|
|
||
| You are home- www.agp-internet.com/react- ellenwhite.nl.nu - Themasite Ellen G. White | ||
|
De toegerekende gave
Jezus is de volledige openbaring van de waarheid. Alles wat wij over de Vader kunnen weten is geopenbaard in Jezus, de Zoon van God. Alles wat wij kunnen weten over Gods doel met de mens, is geopenbaard in Jezus de Zoon des mensen. De mens was een bijzondere schepping, gevormd naar Gods beeld, was hij bestemd om deel te hebben aan Gods heerlijkheid en een plaats in te nemen met Christus op Zijn troon. Van al de geschapen wezens zou hij de nauwste gemeenschap hebben met God, niet om zichzelf te verheerlijken, maar “opdat wij zouden zijn tot lof Zijner heerlijkheid.” Ef. 1: 12.
Maar de mens viel van zijn hoge bestemming en stortte zich in een poel der zonde en kwam in opstand tegen zijn beste Vriend. Toch gaf God Zijn eeuwige plan met de mens niet op. Hij gaf ons Zijn Zoon opdat wij verlost mochten worden. “Het Woord werd vlees en woonde (tabernakelde) onder ons.” De Joodse tabernakel was een type van de Here Jezus (Joh. 2: 18-21) en “Wens der Eeuwen” blz. 14, 20.
De Bijbel geeft vele mooie voorbeelden om de Persoon en het karakter van Christus uit te beelden.
De Schrift noemt Hem: “De Herder, de Landman, de Bruidegom, de Deur, de Wijnstok, de Parel van grote waarde, de Vriend die aanhankelijker is dan een broeder, onze eeuwige Vader” enz. enz. Maar de mooiste en volledigste illustratie van Jezus is de Tabernakel. Het Woord werd vlees en zette Zijn tent temidden van ons, opdat wij bekend zouden worden met het goddelijke leven en karakter. (“Wens de Eeuwen” blz. 14) Door de zonde was de mens van God gescheiden door een niet te overbruggen kloof. Hier bevond zich het zondige, gevallen geslacht, ver verwijderd van de zondeloze en oneindige God. Maar God zond Zijn Zoon, om de verlossing van de mens tot stand te brengen. Hij werd de Tabernakel waarin het werk der verlossing moest voltooid worden. In Christus was de natuur van God, Wiens wet overtreden was, en de natuur van Adam, de overtreder, verenigd. Jezus nam de twee van elkaar vervreemde naturen en verenigde deze in Zijn eigen Persoon. Deze wonderlijke vereniging van de goddelijke en de menselijke natuur wordt voorgesteld door het “heilige” en het “heilige der heiligen van de tabernakel.”
De goddelijkheid van Christus
Jezus is de Eeuwige, gelijk aan de Vader, “de afdruk van Zijn Wezen.” Hebr. 1: 13. Het heilige der heiligen van het aardse heiligdom was een voorstelling van Zijn godheid. In de binnenste afdeling openbaarde de heilige Schechina zich; de zichtbare openbaring van de tegenwoordigheid van God. Jezus is de Schechina het afschijnsel van de heerlijkheid des Vaders. Onder de Schechina van de tabernakel bevond zich de ark die de heilige wet bevatte. Jezus is de uitdrukking van Gods wet; Hij is het vleesgeworden Woord, Gods gedachten werden door Hem levend, Hij kwam naar deze aarde om de wet groot en heerlijk te maken. Jes. 42: 21.
Geen sterveling kon een blik werpen op de Schechina van het oude heiligdom en daarbij leven. Die werd bedekt voor het menselijke oog door het binnenste voorhangsel van het heiligdom. Geen sterfelijke ogen konden op de onbedekte wet van God zien die even heilig is als Hijzelf. Er is een geval bekend, dat duizenden Israëlieten omkwamen omdat zij een blik in ark geworpen hadden, toen deze teruggekeerd was uit het land der Filistijnen. 1 Sam. 6: 19. Zo kon ook niemand op de goddelijkheid van Jezus zien en daarbij leven; geen zondaar zou voor de onbedekte openbaring van de wet Gods in het Aangezicht van de Eeuwige Zoon kunnen bestaan. Uit liefde en medelijden voor het gevallen geslacht heeft Jezus, de ware Schechina en uitdrukking van Gods wet, Zijn heerlijkheid bedekt, opdat Hij nader tot ons zou kunnen komen. Dat voorhangsel was Zijn vlees. Hebr. 10: 20. Hij bedekte Zijn goddelijkheid met onze menselijkheid.
