil te twisten. Wanneer deze kwestie veel opgehaald wordt, zullen er moeilijkheden ontstaan, en het zal veel kostbare tijd kosten om die weer uit de weg to ruimen. Wij kunnen geen bepaalde gedragslijn aangeven, die gevolgd moet worden, wanneer men met dit onderwerp to doen heeft. Op verschillende plaatsen en onder verschillende omstandigheden zal dit punt verschillend behandeld moeten worden. In het Zuiden, waar de rassenhaat zo sterk is, zouden wij, niets aan de verkondiging van de waarheid kunnen doen, wanneer wij de kwestie van het kleurverschil behandelen, gelijk wij dat op sommige plaatsen in het Noorden kunnen doen. De blanke werkers in het Zuiden zullen op zulk een wijze te werk moeten geen, da zij toegang tot de kleurlingen kunnen krijgen.
Het is satans plan om de geest van de mensen te bepalen bij het kleurverschil. Als er acht op zijn raad wordt geslagen, zal er verscheidenheid van mening en grote verwarring ontstaan. Niemand is in staat om de juiste positie van de kleurlingen duidelijk te bepalen. De mensen mogen theorieën aanvoeren, maar ik verzeker u dat het voor ons niet verantwoord is om menselijke theorieën te volgen. Men moet da kwestie van het kleurverschil zoveel mogelijk laten rusten.
De steden van het Zuiden moeten bewerkt worden, en tot dat werk moet men zich van de beste talenten verzekeren, en dat zonder uitstel. Laat de blanke werkers arbeiden voor de blanken, en de boodschap van de tegenwoordige waarheid in haar eenvoud verkondigen. Zij zullen wegen vinden, door welke zij de hogere klassen kunnen bereiken. Van elke gelegenheid om deze klassen te bereiken moet gebruik worden gemaakt.
Laat de kleurlingen doen wat ze kunnen om op de hoogte te blijven, en ernstig voor hun eigen volk werken. Ik dank God dat er onder de kleurlingen gelovige mannen van talent zijn, die op geschikte wijze voor hun eigen volk kunnen arbeiden, en de waarheid duidelijk aan de mensen kunnen voorstellen. Er zijn veel kleurlingen met kostbare talenten, die tot de waarheid bekeerd zullen worden. Wanneer onze gekleurde evangeliedienaars verstandig te werk gaan in het beramen van plannen voor de opleiding van onderwijzers voor de scholen, en andere arbeiders voor het arbeidsveld.
De kleurlingen moeten er niet op aandringen om op gelijke voet met de blanken te staan. De betrekking tussen de twee rassen is een moeilijke zaak geweest om te behandelen, en ik vrees dat het altijd een zeer ingewikkeld probleem blijven zal. Voor zover dit mogelijk is, moet alles wat het rassenvooroordeel van de blanken aanwakkeren kan, worden vermeden. Er bestaat gevaar dat men de deur sluit, zodat do blanke arbeiders op sommige plaatsen in hot Zuiden niet in staat zullen zijn te werken.
Ik weet dat wanneer wij trachten om aan de ideeën en de voorkeur van sommigen onder de kleurlingen zouden voldoen, wij onze weg volkomen versperren zullen. Het werk van de verkondiging van de waarheid voor deze tijd moet niet belemmerd worden door een poging om de positie van het negerras to bepalen. Indien wij dit trachten te doen, zouden wij bemerken dat er struikelblokken, als bergen ze groot, worden opgeworpen, om het werk, dat God wil, dat gedaan zal worden, te verhinderen. Indien wij stil en met overleg te werk gaan, en arbeiden op de wijze, die door God aangegeven is, zullen de blanken zowel als de kleurlingen door hetgeen wij voer hen doen, geholpen worden.
De tijd is voor ons nog niet gekomen om te werken alsof er geen voordeel bestond. Christus sprak “Zijt dan voorzichtig gelijk de slangen, en oprecht gelijk de duiven.” Matth. 10: 16. Wanneer u ziet, dat u door het doen van zekere dingen, weer u volkomen recht op hebt, de voortgang van Gods werk belemmert, moet u deze dingen nalaten. Doe niets dat de harten van anderen voor de waarheid sluiten zal. Er is een wereld te behouden, en wij zullen niets winnen door ons te vervreemden van hen, die wij trachten te helpen. Alle dingen mogen geoorloofd zijn, maar alle dingen stichten niet.
