REDENEN VOOR HERVORMING
Tot Eer van God
[C.T.B.H. 41, 42] (1890) C.H. 107, 108
1. Wij hebben ons leven slechts eenmalig in bruikleen ontvangen. En ieder zou zich dienen af te vragen: ”Hoe kan ik mijn talenten zó inzetten, dat zij het maximum aan profijt opleveren? Hoe kan ik het maximum doen tot eer van God en voor het welzijn van mijn medemens?” Want het leven heeft slechts waarde wanneer het gebruikt wordt voor het bereiken van deze doelen.
Onze eerste plicht tegenover God en onze medemensen is die van zelfontwikkeling. Elk talent waarmee de Schepper ons heeft uitgerust moet tot de hoogste graad van perfectie worden ontwikkeld, zodat we in staat zijn om het maximum aan goed te doen waartoe wij bij machte zijn. Vandaar dat die tijd goed besteed is, die wordt gebruikt voor het verkrijgen en in stand houden van gezondheid naar lichaam en geest. Wij kunnen ons niet veroorloven om ook maar enige functie van ons lichaam of onze geest in de groei te belemmeren of te verminken. Als wij zoiets doen, zullen wij daar zeker de gevolgen van moeten dragen.
EEN KEUZE OP LEVEN EN DOOD
Ieder mens heeft tot op grote hoogte de kans, om zichzelf te vormen tot wie hij maar wil. De zegeningen van dit leven, en ook van de staat van onsterfelijkheid, liggen binnen zijn bereik. Hij kan een solide, waardevol karakter opbouwen, waarbij hij stap voor stap aan kracht wint. Hij kan dagelijks toenemen in kennis en wijsheid, zichzelf bewust van nieuwe vreugde naarmate hij vorderingen maakt, van deugd tot deugd en van genade op genade. Zijn talenten zullen door het gebruik toenemen. Hoe meer wijsheid hij verwerft, des te groter zijn vermogen om wijsheid te verkrijgen. Zijn verstand, zijn kennis en zijn deugd zullen zich zo ontwikkelen tot grotere kracht en volmaaktere symmetrie.
Aan de andere kant kan hij toelaten dat zijn talenten wegroesten doordat hij ze ongebruikt laat, of dat zij ontaarden door slechte gewoontes, gebrek aan zelfbeheersing of aan zedelijk en godsdienstig uithoudingsvermogen. Zijn gedrag gaat dan neerwaarts. Hij is ongehoorzaam aan Gods wet en aan de gezondheidswetten.
Hij wordt overwonnen door zijn eetlust. Zijn neigingen voeren hem mee. Hij vindt het gemakkelijker om zich door de machten van het kwaad, die altijd actief zijn, achteruit te laten slepen, dan tegen die machten te strijden en voorwaarts te gaan. Losbandigheid, ziekte en dood zijn het gevolg. Zo verlopen veel levens die bruikbaar hadden kunnen zijn voor de zaak van God en van de mensheid.
Zoek naar Volmaaktheid
(1905) M.H. 114, 115
2. God verlangt van ons dat wij de maat van volmaaktheid bereiken, die voor ons is mogelijk gemaakt door de gave van Christus. Hij roept ons op om voor de goede kant te kiezen, om in contact te treden met hemelse machten en om beginselen aan te nemen die het beeld van God in ons zullen herstellen. In Zijn geschreven woord en in het grote boek van de natuur heeft Hij de beginselen van het leven geopenbaard. Het is onze taak om kennis van deze beginselen te verkrijgen, en door gehoorzaamheid met Hem samen te werken in het herstellen van onze gezondheid, zowel van ons lichaam als van onze ziel.
Brief 73a, 1896
3. Het levend organisme is Gods eigendom. Het behoort Hem toe op grond van Zijn schepping en door Zijn verlossing. En door misbruik te maken van ook maar één van onze talenten, beroven wij God van de eer die Hem toekomt.
Een Kwestie van Gehoorzaamheid
MS 49, 1897
4. Er bestaat weinig begrip voor de plicht die wij tegenover God hebben, om Hem ons lichaam rein, zuiver en gezond aan te bieden.
Brief 120, 1901
5. Tekort schieten in de zorg voor ons levend organisme is een belediging van onze Schepper. Er bestaan door God vastgestelde regels die, wanneer men zich eraan houdt, mensen voor ziekte en een voortijdige dood behoedt.
R. & H., 8 mei 1883
6. Een reden waarom wij niet méér van de zegeningen van de Heer genieten, is, dat wij niet letten op het licht dat Hij ons heeft willen geven over de levens- en gezondheidswetten.
(1900) C.O.L. 347, 348
7. God is net zo zeker de auteur van de natuurwetten, als Hij de auteur is van de zedenwet. Zijn wet heeft Hij met Zijn eigen vinger geschreven op iedere zenuw, iedere spier en elk talent die aan de mens zijn toevertrouwd.
MS 3, 1897
8. De Schepper van de mens heeft de levende machinerie van ons lichaam gemaakt. Elke functie “is gans wonderbaar toebereid.” (Ps. 139:14) En God heeft bij Zichzelf beloofd om deze menselijke machinerie gezond in werking te houden, als de mens Zijn wetten gehoorzaamt en met God samenwerkt. Elke wetsregel die deze menselijke machinerie regeert, dient – evenals het woord van God – te worden beschouwd als van goddelijke oorsprong, karakter en belang. Elke zorgeloze, onoplettende daad, ieder misbruik jegens Gods wonderlijke mechanisme door het niet in acht nemen van Zijn specifieke wetten voor het menselijk domein, is een schending van Gods wet. Wij mogen het werk van God in de natuur bezien en bewonderen, maar het domein van de mens is het meest wonderlijke.
[De zonde van een handelwijze die nodeloos vitaliteit opslorpt of het verstand benevelt – 194]
(1890) C.T.B.H. 53
9. Het is evenzeer een zonde om de wetten van ons wezen te schenden, als het breken van de Tien Geboden. In beide gevallen breek je de wetten van God. Zij die de wet van God overtreden in hun lichaamsorganisme, zullen ook geneigd zijn om de wet van God te schenden die Hij vanaf de Sinaï sprak.
[Zie ook 63]
Onze Heiland waarschuwde Zijn discipelen, dat vlak voorafgaand aan Zijn tweede komst een situatie zou bestaan, die veel zou lijken op die welke voorafging aan de zondvloed. Men zou buitensporig eten en drinken, en de wereld zou zich overgeven aan genot. Deze situatie doet zich in deze tijd voor. De wereld heeft zich grotendeels overgegeven aan het bevredigen van de eetzucht. En de gezindheid om wereldse gebruiken te volgen, voert ons in gebondenheid aan ontaarde gewoontes – gewoontes die ons meer en meer doen lijken op de verdoemde inwoners van Sodom. Ik heb me erover verwonderd dat de inwoners van de aarde niet worden vernietigd, zoals de mensen van Sodom en Gomorra. Ik zie reden genoeg voor de huidige staat van verval en de sterfte in de wereld. Blinde hartstocht heerst over de rede, en iedere hogere gedachte wordt, zoals zoveel meer, opgeofferd aan de begeerte.
Ons lichaam in gezonde conditie houden, zodat alle onderdelen van onze levende machine harmonieus kunnen functioneren, daarop dienen we gedurende heel ons leven te studeren. Gods kinderen kunnen Hem niet verheerlijken met ziekelijke lichamen en in de groei belemmerde geesten. Zij die toegeeflijk zijn in welke vorm van onmatigheid ook, of het nu eten is of drinken, die verspillen hun lichaamsenergie en verzwakken hun zedelijke kracht.
(1900) 6T 369, 370
10. Aangezien de wetten van de natuur Gods wetten zijn, is het duidelijk onze plicht om deze wetten zorgvuldig te bestuderen. Wij moeten haar eisen ten aanzien van ons lichaam bestuderen en ons daaraan houden. Onwetendheid in deze dingen is zonde.
