|
HOOFDSTUK 14.
PP 283 - 90.
De Heer lichtte Mozes in dat Farao hen
wilde achtervolgen, en Hij toonde hen juist waar ze moesten legeren voor de
zee. Hij zegde aan Mozes dat Hij wilde geëerd worden door de Farao en gans
zijn leger. Nadat de Hebreeën weggegaan waren van Egypte vertelden de
Egyptenaren aan Farao, dat zij gevlucht waren en nooit meer zouden terugkeren
om hen opnieuw te dienen. En zij mordden omdat hij hen had laten gaan. Het was
een groot verlies voor hen van beroofd te zijn van hun dienst. En zij waren
spijtig, dat zij toegelaten hadden dat zij weggingen. Niettegenstaande alles,
wat zij hadden moeten lijden onder de oordelen van God, waren zij zo verhard
door hun bestendige rebellie, dat zij besloten de kinderen van Israel te
achtervolgen en hen door dwang terug naar Egypte te voeren. De koning nam een
uitgebreid leger mede en zes honderd wagens, en achtervolgde hen, en haalde
hen in terwijl zij aan de zee gelegerd waren. Lees vers 10 tot 14. Hoe vlug
wantrouwden de Israelieten God! Zij waren getuige geweest van al Zijn oordelen
op Egypte om de koning te dwingen Israel te laten gaan, maar als hun
vertrouwen in God getest wordt, murmureren zij aan de getrouwe Mozes, hun
herinnerend aan hun woorden van ongeloof, die zij geuit hadden, toen zij nog
in Egypte waren. Zij beschuldigden hem van de oorzaak te zijn van hun
droefheid. Hij moedigde hen aan om God te vertrouwen en hun uitdrukkingen van
ongeloof te weerhouden en zij zouden zien wat de lieer voor hen zou doen.
Mozes riep ernstig tot de Heer, opdat Hij Zijn uitgekozen volk zou bevrijden.
Lees vers 15 en 16. God wilde Mozes laten verstaan, dat Hij wilde werken voor
Zijn volk - dat hun nood Zijn kans betekende. Als zij zouden gaan zover als
zij konden, moest hij hen vragen steeds verder te gaan, dat hij de staf zou
gebruiken, die God hem gegeven had om de waters te verdelen. Lees vers 17 tot
20. De Egyptenaren konden de Israelieten niet zien, want de wolk van
duisternis was voor hen, die voor de Israelieten al licht was. Zo spreidde God
Zijn macht uit om te zien of Zijn volk in Hem zou geloven nadat Hij zulke
tekens van zorg en liefde voor hen gegeven had, en om hun ongeloof en
murmureren te begrijpen. Lees vers 21 en 22. De waters rezen op en stonden
gelijk bevrozen muren langs elke zijde, terwijl Israel wandelde in het midden
van de zee op droge grond. Het Egyptische leger kraaide viktorie dezen nacht,
dat de kinderen van Israel weer in hun macht waren. Zij dachten, dat er geen
mogelijkheid was van te ontsnappen, want voor hen strekte zich de Rode Zee
uit, en hun legers volgden hen zeer nabij. In de morgen,
als zij naar de zee toekwamen, zie, daar
was een droog pad, de waters waren gescheiden, en stonden gelijk een muur
langs iedere zijde, en de kinderen van Israel waren halverwege door de zee,
wandelend op droog land. Zij wachtten een ogenblik vooralleer te beslissen
welk een richting zij het best zouden volgen. Zij waren teleurgesteld en
woedend, dat, als de Hebreeërs zo goed als in hun macht waren en zij zeker
waren van hen, dat er onverwachts een weg voor hen geopend werd in de zee. Zij
beslisten hen te volgen. Lees vers 24 en 25. De Egyptenaren durfden het aan
zich te wagen op het
pad, dat God voor Zijn volk bereid had, en Engelen van God doorkruisten hun
legers en verwijderden de wielen van hun wagens. Zij waren geplaagd. Hun
voortgang was langzaam, en zij begonnen verstoord te raken. Zij herinnerden
zich de oordelen, die de God van de Hebreeën over hen gebracht had in Egypte
om hen te dwingen Israel te laten gaan, en zij dachten dat God hen allen in de
handen van de Israelieten kon overleveren. Zij beslisten dat God vocht voor de
Israelieten, en zij waren verschrikkelijk bevreesd en keerden zich, om van hen
te vluchten, als "de Heere zeide tot Mozes: Strek uwe hand uit over de zee,
dat de wateren wederkeeren over de Egyptenaren, over hunne wagenen en over
hunne ruiters". Lees verder vers 27 tot 31.