Het beste is, met verstand te handelen. Als Gods medearbeiders moeten wij op die manier werken, die ons in staat zal stellen het meest voor Hem tot stand te brengen. Laat niemand tot uitersten over gaan. Wij hebben wijsheid van boven nodig; want wij hebben een moeilijk probloem op te lossen. Indien er nu onvoorzichtig gehandeld wordt, zal er veel kwaad gesticht oorden. De zaak moet op zulk een wijze voorgesteld worden, dat de kleurlingen, die waarlijk bekeerd zijn, zich terwille van Christus aan de waarheid vastklemmen, en weigeren zullen om ook maar een enkel beginsel van de zuivere bijbelleer op te geven, alleen omdat ze denken dat het negerras niet op de juiste wijze behandeld wordt.
Wij moeten als leerlingen aan de voeten van Christus zitten, opdat Hij ons lere wat God wil is, en opdat wij weten mogen op welke wijze er onder de blanken en de kleurlingen in het Zuidelijke arbeidsveld moet woorden gearbeid, Wij moeten doen wat de Geest des Heren zal voorschrijven, en zo weinig mogelijk het onderwerp van het kleurverschil raken. Wij moeten alle krachten inspannen om de sluitings – evangelieboodschap aan alle klassen in het Zuiden te verkondigen. Naarmate wij door de Geest van God geleid en bestuurd worden, zullen wij bemerken dat deze kwestie zich vanzelf in de harten van onze mensen zal oplossen.
Laat ieder voor zichzelf de Here zoeken. Laten zij, wier godsdienstige ervaring in het verleden slechts aan de oppervlakte gebleven is, tot God naderen. Betert u dan, betert u en bekeert u, opdat uw zonden mogen uitgewist worden.
Wanneer wij bereid zijn om het werk in ernst op te nemen, zullen wij beter bij machte zijn dan nu om de vragen op to lossen, die betrekking hebben op dit werk. Laat iedere gelovige zijn best doen om de weg te bereiden voor het evengelisch zendingswerk, dat er gedaan moet worden. Maar laat niemand zich in de strijd begeven. Het is satans plan om christenen in de strijd onder elkander te houden. Hij weet dat, wanneer zij niet waken, de dag des Heren als een dief in de nacht zal komen. Wij hebben nu geen tijd om de geest van de vijand plaats te geven, en vooroordelen te koesteren, die het oordeel benevelen en ons van Christus aftrekken.
Er zal geld vereist werden, en
ernstig, aanhoudend werk, om
te doen wat er onder de
kleurlingen gedaan moet
worden. Het is thans nodig,
dat ieder op zijn post en
plaats staat, zijn zonden
belijdt en opgeeft, en in
overeenstemming met zijn
broeders werkt. Gods arbeiders
moeten van één geest en één
hart zijn, zij moeten bidden
om de Geest te ontvangen, en
geloven dat God Zijn woord
vervullen zal.
“Meester! zeg mijn broeder, dat hij met mij de erfenis dele” Lucas 12: 13
Deze man was getuige geweest van de wonderbare werken van Christus. Hij had verbaasd gestaan over de helderheid van Zijn inzicht. Zijn buitengewoon oordeel, en de eerlijkheid waarmede Hij de gevallen, die tot Hem gebracht werden, beschouwde. Hij, hoorde de aangrijpende toespraken, door Christus gehouden, en Zijn plechtige aanklachten tegen de schriftgeleerden en de Farizeeën. Indien zulke woorden van gezag tot zijn broeder konden worden gesproken, zou hij niet durven weigeren om de gegriefde man zijn deel te geven. Hij verzocht aan Christus, Zijn invloed ten gunste van zijn zaak te gebruiken. “Zeg mijn broeder,” zei hij, “dat hij met mij de erfenis dele.”
De Heilige Geest pleitte met deze man om erfgenaam te worden van de onverderfelijke en onbevlekkelijke en onverwelkelijke erfenis. Hij had bewijzen gezien van de macht van Christus. Nu was het zijn kans om tot de grote Leermeester to spreken, en uitdrukking te geven aan de begeerte, die hem het naast aan
het hart lag. Maar gelijk de man met de hark, in zinnebeeldige beschrijving van Bunyan, waren zijn ogen op de aarde gericht. Hij zag de kroon boven zijn hoofd niet. Even als Simon de tovenaar achtte hij de gift van God een middel tot werelds gewin.
Christus gaf de man duidelijk to verstaan, dat dit Zijn werk niet aas, Hij trachtte zielen to behouden. Hij wilde niet afgetrokken worden van dit werk, om de plichten van een burgerlijke magistraat op Zich te nemen.
