You are home- www.agp-internet.com/react- ellenwhite.nl.nu - Themasite Ellen G. White
 
De Geest van Eenheid (17)

 

Dit zijn gedeelten uit het traktaat:’Speciale getuigenissen,’ serie B no.4 zijn in deze sectie opgenomen….Toespraak gehouden op de Europese Unieraad, te Bazel, Zwitserland, op 24 september 1885

 

                                                   ‘Opdat zij allen één zijn. Joh. 17:21

 

Eenheid onder verschillende nationaliteiten

 

‘Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke.’ Maar zo wie gedronken zal hebben van het water, dat Ik hem geven zal, die zal in eeuwigheid niet dorsten; maar het water, dat Ik hem geven zal, zal in hem worden een fontein van water, springende tot in het eeuwige leven.’ Joh. 7:37; 4:14

 

Indien wij, met deze beloften vóór ons, verkiezen om uitgedroogd en verdord te blijven uit gebrek aan het water des levens, is het onze eigen schuld. Indien wij tot Christus gaan met de eenvoud van een kind, dat tot zijn aardse ouders gaat, en vraagt om de dingen, die Hij beloofd heeft, gelovende dat wij ze ontvangen zullen, zullen wij ze verkrijgen. Indien wij allen het geloof beoefend hadden, dat wij behoorden te hebben, zouden wij gezegend zijn met veel meer van de Geest van God, in onze bijeenkomsten, dan wij nog ontvangen hebben. Ik ben blij dat de bijeenkomst nog enige dagen voortduurt. Nu is het de vraag: willen wij tot de fontein komen en drinken? Willen de leraars der waarheid het voorbeeld geven? Go zal grote dingen voor ons doen, indien wij Hem in het geloof aan Zijn beloften houden. O, dat wij hier een algemene verootmoediging van het hart voor God mochten aanschouwen!

Sinds deze bijeenkomsten begonnen zijn, heb ik mij gedrongen gevoeld om veel over de liefde en over het geloof te spreken. Dit is omdat u deze getuigenissen nodig hebt. Sommigen, die in deze zendingsvelden gekomen zijn om te werken, hebben gezegd: U begrijpt het Franse volk niet; u begrijpt de Duitsers niet. Zij moeten juist op zulk een wijze behandeld worden.’

 

Maar ik vraag: Begrijpt God hen niet? Is Hij het niet die Zijn dienstknechten een boodschap voor de mensen geeft? Hij weet precies wat zij van node hebben; en wanneer de boodschap direct van Hem door Zijn dienstknechten tot de mensen komt, zal Hij het werk volbrengen waartoe Hij hen gezonden heeft; Hij zal ons allen één in Christus maken. Schoon enkelen beslist Frans anderen beslist Duits en anderen beslist Amerikaans zijn, zullen zij allen even beslist aan Christus gelijk wezen.

 

De Joodse tempel werd gebouwd van behouwen stenen, die uit de bergen gegraven werden; en iedere steen werd gevormd voor zijn plaats in de tempel, behouwen, gepolijst, en getoetst, vóórdat hij naar Jeruzalem gebracht werd. En toen alle stenen op het bouwterrein gebracht waren, werd het gebouw in elkaar gevoegd zonder het geluid van een bijl of hamer. Dit gebouw stelt Gods geestelijke tempel voor, welke samengesteld is uit bouwstof, die verzameld is uit iedere natie, taal en volk, uit alle klassen, hoog en laag, rijk en arm, geleerd en ongeleerd. Dit zijn geen dode voorwerpen, die door de hamer en bijtel gevormd moeten worden. Het zijn levende stenen, door de waarheid uit de wereld gehouwen; en de grote Bouwmeester, de Here van de tempel, vormt en polijst hen nu, en bestemt hen voor hun respectieve plaatsen in de geestelijke tempel. Wanneer hij voltooid is, zal deze tempel in alle delen volmaakt zijn, en bewonderd worden door engelen en mensen; want haar Kunstenaar en Bouwmeester is God.

Laat niemand denken, dat er aan hem niets gedaan behoeft te worden. Er is geen persoon, geen natie, die volmaakt is in gewoonten en gedachten. De een moet van de ander leren. Daarom wil God, dat de verschillende nationaliteiten zich mengen, om één in oordeel, één in voornemen te worden.

 

Dan zal de eenheid, welke er in Christus is, ten toon gespreid worden.