Als de Hebreeën getuige waren van het
wonderbare werk van God in het vernietigen van de Egyptenaren, verenigden zij
zich in een geinspireerd gezang van aangename welsprekendheid en dankbare
lofprijzing. The Story of Redemption 121 - 125.
Hoe dikwijls hebben dezen, die het Woord
Gods vertrouwen, ofschoon uit hunzelf hulpeloos, weerstand geboden aan de
macht van de ganse wereld. Enoch, rein van hart, heilig in leven, tegen een
verdorven en spottende generatie; Noah en zijn huishouden tegen de mensen van
hun tijd, mensen met de grootste fysische en mentale kracht, maar moreel het
meest gezonken; de kinderen van Israel aan de Rode Zee een hulpeloze,
verschrikte menigte slaven, tegen het machtigste leger van de machtigste natie
van de wereld Geloof is nodig al zowel in de kleinere dan in de grotere zaken
van het leven. In al onze dagelijkse belangen en bezigheden komt de
ondersteunende kracht van God reeël tot ons, door een blijvend vertrouwen.
Van menselijke zijde gezien, is het
leven voor allen een onbeproefd pad. Het is een pad, waarin wij, in verband
met onze diepere bevindingen, elk voor zichzelf alleen wandelen. In ons
innerlijk leven kan geen ander menselijk wezen ten volle binnentreden. Als het
kleine kind de dag tegemoet gaat, waarop het vroeg of laat zijn eigen weg zal
moeten kiezen, zelf moetende beslissen over de afloop van het leven voor de
eeuwigheid, hoe ernstig zal de inspanning zijn van zijn vertrouwen te richten
op de zekere Leider en Helper. Education 254 - 55.
De geschiedenis van het oude Israel is
een treffende illustratie van de bevindingen van het Adventisme in het
verleden. God leidde Zijn volk in de Adventbeweging, juist zoals Hij de
kinderen vanlsrael leidde uit Egypte. Ter gelegenheid van de grote
terleustelling, was hun geloof op de proef gezet, zoals dat op de proef gezet
werd van de Hebreeën aan de Rode Zee. Hadden zij blijven vertrouwen op de
leidende hand, die met hen geweest was in hun bevindingen van het verleden,
dan zouden zij het heil van God gezien hebben. Indien allen, eensgezind
gewerkt hadden in het werk in 1844, de derde Engelenboodschap ontvangen en ze
verkondigd hadden in de macht van de Heilige Geest, dan zou de Heer machtig
gewerkt hebben met hun inspanningen. Een vloed van licht zou uitgestort zijn
geweest over de wereld. Reeds jaren lang zouden de inwoners van de aarde
gewaarschuwd geweest zijn, het afsluitingswerk volbracht, en Christus zou
gekomen zijn om Zijn volk te verlossen.
Great Cotroversy 457 - 58.
