•28Want niet híj is
een Jood, die het uiterlijk is, en niet
dát is besnijdenis, wat uiterlijk, aan het vlees, geschiedt,
•29maar híj is een
Jood, die het in het verborgen is, en de
(ware) besnijdenis is die van het hart, naar de Geest, niet naar de letter. Dan komt zijn lof niet van mensen, maar van God.