 

Ik ben bijna bang geweest om naar Europa te komen, omdat ik zoveel mensen hoorde zeggen dat de verschillende nationaliteiten van Europa hun eigenaard bezitten, en op bepaalde wijze benader moeten worden, maar da wijsheid Gods is beloofd aan hen, die hun behoefte gevoelen, en er om vragen. God kan de mensen brengen, waar zij de waarheid zullen ontvangen. Laat de Here bezit nemen van de geest en die vormen, gelijk leem gevormd wordt in de handen van de pottenbakker, en deze verschillen zullen verdwijnen. Ziet op Jezus, broeders en zusters, volgt Zijn wijze van doen en Zijn geest na, en u zult geen moeite hebben met het bereiken van deze verschillende klassen. Wij hebben geen zes voorbeelden te volgen, en ook geen vijf, wij hebben slechts één, en dat is Christus Jezus. Wanneer de Italiaanse broeders, de Franse broeders en de Duitse broeders trachten, hem gelijkvormig te worden, zullen zij hun voeten op hetzelfde fundament der waarheid plaatsen; dezelfde geest, welke in de ene woont, zal in de andere wonen, Christus in hen, de hoop der heerlijkheid. Ik waarschuw u, broeders en zusters, om geen scheidsmuur op te trekken tussen verschillende nationaliteiten. Integendeel,tracht die af te breken, waar hij bestaat. Wij moeten trachten om allen tot de eensgezindheid te brengen, welke in Jezus is, arbeidende met hetzelfde einddoel voor ogen, de zaligheid van onze medemensen.

 

Wilt u, mijn broeders in de evangeliebediening, de rijke beloften van God aannemen? Wilt u uzelf opzij zetten en Jezus laten verschijnen? Het eigen ik moet sterven, voordat God door u kan werken. Ik word angstig, wanneer ik het eigen ik in de één hier en de ander daar zie opkomen. In de naam van Jezus van Nazareth zeg ik u, dat uw wil moet sterven; hij moet aan Gods wil gelijk worden. Hij wil u in de smeltkroes smelten, en u van alle smet zuiveren. Er is een groot werk voor u te doen, voordat u met de kracht Gods vervuld kunt worden. Ik smeek u om tot Hem te naderen, opdat u, voordat deze bijeenkomst sluit, Zijn rijke zegen moogt ervaren.

 

Er zijn sommigen hier, op wie een groot licht in waarschuwingen en vermaningen geschenen heeft. Wanneer er vermaningen gegeven worden, tracht de vijand in hen die vermaand worden, een verlangen naar menselijk medegevoel op te wekken. Daarom zou ik u willen waarschuwen om op uw hoede te zijn, opdat u niet door een beroep te doen op het medegevoel van anderen, en door opnieuw uw beproevingen in het verleden te bespreken weer op dezelfde punten dwaalt door te trachten uzelf te verontschuldigen. De Here leidt Zijn dwalende kinderen keer op keer op dezelfde wijze, maar wanneer zij aanhoudend nalaten om acht te slaan op de vermaningen van Zijn Geest, wanneer zij nalaten zich op ieder punt, waarop zij gedwaald hebben, te hervormen, zal Hij hen eindelijk aan hun eigen zwakheid overlaten.

 

Ik smeek u broeders, om tot Christus te komen en te drinken; vrijelijk te drinken van het water der zaligheid. Vertrouwt niet op uw eigen gevoelens. Meent niet, dat sentimentalisme godsdienst is. Maak uzelf los van iedere menselijke steun en leunt zwaar op Christus. U hebt een nieuwe uitrusting nodig, voordat u bereid zijt om in het werk van de redding van zielen werkzaam te zijn. Uw woorden, uw daden, hebben invloed op anderen, en u moet van die invloed in de dag van God verantwoordding doen. Jezus zegt:’Ik heb een geopende deur voor u gegeven, en niemand kan die sluiten.’ Op. 3:8. Er schijnt licht door die deur, en het is ons voorrecht om het aan te nemen, wanneer wij willen. Laat ons onze ogen richten op wat binnen die geopende deur is, en trachten om alles te ontvangen, wat Christus gewillig is te schenken.

 

Iedereen zal een zware strijd hebben om de zonde in zijn eigen hart te overwinnen. Dit is bij tijden een zeer pijnlijk en ontmoedigend werk; omdat wij, wanneer wij de gebreken van ons eigen karakter aanschouwen, daarop blijven zien, in plaats van tot Jezus op te zien, en ons met het kleed van Zijn gerechtigheid te bekleden. Iedereen, die door de poorten van paarlen van de stad Gods ingaat, zal daar als overwinnaar binnengaan, en zijn grootste overwinning zal de overwinning op zichzelf geweest zijn.

 

‘Om deze oorzaak buig ik mij knieën tot de Vader van onze Here Jezus Christus, uit welke al het geslacht in de hemelen en op de aarde genoemd wordt; opdat Hij u geve, naar de rijkdom Zijner heerlijkheid, met kracht versterkt te worden door Zijn Geest in de inwendige mens; opdat Christus door het geloof in uwe harten wone, en u in de liefde geworteld en gegrond zijt; opdat u ten volle kondet begrijpen met al de heiligen, welke de breedte, en lengte, en diepte en hoogte zij, en bekennen de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat, opdat u vervuld wordt tot al de volheid Gods.’ Ef. 3:14-19

 

Broeders en zusters, leunt, als medearbeiders met God, zwaar op de arm van Hem, die machtig is. Streeft naar eenheid, streeft naar liefde, en u zult een macht in de wereld worden.

 
Eenheid in Jezus Christus

Loma Linda Cal.