De kinderen van Israel waren verheugd
het bericht van hun bevrijding te ontvangen, en haastten zich om de plaats van
slavernij te verlaten. Maar de weg was moeizaam, en tenlaatste verloren zij de
moed. Hun reis leidden hen over barre heuvels en verlaten vlakten. De derde
nacht waren zij omringd langs iedere zijde door bergenreeksen, terwijl de Rode
Zee voor hen lag. Zij waren onthutst en beklaagden grotelijks hun 42.
situatie. Zij verweten Mozes, dat hij
hen op deze plaats ge. id had, want zij begonnen te denken, dat zij de
verkeerde weg genomen hadden. Dat is de weg niet, zegden „ij, naar de woestijn
van Sinai, noch naar het land van Kanaan, beloofd aan onze vaderen. Wij kunnen
niet verder; maar moeten nu vooruit gaan in de waters van de Rode Zee, of
terugkeren naar Egypte. Dan alsof om hun ellende te volmaken, ziedaar, het
Egyptische heir op hun nek! Het indruk makende leger is geleid door de Farao
zelf, die er zich over berouwde, dat hij de Hebreeërs liet gaan en vreesde,
dat hij hen uitgezonden had om een grote natie' te worden, hem vijandig. Welk
een nacht van angst en verslagenheid was dit voor Israel! Welk een
tegenstelling bij deze heerlijke morgen, als zij de slavernij van Egypte
verlieten en als zij met blijde zin optrokken naar de woestijn! Hoe machteloos
voelden ze zich voor deze machtige vijand! Het weegeklaag van de met schrik
bevangen kinderen en vrouwen, vermengd met het geloei van het verschrikte vee
en het geblaat van de schapen, vermeerderde nog de akelige verwarring van de
situatie. Maar, had God al zijn zorg voor Zijn volk verloren, dat Hij hen zou
achterlaten om vernietigd te worden? Zou Hij hen niet waarschuwen nopens hun
gevaar en hen bevrijden van hun vijanden? God heeft geen behagen in de
nederlaag van Zijn volk. Het was Hijzelf, die Mozes bevolen had van te legeren
bij de Rode Zee, en Hij had hem verder ingelicht: "Farao dan zal zeggen van de
kinderen Israels: Zij zijn verward in het land, de woestijn heeft hen
besloten. En Ik zal Farao's hart verstokken, dat hij hen najage; Ik zal aan
Farao en aan al zijn heir verheerlijkt worden, alzoo dat de Egyptenaren zullen
weten dat Ik de Heere ben".
Jezus stond aan het hoofd van dit sterke
leger. De wolkkolon bij dag en de vuurkolon des nachts stelde hun goddelijke
leider voor. Maar de Hebreeërs ondergingen niet met geduld de proef, van de
Heer. Hun stemmen verhieven zich in verwijten en beschuldigingen tegen Mozes,
hun zichtbare leider, omdat hij hen in groot gevaar gebracht had. Zij
vertrouwden niet in de beschermde macht van Godnoch herkende ze Zijn hand, die
de gevaren die hen omringden tegenhield. In hun dolle angst hadden zij de staf
vergeten, waarmede Mozes de wateren van de Nijl veranderd had in bloed, en de
rampen, waarmede God de Egyptenaren bezocht had, omdat zij Gods uitverkoren
volk vervolgd hadden. Zij hadden al de wonderbare tussenkomsten ten hunnen
gunste vergeten.
Zij keerden tegen Mozes met bittere
strengheid, omdat hij hen niet gelaten had waar zij waren inplaats van hen weg
te leiden om in de woestijn te vergaan. Mozes was zeer verlegen omdat Zijn
volk zoveel geloof miste, speciaal als zij herhaalde malen getuige geweest
waren van de macht van God ten hunne voordele. Hij was gekwest, dat zij hem
verantwoordelijk zouden stellen voor de gevaren en moeilijkheden van hun
positie, als hij eenvoudigweg de uitdrukkelijke bevelen van God gevolgd had.
Maar hij was sterk in geloof, dat de Heer hen in veiligheid wilde brengen; en
hij kwam tegemoet en stilde de verwijten en de schrik van zijn volk, zelfs
vbbr hij zelf het plan van bevrijding onderscheidde.
