De
gouden
Tafel
(20)
De
eerste
stap
in
heiligmaking
We
zijn
nu
werkelijk
in het
heilige,
de
plaats
der
heiligmaking.
Geweldige
mogelijkheden
liggen
voor
ons.
Laten
we
elke
gelegenheid
benutten
met
alle
middelen
die de
hemel
ons
ter
beschikking
stelt.
Zoals
in de
voorhof
van
het
heiligdom,
het
werk
van
verzoening
en
rechtvaardigmaking
verzinnebeeld
worden
bij
het
koperen
altaar
en het
wasvat,
zo
wordt
in het
heilige
de
heiligmaking
verzinnebeeld
door
de
gouden
tafel,
het
gouden
altaar
en de
gouden
kandelaar.
He<%-2>iligmaking
is
werkelijk
een
“gouden”
ervaring.
De
gouden
tafel
verschaft
ons de
eerste
gelegenheid
tot
christelijke
groei
voor
karaktervervolmaking,
voor
heiligmaking.
Het is
het
werkelijke
startpunt
voor
onze
groei
naar
de
maat
van de
wasdom
der
volheid
van
Christus.
De
gouden
tafel
Ex.25:23-30;
37:10-16.
De
tafel
stond
aan de
noordzijde
van
het
heilige
en was
van
acaciahout
gemaakt
en met
goud
overtrokken.
Op
deze
wijze
wordt
de
verbinding
tussen
de
Godheid
en de
mensheid
gesymboliseerd.
Het
woord
van
God,
geïnspireerd
door
God,
maar
door
mensen
geschreven,
toont
deze
verbinding.
Zoals
reeds
opgemerkt,
is
Christus
de
Almachtige
(Jes.11:5;
Openb.19:6).
Afgoderij
vervalst
de
waarheid
en
toen
Israël
afviel,
maakte
het
goden
van
“goud.”
Hiermee
verwierpen
zij de
ware
God,
het
zuivere
goud
en
zeiden:
“Dit
is uw
God
Israël,
die u
uit
het
land
Egypte
heeft
gevoerd.”
Ex.32:4,8.
De
tafel
was
twee
el
lang,
een el
breed
en
anderhalve
el
hoog,
dezelfde
hoogte
als
het
rooster
in het
koperen
altaar.
Zou
dit
niet
een
aanwijzing
kunnen
zijn,
dat
rechtvaardigmaking
en
heiligmaking
van
evengroot
belang
zijn
in de
christelijke
ervaring?
De
eerste
is de
grondslag
voor
de
tweede,
maar
geen
van
tweeën
kan
gemist
worden.
De
twee
kronen
van de
tafel
Geheel
rond
de
bovenkant
van de
tafel
was
een
omlijsting
van
goud,
(Ex.37:11)
een
krans.
Buiten
deze
krans
was er
nog
een
andere:
“Hij
maakte
er een
rand
van
een
handbreedte
omheen
en een
gouden
krans
rondom
de
rand.”
Ex.37:10,12;
25:25.
Hiervan
zeggen
sommigen
dat
deze
lagere
rand
of
krans,
een
plank
onder
het
tafelblad
omsloot,
zoals
dat te
zien
is aan
onze
moderne
serviestafels.
Als
dat zo
was
dan
vormde
deze
plank
een
plaats
voor
de
schalen
die op
de
tafel
waren
(Ex.37:16).
Op
deze
wijze
werd
de
tafel
met
een
dubbele
kroon
versierd,
één
rond
de
bovenkant
en één
rond
de
plank
die
lager
was
gelegen
(Ex.37:16).
Aan de
buitenkant
van
deze
krans,
op de
vier
hoeken
van de
tafel,
waren
vier
ringen
van
geslagen
goud
voor
de
draagstokken
(Ex.37:13,14;
25:26,27).
De
dubbele
lijst
van
kransen
had
een
tweevoudige
betekenis.
Een
krans
(een
soort
kroon)
door
een
souverein
gedragen,
wijst
op
autoriteit
en
macht.
Het
Woord
van
God,
door
het
brood
op de
tafel
gesymboliseerd,
heeft
dynamische
kracht.
In het
hart
ontvangen,
verandert
het
het
leven.