24 augustus 1905

 

Aan onze broeders, die verbonden zijn met het Uitgeverswerk te College View.

 

Terwijl ik de raadsvergadering van het Algemene Conferentie Comité, gehouden in september 1904 bijwoonde, hield mijn geest zich gedurig bezig met de eenheid, die met ons werk gepaard moet gaan. Ik was niet in staat om alle bijeenkomsten bij te wonen, maar in de nacht ging toneel op toneel aan mijn geest voorbij, en voelde ik dat ik een boodschap had voor onze mensen in vele plaatsen,

 

Mijn hart is bezwaard, wanneer ik zie, dat wij, met zulke wonderbare voorstellen om onze krachten en bekwaamheden tot de allerhoogste trap van ontwikkeling op te voeren, er tevreden mee zijn dwergen in het werk van Christus te blijven.

 

Het is Gods begeerte dat al Zijn werkers zullen opwassen tot volkomen mannen en vrouwen in Christus. Waar levenskracht is, daar is groei; de groei getuigt van levenskracht. Woorden en werken zijn een levend getuigenis aan de wereld van hetgeen het christendom voor de volgelingen van Christus doet.

 

Wanneer u het uw aangewezen werk doet zonder strijd of veroordeling van anderen, zal er een vrijheid, een licht en een kracht aan gepaard gaan, die karakter en invloed zullen verlenen aan de inrichtingen en ondernemingen, waarmede u verbonden bent.

 

Vergeet niet, dat u nooit op veilige grond staat, wanneer u ontstemd bent, en wanneer u de last draagt om iedere ziel, die met u in aanraking komt, terecht te wijzen. Wanneer u toegeeft aan de verzoeking om andere te beoordelen, om hun hun misslagen aan te wijzen, om af te breken wat zij doen, kunt u er zeker van zijn, dat u nalaat uw eigen taak op edele wijze en goed te volbrengen.

 

Dit is een tijd, waarin ieder, die een verantwoordelijke plaats bekleedt, en ieder lid van de gemeente, elk kenmerk van zijn werk in nauwe overeenstemming met de leer van Gods woord moet brengen. Wij moeten door onvermoeide waakzaamheid, door vurig gebed, door christelijke woorden en daden, aan de wereld tonen wat God wenst dat Zijn gemeente zal wezen.

 

Vanuit de plaats Zijner hoge waardigheid aanschouwde Christus, de Koning der heerlijkheid, de Majesteit des hemels, de toestand der mensen. Hij had mededogen met de mensen in hun zwakheid en zondigheid, en kwam aar deze aarde om te openbaren wat God voor de mensen is. De hemelhoven verlatende, en Zijn Goddelijkheid met menselijkheid bekledende, kwam Hijzelf naar de wereld om ten behoeven van ons een volmaakt karakter te openbaren. Hij koos Zijn woonplaats niet onder de rijken der aarde. Hij werd in armoede, uit nederige ouders eboren, en woonde in het verachte dorp Nazareth. Zodra Hij oud genoeg was om gereedschap te hanteren, deelde Hij in de zorg van het onderhoud van het gezin. Christus vernederde Zichzelf om aan het hoofd van het mensdom te staan, om de verzoekingen te ondergaan en de beproevingen te verduren, die over de mensheid komen en verdragen moesten worden. Hij moest weten wat de mens wedervaart van de zijde van de gevallen vijand, ten einde hen, die verzocht worden, bij te kunnen staan.

 

En Christus is onze Rechter geworden. De Vader is niet de Rechter. De engelen zijn het niet. Hij, die de gedaante van de mens aannam, en in deze wereld een volmaakt leven leidde, moet ons oordelen. Hij alleen kan onze Rechter zijn. Wilt u hieraan denken, broeders en zusters? Wilt u er aan denken evangeliedienaars? Wilt u er aan denken vaders en moeders? Christus nam de gestalte van een mens aan, om onze Rechter te kunnen zijn. Niemand onder u is aangesteld om de rechter van anderen te wezen. Al wat u kunt doen, is uzelf beteugelen. In Christus naam smeek ik u, acht te slaan op het bevel dat Hij u geeft, om uzelf nooit op de rechterstoel te plaatsen. Dag na dag heeft deze boodschap in mijn oren weerklonken:’komt van de rechterstoel af.’

 
Een leven van Genade en Vrede

 

In het eerste hoofdstuk van de tweede brief van Petrus zult u de belofte vinden, dat genade en vrede u zullen vermenigvuldigd worden, indien u wilt voegen, ‘bij uw geloof deugd, en bij e deugd kennis, en bij de kennis matigheid, en bij de matigheid lijdzaamheid, en bij de lijdzaamheid broederlijke liefde, en bij de broederlijke liefde, liefde jegens allen.’ 2 Petrus 1:5-7. deze deugden zijn wonderbare schatten. Zij maken, ‘dat een man dierbaarder zal zijn dan dicht goud, en een mens dan fijn goud van Ofir. ‘ Jes. 13:12

 

‘want zo deze dingen bij u zijn, en in u overvloedig zijn, zij zullen u niet ledig noch onvruchtbaar laten in de kennis van onze Here Jezus Christus.’ 2 Petrus 1:8

 

Zullen wij er niet naar streven om de korte tijd, die ons in dit leven nog rest, op de beste wijze te gebruiken, genade bij genade, kracht bij kracht voegende, en hierdoor tonen dat wij een bron van kracht in de hemelen daarboven hebben? Christus zegt: ‘Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde.’Matt. 28:18. Waarvoor is Hem die macht geschonken? Voor ons. Hij wenst dat wij zullen beseffen, dat Hij naar de hemel teruggekeerd is als onze oudste Broeder, en dat wij beschikken kunnen over de grensloze macht, die Hem verleend is.

