|
|
HOOFDSTUK 3.
Vers 1 - 6. EEN OPEENVOLGEN VAN IN ZONDEN VALLEN.
Als de mens opgehouden had in zonde te vallen, als Adam uit Eden gedreven werd,
dan zouden wij nu in veel betere toestand verkeerd hebben zowel fysisch als
mentaal en moreel. Maar terwijl de mens de val van Adam betreurt, die uitgelopen
is op zulk een onuitsprekelijke ellende, zijn zij ongehoorzaam aan de
nauwkeurige, uitdrukkelijke bevelen van God, juist zoals Adam deed, ofschoon zij
in hem een voorbeeld hebben om hen te waarschuwen, dat zij niet zouden doen
zoals hij deed in het overtreden van de wet van Jehova, Had de mens
maar gestopt met in zonde te vallen met Adam. Maar de zondevallen zijn elkander
opgevolgd. De mens wil geen les trekken uit de ondervinding van Adam. Zij willen
verder gaan met toe te geven aan eetlust en passies in rechtstreekse overtreding
van de wet van God, en terzelvertijde verder gaan met te treuren over de
overtreding van Adam, die de zonde in de wereld bracht.
Van de dagen van Adam tot onze dagen is er opeenvolging geweest van zonde, de
laatste telkens groter dan de voorgaande, van alle soorten van overtredingen.
God schiep geen soort van wezens zo beroofd van gezondheid, schoonheid en morele
kracht gelijk ze nu bestaan in de wereld. Van alle soorten van ziekten zijn op
een angstvolle wijze toegenomen in het geslacht. Dit lag niet in Gods
onmiddellijke bedoeling, maar was rechtstreeks in tegenstrijd met Zijn wil. Dit
komt door het niet in acht nemen van de mens van de middels, die God ingesteld
had om hem te beschermen van het vreeselijk kwaad, dat bestond. R. H. Maart 4,
1875.
Vers 1. SATAN GEBRUIKT INSTRUMENTEN.
In Eden gebruikte Satan het serpent als instrument. Heden ten dage gebruikt hij
leden van de menselijke familie, die werkzaam zijn met alle soorten van listen
en verleidingen om het pad van gerechtigheid te belemmeren dat de vrijgekochten
van de Heer er zouden op wandelen. ( Brief 91, 1900 ).
Vers 5. GEEN VERANDERING IN DE PROPAGANDA VAN DE SATAN.
God raadpleegt onze meningen en voorkeuren niet. Hij weet wat de menselijke
wezens niet weten - het toekomstig resultaat van iedere beweging, en daarom
moeten onze ogen rechtstreeks op Hem gevestigd zijn en niet op de wereldse
voordelen die door Satan voorgesteld worden. Satan vertelt ons, als wij op hem
acht slaan, wij grote hoogten van kennis zullen bereiken. Gij zult als Goden
zijn zegt hij tot Eva, als gij van de boom eet, die God verboden heeft. De proef
aan Adam en Eva gegeven was zeer licht, maar zij konden hem niet dragen. Zij
waren ongehoorzaam aan God, en deze overtreding opende de vloedgolf van weeën op
onze aarde. (MS 50, 1893.)
Vers 6. DE LICHTSTE PROEF GEGEVEN;
Met welke intense belangstelling sloeg het ganse universum het konflikt gade,
dat een beslissing moest geven over de toestand van Adam en Eva. Hoe aandachtig
luisterden de engels naar de woorden van Satan, de bewerker van de zonde, als
hij zijn eigen ideeën plaatste boven de bevelen van God, en zocht de wet van God
zonder uitwerking te maken door zijn verleidende manier van redeneren! Hoe
angstvallig wachtten zij om te zien of het heilige paar door de verleider zou
misleid worden, en zou toegeven aan de kunsten! Zij vroegen zich af: Zal het
heilig paar zijn liefde en geloof van de Vader en de Zoon overplaatsen op de
Satan. Zullen zij zijn valsheden als waarheid aannemen? Zij wisten, dat zij er
zich moesten van afhouden het
fruit te nemen en dat zij moesten gehoorzaam zijn aan de positieve
uitdrukkelijke bevelen van God, of dat zij het nauwkeurig bevel van hun Schepper
zouden overtreden.
De mildste proef was hen gegeven, die kon gegeven worden, want het was niet
nodig, dat zij van de verboden vrucht zouden eten; alles, waar hun behoeften
aanspraak op maakten was voorzien. ( BE Juli 24, 1899).
KREGEN ENKEL KENNIS VAN ZONDE EN VAN HAAR GEVOLGEN.
Hadden Adam en Eva nooit de verboden vrucht aangeraakt, dan zou de Heer hen
kennis verleend hebben, - kennis waarop geen vloek van zonde lag, kennis die hen
eeuwige vreugde zou geschonken hebben. De enige kennis, die zij inwonnen door
ongehoorzaamheid, was de kennis van de zonde en haar gevolgen. (AUGR Maartl,
1900 ).
ADAMS VAL NIET UIT TE LEGGEN.
Waaruit bestond de kracht van aanval op Adam, wat zijn val teweeg bracht ? Het
was geen inwonende zonde; want God maakte Adam naar zijn eigen beeld en
karakter, rein en rechtschapen. Er waren geen verdor0en princiepen in de eerste
Adam, geen verkeerde neigingen of geen slechte aanleg. Adam was zo zonder fouten
als de engels voor de troon van God. Deze dingen zijn niet uit te leggen, maar
vele dingen, die wij nu niet kunnen begrijpen, zullen opengelegd worden als wij
zullen zien zoals wij gezien worden, en kennen zo
als wij gekend zijn. ( Brief 191, 1899 ).
Pred. 1 : 13 - 18. Jaar na jaar, heeft de nieuwsgierigheid van de mens hen
geleid op zoek te gaan naar de boom van kennis; en zij beeldden zich in dat zij
vruchten plukken van hoogste belang, als, gelijk het vorsen van Salomo, zij het
al tesamen als ijdelheid en nietigheid aanzien indien zij het vergelijken met de
wetenschap van ware heiligheid, die de poorten zal openen tot de stad van God.
De menselijke eerzucht was op zoek naar deze soort van kennis, die hem glorie en
zelfverheffing en oppermacht zullen bezorgen. Zo werden Adam en Eva bewerkt door
Satan tot Gods beperkingen verbroken werden, en hun vorming onder de leiding
kwam van de onderrichter van leugens opdat zij zouden kunnen verwerven de
kennis, die God hen geweigerd had, nl. de gevolgen te kennen van de zonde. ( MS
67, 1898. )
32.
DE ZONDEVAL BRAK DE GOUDEN KETEN VAN
GEHOORZAAMHEID.
Adam gaf toe aan de verleiding en als wij de reden van zonde en haar gevolgen zo
duidelijk voor ogen gelegd worden, dan kunnen wij lezen van oorzaak tot gevolg
en zien dat het de belangrijkheid niet is van de handeling die de zonde
uitmaakt, maar de ongehoorzaamheid aan de uitdrukkelijke wil van God, wat een
eigenlijke ontkenning van God is door weigeren van Zijn wetten te aanvaarden
....
De val van onze eerste ouders verbrak de gouden ketting van volkomen
gehoorzaamheid van de menselijke wil aan de Goddelijke. Gehoorzaamheid wordt
niet langer als een absolute noodzakelijkheid aanzien. De menselijke
rentmeesters volgen hun eigen inbeeldingen; deze van de bewoners van de oude
wereld waren kwaadaardig en dit bestendig. ( MS 1, 1892. )
ADAM: VERLEIDING ZO VER MOGELIJK VERWIJDERD.
Het plan van verlossing was aldusdanig, dat, als Adam getest werd, de bekoring
zo ver mogelijk van hem verwijderd was. Als Adam bekoord werd, had hij geen
honger gevoel. ( ST April 4, 1900 )
DE MENS EEN VRIJE RENTMEESTER.
God had de macht om Adam af te houden van het aanraken van de verboden vrucht;
maar moest Hij dat gedaan hebben, dan zou Satan gesteund geweest zijn in zijn
aanval tegen Gods willekeurig bewind. De mens zou geen vrij moreel instrument
geweest zijn, maar louter een machine. ( RH Juni 4, 1901 ).
IEDERE BEWEEGREDEN MOET OPRECHT BLIJVEN.
Het was zeker niet Gods doel dat de mens zou zondig zijn. Hij maakte Adam rein
en nobel, zonder neiging tot het kwaad. Hij plaatste hem in Eden, waar hij alle
motieven had om getrouw te blijven en gehoorzaam. De wet was rondom hem
geplaatst als een beschutting. (ibid. )
Vers 7. VIJGEBLADEREN KUNNEN DE ZONDE NIET
DEKKEN.
Adam en Eva aten beiden van de vrucht en kregen een kennis, die, indien zij God
gehoorzaam geweest waren, zij nooit zouden gehad hebben - een ondervinding in
ongehoorzaamheid en ontrouw aan God - het besef dat zij naakt waren. Het kleed
van onschuld, een bedekking van God, dat hen omkleedde, verdween, en zij wilden
zelf dit hemels gewaad vervangen door vijgebladeren te verzamelen voor
dekkleding.
Dat is de bedekking, die de overtreders van de wet van God gebruikt hebben
sedert de dagen van de ongehoorzaamheid van Adam en Eva. Zij hebben
vijgebladeren bijeenvergaderd om hun naaktheid te bedekken, veroorzaakt door de
overtreding. De vijgebladeren vertegenwoordigen de argumenten, die gebruikt
worden om de ongehoorzaamheid te dekken. Als de Heer de aandacht van de mens
trekt naar de waarheid, zal het maken van bedekkingen met vijgebladeren begonnen
zijn, om de naaktheid van de ziel te bedekken. Maar de naaktheid van de zondaar
is niet bedekt. Al de beweegredenen, die bijeenvergaderd zijn door deze, die
belang gesteld hebben in dit ondeugdelijke werk, zullen op niets uitlopen. (Ibid.
)
VERS 10 - 11. TREK KLEDEREN AAN VAN
ONSCHULD.
Hadden Adam en Eva nooit ongehoorzaam geweest aan hun Schepper, waren zij
gebleven op het pad van volmaakte rechtschapenheid, dan zouden zij God gekend
hebben en verstaan. hebben. Maar als zij naar de stem van de verleider
luisterden, en tegen God zondigden, dan verdween het licht van de klederen van
hemelse onschuld en in de plaats van de klederen van onschuld, trokken ze op
zich de duistere klederen van het niet kennen van God. Het klare en volmaakte
licht, dat hen tot hiertoe omkleed had, verlichtte elk ding, dat zij benaderden;
maar beroofd van dit hemelse licht, kon het nageslacht van Adam niet langer het
karakter van God volgen in zijn geschapen werken.
Vers 15. ADAM KENDE DE OORSPRONKELIJKE
WET.
Adam en Eva kenden bij hun schepping de oorspronkelijke wet van God. Hij was in
hun harten geprent en zij waren vertrouwd met de verplichtingen, die de wet hen
oplegde. Als zij de wet overtraden en van hun toestand van gelukkige onschuld
vervielen, en zondaars werden, was de toestand van het gevallen mensdom met geen
enkel. lichtstraal van hoop belicht. God ontfermde zich over hen, en Christus
bedacht het plan voor hun heil door zelf de schuld op zich te nemen. Als de
vloek uitgesproken was over de aarde en over de mens was er een belofte in
verband met de vloek, dat er door Christus hoop en vergiffenis was voor de
overtredingen van de wet van God. Ofschoon somberheid en duisternis gelijk een
doodssluier over de toekomst hing, toch scheen de ster van hoop in de belofte
van de Verlosser, op de donkere toekomst. Het verlossingsplan werd 't eerst aan
Adam gepredikt door Christus. Adam en Eva voelden rechtzinnig berouw en bekering
over hun zonden. Zij geloofden in de kostbare belofte van God, en werden gered
van totale ondergang. ( RH April 29, 1875)
CHRISTUS DE ONMIDDELLIJKE ZEKERHEID.
Van zohaast er zonde was, was er een Redder, Christus wist, dat Hij zou moeten
lijden; toch werd Hij de plaatsvervanger van de mens. Van zohaast de mens
gezondigd had, stelde de Zoon zich voor als een zekerheid voor het mensenras,
met juist zoveel macht om de duisternis over de schuldigen uitgesproken te
weren, als wanneer Hij op het kruis van Kalvarie stierf. ( Ibid. Maart 12, 1901
).
DE HEMELSE GEWESTEN.
Jezus werd de Verlosser van de wereld, door volmaakte gehoorzaamheid te
verschaffen aan ieder woord, dat uit de mond van God komt. Hij herstelde Adam's
schandelijke val, door de aarde te verbinden, die van God gescheiden geweest was
door de zonde, met de hemelse gewesten. ( BE Aug. 6, 1894 ).
33.
VERBONDEN MET DE SFEER VAN HEERLIJKHEID.
De aarde was afgebroken geweest van de hemel en vervreemd van zijn gemeenschap,
heeft Jezus haar weder verbonden met de sfeer van heerlijkheid. ( ST Nov. 24,
1878).
ONMIDDELLIJKE IN DE PLAATS STELLING.
De mens aanvaardde de verleidingen van Satan en deed dat, wat God gezegd had
niet te doen, Christus, de Zoon van God, stond tussen dood en leven zeggende:
"Laat de straf op Mij vallen. Ik zal de plaats van de mens innemen. Hij zal een
andere kans krijgen". ( Brief 22, Feb. 13, 1900 ).
CHRISTUS PLAATSTE ZIJN VOET IN ADAM'S STAPPEN.
Welk een liefde ! Welk een bewonderenswaardige neerdalende minzaamheid ! De
Koning van heerlijkheid stelde voor Zichzelf te vernederen tot een gevallen
mensdom! Hij wilde Zijn voet plaatsen in de stappen van Adam. Hij wilde de
gevallen natuur van de mens aannemen en zich begeven in de strijd tegen de
sterke vijand, die Adam overmeesterde. Hij wilde de Satan overwinnen en aldus
kon Hij de weg openen voor de verlossing van de
ongenade van Adam's fout en val en van de ongenade van al dezen, die in Hem
zouden geloven. ( RH
Vers 16 - 17. UITVOERING VAN VONNIS WEERHOUDEN.
God onthield voor een tijd de volle uitvoering van het vonnis van dood
uitgesproken over de mens. Satan vleide zich met de gedachte dat hij voor altijd
de verbinding tussen hemel en aarde verbroken had. Maar hierin vergiste hij zich
ten zeerste en was zeer teleurgesteld. De Vader had de aarde in de handen
gegeven van zijn Zoon, opdat Hij zou verlossen van de vloek en de ongenade van
de fout en van de val van Adam. (Redemption, or the temptation of Christ, p. 17.
)
Vers 17 - 18. DE VLOEK OP GANS DE
SCHEPPING.
Gans de natuur is verward; want God ontzegde aan de aarde de plannen uit te
voeren, die Hij oorspronkelijk voor haar uitgestippeld had. Laat er geen rust
zijn bij de goddelozen, zegt de Heer. De vloek van God is op gans de schepping.
Ieder jaar laat deze zich meer gevoelen en beslissender. MS 76a, 1901.
De eerste vloek werd uitgesproken over het nageslacht van Adam en over de aarde.
De tweede vloek kwam over de bodem nadat Kain zijn broeder dood sloeg. De derde
en meest vreselijke vloek van God kwam over de aarde met de zondvloed. 4SG 121.
Het land heeft de vloek meer en meer zwaar aangevoeld. Vóór de zondvloed
veroorzaakten de eerste bladerenval, die de aarde bedekte, aan dezen die God
vreesden, een grote droefheid en spijt. Zij klaagden hierover, zoals wij zouden
klagen over een dode vriend. In het vergaan van de bladeren zagen zij een bewijs
van de vloek en van de ontaarding van de natuur. (Ibid. 155. )
( Rom. 8 : 22 ). De zonde van de mens heeft een zeker resultaat gebracht,
ontaarding, misvorming en dood. Heden ten dage is gans de wereld besmet,
verdorven, geslagen met dodelijke ziekte. De aarde zucht onder de bestendige
overtreding van de inwoners die erop wonen. (Letter 22, Feb. 13, 1900 )
De vloek van de Heer is op de aarde, op de mens, op het dier, op de vis in de
zee en als de overtreding nagenoeg algemeen geworden is, dan zal het aan de
vloek toegelaten worden zo breed en diep te worden als de overtreding zelf breed
en diep is. ( Brief 59, 1898 )
TEKENS VAN GODS BLIJVENDE LIEFDE.