De mensheid van Christus
De wet van God eist een volmaakt leven. Dat bezitten wij niet. Jezus nam onze natuur aan met al haar zwakheden en in het weefgetouw des hemels weefde Hij een kleed van volmaakte gerechtigheid. In ons vlees ontwikkelde Hij een volmaakt menselijk karakter. Deze heilige menselijkheid van de Zoon van God wordt voorgesteld door het heilige van de tabernakel. Het vuur van het reukofferaltaar was een voorstelling van de liefde van God, die in niet te onderdrukken stralen ieder uur van Zijn leven hier op aarde van Hem uitgingen. Het reukwerk van het gebed, lof en het geheiligde leven, steeg voortdurend op tot God. Christus was het Brood van God de Levende tafel der toonbroden. In de symboliek is het brood van God, het Woord van God. JEZUS WAS HET VLEESGEWORDEN WOORD. Hij was de levende uitdrukking der waarheid. De Geest zonder mate. Johannes zegt: “Zeven vurige fakkels brandden voor de troon; dit zijn de zeven Geesten Gods.” Openb. 4: 5. Opnieuw zegt hij in Openb. 5: 6 “Ik zag... temidden van de oudsten een Lam staan als geslacht, met zeven hoornen en zeven ogen, dit zijn de zeven Geesten Gods.” Zeven is het getal van de volheid en de volmaaktheid. De menselijke natuur van Jezus was zondeloos, omdat Hij vervuld was met de volmakende Geest van God. De “zeven Geesten” die op Hem waren, zijn “de Geest des Heren.. De Geest van wijsheid en verstand de Geest van raad en sterkte, de Geest van kennis en vreze des Heren.” Jes. 11: 2. Op deze wijze verenigde Christus de menselijke natuur met de troon van de Eeuwige, en bewees wat de gevallen menselijke natuur kon worden door het aanvaarden van de ruime voorzieningen, die gemaakt zijn en door deelhebber te worden aan de goddelijke natuur.
De dood van Christus
Nadat Hij een volmaakt, menselijk karakter had ontwikkeld kwam Christus aan de offerplaats, om Zichzelf door de Eeuwige Geest, Gode onstraffelijk op te offeren. “ALS EEN LAM WERD HIJ TER SLACHTING GELEID.” Hij kwam tot het werkelijke brandofferaltaar als het Lam van God dat de zonde der wereld wegneemt. Wij moeten goed verstaan, wat er plaats vond op het moment dat Jezus Zichzelf offerde. Wij hebben slechts een eng begrip van de grootheid der verzoening. Het was noodzakelijk dat Jezus onze plaats innam. Door Zijn vleeswording nam Jezus ons vlees aan, het gehele menselijke organisme in haar verzwakte toestand. Maar Hij moest nog een stap verder gaan. Wij zijn zondaren, ontaard en bevlekt met ongerechtigheid. Van Christus wordt gezegd: “HEM, DIE GEEN ZONDE GEKEND HEEFT, HEEFT HIJ VOOR ONS TOT ZONDE GEMAAKT, OPDAT WIJ ZOUDEN WO DEN GERECHTIGHEID GODS IN HEM.” 2 Kor. 5: 21. Jezus betrad de hof van Getsemané om volkom vereenzelvigd te worden met het zondige geslacht.
Vanaf de dagen der eeuwigheid was Hij één geweest met de Vader. Toen Hij Zich vernederde om onze natuur op Zich te nemen, was Hij nog één met de Vader. Hij zei tot de Joden: “IK EN DE VADER ZIJN EEN Joh. 10: 30. Als Zoon des mensen wandelde Hij in het licht van des Vaders tegenwoordigheid, Hij zei: “Hij (de Vader) heeft Mij niet alleen gelaten, want Ik doe altijd wat Hem behaagt.” Joh. 8: 29. Hoe kostbaar war de gemeenschap van Jezus met Zijn Vader! Het was een zeer bewuste gemeenschap. Hij ervoer de volkmen vreugde, liefde, tevredenheid, en eerbiedige vrees, welke naar Gods oorspronkelijke voornemen bestemd was voor de mens, om die te ervaren in gemeenscha met God.
Jezus leefde Zijn aardse leven in het vreugd volle bewustzijn van de goedkeuring Zijns vaders. Dit ondersteunde Hem op Zijn pad in Zijn voortdurende lijden, de mishandeling en ontberingen van Zijn dienst. Maar toen Jezus de hof van Getsemané betrad, begon Hij te wankelen en kreunde Hij luid.