Hoe menigmaal wordt aan de kerk in deze tijd werk opgedrongen, dat nooit tot het werk van de evangeliebediening moest worden toegelaten!
Van Christus werd keer op keer verlangd om over wetsvragen en politieke kwesties te beslissen. Maar Hij weigerde om Zich in tijdelijke zaken to mengen. Hij wist dat er in de politieke wereld onrechtvaardig te werk gegaan werd, en dat er grote tirannie was. Maar de enige wijze waarop Hij dit aan het licht bracht, was door middel van de verkondiging van bijbelse waarheden. Aan de grote scharen, die Hem volgden, stelde Hij reine-, heilige beginselen van de wet van God voor, en sprak over de zegen, die men verkrijgt door gehoorzaam te zijn een deze beginselen. Met gezag, van boven ontvangen, legde Hij nadruk op de belangrijkheid van rechtvaardigheid en barmhartigheid. Maar Hij weigerde om in persoonlijke twisten gemengd te worden.
Christus stond in onze wereld als het Hoofd van het grote geestelijke koninkrijk, tot oprichting waarvan Hij naar onze wereld kwam, - Met koninkrijk der gerechtigheid. Zijn leer maakte de veredelende, heiligende beginselen, die dit koninkrijk beheren, duidelijk. Hij toonde aan, dat gerechtigheid en barmhartigheid en de liefde de heersende machten in het koninkrijk van Jehova zijn.
Een Tijd vaan Voorbereiding
Wij
leven in de grote
tegenbeeldige verzoendag.
Ieder afzonderlijk moeten wij
God zoeken. Dit is een
persoonlijk werk. Laat ons tot
God naderen en niets in onze
pogingen laten indringen, dat
de waarheid voer deze tijd
verkeerd zou voorstellen. Laat
iedereen niet de zonde van
zijn broeder belijden, maar
zijn eigen zonde. Laat hen
zijn hart voor God
verootmoedigen, en dermate
vervuld worden van de Heilige
Geest, dat zijn leven tonen
zal, dat hij wedergeboren is.
Wij lezen: Zo velen Hem
aangenomen hebben die heeft
Hij macht gegeven kinderen
Gods te worden, namelijk die
in Zijn naam geloven. Joh. 1:
12 Het evangelie van Christus moet in het degelijke leven beleefd en beoefend worden. De dienstknechten Gods moeten van alle koudheid, alle zelfzucht worden gereinigd. Eenvoud, zachtmoedigheid, nederigheid, zijn in het werk van god van grote waarde. Tracht er naar om de werkers in vertrouwen en liefde te verbinden. Indien u dit niet gelukt, doet dan zelf wat recht is, en laat het verdere aan God over. Arbeid in geloof en gebed. Kiest christelijke jongelieden uit, en leidt hen op om werkers te zijn, niet met harten van ijzer, maar werkers, die gewillig zijn en eensgezind te worden.
Ik bid dat de Here de harten veranderen zal van hen, die, tenzij zij meer genade ontvangen, in verzoeking zullen komen. Ik bid dat Hij ieder hart verzachten en onderworpen maken zal. Wij moeten in nauwe gemeenschap met God leven, ten einde elkander lief te hebben, gelijk Christus ons liefgehad heeft. Hieraan is het, dat de wereld bekennen moet dat wij Zijn discipelen zijn. Laat er geen zelfverheffing wezen. Wanneer de werkers hun hart voor God willen verootmoedigen, dan zal de zegen komen. Zij zullen gedurig frisse, nieuwe ideeën ontvangen, en er zal een wonderbare opwekking van evangelisch en medisch zendingswerk komen.
Het grote week, dat wij als christenen te doen hebben, is het koninkrijk van Christus zo snel mogelijk uit te breiden, overeenkomstig de Goddelijke opdracht. Het evangelie moet van zege tot zege en van overwinning tot overwinning voortgaan. De grootheid der koninkrijken onder de ganse hemel zal gegeven worden aan het volk der heiligen der hoge plaatsen, en zij zullen het koninkrijk aanvaarden, en het koninkrijk in alle eeuwigheid bezitten.
De strijd die ons te wachten staat
Gods dienstknechten moeten zich bekleden met ieder stuk van de christelijke wapenrusting. Wij hebben de strijd niet alleen tegen menselijke vijanden. God roept ieder christen op om de oorlog, aan te gaan, onder de banier te strijden, en voor het welslagen ervan te vertrouwen op de genade en de hulp des Hemels.