Na de overtreding van Adam had God ieder opengaande bloesem en bloeiende bloem
kunnen vernietigen, of Hij kon haar geurigheid weggenomen hebben, zo aangenaam
voor de zinnen. In de aarde verwelkt en ontsierd door de vloek, in de
doornstruiken, de distel, de stekels, het onkruid, kunnen wij de wet van
veroordeling lezen; maar in de delikate kleur en de geur van de bloemen, kunnen
wij leren dat God ons nog steeds bemint, dat
Zijn barmhartigheid niet gans van de aarde getrokken is. ( RH Nov. 8, 1898 ).
Vers 17 - 19.
God zegde aan Adam en aan al de nakomelingen van Adam, in het zweet van uw
aanschijn zult gij uw brood eten, want van dit ogenblik af moest de aarde
bewerkt worden onder het gebrek van de zonde. Doornen en distels zal zij
voortbrengen.
Er is geen plaats op de aarde, waar het spoor van de slang niet gezien wordt en
zijn venijnige steek niet gevoeld wordt. De gehele aarde is besmet onder de
bewoners die erop zijn. De vloek stijgt als de overtreding stijgt. ( Letter 22
).
Vers 18. VERMENGING BRACHT SCHADELIJKE PLANTEN VOORT.
Geen enkele schadelijke plant werd in de grote hof van de Heer geplaatst, maar
nadat Adam en Eva gezondigd hadden, ontstonden giftige planten. In de parabel
van de zaaier wordt de vraag gesteld aan de Meester: "Hebt gij geen goed zaad
gezaaid op het veld? Waarom dan zijn er doornen?" De Meester antwoordde: "Een
vijand heeft dat gedaan". Alle doornen zijn gezaaid door de kwade. Ieder komt
van zijn zaad voort en door zijn spitsvondige methoden van vermenging heeft hij
de aarde verdorven met distels. ( MS 65, 1899. Published in F. D. Nichol, Ellen
G. White and Her Critics. )
Vers 22 - 24. (Openb. 22 : 2 - 14)
GEHOORZAAMHEID IS DE VOORWAARDE OM TE MOGEN ETEN VAN DE BOOM.
Overtreding van Gods eigen joeg Adam uit de hof van Eden. Een vlammend zwaard
werd rond de boom van leven geplaatst, opdat de mens er niet aan zou kunnen en
er van nemen, opdat zonde niet vereeuwigd worden. 34.
Gehoorzaamheid aan al de geboden van God
was de voorwaarde om van de boom des levens te mogen eten. Adam viel door
ongehoorzaamheid en verbeurde alle recht door zijn zonde om nog een van de leven
gevende vruchten van de boom, die in het midden van de hof stond, te nemen of
van zijn loof, dat tot genezing was van de volkeren. Gehoorzaamheid door Jezus
Christus geeft aan de mens volmaaktheid van karakter en recht tot deze boom van
leven. De voorwaarden om opnieuw te mogen deel hebben aan de boom des levens
zijn tenvolle vastgesteld in de getuigenis van Jezus - Christus aan Johannes:
"Zalig zijn zij, die zijne geboden doen, opdat hunne macht zij aan den boom des
levens, en zij door de poorten ingaan in de stad". (MS 72, 1901 )
Vers 24. (Math. 4 : 4. Joh. 6 : 63) GEEN
ZWAARD VOOR ONZE BOOM VAN LEVEN.
De Schrift, "het staat geschreven", is het evangelie, dat wij moeten
verkondigen. Voor deze levensboom is geen vlammend zwaard geplaatst. Al die wil
kan er deel aan hebben. Er is geen kracht, die een ziel kan beletten te nemen
van deze levensboom. Allen kunnen eten en voor eeuwig leven. ( Letter 20, 1900
).
Grote Strijd. PP 38 - 48.
Satan nam de vorm van een slang aan en trad binnen in Eden. De slang was een
schoon schepsel met vleugels, en als zij door de lucht vloog, was haar uitzicht
schitterend, gelijkend op brandend goud. Zij liep niet op de grond, maar wendde
zich van plaats tot plaats door de lucht en at vruchten gelijk de mens. Satan
trad in de gedaante van de slang en nam zijn standplaats in de boom van kennis
en begon op zijn gemak te eten van de vrucht. Eva, onbewust in het begin,
scheidde zich af van haar man in haar bezigheid. Als zij zich bewust werd van
het feit, voelde zij dat er gevaar kon zijn, maar opnieuw dacht ze zichzelf
veilig, zelfs als zij niet dicht aan de zijde van haar echtgenoot bleef. Zij had
wijsheid en kracht om te weten als het kwaad daar was en kon het tegemoet gaan.
Juist dit hadden de engels haar aangeraden niet te doen. Eva vond zichzelf
starende met gemengde nieuwsgierigheid en bewondering naar de vrucht van de
verboden boom. Zij zag dat de vrucht zeer verrukkelijk was en redeneerde met
zichzelf waarom God op zulk een besliste wijze hen verboden had er van te eten
noch hem aan te raken. Nu kwam de gelegenheid voor Satan. Hij wendde zich tot
haar alsof hij in staat was om haar gedachten te raden: "Is het ook dat God
gezegd heeft; Gijlieden zult niet eten van allen boom dezes hofs?". Aldus met
zachte en aangename woorden, en met muziek in zijn stem, richtte hij zich tot de
verwonderende Eva. Zij was verbluft een slang te horen spreken. Hij prees haar
schoonheid en buitengewone liefelijkheid, wat niet onaangenaam was voor Eva.
Maar zij was verwonderd want zij wist dat God de slang geen macht had gegeven om
te spreken.
Eva's nieuwsgierigheid was opgewekt. In plaats van weg te vluchten van deze
plaats, luisterde zij naar een slang die sprak. Het kwam in haar gedachten niet
op dat het mogelijk was, dat de gevallen vijand de slang als medium kon
gebruiken. Het was Satan die sprak, niet de slang. Eva's aandacht was afgeleid,
gevleid, verblind. Had zij een indrukwekkende persoon ontmoet, de gedaante
hebbend van een engel en erop lijkend, zou zij op haar hoede geweest zijn. Maar
deze vreemdsoortige stem zou haar moeten gedreven hebben naar de zijde van haar
echtgenoot om van hem te weten te komen, waarom een ander haar zo vriendelijk
aansprak. Maar zij kwam in dispuut met de slang. Zij antwoordde hem op zijn
vraag: "Van de vrucht der boomen dezes hofs zullen wij eten; maar van de vrucht
des booms die in het midden des hofs is, heeft God gezegd: Gij zult daarvan niet
eten, noch die aanroeren, opdat gij niet sterft". Toen zeide de slang tot de
vrouw: Gijlieden zult den dood niet sterven, maar God weet, dat ten dage als gij
daarvan eet, zoo zullen uwe oogen geopend worden en gij zult als God wezen,
kennende het goed en het kwaad".
Satan wilde de idee uitdrukken dat door het eten van de verboden boom zij een
nieuwe en edeler soort van kennis zouden ontvangen, dan zij tot hiertoe
verkregen hadden. Dit was altijd zijn speciaal werk geweest, met groot sukses,
sedert de val - de mensen te doen snuffelen in de geheimen van de Almachtige en
niet voldaan te zijn met dat wat God geopenbaard heeft, en niet zorgvuldig te
gehoorzamen aan dat wat hen bevolen werd. Hij wilde hen leiden Gods gebod
ongehoorzaam te zijn en he dan doen geloven, dat hij dan een wonderbaar veld van
kennis binnengingen. Dat is zuivere veronderstelling en een ongelukkige
misleiding. Zij faalden te begrijpen wat God geopenbaard had, en miskenden Zijn
uitdrukkelijke geboden en verlangen naar wijsheid, onafhankelijk van God en
zochten te begrijpen, dat wat Hij begeerd had te weerhouden aan stervelingen.
Zij waren verrukt met hun ideeën van vooruitgang en gevleid met hun eigen ijdele
filosofie, maar tastten rond in middernachtelijke duisternis, in verband met
ware kennis. Zij zijn altijd bezig met leren en nooit in staat tot ware kennis
te komen van de waarheid.
Het was de wil van God niet dat het zondige paar tot kennis zou komen van het
kwaad. Hij had hen vrij het goed gegeven en hun het kwade onthouden. Eva dacht
dat de woorden van de slang wijs waren en zij ontving de ruime bevestiging:
"Gijlieden zult den dood niet sterven; maar God weet, dat ten dage als gij
daarvan eet, zoo zullen uwe oogen geopend worden, en gij zult als God wezen,
kennende het goed en het kwaad", hierdoor vanGod een leugenaar makend. Sat an
gaf stoutmoedig te kennen dat God hen bedrogen had door hen af te houden van
verheven te zijn in kennis gelijk Hijzelf. God zegde: Als gij eet zult gij
zekerlijk sterven. De slang zei: als gij eet zult gij niet zekerlijk sterven.
De verleider verzekerde Eva, dat van zohaast zij at van de vrucht, zij een
nieuwe en hogere kennis zou ontvangen, die hen gelijk zou maken met God. Hij
trok haar aandacht tot hemzelf. Hij at vrij van de boom en vond het niet alleen
tenvolle schadeloos, maar heerlijk en opbeurend, en vertelde haar dat het wegens
de wonderlijke eigenschappen was om wijsheid en macht toe te bedelen, dat God
hen verboden had er van te proeven of aan te raken, want Hij kende zijn
wonderbare kwaliteiten. Hij bevestigde dat het eten van de voor hen verboden
boom de oorzaak was dat hij kon spreken. Hij jaagde haar vrees aan dat God Zijn
woord niet zou houden. Het was louter een bedreiging om hen de schrik aan te
jagen en hen af te houden van groot goed. Verder vertelde hij hen dat zij niet
konden sterven. Hadden zij niet gegeten van de boom des levens, die
onsterfelijkheid vereeuwigde ?
35.
Hij zegde dat God hen bedroog om hen af te
houden van een hogere staat van geluk en meer zegen. De verleider plukte de
vrucht en reikte ze Eva. Zij nam deze in haar hand. Nu, zegde de verleider, gij
waart verboden van ze zelfs maar aan te raken opdat gij niet zoudt sterven. Hij
vertelde haar, dat zij niet meer gevoel van kwaad zou gewaar worden noch van
dood door de vrucht te eten dan ze aan te raken of te behandelen. Eva was
aangemoedigd, omdat zij niet onmiddellijk de tekens van Gods mishagen gewaar
wierd. Zij dacht dat de woorden van de verleider alwijs waren en juist. Zij at,
en was verheugd met de vrucht. Het scheen aangenaam voor de smaak, en zij
beeldde zich in dat zij in zich de wonderbare gevolgen van de vrucht
realiseerde. Zij dan plukte voor zichzelf van de vrucht en at en beeldde zich in
dat zij de opwekkende macht voelde van een nieuw verhevener bestaan als
resultaat van de opbeurende invloed van de verboden vrucht. Zij was in een
vreemde en onnatuurlijke vervoering als zij haar echtgenoot zocht en haar handen
vol verboden vruchten. Zij verhaalde hem de wijze rede van de slang en wenste
hem onmiddellijk te leiden naar de boom van kennis. Zij vertelde hem dat ze
ervan gegeten had, en in plaats van een gevoel van dood te voelen, zij een
aangenaamheid gewaar werd, een opbeurende invloed. Vanzohaast Eva ongehoorzaam
geweest was, werd zij een machtig instrument tot val van haar echtgenoot.
Ik zag een droefheid komen over het aangezicht van Adam. Hij scheen bevreesd en
verwonderd. Een strijd scheen in zijn geest om te gaan. Hij vertelde aan Eva dat
het heel zeker de vijand was waarvoor zij gewaarschuwd waren, en als het zo was
dat zij moesten sterven. Zij verzekerde hem dat zij niets kwaads voelde maar
eerder een aangename invloed, en nodigde hem uit te eten.
Adam verstond wel dat zijn gezellin het enige verbod dat hen opgelegd werd,
overtreden had, dat als test diende voor hun trouw en liefde. Eva beweerde, dat
de slang gezegd had dat zij niet zekerlijk zouden sterven, en zijn woorden
moesten waar zijn, want zij werd geen teken gewaar van Gods misnoegen, maar een
aangename invloed, zoals zij dacht dat de engels voelden.
Adam had spijt dat Eva zijn zijde verlaten had, maar nu was de daad volbracht.
Nu moest hij gescheiden worden van haar gezelschap, die hij zo geliefd had. Hoe
kon hij het zo houden? Zijn liefde voor Eva was sterk. En in uiterste
ontmoediging, besloot hij haar lot te dragen. Hij oordeelde dat Eva een deel van
hemzelf was, en als zij moest sterven hij met haar wilde sterven, want hij kon
de gedachte niet dragen, dat hij van haar gescheiden zou zijn. Hij schoot tekort
in geloof in zijn barmhartige en welwillende Schepper. Hij dacht niet, dat God,
die hem uit het stof der aarde gemaakt had tot een levende schone vorm, en Eva
gemaakt had om hem tot gezellin te zijn, haar plaats kon vervangen. En ten lange
laatste konden de woorden van de wijze slang wellicht waar zijn? Eva was voor
hem even liefelijk en schoon, en uiterlijk als onschuldig als vóór de daad van
ongehoorzaamheid. Zij drukte groter, hoger liefde uit voor hem dan vóór de
ongehoorzaamheid, als een gevolg van het eten van de vrucht. Hij zag in haar
geen tekens van dood. Zij had hem gesproken van de gelukkige invloed van de
vrucht, van haar vurige liefde voor hem en hij besliste de gevolgen te
trotseren. Hij nam de vrucht aan en at haar vlug, en gelijk Eva, voelde hij niet
onmiddellijk de kwade gevolgen. Eva had gedacht dat zij in staat was te
beslissen tussen goed en kwaad. De vleiende hoop van in een hogere staat van
kennis te treden, had er haar toe gebracht te denken, dat de slang haar speciale
vriend was en dat hij een grote belangstelling had in haar welzijn. Had zij haar
echtgenoot opgezocht en hadden zij Hun Schepper de woorden van de slang
medegedeeld, zouden zij meteen verlost geweest zijn van zijn kunstige bekoring.
De Heer zou hen de vrucht van de boom van kennis niet laten navorsen, want dan
zouden zij bekend geworden zijn met de gemaskerde Satan. Hij wist dat zij
tenvolle veilig waren, als zij de vrucht niet aanraakten. God lichtte onze
eerste ouders in aangaande de boom van kennis, en zij waren volledig op de
hoogte nopens de val van Satan en het gevaar van te luisteren naar zijn
voorstellen. Hij nam hen de macht niet af van te eten van de boom van de
verboden vrucht. Hij liet hen vrije morele instrumenten om Zijn woord te
gehoorzamen, om Zijn geboden te gehoorzamen en te leven of om de verleider te
geloven, ongehoorzaam te zijn en te vergaan. Beiden aten en de grote wijsheid,
die zij verworven,was de kennis van de zonde en het gevoel van schuld. De
bedekking met licht, dat hen overdekte, verdween gauw en onder een gevoel van
schuld en verlies van hun goddelijke bekleding, greep een huivering hen aan, en
poogden zij hun blootgestelde vormen te bedekken.
Onze eerste ouders, kozen de woorden te geloven, als zij dachten, van een slang;
nochthans had Zij geen teken gegeven van liefde. Zij had niets gedaan voor hun
geluk en welzijn, terwijl God hen alles gegeven had dat goed was als voedsel, en
aangenaam om te aanschouwen. Waar het oog zich richtte, was er overvloed en
schoonheid; toch werd Eva verleid door de slang, om te denken, dat er haar iets
weerhouden werd, dat haar wijs zou maken zoals God. Inplaats van te geloven en
te vertrouwen in God, wantrouwde zij op een lage wijze Zijngoedheid en koesterde
de woorden van Satan.
Na de overtreding van Adam beelde hij zich eerst ook in, dat hij gestegen was
tot een hoger bestaan. Maar spoedig verschrikte hem de gedachte aan zijn
overtreding. De lucht, die mild en gelijk was van temperatuur, scheen hem te
verkillen. Het schuldige paar had een besef van zonde. Zij hadden schrik voor de
toekomst, een gevoel van gebrek, een naaktheid van de ziel. De zoete liefde en
vrede en de gelukkig tevreden goddelijke zaligheid scheen van hen weggenomen te
zijn, en in de plaats daarvan kwam een nood in hen op, die zij vroeger nooit
ondervonden hadden. Dan richtten zij voor het eerst hun aandacht naar het
uiterlijk. Zij waren niet gekleed geweest, maar waren gehuld geweest in een
licht op dezelfde wijze als de engels. Dit licht, dat hen omgeven had was
verdwenen. Om hun gevoel van tekort en naaktheid, waarvan zij bewust werden, was
hun aandacht getrokken om een bedekking te vinden voor hun vormen, want hoe
konden zij het oog van God en van de engelen ontmoeten onbedekt ?