Een onuitsprekelijke droefheid overviel Hem. Zijn discipelen verwonderden zich met vreze, maar zij durfden niet tot de Meester te spreken. De Majesteit des hemels kan geen gemeenschap hebben met een zondaar. Geen straaltje licht kan op een overtreder vallen. Opstandelingen moeten verwijderd worden uit de vreugde van God tegenwoordigheid. Nu neemt Jezus onze plaats in. De zonde van een schuldige wereld werd op Hem gelegd; en gerekend als overtreder van Zijns Vaders wet, moest Hij buiten het licht, de vreugde en de troost van de Vaders tegenwoordigheid gesloten worden.
Jezus kon niet langer één zijn met God. “De zonde schijnt Hem zo vreselijk toe, zo groot is het gewicht van de schuld die Hij moet dragen, dat Hij verzocht wordt te vrezen dat dit Hem voor altijd zou scheiden van de liefde de Vaders. “Hij voelde, dat Hij door de zonde gescheiden was van Zijn Vader. De afgrond was zo breed, zo zwart zo diep, dat Zijn Geest ervoor terugdeinsde. “.... De ziel van Christus was vervuld met vrees voor de scheiding met God. Satan vertelde Hem dat, indien Hij borg zo worden voor een zondige wereld, de scheiding eeuwig zou zijn. Hij zou vereenzelvigd worden met het koninkrijk van Satan en zou nooit meer één zijn met God “In Zijn angst klemt Hij Zich vast aan de koude grond alsof Hij voorkomen wilde dat Hij nog verder van God afgetrokken zou worden.” Wens der Eeuwen, blz. 570-572.
“Konden stervelingen de verbazing en de smart aanschouwen van de engelen, toen zij in stil verdriet wachtten terwijl de Vader Zijn stralen van licht, liefde en heerlijkheid SCHEIDDE van Zijn Zoon, dan zouden zij beter begrijpen hoe afschuw wekkend de zonde voor Hem is. Toen de Zoon van God Zich in de hof van Getsemané boog in de gebedshouding, perste de angst van Zijn Geest het zweet als grote druppels bloed uit de poriën. Hier was het dat de verschrikkelijkheid van de grote duisternis Hem omringde. De zonde der wereld rustte op Hem. Hij leed gelijk een overtreder van des Vaders wet in de plaats van de mens. Hier was het tafereel der verzoeking. HET GODDELIJK LICHT VAN DE VADER WEEK VAN ZIJN BLIK, en Hij werd overgeleverd in de handen van de machten der duisternis.” S.D.A. Bible Comrn. Vol. 5, pag. 1124. “... Hij kan het verzoenende gelaat van de Vader niet zien. Toen het goddelijke gelaat Zich in dit angstige uur van de Zaligmaker terugtrok werd Zijn hart doorpriemt met een smart die nooit volledig begrepen kan worden door de mens. Zo groot was Zijn angst dat Hij Zijn lichamelijke pijn bijna niet voelde . . . Hij vreesde, dat de zonde zo afschuwelijk was voor God, dat hun scheiding eeuwig zou zijn.”
“In dit vreselijke uur werd Christus niet getroost door de tegenwoordigheid van de Vader. Hij trad de wijnpers alleen en niemand van de volkeren was bij Hem. “Toen riep Jezus met luider stem, “ELOI, ELOI, LAMA SABACHTANI!”“Mijn God. Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?” Wend der Eeuwen, blz. 630, 631. God leed met Zijn Zoon. Wij moeten de dood van Jezus niet bezien in het licht van de heidense offers, waarbij iemand leed om een vertoornde god tevreden te stellen. Jezus stierf niet om de toorn van de Vader te stillen, om Hem met ons te verzoenen. Neen, neen! De Vader gaf Zijn Zoon om het zondige opstandige hart van de mens met Hem te verzoenen. Hij gaf de gehele hemel en stortte al de opgeslagen liefde van alle eeuwigheden uit, opdat Hij het zondige opstandige hart vol wantrouwen van de mens mocht winnen, om ons als zondaren met een gebroken hart weer terug te brengen in gemeenschap met Zichzelf. “GOD WAS IN CHRISTUS DE WERELD MET ZICHZELF VERZOENENDE.” Toen de Zoon stierf stond de Vader naast het kruis, gehuld in de duisternis. Maar Jezus mocht niet vertroost worden door de tegenwoordigheid van Zijn Vader. Jezus had de gestalte van de mens aangenomen en de mens is slechts een klein kind in de tegenwoordigheid van de Vader. Toen Hij gescheiden was van de tegenwoordigheid van Zijns Vaders troost, en Zijn ziel werd overgeleverd in de handen van de machten der duisternis, werd de Zaligmaker doorpriemt met een smart die nooit begrepen kan worden door de mens. Hoor Hem roepen, “Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?”