Het was waar, dat zij zich op een plaats
bevonden, waar er geen mogelijkheid bestond van bevrijding tenzij God zelf
voor hen tussen kwam om hen te redder_. Maar zij waren in deze benauwdheid
gekomen door te gehoorzamen aan de goddelijke geboden, en Mozes had geen
schrik van de gevolgen. Hij zeide tot het volk: "Vreest niet, staat vast, en
ziet het heil des Heeren, da Hij heden aan ulieden doen zal; want de
Egyptenaars, die gij heden gezien hebt, die zult gij niet weder zien
ii1 der eeuwigheid. De
Heere zal voor ulieden strijden, en gij zult stille zijn". Het was geen
gemakkelijk iets om de legers van Israel in afwachting te houden voor de Heer.
Zij waren opgewonden en vol van schrik. Zij misten discipline en
zelfbeheersing. Onder de indruk van de verschrikkelijkheid van hun toestand,
werden z.j geweldadig en onredelijk. Zij verwachtten dat zij spoedig in de
handen van hun onderdrukkers zouden vallen en weegeklaag en verwijten waren
luid en diep. De wonderbare wolkkolon had hen begeleid op hun weg, , n had
gediend om hen te beschermen tegen de hete zonnestralen. Ieder dag was zij hen
op een prachtige wijze voorgegaan, en zij waren niet onderhevig noch aan
zonneschijn noch aan storm; en des nachts was deze eer vuurkolon geworden om
hen voor te lichten op hun weg. Zij hadden dit gevolgd als een teken van God
om voorwaarts te gaan; maar nu vroegen ze zich af het niet de schaduw was van
een verschrikkelijke ramp die op het punt stond hen te overvallen, want had
het hun niet geleid op de verkeerde kant van het gebergte op een weg, waar ze
niet over heen konden? Aldus scheen de Engel van God voor hun benevelde geest
als de voorbode van ongeluk.
Maar nu, als het Egyptische leger
naderde verwachtend van hen een gemakkelijke prooi te maken, rees de wolkkolon
majestueus ten hemel, kwam over het Israelitische leger, en daalde neder
tussen hen en de Egyptische legers. Een wolk van duisternis plaatste zich
tussen de achtervolgden en de achtervolgers. De Egyptenaren kunnen niet langer
het kamp van de Hebreeën onderscheiden en zijn gedwongen halt te maken. Maar
als de duisternis van de nacht donkerder wordt, wordt de wolkenuur een groot
licht voor de Hebreeën, het ganse kamp belichtend met een helder daglicht. Dan
kwam de hoop in de harten van de Israelieten, dat zij konden bevrijd worden.
En Mozes verhief zijn stem tot de Heer. "Toen zeide de Heere tot Mozes: Wat
roept gij tot Mij? Zeg den kinderen Israels, dat zij voorttrekken. En gij, hef
uwen staf op, en strek uwe hand uit over de zee en klief ze, dat de kinderen
Israel; door het midden der zee gaan op het droge". Dan heft Mozes, in
gehoorzaamheid aan het goddelijk bevel, zijn staf, en de wateren verdelen zich
en rolden zich op in een muur langs weerszijde, en laten een brede weg cpen
doorheen het bed van de zee voor de kinderen van Israel. Het licht van de
vuurkolon scheen op de met schuim bedekte baren, de weg belichtend die
gesneden was gelijk een machtige voor door de wateren van de Rode Zee totdat
ze achtergelaten was in de duisternis van het verdere strand. Gans de nacht
door klonk het getrappel van het leger van Israel, dat de Rode Zee
doorkruiste; maar de wolk hield hen uit het zicht van de vijanden. De
Egyptenaren in de weer met hun haastige opmars, hadden zichneergezet op het
strand voor de nacht. Zij zagen de Israelieten op een korte afstand van hen,
en gelijk er geen mogelijkheid scheen te bestaan om te ontsnappen, beslisten
zij om een nacht rust te nemen en dan een gemakkelijke vangst te doen bij de
morgen. De nacht was diep donker, de wolken schenen hen te omringen gelijk een
soort van tastbare substantie. Een diepe slaap viel over het kamp; zelfs de
schildwachten sluimerden op hun post.