[Opzettelijke onwetendheid doet zonde toenemen – 53]
“Weet gij niet, dat uw lichamen leden van Christus zijn?” “Of weet gij niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, Die in u is, Die gij van God hebt, en dat gij van uzelf niet zijt? Want gij zijt duur gekocht: zo verheerlijkt dan God in uw lichaam en in uw geest, die van God zijn.” (I Kor. 6:15,19,20, Statenvertaling) Ons lichaam is het eigendom van Christus dat Hij verworven heeft, en het staat ons niet vrij om daarmee te doen wat we willen. De mens heeft dit wel gedaan. Hij heeft zijn lichaam zo behandeld, alsof op overtreding van de levenswetten geen sancties staan. Door een ontaarde eetlust zijn zijn organen en zijn krachten verzwakt, verziekt en verlamd. En deze resultaten, die satan met zijn schoon schijnende verlokkingen tot stand heeft gebracht, gebruikt hij om God mee te honen. Hij toont God het lichaam van de mens, dat Christus zich ten eigendom heeft verworven: wat een afzichtelijke beeltenis van zijn Maker is de mens! Omdat de mens tegen zijn eigen lichaam heeft gezondigd, en zijn weg heeft verdorven, wordt God van Zijn eer beroofd.
Wanneer mannen en vrouwen werkelijk bekeerd zijn, dan nemen zij gewetensvol de levenswetten in acht die God in hun wezen heeft geplant. Zo trachten zij verzwakking naar lichaam, geest en zeden te vermijden. Gehoorzaamheid aan deze wetten moet een hoogstpersoonlijke plicht zijn. Wij moeten zelf de kwalen verduren die het gevolg zijn van het schenden van deze wet. Wij moeten ons tegenover God verantwoorden voor onze gewoontes en ons handelen. Daarom is voor ons de vraag niet: “Wat zal de wereld ervan vinden?” maar: “Hoe moet ik, die belijd een Christen te zijn, omgaan met de woning van mijn lichaam die God mij heeft gegeven? Werk ik voor het allerhoogst tijdelijk en geestelijk goed, door mijn lichaam te bewaren als een tempel voor de inwoning door de Heilige Geest, of offer ik mijzelf aan de denkbeelden en praktijken van de wereld?
De Straf op Onwetendheid
Health Reformer, oktober 1866
11. God heeft wetten opgesteld die ons gestel regeren, en deze wetten die Hij in ons wezen heeft geplant, zijn goddelijk. En op iedere overtreding staat een vaste sanctie, die vroeg of laat moet volgen. De meerderheid van de ziektes waaronder het menselijk geslacht heeft geleden en nog lijdt, hebben zij zelf gecreëerd door onwetendheid over de wetten van hun eigen organisme. Zij schijnen onverschillig over de vraag van hun gezondheid, en werken zich voortdurend kapot, en wanneer ze ineengestort zijn, en verzwakt naar lichaam en geest, dan vragen ze om de dokter en slikken medicijnen tot ze eraan sterven.
Niet Altijd Onwetend
(1900) 6T 372
12. Als mensen aangesproken worden over het onderwerp gezondheid, dan zeggen ze vaak: “Wij weten veel beter dan dat we handelen.” Zij beseffen niet dat zij verantwoordelijk zijn voor iedere straal licht die zij ontvangen over hun lichamelijk welzijn, en dat iedere gewoonte van hen open ligt voor inspectie door God. Ons lichamelijk bestaan mag niet aan het toeval worden overgelaten. Elk orgaan, iedere vezel van ons wezen, moet onder heilige bescherming staan tegen schadelijke praktijken.
Verantwoordelijk voor het Licht
Good Health, november 1880
13. In de tijd dat het licht van de gezondheidshervorming over ons daagde, en ook sinds die tijd, hebben wij elke dag vragen ontvangen, als: “Beoefen ik werkelijk matigheid in alles?” “Is mijn dieet wel zodanig, dat ik in de positie kan komen, waarin ik zoveel mogelijk goed kan doen?” Wanneer wij deze vragen niet bevestigend kunnen beantwoorden, dan staan we als veroordeeld voor God, want Hij zal ons allemaal verantwoordelijk houden voor het licht dat op ons pad heeft geschenen. Voor de tijd van onwetendheid sluit God zijn ogen, maar zodra het licht op ons schijnt, verlangt Hij van ons dat wij de gewoontes, die onze gezondheid verwoesten, veranderen en een juiste houding aannemen ten opzichte van de wetten voor ons lichaam.
(1890) C.T.B.H. 150
14. Gezondheid is een schat. Van alle tijdelijke rijkdommen is zij de meest kostbare. Welvaart, geleerdheid en eer worden duur gekocht ten koste van de kracht van de gezondheid. Geen van die zaken kan ons geluk verzekeren wanneer ons de gezondheid ontbreekt. Het is een verschrikkelijke zonde om de gezondheid te misbruiken die God ons gegeven heeft. Zulk misbruik verzwakt ons voor het leven en betekent voor ons een verlies, zelfs al winnen wij op die manier nóg zo aan opleidingsniveau.
[Voorbeelden van lijden dat te wijten is aan het negeren van het licht – 119, 204]
(1890) C.T.B.H. 151
15. God heeft overvloedig voorzien in het levensonderhoud en het geluk van al Zijn schepselen. Als Zijn wetten nooit zouden worden geschonden, als iedereen overeenkomstig de wil van God zou handelen, dan zouden gezondheid, vrede en geluk het resultaat zijn, in plaats van ellende en voortdurend kwaad.
Health Reformer, augustus 1866
16. Een zorgvuldige aanpassing aan de wetten die God in ons wezen heeft geplant, zal onze gezondheid veilig stellen, en er zal geen ineenstorting van ons gestel plaatsvinden.
[Gezondheidshervorming als het middel van de Heer om het lijden te verminderen – 788]
Een Smetteloos Offer
(1890) C.T.B.H. 15
17. In de oude Joodse eredienst gold de eis dat elk offer smetteloos moest zijn. In deze tekst (Romeinen 12:1) wordt ons gezegd, onze lichamen te stellen tot een levend, heilig en Gode welgevallig offer; hetgeen onze redelijke eredienst is. Wij zijn Gods bouwwerk. De psalmist die mediteert over het schitterende werk van God in de mens, roept uit: “Ik ben gans wonderbaar toebereid.” (Psalm 139:14) Velen hebben kennis van de wetenschap en zijn bekend met de theorie van de waarheid. Toch begrijpen zij de wetten die hun eigen wezen regeren niet. God heeft ons vermogens en talenten gegeven. En het is onze plicht, als Zijn zonen en dochters, om die zo goed mogelijk te gebruiken. Als we deze kracht van onze geest of ons lichaam verzwakken door verkeerde gewoontes of door toe te geven aan onze ontaarde eetzucht, dan is het voor ons onmogelijk om God naar behoren te eren.
[C.T.B.H. 52, 53] (1890) C.H. 121
18. God verlangt dat ons lichaam Hem tot een levend offer wordt gesteld, niet tot een dood of een stervend offer. De offers van de oude Hebreeën moesten smetteloos zijn, zal het dan Gode welgevallig zijn een menselijk offer aan te nemen dat vol zit met ziekte en bederf? Hij vertelt ons, dat ons lichaam een tempel is van de Heilige Geest; en Hij verlangt van ons dat wij voor deze tempel zorgen, opdat het een geschikte woning voor Zijn Geest zal zijn. De apostel Paulus geeft ons deze vermaning: “Weet gij niet, dat gij van uzelf niet zijt? Want gij zijt duur gekocht: zo verheerlijkt dan God in uw lichaam en in uw geest, die van God zijn.” (I Kor. 6:19,20, Statenvertaling) Ieder moet heel zorgvuldig zijn lichaam in een zo goed mogelijke staat van gezondheid bewaren, opdat hij God een volmaakt offer kan brengen, en zijn plicht kan vervullen in zijn gezin en in de samenleving.