“Hij was niet in staat om Zijn Zoon te antwoorden, “Mijn Zoon hier ben Ik.” Het lijden van de Vader was niet minder dan het lijden van de Zoon. “Geen smart kan vergeleken worden met de smart van Hem op wie de toorn met overweldigende kracht viel. De menselijke natuur kan slechts een beperkte test en beproeving doorstaan. Het eindige kan alleen maar eindige maat verdragen, daarna bezwijkt de menselijke natuur; maar de natuur van Christus bezat een groter vermogen tot lijden; want de menselijke natuur vond haar bestaan in de goddelijke natuur, en dit schiep het vermogen om het lijden te verdragen dat het gevolg was van de zonden van een verloren wereld.” S.D.A. Bible Comm. Vol. 5, p. 1103.
“Op deze wijze stierf Jezus in onze plaats. Zoals Mozes de slang verhoogd heeft in de woestijn, alzo moest ook de Zoon des mensen verhoogd worden. Omdat Hij voor ons zonde werd gemaakt! Aan het kruis werd Hij tot datgene gemaakt, dat ik ben, namelijk zonde, opdat ik gerechtigheid Gods zou worden in Hem. 2 Kor. 5: 21. Toen Hij tenslotte de beker tot de bodem toe geledigd had en Hij wist dat alles tot stand gebracht was, riep Jezus met krachtige stem de overwinningskreet: “HET IS VOLBRACHT!” Plotseling week de duisternis van het kruis en in zuivere, helder klinkende toon, die door de schepping scheen te weergalmen, riep Jezus uit: “Het is volbracht!”“Vader in Uw handen beveel Ik Mijn Geest!” Een licht omgaf het kruis en het Aangezicht van de Heiland straalde met een gloed gelijk de zon. Toen boog Hij het hoofd op de borst en stierf. Toen Hij in onderwerping Zichzelf aan God overgaf, WERD
HET GEVOEL VAN HET GEMIS VAN DE
GUNST DES VADERS WEGGENOMEN. Door
het geloof was Christus
overwinnaar.” Wens der Eeuwen blz.
632. Laten we eens een ogenblik stilstaan bij hetgeen plaats vond toen Jezus stierf. Toen Hij uitriep: “Het is volbracht”, verborg de duisternis Zijn gelaat niet. Geen sluier scheidde Hem van de tegenwoordigheid des Vaders toen hij het hoofd boog en stierf. Het voorhangsel van de tempel was gescheurd van boven naar beneden door een onzichtbare hand, zoals ook het voorhangsel van het vlees van Christus gescheurd was. S.D.A. Bible Comm. blz. 1105, vol. 5. De twee afdelingen van de tabernakel werden één. - Zo werden ook menselijkheid en goddelijkheid één in Jezus. Toen het voorhangsel van Christus vlees scheurde, straalde de verborgen Schechina - Zijn goddelijkheid - tevoorschijn en het gelaat van de Zaligmaker scheen met een heerlijkheid gelijk de zon.
God en mens werden één in Jezus ... toen de Vader het offer van Zijn Zoon zag, boog Hij Zich daarvoor en erkende de volmaaktheid ervan. “HET IS GENOEG” zei Hij. “DE VERZOENING IS VOLKOMEN.” R.H. 24-9-1901.