Het is
levend
en
krachtig
en
scherper
dan
een
tweesnijdend
zwaard
en het
dringt
door,
zó
diep,
dat
het
vaneenscheidt
ziel
en
geest
(Hebr.4:12).
Het
heeft
gezag.
Het
Woord
riep
de
wereld
in
aanzien.
“Door
het
Woord
van de
Here
werden
de
hemelen
gemaakt
en al
hun
heir
door
de
adem
van
Zijn
mond.”
Psalm
33:6.
Wanneer
God
spreekt,
laat
dan de
aarde
voor
Hem
zwijgen
(Hab.2:20).
Hij is
het
Die
spreekt,
het is
aan
ons om
te
gehoorzamen.
Deze
kronen
verzinnebeelden
zeer
toepasselijk
het
loon
dat
diegenen
zullen
ontvangen,
die
altijd
van de
gouden
tafel
eten.
Iedereen
die
ijverige
studie
heeft
gemaakt
van
Gods
woord,
zal
het er
mee
eens
zijn
dat
het de
ziel
een
dubbele
beloning
geeft.
De
gouden
tafelschalen
“En
hij
maakte
het
gerei
dat op
de
tafel
behoorde,
de
schotels,
schalen,
kommen
en de
kannen
waarmee
geplengd
wordt,
van
louter
goud.”
Ex.37:16.
Hoeveel
schalen
van
elk
soort
er
waren
wordt
niet
verteld,
maar
zonder
twijfel
varieerde
het
aantal
al
naar
gelang
de
dienst
dit
vereistte.
De
twaalf
vorsten
brachten
elk
een
gouden
schaal
bij
Mozes,
verder
een
gouden
sprengbekken
en een
gouden
schotel
(Num.7:86).
Het
brood
op de
tafel
“Gij
zult
fijn
meel
nemen
en
daarvan
twaalf
koeken
bakken;
uit
twee
tienden
efa
zal
elke
koek
bereid
worden;
gij
zult
ze op
twee
stapels
leggen,
zes op
een
stapel
op de
tafel
van
louter
goud
voor
het
aangezicht
des
Heren.”
Lev.24:5-9.
Elke
koek
was
bereid
uit
twee
tienden
efa
meel.
Een
tiende
efa
was
ongeveer
2,2
liter
als
inhouds
maat.
D.w.z.
dat
elke
koek
gemaakt
werd
uit
plus
minus
4,5
liter
meel.
Het
stelsel
van
maten
en
gewichten
dat in
de
Bijbel
gehanteerd
werd
is
natuurlijk
verloren
gegaan.
We
mogen
echter
veilig
aannemen,
dat
deze
twaalf
grote
broden
ruim
in de
behoefte
van de
priesters
voorzagen,
dus
van
Aäron
en
zijn
vier
zonen
(Ex.28:1)
die de
twaalf
stammen
vertegenwoordigen
(Lev.24:9).
Het
werd
op een
heilige
plaats
gegeten.
Dat is
in de
voorhof,
welke
een
heilige
plaats
was
(Lev.6:26).
In het
heiligdom
zelf
werd
nooit
iets
gegeten.
De
eerste
afdeling
wordt
dikwijls
“de
tent
der
samenkomst”
genoemd,
en de
tweede
afdeling
“het
heiligdom”
(zie
Lev.16:8).
In de
Hebreeënbrief
wordt
daaraan
vastgehouden.
Volgens
Hebr.8:2
doet
Jezus
dienst
in de
tabernakel
en in
het
heiligdom
(grieks)
d.w.z.
in de
eerste
en de
tweede
afdeling
van
het
heiligdom.
Het
brood
en de
wijn
werden
gedurende
de
week
gegeten
en
gedronken
door
de
priesters.
Hierbij
wordt
opgemerkt
dat
dit
geen
alcoholische
wijn
was
want
dit
was op
straffe
des
doods
verboden
(Lev.10:8-9).
Christus:
“het
Brood
des
Levens”
Het
brood
symboliseert
Jezus,
het
Brood
des
Levens
(Joh.6:35).
Hij is
het
brood
dat
uit de
hemel
nederdaalde:
het
Woord
van
God
(Joh.6:32,33,38,63;
1:1).
Het
brood
en de
wijn
op de
tafel
wijzen
naar
het
heilig
avondmaal.