Een Armzalig Offer
(1872) 3T 164, 165
19. Wij dienen ons kennis te verwerven over hoe wij moeten eten, drinken en ons kleden om onze gezondheid te kunnen bewaren. Ziekte wordt veroorzaakt doordat wij de gezondheidswetten schenden; zij is het gevolg van het schenden van de wet van onze natuur. Onze eerste plicht, die wij verschuldigd zijn aan God, aan onszelf en aan onze medemens is, om te gehoorzamen aan Gods wetten, waartoe ook de gezondheidswetten behoren. Wanneer we ziek zijn, dan leggen we een vermoeiende last op onze vrienden en maken onszelf ongeschikt om onze plichten tegenover ons gezin en onze naasten te vervullen. En wanneer een voortijdige dood het gevolg is van onze schending van de wet van de natuur, dan veroorzaken we verdriet en lijden voor anderen. Wij onthouden onze naasten de hulp die wij hun hadden moeten geven wanneer wij zouden leven. We beroven ons gezin van de troost en de hulp die we hun hadden kunnen geven. En we beroven God van de dienst die Hij van ons vraagt om Zijn heerlijkheid uit te dragen. Zijn we dan niet in de ergste zin overtreders van Gods wet?
Maar God is vol van barmhartigheid, genade en teder, en wanneer het licht tot hen komt die hun gezondheid schade hebben toegebracht door zondige genotzucht, en wanneer zij overtuigd zijn van zonde, en berouw tonen en vergeving vragen, dan neemt Hij het armzalige offer aan dat Hem gebracht wordt, en Hij ontvangt hen. O, wat een tedere genade dat Hij het overblijfsel van het misbruikte leven van de lijdende, berouwvolle zondaar niet afwijst! In Zijn liefdevolle genade redt Hij deze zielen als uit het vuur. Maar wat een minderwaardig en armzalig offer, op z’n best gezegd, om aan een zuiver en heilig God te brengen! Edele vermogens zijn verlamd geraakt door verkeerde, genotzuchtige gewoontes. De strevingen zijn ontaard, en ziel en lichaam misvormd.
Waarom het Licht op Gezondheidshervorming
(1870) 2T 399, 400
20. De Heer heeft Zijn licht over ons doen schijnen in dit laatste der dagen, opdat de droefgeestigheid en de duisternis die in voorbije generaties is opgestapeld vanwege zondige genotzucht, enigermate verdreven zou kunnen worden, en opdat de stroom van kwaad die is voortgekomen uit onmatig eten en drinken zou verminderen.
De Heer heeft in wijsheid besloten, Zijn volk in een positie te brengen, waarin zij in geest en in handelen los van de wereld zouden staan, zodat hun kinderen niet zo snel verleid zouden worden tot afgoderij en aangetrokken zouden worden door het overal heersende verderf van deze tijd. Het is Gods bedoeling dat gelovige ouders en hun kinderen zullen vast staan als levende vertegenwoordigers van Christus, als kandidaten voor het eeuwige leven. Ieder die deel heeft aan de goddelijke natuur zal het verderf wat door begeerte in de wereld is ontvluchten. Het is onmogelijk voor hen die hun zucht naar eten bevredigen om Christelijke volmaaktheid te bereiken.
(1890) C.T.B.H. 75
21. God heeft het licht van de gezondheidshervorming op ons laten schijnen in dit laatste der dagen, opdat wij door in dit licht te wandelen kunnen ontkomen aan veel van de gevaren waaraan wij zullen worden blootgesteld. Satan werkt met grote macht om mensen ertoe te brengen hun eetzucht te bevredigen, hun neigingen te volgen, en hun tijd door te brengen in zorgeloze dwaasheid. Hij houdt ons allerlei aanlokkelijks voor in een leven van zelfzuchtig plezier en sensuele genotzucht. Onmatigheid doet de krachten wegvloeien van zowel geest als lichaam. Hij die op dit punt verslagen is, heeft zich op het gebied van satan begeven, waar hij verleid en bestookt wordt en tenslotte overgeleverd is aan de willekeur van de vijand van alle gerechtigheid.
[C.T.B.H. 52] (1890) C.H. 120, 121
22. Om onze gezondheid te kunnen bewaren, is gematigdheid in alles noodzakelijk – gematigdheid in arbeid, gematigdheid in eten en drinken. Onze hemelse Vader heeft het licht van de gezondheidshervorming gezonden om ons te behoeden voor het kwaad dat voortkomt uit een ontluisterende eetzucht. Hij deed dit, opdat zij die reinheid en heiligheid liefhebben, weten, hoe zij met onderscheid de goede dingen die Hij hun gegeven heeft kunnen gebruiken. En dat zij, door het beoefenen van gematigdheid in hun dagelijks leven, geheiligd zullen worden door de waarheid.
(1890) C.T.B.H. 120
23. Laat men steeds in gedachten houden, dat het belangrijke doel van gezondheidshervorming is, te zorgen voor de hoogst mogelijke ontwikkeling van geest, ziel en lichaam. Alle natuurwetten – die ook de wetten van God zijn – zijn ons ten goede ontworpen. Wanneer wij daaraan gehoorzamen, zal ons geluk in dit leven worden bevorderd, en het zal ons helpen in de voorbereiding op het toekomende leven.
Het Belang van Gezondheidsbeginselen
(1909) 9T 158-160
24. Mij is getoond dat de beginselen die ons zijn geschonken in de begintijd van de boodschap, vandaag nog net zo belangrijk zijn als toen, en net zo gewetensvol dienen te worden nageleefd. Sommigen hebben het licht dat over de kwestie van ons dieet is gegeven, nooit gevolgd. Het is nu tijd om het licht van onder de korenmaat vandaan te halen, en het met heldere, lichte stralen te laten schijnen.
De beginselen voor gezond leven zijn van grote betekenis voor ons als individu en voor ons als volk. …
Iedereen wordt nu onderzocht en op de proef gesteld. Wij zijn in Christus gedoopt. En als wij ons aandeel leveren, door afstand te doen van alles wat ons zou kunnen neerhalen en ons zou kunnen maken tot wat wij niet behoren te zijn, dan zullen wij de kracht ontvangen om in Christus op te groeien, die ons levend hoofd is, en wij zullen het heil van God zien.
Slechts wanneer we de beginselen van gezond leven ook werkelijk begrijpen, kunnen we ons volledig bewust worden van de kwalijke gevolgen die voortkomen uit een verkeerd dieet. Zij die, na het inzien van hun fouten, de moed hebben om hun gewoontes te veranderen, zullen ontdekken dat voor het hervormingsproces een strijd nodig is en veel volharding. Echter, wanneer de juiste smaak zich eenmaal heeft gevormd, dan zullen zij zich realiseren, dat het gebruik van voedsel dat zij vroeger als ongevaarlijk beschouwden, langzaam maar zeker de basis legde voor spijsverteringsstoornissen en andere ziektes.
In de Voorste Gelederen van de Hervormers
(1909) 9T 158
25. Zevende Dags Adventisten zijn bezig met gewichtige waarheden. Meer dan veertig jaar geleden gaf de Heer ons speciaal licht over gezondheidshervorming, maar hoe wandelen wij in dit licht? Hoevelen hebben geweigerd te leven overeenkomstig de adviezen van God! Als volk dienen wij vorderingen te maken in overeenstemming met het licht dat wij ontvangen hebben. Het is onze opdracht om de beginselen van gezondheidshervorming te begrijpen en te eerbiedigen. Op het punt van gematigdheid dienen wij vóór te zijn op alle andere mensen. En toch zijn er onder ons goed voorgelichte gemeenteleden, en zelfs dienaren van het evangelie, die slechts weinig ontzag hebben voor het licht dat God over dit onderwerp gegeven heeft. Zij eten waar ze zin in hebben, en werken zoals het hun goeddunkt.
Laten de leraren en de leiders voor onze zaak een duidelijk Bijbels standpunt innemen over de gezondheidshervorming en een helder getuigenis geven aan diegenen die geloven dat wij in de laatste dagen van onze wereldgeschiedenis leven. Er dient een scheidslijn te worden getrokken tussen hen die God dienen en diegenen die zichzelf dienen.
(1867) 1T 487
26. Behoren diegenen die “verwachten(de) de zalige hoop en de verschijning der heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Christus Jezus, die Zich voor ons heeft gegeven om ons vrij te maken van alle ongerechtigheid, en voor Zich te reinigen een eigen volk, volijverig in goede werken.” (Titus 2:14), achteraan te komen bij de godsdienstigen van vandaag die niet geloven in de spoedige verschijning van onze Heiland? Het eigen volk dat Hij voor Zich aan het reinigen is, om naar de hemel overgebracht te worden zonder de dood te zien, moet in goede werken niet achter anderen aan komen. In hun inspanningen om zich “te reinigen van alle bezoedeling des vlezes en des geestes, en zo onze heiligheid volmaken in de vreze Gods” (II Kor. 7:1), dienen zij iedere ander groep mensen in deze wereld zóver vooruit te zijn, als hun belijdenis verhevener is dan die van anderen.
