Verwonderd over de liefde van God
"Ik kwam in vervoering van de
geest op de dag van Here." Openbaring 1:10
De dag des Heren, waarover Johannes
sprak, was de Sabbat, de dag waarop God rustte, toen Hij Zijn
scheppingswerk voltooid had, en die Hij zegende en heiligde, omdat Hij
op die dag gerust had. De Sabbat werd door Johannes op het eiland
Patmos net zo heilig in acht genomen als toen hij onder de mensen
verkeerde, en op die dag preekte. De kale rotsen om hem heen
herinnerden Johannes aan de rotsen van de Horeb, en aan God, Die, toen
Hij Zijn wet voor het volk daar afkondigde, gezegd had: "Gedenk de
Sabbatdag, dat gij die heiligt." (Ex. 20: 8)
De Zoon van God sprak tot Mozes vanaf
de top van de berg. God maakte de rotsen tot Zijn heiligdom. Zijn
tempel werd gevormd door de eeuwige heuvels. De Goddelijke Wetgever
daalde neer op die rotsachtige berg om Zijn wet ten aanhoren van heel
het volk af te kondigen. Zo zouden zij onder de indruk komen van de
grootse en ontzagwekkende vertoning van Zijn macht en heerlijkheid, en
ervoor terugschrikken om Zijn geboden te overtreden. God kondigde Zijn
wet af temidden van bliksem en donderslagen en vanuit de dikke wolk
die over de top van de berg hing; en Zijn stem klonk als een luid
klinkende bazuin. De wet van de Heer was onveranderlijk, en de tafelen
waarop Hij deze wet schreef waren van massief steen, symbool van de
onveranderlijkheid van Zijn voorschriften. De rotsachtige Horeb werd
tot een heilige plek voor allen, die de wet van God liefhadden en in
ere hielden.
Terwijl Johannes de gebeurtenissen op
de Horeb overdacht, kwam de Geest van Hem, die de zevende dag
geheiligd heeft, op hem. Hij overdacht de zonde van Adam die de
Goddelijke wet overtrad, en de vreselijke gevolgen van die
overtreding. De oneindige liefde van God, die Zijn Zoon gaf om een
verloren geslacht te verlossen, scheen wel te groot om in woorden uit
te drukken. Wanneer hij hier in zijn brief over spreekt, roept hij de
gemeente en de wereld op, hierop te letten: "Ziet, welk een liefde ons
de Vader heeft gegeven, dat wij kinderen Gods genoemd worden, en wij
zijn het ook. Daarom kent de wereld ons niet, omdat zij Hem niet
kent." (I Joh. 3: 1)
Het was Johannes een raadsel, dat God
Zijn eigen Zoon kon geven om voor de opstandige mens te sterven. En
hij was buiten zichzelf van verwondering, dat het verlossingsplan, dat
tegen zulke hoge kosten door de Hemel was ontworpen, verworpen zou
worden door dezelfde mensen voor wie dit oneindige offer werd
gebracht….... Het is geen licht vergrijp om tegen God te zondigen, om
de verdorven wil van de mens de wil van zijn Maker te laten
weerstreven. Het is zelfs in deze wereld in het eigen belang van de
mens, Gods geboden te gehoorzamen. En het is zeker in hun eeuwig
belang zich aan God te onderwerpen, en met Hem vrede te hebben……. God
heeft hem tot een vrij zedelijk wezen gemaakt, die kan gehoorzamen,
maar ook ongehoorzaam kan zijn. Het eeuwige leven - de eeuwige
heerlijkheid - is als beloning beloofd aan hen die Gods wil doen.
(-Het geheiligde leven, blz. 68- 71,- "Christus weerspiegelen"
blz.94 -E.G.White)