Let er
op dat
dit
onmiddellijk
volgt
op de
instelling
van de
voetwassing,
verzinnebeeldt
aan
het
wasvat.
Wanneer
wij,
nadat
we
gewassen
zijn
deelnemen
aan
het
brood
en de
wijn
van
het
avondmaal,
vernieuwen
we dan
niet
ons
verbond
met
Jezus,
om ons
dagelijks
te
voeden
met
het
Brood
des
Levens
en te
drinken
uit de
Fontein
des
levens?
(Joh.6:53-56).
Onderscheiden
wij in
deze
symbolen
Zijn
gebroken
lichaam
en
Zijn
vergoten
bloed
en
zijn
we
gewillig
voort
te
gaan
met
het
deelnemen
aan
Zijn
lijden,
waarvan
het
Heilig
Avondmaal
een
voorstelling
is?
Laten
wij
daar
goed
over
nadenken
opdat
wij
niet
op
onwaardige
wijze
daaraan
deelnemen
(1
Cor.11:27-28).
Een
geestelijk
begrip
van
het
heiligdom
zal
ons
helpen
het
lichaam
des
Heren
te
onderscheiden.
Brood
van
fijn
meel
Niet
slechts
als
geheel,
maar
in elk
van de
vier
ingrediënten
symboliseerde
het
brood
Christus.
Het
fijne
meel
waarvan
het
brood
gebakken
was,
was
fijn
gemalen
meel,
(alle
grove
en
harde
delen
waren
er uit
verwijderd).
Dit
symboliseerde
Christus,
Die
volmaakt
werd
door
lijden.
Als we
aan
Hem
gelijk
willen
zijn,
dan
moeten
ook
wij
door
het
maalproces,
verfijnd
worden
en
alle
hardheid
en
ruwheid
moet
uit
ons
leven
verwijderd
worden.
«In
Jezus
was
geen
ongelijkheid.
Hij
was
altijd
gelijkmatig
van
karakter,
altijd
Dezelfde.
De ene
dag in
Zijn
leven
was
niet
tegengesteld
aan de
andere,
het
ene
uur
van
dienst
kwam
niet
in
botsing
met
het
andere.
In Hem
was
iedere
gesteldheid
volmaakt,
niets
teveel,
niets
misplaatst,
niets
gebrekkig.
In Hem
ontaardde
vastberadenheid
niet
in
hardnekkigheid,
of
kalmte
in
stoïcijnse
onverschilligheid.»
Andrew
Jukes,
in the
Law of
the
Offerings.
p.75.
Andere
ingrediënten
Het
toonbrood
was
een
waar
spijsoffer.
Behalve
het
fijne
meel
was er
olie,
water
en
zout,
maar
net
als
het
heilig
avondmaalsbrood
was
het
ongezuurd
(Lev.2:1,5,11,13).
De
olie
symboliseerde
het
werk
van
Christus
door
de
Heilige
Geest.
«We
ontvangen
Christus
door
Zijn
Woord
en de
Heilige
Geest
wordt
gegeven
zodat
door
het
Woord
van
God
ons
verstand
geopend
zal
worden
om de
waarheden
in ons
hart
te
doen
doordringen.»
MB
164.
Zout
Zout
is
bederfwerend,
een
symbool
van
onbedorvenheid.
Een
eerbiedige
studie
van
het
Woord
zal de
student
voor
verdorven
leerstellingen
bewaren,
zowel
als
voor
verdorven
manieren.
Zout
wordt
soms
op
ijspaden
gestrooid
om de
mensen
voor
uitglijden
te
behoeden.
Zo zal
het
Woord
van
God
ons
behoeden
voor
uitglijden
op de
glibberige
paden
van
het
leven.
Zout
is
niet
alleen
conserveermiddel,
maar
het is
ook
een
symbool
van
eeuwige
duur.
De
Here
gaf
het
koninkrijk
aan
David
voor
altijd
door
een
zoutverbond
(2
Kron.13:5).
Het is
ook
een
symbool
van
wijsheid:
“Uw
spreken
zij te
allen
tijden
aangenaam,
niet
zouteloos,
gij
moet
weten
hoe
gij
aan
ieder
het
juiste
antwoord
moet
geven.”
Col.4:6.
Het is
ook
een
symbool
van
vriendschap
en
gastvrijheid:
Ezra
4:14
verwijst
daar
naar.