Ten laatste wekte een klinkend geschal
het leger op! De wolk is doorgegaan! De Hebreeën zijn in beweging ! Stemmen en
geluid van opstappen komt van de zee. Het is nog steeds zo donker, dat zij het
ontsnappende volk niet kunnen onderscheiden, maar liet bevel wordt gegeven om
zich klaar te maken om te achtervolgen. Het gekletter van wapens en het gerol
van wagens, het aanvoeren van de kapiteinen en het hinniken van strijdrossen
wordt gehoord. Ten laatste is de lijn tot opmars gevormd, en zij dringen
vooruit door het duister in de richting van de ontsnappende menigte. 43.
In de duisternis en de verwarring razen ze vooruit om
te achtervolgen, niet wetend, dat zij binnengegaan zijn in het bed van de zee,
en dat zij langs iedere zijde omsingeld zijn door vooruitstekende muren van
water. Zij verlangen, dat de mist en de duisternis zouden weggetrokken worden
en hen de Hebreeërz zou laten zien en de plaats waar ze zich bevinden. De
wielen van wagens zinken diep in het zachte zand, en de paarden worden in de
war gebracht en onbeheerst. Verwarring overheerst, toch dringen ze vooruit,
zich zeker voelend van de overwinning.
Ten laatste verandert de geheimzinnige wolk in een
kolon van vuur voor hun verwonderende ogen. De donders rollen en de bliksems
flikkeren, de golven rollen rondom hen en schrik bevangt hun hart. Temidden
van de schrik en de verwarring, openbaart het lugubere licht aan de verbaasde
Egyptenaren de verschrikkelijke wateren, die opgestapeld zijn rechts en links
van hen. Zij zien het brede pad, dat de Heer gemaakt heeft voor Zijn volk
doorheen het glimmende zand van de zee, en zie het overwinnende Israel veilig
aan de andere zijde op het strand. Verwarring en verslagenheid grijpen hen
aan. Temidden van de wraak van de elementen, waarin zij de stem horen van de
vertoornde God, pogen zij terug te keren op hun stappen naar het strand, dat
zij verlaten hebben. Maar Mozes strekt zijn staf uit en de opgeheven waters,
sissend en brullend, en gretig op hun prooi, storten neer op het Egyptische
leger. De trotse Farao en zijn legioenen vergulde wagens en schitterende
wapens, paarden en ruiters worden verzwolgen onder een stormende zee. De
machtige God van Israel heeft Zijn volk bevrijd, en hun gezangen van
dankzegging stijgen ten hemel op, dat God zo wonderbaar gewerkt heeft ten
hunner voordeel.
De geschiedenis van Israel is neergeschreven ter
onderrichting en waarschuwing van alle chtistenen. Als de Israelieten overlast
waren door gevaren en moeilijkheden en hun weg scheen geblokkeerd te zijn,
verliet het geloof hen, en zij murmereerden tegen de leider, die God voor hen
aangeduid had. Zij verweten hem, dat hij hen in gevaar gebracht had, als hij
slechts de stem van God gehoorzaamd had. Het goddelijke bevel luidde:
Voorwaarts. Zij moesten niet wachten tot de weg effen gemaakt was, en zij het
volle plan van bevrijding konden begrijpen. Gods zaak is vooruit, en dan wil
Hij een weg openen voor Zijn volk. Twijfel en gemopper betekent wantrouwen in
de Heilige Ene en Israel. God in Zijn voorzienigheid bracht de Hebreeën naar
de vastheid van de bergen, met de Rode Zee voor hen, opdat Hij hun bevrijding
mocht uitwerken en hen voor immer bevrijden van hun vijanden. Hij kon hen op
een andere wijze bevrijd hebben, maar Hij koos deze methode om hun geloof op
de proef te stellen en hun vertrouwen in Hem te versterken. Wij kunnen Mozes
niet beschuldigen, dat hij in fout was, omdat het volk mopperde tegen zijn
handelswijze. Het was hun eigen opstandige ononderworpen hart, dat hen leidde
om de man, die God gegeven had om Zijn volk te leiden, te bekritiseren.