Hun misdaad is nu voor hun ogen in haar licht. Hun overtreding van Gods
uitdrukkelijk gebod kwam in een klaarder daglicht te staan. Adam berispte Eva's
dwaasheid van weggegaan te zijn van zijn zijde en zich te laten verleiden van de
slang. Beiden vleiden zich met de gedachte dat God, Die hen alles gegeven had om
gelukkig te zijn, hen nu mocht verontschuldigen voor hun ongehoorzaamheid,
wegens zijn grote liefde voor hen en dat
hun straf ten laatste niet zo te vrezen moest zijn. Satan verheugde zich in zijn
sukses. Hij had nu de vrouw verleid om God te wantrouwen, om Zijn wijsheid te
betwisten, en om te zoeken om Zijn alwijze plannen te door
36.
gronden. En door haar had hij ook de
overwinning op Adam bewerkstelligd die, tengevolge van zijn liefde voor Eva, de
wet van God ongehoorzaam werd en die viel, samen met haar.
Het nieuws over het vallen van de mens verspreidde zich in de hemel, ieder harp
was tot zwijgen gebracht.
De engelslegden hun kronen van hun hoofd in verdriet. Gans de hemel was in
opschudding. De engels waren misdaan om de lage ondankbaarheid van de mens als
vergelding voor de rijke overvloed, die God voor hen voorzien had. Een raad werd
samengeroepen om te onderzoeken wat moest gedaan worden met het schuldige paar.
De engels vreesden, dat zij hun hand zouden uitsteken en eten van de boom van
leven, en aldus hun leven van zonde zouden vereeuwigen.
De Heer bezocht Adam en Eva en liet hun de gevolgen kennen van hun overtreding.
Als zij Gods majesteit voelden naderen, zochten zij zich te verbergen voor zijn
onderzoek, welke zij zo begeerden, als zij nog in hun heiligheid en onschuld
verkeerden. "En de Here God riep Adam, en zeide tot hem: Waar zijt gij ? En hij
zeide : Ik hoorde uwe stem in de hof, en ik vreesde: want ik ben naakt; daarom
verborg ik mij. En Hij zeide : Wie heeft u te kennen gegeven, dat gij naakt zijt?
Hebt gij van de boom gegeten, van welken Ik u verbood, dat
gij daarvan niet eten zoudt ?" De vraag werd gesteld door de Heer, niet omdat
hij moest ingelicht worden, maar om het zondige paar te overtuigen.
Hoe komt het dat gij beschaamd zijt en naakt? Adam bekende zijn overtreding
niet,omdat hij berouw had over zijn grote ongehoorzaamheid, maar om de blaam op
God te werpen. "De vrouw, die Gij mij gegeven hebt die heeft mij van den boom
gegeven en ik heb gegeten. " De vrouw wordt dan aangesproken: "Wat is dit dat
gij gedaan hebt? En de vrouw zeide: De Slang heeft mij bedrogen, en ik heb
gegeten. " Gen. 3 : 9-13. De Heer wendde zich tot de slang: "Dewijl gij dit
gedaan hebt, zoo zijt gij vervloekt boven al het vee en boven al het gedierte
des velds; op uwen buik zult gij gaan en stroo zult gij eten, al de dagen uws
levens. Als de slang verheven geweest was boven al de dieren van het veld, zou
zij nu beneden hen allen vernederd worden en misprezen worden door de mens,
aangezien zij het medium geweest was, waardoor de Satan gewerkt had. "En tot
Adam zeide Hij: "Dewijl gij geluisterd hebt naar de stem uwer vrouw en van dien
boom gegeten, waarvan Ik u gebood, zeggende: Gij zult daarvan niet eten, zo zij
het aardrijk om uwentwil vervloekt, en met smart zult gij daarvan eten al de
dagen uws levens; ook zal het u doornen en distels voortbrengen en gij zult het
kruid des velds eten; in het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat
gij tot de aarde wederkeert. God vervloekte de grond wegens hun zonde van te
eten van de boom van kennis, en verklaarde: "en met smart zult gij daarvan eten
al de dagen uws levens. "Hij had hem voorzien van het goede, maar hen het kwade
onthouden. Nu verklaart Hij dat zij ervan eten zullen, dat is, zij zullen in
kennis gesteld worden met het kwaad al de dagen van hun leven. Het mensenras zal
in het vervolg aangevallen worden door de bekoringen van de Satan. Een leven van
bestendige inspanning en angst was Adam's lot in plaats van de gelukkige
geliefde arbeid die hij vooraf genoten had. Zij zouden onderhevig zijn aan
mislukking, hartzeer en pijn en ten laatste komen tot ontbinding. Zij waren uit
stof gemaakt en zouden tot stof wederkeren.
Zij werden ingelicht, dat zij hun tehuis in Eden moesten verliezen. Zij hadden
toegegeven aan Satan's verleiding en het woord van Satan geloofd, dat God zou
willen liegen. Door hun overtreding hadden zij een weg geopend voor Satan om
toegang te verkrijgen tot hen op een meer vaardige wijze, en het was niet veilig
voor hen in de hof van Eden te blijven, want in hun zondige toestand kregen zij
toegang tot de boom van leven en konden zij hun leven van zonde vereeuwigen. Zij
smeekten om toegelaten te worden om te blijven, ofschoon zij bekenden dat zij
alle recht tot het gezegende Eden verkwist hadden. Zij beloofden dat zij in de
toekomst neigen zouden tot Gods volle gehoorzaamheid. Zij werden ingelicht, dat
in hun val van onschuld naar schuld zij geen kracht maar zwakheid verkregen. Zij
hadden hun onkreukbaarheid niet bewaard, terwijl zij in een toestand van
heiligheid, gelukkige onschuld waren, zij zouden veel minder kracht hebben om
trouw en ongeschonden te blijven in een toestand van bewuste schuld. Zij waren
vervuld met scherpe angst en wroeging. Zij realiseerden zich nu dat de straf
voor de zonde de dood is.
Engelen werden gezonden om onmiddellijk de toegang tot de boom des levens te
bewaken. Het was het wel ingestudeerde plan van Satan, dat Adam en Eva zouden
ongehoorzaam zijn aan God, Zijn afkeuring zouden verkrijgen en dan deel hebben
aan de boom des levens, opdat zij een leven van zonde vereeuwigen. Maar heilige
engels werden gezonden om hun weg te verhinderen tot de boom des levens. Rond
deze engels flikkerden stromen van licht langs weerszijde, die het uitzicht
hadden van flikkerende zwaarden". Story of Redemption. 32 - 41.
"Een gedeeltelijk onderhouden van de Sabbatsweg is niet aanvaardbaar voor de
Heer en heeft een slechter invloed op de geest van zondaars dan indien gij geen
Sabbat onderhield. Zij worden gewaar, dat uw leven in tegenstelling is met uw
geloof, en zij verliezen hun geloof in het christendom. De Heer meent, wat Hij
zegt, en de mens kan Zijn geboden niet op zij leggen zonder gestraft te worden.
Het voorbeeld van Adam en Eva in Eden zou ons voldoende moeten waarschuwen tegen
iedere ongehoorzaamheid van de goddelijke wet. De zonde van onze eerste ouders
door te luisteren tot de zich mooi voordoende verleidingen van de vijand
brachten schuld en droefheid op de wereld, en brachten de Zoon van God ertoe om
de koninklijke verblijven van de hemel te verlaten en op de aarde een nederige
plaats in te nemen. Hij was onderhevig aan bespotting en verwerping en
kruisiging door dezen, waarvoor Hij gekomen was om ze te zegenen. Welk een
oneindige uitgaven verwachtte deze ongehoorzaamheid in de Hof van Eden! De
majesteit van de hemel werd geofferd om de mens van de straf van zijn misdaad te
verlossen. Test. 4 : 248.
God zal nu niet minder enige overtreding van Zijn wet door de vingers zien als
in de dagen als hij het oordeel uitsprak over Adam. De Heiland van de wereld
laat zijn stem opgaan in protest tegen dezen, die de geboden van God aanzien in
bezorgdheid en onverschilligheid. Hij zegt: "Zoo wie dan een van deze minste
geboden zal ontbinden, en de menschen alzoo zal geleerd hebben, die zal de
minste genaamd worden in het Koninkrijk der hemelen: maar zoo wie dezelve zal
gedaan en geleerd hebben, die zal groot genaamd worden in het Koninkrijk der
hemelen". Math. 5 : 19. Het onderwijs dat voortvloeit uit ons leven is tenvolle
voor of tegen de waarheid. Als uw werken schijnen de overtreder van zonden te
verrechtvaardigen, als uw invloed het als een licht uit maakt van de geboden te
overtreden, dan zijt gij niet alleen schuldig voor uzelf, maar gij zijt tot op
een zekere hoogte verantwoordelijk voor de gevolgen van de dwalingen van
anderen. 4Test. 248. 37
"Er is geen verontschuldiging voor
scepticisme. God heeft brede voorzorg genomen om het geloof van iedere mens te
bevestigen, als zij willen tot de conclusie komen van het gewicht van de
klaarblijkelijkheid. Maar als zij wachten tot zij een schijnbare opwerping
hebben om voor hun geloof te plaatsen, zullen zij nooit gevestigd, geworteld en
gegrond zijn in de waarheid. God wil nooit alle schijnbare moeilijkheden van ons
pad wegnemen. Zij die wensen te twijfelen zullen er gelegenheid voor vinden; zij
die wensen te geloven zullen tenvolle de klaarblijkelijkheid om er hun geloof op
te vestigen, vinden. De houding van sommigen is onuitlegbaar, zelfs niet voor
zichzelf. Zij drijven zonder anker in een ronddraaiende mist van onzekerheid.
Satan grijpt vlug de helm en brengt hun zwak bootje waar het hem belieft. Zij
worden onderworpen aan zijn wil. Hadden deze geesten niet geluisterd naar Satan,
zouden zij niet verleid geweest zijn door zijn bedriegerijen; waren zij gewogen
geweest naar de zijde van God, zouden zij niet verward en verbijsterd geweest
zijn. God en engels wachten met intense belangstelling naar de ontwikkeling van
het karakter en wegen de morele waarde af. Deze, die de listen van de Satan
weerstaan zullen eruit komen als goud door het vuur beproefd. Deze, die werden
overrompeld door de aanvallen van de bekoring, beeldden zich in, zoals Eva, dat
zij wonderbaar wijs worden, terwijl hun kortzichtige gewetenloosheid hen boven
het hoofd groeit; maar gelijk zij, zullen zij zich jammerlijk bedrogen voelen.
Zij hebben schaduwen nagejaagd, door hemelse wijsheid te verwisselen voor
menselijk oordeel. Een beetje kennis heeft hen zelfverwaand gemaakt. Een diepere
kennis van zichzelf en van God zou van hen opnieuw gezonde en gevoelige mensen
gemaakt hebben, en zou hen afgewogen hebben aan de zijde van de waarheid, van
engels en van God.
Het woord van God zal ieder van ons oordelen op de laatste grote dag. Jonge
mensen spreken van wetenschap en achten zich wijs boven wat geschreven staat.
Zij zoeken de wegen en de werken van God uit te leggen om hun begrensd verstand
te ontmoeten maar het is al ongelukkige mislukking. Ware wetenschap en
inspiratie zijn in volledige harmonie. Valse wetenschap is soms onafhankelijk
van God. Zij is pretentieuse onwetendheid. Deze verleidende macht heeft de
geesten van velen verslaafd en in beslag genomen en zij hebben eerder duisternis
gekozen dan licht. Zij hebben standplaats genomen langs de zijde van het
ongeloof, alsof het een deugd was en een teken van een grote geest van te
twijfelen, terwijl het een teken is van een geest, die te zwak en te eng is om
God waar te nemen in zijn geschapen werken. Zij kunnen het mysterie van Zijn
Voorzienigheid niet omvatten al zouden zij een leven lang studeren met al hun
krachten. En omdat de werken van God niet uitgelegd kunnen worden door eindige
geesten, brengt Satan zijn sofisme om op hen te plaatsen en om hen te
verstrikken in het netwerk van ongeloof. Als deze twijfelaars in innige
verbinding met God willen komen, zal Hij Zijn doeleinden klaar maken voor hun
begrip. 4Test. 584.
Vers 1 - 6.
"De geschiedenis van Adam en Eva's ongehoorzaamheid in het begin van de
geschiedenis van de aarde, wordt tenvolle weergegeven. Door deze ene daad van
ongehoorzaamheid verloren onze ouders hun mooi Eden. En het was maar zo een
klein iets! Wij hebben reden om dankbaar te zijn dat het geen groter iets was,
want moest het zo geweest zijn, zou kleine veronachtzaamheid in verband met het
gehoorzamen vermenigvuldigd geworden zijn. Het was de kleinste test, die God aan
het heilige paar kon geven in Eden. Ongehoorzaamheid en overtreding waren altijd
een grote belediging voor God. Onnauwkeurigheid in dat wat het geringst is,
leidt tot overtreding in grotere dingen. Het is niet de omvang van de
ongehoorzaamheid die telt, maar de ongehoorzaamheid op zichzelf die een misdrijf
betekent. Child Guidance 79 - 80. "Een van de sterkste bekoringen, die de mens
moet ontmoeten is op het vlak van de eetlust. In het begin schiep de Heer de
mens rechtschapen. Hij was geschapen met een volmaakt evenwichtige geest, de
maat en de kracht van al zijn organen waren tenvolle in harmonie ontwikkeld.
Maar door de verleidingen van de vijand werd het voorschrift van God
veronachtzaamd en de wetten van de natuur werkten tenvolle hun straf uit. Adam
en Eva waren toegelaten van al de bomen te eten in hun Eden tehuis, uitgenomen
van één. De Heer zegde tot het heilige paar als gij van de boom van kennis eet
zult gij zekerlijk sterven. Eva werd betoverd door de Satan en tot de
overtuiging gebracht, dat God niet zou doen wat Hij gezegd had. Zij at en,
denkende dat zij het gevoel had van een nieuw en verhevener leven, bracht zij de
vrucht naar haar man. De slang had gezegd, dat zij niet zouden sterven, en zij
voelde geen kwade gevolgen door te eten van het fruit, niets dat als dood
bestempeld kon worden, maar inplaats een aangename gewaarwording, waarvan zij
dacht dat het dezelfde was, die de engels gevoelden. Haar bevinding stond in
lijnrechte tegenstelling met het positief bevel van God, toch liet Adam toe van
door haar bekoord te worden.
Zo gaat het ook met ons, ook in de religieuse wereld. Gods uitdrukkelijke
geboden worden overtreden; en "omdat niet haastiglijk het oordeel over de booze
daad geschiedt, daarom is het hart van de kinderen der menschen in hen vol om
kwaad te doen". Prediker 8 : 11. Ten aanzien van de meest positieve geboden van
God, zullen mannen en vrouwen hun eigen neigingen volgen, en dan het wagen van
tot God te bidden nopens de zaak, om God over te halen om hen toe te laten om in
tegenstrijd te gaan met zijn uitdrukkelijke wil. „ Satan komt aan de zijde van
zulke personen, zoals hij met Eva deed in Eden, en heeft invloed op hen. Zij
hebben een kwelling van de geest, en dit beschouwen zij als een wonderbare
bevinding, die de Heer hun gegeven heeft. Maar ware ondervinding moet in
harmonie zijn met natuurlijke en goddelijke wetten; valse bevindingen stellen
zich tegen de wetten van het leven en de voorschriften van God. Counsels on
Health. 108 - 109.
"De zaaier zaait het woord". Christus kwam om het woord te zaaien. Overal heeft
Satan sedert de val de zaden van dwaling gezaaid. Het was door leugen dat hij
het eerst het toezicht over de mens veroverde en aldus werkt hij nog steeds om
Gods koninkrijk ten val te brengen op de aarde en om de mens onder zijn macht te
brengen. Een zaaier van een hogere wereld, Christus, kwam om de zaden van
waarheid te zaaien. Hij, Die in de raad van God gestaan had, die verbleven had
in het binnenste van het heiligdom van de Eeuwige, kon aan de mens de reine
princiepen van waarheid brengen. Overal, sedert de val is het Christus geweest,
Die de openbaarder geweest is van de waarheid van de wereld. "
Christ Object Lessons 37 - 38. 38
Onder de leiding van God moest Adam aan
het hoofd gestaan hebben van de familie die hier op de aarde woonde, om er de
princiepen van de hemelse familie te verzekeren. Dit zou vrede en geluk gebracht
hebben. Maar de wet, dat "niemand van ons leeft voor zichzelven" Rom. 14 : 7,
had Satan voorgenomen tegen te staan. Hij begeerde te leven voor zichzelf. Hij
zocht om zich tot een middelpunt van invloed te maken. Het was dat, wat opstand
in de hemel verwekt had, en het was het feit dat de mens deze princiepen
aanvaard had wat zonde bracht op de aarde. Als Adam zondigde trok de mens zich
weg van het door de hemel verordend middelpunt. Een duivel werd het middelpunt
van macht in de wereld. Waar Gods troon had moeten staan, plaatste Satan de
zijne. De wereld legde zijn eerbetuigingen, als een gewillig offer aan de voeten
van de vijand. De overtreding van Gods wet bracht wee en dood achter zich. Door
ongehoorzaamheid werden de vermogensvan de mens verdorven en zelfzucht nam de
plaats in van liefde. Zijn natuur werd zo zwak, dat het hem onmogelijk was aan
de macht van het kwaad te weerstaan. En de verleider zag zijn plan vervuld om
het goddelijke plan van het scheppen van de mens te dwarsbomen en de aarde te
vervullen met ellende en troosteloosheid. De mens had een heerser gevonden, die
hem aan zijn wagen vastbond als gevangene.