Omdat
we
zijn
gebonden
met
het
zout
aan
het
paleis.
En zo
wordt
de
christen
vermaand:
“Hebt
zout
in
uzelf
en
houdt
vrede
onder
elkander.”
Marc.9:50.
Als we
ons
geloof
met
anderen
delen,
dan
moeten
we dat
doen
met
een
onverderfelijke
geest
en
oprechtheid
van
hart.
Onze
houding
moet
er een
zijn
van
vriendschap
en
gastvrijheid,
van
vrede
en
goede
wil.
Ons
spreken
moet
zijn
met
genade,
nooit
onvriendelijk
of
kritisch.
Wanneer
we
deze
vruchten
vermengen
met
onze
pogingen
om het
Woord
aan
anderen
door
te
geven,
dan
worden
we het
zout
der
aarde
(Matt.
5:13).
Gods
Woord
reinigt
Het
water
in het
brood
gebruikt,
verzinnebeeldt
de
reinigende
kracht
van
het
Woord
van
God.
Waarmede
zal
een
jonge
man
zijn
pad
rein
bewaren?
Door
acht
te
slaan
op uw
Woord
(Psalm
119:9).
Jezus
heeft
Zich
voor
de
gemeente
overgegeven
om
haar
“te
reinigen
door
het
waterbad
met
het
Woord.”
Ef.5:26.
“Nu
zijt
gij
rein
door
het
woord
dat Ik
tot u
gesproken
heb.”
Joh.15:3.
Gehoorzaamheid
aan
het
Woord
van
God
reinigt
en
verfijnt
en
veredelt
ons
leven
en
maakt
ons
bekwaam
om
ware
dienstknechten
van
God te
zijn.
Het
Woord
heiligt
Heiligen
wil
zeggen
iets
geheiligd
maken
en het
apart
zetten
voor
een
heilig
gebruik.
Gehoorzaamheid
aan
het
Woord
van
God,
verzinnebeeld
in het
brood,
heiligt
de
ziel.
“Heilig
hen in
Uw
waarheid;
Uw
Woord
is de
Waarheid.”
Joh.17:17.
We
zijn
wedergeboren
door
het
onvergangelijke
Woord
van
God (1
Petrus
1:22,23;
2
Petrus
1:4).
Het is
door
het
Woord
dat
wij
deelhebbers
worden
aan de
goddelijke
natuur,
de
invloed
daarvan
op ons
leven
vernietigt
ons
vleselijk
leven
en
geeft
een
nieuw
leven,
het
leven
van
Christus.
Het
Woord
van
God is
bij
machte
ons op
te
bouwen
en het
erfdeel
te
geven
onder
alle
geheiligden
(Hand.20:32).
Het is
door
het
Woord,
dat
wij
volmaakt
worden.
“Elk
van
God
ingegeven
schriftwoord
is
nuttig
om te
onderrichten,
te
weerleggen,
te
verbeteren
en op
te
voeden
in de
gerechtigheid;
opdat
de
mens
Gods
volmaakt
zij.”
2
Tim.3:16,17.
Laten
zij
die
geheiligd
zijn,
het
Woord
van
God,
met
geduld,
met
gebed
en met
een
nederige
berouwvolle
ziel
onderzoeken.
Tenzij
wij
het
Brood
des
levens
in ons
opnemen,
hebben
we
geen
leven
in ons
zelf
(Joh.6:53).
We
kunnen
ook
het
lichamelijke
leven
niet
in
stand
houden
indien
we ons
niet
voeden.
We
kunnen
het
een
tijd
met
hongeren
uithouden,
maar
vroeg
of
laat
komt
het
leven
in
gevaar.
Dit
verzuim
is de
eerste
stap
in het
teruggaan
naar
de
zwakke
en
armelijke
wereldgeesten.
Mijn
volk
gaat
ten
gronde
door
gebrek
aan
kennis
(Hos.4:6).
Toen
Jezus
zei:
“Ik
ben
het
Brood
des
Levens...
Indien
iemand
dit
brood
eet,
zal
hij
eeuwig
leven;
en het
brood
dat Ik
geef
is
Mijn
vlees,
voor
het
leven
der
wereld.”
