Verzoening
Na de poort te zijn
binnengegaan, is de
volgende stap op ‘HET
PAD NAAR DE TROON VAN
GOD’, de altaar-ervaring.
Zonder deze stap zullen
we onze vleselijke
lusten blijven volgen
die tegen de ziel
strijden (1 Petr.2:11).
We zullen voortgaan de
wereld lief te hebben en
de dingen die van deze
wereld zijn. We hebben
God niet werkelijk lief
en onder zulke
omstandigheden wordt
Zijn wet een slavenjuk
(1 Joh.2:15,16). Maar
wanneer wij alles op het
altaar leggen, wanneer
we alle krachten van
lichaam verstand en ziel
aan Hem overgeven, om
slechts te leven en te
werken voor Hem, dan
zijn we niet langer in
vijandschap met God. God
heeft ons met Zich
verzoend door Jezus
Christus, verzoend door
de dood van Zijn Zoon,
door Wie wij nu
verzoening ontvangen (2
Cor.5:18; Rom.5:10,11).
“Ook u, die eertijds
vervreemd en vijandig
gezind waart blijkens uw
boze werken, heeft Hij
thans weder verzoend in
het lichaam Zijn vlezes
door de dood.”
Col.1:22,21. Nu zijn we
niet langer Zijn
vijanden, maar Zijn
vrienden. Verzoening
brengt harmonie met God
en met al Zijn eisen,
zodat we dwaasheden die
we eerst liefhadden, nu
haten.
Het altaar en
Zijn vaten
Ex.27:1-8; 38:1-7. Kijk
nu naar het altaar zelf.
Vijf el, 2,2 m was de
lengte en vijf el de
breedte, het was een
vierkant en de hoogte
daarvan was drie el
(1,3) (Ex.38:1). Het was
hol en de planken waren
overtrokken met koper.
Aan de vier hoeken waren
vier hoornen van koper.
Op halve hoogte van het
altaar was een netwerk
van koper, dat diende
als rooster. Aan de vier
hoeken van het rooster
waren vier ringen, die
dienden voor de staven
of stangen. De stangen
waren ook van hout, met
koper overtrokken. Vlak
boven het rooster was
een omloop (Ex.27:5;
38:4). De Bijbel vertelt
niet hoe deze omloop
eruit zag noch waartoe
ze diende, maar
overeenkomstig de beste
informatie die wij nu
hebben, schijnt het een
smal platvorm te zijn
geweest, waarop de
priesters liepen om het
brandhout en de delen
van het offer te
schikken. Zoals de
voeten van Christus op
koper brons leken
(Openb.1:15), zo gingen
de voeten van de
priesters over een
platvorm van koper. De
toegang tot de omloop
was niet doormiddel van
een trap (Ex.20:26),
maar door een oplopende
helling aan de zuidzijde
van het altaar. Aäron
daalde af na het offeren
(Lev.9:22). Ieder detail
van het altaar was
gemaakt, zoals het aan
Mozes getoond was op de
berg (Ex.27:2,6,8). Al
de bijbehorende vaten
waren van koper, de
pannen om de as op te
vangen, de scheppen, de
wasbekkens, vleeshaken
en vuurpannen (Ex.27:3).
Sommige wasbekkens waren
voor het wassen van de
offers; anderen om het
bloed op te vangen dat
in het heiligdom bediend
werd. De scheppen werden
gebruikt om de as van
het altaar en het
rooster te verwijderen,
de vleeshaken om het
offerdier te behandelen,
de vuurpannen of koperen
branders bewaarden het
heilige vuur als het
altaar van de ene naar
de andere plaats werd
gedragen, tijdens de
omzwerving in de
woestijn (JFBCom. bij
Ex.27.3). Zoals het
koper het lijden
verzinnebeeldt, zo was
het altaar als geheel
een symbool van
“Christus en Die
gekruisigd.”
Verschillende van haar
delen zijn onze aandacht
waard: het hout, de
hoogte van het rooster,
de vier hoornen en het
koper.
De planken van
het altaar
Het altaar was hol en
van planken gemaakt. De
stangen en de hoornen
waren van hetzelfde
materiaal. Hout in het
heiligdom verzinnebeeldt
onze menselijkheid of
het menszijn van
Christus of gewoonlijk
beiden. Ons menszijn
wordt vergeleken met het
bouwen op het fundament
van goud, zilver,
kostbare stenen, hout,
hooi en stoppels. Eens
zal het werk van de mens
openbaar worden: “want
de dag zal het
verklaren, daar het met
vuur verschijnt en
hoedanig ieders werk is
dat zal het vuur
uitmaken.” 1
Cor.3:12,13. Hoe
dankbaar moeten we zijn
dat het hout, waarvan
het altaar gemaakt was,
geheel was overtrokken
en beschermd met koper,
omdat het pad van de
overwinning niet alleen
voor Christus maar voor
al Zijn volgelingen door
het lijden heen voert.