 

Zij, die in hun leven de last, welke aan de apostel Petrus aan de gemeente gegeven wordt, willen uitvoeren, zullen kracht van boven ontvangen. Wij moeten volgens het plan van ontwikkeling tot heiligmaking leven, en ons benaarstigen om onze roeping en verkiezing vast te maken. Wij moeten in alles, wat wij zeggen en doen, Christus vertegenwoordigen. Wij moeten Zijn leen leiden. De beginselen, waar Hij zich naar richtte, moet ook onze handelwijze jegens hen zijn, met wie wij in aanraking komen.

 

Wanneer zij vast in Christus verankerd zijn, hebben wij een macht, die geen mens ons ontnemen kan. Waarom is dat zo? Omdat wij de goddelijke natuur deelachtig zijn geworden, en het verderf, dat in de wereld is, door de begeerlijkheid, ontvloden zijnde, de natuur deelachtig werden van Hem, die naar de aarde kwam, bekleed met het gewaad der mensheid, opdat Hij aan het hoofd van het mensengeslacht kon staan, en een karakter bij ons kon ontwikkelen dat zonder vlek of smet zou zijn.

 

Waarom zijn velen onder ons zo zwak en ongeschikt? Het is omdat wij op onszelf zien, en onze karakters nagaan, en wensen te weten hoe wij onszelf, onze persoonlijkheid en onze eigenaardigheid een plaats kunnen geven, in plaats van Christus en Zijn karakter bestuderen.

 

Broeders en zusters, die in eensgezindheid samen konden werken, wanneer zij van Christus wilden leren en wilden vergeten dat zij Amerikanen, Europeanen, Duitsers, Fransen, Zweden, Denen of Noren zijn, en niet te denken dat, indien zij zich met deze andere nationaliteiten zouden vermengen, zij de eigenschappen van hun eigen land en volk zouden verliezen, er iets anders voor in de plaats zou komen.

 

Mijn broeders en zusters, laat ons dit alles afleggen.  Wij hebben geen recht om onze gedachten op onszelf en op onze voorliefde, en onze lievelingsideeën gericht te houden. Wij moeten niet trachten, een eigen identiteit te handhaven, een persoonlijkheid, die ons van onze medearbeiders scheiden zal. Wij hebben een karakter te handhaven, en dat is het karakter van Christus. Wanneer wij het karakter van Christus bezitten, kunnen wij samen Gods werk doen. De Christus in ons zal ook de Christus in onze broeders zijn, en de Heilige Geest zal de eenheid van het hart en werk bevorderen, die voor de wereld getuigen zal, dat wij kinderen Gods zijn. Moge de Here ons helpen om aan onszelf af te sterven, en wedergeboren te worden, opdat Christus in ons leven, een levend werkend beginsel, die een kracht is, die ons heilig maken zal.

 

Streef naar eenheid. Bid erom, werk ervoor. Eenheid zal geestelijke gezondheid, verhevenheid van gedachte, adel van karakter, een hemels gevoel bewerken, waardoor u instaat gesteld zult worden om zelfzucht en kwade overleggingen te overwinnen, en meer overwinnaars te worden door Hem, die ons lief gehad en Zichzelf voor ons gegeven heeft. Kruisig het eigen ik; acht anderen beter dan uzelf. Op die wijze zult u tot eenheid met Christus gebracht worden. Voor het hemelse heelal, voor de gemeente en de wereld zult u een onmisbaar getuigenis afleggen, dat u Gods zonen en dochters zijt. God zal in het door u gesteld e voorbeeld verheerlijkt worden.

 

De wereld heeft behoefte om het wonder dat gewrocht wordt, te zien, dat de harten van Gods kinderen in christelijke liefde verbindt. Het is voor de wereld nodig, dat het volk des Heren hemelse plaatsen bekleedt, waar Christus Jezus is. Wilt u in u leen niet een bewijs geen van hetgeen de waarheid Gods oden zal voorhen, die Hem liefhebben en dienen? God weet wat u zijn kunt. Hij weet, wat Goddelijke genade voor u doen kan, wanneer u de Goddelijke natuur deelachtig wilt worden.

Het Uitgeverswerk te College Vieuw

Loma Linda, Cal. 24 augustus 1906

 

Ik keur de pogingen, die in het werk gesteld zijn, om ons Duits en Scandinavisch uitgeverswerk te College View tot stand te brengen, goed. Ik hoop dat er plannen beraamd zullen worden tot aanmoediging en steun van dat werk.

