Drie personen, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest handelen in alles wat zij doen als Eén. Zij zijn één in bedoelen, een in karakter, een in denken en gemoed, zijn echter drie personen. (MH422 zie ook EV615)
Berouwvolle zondaars worden gedoopt in de naam van deze drie Wezens zie Matth.28:19. Anderzijds 'denkt de goddeloze in zijn trots: God straft nooit' ; al zijn gedachten zijn' er bestaat geen God' Psalm 10:4.
De inspiratie houdt consequent staande dat het universum uit zowel fysieke (materiele) als uit geestelijke (morele) dingen bestaat. (CPT16.8 AA284; MH414)
“Bij de schepping was God niet afhankelijk van reeds bestaande dingen. Hij sprak en het was er; Hij beval en het stond vast”. ('Door het Woord des Heren zijn de hemelen gemaakt, en door de Geest Zijns mond al hun heir' Psalm.33:6). Alle Dingen, zowel materiele als geestelijke dingen, ontstonden door de Heer op Zijn stem. (MH414.9)
Toen God de mens schiep, maakte Hij hem een eenheid met een drievoudige natuur: een lichamelijke, een mentale en een geestelijke natuur. (PP46.9; FCE57.3) De drievoudige natuur van de mens blijkt uit de beschrijving van zijn schepping (zie: Gen.2:7) en bij zijn sterven. Psalm.146:4; 6:5; Spr.12:7.
Op elk gebied ervan staat de mens onder de wet. Zijn wet te overtreden, zij het lichamelijk, mentaal of geestelijk, betekent zich buiten de harmonie met het universum te plaatsen, en daardoor wanorde, anarchie en verderf te introduceren. (Ed.100.1)
Deze drie naturen worden door God in stand gehouden. Allen, die lichaam, ziel en geest aan Zijn dienst wijden, zullen voortdurend met nieuwe lichamelijke, mentale en geestelijke kracht bedauwd worden. (MH159.8; DA390.7; ED123.171; AA284)
Hij heeft deze levende woonplaats voor de (menselijke)geest bereid; zij is “wonderbaar” gemaakt, een tempel, die de Heer zelf toebereid heeft, opdat Zijn Heilige Geest daarin zou wonen. De menselijke geest regeert de gehele mens ... Alle lichamelijke organen zijn dienstbaar aan de menselijke geest. (FCE426.1)
Wel kunnen menselijke organen in een ziekenhuis door technische en chemische middelen misschien maandenlang in leven worden gehouden nadat het bewuste leven reeds heeft opgehouden, doch de Schrift leert ons, dat geestelijk en mentaal leven afhankelijk is van een levend lichaam.
Wat gedaan moet worden
Op de een of andere wijze moet het moderne pantheďsme tegemoet getreden worden. Iemand moet de brokstukken van babylonische theologie blootleggen en hun ware aard duidelijk maken. De subtiele pantheďstische beweringen zijn een vloek voor de godsdienstige wereld. Zij zijn net zo'n vloek als de leer tot zondagsheiliging, de onsterfelijkheidsleer en vele andere dwaalleringen.
De profeet Zacharia heeft ons getoond hoe ermee te handelen. Het zou goed zijn, figuurlijk gesproken, ze op papier te schrijven, dit papier in een bus te doen en te verzegelen en naar Babylon terug te sturen. Zacharia 5.
Enige opmerkingen tot slot
Dit boek werd niet geschreven om iemand een etiket op te plakken.
Zij die pantheďstische uitdrukkingen herhalen of in die leer verwikkeld zijn, zijn dikwijls in drie groepen onder te brengen. Een deel, herhaalt zulke uitspraken onbewust, zonder de eigenlijke betekenis er van te begrijpen, of zij laten zich in met anderen die nog dieper in deze leer verstrikt zijn.
Er zijn er die zozeer verstrikt zijn, dat de grondleer van het pantheďsme hun voorstelling van de Adventleer heeft veranderd, of hen er toe brengt geen onderscheid meer te maken tussen wat heilig en alledaags is. Zij mogen misschien van harte God toegewijd zijn, maar in hun geestelijk gezichtsveld bevindt zich een blinde vlek. Zij behoeven onze bijzondere voorzorg en gebeden. Ook zijn er overtuigde pantheďsten. Hun leringen moeten wij krachtig en beslist tegemoet treden. Maar ook daar geldt, dat wij hen behandelen zoals wijzelf ook behandeld zouden willen worden. De vertakkingen van het pantheďsme zijn zo subtiel, zo fijn, zozeer misleidend: pas op dat ook gij er niet in verstrikt raakt.
Er zijn er die beweren dat het “speculatie” is te denken, dat het pantheďsme voor ons nog eens een probleem zou kunnen zijn. Vrienden, pantheďsme is reeds lang onze begeleider; de spiritistische vorm ervan bestaat onder ons. De schrijver spreekt uit eigen ervaring.
Ellen White schreef deze woorden: “LIVING TEMPLE” bevat de alpha van deze theorieën. Ik weet dat de omega binnen korte tijd zal volgen; en ik beef voor ons volk'. (1SM203.5)
Zij geeft als volgt de reden van bezorgdheid weer:'Ik heb de gevolgen van deze ingebeelde inzichten over God gezien, zoals afval, spiritisme en vrije liefde. (EV602.8) Afval, omdat zij een nieuwe verlossingswetenschap ontwikkelen (1SM204.2) ; spiritisme, omdat zij het hele universum als bovennatuurlijk beschouwen; vrije liefde, omdat de liefde tot een God wordt en het lichaam heilig.'
Met besprekingen over pantheisme, verdienen verschillende punten in 'EVANGELISM' bladzijden 623-625 bijzondere aandacht.
1. Het is verstandig niet over het onderwerp pantheďsme te prediken.
2. Het is niet verstandig auteurs te lezen, die deze dwalingen schrijven.
3. Herhaling van deze dwalingen helpt Satan deze valse theorieën onder het volk te verbreiden.
4. Strijd over deze spiritistische theorieën zullen alleen maar het verstand verwarren.
5. Predikers en leraren, die zich in een studie verdiepen over deze pantheďstische leren, lopen het risico van het geloof af te dwalen.
6. Ontmasker deze dwalingen door de waarheid hoog te houden en te verheerlijken.
Aan de andere kant worden wij vermaand: 'Laat iedereen opwaken en als hij gelegenheid heeft werken. Laat hij woorden spreken gelegen of ongelegen, en op Christus zien voor bemoediging en kracht tot goeddoen.' (1SM195)
Artsen zijn ervoor berispt naar fantastische en spiritistische uitleggingen van de Schriften te hebben geluisterd en te hebben gezwegen. (1SM195-7) Ons is gezegd aanmatigende drogredenen te ontmaskeren. Engelen Gods zijn tot ons gezonden om ons in deze strijd bij te staan. (1SM196)
In deze studie van weinig bladzijden heeft de schrijver getracht zijn onderzoek op zo weinig mogelijk materiaal te beperken, voldoende om aan te tonen, dat deze uitspraken werkelijk met de feiten overeenstemmen. Hij heeft getracht herhaling van dwalende uitspraken tot een minimum te beperken, voldoende om de situatie duidelijk te ontmaskeren. Hij heeft uit bovenstaande redenen geen interesse in een strijd over dit onderwerp.