“Trouwens allen die
Godvruchtig willen leven
door Jezus Christus
zullen vervolgd worden.”
2 Tim.3:12. Gelijk het
koper de planken tegen
verbranding beschermt,
zo zal Christus onze
metgezel en onze
beschermer zijn de
gehele weg naar de troon
van God. Hij zal ons
niet begeven noch
verlaten.
De hoogte van
het rooster
Dit verzinnebeeldt een
andere interessante
gedachte in de
verlossing die Christus
voor ons uitwerkt. De
hoogte van dit
roosternetwerk, waarop
de zoenoffers werden
gelegd om verbrand te
worden, is gelijk aan de
hoogte van het
verzoendeksel;
anderhalve el. Gods
genade is even groot als
Zijn rechtvaardigheid.
In Christus “ontmoeten
genade en waarheid
elkaar. Gerechtigheid en
vrede kussen elkaar.”
Psalm 85:11.
De vier hoornen
van het altaar
Hoornen zijn de
voornaamste wapens en
versieringen voor dieren
die ze bezitten. Vandaar
dat het woord hoorn
dikwijls wordt gebruikt
om kracht, eer en
overwinning aan te
duiden (SBDict.). Mozes
profeteert in Deut.33.17
over de stam van Jozef:
“Zijn hoornen zijn de
hoornen van een woudos,
daarmee zal hij de
volken stoten, naar alle
einden der aarde.” Over
eer zegt Job: “Een
rouwgewaad heb ik over
mijn huid genaaid en
mijn hoorn in het stof
gestoken.” Job 16:15.
Over macht en
overwinning zegt Daniël:
“De ram deed naar zijn
welgevallen en maakte
zich groot en de
geitebok met de
aanzienlijke hoorn
tussen zijn ogen stiet
de ram en brak zijn twee
hoornen,... en er was
geen kracht in de ram om
tegen hem stand te
houden.” Dan.8:4-7. Toen
Israël God vergat, zei
Jeremia: “Hij heeft in
Zijn toorn alle hoornen
van Israël afgehouwen.”
Klaagl.2:3. Toen Joab in
moeilijkheden was,
vluchtte hij naar de
tabernakel van de Heer
en greep zich vast aan
de hoornen van het
altaar (1 Kon.2:28). Dit
was hetzelfde als zich
vastgrijpen aan de
kracht van God om
bescherming. En van
Christus is geschreven:
“Hij had hoornen die uit
Zijn hand kwamen en daar
was de verborgenheid van
Zijn kracht.” Hab.3:4 SV.
Wanneer het slachtoffer,
dat een zinnebeeld was
van Christus, de voorhof
werd binnengebracht,
werd het met koorden aan
de hoornen van het
altaar vastgemaakt
(Psalm 118:27).
Zo zullen ook onze
offers, als ze aan de
hoornen van het altaar
zijn vastgebonden, door
de kracht van Christus
aanvaardbaar en
doeltreffend zijn. Zoals
de poort met zijn “vier
pilaren” het zinnebeeld
van Christus was in Zijn
genadige uitnodiging:
“Komt allen tot Mij”, zo
zijn de vier hoornen van
het altaar een
uitnodiging, die zich
uitstrekt naar de vier
windrichtingen om in de
verlossing te voorzien.
Het koper van
het altaar
Terwijl, zoals reeds
vermeld, het koper een
symbool is van kracht,
duurzaamheid en lijden,
is het dat ook van
oordeel en veroordeling.
In de vervloekingen of
oordelen wegens
ongehoorzaamheid, zegt
God tot Israël: “Indien
gij niet naar Mij
luistert, dan zal Ik de
aarde als koper maken en
uw land zal zijn oogst
niet opleveren.”
Lev.26:18-20. “De hemel
die boven u is, zal zijn
als koper.” Deut.28:23.
Evenzo zal onze dienst
voor Christus zonder
vrucht zijn, als de
liefde niet het
inspirerende motief is.
“Al sprak ik met de
talen van engelen en
mensen, maar had de
liefde niet, ik zou als
schallend koper zijn.” 1
Cor.13:1. Koper
verzinnebeeldt ook
overwinning door lijden
heen. Christus werd
“volmaakt door lijden
heen.” Hebr.2:10. “Want
doordat Hijzelf in
verzoekingen geleden
heeft, kan Hij hun die
verzocht worden te hulp
komen.” Slechts op deze
manier kon Hij meeleven
met hen die vielen onder
de verleiding; alleen op
deze wijze kon Hij
gemaakt worden tot een
“barmhartig en getrouw
Hogepriester.”
Hebr.2:17,18.