 

De last van het werk moet niet alleen op onze broeders in de vreemde landen rusten. Evenmin moeten onze broeders van het gehele arbeidsveld geen al te zware last op de conferenties in de nabijheid van College View drukken. De leden van die conferenties moeten voorwaarts gaan en hun best doen, en iedereen moet hen te hulp komen. De waarheid moet aan alle naties, geslachten, talen en volken verkondigd worden

 

Onze Duitse en Deense en Zweedse broeders hebben geen goede reden om niet eensgezind te kunnen handelen inzake het uitgeverswerk. Zij, die de waarheid geloven, moeten er aan denken dat zij Gods kleine kinderen zijn, en dat zij onder Zijn leiding staan. Laat hen dankbaar zijn aan God voor Zijn grote barmhartigheid, en laten zij vriendelijk jegens elkander zijn. Zij hebben één God en één Heiland; en één Geest, de Geest van Christus en die moet eenheid in onze gelederen brengen.

 

Na Zijn opstanding voer Christus op ten hemel, en legt thans al onze nooddruft aan de Vader voor. Hij zegt:’Ik heb u in Mijn beide handpalmen gegraveerd. ‘ Jes. 49:16. Het heeft iets gekost om hen daar te graveren. Het heeft onuitsprekelijk zielenlijden gekost. Indien wij onszelf voor God willen verootmoedigen, en vriendelijk en voorkomend en teder en medelijdend zijn, dan zouden er honderden zich bekeren tot e waarheid, waar er nu slechts één is. Maar, hoewel belijdende dat wij bekeerd zijn, dragen wij een pak van ons eigen ik met ons mee, dat wij veel te kostbaar vinden om het te kunnen af leggen. Het is ons voorrecht om dit pak aan de voeten van Christus te leggen, en in ruil daarvoor het karakter van en de gelijkvormigheid van Christus te aanvaarden. De Heiland wacht op ons om dit te doen.

 

Christus heeft Zijn koninklijk kleed, Zijn Koninklijke kroon, en Zijn hoge waardigheid afgelegd, en is afgekomen, lager, en nog lager, tot het laagste peil van vernedering. De menselijke natuur aangenomen hebbende, onderging Hij al de verzoekingen van het mensdom en versloeg voor ons de vijand op ieder punt.

 

Dit alles deed Hij opdat Hij de mensen macht zo kunnen geven, waardoor zij overwinnaars zouden kunnen worden. Hij zegt:’Mij is gegeven alle macht.’Matt. 28:18. En deze geeft Hij aan een ieder, die Hem volgen wil. Zij mogen aan de wereld de macht tonen, die er in de godsdienst van Christus is, tot overwinning van het eigen ik.

 

‘Leert van Mij,’ sprak Christus, ‘en gij zult rust vinden voor uw zielen.’ Matt. 11:29. Waarom leren wij niet iedere dag van de Heiland? Waarom leven wij niet in voortdurende gemeenschap met Hem, zodat wij in onze aanraking met elkander vriendelijk en voorkomend kunnen spreken en handelen? Waarom eren wij de Here niet door tederheid en liefde jegens elkander te tonen? Wanneer wij in overeenstemming met de beginselen des hemels spreken en handelen zullen ongelovigen, door in aanraking met ons te komen, tot Christus getrokken worden.

 
Christus verhouding tot Nationaliteit

 

Christus erkent geen onderscheid van nationaliteit, rang, of geloof. De schriftgeleerden en Farizeeën, wilden alle giften des hemels een plaatselijk en nationaal voorrecht schenken, en de overigen van Gods huisgezin in de wereld buitensluiten. Maar Christus kwam om iedere scheidsmuur af te breken. Hij kwam om te tonen, dat Zijn gift van goedertierenheid en liefde even onbegrensd is als de lucht, het licht, of de regens, die het aardrijk verfrissen.

 

Het leven van Christus stichtte een godsdienst zonder klassen, een godsdienst, waardoor de Jood en de Heiden, vrijen en slaven tot een algemene broederschap verbonden worden, met voor God gelijk recht. Geen zaak van politiek had invloed op hetgeen Hij deed. Hij maakte geen onderscheid tussen buren en vreemden, vrienden en vijanden. Wat Zijn hart trof, was een ziel, die dorstte naar het water des levens.

 

Hij ging geen mens voorbij als onwaardig, maar trachtte het helende geneesmiddel op iedere ziel toe te passen. In welk gezelschap Hij zich ook bevond, gaf ij een les, passend voor de tijd en de gelegenheid. Iedere daad van veronachtzaming of belediging, die mensen hun medemensen aandeden, deed Hem slechts te meer hun behoefte aan zijn Goddelijk menselijk medegevoel beseffen. Hij trachtte de ruwsten en minst belovende hoop in te boezemen, en hield hun de verzekering voor, dat zij onberispelijk, en oprecht konden worden en een karakter verkrijgen, dat hen tot kinderen Gods zou maken.