Wij moeten in de kracht van de Almachtige voorwaarts gaan. Wij moeten nooit wijken voor da aanvallen van satan. Waarom zouden wij als christelijke krijgsknechten niet bestaan tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld, der duisternis dezer eeuw? God roept ons op om voorwaarts te gaan, en gebruik te maken van de ons toevertrouwde gaven. Satan zal verzoekingen over ons brengen, Hij zal trachten ons door sluwheid te overwinnen. Maar in de kracht Gods moeten wij vast als een rots op onze beginselen staan.
In deze strijd is er geen rustpauze. Satans werktuigun staken hun werk van vernieling geen ogenblik. Zij, die in dienst van Christus staan, moeten iedere buitenpost bewaken. Ons doel is, verlorengaande zielen voor de ondergang te beweren. Dit is een werk van oneindige omvang, en de mens kan niet hopen er succes mee te hebben, tenzij hij zich met de Goddelijke Werker verbindt.
Christus is van alle eeuwigheid de Verlosser van de mens geweest. Van de val is tot hen, die zich met Hem in Zijn grote werk verbinden het woord gekomen: “Vertraag niet wel te doen .“ 2 Thess. 3: 13 “Zijt standvastig, onbewegelijk, altijd overvloedig zijnde in het werk des Heren. 1 Cor. 15: 58.
De christen wordt aangemoedigd om geduldige volharding te tonen in het behartigen van de evangeliebediening, in verband met het medisch zendingswerk. Naarmate hij ervaring krijgt in de ware godsdienst, ontvangt hij geestelijke kennis die het karakter vormt.
Het leven van een ware christen is een aanhoudende reeks van dienstbetoon. “Wij zijn Gods medearbeiders.” Iedere dag brengt hen, die in Gods dienst staan, plichten naar verhouding van hun krachten. Hun nuttigheid neemt toe, wanneer zij onder de leiding van een oppermachtige Kracht, die plichten vervullen. De vervulling van één plicht maakt ons beter geschikt om een andere op ons te nemen. Zij die een waar besef hebben van wat er gedaan moet worden, zullen zich in enigheid met Zijn andere werkkrachten onder het directe licht van Gods woord stellen. Iedere dag zullen zij zich, bekleed met de gehele wapenrusting in de strijd begeven. Zij zullen met gebed en waakzaamheid en volharding arbeiden, vast besloten dat het eind van hun levenswerk hen niet onvoorbereid vinden zal, niet zonder alles gedaan te hebben, wat in hun macht lag, tot redding van verloren gaande zielen.
Wanneer christenen in eensgezindheid wilden handelen, als één enig man voorwaarts gaande, onder de leiding van één macht, tot bereiking van eenzelfde doel, dan zouden zij de wereld bewegen.
iemand dient, die diens als uit de kracht, die God verleent; opdat God in allen geprezen worde door Jezus Christus.” 1 Petr. 4: 10,11.
Er zijn grote wetten, die de wereld der natuur beheersen; en geestelijke dingen worden zeer zeker eveneens door beginselen, die even vast zijn, beheerst. De middelen om tot een doel te geraken, moeten aangewend worden, als men de gewenste resultaten verkrijgen wil. God heeft iedereen zijn werk aangewezen, naar dat zijn bekwaamheid is. Het is door opvoeding en oefening dat personen geschikt worden om in een dringend onverwacht geval te handelen; en wijs overleg is nodig om een ieder in zijn juiste plaats te zetten, opdat hij ervaring moge opdoen, die hem geschikt zal maken om verantwoordelijkheid te dragen.
God wil dat wij elkander door betoning van medegevoel en onzelfzuchtige liefde helpen zullen. Er zijn mensen, die eigenaardige gewoonten en aanleg overgeërfd hebben. Het mag misschien moeilijk zijn, om met hen om te gaan; maar hebben wij geen gebreken? Zij moeten niet ontmoedigd worden. Hun gebreken moeten niet algemeen bekend worden gemaakt. Christus heeft medelijden met hen om helpt hen, die dwalen. Hij heeft voor ieder mens de dood ondergaan, en derhalve toont Hij treffende en grote belangstelling in iedereen.
Iemand mag trachten God te dienen; maar verzoekingen van binnen en van buitenaf komen tot hem. Satan en zijn engelen dringen en overreden hem om te overtreden. Misschien wordt hij de prooi van hun verleiding. Hoe behandelen zijn broeders hem dan? Spreken zij harde, snijdende woorden, die hem verder van de Heiland wegdrijven? Welk een treurig schouwspel voor Christus en de engelen!
