You are home- www.agp-internet.com/react- ellenwhite.nl.nu - Themasite Ellen G. White

Een naderende ondergang  (35)

 

Tijdens de eerste jaren van Jojakims regering klonken onophoudelijk waarschuwingen van een naderende ondergang. Het woord des Heren, gesproken door de profeten, stond op het punt in vervulling te gaan. De Assyrische macht in het noorden, die lang oppermachtig was geweest, zou de volken niet langer beheersen. Het zuidelijk gelegen Egypte, waarop de koning van Juda vergeefs zijn vertrouwen stelde, zou spoedig een beslissende nederlaag lijden. Geheel onverwacht verrees in het Oosten een nieuwe wereldmacht, het rijk van Babel, en in korte tijd werden alle andere volken erdoor overschaduwd.

 

Binnen enkele jaren zou de koning van Babel gebruikt worden als een werktuig van Gods toorn over het onboetvaardige Juda. Telkens weer zou Jeruzalem belegerd en ingenomen worden door de overwinnende legers van Nebukadnessar. De ene groep na de andere – eerst slechts weinigen, maar later duizenden en tienduizenden – zouden gevankelijk weggevoerd worden naar het land Sinear, om daar als ballingen te vertoeven.

 

Jojakim, Jojachin, Zedekia, - al deze joodse koningen zouden achtereenvolgens schatplichtig worden aan de vorst van Babel en zouden op hun beurt in opstand komen. Steeds zwaarder straffen zouden worden opgelegd aan het opstandige volk, tot ten slotte het gehele land een woestheid zou worden, Jeruzalem verwoest en met vuur verbrand, de tempel die Salomo had gebouwd, vernietigd, en het rijk van Juda zou vallen, om nooit weer de vroegere plaats onder de volken op aarde in te nemen.

 

Deze veranderlijke tijden, zo vol gevaar voor het volk van Israël, werden gekenmerkt door de vele boodschappen van de hemel bij monde van Jeremia. Zo gaf de Here aan de kinderen van Juda ruimschoots gelegenheid zich los te maken van de banden met Egypte, waardoor ze verstrikt dreigden te worden, en de strijd met de vorsten van Babel te vermijden. Toen het dreigende gevaar naderbij kwam, onderwees hij het volk door een aantal gelijkenissen, die hij opvoerde, in de hoop dat ze zich bewust zouden worden van hun verplichting tegenover God, en hen tevens te bemoedigen vriendschappelijke betrekkingen met het bestuur van Babel te onderhouden.

 

Om de belangrijkheid van onvoorwaardelijke gehoorzaamheid aan Gods eisen duidelijk te maken, bracht Jeremia enkele Rekabieten in een van de vertrekken van de tempel, waar hij hun wijn voorzette en hen uitnodigde te drinken. Zoals te verwachten was, weigerden ze absoluut. “Wij drinken geen wijn”, verklaarden ze beslist; want onze vader Jonadab, de zoon van Rekab, heeft ons geboden: Nimmer zult gij of uw kinderen wijn drinken.”

“Toen kwam het woord des Heren tot Jeremia: Zo zegt de Here der heerscharen, de God van Israël: Ga, en zeg tot de mannen van Juda en de inwoners van Jeruzalem: Wilt gij hieruit geen lering trekken om aan mijn woorden gehoor te geven? luidt het woord des Heren. Het gebod dat Jonadab, de zoon van Rekab, aan zijn zonen heeft opgelegd, om geen wijn te drinken, wordt gehouden; want tot op de huidige dag hebben zij geen wijn gedronken, omdat zij gehoor gegeven hebben aan het gebod van hun vader.” (Jeremia 35: 6,12-14)

 

Op deze wijze trachtte God de gehoorzaamheid van de Rekabieten duidelijk tegenover de ongehoorzaamheid en opstand van zijn volk te stellen. De Rekabieten hadden het gebod van hun vader gehoorzaamd, en weigerden nu tot overtreding verleid te worden. Maar de mannen van Juda hadden niet geluisterd naar de woorden van de Here, en zouden bijgevolg lijden onder zijn zwaarste oordelen.