Terwijl Mozes doorging in de vreze Gods, en in overeenstemming met Zijn
aanwijzingen, met volle hoop in Zijn beloften, werden deze, die hem had moeten
bemoedigen zelf ontmoedigd en zagen zij niets anders voor zich dan ramp,
verlies en dood.
De Heer is nu bezorgd met Zijn volk, dat de
tegenwoordige waarheid gelooft. Hij bepaalt dat Hij gewichtige resultaten zal
verwezenlijken, en terwijl Hij in Zijn voorzienigheid aan het werk is om dit
doel te bereiken, zegt tot Zijn volk: "Ga voorwaarts". Het is waar dat het pad
nog niet geopend is; maar als zij handelen in de kracht van het geloof en met
moed, zal God de weg mogelijk maken voor hun ogen. Er zijn er altijd die
willen klagen, zoals het oude Israel, en de moeilijkheden van hun toestand
leggen op dezen, die God opgeroepen heeft voor een speciaal doel tot
vooruitgang van het werk. Zij zien niet dat God aan het beproeven is door hen
in nauwe plaatsen te brengen, waar er geen bevrijding is dan door de hand
Gods. Er zijn tijden dat het Christelijk leven vervuld schijnt te zijn met
gevaren, en het wordt hard om de plicht te vervullen. De inbeelding schetst
dreigende ondergang langs voor, en gevangenschap of dood langs achter. Toch
spreekt de stem van God duidelijk boven alle ontmoedigingen door: "Ga
voorwaarts". Wij moeten dit bevel gehoorzamen, wat het resultaat ook moge
wezen, zelfs als onze ogen de duisternis niet kunnen doorgronden en zelfs als
wij de koude golven onder onze voeten voelen. De Hebreeën waren moede en
verschrikt; toch waren zij teruggedeinsd, als Mozes hen vroeg voorwaarts te
gaan, hadden zij geweigerd nader bij de Rode Zee te komen, dan zou God nooit
de weg voor hen geopend hebben. Door in de richting van het water te gaan,
toonden zij dat zij geloof hadden in het Woord van God, zoals het gesproken
werd door Mozes. Zij deden al wat in hun macht was te doen, en dan volbracht
de Machtige van Israel Zijn deel, en verdeelde de wateren om een pad te maken
voor hun voeten.
De wolken die zich verzamelen op onze weg zullen
nimmer wegtrekken,voor een halt houdende twijfelende geest. Ongeloof zegt:
"Wij kunnen nooit deze hinderpalen overkomen; laten wij wachten tot zij
weggegaan zijn, en tot wij de weg klaar kunnen zien". Maar geloof dringt aan
op een moedig voorwaarts gaan, alle dingen gelovend. Gehoorzaamheid aan God
brengt een zekere overwinning. Het is alleen door geloof dat wij de hemel
kunnen bereiken.
Er is een grote overeenkomst tussen onze geschiedenis
en deze van de kinderen van Israel. God leidde Zijn volk van Egypte naar de
woestijn, waar zij Zijn wet konden gehoorzamen en Zijn stem gehoorzamen. De
Egyptenaren, die geen inachtneming hadden voor de Heer, waren dicht bij hen
gelegerd; toch, wat voor de Israelieten een grote vloed van licht was, die het
ganse kamp verlichtte, en die licht uitspreidde over het ganse kamp, en die
klaarte uitstraalde op hun weg voor hen, was voor het leger van de Farao-en
muur van wolken, die de duisternis van de nacht nog donkerder maakte.