Ziende op de mens zag God zijn hopeloze omstandigheid en Hij voorzag een
remedie. Christus was de gift voor de wereld tot de verzoening van de mens
De zonen van de mensen hadden en praktische kennis van het kwaad; Christus kwam
naar de wereld om hen te tonen, dat Hij voor hen de boom des levens geplant had,
wiens bladeren dienen tot genezing van de volkeren. Christus had voor de mens de
diepste waarheden van wetenschap kunnen openen. Hij kon mysteries ontsluiten,
die verschillende eeuwen gevergd hebben van inspanning en studie om ze te
doorgronden. Hij kon voorstellen doen op wetenschappelijk vlak die voor het
denkvermogen voedsel zou verschaft hebben tot het einde der tijden en
aanwakkering tot uitvinding. Maar Hij deed dit niet. Hij zegde niets, dat de
nieuwsgierigheid opwekte of de eerzucht aanwakkerde. Hij gaf niet toe aan de
verleiding tot het vormen van abstrakte theorieën, maar in dat wat van
primordiaal belang is voor de ontwikkeling van het karakter en in dat wat de
bekwaamheid tot het kennen van God groter maakte, en wat zijn vermogen om goed
te doen vermeerderde. In plaats van het volk ertoe te leiden van menselijke
theorieën nopens God, nopens Zijn woord en Zijn werken te studeren, leerde
Christus hen Hem te beschouwen als geopenbaard in Zijn werken, in Zijn woord en
in Zijn Voorzieningen. Hij bracht hun geest in aanraking met de Oneindige. Hij
ontvouwde princiepen, die de wortel van zelfzucht aantastten". Counsels to
Parents ... students 32 - 33 - 34 - 35.
"De Eeuwige alleen zal de wijsheid van dit boek ontsluiten, want het is de
wijsheid van een onbegrensde geest. Zullen wij dan een diepere honger kweken
voor het produkt van menselijke auteurs en het woord van God veronachtzamen? Het
is het verlangen naar dingen die nooit moesten begeerd geweest zijn dat de mens
als surrogaat maakt voor ware kennis, wat hen nooit wijs kan maken tot redding.
Laten de beweringen van mensen nooit als waarheid beschouwd worden, als zij in
tegenstelling zijn met het woord van God. De Schepper van hemel en aarde, de
bron van alle wijsheid is op de tweede plaats geschoven tot kennen. Maar
vermeende grote schrijvers, wiens werken als tekstboeken gebruikt worden tot
studie, worden aangenomen en verheerlijkt, ofschoon zij geen levendige
verbinding hebben met God. Door zulke studie is de mens geleid op verboden
paden. De geesten zijn afgemat geworden tot de dood door onnuttig werk in het
pogen dat te verwerven, wat voor hen is, als de kennis door dewelke Adam en Eva
ongehoorzaam waren door ze te verwerven. Heden ten dage verspillen mannen en
vrouwen jaren in het verkrijgen van een opvoeding, die als hout en stro is, om
verbrand te worden in de laatste grote brand. Aan zulk een opvoeding hecht God
geen waarde. Counsels to Parents and 443 - 45.
Als gij het volk inlicht nopens de gezondheidshervorming, dan hebt gij de weg
bereid voor hen om aandacht te schenken aan de waarheid van onze tijd voor de
laatste dagen. Mijn begeleider zegt: "Voedt op, voedt op, voedt op". De geest
moet verlicht worden, want het begrip is verduisterd, zoals Satan het graag
heeft, want hij kan toegang vinden door verdorven eetlust, om de ziel te
verlagen.
Een reden waarom er niet meer rechtzinnige godsvrucht en religieuse ijver is,
komt hierdoor, omdat de geest bezig is met onbelangrijke dingen en er geen tijd
is om te mediteren, de schriften te doorgronden, of te bidden. Als het geweten
kon wakker geschud worden om de fouten te zien, die gemaakt worden in het
bereiden van voedsel en de invloed hiervan op de morele neigingen van onze
natuur, dan zouden er in iedere familie beslissende hervormingen doorgevoerd
worden. Onmatigheid in begeerte kwam terecht op het verlies van Eden. Wij vinden
over het algemeen, zelfs onder Zevende Dag Adventisten, deze geneigdheid; deze
gewoonte, fijne, ongezonde bereidingen in het koken en ongezonde gewoonten in de
klederdracht verzwakken fysische, mentale en morele geschiktheid, en maken het
onmogelijk om bekoringen te overwinnen. Nu wat zullen wij doen? Dit onderwerp is
een jammerlijk verwaarloosde zaak .... Counsels to Writers and Editors. 125. "In
de hemel zelf was de wet ( van leven) verbroken. De zonde vond haar oorsprong in
het zoeken van zichzelf. Lucifer, de bedekkende cherub, begeerde de eerste te
zijn in de hemel. Hij zoclttoezicht te hebben over de hemelse wezens hen weg te
trekken van hun Schepper, en hun eerbetuigingen te winnen voor zichzelf. Daarom
plaatste hij God in een verkeerd daglicht door Hem de begeerte van
zelfverheffing toe te . schrijven. Met zijn eigen slechte karakteristieken zocht
hij de liefhebbende Schepper te bekleden. Aldus verleidde hij de engels, aldus
verleidde hij de mens. Hij liet hen twijfelen aan het Woord Gods en liet hen
Zijn goedheid wantrouwen. Omdat God een God is van gerechtigheid en
schrikwekkende majesteit, liet Satan hen naar Hem zien als streng en niet
vergevingsgezind. Aldus verleidde hij er de mens toe om zich in opstand tegen
God met hem te verenigen, en de nacht van wee daalde neder op de aarde. De aarde
was duister door het misopvatten van God. Opdat de duistere schaduwen mochten
verlicht worden, opdat de wereld tot God mocht teruggebracht worden, moest
Satans verleidende macht verbroken worden. Dat kon niet door geweld gebeuren.
Het gebruik van geweld is in tegenspraak met de princiepen van het bestuur van
God. Hij begeert alleen de dienst uit liefde. Liefde kan niet bevolen worden.
Zij kan niet gewonnen worden door geweld noch door gezag. Alleen door liefde kan
liefde opgewekt worden. Zijn karakter moet gemanifesteerd worden in
tegenstelling met dat van de Satan. Dit werk kan alleen één wezen doen in gans
het universum. Alleen Hij, die de diepten en de hoogten van de liefde Gods kent,
kan deze kenbaar maken.
40.
Over de donkere nacht van de wereld moest
de Zon van Gerechtigheid schijnen "met genezing onder zijn vleugelen". Mal. 4 :
2.
Het plan van verlossing was geen latere overweging, een plan opgemaakt na de val
van Adam. Het was de openbaring van "die van de tijden der eeuwen verzwegen is
geweest" Rom. 16 : 25. Het was een ontplooiing van de princiepen die van alle
eeuwen de grondvest geweest zijn van Gods troon. Van den beginne keulen God en
Christus de afvalligheid van Satan, en de val van de mens door de verleidende
macht van de apostaat. God had niet bevolen dat zonde zou bestaan, maar Hij
voorzag haar bestaan en maakte voorzorg om de verschrikkelijke noodtoestand
tegen te gaan. Zo groot was Zijn liefde voor het mensdom, dat Hij overeenkwam
Zijn eniggeboren Zoon te geven "opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet
verderve, maar het eeuwig leven hebbe". Joh. 3 : 16. Desire of Ages. 22.
"Het was niet zonder hindernis dat de Bevelhebber van de hemel de zielen van de
mensen won voor Zijn koninkrijk. Van het ogenblik, dat Hij een klein kind was in
Betlehem, was Hij voortdurend aangevallen door den kwade. Het beeld van God werd
geopenbaard in Christus, en in de raad van Satan werd het beslist, dat Hij zou
overwonnen worden. Geen menselijk wezen is op de wereld gekomen en is ontsnapt
aan de macht van de verleider. De macht van de samenzwering van het kwaad werd
op Zijn pad gebracht in oorlog tegen Hem, om als het mogelijk was Hem te
overwinnen.
Satan was als getuige erbij als Christus gedoopt werd. Hij zag de glorie van de
Vader Zijn Zoon overschaduwen. Hij hoorde de stem van Jehova, getuigend voor de
Godheid van Jezus. Sedert de val van Adam was het mensenras altijd afgesneden
van rechtstreekse verbindingen met God; de omgang tussen hemel en aarde was
geschied door Christus; maar nu Jezus was gekomen "in gelijkheid des zondigen
vleesches" Rom. 8 : 3. , sprak de Vader zelf. Hij had vroeger met de mens
gemeenschap gehad DOOR Christus; nu hield Hij gemeenschap met de mensheid IN
Christus. De satan had gehoopt, dat Gods afschuw voor het kwaad een eeuwige
scheiding zou teweeg brengen tussen de hemel en de aarde. Maar nu werd het
geopenbaard, dat de verbinding tussen God en de mens hersteld geworden was.
Satan zag, dat hij eerder moest veroveren dan overwonnen te worden. De uitslag
van het konflikt had te veel gewicht, dat het zou toevertrouwd worden aan zijn
met hem samenzwerende engels. Hij moest persoonlijk de strijd leiden. Al de
energieën van afval waren gericht tegen de Zoon van God. Christus werd het
middelpunt van ieder wapen van de hel.
Velen zien naar deze strijd tussen Christus en Satan als zonder speciaal belang
voor hun eigen leven; en voor hen heeft het weinig belang. Maar in het domein
van ieder menselijk hart wordt deze controversie herhaald. Niemand zal de rangen
van het kwaad verlaten voor de dienst van God zonder de aanvallen van de Satan
te ontmoeten. De lokmiddelen, die Christus weerstond, zijn deze, die wij zo
moeilijk vinden om te weerstaan. Zij werden op Hem gelegd in zulk een grotere
graad als Zijn karakter verhevener is dan het onze. Met het verschrikkelijk
gewicht van de zonden van de wereld op Hem, weerstond Christus de proef op de
eetlust, de proef op de liefde voor de wereld, en de proef op deze liefde voor
vertoon, die leidt tot verwaandheid. Deze waren de verleidingen, die Adam en Eva
overmeesterden en die ons zo gemakkelijk overwinnen. Satan had verwezen naar
Adams zonde, als bewijs dat Gods wet onjuist was en dat hij niet kon gehoorzaamd
worden. In onze menselijkheid moest Christus Adams fout aflossen. Maar als Adam
door de verleider werd aangevallen, waren er geen gevolgen van de zonde op hem.
Hij stond in de kracht van de volmaakte menselijke natuur, in het bezit van de
volle kracht van geest en lichaam. Hij was omgeven met de heerlijkheden van
Eden, en was in dagelijkse gemeenschap met hemelse wezens. Het was zo niet met
Jezus als Hij de woestijn binnenging om Satan te ontmoeten. Gedurende
vierduizend jaar was het ras in verval gegaan in fysische kracht in mentale
macht en in morele waarde; en Christus nam op Hem de gebrekkigheden van het
gedegenereerde mensdom. Alleen op deze wijze kon Hij de mens verlossen van de
laagste diepten van zijn degradatie. Velen beweren, dat het onmogelijk was voor
Christus van overwonnen te worden door de bekoring. Dan zou Hij niet in de
positie geplaatst geweest zijn van Adam; Hij kon dan de overwinning niet
behalen, waarin Adam gefaald had. Moesten wij in gelijk welk opzicht een groter
op de proef stellend konflikt moeten ondergaan dan Christus, dan zou Hij niet
bekwaam geweest zijn ons bijstand te verlenen. Maar onze Heiland nam de mensheid
aan, met al zijn onderhevigheden. Hij nam de natuur van de mens aan, met de
mogelijkheid van toegeving aan de verleiding. Wij moeten niets dragen wat Hij
niet onderstaan heeft. Met Christus, als met het heilig paar in Eden, was
eetlust de grond van de eerste grote bekoring. Juist waar de ondergang begon,
moest het werk van onze verlossing beginnen. Als door het toegeven aan eetlust
Adam viel, zo moest Christus door de overwinning op de eetlust zegevieren
Als Jezus de woestijn binnenging was hij omsloten door de heerlijkheid van de
Vader. Opgeslorpt door de vereniging met God, werd Hij verheven boven menselijke
zwakheid. Maar de glorie trok zich terug, en Hij werd achtergelaten om te
strijden met de verleiding. Het woog op Hem ieder ogenblik. Zijn menselijke
natuur trok zich terug voor het konflikt, dat Hem te wachten stond. Gedurende
veertig dagen vastte Hij en bad Hij. Zwak en uitgeput door de honger, vermoeid
en afgetobd met geestelijke angst, "alzoo verdorven was Zijn gelaat, meer dan
van iemand, en zijne gedaante, meer dan van andere menschen kinderen". Nu was
het gelegen moment voor Satan. Nu veronderstelde hij dat hij Christus zou kunnen
overwinnen. Desire of Age s 116 - 118.
"Maar geloof is in geen enkel opzicht te vereenzelvigen met verwaandheid. Alleen
deze die waar geloof
heeft is veilig tegen verwaandheid. Want aanmatiging is Satans namaaksel van het
geloof. Geloof doet beroep op Gods beloften, en brengt vruchten voort in
gehoorzaamheid. Verwaandheid doet ook beroep op de beloften, maar gebruikt ze
zoals Satan deed, om overtreding te verontschuldigen. Geloof zou onze eerste
ouders geleid hebben de liefde van God te vertrouwen en tot gehoorzaamheid aan
zijn geboden. Verwaandheid leidde hen tot de overtreding van de wet, gelovende
dat Zijn grote liefde hen zou beveiligen tegen de gevolgen van de zonde. Het is
niet het geloof dat de gunst van de hemel oproept zonder zich te schikken naar
voorwaarden, waardoor barmhartigheid kan toegekend worden. Waar geloof heeft
zijn grondslag in de beloften en de bepalingen van de Schrift. 41.
Dikwijls als Satan mislukt is in het
verwekken van wantrouwen, hij gaat verder door ons te verleiden tot
verwaandheid. Als hij er ons toe kan brengen ons onnodig te leiden op de weg van
verleiding, dan weet hij dat de overwinning voor hem is. God zal behouden al
dezen, die wandelen op de weg van gehoorzaamheid; maar ervan afgaan betekent
zich wagen op Satans grondgebied. Daar zijn wij zeker van te vallen. De Heer
heeft ons gevraagd: 'Waakt en bidt opdat gij niet in verzoeking komt". Marcus 14
: 38. Meditatie en gebed zal ons houden van het ongevraagd snellen naar de weg
van gevaar en aldus zullen wij beveiligd zijn tegen menige nederlaag. Toch
zullen wij geen moed verliezen als wij door de bekoring aangevallen worden.
Dikwijls als wij in een lastige toestand gebracht worden, twijfelen wij dat de
Geest van God ons geleid heeft. Maar het was de leiding van de Geest, die
Christus leidde naar de woestijn om bekoord te worden door de Satan. Als God ons
in bezoeking brengt, heeft Hij een doel te verwezenlijken voor ons goed. Jezus
maakte geen misbruik van Gods beloften door ongevraagd in bekoring te gaan, noch
gaf zich niet over aan moedeloosheid als de bekoring kwam over Hem. Wij zullen
dit ook niet doen. "God is getrouw, welke u niet zal laten verzocht worden boven
hetgeen gij vermoogt, maar Hij zal met de verzoeking ook de uitkomst geven,
opdat gij ze kunt verdragen". LCor 10:13. Offer Gode dank en betaal den
Allerhoogste uwe geloften. En roep Mij aan in den dag der benauwdheden: Ik zal
er u uithelpen en gij zult Mij eeren". Ps. 50 : 14 - 15.