Gezondheidshervorming en Gebed voor de Zieken
(1909) 9T 164, 165
27. Om gereinigd te kunnen worden en rein te blijven, dienen Zevende Dags Adventisten de Heilige Geest in hun hart en in hun huis te hebben. De Heer heeft mij licht gegeven, dat wanneer het Israël van vandaag zich voor Hem verootmoedigt, en de tempel van hun ziel reinigt van alle bezoedeling, Hij hun gebeden voor de zieken zal verhoren en zal zegenen bij de toepassing van Zijn remedies tegen ziekte. Wanneer van de kant van de mens alles gedaan wordt om ziekte te bestrijden, waarbij de eenvoudige behandelingsmethodes worden toegepast waarin God heeft voorzien, dan zullen die inspanningen door God gezegend worden.
Maar als, nadat zoveel licht gegeven is, Gods volk verkeerde gewoontes blijft koesteren, door zichzelf te zoeken en te weigeren om te hervormen, dan zullen zij de zekere gevolgen van hun overtreding ondervinden. Wanneer zij vastbesloten zijn om ten koste van alles hun ontaarde eetlust te blijven bevredigen, dan zal God hen niet op wonderlijke wijze verlossen van de gevolgen van hun genotzucht. “In pijn zult gij neerliggen”, zegt Jesaja 50:11.
Zij die ervoor kiezen aanmatigend te zijn, zij die zeggen: “De Heer heeft mij genezen en ik hoef mijn dieet niet in te perken; ik kan eten en drinken wat ik wil”, zullen weldra opnieuw de genezende kracht van God naar lichaam en ziel nodig hebben. Omdat de Heer u in zijn genade heeft genezen, moet u niet denken dat u aansluiting kunt zoeken bij de zelfzuchtige praktijken van deze wereld. Doe zoals Christus heeft bevolen nadat Hij Zijn genezingswerk gedaan had: “Ga heen en zondig niet meer.” (Joh. 8:11) Eetlust mag uw god niet zijn.
(1867) 1T 560, 561
28. Gezondheidshervorming is een onderdeel van het werk dat God speciaal doet voor het welzijn van Zijn volk. …
Ik heb ingezien dat de reden, waarom God de gebeden van Zijn dienaren voor de zieken onder ons niet vollediger verhoorde, was, dat Hij door dit te doen niet verheerlijkt kon worden, omdat zij de gezondheidswetten schonden. En ik heb ook ingezien dat Hij de gezondheidshervorming en het Gezondheids Instituut bedoeld heeft om de weg te openen, zodat Hij volledig op het gelovig gebed kan antwoorden. Geloof en goede werken dienen hand in hand te gaan om de aangevochtenen onder ons verlichting te geven en hen klaar te maken om God hier op aarde te verheerlijken en gered te worden bij de komst van Christus.
(1864) Sp. Gifts IV, 144, 145
29. Velen verwachtten dat God hen voor ziekte zou bewaren, uitsluitend omdat zij Hem daarom gevraagd hadden. Maar God sloeg geen acht op hun gebeden, omdat hun geloof niet door werken volmaakt werd. God zal geen wonderen doen om diegenen voor ziekte te behoeden, die niet voor zichzelf zorgen, maar de gezondheidswetten voortdurend schenden en geen pogingen doen om ziekte te voorkomen. Wanneer wij van onze kant alles doen om gezond te zijn, dan mogen wij verwachten dat er zegenrijke resultaten zullen volgen, en kunnen wij God in vertrouwen vragen om onze inspanningen voor de instandhouding van onze gezondheid te zegenen. Dan zal Hij antwoorden op ons gebed, wanneer Zijn naam daardoor verheerlijkt kan worden. Maar laat iedereen goed begrijpen dat zij een opdracht hebben te vervullen. God zal niet op wonderbare wijze handelen om de gezondheid van diegenen te bewaren, die op een weg zijn die hen zeker ziek zal maken, doordat zij onbezorgd de gezondheidswetten negeren.
Zij die hun eetzucht bevredigen en daarna lijden onder hun onmatigheid, en dan medicijnen nemen om hen verlichting te geven, die kunnen er zeker van zijn dat God niet tussenbeide zal komen om lijf en leven te redden, dat op zo roekeloze wijze in gevaar is gebracht. De oorzaak heeft tot het te verwachten gevolg geleid. Velen volgen als laatste toevlucht de aanwijzingen in het woord van God, en verzoeken om gebed van de oudsten van de gemeente om herstel van hun gezondheid. God acht het niet juist om op gebeden te antwoorden die voor zulke mensen worden gedaan, want Hij weet dat wanneer zij hun gezondheid terug zouden hebben, zij die opnieuw op het altaar van de ongezonde eetlust zouden offeren.
[Zie ook 713]
Lering uit het Falen van Israël
(1909) 9T 165
30. De Heer gaf Zijn woord aan het oude Israël, dat als zij zich uitsluitend aan Hem zouden verbinden, en al Zijn inzettingen zouden onderhouden, dat Hij hun dan geen enkele van de kwalen zou opleggen, die Hij de Egyptenaren had opgelegd. Maar deze belofte was gegeven onder voorwaarde van gehoorzaamheid. Wanneer de Israëlieten gehoorzaam zouden zijn geweest aan het onderricht dat zij ontvangen hadden, en wanneer zij van hun voorrechten zouden hebben geprofiteerd, dan zouden zij ‘s werelds schoolvoorbeeld van voorspoed en gezondheid zijn geweest. De Israëlieten faalden in het volbrengen van Gods bedoeling, en ontvingen zo ook niet de zegeningen die de hunne hadden kunnen zijn. Maar in Jozef en Daniël, in Mozes en Elia, en in vele anderen, bezitten we nobele voorbeelden van wat het resultaat kan zijn bij een juist plan voor je leven. Een zelfde geloofstrouw zal vandaag de dag dezelfde resultaten opleveren. Aan ons is geschreven: “Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk (Gode) ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht.” I Petrus 2:9.
(1905) M.H. 283
31. Als de Israëlieten zich gehouden hadden aan het onderricht dat zij ontvingen, en van hun voorrechten geprofiteerd zouden hebben, dan zouden zij ‘s werelds schoolvoorbeeld van voorspoed en gezondheid zijn geweest. Wanneer zij als volk naar Gods plan zouden hebben geleefd, dan zouden zij bewaard zijn gebleven voor de kwalen die andere volken troffen. Meer dan enig ander volk zouden zij in het bezit zijn geweest van lichamelijke kracht en een goed verstand.
[Zie ook 641-644]
De Christelijke Wedloop
(1890) C.T.B.H. 25
32. “Weet gij niet, dat zij, die in de renbaan lopen, allen wel lopen, doch dat slechts één de prijs kan ontvangen? Loopt dan zó, dat gij die behaalt! En al wie aan een wedstrijd deelneemt, beheerst zich in alles; zij om een vergankelijke erekrans te verkrijgen, wij om een onvergankelijke.” (I Kor. 10:24-25)
Hier worden de goede resultaten van zelfbeheersing en gematigde gewoontes benadrukt. De verschillende spelen die onder de oude Grieken zijn ingesteld ter ere van hun goden, worden ons door de apostel Paulus voorgehouden als beeld van de geestelijke oorlogvoering en de beloning die daarop volgt. Zij die aan deze spelen deelnamen werden onder de strengste discipline getraind. Ieder genot dat kon leiden tot het afnemen van de lichaamskracht was verboden. Luxueus voedsel en wijn waren niet toegestaan, om de lichaamskracht, de dapperheid en de stevigheid te bevorderen.