Zo in onze tijd, is er een volk, dat God de
bewaarders gemaakt heeft van Zijn wet. Voor dezen, die Hem gehoorzamen, zijn
de geboden van God als een vuurkolon, de weg verlichtend en leidend naar het
eeuwig heil. Maar voor dezen, die ze verontachtzamen, zijn ze als de wolken in
de nacht. "De vreze de Heren is het begin van wijsheid". Beter dan alle andere
kennis, is het begrijpen van het woord van God. Door het onderhouden van
Zijgeboden komt een grote beloning, en geen aardse drijfveer zal een oorzaak
zijn voor de christen om te twijfelen zelfs voor geen ogenblik in Zijn
getrouwheid te wankelen. Rijkdommen, eer, en wereldse praal zijn maar als
schuim dat zal vergaan voor het vuur van Gods wraak.
De stem van God smeekt dezen die geloven: "Ga
voorwaarts", en Hij beproeft dikwijls hun geloof tot het uiterste. Maar als
zij gehoorzaamheid weerhouden, tot ieder schaduw van onzekerheid weggenomen is
vanuit hun begripsvermogen, en er geen risico meer bestaat van te falen of te
mislukken, zullen zij nooit in aktie komen. Deze, die denken dat het voor hen
onmogelijk is van zich over te geven aan de wil van God en van geloof te
hebben in Zijn beloften tenzij alles voor hen klaar en volkomen is voor hun
voeten, zullen zich in het geheel nooit overgeven. Geloof is geen zekerheid
van kennis; het is "een vaste grond der dingen 44.
die men hoopt, en een bewijs der zaken, die men niet
ziet". De wetten van God te gehoorzamen is de enige weg om Zijn gunst te
bekomen. "Ga voorwaarts", zou het wachtwoord moeten zijn van de christen". 4
Test. 20 - 28.
De grote krisis ligt juist voor ons.
De beproevingen en bekoringen die deze tijd zullen kenmerken, tegemoet komen,
en de plichten eigen aan deze tijd vervullen, zal volhardend geloof vergen.
Maar wij kunnen in heerlijkheid overwinnen; geen enkele waakzame biddende,
gelovende ziel zal verstrikt geraken door de vijand.
In de tijd van beproeving, die voor ons ligt, zal
Gods belofte van veiligheid geplaatst worden op dezen, die het woord van Zijn
volharding onderhouden hebben.
Christus zal zeggen tegen Zijn getrouwen: "Ga heen,
mijn volk, ga in uwe binnenste kamer, en sluit uwe deuren achter u toe;
verberg u als eenen kleinen oogenblik, totdat de gramschap overga". Jes. 26 :
20. De Leeuw van Juda ze verschrikkelijk voor de verwerpers van Zijn genade,
zal het Lam Gods zijn voor de gehoorzamen en getrouwen. De wolkkolon, die
wraak en verschrikking spreekt tot de overtreders van Gods wet is licht en
barmhartigheid en bevrijdijng voor deze die Zijn geboden onderhouden hebben.
De arm, die machtig was om de opstandigen te treffen zal sterk zijn om de
getrouwen te redden. Ieder gelovige zal zekerlijk vergaderd worden. En Hij zal
zijne engelen uitzenden met een bazuin van groot geluid, en zij zullen zijne
uitverkorenen bijeenvergaderen uit de vier winden, van het eene uiterste der
hemelen tot het andere uiterste derzelve".
Math. 24 : 31.