Koper en
koperbrons
Koperbrons is een
legering van koper en
zink; het wordt in de
oven gesmolten, een oven
van aarde. Er is
geschreven: “Ik heb u
beproefd in de smeltoven
der ellende.” Jes.48:10.
Toen Johannes Christus
als Hogepriester dienst
zag doen in het hemelse
heiligdom, geleken Zijn
voeten op koperbrons,
als in een oven gloeiend
gemaakt (Openb.1:15).
Koperbrons dat slechts
twee keer in de Bijbel
wordt genoemd, was brons
van zo’n verheven
kwaliteit, dat haar
waarde groter was dan
van goud. Hoe oneindig
in waarde was het
koperbrons waarvan
Christus’ voeten
blonken, toen Hij voor
ons op aarde wandelde in
de smeltkroes der
beproeving! Wie leed er
meer dan onze Heiland,
als Rechtvaardige voor
de onrechtvaardigen? Het
hele 53ste hoofdstuk van
Jesaja is een levendige
schildering van
Christus, de man van
smarten, de man bekend
met verdriet, Hij die om
onze overtredingen werd
gewond, die verbrijzeld
werd om onze
ongerechtigheden. Hij op
wie de Heer al onze
ongerechtigheden had
gelegd en uiteindelijk,
hoewel Hij geen kwaad
gedaan had, noch leugens
in Zijn mond had
genomen, werd Zijn graf
bij de goddelozen
gesteld. Alleen
koperbrons kon het
lijden van Christus
symboliseren. Er is
geschreven: “Het
behaagde de Heer Hem te
verbrijzelen”,
Jes.53:10, Zijn eigen
geliefde Zoon. Waarom
dit alles? Het was voor
u en voor mij. Door Zijn
striemen zijn wij
genezen:
Hoe betekenisvol, dat
het altaar waarop het
symbool van het Lam Gods
werd geofferd, een
altaar van koper was.
Als wij voor het altaar
staan, laat een ieder
zichzelf dan afvragen:
“Kan ik een deelhebber
zijn aan Zijn lijden?”
Christus versloeg de
vijand en ook wij mogen
overwinnaars zijn indien
we nooit vergeten, dat
in al onze benauwdheden
ook Hij benauwd was en
de Engel Zijns
aangezicht het was die
ons redde (Jes.63:9).
Hoewel Christus tot een
offerande voor de zonde
werd gemaakt, was Hij
toch overwinnaar. Als
resultaat van Zijn
offer, “zal Hij
nakomelingen zien en een
lang leven hebben. Om
Zijn moeitevol lijden
zal Hij het zien tot
verzadiging toe. Men
stelde Zijn graf bij de
goddelozen. Daarom zal
God Hem een deel geven
onder velen en met
machtigen zal Hij de
buit verdelen, omdat Hij
Zijn leven heeft
uitgegoten in de dood.”
Jes.53:10-12. Christus
leed niet voor Zichzelf
maar Hij smaakte de dood
voor allen (Hebr.2:9).
Dit is kracht, dat is
standvastigheid, dat is
duurzaamheid, dat is
overwinning.
Bemoediging
onder beproeving
Als we ons verdiepen in
Zijn lijden, hoe
inspirerend zijn dan de
woorden: «God leidt Zijn
kinderen nooit anders,
dan ze geleid zouden
willen worden, wanneer
ze vanaf het begin de
uitkomst zouden kunnen
zien en het heerlijke
doel kunnen
onderscheiden dat zij
als Zijn medewerkers ten
uitvoer brengen. Noch
Henoch die overgebracht
werd naar de hemel, noch
Elia die met vurige
wagens naar de hemel
voer, was groter of meer
geëerd voor de zaak van
Christus, door niet
alleen in Hem te
geloven, maar ook te
lijden omwille van Hem.”
Phil.1:29. En van alle
gaven die de hemel aan
mensen kan schenken, is
gemeenschap met Christus
in Zijn lijden het
belangrijkste pand en de
hoogste eer.» DA 225;
WdE 185.
Hoe zullen wij dan een
zogenaamd offer voor God
beschouwen?
«We zijn nooit geroepen
een echt offer aan God
te brengen. Vele dingen
die Hij aan ons vraagt
op te geven, zijn
slechts dingen die ons
hinderen op de weg
hemelwaarts. Zelfs
indien we gevraagd
worden dingen op te
geven die in zich zelf
goed zijn, mogen we er
zeker van zijn, dat God
dit uitwerkt voor een
hoger goed.» MH 473.
Welke bemoediging geeft
God aan hen die alles
aan Hem overgeven?