De
Joden
en ook
de
discipelen
protesteerden
en
zeiden:
Hoe
kan
deze
mens
zijn
vlees
te
eten
geven?
Jezus
verklaarde
het,
zeggende:
“De
Geest
is het
die
levend
maakt;
het
vlees
heeft
geen
nut;
de
woorden
die Ik
tot u
spreek
zijn
geest
en
zijn
leven.”
Joh.6:48,51,52,63.
Het
Woord
van
God is
het
levende
brood:
het
verfijnt,
geeft
wijsheid,
reinigt,
geeft
geestelijke
kracht
en
volharding
en
tenslotte
heiligmaking
en
eeuwig
leven.
Wierook
op het
brood
“Gij
zult
zuivere
wierook
op
elke
stapel
leggen;
dit
zal
dan
dienen
als
gedenkoffer
van
het
brood,
een
vuuroffer
voor
de
Here.”
Lev.24:7.
Deze
zuivere
wierook
was
dezelfde
als
die
dagelijks
op het
gouden
altaar
werd
verbrand.
Aan
het
einde
van de
week
werd
het
ook op
het
gouden
altaar
verbrand,
als
een
vuuroffer
voor
de
Here.
Het
verzinnebeeldde
de
gerechtigheid
van
Christus,
welke
vermengd
met de
oprechte
gebeden
werd
gegeven
aan
hen
die
het
Brood
des
levens
voortdurend
aten.
Het
leert
ook de
les,
dat de
Bijbel
nooit
zonder
gebed
moet
worden
bestudeerd.
Wanneer
de
Bijbel
zonder
gebed
wordt
bestudeerd,
wordt
ons
verteld
dat
satan
gereed
staat
om
zijn
dwaling
in te
brengen,
of om
de
geheiligdheid
van
het
Woord
te
kleineren
(vergelijk
Psalm
36:10).
De
wierook
was
een
“gedenkoffer”
op het
brood
of
zoals
iemand
zei,
“een
herinnering
aan de
Eeuwige”,
een
herinnering
dat
Zijn
gerechtigheid
is
beloofd
aan
allen
die
biddend
Gods
Woord
bestuderen.
Bij ‘t
openslaan
van ‘t
Boek
der
boeken
gedenk,
o
christen!
dag
aan
dag,
dat
wie
dat
Woord
wil
onderzoeken,
geen
eigen
licht
vertrouwen
mag.
Geen
mensenwijsheid
zou
hier
baten,
geen
vlijtige
arbeid
hier
volstaan,
alle
eigenwijsheid
dient
verlaten
een
ander
oog
moet
opengaan
voor
dat ge
u dan
begeeft
tot
lezen,
val,
christen!
val uw
God te
voet!
en dat
een
heilig,
heilzaam
vrezen
zich
meester
maakt
van uw
gemoed!
Vraag,
eer
gij
verder
gaat,
een
zegen!
Vraag
ogen,
oren
en een
hart!
En -
Jezus
-
zelve
kome u
tegen
in dit
Zijn
woord
bij
vreugd
en
smart.
Het
steeds
aanwezige
Brood
Van
dit
zinnebeeld
zei
Christus:
“En
gij
zult
op de
tafel
geregeld
toonbrood
leggen
voor
mijn
aangezicht.”
Ex.25:30.
De
tafel
was
nooit
leeg,
daarom
werd
‘t
“het
steeds
aanwezige
brood”
genoemd
(Num.4:7).
Elke
Sabbat
werd
het
vers
gebakken
brood
door
de
Korachieten
(die
een
afdeling
vormden
van de
Levieten)
(1
Kron.9:32)
aan de
binnengaande
priester
gegeven,
die
plaatste
het
dan
volgens
de
regels
op de
tafel
van de
Heer
(Lev.24:5-8;
PP
348E;
PP
311N;
SBDict).
Dan
werd
het
oude
brood
weggenomen
en de
daarop
volgende
week
door
de
vertrekkende
priesters
gegeten,
ten
behoeve
van de
Israëlieten
tot
een
eeuwig
verbond
(Lev.24:8).
Leert
dit
alles
ons
niet
dat
wij de
Bijbel
voortdurend
moeten
bestuderen
en dat
het
Woord
vlees
en
bloed
moet
worden
in
ons?
Leert
het
ons
niet,
dat we
steeds
de
hele
week
het
heilige
brood
moeten
eten
en
verteren?