Het winnen van de prijs waarnaar zij streefden – een krans van vergankelijke bloemen, ontvangen onder het applaus van de menigte – werd als de hoogste eer beschouwd. Als men zoveel kon verdragen, zoveel zelfopoffering kon opbrengen, in de hoop op het winnen van zo’n waardeloze prijs – die dan ook nog door slechts één kon worden verworven – hoeveel groter zou dan de opoffering moeten zijn, hoeveel gewilliger de zelfverloochening, wanneer het gaat om een onvergankelijke kroon en om eeuwig leven!
Wij moeten aan het werk – hard en dringend aan het werk. Al onze gewoontes, onze smaak en onze neigingen moeten worden opgevoed overeenkomstig de levens- en gezondheidswetten. Hierdoor scheppen we de best mogelijke lichamelijke conditie en geestelijke helderheid om onderscheid te kunnen maken tussen goed en kwaad.
Het Voorbeeld van Daniël
(1890) C.T.B.H. 25-28
33. Om een goed begrip te krijgen van gematigdheid, moeten wij het vanuit Bijbels standpunt bezien. En nergens vinden we een bondiger en krachtiger voorbeeld van ware gematigdheid en de daaruit voortkomende zegeningen, dan in de geschiedenis van de profeet Daniël en zijn Hebreeuwse vrienden aan het hof van Babylon. …
God geeft de rechtvaardigen steeds eer. De meest veelbelovende jongeren uit alle landen die door de grote veroveraar waren onderworpen, waren in Babylon verzameld. Toch kenden de Hebreeuwse ballingen hun gelijken niet onder hen. Hun rechte houding, hun stevige, veerkrachtige pas, hun schone gelaatsuitdrukking, hun niet verduisterde verstand – het waren even zovele bewijzen van hun goede gewoontes, onderscheidingstekenen van de adel waarmee de natuur degenen eert die aan haar wetten gehoorzamen.
De geschiedenis van Daniël en zijn vrienden staat opgetekend op de bladzijden van het Geïnspireerde Woord voor het welzijn van de jeugd van alle volgende generaties. Wat mensen hebben gedaan, kunnen mensen opnieuw doen. Stonden deze jeugdige Hebreeërs pal temidden van grote verzoekingen, en gaven zij een nobel getuigenis voor ware gematigdheid? De jeugd van vandaag kan ook zo’n getuigenis afleggen. De les die ons hier wordt voorgehouden is er één die we goed zouden moeten overwegen. Het gevaar schuilt voor ons niet in schaarste, maar in overvloed. Wij worden voortdurend verleid om te ver te gaan. Zij die hun krachten ongeschonden willen sparen voor de dienst aan God, dienen strikte gematigdheid te betrachten in het gebruiken van Zijn schatten, en eveneens in het zich volledig onthouden van elk schadelijk of laag genot.
De opgroeiende generatie is omringd met verlokkingen die erop gericht zijn om begeerte op te wekken. Vooral in onze grote steden wordt elke vorm van genot gemakkelijk en uitnodigend gemaakt. Zij die, evenals Daniël, weigeren zich te verontreinigen, zullen het loon voor hun gematigde gewoontes ontvangen. Met hun grotere lichamelijke weerstand en toegenomen uithoudingsvermogen hebben zij een reserve waaruit zij in geval van nood kunnen putten.
De juiste lichamelijke gewoontes bevorderen geestelijke superioriteit. Denkvermogen, lichaamskracht en levensduur hangen af van onveranderlijke wetten. Er bestaat geen toeval, geen keer van kansen in deze kwestie. God die heerst over de natuur zal niet tussenbeide komen om mensen te behoeden voor de gevolgen van het schenden van de wetten van de natuur. Er schuilt veel zuivere waarheid in het gezegde: “Ieder mens is de architect van zijn eigen geluk.” Hoewel ouders verantwoordelijk zijn voor de karaktervorming, evenals voor het onderwijs en de opvoeding van hun zonen en dochters, blijft het toch waar dat onze positie en onze bruikbaarheid in de wereld in hoge mate afhangen van ons eigen handelen. Daniël en zijn vrienden hadden profijt van een correcte opvoeding en van goed onderwijs vroeg in hun leven, maar deze voordelen alleen zouden hen niet gemaakt hebben tot wie zij waren. De tijd was aangebroken dat zij zelf moesten handelen – dat hun toekomst afhing van hun eigen optreden. Zij besloten toen om trouw te blijven aan de lessen die zij in hun jeugd hadden geleerd. De vreze Gods, die het begin der wijsheid is, vormde het fundament van hun grootheid. Zijn Geest bekrachtigde iedere ware bedoeling en elk nobel voornemen.
R. & H., 25januari 1881
34. De knapen [Daniël, Chananja, Misaël, en Azarja] in deze opleidingsschool werden niet alleen toegelaten tot het koninklijk paleis, maar men had geregeld dat zij van het vlees zouden eten en van de wijn zouden drinken die afkomstig was van de koninklijke tafel. In dit alles overwoog de koning, dat hij hen niet alleen met grote eer wilde bekleden, maar ook dat hij hun de best mogelijke lichamelijke en geestelijke ontwikkeling wilde geven die maar te krijgen was.
Onder de vleesschotels die de koning werden voorgezet bevonden zich varkensvlees en andere vleessoorten die door de wetten van Mozes onrein verklaard waren. Het was de Hebreeërs uitdrukkelijk verboden daarvan te eten. Hier werd Daniël aan een zware beproeving onderworpen. Zou hij aan het onderricht van zijn vaderen inzake vlees en drank vasthouden, en daarmee de koning beledigen, waardoor hij waarschijnlijk niet alleen zijn positie, maar ook zijn leven zou verliezen? Of moest hij het gebod van de Heer negeren en de gunst van de koning behouden, waardoor hij allerlei intellectuele voordelen zou krijgen en de meest aanlokkelijke wereldlijke vooruitzichten?
Daniël aarzelde niet. Hij besloot voor zijn integriteit pal te staan, wat ook het gevolg mocht zijn. Hij “nam zich voor, zich niet te verontreinigen met de koninklijke spijze of met de wijn die de koning placht te drinken.” (Daniël 1:8)
Er zijn vandaag de dag veel zogenaamde Christenen die zouden vinden dat Daniël te kieskeurig was, en die hem bekrompen, en een kwezel zouden noemen. Zij achten de zaak van eten en drinken van te weinig belang om er zo’n duidelijk standpunt over in te nemen – een standpunt dat het opofferen van waarschijnlijk elk aards voordeel zou inhouden. Maar zij die zo redeneren zullen op de dag des oordeels ontdekken, dat zij zijn afgeweken van Gods uitdrukkelijke verordeningen, en hun eigen mening als maatstaf voor goed en kwaad hebben genomen. Zij zullen erachter komen dat wat hun onbelangrijk toescheen, door God niet zo wordt bezien. Zijn verordeningen dienen in heilige gehoorzaamheid te worden nageleefd. Zij die één van Zijn inzettingen aanvaarden en gehoorzamen omdat het goed uitkomt, maar een ander verwerpen omdat de naleving daarvan een offer zou inhouden, verlagen de maatstaf van wat goed is. En door hun voorbeeld brengen zij anderen ertoe de heilige wet van God licht op te vatten. “Zo spreekt de Heer” moet ons in alles regeren. …
Het karakter van Daniël wordt de wereld getoond als een treffend voorbeeld van wat Gods genade kan maken van mensen met een gevallen natuur, die door zonde bedorven zijn. Het verslag van dit nobele leven vol zelfverloochening vormt een aanmoediging voor de gehele mensheid.
Hieruit kunnen wij de kracht putten om met edele moed weerstand te bieden aan verzoeking, en krachtig met ootmoedige gratie staande te blijven voor het goede temidden van de zwaarste beproeving.
Daniël had een geldig excuus kunnen vinden om zich niet aan zijn strenge gematigde gewoontes te hoeven houden. Maar Gods goedkeuring was hem kostbaarder dan de gunst van de machtigste heerser op aarde, kostbaarder zelfs dan zijn leven. Nadat hij door zijn beleefd gedrag de gunst had verworven van Melzar, de beambte die over de Hebreeuwse knapen was aangesteld, verzocht Daniël om niet te hoeven eten van het vlees van de koninklijke tafel en niet te hoeven drinken van zijn wijn. Melzar was bang, dat wanneer hij op dit verzoek zou ingaan, hij het ongenoegen van de koning over zich zou afroepen en zo zijn eigen leven in gevaar zou brengen. Zoals zovelen vandaag dacht hij dat deze knapen van een dieet van onthouding bleek en ziekelijk van verschijning zouden worden en gebrekkig in spierkracht; terwijl de overdadige spijzen van de koninklijke tafel hen schoon en blozend zouden maken, en hun superieure lichaamsactiviteit zouden verlenen.