Toen Jezus stierf, werden God en mens voor eeuwig één in Jezus. Want Jezus had Zichzelf in de plaats van de mens gesteld, Hij had de last van zonden van de gehele wereld op Zich genomen, maar door Zijn verzoening had Hij deze zonden weggedaan door het offer van Zichzelf. 2 Kor. 5: 21; Hebr. 9: 26. Door het lijden op Golgotha, heeft Hij de tussenmuur die het gevallen zondige geslacht van God scheidde, afgebroken en heeft ons in Zichzelf teruggebracht tot God door een band die nooit verbroken kan worden. Voor Zijn dood, was de eenheid tussen God en mens niet volkomen, want, indien Jezus, toen Hij in de hof van Getsemané was, gewild zou hebben, zou Hij het doodszweet van Zijn voorhoofd hebben kunnen afwissen en zou naar de Vader hebben kunnen teruggaan, terwijl Hij het schuldige mensdom had kunnen laten omkomen in de zonden die zij zelf verkozen. Maar toen het visioen van een ondergaande wereld voor de Zoon van God oprees, ging Zijn hart vol liefde uit naar hen die zonder God en zonder hoop in de wereld waren. Hij besloot de mens te redden al zou het ook ten koste gaan van Hemzelf.
Zelfs al zou Hij voor eeuwig verloren gegaan zijn, dan nog zou Hij Zich gegeven hebben als een rantsoen voor velen.
Wat heeft God gedaan voor de mensheid in Jezus?
Wat heeft God gedaan voor de mensheid in Jezus? Hij heeft de menselijke natuur aangenomen in de Persoon van Zijn Zoon en heeft het karakter van de mens vervolmaakt. In Jezus heeft Hij de menselijke natuur aangenomen in al haar zondigheid, en in Jezus heeft Hij de reiniging van de zonden der wereld tot stand gebracht. Hebr. 1: 3. God heeft de menselijke natuur aangenomen, en door de verzoening van Christus heeft Hij de menselijke natuur nabij gebracht en in Zichzelf voor eeuwig verenigd. God en mens zijn één, voor altijd verzoend in de persoon van Jezus Christus. Dat is de boodschap van de apostel Paulus in Ef. 2. in vers 1 vertelt hij ons dat de mensheid dood is in zonde en overtreding vers 3 laat hij ons zien dat wij, evenals de anderen, van nature kinderen des toorns zijn. In vers 12 verklaard hij dat wij “vreemd aan de verbonden der beloften, zonder God en zonder hoop in de wereld zijn.” Doch merk goed op hoe God het initiatief genomen heeft en het mensdom in Christus gered heeft: “Maar thans in Christus Jezus (let op de uitdrukking “IN CHRISTUS”) zijt gij, die eertijds verre waart, dichtbij gekomen door bloed van Christus. Want Hij is onze vrede, die de twee (God en mens) één heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte, doordat Hij in Zijn vlees de wet der geboden uit inzettingen bestaande, buiten werking gesteld heeft (de vleselijke gezindheid streeft naar het verdienen van de zaligheid en dat heeft geleid tot vormendienst) om in Zichzelf, vrede makende, de twee tot één nieuwe mens te scheppen, en de twee (Jood en heiden) tot één lichaam verbonden, weder met God te verzoenen door het kruis, waaraan Hij de vijandschap gedood heeft.” Ef. 2: 13-16.
Dit alles is de verklaring van het volledige werk in Jezus. Let eens op wat God in Christus voor de mens tot stand gebracht heeft! Christus heeft de zonde weggedaan door Zijn eigen offer. Hebr. 9: 26. Hij heeft aller ongerechtigheid op Zich genomen en door Zijn eigen verzoening, heeft Hij de reiniging der zonde tot stand gebracht. Hebr. 1: 3. Hij heeft de middelmuur afscheiding die ons van God scheidde, neergeworpen en in Zichzelf heeft Hij de zondige natuur van de mens vernietigd. Doordat Hij de gevallen mensheid gereinigd, gezuiverd en vervolmaakt heeft, verzoende Hij deze met God. In Christus is het werk der verzoen volbracht, in Hem is de mens één met God. “De Here wil dat Zijn volk krachtig in het geloof is, niet onbekend met de grote zaligheid waarin zo rijkelijk is voorzien.” Het moet niet vooruitzien en denken er in de toekomst een groot werk voor hen gedaan zal worden, want het werk is nu voltooid.”
God Zelf komt de eer toe, dat Hij ons een weg gebaand heeft, die zo volkomen en volmaakt is, dat geen mens wat hij ook doet, iets aan die volmaaktheid zou kunnen toevoegen.” S.M. deel 1, blz.394, 395 en blz. 184.
Ongeveer vierduizend jaar voor
Golgotha heeft Jezus als Schepper op
de eerste vrijdag een volmaakt werk
beëindigd. Hij zag alles was Hij
gemaakt had en zie was zeer goed.