 
Een vaste Grond

 

‘Daarom broeders!’ zegt de apostel Petrus, ‘Benaarstig u te meer, om uw roeping en verkiezing vast te maken; dat doende zult u nimmermeer struikelen; want alzo zal u rijkelijk toegevoegd worden de ingang in het eeuwig koninkrijk van onze Here en Zaligmaker Jezus Christus.’ 2 Petr. 1:10,11

 

Jaren geleden, toen het gezelschap gelovigen in de spoedige wederkomst van Christus zeer klein was, kwamen de Sabbatvierders te Topsham, Maine, in de grote keuken van de woning van broeder Stockbridge Howland bijeen om een dienst te houden. Op een zekere sabbatmorgen was broeder Holand afwezig. Wij verwonderden ons hierover, omdat hij altijd zo precies op tijd was. Weldra kwam hij met een glanzend gelaat, blinkende van heerlijkheids Gods, binnen. ‘Broeders en zusters, ‘ sprak hij, ‘ik heb het gevonden. Ik heb het gevonden dat wij op zulk een wijze kunnen leven, dat Gods woord kan waarborgen: ‘Dat doende zult gij nimmermeer struikelen.’ Ik zal u vertellen wat het is.’

 

Toen verhaalde hij ons, dat hij had opgemerkt dat een broeder, een arme visser, meende, dat hij niet met zoveel respect behandeld werd, als hem toekwam, en dat broeder Howland en anderen zich boven hem achten. Dit was niet waar, maar het scheen hem toe waar te zijn; verscheidene weken lang had hij de bijeenkomsten niet bijgewoond. Broeder Howland ging naar zijn huis en viel op zijn knieën voor hem, en zei:’Mijn broeder, vergeef mij, wat heb ik gedaan?’ De man nam hem bij de arm en trachtte hem te doen opstaan. ‘Neen,’ zei broeder Howland, ‘wat heeft u tegen mij?’ ‘Ik heb niets tegen u.’ ‘Maar u moet iets tegen mij hebben,’ zei broeder Howland, ‘want voorheen spraken wij tegen elkander, maar nu spreekt u niet meer tegen mij en ik wil weten wat er verkeerd is.’

‘Sta op, broeder Howland,’, zei hij. ‘Neen,’ zei broeder Howland. ‘Ik wil niet’ ‘Dan moet ik knielen,’ zei hij, en viel op zijn knieën, en beleed, hoe kinderachtig hij geweest was, en hoeveel kwade gedachten hij gekoesterd had. ‘En nu,’ zei hij, ‘zal ik ze alle opgeven.’

 

Toen broeder Howland dit verhaalde, blonk zijn gelaat van de heerlijkheid des Heren. Juist toen hij ophield met spreken, kwam de visser met zijn gezin binnen, en wij hadden een uitstekende bijeenkomst.

 

Verstel eens, dat sommigen onder ons zouden doen, wat broeder Howland deed. Indien wij, wanneer broeders kwaad van ons denken, tot hen wilden gaan, en zeggen:’Vergeef mij, indien ik u kwaad heb gedaan.’ Zouden wij de invloed van satan over hen misschien breken, en onze broeders vrijstellen van hun verzoekingen. Laat er niets tussen u en uw broeders en zusters komen. Indien er iets is, dat u door opoffering kunt doen, om het onding van verdenking we te ruimen, doe het dan. God wil dat wij elkander als broeders en zusters zullen liefhebben. Hij wil dat wij medelijdend en voorkomend zullen wezen. Hij wil dat wij onszelf gewennen zullen om aan te nemen, dat onze broeders en zusters ons lief hebben, en te geloven dat Christus ons liefheeft. Liefde baart liefde.

 

Verwachten wij, onze broeders en zusters in de hemel te ontmoeten? Indien wij hier in vrede en eensgezindheid met hen kunnen leven, dan zullen wij het daar ook kunnen. Maar hoe kunnen wij met hen in de hemel leven zonder voortdurende twist en strijd? Zij die zich zo gedragen, dat zij zich door hun handelwijze van hun broeders en zusters afscheiden, en twist en tweedracht veroorzaken, hebben een grondige bekering nodig. Onze harten moeten vertederd en onderworpen worden door de liefde van Christus. Wij moeten de liefde gevoelen, die Hij toonde door voor ons aan het kruis te sterven. Wij moeten dichter tot de Heiland naderen. Wij moeten veel bidden, en leren geloof te oefenen. Wij moeten meer teerhartig, meer medelijdend en voorkomend zijn. Wij leven maar eenmaal op deze wereld. Zullen wij er niet naar streven om op degenen, met wie wij in aanraking komen, het stempel van het karakter van Christus achter te laten?