Desire of Ages 126.
Education 24 - 25. Karaktervorming.
Idem 231.
"Christus waarschuwt Zijn volgelingen, "Maar wacht u van de valsche profeten,
dewelke in schaapsklederen tot u komen maar van binnen zijn zij grijpende
wolven". Hij spoort ons aan niet misleid te worden wanneer valse schaapsherders
hun leerstellingen voorstellen. Deze mensen zeggen ons, dat de geboden van God
weggevallen zijn bij de dood van Christus. Zullen wij hen geloven, deze mannen,
die beweren geheiligd te zijn, terwijl zij weigeren God te gehoorzamen? Zij
zeggen dat de Heer hen gezegd heeft dat zij de tien geboden niet moeten houden;
maar heeft de Heer hen dat gezegd? Neen, God liegt niet.
Satan, die de vader van de leugen is, verleidde Adam op dezelfde manier, door
hem te zeggen dat hij niet moet gehoorzamen aan God, dat hij niet zou sterven,
als hij de wet overtreedt. Maar Adam viel en door zijn zonde opende hij een
vloedgolf van weeën op de wereld. Opnieuw vertelde Satan aan Kain, dat hij niet
tenvolle het bével van God moest volgen door het geslachte lam als offer op te
dragen. Kain gehoorzaamde de stem van de verleider en omdat God zijn offer niet
aanvaardde en zijn goedkeuring liet zien over het offer van Abel, ontstak Kain
in toorn en sloeg zijn broeder dood.
Wij moeten weten voor ons zelf welke stem wij in acht nemen, of het de stem is
van de ware en levende God of de stem van de grote afvallige
Als het type het antitype ontmoette in de dood van Christus, hield de
offerdienst op. De ceremoniele wet was weggenomen. Maar bij de kruisiging werd
de wet van de tien geboden bewezen. Het evangelie heeft de wet niet afgeschaft,
noch afbreuk gedaan aan één titel van zijn eisen. Het vraagt steeds heiligheid
op alle gebied. Het is de echo van Gods eigen stem, die aan iedere ziel de
uitnodiging geeft: Kom hoger, wees heilig, steeds heiliger.
Wij als volk zijn gevallen in de tegenovergestelde dwaling. Wij bekennen de
eisen van de wet, en onderwijzen het volk de plicht van er aan te gehoorzamen.
Wij geloven in het geven van de dingen, maar wij zien niet dat wij evengoed
moeten onderhouden als geven. Wij zijn in gebreke doordat wij dit vertrouwen,
dat geloof missen, dat de ziel blijvend in Christus behoudt. Wij doen op weinig
beroep, als wij op veel moeten beroep doen, want er is geen beperking in de
beloften van God.
Door een tekort aan geloof, hebben velen, die zoeken de geboden van God te
onderhouden, weinig vrede en geluk; zij vertegenwoordigen niet op een juiste
wijze deze heiligmaking, die moet tot stand komen door gehoorzaamheid aan de
waarheid. Zij zijn niet geankerd in Christus. Velen voelen een tekort in hun
bevindingen. Zij begeren iets, dat zij niet hebben, en zo worden sommigen ertoe
gebracht in heiligheid vergaderingen bij te wonen, en zijn gevleid met de
gevoelens van deze, die de wet breken van God. Het is onze plicht geloof te
prediken, de liefde van Christus voor te stellen in verbinding met de eisen van
de wet; want het ene kan niet juist begrepen worden zonder het andere. In iedere
uiteenzetting moet uitgeweid worden over de liefde van God, zoals zij in
Christus, de enige hoop voor de zondaar, naar voren gebracht is, totdat het volk
iets van haar macht en haar kostbaarheid beseft. Als dit gedaan wordt zoals het
moet zijn, dan zal er niet moeten gezegd worden van dit volk, dat zij de wet
onderwijzen, maar niet geloven in berouw, geloof en bekering. Wij wensen, dat
deze onderwerpen in elkander overgaan, zoals God zij in elkander heeft laten
overgaan. Dan zal de waarheid naar voor gebracht worden in zijn volheid, niet
als een loutere theorie, maar als een macht, die het karakter wil omvormen. Dan
zal de waarheid gepredikt worden met het vertoon van de Geest en met macht. Dan
zullen dezen, die de leerstellingen van de bijbel aanvaard hebben niet ongevoed
zijn; zij zullen de levengevende invloed van de Heilige Geest voelen".
Evangelisme 598.
"Valse theorieën, die altijd opnieuw herhaald worden, verschijnen als valselijk
uitnodigend heden ten dage als het fruit deed van de verboden boom in de hof van
Eden. Het fruit was zeer mooi en ogenschijnlijk begeerlijk als voedsel. Door
valse theorieën zijn vele zielen nu reeds vernietigd". Evangelisme 610. Eerste
Geschriften : 50 ; 144 ; 170 - 72 ; 258.
Grote Strijd 505 - 544 - 554 - 561 - 666.
Ged. van de berg der zaligspr. 51.
"Een van de grootste gevaren, die gepaard gaan met het zoeken naar kennis, de
navorsingen van wetenschap, is de neiging van menselijke redeneringen te
verheffen boven hun ware waarde en hun eigen sfeer. Velen pogen te oordelen over
de Schepper en Zijn werken door hun eigen onvolmaakte kennis van wetenschap. Zij
pogen de natuur te bepalen en de eigenschappen en rechten van God en geven toe
aan beschouwende theorieën betreffende de Oneindige-Ene: Deze die zich in deze
studie begeven treden op verboden grond. 42.
Hun opzoekingen zullen geen waardevolle
resultaten bereiken en kunnen alleen gevolgd worden met gevaar voor de ziel.
Onze eerste ouders werden geleid tot zonde door toe te geven aan een begeerte,
die God voor hen weerhouden had. Door te zoeken om deze kennis te verwerven,
verloren zij alles wat waard was te bezitten. Hadden Adam en Eva nooit de
verboden boom aangeraakt, zou God hen kennis toebedeeld hebben - kennis waarop
geen vloek van de zonde rustte, kennis, die hen eeuwig geluk zou verschaft
hebben. Alles wat zij verwierven door te luisteren naar de verleider was een
bekendheid met de zonde en haar gevolgen. Door hun ongehoorzaamheid was de
mensheid vervreemd van God en de aarde werd van de hemel gescheiden. De les is
voor ons. Het terrein waarop Satan onze eerste ouders leidde, is hetzelfde
waarnaar hij de mensen heden te dage naar toe lokt. Hij overspoelt de wereld met
aangename fabels. Door iedere list, die ter zijner beschikking is, verleidt hij
de mens om bespiegelingen te houden in verband met God. Aldus belet hij hen van
deze kennis te bekomen van God, die strekt tot heil.
The Ministry of Healing. 427 - 28.
Het bijbelonderricht van God is het enige veilige onderwijs, dat veilig is voor
menselijke wezens om te volgen. Wij moeten ons geloof regelen door een tenvolle:
"Aldus zegt de Heer". De kennis van Zichzelf, die God begeert, dat wij zouden
winnen uit Zijn Woord zal, indien toegepast in het dagelijks leven, mannen en
vrouwen sterk maken om te weerstaan het kwaad en hen geschikt maken om Hem te
vertegenwoordigen. Wij moeten de eenvoud van de onderwijzingen van Christus
studeren. Hij dringt aan op gebed en nederigheid. Deze zijn onze beveiligingen
tegen de dwaal-redeneringen van Satan, door dewelke Satan zoekt ons te leiden om
ons af te wenden op de zijweg naar andere goden, en om andere dwaalleringen te
aanvaarden, door hem bekleed met klederen van licht.
Een mens die geestelijk blind is, is gemakkelijk geleid door dezen, die ieder
gunstige gelegenheid gebruiken om theorieën naar voor te brengen en gissingen
nopens God.
Deze die verleid geweest is door Satan deelt aan zijn medemens het nieuwe licht
mede, dat hij denkt ontvangen te hebben, zoals Eva de verboden vrucht in de hand
van Adam plaatste. Heidenen, die het Licht niet ontvangen hebben zijn in geen
slechtere geestelijke conditie dan de mens, die de waarheid gekend heeft maar
die dwaalleer aangenomen heeft.
Satan stelt eerst zijn theorieën voorzichtig voor, en als hij ziet dat zijn
inspanningen sukses hebben, brengt hij steeds meer misleidende theorieën,
zoekend mannen en vrouwen weg te leiden van de grondprinciepen, die God bepaald
heeft, dat zij de beschermingen zouden zijn van Zijn volk.
Dat onze medische zendingsarbeiders geen theorieën aanvaarden, die God niet
gegeven heeft. God zal de mens niet verontschuldigen wanneer hij theorieën
verkondigt, die God niet gegeven heeft. Hij roept Zijn leger op zich aaneen te
sluiten en hun standplaats in te nemen onder de banier van de waarheid. Hij
waarschuwt hen, dat zij hun tijd niet zouden doorbrengen in het redetwisten over
zaken, die God niet toegelaten heeft dat enig menselijk wezen over zou
discussieren.
Laat ons ieder stuk van de Christelijke wapenrusting aandoen en stevig weerstand
bieden aan de vijand. Wij zullen de gevallen engelen het hoofd moeten bieden en
tevens de prins van de machten van de duisternis. Satan is in geen geval aan het
slapen; hij is overal wakend, en hij is het spel van het leven aan het spelen
voor de zielen van het volk van God. Hij zal tot hen komen met vleierijen van
alle soort, in de hoop van hen te leiden tot het afdwalen van hun band van
trouw. Hij begeert hun aandacht af te trekken van de ware uitkomst en te wenden
op de valse theorieën.
Bedienaars en geneesheren, luidt alarm. Roept het volk van God op tot trouw en
tot geloof. Weest op uw hoede. Denkt eraan, dat, als gij met God medewerkt, gij
de engels hebt als helpers, die uitmunten in kracht. Aanvaardt de theorieën niet
voorgesteld door dezen, die niet staan op de ware grondvest, deze, die zich
laten betoveren met dat, waarvan zij de ware betekenis niet snappen. Wordt
wakker broeders, wordt wakker en verlaat het gevaarlijk signaal. Laat de
waarschuwing gehoord worden. Dat niemand u overtuige theorieën te aanvaarden die
in tegenstelling zijn met de waarheden van Gods Woord. De dienaren van God
hebben een plechtige boodschap te brengen aan deze gevallen door de zonde
vervloekte wereld. Zij moeten de banier hoog houden, waarop geschreven staat:
"De geboden van God en het geloof van Jezus",
Dat niemand toegelaten worde dingen te onderwijzen, die de Verlosser, Hij die
het lichaam, de ziel en de geest van de mens bezit, niet onderwezen heeft. Wij
behoeven geen valse theorieën in verband met de persoon van God. Wat God begeert
is dat wij over Hem weten is geopenbaard in Zijn Woord en in Zijn werken. De
mooie dingen van de natuur openbaren Zijn karakter en zijn macht als Schepper.
Zij zijn gaven aan het mensenras, namelijk van Zijn macht te tonen en te tonen
dat Hij de God van liefde is. Maar niemand wordt toegelaten te zeggen, dat God
zelf in persoon aanwezig is in een bloem of in een blad van een boom. Deze
dingen zijn Gods handwerk, waardoor Hij Zijn liefde voor het mensdom kenbaar
maakt. Maar de dingen van God te beschouwen en ze voor te stellen alsof zij God
waren is een vreselijk in een verkeerd daglicht brengen van Hem. Deze
voorstelling moest ik tegemoet treden in het begin van mijn werk, als de Heer
mij in mijn jeugd opdroeg vooruit te gaan en te verkondigen, wat Hij mij bevolen
had te verkondigen. En als de Heer mij zal leiden, moet ik nu doen wat in mijn
macht is om al zulke onderwijzingen tegen te gaan, en ook al de theorieën, die
leiden tot zulke richtingen. Deze, die deze theorieën aankleven, weten niet
waarheen hun voeten hun voeren. Wat wij van node hebben is een
proefondervindelijke kennis van God zoals Hij geopenbaard is in Zijn woord. Zulk
een kennis zal ons in staat stellen onze onvolmaaktheid van karakter te zien en
onze onkunde in verband met onze Heer en Heiland Jezus Christus. . Menselijke
talenten en menselijke gissingen hebben gepoogd door opzoeking God op te sporen.
Velen zijn op dit pad gekomen. Het hoogste intellekt mag zichzelf inspannen
totdat het uitgeput is in het bespiegelen over God, maar de inspanning zal
vruchteloos zijn en het feit zal onveranderd blijven, dat de mens door onderzoek
God niet kan vinden. Dit probleem werd ons niet opgedragen om op te lossen. Al
wat de mens nodig heeft te weten en kan weten van God is geopenbaard geweest, in
het leven en het karakter van Zijn Zoon, de grote Leeraar. 43.
Als wij meer en meer leren wat de mens is,
wat wijzelf zijn in het oogpunt van God, zullen wij vrezen en beven voor Hem.
Ik roep dezen op, die zich gewijd hebben aan de dienst van God van zich te
plaatsen aan de zijde van Christus. Er zijn gevaren zowel rechts als links. Ons
grootste gevaar zal komen van mensen die hun ziel gegeven hebben aan de
ijdelheid die de woorden van waarschuwing niet in acht genomen hebben noch de
beproevingen die over hen gezonden werden door God. Als zulke mensen hun eigen
wil en weg kiezen, plaatst de verleider,gekleed in engelenklederen zich dicht
bij hen gereed om zijn invloed te mengen met de hunne. Hij opent voor hen
verleidingen van het meest aantrekkelijk karakter, dat zij voorleggen aan het
volk van God. Sommigen van hen, die luisteren naar hen zullen misleid worden en
zullen werken op gevaarlijk terrein. De Heer roept. Zullen mannen en vrouwen
Zijn stem horen? Hij geeft de waarschuwing. Zullen zij er naar luisteren? Zullen
zij aandacht schenken aan de laatste boodschap van barmhartigheid aan de
gevallen wereld? Zullen zij het juk van Christus aannemen, van Hem Zijn
zachtheid en nederigheid van hart leren? Brief 240. 1903. Uw kennis van God en
van Zijn eigenschappen is verzwakt sedert gij begonnen zijt te theoretiseren in
verband met Zijn natuur en Zijn rechten.
De kerk is nu gewikkeld in een strijd, die zal groeien in intensiteit op het
punt, waarop gij zijt misleid. Geen enkele pilaar van ons geloof mag verplaatst
worden. Geen enkele lijn van geopenbaarde waarheid moet vervangen worden door
nieuwe en ingebeelde theorieën.
De waarheid is in klare lijnen gegeven geweest. Onder de leiding van God, zijn
boeken voorbereid geweest, die klaar de waarheden voor onze tijd opgeven. Als
gij deze dingen, die klaarblijkelijk zijn niet gelooft, zult gij ook niet
geloven als er iemand moest uit de doden opstaan.
Gij moet een grondig werk verrichten van berouw. Verschijn voor God in
nederigheid en berouw. Er moet harmonieus werk verricht worden met Gods volk.
Wij moeten weten wie de weg volgt van het licht. "Als de Heer God is, volg Hem:
maar als het Baal is, volg dan hem".
Dat wij niet verleid worden tot geloven dat God een wezen is die de natuur
doordringt. Zulk een idee is een schoonschijnend bedrog. Laat allen op hun hoede
zijn tegen zulke veronderstellingen. Zulke subtiele theorieën gekleed in schone
klederen bereiden de weg voor grotere dwalingen, die, als zij aangenomen worden,
zelfs gewetensvolle gelovigen in de waarheid, zullen leiden ver weg van de
standvastigheid, naar valse leerstellingen.
Van tijd tot tijd moeten wij verenigd de redenen van ons geloof onderzoeken. Het
is van essentieeel belang, dat wij de waarheden van Gods Woord zorgzaam
onderzoeken; want wij lezen, dat er sommigen "zullen afvallen van het geloof,
zich begevende tot verleidende geesten en leeringen der duivelen". ( demonen) .
Wij zijn in groot gevaar, als wij iedere waarheid licht opvatten; want dan is de
geest geopend voor dwaling. Wij moeten acht nemen op wat en hoe wij het horen.
Wij moeten niet zoeken de argumenten te verstaan, die mensen opgeven om hun
eigen theorieën te schragen, als het klaarblijkelijk te onderscheiden is, dat
deze theorieën niet in harmonie zijn met de Schriften. Sommige, die denken
wetenschappelijke kennis te bezitten, geven bij het interpreteren verkeerde
ideeën zowel op wetenschappelijk gebied als op het gebied van de bijbel. Dat de
bijbel beslisse over iedere kwestie, die belangrijk is voor het heil van de
mens. Wij worden niet geroepen om in twist te komen met deze, die valse
theorieën vasthouden. Twisten is niet nuttig. Christus deed dit nooit. "Er staat
geschreven" is het wapen gebruikt door de Verlosser van de wereld .... Laat ons
dicht blijven bij het Woord. Laat het ons toelaten dat Jezus en Zijn
boodschappers getuigen. Wij weten dat hun getuigenis juist is.