Toen, RUSTTE HIJ OP DE ZEVEN DAG VAN
AL HET WERK DAT HIJ GEMAAKT HAD, EN
GOD ZEGENDE DE ZEVENDE DAG EN
HEJLIGDE DIE.’ Gen. 1: 31; 2: 2-3.
En opnieuw, op die andere vrijdag, op Golgotha riep Jezus: “Het is volbracht.” Het was ook een voltooid werk, dat zeer goed was! In Jezus is het werk der verlossing voltooid. Het evangelie is een uitnodiging om in Gods rust in te gaan. Jezus is onze rust, want in Hem is het werk voltooid. Jezus is onze vrede, want in Hem is God en vrede. Jezus is onze gerechtigheid, want in Hem is de mensheid volkomen rechtvaardig. Jezus is onze aanspraak op de hemel, Jezus is ons alles in allen. Nadat Hij het werk der verlossing van de menselijke natuur in Zichzelf tot stand had gebracht, “heeft Hij vrede verkondigd aan u, die veraf waart en vrede aan hen die dichtbij waren.” Ef. 2: 17. Tegen een ieder die strijdt om Gods gunst te verkrijgen, tegen allen die tevergeefs trachten de verlangens van hun hart te bevredigen, tegen allen die zuchten onder de last der zonde, zegt de Heiland: “Komt allen tot Mij, die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven.” Mat. 11: 28. Wat heeft God gedaan voor de menselijke natuur, voor uw en onze menselijke natuur? Hij heeft haar gereinigd, gezuiverd, vervolmaakt en haar één gemaakt met Zichzelf. Hij heeft alles gedaan in Jezus. Maar meer dan dat, want dit is slechts het halve verhaal. Hij stond op uit het graf als overwinnaar en opende het paradijs.
Jezus keerde terug naar de hemel als mens, als Vertegenwoordiger van het gevallen mensdom. De engelen wachtten hun Geliefde Gebieder op, om Hem te verwelkomen met gezangen van heilige overwinning. “Heft, poorten uw hoofden omhoog en verheft u, gij aloude ingangen, opdat de Koning der ere inga. Wie is toch de Koning der ere? De Here sterk en geweldig in de strijd. Heft, poorten uw hoofden omhoog en verheft ze, gij aloude ingangen, opdat de Koning der ere inga. Wie is Hij, de Koning der ere? De Here der heerscharen, Hij is de Koning der ere” Ps. 24: 7-10. “Maar Hij weigerde de aanbidding der engelen, evenals Hij het eerbetoon van Maria geweigerd had, totdat de Vader het teken gaf dat het offer aanvaard was.” S.D.A. Bible Comm. Vol. 5, p. 1150.
Het eerste verzoek dat Hij tot de Vader richtte vinden wij opgetekend in Joh. 17: 1-5: “Vader, de ure is gekomen; verheerlijk Uw Zoon, opdat Uw Zoon U verheerlijke gelijk Gij Hem macht hebt gegeven over alle vlees, om aan al wat Gij Hem gegeven hebt, eeuwig leven te schenken. Dit nu is het eeuwige leven, dat zij u kennen de Enige en Waarachtige God, en Jezus Christus, die Gij gezonden hebt. Ik heb U verheerlijkt op de aarde door het werk te voleindigen, dat Gij Mij te doen gegeven hebt. En nu verheerlijk Gij Mij, Vader, bij Uzelf met de heerlijkheid, die Ik bij U had, eer de wereld was.” Dit gebed van Jezus, heeft betrekking op een heerlijkheid, die Hij bezat in Zijn één zijn met God. S.D.A. Comm. blz. 1146.
Zou Hij Zich nu ook als mens verheugen in de heerlijkheid van het één zijn met de Vader, zoals Hij die bezeten had eer de wereld was? Is het waar dat een mens één kan zijn met de Eeuwige Vader op de troon van het universum? Het verzoek van Christus wordt beantwoord. En nu willen de engelen Hem hun eer betonen. Maar Christus wijst hen opnieuw af. Hij heeft nog een ander verzoek, dat betrekking heeft op Zijn volk hier op aarde; “Ik heb Uw naam geopenbaard aan de mensen, die Gij Mij gegeven hebt... en Ik ben niet meer in de wereld, maar zij zijn in de wereld en Ik kom tot U.