Broeders, aan wie de waarheden van
Gods Woord geopend geweest zijn, welk zal uw deel zijn in de
afsluitingsgebeurtenissen van deze wereldgeschiedenis ? Zijt ge bewust van
deze plechtige realiteiten? Vergewist gij u van het grote werk van
voorbereiding, dat plaats grijpt in de hemel en op de aarde ? Dat allen, die
het licht ontvangen hebben, die de gelegenheid gehad hebben van de profetie te
lezen en te horen, acht nemen op deze dingen, die geschreven zijn daarin:
"Want de tijd is op komst". Dat niemand knoeie nu met de zonde,
de bron van alle ellende op de wereld. Dat niemand
nog langer in traagheid en dwaze onverschilligheid blijve. Laat het lot van uw
ziel niet afhangen van een onzekerheid. Weet dat gij tenvolle aan des Heere
zijde zijt. Laat de vraag opkomen in de rechtzinnige harten en op de bevende
lippen: "Wie zal kunnen stand houden?" Hebt gij in deze laatste uren van
genade het beste materiaal geplaatst in de opbouw van uw karakter? Hebt gij uw
ziel gereinigd van alle smet? Zijt gij het licht gevolgd? Hebt gij gewerkt
volgens de belijdenis van uw geloof? Is de verzachtende en onderwerpende
invloed van de van genade van God op u werkzaam? Hebt gij een hart dat kan
voelen, ogen die kunnen zien, oren, die kunnen horen? Is het vruchteloos, dat
de verklaring van de eeuwige waarheid gegeven geweest is in verband met de
naties van de aarde? Zij staan onder veroordeling, zich voorbereidend voor het
oordeel van God; en op deze dag, die groot is aan eeuwige gevolgen, zou het
uitgekozen volk om de dragers te zijn van gewichtige waarheden moeten in
Christus verblijven. Laat gij uw licht schijnen, om de natie te verlichten,
die ten onder gaat in de zonde? Zijt gij ervan bewust, dat gij moet in
verdediging staan van Gods geboden voor dezen, die ze onder de voet treden?
Het is mogelijk van een gedeeltelijke en vormelijke
gelovige te zijn, en toch als te kort schietend bevonden te worden en het
eeuwig leven te missen. Het is mogelijk van sommige van de bijbelvoorschriften
in praktijk te stellen en van aanzien te worden als een christen, en toch te
vergaan, wegens het feit dat gij een gebrek hebt aan kwaliteiten, die
essentieel zijn voor een christelijk karakter. Als gij met onverschilligheid
de waarschuwingen van God verwaarloost of behandelt, als gij zonde liefhebt of
verontschuldigt, verzegelt gij het lot van uw ziel. Gij zult in de weegschaal
gewogen worden en te licht bevonden worden. Genade, vrede en vergiffenis zal
voor altijd teruggetrokken worden; Jezus zal voorbijgegaan zijn, om nooit meer
nader te komen in het bereik van uw gebeden en smekingen. Terwijl
barmhartigheid toeft, terwijl de Heiland tussenkomst verleent, laat ons het
komplete werk verrichten voor de eeuwigheid. De terugkomst van Christus naar
onze wereld zal niet lang uitgesteld worden. Laat dit de grondnoot zijn van al
de boodschappen. 6 Test. Church 404 - 405.
VERS 23, 26 - 28.
Als Mozes zijn staf uitstrekte over de Rode Zee en de
waters over de Egyptenaren spoelde en ze allen verslond dan was het einde van
hun genadetijd.
MS 35, 1906.
VERS 23 - 31.
Het is Gods doel door Zijn volk de princiepen van
Zijn koninkrijk te openbaren. Opdat zij in hun leven en karakter deze
princiepen zouden kunnen openbaren, wenst Hij hen af te scheiden van de
gewoonten, gebruiken en praktijken van de wereld. Hij wil hen dicht bij
Zichzelf, brengen, opdat Hij hen Zijn wil zou kunnen bekend maken.
Dit was Zijn doel, wanneer Hij Israel bevrijdde van
Egypte. Aan het brandende braambos ontving Mozes de boodschap van God bestemd
voor de koning van Egypte: "Laat Mijn volk trekken, dat het Mij diene". Ex. 7
: 16. Met een machtige hand en een uitgestrekte arm leidde God het Hebreewse
leger uit het land van slavernij. De bevrijding was wonderbaar, die Hij voor
hen bewerkstelligde, hun vijanden straffend met totale vernietiging, die
weigerden te luisteren naar Zijn woord. God begeerde Zijn volk afgezonderd te
plaatsen van de wereld en hen voor te bereiden om Zijn woord te ontvangen.
6 Test. Church 9.
|
|