«Zij die hun leven aan
Zijn leiding overgeven
en aan Zijn dienst,
zullen nooit in een
positie geplaatst worden
waarin Hij niet voorzien
heeft. Wat ook onze
situatie moge zijn;
indien we daders van het
woord zijn, hebben wij
een Gids die ons de weg
wijst, wat ook onze zorg
mag zijn, beroving of
eenzaamheid, wij hebben
een sympatiserende
Vriend.» MH 248-249.
Aan wie is de meest
strenge discipline
gegeven?
«Hoe zwaarder de
opdracht en hoe
verhevener de dienst,
des te strenger is de
beproeving en des te
strenger de tucht.» Ed
151; K 146.
Indien God Zijn kinderen
leidt, waarom overkomen
hen dan beproevingen?
«Het is omdat God hen
leidt dat deze
beproevingen hen
overkomen... Het feit
dat we geroepen zijn om
beproevingen te
verdragen, toont dat de
Heer Jezus iets
kostbaars in ons ziet,
dat Hij wenst te
ontwikkelen. Indien Hij
in ons niets zag
waardoor Zijn naam
verheerlijkt zou worden,
zou Hij geen tijd
besteden om ons te
veredelen. Hij werpt
geen waardeloze stenen
in de oven. Het is
waardevol erts dat Hij
veredelt.» MH 471.
«De beproevingen van het
leven zijn Gods
werktuigen om
onzuiverheden en ruwheid
van karakter te
verwijderen. De Meester
besteedt niet zo’n
zorgvuldig, grondig werk
aan nutteloos materiaal.
Slechts Zijn kostbare
stenen worden gepolijst,
zoals dat met de stenen
voor een paleis wordt
gedaan.» MB 23.
Waarom laat God soms een
crisis toe in Zijn werk
of in ons persoonlijk
leven?
«Bij naties, bij
families en bij personen
laat Hij dikwijls een
zaak tot een crisis
komen, opdat Zijn
ingrijpen wordt
opgemerkt. Dan heeft Hij
duidelijk gemaakt, dat
er een God is in Israël
die Zijn wet zal
handhaven en Zijn volk
zal rechtvaardigen.» COL
178.
Wat zal ons verlies
zijn, indien we de
discipline weigeren die
met het dienen gepaard
gaat?
Zelfs God kan onze
karakters niet veredelen
en onze levens bruikbaar
maken zonder dat wij met
Hem medewerken. Zij die
zich aan de strijd
onttrekken, verliezen de
kracht en de vreugde van
de overwinning.
«Het is niet nodig voor
ons zelf een verslag bij
te houden van onze
beproevingen,
moeilijkheden, verdriet
en zorgen. Al deze zaken
zijn in de boeken
geschreven en de Hemel
zal er zorg voor
dragen... Indien u als
werkers voor Christus
voelt, dat uw
beproevingen en zorgen
groter zijn dan die van
anderen, bedenk dan, dat
er voor u een vrede is
die onbekend is voor
degene die deze lasten
uit de weg gaan.» MH
487.
«Bezorgheid is blind en
kan niet in de toekomst
zien, maar Jezus ziet
het einde vanaf het
begin. Onze hemelse
Vader heeft duizend
manieren om voor ons te
zorgen waar wij niets
van weten.» DA 330.
Als teleurstellingen
komen; hoe zal Hij
tegenwicht geven?
Onze plannen zijn niet
altijd Gods plannen. Hij
zal zien wat het beste
voor ons en Zijn zaak
is, zelfs als Hij onze
beste bedoelingen
weigert, gelijk Hij deed
in het geval van David.
Maar van één ding mogen
we zeker zijn; Hij zal
hen die zichzelf oprecht
aan Hem en aan zijn eer
wijden, gebruiken voor
de vooruitgang van Zijn
zaak. Als Hij het als
het beste ziet om hun
wensen niet te verhoren,
zal Hij aan de weigering
tegenwicht geven door
tekenen van Zijn liefde
en hen een andere dienst
toevertrouwen (MH 473).
“Geliefden, laat de
vuurgloed die tot
beproeving dient, u niet
bevreemden als of u iets
vreemds overkwame.
Integendeel; verblijdt u
naarmate gij deel hebt
aan het lijden van
Christus, opdat gij u
ook met vreugde zult
mogen verblijden bij de
openbaring van Zijn
Heerlijkheid.” 1
Petr.4:12,13.
Het wasvat met zijn
koperen voet stond
tussen het koperen
altaar en de deur van
het heiligdom. Evenals
het altaar werden ze van
koper gemaakt. Het koper
van het wasvat echter
was van de spiegels van
vrouwen gemaakt
(Ex.38:8). Hier wasten
de priesters hun handen
en voeten, voordat zij
hun heilige dienst
begonnen. Zij wasten
zich niet in het
reservoir, maar namen
daaruit het benodigde
water.
Nalatigheid van deze
handeling betekende de
dood, omdat zij de
geestelijke betekenis
van de heilige dienst
verontachtzaamden.