 

Ik heb tot u gesproken, vroeg en laat”, had de Here gezegd, “maar gij hebt Mij geen gehoor gegeven, Ik zond al mijn knechten, de profeten, tot u, vroeg en laat, met de boodschap: Bekeert u toch, een ieder van zijn boze weg, betert uw daden en loopt geen andere goden achterna om die te dienen, dan zult gij blijven in het land dat Ik u en uw vaderen gegeven heb; maar gij hebt uw oor niet geneigd en Mij geen gehoor gegeven. Ja, de zonen van Jonadab, de zoon van Rekab, hebben het gebod dat hun vader hun opgelegd had, gehouden, maar dit volk heeft Mij geen gehoor gegeven. Daarom zegt de Here, de God der heerscharen, de God van Israël, aldus:

Zie, Ik breng over Juda en alle inwoners van Jeruzalem al de rampspoed waarmede Ik hen gedreigd heb, omdat Ik tot hen gesproken heb, zonder dat zij gehoor gaven, en Ik tot hen geroepen heb, zonder dat zij antwoordden.” (Jer. 35: 14-17)

 

Als het hart van de mens verzacht en onderworpen is door de dringende invloed van de Heilige Geest, zal hij acht slaan op raadgevingen; maar als hij zich afwendt van raadgevingen tot het hart wordt verhard, laat de Here toe dat andere invloeden zich doen gelden. Als aan de waarheid weerstand wordt geboden, wordt bedrog aanvaard, waardoor een strik wordt gespannen die leidt tot verderf.

 

God had Juda gesmeekt Hem niet tot toorn te verwekken, maar ze hadden

geen gehoor gegeven. Ten slotte werd het vonnis over hen uitgesproken. Ze zouden weggevoerd worden naar Babel. De Chaldeën zouden als een werktuig gebruikt worden, waardoor God zijn ongezeglijk volk zou straffen. Het lijden van de inwoners van Juda zou in overeenstemming zijn met het licht dat ze hadden ontvangen, en met de waarschuwingen die ze hadden veracht en verworpen. God had lang gewacht met zijn oordelen; nu zou Hij hun zijn misnoegen tonen, als een laatste poging hen tegen te houden op hun boze weg.

 

Over het huis van Rekab werd een blijvende zegen uitgesproken. De profeet had gezegd: “Omdat gij aan het gebod van uw vader Jonadab gehoor gegeven hebt en al zijn geboden gehouden en naar alles wat hij u gebood, gedaan hebt, daarom zegt de Here der heerscharen, de God van Israël, aldus: Nimmer zal het Jonadab, de zoon van Rekab, ontbreken aan een man, die voor mijn aangezicht staat al de dagen.” (Jer. 35: 18,19)  Op deze wijze onderwees God zijn volk dat trouw en gehoorzaamheid op Juda zouden terugvallen in zegeningen, zoals de Rekabieten gezegend werden omdat ze aan het ge— bod van hun vader gehoor gegeven hadden.

 

Deze les geldt ook voor ons. Als de eisen van een goed en verstandig vader, die de beste en meest succesvolle middelen gebruikte om zijn nakomelingen te beschermen tegen het kwaad van onmatigheid, de moeite waard waren om nauwgezet gehoorzaamd te worden, moet Gods gezag voorzeker nog meer geëerbiedigd worden, omdat Hij heiliger is dan de mens. Onze Schepper en Gebieder, die oneindig is en machtig en verschrikkelijk in zijn oordelen, tracht op alle mogelijke manieren de mens ertoe te brengen zijn zonden te zien en zich daarvan te bekeren. Bij monde van zijn dienstknechten waarschuwt Hij voor het gevaar van ongehoorzaamheid; Hij doet een waarschuwing horen en bestraft op getrouwe wijze de zonde.

 

Zijn volk kent slechts voorspoed door zijn barmhartigheid, door de waakzame zorg van uitverkoren werktuigen. Hij kan geen volk zegenen en beschermen dat zijn raad verwerpt en zijn vermaningen veracht. Een tijd lang kan Hij zijn vergeldende oordelen weerhouden, maar Hij zal zijn hand niet altijd terughouden om te straffen.

 

De kinderen van Juda werden gerekend tot hen, waarvan God had gezegd:

,,Gij zult Mij een koninkrijk van priesters zijn en een heilig volk.” (Ex. 19: 6) Nooit heeft Jeremia gedurende zijn dienstwerk de noodzakelijke belangrijkheid van een geheiligd hart in de verschillende levensverhoudingen uit het oog verloren, met name in de dienst van de Allerhoogste God.

 

Duidelijk voorzag hij de val van het rijk en de verstrooiing van de inwoners van Juda onder de volken; maar met het geloofsoog zag hij verder, naar de tijd van wederoprichting. In zijn oren klonk Gods belofte: “Ik zal de rest van mijn schapen verzamelen uit alle landen waarheen Ik ze heb verdreven, en Ik zal ze doen wederkeren naar hun weiden . . .   Zie, de dagen komen, luidt het woord des Heren, dat Ik aan David een rechtvaardige Spruit zal verwekken; Die zal als koning regeren en verstandig handelen, die zal recht en gerechtigheid doen in het land. In zijn dagen zal Juda behouden worden en Israël veilig wonen; en dit is zijn naam, waarmede men