Daniël verzocht om via een proef van tien dagen over de zaak te beslissen – waarbij het de Hebreeuwse knapen gedurende deze korte periode toegestaan zou worden om eenvoudig voedsel te eten, terwijl de anderen hun deel kregen van de koninklijke lekkernijen. Het verzoek werd uiteindelijk ingewilligd. Toen wist Daniël dat hij het pleit gewonnen had. Hoewel hij nog jong was, had hij ingezien welke schadelijke effecten wijn en een leven in weelde hebben op de lichamelijke en geestelijke gezondheid.
Aan het eind van de tien dagen bleek het resultaat volkomen tegengesteld te zijn aan de verwachtingen van Melzar. Niet alleen in hun verschijning, maar ook in lichamelijke activiteit en denkkracht, vertoonden zij die gematigd in hun gewoontes waren geweest een duidelijke superioriteit boven de anderen die hun zucht naar eten hadden bevredigd. Ten gevolge van deze proef werd aan Daniël en zijn vrienden toegestaan om hun eenvoudige dieet voort te zetten gedurende het verdere verloop van hun opleiding in dienst van de koning.
GODS GOEDKEURING WON
De Heer bezag met goedkeuring de kracht en de zelfverloochening van deze Hebreeuwse knapen, en Hij begeleidde hen met Zijn zegen. En Hij gaf hun “kennis en verstand van allerlei geschriften en wijsheid, terwijl Daniël inzicht had in allerlei gezichten en dromen.” (Daniël 1:17) Na afloop van de driejarige opleiding, toen de koning hun vaardigheden en kennis testte, werd “onder die allen niemand gevonden gelijk Daniël, Chananja, Misaël en Azarja, en dezen traden in dienst bij de koning. In elke zaak, waarbij het aankwam op wijs inzicht en waarover de koning hen ondervroeg, bevond hij hen tienmaal voortreffelijker dan al de geleerden, al de bezweerders in zijn ganse rijk. (Daniël 1:19-20)
Dit is een les voor iedereen, maar in het bijzonder voor de jeugd. Het zich strikt houden aan de verordeningen van God is goed voor de gezondheid naar lichaam en geest. Om het hoogste niveau in zedelijke en verstandelijke kundigheid te bereiken, is het noodzakelijk om wijsheid en kracht bij God te zoeken, en om strikte gematigdheid te betrachten in iedere levensgewoonte. In de ervaring van Daniël en zijn vrienden hebben we een voorbeeld, hoe beginselen over verzoeking om aan eetzucht toe te geven zegevierden. Het laat zien dat jonge mensen door hun godsdienstige beginselen kunnen zegevieren over de begeerten van het vlees, en trouw kunnen blijven aan Gods verordeningen, zelfs wanneer hun dit een groot offer zou kosten.
[Daniëls dieet – 117, 241, 242]
Niet Gereed voor de Luide Stem
(1867) 1T 486, 487
35. De gezondheidshervorming is, zo is mij getoond, onderdeel van de Derde Engel Boodschap, en is daarmee even nauw verbonden als arm en hand zijn met de rest van het menselijk lichaam. Ik heb gezien dat de gemeente voorwaarts moeten gaan in dit voorname werk. Predikanten en gemeenteleden moeten harmonieus samenwerken. Gods volk is niet voorbereid op de luide stem van de Derde Engel. Zij hebben zelf een opdracht te vervullen die zij niet aan God mogen overlaten. Hij heeft hun die opdracht gegeven. Het is een persoonlijke opdracht; men kan die niet voor een ander vervullen. “Daar wij nu deze beloften bezitten, geliefden, laten wij ons reinigen van alle bezoedeling des vlezes en des geestes, en zo onze heiliging volmaken in de vreze Gods.” (II Kor. 7:1) Gulzigheid is de voornaamste zonde van deze tijd. Gulzigheid maakt mannen en vrouwen tot slaven, benevelt hun verstand en stompt hun zedelijk bewustzijn in zo’n mate af, dat de heilige en verheven waarheden van Gods woord niet meer kunnen worden gewaardeerd. Mannen en vrouwen worden door hun lagere neigingen beheerst.
Om zich gereed te maken voor de overgang (naar het eeuwige leven, vertaler), moet het volk van God zichzelf kennen. Zij moeten ten aanzien van hun eigen lichaam begrijpen, dat zij in staat zullen zijn om met de psalmist uit te roepen: “Ik loof U, omdat ik gans wonderbaar ben toebereid.” (Psalm 139:14) Zij dienen hun eetlust steeds onderworpen te houden aan die organen waar de zede en het verstand huizen. Hun lichaam moet hun geest dienen, en niet hun geest het lichaam.
Voorbereiding op de Verademing
(1867) 1T 619
36. God verlangt van Zijn volk, dat zij zich reinigen van alle bezoedeling des vlezes en des geestes, en hun heiligheid volmaken in de vreze Gods. (Vgl. II Kor. 7:1) Iedereen die onverschillig is en zich voor dit werk voor verontschuldigt, en wacht tot de Heer voor hen doet, wat Hij wil dat zij zelf doen, zal tekort schieten, wanneer de ootmoedigen des lands, die Zijn verordening volbrengen, geborgen worden op de dag van de toorn des Heren. (Vgl. Zefanja 2:3)
Mij is getoond dat wanneer Gods volk zelf geen inspanningen doet, maar wacht totdat de verademing over hen komt en hun zonden worden uitgedelgd (Vgl. Handelingen 3:19); wanneer zij zich daarvan afhankelijk maken voor hun reiniging van alle bezoedeling des vlezes en des geestes, en voor hun geschiktheid om deel te nemen aan de luide stem van de Derde Engel, dan zullen zij tekort schieten. De verademing, of de kracht van God komt alleen over diegenen die zich hierop hebben voorbereid, door het werk te doen wat God van hen vraagt, namelijk, zich reinigen van alle bezoedeling des vlezes en des geestes, en zo hun heiliging te volmaken in de vreze Gods.
Oproep aan hen die Aarzelen
(R. & H., 27 mei 1902) C.H. 578, 579
37. Het niet slagen in het volgen van zuivere beginselen heeft de geschiedenis van Gods volk ontsierd. Er is een voortdurende terugval in de gezondheidshervorming geweest, en als gevolg daarvan is God van Zijn eer beroofd door een groot gebrek aan spiritualiteit. Er zijn moeilijkheden opgeworpen die nooit zouden hebben bestaan als het volk van God in het licht had gewandeld.
Zullen wij die zulke grote mogelijkheden hebben gekregen, toelaten dat de mensen van de wereld ons voorgaan in gezondheidshervorming? Zullen wij afbreuk doen aan ons verstand en misbruik maken van onze talenten door verkeerd te eten? Zullen wij Gods heilige wet overtreden door het volgen van zelfzuchtige praktijken? Zal onze onstandvastigheid tot een spreekwoord worden? Zullen wij een zó onchristelijk leven leiden dat de Heiland zich ervoor zal schamen ons broeders en zusters te noemen?
Zullen wij dan niet liever dat medische zendingswerk doen – dat is praktisch evangeliewerk – en daarbij zó leven dat de vrede Gods in onze harten kan regeren? Zullen wij niet elk struikelblok voor de voeten van ongelovigen verwijderen, ons steeds herinnerend wat tot het belijden van het Christendom behoort? Het is veel beter de naam van Christen op te geven, dan een getuigenis te geven en tegelijkertijd toe te geven aan een eetzucht die onheilige hartstochten versterkt.