Christus is boven al de werken van Zijn Schepping. In de kolom van vuur leidde
Hij de kinderen van Israël Zijn ogen zien het verleden, het heden en de
toekomst. Hij moet erkend en geëerd worden door allen die God lief hebben. Zijn
Geboden moeten geëerd en geliefd worden en gehoorzaamd. Zij moeten de
toezichthoudende macht zijn in het leven van Zijn volk. De verleider komt met de
veronderstelling, dat Christus Zijn zetel van eer en macht verplaatst heeft in
een onbekende plaats, en dat de mens niet langer moet last aangedaan worden om
Zijn karakter te verheerlijken en Zijn wet te gehoorzamen. Menselijke wezens
moeten een wet voor zichzelf zijn, verklaart hij. Deze wijsgerigheden brengen
ons in afbreuk en hebben niets te maken met God. Terughoudendheid en morele
kontrole worden in de menselijke familie teniet gedaan. Beperking op ondeugden
worden meer en meer verzwakt. De wereld bemint en vreest God niet. En deze, die
God niet beminnen en vrezen, verliezen vlug alle zin voor verplichting tegenover
anderen. Zij zijn zonder God en zonder hoop in de wereld.
Van Christus straalt alle waarheid uit. Afgezonderd van Christus, is de
wetenschap misleidend en de filosofie een dwaasheid. Dezen, die gescheiden zijn
van de Heiland zullen theorieën naar voor brengen, die hun oorsprong vinden bij
de sluwe vijand. Christus leven tekent zich af als het kontrast met alle valse
wetenschap, alle dwaaltheorieën, alle misleidende methoden.
Huichelaars zullen opkomen met theorieën, die geen grond hebben in het woord.
Wij moeten de banier met het opschrift "de geboden van God en het geloof van
Jezus" hemelwaarts houden. Wij moeten de aanvang van ons vertrouwen vastberaden
houden tot het einde. Laat geen mens pogen de waarheid te verwate en door te
vermengen met wijsgerigheden. Dat niemand poge de grondslagen van ons geloof te
verlagen, of het patroon te beschadigen door draden van menselijke overleggingen
te weven in de geweven draden. Geen enkele draad van pantheisme moet getrokken
worden in het web. Zinheli jkheid, verderfelijk voor ziel en lichaam, is altijd
het resultaat van het brengen van deze draden in het weefsel. Ik ben
gewaarschuwd geworden, ( 1890) dat in het vervolg wij een bestendige twist
zullen hebben. De zogenaamde wetenschap en de godsdienst zullen in tegenstelling
geplaatst worden de een tegen de andere, omdat eindige mensen de macht en de
grootheid van God niet kunnen verstaan. Deze woorden van de Heilige Schrift zijn
mij voorgelegd geweest, "en uit uzelven zullen mannen opstaan, sprekende
verkeerde dingen, om de discipelen af te trekken achter zich". Hand. 20 : 30.
Dit zal zekerlijk waar zijn onder het volk van God en er zullen er zijn, die
niet in staat zijn de wondervolste en belangrijke waarheden voor deze tijd, te
onderscheiden, waarheden, die essentieel zijn voor hun eigen veiligheid en
redding, terwijl over zaken, die in vergelijking, als maar atomen zijn zaken,
44.
Als wij meer en meer leren wat de mens is,
wat wijzelf zijn in het oogpunt van God, zullen wij vrezen en beven voor Hem.
Ik roep dezen op, die zich gewijd hebben aan de dienst van God van zich te
plaatsen aan de zijde van Christus. Er zijn gevaren zowel rechts als links. Ons
grootste gevaar zal komen van mensen die hun ziel gegeven hebben aan de
ijdelheid die de woorden van waarschuwing niet in acht genomen hebben noch de
beproevingen die over hen gezonden werden door God. Als zulke mensen hun eigen
wil en weg kiezen, plaatst de verleider, gekleed in engelenklederen zich dicht
bij hen gereed om zijn invloed te mengen met de hunne. Hij opent voor hen
verleidingen van het meest aantrekkelijk karakter, dat zij voorleggen aan het
volk van God. Sommigen van hen, die luisteren naar hen zullen misleid worden en
zullen werken op gevaarlijk terrein. De Heer roept. Zullen mannen en vrouwen
Zijn stem horen? Hij geeft de waarschuwing. Zullen zij er naar luisteren? Zullen
zij aandacht schenken aan de laatste boodschap van barmhartigheid aan de
gevallen wereld? Zullen zij het juk van Christus aannemen, van Hem Zijn
zachtheid en nederigheid van hart leren? Brief 240. 1903. Uw kennis van God en
van Zijn eigenschappen is verzwakt sedert gij begonnen zijt te theoretiseren in
verband met Zijn natuur en Zijn rechten.
De kerk is nu gewikkeld in een strijd, die zal groeien in intensiteit op het
punt, waarop gij zijt misleid. Geen enkele pilaar van ons geloof mag verplaatst
worden. Geen enkele lijn van geopenbaarde waarheid moet vervangen worden door
nieuwe en ingebeelde theorieën.
De waarheid is in klare lijnen gegeven geweest. Onder de leiding van God, zijn
boeken voorbereid geweest, die klaar de waarheden voor onze tijd opgeven. Als
gij deze dingen, die klaarblijkelijk zijn niet gelooft, zult gij ook niet
geloven als er iemand moest uit de doden opstaan.
Gij moet een grondig werk verrichten van berouw. Verschijn voor God in
nederigheid en berouw. Er moet harmonieus werk verricht worden met Gods volk.
Wij moeten weten wie de weg volgt van het licht. "Als de Heer God is, volg Hem:
maar als het Baal is, volg dan hem".
Dat wij niet verleid worden tot geloven dat God een wezen is die de natuur
doordringt. Zulk een idee is een schoonschijnend bedrog. Laat allen op hun hoede
zijn tegen zulke veronderstellingen. Zulke subtiele theorieën gekleed in schone
klederen bereiden de weg voor grotere dwalingen, die, als zij aangenomen worden,
zelfs gewetensvolle gelovigen in de waarheid, zullen leiden ver weg van de
standvastigheid, naar valse leerstellingen.
Van tijd tot tijd moeten wij verenigd de redenen van ons geloof onderzoeken. Het
is van essentieeel belang, dat wij de waarheden van Gods Woord zorgzaam
onderzoeken; want wij lezen, dat er sommigen "zullen afvallen van het geloof,
zich begevende tot verleidende geesten en leeringen der duivelen". ( demonen) .
Wij zijn in groot gevaar, als wij iedere waarheid licht opvatten; want dan is de
geest geopend voor dwaling. Wij moeten acht nemen op wat en hoe wij het horen.
Wij moeten niet zoeken de argumenten te verstaan, die mensen opgeven om hun
eigen theorieën te schragen, als het klaarblijkelijk te onderscheiden is, dat
deze theorieën niet in harmonie zijn met de Schriften. Sommige, die denken
wetenschappelijke kennis te bezitten, geven bij het interpreteren verkeerde
ideeën zowel op wetenschappelijk gebied als op het gebied van de bijbel. Dat de
bijbel beslisse over iedere kwestie, die belangrijk is voor het heil van de
mens. Wij worden niet geroepen om in twist te komen met deze, die valse
theorieën vasthouden. Twisten is niet nuttig. Christus deed dit nooit. "Er staat
geschreven" is het wapen gebruikt door de Verlosser van de wereld .... Laat ons
dicht blijven bij het Woord. Laat het ons toelaten dat Jezus en Zijn
boodschappers getuigen. Wij weten dat hun getuigenis juist is.
Christus is boven al de werken van Zijn Schepping. In de kolom van vuur leidde
Hij de kinderen van Israël Zijn ogen zien het verleden, het heden en de
toekomst. Hij moet erkend en geëerd worden door allen die God lief hebben. Zijn
Geboden moeten geëerd en geliefd worden en gehoorzaamd. Zij moeten de
toezichthoudende macht zijn in het leven van Zijn volk. De verleider komt met de
veronderstelling, dat Christus Zijn zetel van eer en macht verplaatst heeft in
een onbekende plaats, en dat de mens niet langer moet last aangedaan worden om
Zijn karakter te verheerlijken en Zijn wet te gehoorzamen. Menselijke wezens
moeten een wet voor zichzelf zijn, verklaart hij. Deze wijsgerigheden brengen
ons in afbreuk en hebben niets te maken met God. Terughoudendheid en morele
kontrole worden in de menselijke familie teniet gedaan. Beperking op ondeugden
worden meer en meer verzwakt. De wereld bemint en vreest God niet. En deze, die
God niet beminnen en vrezen, verliezen vlug alle zin voor verplichting tegenover
anderen. Zij zijn zonder God en zonder hoop in de wereld.
Van Christus straalt alle waarheid uit. Afgezonderd van Christus, is de
wetenschap misleidend en de filosofie een dwaasheid. Dezen, die gescheiden zijn
van de Heiland zullen theorieën naar voor brengen, die hun oorsprong vinden bij
de sluwe vijand. Christus leven tekent zich af als het kontrast met alle valse
wetenschap, alle dwaaltheorieën, alle misleidende methoden.
Huichelaars zullen opkomen met theorieën, die geen grond hebben in het woord.
Wij moeten de banier met het opschrift "de geboden van God en het geloof van
Jezus" hemelwaarts houden. Wij moeten de aanvang van ons vertrouwen vastberaden
houden tot het einde. Laat geen mens pogen de waarheid te verwa- . te -en door
te vermengen met wijsgerigheden. Dat niemand poge de grondslagen van ons geloof
te verlagen, of het patroon te beschadigen door draden van menselijke
overleggingen te weven in de geweven draden. Geen enkele draad van pantheisme
moet getrokken worden in het web. Zinneli jkheid, verderfelijk voor ziel en
lichaam, is altijd het resultaat van het brengen van deze draden in het weefsel.
Ik ben gewaarschuwd geworden, ( 1890) dat in het vervolg wij een bestendige
twist zullen hebben. De zogenaamde wetenschap en de godsdienst zullen in
tegenstelling geplaatst worden de een tegen de andere, omdat eindige mensen de
macht en de grootheid van God niet kunnen verstaan. Deze woorden van de Heilige
Schrift zijn mij voorgelegd geweest, "en uit uzelven zullen mannen opstaan,
sprekende verkeerde dingen, om de discipelen af te trekken achter zich". Hand.
20 : 30.
Dit zal zekerlijk waar zijn onder het volk van God en er zullen er zijn, die
niet in staat zijn de wondervolste en belangrijke waarheden voor deze tijd, te
onderscheiden, waarheden, die essentieel zijn voor hun eigen veiligheid en
redding, terwijl over zaken, die in vergelijking, als maar atomen zijn zaken,
44.
waar er schaars een grijntje van waarheid
inzit, wordt over uitgeweid en worden geloofd door de macht van de Satan, zodat
zij van het hoogste belang schijnen.
De morele waarneming van deze mensen is ziek; zij voelen de nood niet aan
hemelse zalving, opdat zij spirituele dingen mogen kunnen onderscheiden. Zij
denken van zich zelf, dat ze te wijs zijn om te dwalen. Mensen, die geen
dagelijkse ondervinding hebben in de dingen van God, zullen niet wijs optreden
in het behandelen van gewijde verantwoordelijkheden; zij zullen licht voor
dwaling nemen en specifieke dwaling zullen zij uitgeven voor licht, zullen
fantomen nemen voor realiteiten en realiteiten voor fantomen, een wereld een
atoom noemend en een atoom een wereld. Zij zullen in bedrog en misleiding
vallen, die Satan be
reid heeft als geheime netten om er de voet in te vernestelen van dezen, die
denken, dat zij kunnen wandelen in hun eigen menselijke wijsheid zonder de
speciale genade van Christus. Jezus wenst mannen te zien, niet als wandelende
bomen maar dat alle dingen klaar zouden wezen. Er is slechts een remedie voor de
zondige ziel, en tenzij het ontvangen wordt zal de mens het ene bedrog na het
andere ontvangen, totdat zijn zinnen verdorven zijn ,
Moraliteit kan niet gescheiden worden van religie. De conservatieve traditie
ontvangen van opgevoede mannen en uit de geschriften van grote mannen van het
verleden zijn niet allen een veilige gids voor ons in deze laatste dagen; want
de grote strijd, die voor ons ligt, is zoals de wereld nog nooit gezien heeft.
De broeders, die geen deel genomen hebben in dit werk in het verleden moeten
veel voorzichtiger te werk gaan in verband met dat wat zij aanvaarden en met wat
zij weigeren; zij moeten dieper doordrin gen dan tot wat hun beperkte spirituele
kennis en hun huidige gewoonten en opinies hen zou dringen te doen. Dit alles
heeft hervorming nodig.
Niemand van ons is veilig, zelfs niet wanneer wij bevindingen hebben in het werk
in het verleden, en wij zijn zeker niet veilig als wij die ervaringen niet gehad
hebben, tenzij wij leven als ziende Hem, Die onzichtbaar is.
Dagelijks, voortdurend moeten wij gedreven worden door de princiepen van de
bijbel-gerechtigheid, barmhartigheid en liefde van God. Hij, die morele en
intellectuele macht wil hebben moet putten uit de goddelijke bron. Bij ieder
punt en beslissing vragen: "Is dit de weg van de Heer ? Met uw bijbels open voor
u, raadpleeg geheiligde redenen en een goed geweten. Uw hart moet bewogen
worden, uw ziel geraakt, uw redenering en intellekt wakker geschud, door de
Geest van God; de heilige princiepen neergelegd in Zijn woord zullen licht doen
schijnen in de ziel. Ik zeg u mijn broeders, uw ware bron van wijsheid en deugd
en macht is in het kruis van Kalvarie. Christus is de auteur en de afwerker van
ons geloof. Hij zegt: "Zonder Mij kunt gij niets". Jezus is de enige zekere
waarborg voor intellektu
eel sukses en vooruitgang.
Ik bid, dat ons volk niet zou vallen als slachtoffers van de listen, die Satan
gelegd heeft om onbehoedzame zielen te vangen. Maar zelfs nu zijn velen in de
war gebracht. Allen moeten onafhankelijke bijbelstudenten zijn. Ik schrijf
woorden van waarschuwing, dat geen enkele moet verleid worden door de vijand om
anderen op kronkelpaden te brengen.
Ik heb een zware last gedragen wegens het publiceren van . Ik denk dat de Heer
deze zaak toegelaten heeft zich te ontwikkelen om ons volk wakker te schudden om
te begrijpen en naar waarde te schatten de fundamentele waarheden, die wij als
volk, uit het Woord van God ontvangen hebben. Wij moeten weten dat wij "geen
kunstiglijk verdichte fabelen nagevolgd zijn". Onze vader vraagt ons de vorige
dagen in de geest te roepen, waarna wij, als wij verlicht geweest waren, een
groot gevecht van bezoeking ondergaan hebben. Ik heb zeer kostbare verzekeringen
ontvangen, dat onze vroege bevindingen van God waren. Ik wens, dat elkeen van
ons volk mocht weten, zoals ik het weet, welke vaste en zekere weg het is waarin
de Heer ons geleid heeft in de voorbije tijd....
Het veroorzaakt mij een grote droefheid in het hart te zien, dat er onder onze
arbeiders zijn, die niet realiseren hoe gevaarlijk de aard is van sommige
leerstellingen, die sommigen onderhouden in verband met God. Ik weet hoe
gevaarlijk deze gevoelens zijn. Want ik was zeventien jaar oud, als ik
getuigenis
moest afleggen tegen hen voor ruime gezelschappen
Nu worden valse interpretaties gegeven nopens de waarheden van het Woord, opdat
misleide geesten mogen voldaan worden. Dwalingen worden verzonnen om als
waarheden te schijnen. Ik werd voorgelicht, dat ik besliste getuigenis moest
afleggen tegen misleidende theorieën. Mij is een boodschap opgedragen in
tegenstelling met de ketterijen en wijsgerigheden, die door Satan verkondigd
zijn. Het leven en de onderwijzingen van onze Heer geeft geen ruimte voor
kunstiglijk verdichte fabelen. Het verlies van het eeuwig leven is de prijs, die
betaald moet worden, wanneer voortgegaan wordt met het eren van bijgeloven en
onwaarheden boven het woord van God, waardoor Zijn onderwijzingen krachteloos
gemaakt wor
den.
