2 Timoteüs 3:1-5
•liefdeloos, trouweloos, lasteraars, onmatig, onhandelbaar, afkerig van het goede,
•
•4verraderlijk, roekeloos, opgeblazen, met meer liefde voor genot dan voor God,
•
•5die met een schijn van godsvrucht de kracht daarvan verloochend hebben; houd ook dezen op een afstand .