God roept ieder gemeentelid op om zijn leven zonder reserve aan de dienst van de Heer te wijden. Hij roept op tot vastberaden hervorming. De hele schepping zucht onder de vloek. Gods volk dient daar te staan waar zij groeien in genade en door de waarheid worden geheiligd naar lichaam, ziel en geest. Wanneer zij afstand doen van alle genot dat de gezondheid aantast, dan zullen zij een helderder beeld krijgen over wat ware godsvrucht betekent. Er zal dan een schitterende verandering in de godsdienstige ervaring te zien zijn.
Iedereen Wordt Beproefd
R. & H., 10 februari 1910
38. Het is van groot belang dat wij persoonlijk terdege ons aandeel leveren, en er inzicht in hebben wat we moeten eten en drinken, en hoe we moeten leven om onze gezondheid te bewaren. Iedereen wordt beproefd om te zien of men de gezondheidsbeginselen aanvaardt, ofwel een zelfzuchtige weg volgt.
Laat niemand denken dat hij op het punt van dieet kan doen wat hij wil. Laat liever voor allen die bij u aan tafel zitten blijken, dat u wat het eten betreft vanuit beginselen handelt, zoals in alle andere zaken, opdat de eer van God geopenbaard mag worden. U kunt het zich niet veroorloven om anders te handelen; want u dient uw karakter te vormen met het oog op het toekomstig onsterfelijk leven. Op iedere mensenziel rusten grote verantwoordelijkheden. Laten wij ons van deze verantwoordelijkheden bewust zijn, en hen waardig dragen in naam van de Heer.
Tot ieder die verleid wordt om zijn eetzucht te bevredigen, zou ik willen zeggen: Buig niet voor deze verzoeking, maar beperk uzelf tot het gebruik van gezond voedsel. U kunt er zich in oefenen om ook van een gezond dieet te genieten. De Heer helpt hen die trachten zichzelf te helpen; maar als mensen zich geen bijzondere moeite getroosten om het denken en de wil van God te volgen, hoe kan Hij dan met hen samenwerken? Laten wij ons aandeel leveren, en onze behoudenis bewerken met vreze en beven (Filippenzen 2:12) – met vreze en beven opdat wij geen vergissingen maken in de omgang met ons lichaam, dat wij voor God verplicht zijn in een zo goed mogelijke gezondheidstoestand te houden.
Ware Hervorming is Hervorming van het Hart
(1896) Special Testimonies, Series A, No. 9, blz. 54
39. Zij die in dienst van God willen werken mogen geen wereldse genoegens en zelfzuchtig genot zoeken. De artsen in onze instituten dienen doordrongen te zijn van de levende beginselen van gezondheidshervorming. Mensen zullen nooit werkelijk gematigd zijn, totdat de genade van Christus in hun hart woning heeft gemaakt. Alle mooie beloftes ter wereld zullen van u of uw vrouw geen gezondheidshervormers maken. Een loutere beperking in uw dieet zal uw verziekte eetlust niet genezen. Broeder en Zuster … zullen geen matigheid in alles betrachten totdat hun harten door de genade van God veranderd zijn.
Omstandigheden kunnen geen hervorming tot stand brengen. Het Christendom staat een hervorming van het hart voor. Hetgeen Christus in ons werkt, zal worden uitgewerkt onder leiding van een bekeerd verstand. De methode om aan de buitenkant te beginnen en van daaruit naar binnen toe te werken, is altijd mislukt, en zal altijd mislukken. Gods plan met u is om daar te beginnen, waar alle moeilijkheden ontspringen, het hart, en van daaruit zullen de beginselen van gerechtigheid voortvloeien. En dan zal de hervorming zowel uiterlijk als van binnen plaats vinden.
Brief 3, 1884
40. Zij die hun maatstaven zo dicht mogelijk leggen bij de opdracht van God, overeenkomstig het licht dat God hun heeft gegeven door Zijn woord en het getuigenis van Zijn Geest, zullen hun handelwijze niet veranderen om aan de wensen van vrienden of familie tegemoet te komen – of het nu om één of twee gaat, of om een hele menigte die tegen Gods wijze bepalingen ingaan. Indien wij in deze kwestie vanuit onze beginselen handelen, wanneer we ons houden aan strenge regels voor ons dieet, en wanneer wij als Christenen onze smaak opvoeden volgens het plan van God, dan zullen wij een invloed uitoefenen die aan de gedachte van God beantwoordt. De vraag is: “Willen wij wel echte gezondheidshervormers zijn?”
[Zie voor de context 720]
Een Zaak van Primair Belang
(1909) 9T 153-156
41. Ik heb opdracht ontvangen om een boodschap door te geven aan heel ons volk over het onderwerp gezondheidshervorming. Want velen zijn afgevallen van hun vroegere trouw aan de beginselen van gezondheidshervorming.
Gods bedoeling voor Zijn kinderen is, dat zij opgroeien tot volwassen mannen en vrouwen in Christus. Om dit te bereiken dienen zij alle vermogens van geest, ziel en lichaam op de juiste wijze gebruiken. Zij kunnen het zich niet veroorloven om geestelijke of lichamelijke kracht verloren te laten gaan.
De vraag hoe wij onze gezondheid kunnen bewaren is er één van het grootste belang. Wanneer wij deze vraag in de vreze Gods bestuderen, dan zullen we ontdekken, dat het zowel voor onze lichamelijke als geestelijke vooruitgang het beste is om een eenvoudig dieet te houden. Laat ons deze vraag geduldig bestuderen. We hebben kennis en beoordelingsvermogen nodig om in deze zaak wijs te kunnen handelen. Wij moeten ons niet verzetten tegen de wetten van de natuur, maar die gehoorzamen.
Zij die voorlichting hebben ontvangen over de kwalijke kanten van het gebruik van vlees, thee en koffie, en weelderige en ongezonde gerechten, en die vastbesloten zijn, een verbond met God aan te gaan door opofferingen te doen, zullen niet doorgaan met het bevredigen van hun eetlust met voedsel waarvan ze weten dat het ongezond is. God eist dat wij onze eetlust reinigen, en dat wij zelfverloochening beoefenen ten aanzien van dingen die niet goed voor ons zijn. Dit is een taak die moet worden vervuld, voordat Zijn volk volmaakt voor Hem kan staan.
Het volk van het overblijfsel moet een bekeerd volk zijn. De voorlichting over deze boodschap moet resulteren in de bekering en heiliging van zielen. Wij moeten de kracht van de Geest van God in onze beweging ervaren. Het is een schitterende en duidelijke boodschap. Zij betekent alles voor degene die haar aanneemt, en zij dient verkondigd te worden met een luide stem. Wij moeten een waar en blijvend geloof hebben, dat deze boodschap tot het einde der tijden zal uitgaan en aan belang zal winnen.
Er zijn zogenaamde gelovigen die bepaalde onderdelen van de Getuigenissen als boodschap van God aannemen, terwijl ze de passages veroordelen die hun favoriete genot aan de kaak stellen. Zulke mensen werken in tegen hun eigen welzijn en dat van de gemeente. Het is essentieel dat wij in het licht wandelen, zolang wij het licht hebben. Zij die beweren in gezondheidshervorming te geloven, en die er niettemin door hun dagelijks handelen tegenin werken, brengen hun eigen ziel schade toe en laten een verkeerde indruk achter in de gedachten van zowel gelovigen als ongelovigen.
Er rust een zware verantwoordelijkheid op diegenen die de waarheid kennen, dat al hun werken in overeenstemming met hun geloof moeten zijn, dat hun levens verfijnd en geheiligd moeten worden, en dat zij voorbereid dienen te zijn op het werk dat zeer snel gedaan moet worden in deze afsluitende dagen van de boodschap. Zij hebben geen tijd of krachten te verspillen aan het bevredigen van hun eetzucht. Deze woorden moeten met dwingende ernst tot ons komen: “Komt dan tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden, opdat er tijden van verademing mogen komen van het aangezicht des HEREN.” (Handelingen 3:19) Velen onder ons ontbreekt het aan spiritualiteit, en zij gaan zeker verloren, tenzij zij zich volledig bekeren. Kunt u het zich veroorloven zo’n risico te lopen? …
Alleen de macht van Christus kan de verandering in hart en geest bewerken, die allen moeten ervaren die met Hem deel willen hebben aan het nieuwe leven in het koninkrijk der hemelen. “Tenzij iemand wederom geboren wordt”, heeft de Heiland gezegd, “kan hij het Koninkrijk Gods niet zien.” (Johannes 3:3) De godsdienst die van God komt is de enige godsdienst die tot God kan leiden. Om Hem op de juiste wijze te kunnen dienen, moeten wij uit de Geest van God geboren worden. Dit leidt tot waakzaamheid. Het zal ons hart zuiveren en ons denken vernieuwen, en ons opnieuw in staat stellen om God te kennen en Hem lief te hebben. Het zal ons bereidwillig maken om al Zijn verordeningen te gehoorzamen. Dat is ware aanbidding.