Laat ons bedenken dat wij strijden en vallen, met woord en daad te kort schietende om Christus te vertegenwoordigen, dat wij vallen en weer opstaan, wanhopende en hopende. Laat ons, ons hoeden om onvriendelijk te handelen met degenen, die evenals wij aan verzoeking bloot staan, en die, evenals wij de voorwerpen van Christus onfeilbare liefde zijn.
God behandelt mensen als verantwoordelijke wezens. Hij zal door Zijn Geest werken door middel van de geest, die Hij in de mens geplaatst heeft, wanneer de mens Hem slechts gelegenheid wil geven om te werken, en Zijn werking erkennen wil. Zijn voornemen is, dat iedereen zijn verstand en geweten zelf gebruiken zal. Het is Zijn plan niet dat de ene mens de schaduw van een ander zal worden, en alleen de gevoelens van een ander uiten zal.
Respect hebben voor de gekleurde werkers
De godsdienst van de Bijbel erkent geen kaste of kleur. Hij rekent niet met rang, rijkdom, wereldse eer, God waarderde de mensen als mens. Bij Hem beslist het karakter hun waarde. En wij moeten de Geest van Christus erkennen, in wie die ook maar geopenbaard wordt. Niemand hoeft zich te schamen om, waar het ook zij, met een eerlijke zwarte man te spreken, of hem de hand te geven. Hij die in de atmosfeer leeft, waarin Christus leefde, zal door God onderwezen worden, en zal leven zoals Hij om de mensen naar waarde te schatten.
Onze gekleurde evangeliedienaars moeten met begrip behandeld worden. Dit is niet altijd gedaan. De mensen moeten worden aangemoedigd om de waarheid grondig te leren kennen. Zij moeten leren, hoe zij bekwaam kunnen worden om anderen in de waarheid te onderwijzen. En wanneer zij zich getrouw aan het werk geven, behoren zij hun loon te ontvangen. Vergeet niet dat zij brood moeten hebben.
De Here wil dat Zijn volk in het Noorden een vriendelijke houding handhaaft jegens de gekleurde broeders en zusters. Wij moeten niet direct hun gebreken opmerken. Wij kunnen niet verwachten dat zij in alle opzichten gelijk zullen zijn aan hen, die grotere voorrechten genoten hebben. Wij moeten denken aan de ongunstige omstandigheden, waaronder de kleurlingen geleefd hebben. Hun omgeving is zeer verschillend geweest van de omgeving van het blanke ras. De mensen van het Noorden hebben in een zuiverder, reiner zedelijker atmosfeer geleefd dan de kleurlingen van het Zuiden. Wij kunnen niet verwachten dat zij, in alle dingen, even vast en helder zullen zijn als wij,in hun ideeën over zedelijkheid.
Indien Christus heden op aarde was, zou Hij de zwarte ras op een wijze leren, die ons verbaasd zou doen staan. Hij roept ons op om eraan te denken, dat zelfs zij, die in veel dingen grote voordelen gehad hebben, zich menigmaal gegriefd voelen, wanneer er op onbehoorlijke wijze op hun gebreken gewezen wordt, en er woorden van raadgeving en vermaning op onsympathieke wijze worden gesproken.
Wanneer er onder de kleurlingen dingen voorkomen, dia aanstoot geven, vergeet dan niet dat de Here wil, dat u mat de wijsheid van een getrouwe herder handelen zult. Gedenk eraan dat vriendelijkheid meer tot stand zal brengen dan bestraffing. Laten de gekleurde broeders en zusters zien dat hun broeders wensen dat zij de hoogste standaard bereiken zullen, en dat zij gewillig zijn om hen te helpen. En wanneer de kleurlingen in sommige dingen tekort schieten, wees dan niet haastig om hen te veroordelen, en hen van het werk te scheiden.
Aan het zwarten moet stipte en onpartijdige rechtvaardigheid bewezen worden. Christus vraagt van Zijn dienstknechten teder mededogen met de lijdenden, medegevoel voor de ongelukkigen, en grootmoedige consideratie voor misdadigers.