Het karakter en de macht van God zijn geopenbaard door de werken van Zijn
handen. In de natuur kunnerr wij klaarblijkelijk de liefde en de goedheid van
God ontdekken. Deze tekens worden gegeven om onze aandacht te schenken aan de
natuur naar de God van de natuur, opdat Zijn "eeuwige macht en Godheid"
mocht verstaan worde. Medical Ministry 93 - 103.
"De waarde, die God hecht aan het werk van Zijn handen, de liefde, die Hij heeft
voor Zijn kinderen, wordt duidelijk door de gaven die hij bracht voor de
verlossing van de mens. Adam viel onder de heerschappij van de Satan. Hij bracht
zonde in de wereld en dood door de zonde. God gaf zijn enig geboren Zoon om de
mens te redden. Dit deed Hij opdat Hij rechtvaardig moge wezen en de
rechtvaardigmaker van al wie Christus aanvaardt. De mens verkocht zichzelf aan
Satan, maar Jezus kocht het ras opnieuw . . Gij behoort uzelf niet toe. Jezus
heeft u gekocht met Zijn bloed. Verberg uw talenten niet onder de aarde. Gebruik
ze voor Hem. In welke zaken gij u ook moogt verbinden, breng Jezus erbij. Als
gij denkt dat gij uw liefde voor Jezus verliest, geef uw zaken op en zeg: " Hier
ben ik, Heiland, wat wilt Gij mij te doen geven?" Hij wil u genadiglijk
ontvangen en u vrij lief hebben.
45.
Hij wil U overvloedig vergeven, want Hij
is genadevol en geduldig, niet willende dat een enkele zou verloren gaan
Wij en alles wat wij hebben behoort God toe. Wij zullen het niet beschouwen als
een offer om Hem genegenheid van ons hart te geven. Het hart zelf zal hem
gegeven worden als een vrijwillige offerande. Messages to Young People : 69 -
70.
Patriarchen en Profeten 38 - 48; 79; 361, 377; 484 - 85; 742 - 43; 742.
Schreden naar Christus 33 - 34.
"Op het einde van deze vergaderingen was ik zeer ziek. Remedies werden gegeven
maar ik kreeg geen beternis. Dan vroeg ik de broeders en de zusters om voor mij
te bidden. Zij stemden in met mijn vraag en ik vond beternis en werd
onmiddellijk in visioen opgenomen.
Ik zag dat Jezus niet kwam om de wet van Zijn Vader af te schaffen. De tien
geboden moeten voor eeuwig vast staan. Adam en Eva verbraken Gods wet en vielen
en de familie van Adam moest vergaan. God kon Zijn wet niet veranderen noch
afschaffen om de verloren mens te redden, die door de overtreding zo laag
gevallen was dat God geen enkele inspanning kon aanvaarden, die de mens zou
ondernemen om deze heilige en rechtvaardige en goede wet te houden. Jezus zag de
ontaarding van de mens en had medelijden met zijn hopeloze toestand. Gans de
hemel wist dat God Zijn wet niet kon veranderen of afschaffen om de mens te
redden. Jezus had medelijden met het gevallen ras en offerde Zich om de wraak
van God die de mens moest ondergaan op zichzelf te nemen en te lijden in zijn
plaats.
De engel zegde: "Kwam Jezus om de wet zonder kracht te maken en ze door Zijn
dood af te schaffen? Neen, neen. Als Gods wet moeten kunnen veranderd worden als
hij had kunnen afgeschaft worden, dan zou God Zijn Zoon niet gegeven hebben om
op een vreselijke wijze te sterven en een schandelijke dood te ondergaan" Maar
het feit dat Jezus zijn leven gegeven heeft voor de mens maakt een bewijsvoering
uit dat de wet van God onveranderlijk is. Jezus gaf Zijn leven om de verloren
mens te verlossen van de vloek of de straf , die hij verdiende door overtreding.
Door zichzelf te vernederen verhoogde Hij de mens. Hij was de steen om op te
stappen om de mens te verheffen, omdat Hij moge beslag leggen op de kracht van
Zijn bloed, Gods wet houden en terug moge gebracht worden tot het eten van de
vrucht van de boom des levens, waartoe Adam alle recht verloren had. De engel
zegde: "De arme dwaze mens weet niet wat hij doet. Hij heeft zijn zwakke arm
geheven tegen de Almachtige. Zij hebben Gods wet getart. De wet van God is de
gouden ketting, om de eindige mens met de oneindige God te verbinden. Het
verbindt de aarde met de hemel en de mens met God". De overtreder zal de
Wetgever ontmoeten aangaande Zijn verbroken wet. De wraak van God heeft lang
gesluimerd, maar spoedig, met vreselijke gerechtigheid en verpletterend gewicht
zal zijn wraak vallen op de overtreder. En deze arm, die opgeheven geweest is in
opstand tegen Gods wet, en de gouden koord wilde breken, die de aarde met de
hemel verbindt en de mens met God, zal verschrompelen, terwijl de overtreder
overeind staat.
Deze tong, die pochend en vol trots zal gesproken hebben tegen Gods wet, en die
het vierde gebod nietig gemaakt hebben, zal smelten in hun mond, terwijl hij nog
op zijn voeten staat. Vreselijk zal het lot zijn van dezen, die de wet van God
overtreden, en die anderen in hetzelfde hemeltergend pad leiden van opstand. Men
wees mij dan op de vleiende dingen onderwezen door sommigen van hen die Gods wet
overtraden. Mij werd een schitterend licht getoond, door God gegeven om allen te
leiden, die wilden wandelen op de weg van heil, en ook om als waarschuwing te
dienen voor de zondaars om de wraak van God te ontvluchten en toe te geven in
gehoorzaamheid aan Zijn eisen. Als dit licht bleef, was er hoop. Maar er was een
periode, dat dit licht zou ophouden. Wanneer hij die heilig is, heilig zal
blijven en als hij die vuil is vuil zal zijn voor altijd. Als Jezus zal opstaan
als Zijn werk zal geeindigd zijn in het Heilige der Heiligen, dan zal er geen
ander straal van licht toebedeeld worden aan de zondaar.
Maar Satan vleit sommigen, door zijn uitgelezen dienaars, zoals hij Eva vleide
in Eden. Gij zult voorzeker niet sterven en zegde hen er zal een tijd van
bekering zijn, een proeftijd, gedurende dewelke de besmetten kunnen gereinigd
worden. De medewerkers van Satan plaatsen dit licht in de komende tijden, en
onderwijzen de proeftijd als komende na de komst van Christus, wat de zondaar
misleidt en wat de professor met een koud hart leidt tot vleselijke veiligheid.
Hij is zonder zorg en onverschillig en wandelt struikelend over de uren van Zijn
beproeving. Het licht is gemaakt om te reiken ver in het verschiet, waar alles
totale duisternis is. MICHAEL stond op. Inplaats van barmhartigheid, voelt de
misleide zondaar wraak onvermengd met barmhartigheid. En zij worden te laat
wakker op deze fatale ontgoocheling. Dit plan was bestudeerd door Satan en wordt
uitgedragen door bedienaars, die de waarheid verdraaien in leugen. 2 Spiritual
Gifts 274 - 76.
Engels van God bezochten Adam en Eva, en vertelden hen over de val van Satan, en
waarschuwden hen op hun hoede te zijn. Zij raadden hen aan zich niet van
elkander te scheiden in hun bezigheden, want zij hadden kunnen in kontakt
gebracht worden met de gevallen vijand. Als een van hun alleen was, zouden zij
in groter gevaar zijn dan als beiden tesamen waren. De engels drukten erop, van
nauwgezet de instrukties te volgen, die God hen gegeven had, want in volmaakte
gehoorzaamheid waren zij veilig en dan kon de gevallen vijand geen macht hebben
over hen om hen te verleiden. God zou Satan niet toelaten het heilige paar te
volgen met voortdurende bekoringen. Hij kon alleen toegang hebben tot hen aan de
boom van kennis van goed en kwaad.
Eva trok zich terug van de zijde van haar echtgenoot en staarde met vermengde
nieuwsgierigheid en bewondering naar de vrucht van de verboden boom. Satan, in
de vorm van een slang, onderhield zich met Eva. De slang had geen macht tot
spreken, maar Satan gebruikte haar als een medium. Het was Satan die sprak, niet
de slang. Deze slang was een zeer schoon schepsel met vleugels; en vliegend door
de lucht was zijn gedaante schitterend gelijkend op de kleur van brandend goud.
Zij liep niet op de grond, maar ging van plaats tot plaats door de lucht, en at
fruit gelijk de mens.
46.
Eva's nieuwsgierigheid was gewekt. In
plaats van weg te vluchten van deze plaats, luisterde zij naar de slang die kon
spreken. Deze bevreemdende stem had haar moeten naar de zijde van haar
echtgenoot drijven om van hem te weten welk een andere zich zo vrij tot haar
wendde. Maar zij ging in twistgesprek met de slang. En zij zegde tot de vrouw:
"Is het ook dat God gezegd heeft: Gijlieden zult niet eten van allen boom dezes
hofs?" Hij begint zijn twistgesprek in de vorm van een vraag. Eva antwoordt:
"Van de vrucht der boomen dezes hofs zullen wij eten, maar van de vrucht des
booms, die in het midden des hofs is, heeft God gezegd: Gij zult daarvan niet
eten, noch die aanroeren, opdat gij niet sterft". De slang antwoordt: "Gijlieden
zult den dood niet sterven; maar God weet, dat tendage als gij daarvan eet, zoo
zullen uwe oogen geopend worden en gij zult als God wezen, kennende het goed en
het kwaad".
Adam werd uit deze mooie hof gedreven om de aarde te bewerken waaruit hij
genomen was. En God bewaakte de boom van leven met glinsterende zwaarden, die
langs alle zijden draaiden, opdat de mens niet zou eten ervan en zijn leven van
zonde vereeuwigen.
In nederigheid en onuitsprekelijke droefheid verlieten Adam en Eva de aangename
hof, waar zij zo gelukkig geweest waren, totdat zij het gebod van God
ongehoorzaam geworden waren. De atmosfeer was veranderd en zij was niet langer
onveranderlijk als vóór de val. God bekleedde hen met bedekkingen van huiden om
hen te beschermen tegen het gevoel van huivering en dan tegen de warmte waaraan
zij blootgesteld waren. Gans de hemel mordde tegen het feit van de
ongehoorzaamheid en de val van Adam en Eva, die de wraak van God op gans het
mensenras bracht. Zij werden afgesneden van gemeenschap met God, en werden
gedompeld in hopeloze ellende. De wet van God kon niet veranderd worden om te
voorzien in de noodzaak van de mens, want in Gods voorzienigheid kon hij nimmer
zijn kracht verliezen, of kon een klein deel van zijn eisen opgegeven worden.
De Zoon van God had medelijden met de gevallen mens. Hij wist dat de wet van de
VADER even onveranderlijk is als Hijzelf. Hij ziet slechts één weg voor de
overtreder om te ontsnappen. Hij offert zichzelf aan Zijn VADER als offer voor
de mens, om zijn schuld en zijn straf op Zich te nemen en hen te verlossen van
de dood, door te sterven in hun plaats en aldus het rantsoen te betalen. De
Vader stemde erin toe Zijn dierbare Zoon te geven om het gevallen ras te redden,
en door zijn verdiensten en tussenkomst beloofde Hij de mens opnieuw te
ontvangen in Zijn gunst, en heiligheid te herstellen aan allen die gewillig het
rantsoen aanvaarden zo met barmhartigheid geofferd en die de wet gehoorzaamden.
Voor de zaak van Zijn dierbare Zoon weerhield de Vader voor een wijle de
terdoodveroordeling en Hij vertrouwde het gevallen mensenras aan Christus toe.
3 Spiritual Gifts 36 - 47.
"De overtreding van Gods wet drong de noodzakelijkheid op voor Christus van te
sterven als slachtoffer, en aldus een weg open te maken voor de mens om de straf
te ontgaan, en opdat de wet van God zou in stand blijven. Het systeem van
offeranden ontstond om de mens nederigheid te leren, gezien de gevallen konditie
van de mens, en om hen te leiden tot bekering en tot het betrouwen hebben op God
alleen door de beloofde Verlosser, voor de vergeving van verleden overtreding
van de wet. Was de wet van God niet overtreden geweest, zou er nooit geen dood
geweest zijn en er zouden ook geen bijkomende voorschriften nodig geweest zijn
om te voorzien in de gevallen toestand van de mens.
Adam onderwees aan zijn nakomelingen de wet van God; deze wet werd overgeleverd
aan de getrouwen gedurende opeenvolgende generaties. De voortdurende overtreding
van de wet van God maakt een vloed van water noodzakelijk op de aarde. De wet
was in stand gehouden door Noah en zijn familie, die door zijn rechtvaardig
handelen door een mirakel van God gered werd in de ark. Noah leerde aan zijn
nakomelingen. de tien geboden. De Heer behoedde voor zich zelf een volk vanaf de
tijd van Adam, in wiens hart Zijn wet was.
3 Spiritual Gifts 296.
"God ging verder met het voeden van de Hebreeuwse menigte met het brood, dat uit
de hemel regende; maar zij waren hiermede niet voldaan. Hun verdorven eetlust
hunkerde naar vlees, dat God in Zijn wijsheid hen onthouden had in een grote
mate. "En het gemeene volk, dat in het midden van hen was, werd met lust
bevangen; daarom weenden ook de kinderen Israëls wederom en zeiden: Wie zal ons
vlees te eten geven? Wij gedenken aan de visschen, die wij in Egypte om niet
aten, aan de komkommers en aan de pompoenen en aan het look en aan de ajuinen en
aan de knoflook; maar nu is onze ziel dor, daar is niet met al, behalve dit
Manna voor onze ogen". Zij werden het voedsel moe, dat voor hen bereid werd door
de engelen, en dat hen vanuit de hemel gezonden werd. Zij wisten, dat het juist
dit voedsel was dat God wenste dat zij zouden nemen en dat het gezond was voor
hen en voor hun kinderen. Niettegenstaande de hardheid, die zij in de woestijn
ondervonden, was er geen enkele zwakke persoon onder al de stammen. Satan, de
oorzaak van ziekte en ellende, wendt zich tot Gods volk daar waar hij het meeste
sukses kan hebben. Hij heeft de eetlust beheerst op een grote wijze vanaf de
tijd, dat hij zijn bevinding had met Eva, door haar te leiden tot het eten van
de verboden vrucht.
4 Spiritual Gifts a 15.
Satan veroorzaakte de val van de eerste Adam, en hij beroemde er zich op bij de
engelen, dat hij zou sukses hebben met de tweede Adam, Jezus Christus, door hem
te benaderen langs de eetlust. Voor dat Jezus Christus Zijn openbaar leven
begon, zette Satan zijn reeks van bekoringen in. Hij wist, dat hij kon op een
dwaalspoor brengen door de eetlust eerder dan op gelijk welk een andere wijze.
Eva viel tengevolge van de eetlust, terwijl zij ieder soort van fruit had om
haar behoeften te voldoen. Christus droeg een lange vasten van veertig dagen en
verdroeg de grootste honger. Satan kwam tot hemmet zijn serie van bekoringen,
als hij aldus week en lijdend was, hem bekorend om een mirakel te doen voor zijn
eigen zaak, om zijn honger te voldoen en aldus een klaarblijkelijkheid te geven,
dat Hij. de Zoon van God was. "En de verzoeker tot Hem gekomen zijnde, zeide:
Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg dat deze steenen brood worden". Christus
antwoordde hem met de schriften: " Daar is geschreven: De mens zal bij brood
alleen niet leven, maar bij alle woord, dat door den mond Gods uitgaat".
47.
Christus verwijst naar Zijn Vaders wet. De
woorden van God gesproken van de Sinai zijn de voorwaarden tot leven. Als deze
woorden gehoorzaamd worden, zal de mens opnieuw vrije toegang krijgen tot de
boom van leven, waartoe onze eerste ouders alle recht verbeurd hadden door hun
ongehoorzaamheid. Hun overtreding maakte het noodzakelijk dat Christus kwam om
de gevallen mens te verzoenen met God door Zijn eigen dood". 4 Spiritual Gifts a
150.
"Deze vrouw ( die zogezegd aan de Heer gevraagd had of zij de Sabbat moest
onderhouden, en die haar geantwoord zou hebben dat zij hem niet moest houden)
bezit geen ware heiligmaking. Het was God niet, die haar zegde, dat zij kon
geheiligd worden, terwijl zij in ongehoorzaamheid leefde aan een van Zijn
uitgesproken wetten. Gods wet is heilig en geen kan haar overtreden zonder
gestraft te worden. Deze, die haar gezegd heeft, dat zij mocht voortgaan met de
wet van God te breken en zonder zonde te zijn was de prins van de machten van de
duisternis, dezelfde, die Eva in Eden vertelde, door het serpent: "Gijlieden
zult den dood niet sterven" Gen. 3 : 4. Eva vleidde zich ermede dat God te goed
was om haar te straffen voor ongehoorzaamheid aan Zijn wel bepaalde wetten.