Dit
bijzondere
Sabbatfeest,
tezamen
met
het
dagelijkse
biddend
deelnemen
aan
het
“Brood
des
Levens”
is
noodzakelijk
om “op
te
groeien”
tot
volmaking
van
het
karakter.
Het is
nodig
indien
we
vrij
van
zonden
willen
zijn:
“Uw
Woord
heb ik
in
mijn
hart
geborgen,
opdat
ik
tegen
U niet
zondig.”
Psalm
119:11.
Het is
onontbeerlijk
voor
heiligmaking,
het is
allerheiligst
voor
de
Here.
Er is
geen
vervanging
voor
een
ijverige
studie
van
het
Woord;
het is
fundamenteel;
het
kan
niet
louter
een
toevoeging
zijn.
Zoals
Christus
het
vleesgeworden
Woord
werd
(Joh.1:1-14)
zo
moet
het
Woord
van
God in
ons
tot
vlees
gemaakt
worden.
We
moeten
niet
alleen
het
Woord
kennen,
het
Woord
moet
in ons
gestalte
krijgen.
IJverige
studie
noodzakelijk
Sommige
christenen
die
oprecht
de
voorhof-ervaring
hebben
doorgemaakt,
weten
heel
erg
weinig
van de
ervaring
in het
opgroeien
“tot
de
mannelijke
rijpheid,
de
maat
van de
wasdom
der
volheid
van
Christus.”
Ef.4:13.
Zij
blijven
“baby’s”,
op z’n
zachtst
gezegd
“dwergen
in het
christelijke
leven”.
Waarom
gebeurt
dit?
Allen
hebben
gelijke
toegang
tot
het
Woord
van
God,
maar
velen
verwaarlozen
of
veronachtzamen
hun
voorrechten.
Hoewel
het
banket
voor
hen is
uitgespreid,
laten
zij
toe
dat de
zorgen
van
het
leven
of de
bedrieglijkheid
van de
rijkdom
het
Woord
verstikken.
Bij
tijd
en
wijle
lezen
zij de
Bijbel
als
een
christelijke
plicht,
maar
hun
harten
zijn
bij de
onbeduidende
zaken
van
het
allerdaagse
leven.
Zij
horen
het
Woord
zoals
het
van de
kansel
wordt
gepredikt,
maar
het
valt
op
steenachtige
en
doornachtige
plaatsen;
het
krijgt
geen
wortel
en
spoedig
verdort
het of
de
doornen
groeien
op en
verstikken
het
waardoor
het
geen
vrucht
geeft.
Want
gelijk
Paulus
het
zegt,
zijn
zij
“traag
in het
horen.”
Verder
zegt
hij:
“Hoewel
gij
leraars
behoort
te
zijn,
hebt
gij
nodig
dat
gij de
eerste
beginselen
van de
uitspraken
Gods
leert
en
hebt
nog
melk
nodig
en
geen
vaste
spijs.
Want
een
ieder
die
nog
van
melk
leeft,
heeft
geen
weet
van de
rechte
prediking:
hij is
een
zuigeling.
Maar
de
vaste
spijs
is
voor
de
volwassenen,
die
door
het
gebruik
hun
zinnen
geoefend
hebben
in het
onderscheiden
van
goed
en
kwaad.”
Hebr.5:11-14.
Is dit
niet
een
uitdaging
aan
allen
die
het
heilige
zijn
binnengegaan?
Indien
de
Geest
van
God
bij
ons
geestelijke
ondervoeding
ontdekt,
dan is
het
veiligste
geneesmiddel
een
ijverige
studie
van
het
Woord
van
God,
want
dat is
ons
geestelijk
voedsel.
De
schriften
een
veilige
gids
Als de
Bijbel
voor
ons
werkelijk
een
veilige
gids
is
door
de
tijden
der
benauwdheid,
dan
moeten
wij
dieper
graven
in de
“mijn
der
waarheid”
en
schrift
met
schrift
vergelijken.
In de
laatste
uren
van
voorbereiding,
is het
nodig
meer
en
ijveriger
te
studeren
dan
ooit
te
voren.
Satan
weet,
dat
als de
Bijbel
bestudeerd
wordt
met
hart,
verstand
en
ziel,
het
onze
veilige
gids
zal
zijn
tegen
de
gevaren
van
deze
laatste
dagen.