Heilige Vader bewaar hen in Uw naam, welke Gij Mij gegeven hebt, dat zij één zijn, gelijk Gij Vader, in Mij en Ik in U, dat ook zij in Ons één zijn; opdat de wereld gelove dat Gij Mij gezonden hebt. En de heerlijkheid die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, opdat zij één zijn, gelijk Wij één zijn; Ik in hen en Gij in Mij, dat zij volmaakt zijn tot één, opdat de wereld erkenne dat Gij Mij gezonden hebt en dat Gij hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt.
Vader, hetgeen Gij Mij gegeven hebt,
Ik wil, dat waar Ik ben, ook zij bij
Mij zijn, om Mijn heerlijkheid te
aanschouwen, die Gij Mij gegeven
hebt, want Gij hebt Mij liefgehad
vóór de grondlegging der wereld.”
Joh. 17: 6, 11,21-24. Laat deze gebeurtenissen eens op u inwerken. Christus was niet voldaan bij Zijn terugkeer in de hemel, door deel te hebben aan de heerlijkheid van het één zijn met de Vader, die de Zijne was van voor de grondlegging der wereld. Hij wil ook dat Zijn broeders deel hebben aan de heerlijkheid van dit één zijn. Uit het Engelse woord AT-ONE-MENT, dat “VERZOENEN” betekent blijkt, dat verzoenen betekent “EEN VAN ZIJN TE ZIJN MET GOD.” Deze woordspeling die ook gebruikt wordt door de Geest der Profetie, gaat in het Nederlands verloren. Het is een éénheid en gemeenschap met de Godheid die nauwer is dan zelfs die der engelen. Die gemeenschap met de Godheid die door Lucifer begeerd werd, is nu door Jezus ten deel gevallen aan het mensdom.
Jezus is één geworden met de mens, en niets minder dan deze éénwording, met Hem op de troon van het universum, kan de oneindige liefde van onze Oudere Broeder, Christus bevredigen. Openb. 3: 21. Dit is de heerlijkheid die Christus deelt met Zijn volk, de heerlijkheid van de éénheid met God. Wat een wonderlijk verbazingwekkend iets is dat! Wie kan de bestemming beschrijven van de verlosten? Wie kan uitdrukking geven aan het ONUITSPREKELIJKE VOORRECHT EEN KIND VAN GOD TE WORDEN?” Ziet welk een liefde de Vader ons gegeven heeft, dat wij kinderen Gods genoemd worden. 1 Joh. 3: 1.
De Geest der Profetie schildert ons deze aangrijpende gebeurtenis die volgde op de hemelvaart van Jezus. “Hij had ook een verzoek ingediend met betrekking tot Zijn uitverkorenen op aarde. Hij wenste dat duidelijk vastgesteld zou worden, in welke verhouding de verlosten tot de hemel en tot Zijn Vader zouden staan. Zijn gemeente moest gerechtvaardigd en aangenomen zijn, voordat Hij hemels eerbetoon aanvaarden kon. Hij verklaarde dat het Zijn wil was, daar waar Hij was ook Zijn gemeente zou zijn. Indien Hij heerlijkheid ontvangen zou, dan moest Zijn volk dit met Hem delen. Zij die met Hem lijden op deze aarde, moesten tenslotte met Hem regeren in Zijn koninkrijk. Op de meest uitdrukkelijke wijze, pleitte Christus voor Zijn gemeente, terwijl Hij Zijn belangen vereenzelvigde met de hunne en met een liefde en volharding die sterker is dan de dood, hun rechten en titels die zij verkregen door Hem, bepleitte. “Gods antwoord op dat dringende beroep klinkt door in de verkondiging: “dat al de engelen Gods Hem aanbidden.” Elke bevelhebber onder de engelen gehoorzaamt de goddeljke opdracht en het “WAARDIG IS HET LAM DAT GESLACHT WAS, en weder levend geworden is als TRIOMFEREND OVERWINNAAR!” Galmt en weergalmt door de hemel. De ontelbare schare engelen buigt zich eerbiedig voor de Verlosser. Het verzoek van Christus is aangenomen….” S.D.A. Comm. Vol. 5, p. 1150.
Wat heeft God voor mij gedaan? Wat
heeft God voor u gedaan? Ja, kunt u
iets opnoemen, dat de Vader
achtergehouden heeft in de
schatkamers der eeuwigheid? “God houdt iet achter, dat Hij u niet wil geven, omdat Hij zelfzuchtig is. Hij heeft niet uw beste belangen op het oog?
IS DEZE LEUGEN BEANTWOORD? HEEFT GOD
IETS ACHTERGEHOUDEN, IS ER IETS DAT
HIJ NIET AAN HET MENSDOM GEGEVEN
HEEFT ?