 

Onze harten moeten verbroken worden. Wij moeten in volkomen eenheid samenkomen, en beseffen, dat wij gekocht zijn met het bloed van Jezus Christus van Nazareth. Laat iedereen zeggen:’Hij gaf Zijn leven voor mij, en wil dat ik, terwijl ik door de wereld ga, de liefde zal openbaren, die Hij ten toon gespreid heeft door Zichzelf voor mij te geven.’ Christus heeft onze zonden in Zijn eigen lichaam aan het kruis gedragen, opdat God rechtvaardig zij, en toch rechtvaardigen zou degenen, die in Hem geloven. Er is leven, eeuwig leven, voor iedereen, die zich aan Christus wil overgeven.

 

Ik wil de Koning in Zijn schoonheid zien. Ik wil Zijn ongeëvenaarde bekoorlijkheden aanschouwen. Christus zal Zijn verlosten aan de rivier van het water des levens leiden, en zal hen verklaren, wat hun in deze wereld onduidelijk is geweest. De verborgenheden van de genade zal Hij voor hen ontvouwen. Waar hun eindig verstand slechts verwarring en duistere voornemens ontwaarde, zullen zij de volmaaktste en schoonste overeenstemming zien.

 

Laat ons God met al onze vermogens, met geheel ons verstand dienen. Ons verstand zal zich ontwikkelen, wanneer wij gebruik maken van hetgeen wij hebben. Onze godsdienstige ervaring zal krachtiger worden, wanneer wij die in ons dagelijks leven brengen. Op die wijze zullen wij trede na trede op de ladder, die tot in de hemel reikt, beklimmen, totdat wij ten laatste de hoogste trede in het koninkrijk Gods bereiken. Laat ons Christenen zijn in deze wereld. Dan zullen wij het eeuwige leven in het koninkrijk der heerlijkheid beërven.

 

Eenheid, die onder de volgelingen van Christus heerst, is een bewijs, dat de Vader Zin Zoon gezonden heeft om zondaren zalig te maken. Het is een getuigenis van Zijn macht; want niets minder dan de wonderwerkende kracht Gods kan menselijke wezens met hun verschillende temperamenten ertoe brengen om eenparig te handelen, terwijl hun ene einddoel is de waarheid in liefde te spreken.

 

Gods waarschuwingen en raadgevingen zijn eenvoudig en afdoend. Wanneer wij de Schrift lezen, en de kracht ten goede die er in eenheid ligt, en de kracht ten kwade, die er in onenigheid is, opmerken, hoe kunnen wij dan nalaten het Woord Gods in onze harten te ontvangen? Wantrouwen en achterdocht zijn als een slechte zuurdesem. Eenheid getuigt van de kracht der waarheid.

 
Duitse en Scandinavische Conferenties


Loma Linda, Cal. 1 sept. 1905

 

Lieve broeders en zusters,

 

Enkele van onze predikers hebben mij geschreven en gevraagd of het predikerswerk  onder de Duitsers en Scandinaviërs niet door afzonderlijke organisaties geleid moeten worden. Deze zaak is mij verscheidene malen voorgehouden. Toen ik te College View was, gaf de Here mij een direct getuigenis, dat ik moest geven, en sedert die tijd is de zaak mij opnieuw voorgelegd.

 

Ik scheen eenmaal in een raadsvergadering te zijn waar deze zaken in overweging genomen werden. Iemand, die gezag had, stond in het midden van de daar vergaderden, en legde hun beginselen voor, die in het werk Gods uitgevoerd behoren te worden. De instruktie, die gegeven werd, was, dat indien er zulk een afscheiding plaats vond, dit niet zou strekken tot bevordering van de belangen van het werk onder de verschillende nationaliteiten. Het zou niet tot de hoogste geestelijke ontwikkeling leiden. Er zouden muren opgetrokken worden, die in de naaste toekomst afgebroken zouden moeten worden.

 

Volgens het licht, mij door God geschonken, zullen afzonderlijke organisaties, in plaats van eenheid tot stand te brengen, onenigheid doen ontstaan. Wanneer onze broeders en zusters de Here in ootmoedigheid van geest willen zoeken, zullen zij, die het nu nodig achten, afzonderlijke Duitse en Scandinavische conferenties stichten, inzien dat de Here wil dat zij als broeders samen zullen werken.

 

Zouden zij, die het werk Gods trachten te verbrokkelen, hun plan doorvoeren, dan zouden sommigen zich verheffen, en een werk doen, dat niet gedaan moet worden. Een zodanige schikking zou de zaak van God grotelijks belemmeren. Indien wij het werk met het beste succes willen voortzetten, moeten de talenten, die onder de Engelsen en Amerikanen gevonden worden, verbonden worden met de talenten van mensen van iedere andere nationaliteit. Er is maar één Here; één geloof. Ons streven moet zin om te voldoen aan Christus’ gebed voor Zijn discipelen, dat zij één zouden zijn.

 

‘Heilig ze in Uw waarheid; Uw woord is de waarheid. Gelijkerwijs Gij Mij gezonden hebt in de wereld, alzo heb Ik hen ook in de wereld gezonden; en Ik heilig Mijzelf voor hen, opdat ook zij geheiligd mogen zijn in waarheid.’ Joh. 17:17-19.