«Daarom
is het
satans
voornaamste
doelwit
de
gedachten
van de
mensen
bezig
te
houden
met
dingen
die
voorkomen
dat
zij
kennis
van
het
Woord
van
God
krijgen.»
5T 740
(zie
ook GC
593;
GS
548).
Maar
als we
onze
gelegenheden
om
kennis
van de
Bijbel
te
verkrijgen
verbeteren,
dan
zal
God
ons
niet
overlaten
aan de
aanvallen
van de
vijand.
Voor
hen
die
hongeren
en
dorsten
naar
de
gerechtigheid
is de
belofte,
dat
zij
zullen
worden
verzadigd
(Matt.5:6).
Deze
belofte,
geplaatst
op het
spoor
van
het
geloof
en
opgenomen
in het
geheugen,
zal
nimmer
falen
(5T
630).
De
verbindingslijn
moet
niet
verbroken
worden.
«Diepe
studie
van
het
Woord
van
God
onder
leiding
van de
Heilige
Geest,
zal
vers
manna
geven
en
dezelfde
Geest
zal
haar
gebruik
effectief
maken.»
6T
163.
Laten
we
niet
afhankelijk
zijn
van
anderen
om het
denkwerk
voor
ons te
doen,
maar
laat
ons
diep
afdalen
in de
mijnschacht
van
Gods
Woord.
Indien
de
gelegenheden
voor
ontwikkeling
begrensd
zouden
zijn
geweest,
hoe
bemoedigend
zijn
dan
deze
woorden:
«Het
begrijpen
van
Bijbelwaarheid
hangt
niet
zozeer
af van
het
verstand,
maar
meer
van de
oprechtheid
en het
vurig
verlangen
naar
gerechtigheid.»
GC
599;
GS
554.
«Indien
de
christen
zijn
bekwaamheden
en
zijn
capaciteiten
dagelijks
zou
willen
verbeteren
dan
moet
hij
studeren:
hij
moet
het
woord
in
zich
opnemen
en
verteren...
De
ziel
die
gevoed
wordt
met
het
Brood
des
levens
zal
ieder
vermogen
krachtig
ontwikkeld
zien
worden
door
de
Geest
van
God.»
6T
153.
Als we
in die
Geest
ons
dagelijks
voeden
met
het
Woord
van
God,
zal
Jezus
het
doen
vermenigvuldigen
zoals
Hij
dat
deed
met de
vijf
broden.
Dan
zullen
we
niet
alleen
ons
zelf
voeden,
maar
door
onze
pogingen
om het
woord
te
verspreiden
zullen
velen
het
ook
eten
en
verzadigd
worden
(Marc.6:35-44;
Joh.6:9-13).
Het
brood
van
Zijn
aanwezigheid
Toonbrood
betekent
letterlijk
‘brood
voor
het
aangezicht’
of
‘brood
van de
aanwezigheid.’
«Het
wordt
brood
voor
het
aangezicht
genoemd»,
zegt
Smith’s
Bible
Dictionary,
«omdat
daardoor
God
wordt
gezien.
Het
betekent,
door
daaraan
deel
te
hebben,
de
mens
zicht
krijgt
op
God.
Waaruit
volgt,
dat
wij
niet
moeten
denken
aan
het
brood
als
zodanig
om ons
lichamelijk
te
voeden,
maar
aan
geestelijk
voedsel
als
een
middel
om ons
dát
leven
toe te
eigenen
en
vast
te
houden,
dat
bestaat
uit
het
zien
van
het
gelaat
van
God.»
«’Het
toonbrood
wees
naar
Christus’,
‘het
Levende
Brood’,
dat
voor
het
aangezicht
Gods
is,
ons
ten
goede.»
PP
354E;
PP
318N.
Nu
zien
we
door
het
geloof
Zijn
aangezicht,
door
Zijn
Woord,
maar
wanneer
het
beeld
zijn
tegenbeeld
bereikt,
is de
belofte:
“Zij
zullen
Zijn
aangezicht
zien
en
Zijn
naam
zal op
hun
voorhoofden
zijn.”
Openb.22:4.
(“HET
PAD
NAAR
DE
TROON
VAN
GOD”
Sarah
E.
Peck)