Een Verenigd Front
Brief 48, 1902
42. Aan ons is het werk toevertrouwd om de gezondheidshervorming te bevorderen. De Heer verlangt dat Zijn volk met elkaar in harmonie leeft. Zoals u ongetwijfeld weet, zullen wij het standpunt dat de Heer ons de afgelopen vijfendertig jaar heeft gevraagd in te nemen, niet verlaten. Weet wel hoe u zich tegenover het werk van de gezondheidshervorming opstelt. Dit werk zal doorgaan. Want het is het middel van de Heer om het lijden in onze wereld te verzachten, en om Zijn volk te reinigen.
Weest voorzichtig met welke houding u aanneemt, opdat u geen verdeeldheid veroorzaakt. Broeder, zelfs wanneer u er niet in slaagt om de zegeningen, die voortkomen uit het volgen van de beginselen van gezondheidshervorming, in uw leven en in uw gezin te introduceren, breng dan anderen geen schade toe door u te keren tegen het licht dat God over dit onderwerp heeft gegeven.
[Special Testimonies, Serie A, No. 7, blz. 40] C.H. 561, 562
43. De Heer heeft Zijn volk een boodschap over gezondheidshervorming gegeven. Dit licht schijnt al dertig jaar op hun pad. En de Heer kan Zijn dienaren niet toestaan dat zij op een tegengestelde weg gaan. Hij schept er geen behagen in, dat Zijn dienaren op dit punt tegen de boodschap ingaan, welke Hij hun heeft gegeven om die aan anderen door te geven. Kan Hij er tevreden over zijn wanneer de helft van de arbeiders in een bepaalde plaats leert, dat de gezondheidsbeginselen zo nauw met de Derde Engel Boodschap verbonden zijn als de arm met het lichaam; terwijl hun medearbeiders, door hun handelwijze beginselen leren die daaraan volkomen tegengesteld zijn? In de ogen van God is dit een zonde. …
Niets is zo ontmoedigend voor wachters in dienst van de Heer, dan verbonden te zijn met mensen die een goed verstand hebben, en die de grondslagen van ons geloof kennen, maar die in woord en daad zich onverschillig betonen tegenover hun zedelijke plichten.
Met het licht dat God heeft gegeven op het punt van gezondheidshervorming kan men niet spotten, zonder hen te schaden die daaraan trachten mee te doen. En niemand kan hopen in het werk voor God succes te hebben, zolang hij in woord en daad ingaat tegen het licht dat God gezonden heeft.
(1867) 1T 618
44. Het is belangrijk, dat door predikanten voorlichting wordt gegeven over gematigd leven. Zij moeten het verband laten zien, dat eten, drinken, rusten en kleding hebben op de gezondheid. Ieder die in de waarheid voor dit laatste der dagen gelooft, heeft iets voor deze zaak te doen. Het gaat hen aan en God verlangt van hen dat zij ontwaken en zich voor deze hervorming gaan interesseren. Hij zal geen behagen hebben in hun weg, wanneer zij deze zaak onverschillig bezien.
Struikelen over de Zegen
(1867) 1T 546
45. De engel sprak: ”Onthoudt u van de vleselijke begeerten, die strijd voeren tegen uw ziel.” (I Petrus 2:11). U bent gestruikeld over de gezondheidshervorming. Het schijnt u een overbodig aanhangsel aan de waarheid. Dat is niet zo; het maakt onderdeel uit van de waarheid. Hier ligt een taak voor u, die u meer zal raken en die zwaarder zal zijn dan alles wat u totnogtoe te dragen hebt gehad. Zolang u aarzelt en aan de kant blijft staan, en nalaat om de zegen aan te nemen, waarvan u het voorrecht hebt die te ontvangen, dan lijdt u schade. U struikelt juist over die zegen die de hemel op uw pad heeft gelegd om makkelijker voorwaarts te kunnen gaan. Satan stelt dit in een zo ongunstig mogelijk daglicht, opdat u zou strijden tegen hetgeen voor u van het grootste nut zou blijken te zijn, namelijk voor uw lichamelijke en geestelijke gezondheid.
[Uitvluchten voor verkeerd handelen bedacht onder invloed van satan – 710]
Denk na over het Oordeel
Brief 135, 1902
46. De Heer roept vrijwilligers op om dienst te nemen in Zijn leger. Ziekelijke mannen en vrouwen moeten gezondheidshervormers worden. God zal met Zijn kinderen samenwerken om hun gezondheid te bewaren, wanneer zij met zorg eten en hun maag niet onnodig belasten. Hij heeft in Zijn genade het pad van de natuur zeker en veilig gemaakt, breed genoeg voor allen die daarop wandelen. Hij heeft heilzame en gezondheidgevende gewassen op aarde gegeven.
Hij die zich niet schikt naar de opdracht die God in Zijn woord en in Zijn werken heeft gegeven, hij die de geboden van God niet gehoorzaamt, ervaart slechts gebrekkig. Hij is een ziekelijk Christen. Zijn geestelijke leven is zwak. Hij leeft, maar zijn leven is verstoken van fleur. Hij verspilt kostbare momenten van genade.
Velen hebben hun lichaam veel schade berokkend door het negeren van de levenswetten, en zij zullen misschien nooit meer herstellen van de gevolgen van hun nalatigheid. Maar ook nu nog kunnen zij berouw hebben en zich bekeren. De mens heeft geprobeerd wijzer dan God te zijn. Hij is zichzelf tot wet geworden. God doet een beroep op ons om op Zijn verordeningen te letten, en Hem niet langer van Zijn eer te beroven, door onze lichamelijke, verstandelijke en geestelijke capaciteiten in hun groei te belemmeren. Vroegtijdig verval en een voortijdige dood zijn het gevolg van het verlaten van God en het volgen van de wegen van de wereld. Hij die toegeeft aan zelfzuchtig genot moet daarvan de consequenties dragen. In het oordeel zullen we zien hoe ernstig God de schending van de wetten van de gezondheid opneemt. Dan zullen we, wanneer wij terugblikken op ons handelen, inzien welke kennis van God wij hadden kunnen verwerven, wat voor nobele karakters wij hadden kunnen vormen, als wij de Bijbel tot onze raadsman hadden genomen.
De Heer wacht totdat Zijn volk verstandig van begrip wordt. Wanneer we de armzaligheid, de misvorming en de ziekte om ons heen zien, die in de wereld zijn gekomen als gevolg van onwetendheid ten aanzien van de juiste verzorging van ons lichaam, hoe kunnen we ons dan nog inhouden en de waarschuwing niet doorgeven? Christus heeft verklaard, dat zoals het was in de dagen van Noach, toen de aarde vervuld was van geweldenarij en verdorven door overtredingen, dat het zó zal zijn wanneer de Zoon des mensen wordt geopenbaard. God heeft ons een groot licht gegeven, en als we in dat licht wandelen, dan zullen wij zijn heil aanschouwen.
Er zijn vastberaden veranderingen nodig. Het is tijd om ons trots en eigenzinnig hart te verootmoedigen, en de Heer te zoeken terwijl Hij zich laat vinden. Wij moeten als volk ons hart voor God verootmoedigen; want ons handelen draagt de littekens van onstandvastigheid.
De Heer roept ons op om de gelederen te sluiten. De dag is haast ten einde. De avond is nabij. De oordelen van God zijn al zichtbaar, zowel op het land als op zee. Wij krijgen geen tweede proefperiode. Dit is niet de tijd om verkeerde wegen in te slaan. Laat iedereen God danken dat we nog een gelegenheid hebben tot karaktervorming voor het toekomstige eeuwige leven.
(Adviezen over Dieet en Voeding E.G.White)