 

‘En Ik bid niet alleen voor deze, maar ook voor degenen, die door hun woorden in Mij geloven zullen. Opdat zij allen  één zijn, gelijkerwijs Gij, Vader in Mij, en Ik in U, dat zij ook in ons één zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt.’ Joh. 17:20,21

 

Men moet begrijpen dat volmaakte eenheid onder de arbeiders vereist wordt op Gods werk met succes te volbrengen. Teneinde rede te bewaren, moeten allen wijsheid van de grote Leermeester vragen. Laat iedereen voorzichtig wezen, en geen eerzuchtige voorstellen voordragen, waardoor onenigheid zal ontstaan.

 

Wij moeten aan elkander onderworpen zijn, geen mens is in zichzelf een volmaakt geheel. Door onderwerping van het verstand en de wil aan de Heilige Geest, moeten wij steeds leerlingen van de grote Leermeester zijn.

 

Bestudeer het tweede hoofdstuk van de Handelingen. In de eerste gemeente werkte God krachtig door middel van hen, die in eensgezindheid met elkander verbonden waren. Op de dag van het Pinksterfeest waren zij alleen eendrachtig bijeen.

 

Wij moeten aan de wereld tonen, dat mensen van iedere nationaliteit één zijn in Christus Jezus. Laat ons dan iedere hinderpaal uit de weg ruimen, en tot eenheid komen in de dienst van de Meester.

 

Door het opwerpen van nationale struikelblokken bidt u de wereld een plan van menselijke vinding, dat God nooit kan bekrachtigen. Tot hen, die zulk willen doen, zegt de apostel Paulus:’Gij zijt nog vleselijk; want terwijl onder u nijd is, en twist en tweedracht, zijt gij niet vleselijk? Wie dan is Paulus, en wie Apollos, anders dan dienaars, door welke gij geloofd hebt, en dat, gelijk de Here aan een iegelijk gegeven heeft? Ik heb geplant, Apollos heeft nat gemaakt; maar God heeft de wasdom gegeven; zo is dan noch hij, die plant iets noch hij, die nat maakt, maar God, die de wasdom geeft. En die plant, en die nat maakt zijn één; maar een iegelijk zal zijn loon ontvangen naar zijn arbeid. Want wij zijn Gods medearbeiders; Gods akkerwerk, Gods gebouw zijt gij.’ 1 Cor. 3:3-9

Een Voorbeeld van broederlijke liefde

 

Toen onze broeders in Scandinavië voor een financiële crisis stonden, werd het getuigenis gegeven, dat wij niet moesten toelaten, dat onze broeders bankroet voor de wereld zouden staan. Dat zou
God oneer aangedaan hebben. En de prompte en vrijgevige wijze, waarop onze
Amerikaanse broeders handelden, was een erkenning dat het onderscheid in nationaliteit hun niet van hun plicht kon ontheffen om elkander in het werk
Gods bij te staan. ‘Gij zijt allen broeders.’ Matt. 23:8. Wij zijn één in de eenheid van de waarheid.

 

Wij moeten nu door ijverig, zelfopofferend streven, trachten om in de liefde van Christus, in de eenheid van de Geest te wandelen, door de heiligmaking van de waarheid. Geen half werk zal aan de voorstelling, in het gebed van Christus gegeven, kunnen voldoen. Wij moeten hier beneden de beginselen van de hemel in beoefening brengen. In de hemel is er één grote plaats van samenkomst.

 

Ik moet openhartig schrijven over het opbouwen van de scheidsmuren in het werk van God. Er is mij getoond, dat zulk een handelwijze een bedrieglijke menselijke vinding is. Het is niet des Heren plan voor Zijn volk, dat zij zich om onderscheid in nationaliteit en taal in afzonderlijke groepen zullen afscheiden. Indien zij dit deden, zouden hun ideeën bekrompen en hun invloed verminderd worden. God vraagt om een eensgezinde verbinding van een verscheidenheid van talenten.

 

Ik herhaal nogmaals de woorden van Christus. Ik wens ze diep in uw hart te laten inzinken. ‘Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen, die door hun woord in Mij geloven zullen; opdat zij alleen één zijn; gelijkerwijs Gij, Vader in Mij en Ik in U, opdat ook zij in ons één zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt. En Ik heb hun heerlijkheid gegeven, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij één zijn, gelijk als Wij één zijn; Ik in hen en Gij in Mij; opdat zij volmaakt zijn in één, opdat de wereld bekenne, dat Gij Mij gezonden hebt, en hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt.’

 

Christus heeft een omtuining gemaakt voor Zijn volk, om hen voor de wereld te bewaren; maar zij die nationale afscheiding zouden willen opbouwen, doen iets, waartoe de Heer Jezus Christus hun geen aanmoediging gegeven heeft.

 

Broeders en zusters, wordt eensgezind; komt nader tot elkander; legt alles, wat van menselijke vinding is, af, en volgt dicht de voetstappen van Jezus, uw grote Voorbeeld.

(Testimonies 9, p.179 – 198, E.G. White