Ja, meer dan dat, in Jezus heeft Hij onze menselijke natuur verhoogd tot aan Zijn rechterhand, haar verheerlijkend met de heerlijkheid die voordat de wereld was reeds het eigendom was van Christus. In Jezus heeft Hij ons in de hemel een eeuwige onbevlekte onvergankelijke erfenis geschonken. God heeft het universum overgegeven aan de mensheid. Toen Hij ons Jezus gaf, zei de Vader: “Alles is het Uwe.” 1 Kor. 3: 22. Niets in het ganse onmetelijke universum is achtergehouden. Gunstbewijs op gunstbewijs is opgestapeld, gave op gave. Het gehele schathuis des hemels is open voor hen die Hij zoekt te redden. Hij heeft al de rijkdommen van het universum bijéén vergaard en heeft de bronnen van de oneindige kracht voor ons geopend. Hij heeft niets achtergehouden om ons te overtuigen dat er geen grotere liefde is dan de Zijne en dat onze grootste vreugde gevonden worden in het liefhebben van Hem.” Wens der Eeuwen blz 39.
Wat wij aannemen, wanneer wij Jezus aannemen
De Vader der heerlijkheid heeft ons Jezus gegeven. Hij zegt: “Wilt u Mijn Zoon aannemen, de kostelijkste gave van de hemel? Het alles wat Ik u geven kan.” Dit is het evangelie, het goede nieuws dat al de duisternis van het misverstand en de misvatting over Gods karakter zal wegvagen uit het verstand van de zondaar en zijn opstandig hart zal breken. De Joden zeiden tot Jezus: “Wat moeten wij doen opdat wij de werken Gods mogen werken?” Zij verlangden ernaar om een nieuwe plicht te leren die hen verzekeren zou van de gunst des Vaders. Jezus zeide tot hen: “Dit is het werk Gods, dat gij gelooft in Hem die Hij gezonden heeft.” Joh. 6: 29. Dit is inderdaad het werk dat God ons te doen gegeven heeft, het aannemen van Zijn Zoon. Niets zal de Vader meer blijdschap schenken en wij kunnen niets anders doen om Hem blij te maken. Als u Hem aanneemt als uw deel onder de zon, dan hebt u in Christus, reiniging van alle zonden aangenomen dan hebt u volmaaktheid aangenomen, dan hebt u een eeuwige erfenis aangenomen, dan hebt u gerechtigheid, wijsheid, heiligmaking, verlossing, het eeuwige leven aangenomen en u bent een kind van God geworden, dat liefde ontvangt en behandeld wordt als Gods eigen Zoon. “Gij hebt de volheid verkregen in Hem.” Kol. 2: 10. Indien u Jezus als uw persoonlijke Verlosser aanneemt, bent u volkomen rechtvaardig voor God. “Wie de Zoon heeft, heeft het leven.” 1 Joh. 5: 12.
Wij kunnen de grootte van de gaven in Christus niet begrijpen, want Zijn rijkdommen zijn onnaspeurlijk. Het ligt in Gods bedoeling, dat Hij ons in de toekomende eeuwen de rijkdom der genade die Hij over ons uitgegoten heeft in Christus zal openbaren. Dat is wat Paulus ons vertelt in Ef. 2: 7. De gave van Gods liefde en de overweldigende rijkdom Zijner genade aan ons, is zo onbeschrijfelijk groot, dat het Hem de gehele eeuwigheid zal kosten, OM ONS DAT TE OPENBAREN. Om deze reden heeft God besloten, “EEN IEDER DIE WIL”, in de hemel te brengen en niet zoals sommigen zeggen, dat Hij besloten heeft een volk buiten te sluiten. Menselijke taal schiet tekort om de wonderbare gave Gods te verklaren. Moge de Heilige Geest de ogen van ons verstand openen voor de “PAREL VAN GROTE WAARDE” - “JEZUS!” Want zolang wij Hem niet zien als de Parel van grote waarde, zullen wij niet gewillig zijn om “heen te gaan en alles te verkopen wat wij hebben,” om die Parel te kopen. Als wij dit begrijpen, zullen wij gewillig zijn en blij, “ALLES SCHADE TE ACHTEN, OPDAT WIJ CHRISTUS MOGEN GEWINNEN”, en wij zullen alles verwerpen als waardeloos in vergelijking met Jezus Christus onze Here.” Filip. 3: 8. |
||