De armen moet men niet het voorrecht om te geven, ontnemen. Zij kunnen evengoed als de rijken, deel aan dit werk hebben. De les die Christus gaf met betrekking tot de twee penningen van de weduwe, bewijst ons dat de kleinste vrijwillige gift van de arme, indien die uit een hart vol liefde gegeven wordt, even welkom is als de grootste gaven van de rijken. In de balans van het heiligdom worden de giften van de armen, die uit liefde voor Christus werden gebracht niet geschat naar hun hoeveelheid, die gegeven is, maar volgens de liefde, die van opoffering getuigd.
De behoefte van een zendingsveld
Sedert jaren heeft de Here de behoeften van het werk onder de kleurlingen in de Zuidelijke Staten van Amerika aan Zijn volk voorgehouden. De zedelijke duisternis van dit arbeidsveld is op zichzelf reeds een krachtig pleidooi voor de beoefening van vrijgevigheid. Sommigen hebben in het verleden gedaan wat zij konden om deze tak van ons werk te steunen; en hun mildheid heeft vrucht gedragen door de bekering van vele zielen.
Alhoewel er nog veel voor de kleurlingen te doen blijft, hebben wij reden om ons te verheugen over het goede begin dat gemaakt is. In een onlangs verschenen nummer van de The Gospel Herald (1907) wordt gerapporteerd, dat er vijftien jaar geleden niet meer als twintig gekleurde Zevende Dags Adventisten ten zuiden van de Mason en Dixon’s lijn waren; maar op het ogenblik zijn er zevenhonderd. Twaalf jaar geleden was er slechts één gekleurde Zevende Dags Adventisten kerk; heden zijn er vijftig, in Afrika en in West – Indië niet meegerekend ....., De tienden van de kleurlingen in de Verenigde Staten bedroeg verleden jaar ongeveer duizend pond sterling; vijftien jaar geleden was het niet meer dan tien pond.
Laat ons God danken, lieve broeders en zusters, en moed vatten. God ontbloot Zijn arm om een machtig werk te doen in dit zendingsveld binnen de grenzen van ons eigen land. Hij geeft thans Zijn volk ongewone gelegenheden om het werk in het Zuiden snel uit te breiden. Voornamelijk in de tijd van het brengen van de jaarlijkse gift, behoren wij een geest van mildheid te tonen tot steun van het werk voer de gekleurden.
God heeft ons vertrouwen getoond door ons rentmeesters van middelen en van Zijn rijke genade te maken; en Hij wijst ons thans op de armen en leidenden en verdrukten, op de zielen, die in ketenen van bijgeloof en dwaling gekluisterd zijn, en verzekert ons, dat, wanneer wij dit goed doen, Hij de daad zal aannemen, alsof die aan Hemzelf gedaan was. “Voorzoveel gij dit aan één van deze Mijn minste broeders gedaan hebt,” verklaart Hij, “zo hebt gij dit aan Mij gedaan.” Matth. 5:40.
Duizende kleurlingen in het Zuiden kunnen nu opgeheven, en menselijke werktuigen worden om hun eigen ras te
hulp te komen, wanneer zij de hulp ontvangen, die God ons oproept te geven. Scharen van mannen en vrouwen in dit arbeidsveld voelen hun grote armoede, en hun behoefte mm verhevener te worden, en wanneer getrouwe leraars zullen komen om hun de Schrift te verklaren, juist gelijk die geschreven staat, en de waarheid in zijn oorspronkelijke reinheid aan hen voorstellen, dan zal de duisternis verdwijnen. Heldere lichtstralen zullen stralen op de ziel, die naar waarheid zoekt. En bij hen, die de voorrechten genoten hebben, zal er een nauwkeurig en verstandig onderzoek plaats vinden met betrekking tot de punten van de waarheid, die in de Schrift geopenbaard worden. Velen zullen van God geleerd worden. Zij zullen het recht leren van de grote Leermeester, en zullen met vreugde de waarheden aannemen, die hun heiligen en opheffen zal. Het zedelijk beeld van God zal in de ziel herstellen, en velen zullen voor eeuwig behouden worden.
Mijn lieve broeders en
zusters, Christus zegt thans
tot u; “heft uw ogen omhoog en
ziet op dit zuidelijk
arbeidsveld; want het heeft
behoefte aan werkers –zaaiers
van hat zaad, en maaiers. Het
heeft behoefte aan uw middelen
om die werkers te onderhouden.
De genade van Christus is
grenzeloos, het is Gods vrije
gift. Waarom zou dan aan dit
verwaarloosde volk niet wat
hoop en moed en geloof in hun
leven gebracht worden? Er is
zonneschijn in het hart van
iedereen, die Christus wil
aannemen. September 1907.
|
||