Dezelfde sofisterij wordt gebruikt door duizenden als verontschuldiging voor hun
ongehoorzaamheid aan het vierde gebod. Deze, die de geest van Christus bezitten,
zullen al Gods geboden van God onderhouden, ongeacht de omstandigheden. De
majesteit van de hemel zegt: Ik heb de geboden Mijns Vaders bewaard". ( Joh. 15
110 ).
Adam en Eva waagden het de eisen van God te overtreden en de vreselijke gevolgen
van hun zonde zouden moeten een waarschuwing zijn voor ons om hun voorbeeld van
ongehoorzaamheid niet te volgen. Christus bad voor Zijn discipelen op de
volgende wijze: "Heilig hen in uwe waarheid: uw woord is de waarheid". Joh. 17 :
17. Er is geen ware heiligmaking, tenzij door gehoorzaamheid aan de waarheid.
Deze, die God beminnen met gans hun hart, zullen al Zijn geboden lief hebben.
Het geheiligd hart is in harmonie met de voorschriften van Gods wet; want zij
zijn heilig, juist en goed". Sanctifyed Life 67.
"Mijn boodschap tot U is: Niet langer te luisteren zonder protest naar de
verdraaiing van de waarheid. Ontmasker de pretentieuse wijsgerigheden, die, als
zij aangenomen worden, predikanten en geneesheren zal leiden tot het onwetend
zijn nopens de waarheid. Eenieder moet nu op zijn hoede zijn. God roept nu man
en vrouw op stand te houden onder de met bloed getekende banier van de Prins
Emmanuel. Ik ben er op gewezen geweest het volk in te lichten, want velen zijn
in ge vaar om theorieën en wijsgerigheden te aanvaarden die de hoofdpilaren van
ons geloof ondermijnen.
Somtijds spreken onze geneesheren voor uren, als zij moe zijn en verward en in
geen geschikte toestand
om te spreken. Medische zendelingen zouden moeten weigeren lange nachtzittingen
met besprekingen te houden. Deze nachtgesprekken zijn tijden geweest, waarop de
Satan met zijn verleidende invloed nu eens van de een dan van de andere het
geloof eens medegedeeld aan de heiligen heeft weggestolen. Briljante, fonkelende
ideeën, dikwijls uitgesproken door een geest, die beinvloed is door de grote
verleider. Deze, die luisteren en toestemmen, zullen betoverd worden, zoals Eva
het was door de woorden van de slang. Zij kunnen niet luisteren naar
filosofische speculaties en terzelvertijde het woord van de levende God klaar in
hun geest houden.
Onze geneesheren hebben een groot deel van hun leven afgelegd, omdat zij slechte
verhandelingen gezien hebben en slechte woorden hebben horen spreken en
verkeerde princiepen hebben zien volgen en dat zij niet in berisping gesproken
hebben uit vrees, dat zij zouden verworpen worden.
Ik doe beroep op dezen, die verbonden geweest zijn met deze bindende invloeden
van te breken met het juk waar zij zo lang onder gebukt gingen en te staan als
vrije mannen in Christus. Niets dan een bepaalde inspanning zal de betovering
die op hen is, breken.
Wees niet misleid; velen zullen afwijken van het geloof, gehoor gevend aan
verleidende geesten en aan leerstellingen van duivels. Wij hebben nu voor ons de
alfa van dit gevaar. De omega zal van een verbazender aard zijn. Wij moeten de
woorden instuderen, die Christus uitte in het gebed, dat Hij opdroeg juist vbór
Zijn lijden en kruisiging. "Dit heeft Jezus gesproken en Hij hief zijne oogen op
naar den hemel en zeide: Vader, de uur is gekomen, verheerlijk uwen Zoon, opdat
ook uw Zoon U verheerlijke, gelijkerwijs Gij Hem macht gegeven hebt over alle
vleesch, opdat al wat Gij Hem gegeven hebt, Hij hun het eeuwige leven geve. En
dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, den eenigen waarachtigen God en
Jezus Christus, die Gij gezonden hebt. Ik heb U verheerlijkt op de aarde, Ik heb
voleindigd het werk, dat Gij Mij gegeven hebt om te doen: en nu verheerlijk Mij,
Gij Vader, bij Uzelven met de heerlijkheid, die Ik bij U had, eer de wereld was.
Ik heb uwen naam geopenbaard den menschen, die Gij Mij uit de wereld gegeven
hebt. Zij waren uwe, en Gij hebt Mij dezelven gegeven, en zij hebben uw woord
bewaard". Joh. 17 : 1 - 6. Selected Messages 197.
"De wet van God bestond vbór de schepping van de mens of anders zou Adam niet
hebben kunnen zondigen. Na de overtreding van Adam waren de princiepen van de
wet niet veranderd, maar waren op een definitieve wijze opgesteld en uitgedrukt
om de mens te voldoen in zijn gevallen toestand. Christus, in beraadslaging met
Zijn Vader, stelde het systeem van offerdiensten in, opdat de dood, inplaats van
onmiddellijk de overtreder te overvallen, op. een slachtoffer zou overgeplaatst
worden, dat de grote en volmaakte offerande van de Zoon van God zou vooraf
schaduwen
Had Adam de wet van God niet moeten overtreden zou de ceremoniele wet nooit
moeten ingesteld worden. Het evangelie van het goede nieuws was eerst aan Adam
gegeven in de verklaring aan hem gegeven, dat het zaad van de vrouw de kop van
de slang zou verpletteren; en het werd overgeleverd door opeenvolgende
generaties tot Noah, Abraham en Mozes. De kennis van Gods wet en het plan van
verlossing werd aan Adam en Eva door Christus zelf medegedeeld. Zij bewaarden
zorgvuldig de belangrijke les en plantten deze over door woord en mond aan hun
kinderen en kinds kinderen. Aldus was de kennis van Gods wet beveiligd". 1 Sel.
Mess. 230.
"Ik werd ondervraagd in verband met de wet in de Galaten-brief. Welke wet is de
tuchtmeester om ons tot Christus te brengen? Ik antwoord: Beiden, de ceremoniele
en de morele code van de tien geboden.
48.
Christus was de grondslag van de ganse
joodse bedeling. De dood van Abel was als gevolg van Cains weigering om Gods
plan te aanvaarden, dat bevat is in de school van gehoorzaamheid aan het
princiep van het verlost te zijn door het bloed van Jezus Christus,
voorafgebeeld door de offerdiensten, die verwijzen naar Christus. Kain weigerde
bloedstorting, die het bloed van Christus voorstelde, dat moest vloeien voor de
verlossing van de wereld. Deze ganse ceremonie werd voorbereid door God en
Christus werd het symbool van het ganse systeem. Dit is het begin van Zijn werk
als de tuchtmeester, om zondige menselijke wezens te brengen tot een in acht
nemen van Christus,' De Grondslag van de ganse joodse bedeling.
Allen, die dienst verrichten in verband
met het heiligdom, werden bestendig onderwezen in verband met de tussenkomst van
Christus ten behoeve van de mens. Deze dienst was bestemd om in ieders hart de
liefde te scheppen voor de wet van God, die de wet is van Zijn koninkrijk. De
offerdiensten moesten een aanschouwingsonderwijs zijn die de liefde van God
aantonen geopenbaard in Christus - in het lijdend, stervend slachtoffer, dat op
Zich de zonde nam waaraan de mens schuldig was, zodat het onschuldig wezen zonde
gemaakt werd voor ons.
Bij het mediteren van dit groot thema van
verlossing, zien wij Christus'werk. Niet alleen de beloofde gaven van de Heilige
Geest, maar ook de natuur en het karakter van deze offerande en tussenkomst zijn
onderwerpen, die in ons hart verheven, heilige, hoge ideeën van de wet van God
scheppen, die zijn eisen behoudt op ieder menselijk wezen. De overtreding van de
wet door de kleine daad van het eten van de verboden vrucht, bracht over de mens
en over de aarde de gevolgen van de ongehoorzaamheid aan de heilige wet van God.
De aard van de tussenkomst zal de mens altijd bevreesd maken van de kleinste
handeling te doen in ongehoorzaamheid aan de eisen van God.
Er zou moeten een klaar begrijpen zijn van wat zonde uitmaakt, en wij zouden
moeten het geringste naderen tot het overstappen van de grenzen, die
gehoorzaamheid scheiden van ongehoorzaamheid, vermijden.
God zou willen, dat ieder lid van Zijn schepping het groot werk van de oneindige
God zou willen, dat ieder lid van Zijn schepping het groot werk van de oneindige
Zoon in het geven van Zijn leven voor de redding van de wereld zou begrijpen.
"Ziet, hoe groote liefde ons de Vader
gegeven heeft, namelijk dat wij kinderen Gods genaamd zouden worden. Daarom kent
ons de wereld niet, omdat zij Hem niet kent". ( 1 Joh. 3 : 1 )
Wanneer hij in Christus de belichaming ziet van oneindige en niet
geinteresseerde liefde en welwillendheid, ontwaakt er in het hart van de zondaar
een dankbare geschiktheid tot het volgen, daar waar Christus trekt. "De wet is
onze tuchtmeester geweest tot Christus, opdat wij uit het geloof zouden
gerechtvaardigd worden" ( Gal. 3 : 24) In dit geschrift spreekt de Heilige Geest
door de apostel vooral van de morele wet. De wet openbaart ons zonde, en
veroorzaakt dat wij nood voelen aan Christus en dat wij tot Hem onze toevlucht
nemen voor vergeving en vrede door het beoefenen van berouw tegenover God en
geloof tegenover onze Heer Jezus Christus.
Een onwilligheid in het opgeven van
vooropgezette meningen en het aanvaarden van deze waarheden, liggen voor een
groot deel aan de grondslag van de tegenkanting, geopenbaard te Mineapolis tegen
de boodschap van de Heer door de Broeders ( E. J. ) Waggoner en ( A. T. ) Jones.
Door deze tegenkanting aan te wakkeren slaagde Satan er in voor een groot deel
de speciale macht van de Heilige Geest, die God verlangde aan hen mede te delen,
van ons volk weg te trekken. De vijand verhinderde hen deze geschiktheid te
ontvangen die de hunne had kunnen zijn om de waarheid aan de wereld uit te
dragen, zoals de apostels deze verkondigden na de Pinksterdagen. Het licht, dat
de ganse aarde met zijn glorie moest verlichten, was tegengewerkt en door de
aktie van onze eigen broeders voor een groot deel weggetrokken van de wereld. De
wet van de tien geboden moet niet zozeer gezien worden van haar verbiedende
zijde als van haar genade zijde. Haar verbiedende elementen zijn de zekere
garantie van geluk in gehoorzaamheid. Als zij ontvangen worden in Christus,
werken zij in ons de reinheid van karakter, wat vreugde in ons zal brengen door
de eeuwen heen. Voor deze die eraan gehoorzaam is betekenen zij een muur van
bescherming. Wij aanschouwen in hen de goedheid van God, Die, door de
onveranderlijke princiepen van gerechtigheid aan de mens openbaar te maken,
zoekt de mens te harnassen tegen de kwade gevolgen, die voortvloeien uit de
overtreding.
Wij moeten God niet aanzien alsof Hij aan 't wachten was om de zondaar te
straffen voor zijn zonde. De zondaar brengt zelf de straf op hem. Zijn eigen
handelingen zetten een reeks van omstandigheden in, die zeker het resultaat
verwekken. Iedere handeling van overtreding heeft zijn invloed op de zondaar,
werkt in hem een verandering van karakter, en maakt het voor hem des te
gemakkelijker opnieuw te overtreden. Door de zonde te kiezen, scheidt de mens
zich af van het kanaal van zegeningen, en de zekere uitslag is verval en dood.
De wet is de uitdrukking van Gods idee. Als wij haar ontvangen in Christus,
wordt zij onze idee. Zij verheft ons boven de macht van natuurlijke begeerten en
neigingen, boven verleidingen, die leiden tot zonde. "Die uwe wet beminnen,
hebben grooten vrede en zij hebben geenen aanstoot". ( Ps. 119 : 165) - en niets
zal hen aanstoot geven om te struikelen.
Er is geen vrede in ongerechtigheid; de kwaden zijn in oorlog met God. Maar hij,
die de gerechtigheid van de wet in Christus ontvangt is in harmonie met de
hemel. "De goedertierenheid en de waarheid zullen elkander ontmoeten, de
gerechtigheid en vrede zullen elkander kussen". Ps. 85 : 10 ). De grootste
moeilijkheid, die Paulus te ontmoeten had, kwam voort uit de invloed van
Judaizerende leeraars. Deze veroorzaakten hem veel last door dat zij oneenigheid
veroorzaakten in de kerk van Corinthe. Zij stelden voortdurend de kracht voor
van de ceremonien van de wet, door deze ceremonien te verheffen boven het
evangelie van Christus, en door Paulus te veroordelen omdat hij deze niet
verplichtte aan nieuw bekeerden.
Paulus bestreed hen op hun eigen terrein. "En indien de bediening des doods, in
letters bestaande en in steenen ingedrukt, in heerlijkheid is geweest, alzoo dat
de kinderen Israëls het aangezicht van Mozes niet konden sterk aanzien om de
heerlijkheid zijn aangezichts, die teniet gedaan zou worden, hoe zal niet
veel meer de bediening des Geestes in
heerlijkheid zijn!
49.
Want indien de bediening der verdoemenis
heerlijkheid geweest is, veel meer is de bediening der rechtvaardigheid
overvloedig in heerlijkheid". ( 2 Cor. 3 : 7 - 9 )
De wet van God, gesproken in eerbiedwaardige grootheid van de Sinai, is de
uitdrukking van veroordeling voor de zondaar. Het behoort tot het gebied van de
wet van te veroordelen, maar er is geen macht tot vergeving of tot verlossing.
Zij wordt opgelegd om te leven; deze, die in harmonie leven met haar
voorschriften zullen de beloning ontvangen van gehoorzaamheid. Maar zij brengt
slavernij en dood van dezen, die onder haar veroordeling blijven.
Zo heilig en heerlijk is de wet, dat als Mozes terugkeerde van de heilige berg,
waar hij met God verbleven had, van hem de stenen tafels in ontvangst genomen
hebbende, dat zijn aangezicht de heerlijkheid weerkaatste waarop het volk niet
kon zien zonder zich pijn te doen en Mozes was verplicht zijn aangezicht te
bedekken met een deksel.
De heerlijkheid die scheen op het aangezicht van Mozes was een weerspiegeling
van de gerechtigheid van Christus in de wet. De wet op zichzelf kan geen
heerlijkheid bezitten, alleen dat in haar Christus is belichaamd. Zij heeft geen
kracht tot redding. Zij is glansloos tenzij als in haar Christus is
vertegenwoordigd als zijnde vol van gerechtigheid en waarheid.
De typen en de schaduwen van de offerdienst, met de profetien, gaven aan de
Israëlieten een bedekt, onduidelijk beeld van de barmhartigheid en de genade,
die moest gebracht worden aan de wereld door de openbaring van Christus. Aan
Mozes werd de betekenis ontvouwd van de typen en de schaduwen, die verwezen naar
Christus. Hij zag de uitslag van dat, wat moest weggedaan worden, bij de dood
van Christus, het type ontmoette het antitype. Hij zag dat alleen door Christus
de mens de morele wet kon onderhouden. Door overtreding van de wet bracht de
mens de zonde in de wereld en met de zonde kwam de dood. Christus werd de
verzoening voor de zonde van de mens. Hij bood Zijn volmaaktheid aan in plaats
van de zondigheid van de mens. Hij trok op zichzelf de vloek van de
ongehoorzaamheid. De offeranden en de offers wezen naar het offer, dat Hij moest
volbrengen. Het geslachte lam was een type van het Lam, dat de zonden der wereld
moest wegnemen.
Het was het zien van het doel van dat wat moest weggedaan worden, ziende
Christus als geopenbaard in de wet, dat het aangezicht van Mozes verlichtte. De
bediening van de wet, geschreven en gegrift in steen, was een bediening van de
dood. Zonder Christus was de overtreder onder zijn vloek gelaten, zonder hoop op
vergeving. De bediening had op zichzelf geen heerlijkheid, maar de beloofde
Redder, geopenbaard in de typen en schaduwen van de ceremoniele wet, maakt dat
de morele wet verheerlijkt wordt. Paulus wenst dat zijn broeders zouden zien,
dat de grote heerlijkh |