|
|
||
| You are home- www.agp-internet.com/react- sermonroom Nederlands (overdenkingen & Bijbelstudies) | ||
|
. Clifford Goldstein The Pythagoras Factor Ongeveer 5 eeuwen voor Christus leefde er een Griekse mysticus en wiskundige genaamd Pythagoras, die zijn eigen kerkgemeenschap oprichtte. Pythagoranen geloofden, onder andere, in de transmigratie van zielen na de dood. Ze waren strikte vegetariërs die zelfs geen bonen wilden eten. Ze geloofden dat getrouwde stellen alleen met elkaar naar bed mochten gaan in de winter. De volgelingen van Pythagoras trokken altijd hun rechtersandaal eerst aan voor de linker en dat ze nooit het eten mochten eten wat van de tafel afviel. De basis van hun geloofsleven is samen te vatten in deze uitspraak "Alles is een getal". Voor Pythagoranen was realiteit - van muzikale noten, tot de beweging van sterren - terug te brengen tot een simpel ratio uitgedrukt in een simpele basisformule van a/b (a en b betekent mooie, nette integere getallen als 1, 2, 4, 50 enzovoort). Desondanks is de theologische fundatie van Pythagaronisme in elkaar gestort om dat ontdekt werd, dat er ook irrationele getallen waren, die niet uitgedrukt kunnen worden als ratio's met slechts integere getallen. Een voorbeeld is de wortel van 2, die het volgende uitkomst geeft 1.4142135623730350488016887240969807856967187536948073176... en verder, zonder zichzelf te herhalen. Om het nog ingewikkelder te maken, verreweg van een abstracte wiskundige concept zonder eind. Irrationele getallen en berekeningen kwam men tegen in de meest logische en voor de hand liggende structuren in de natuur, inclusief vierkanten en cirkels. Met hun theologische inzichten danig verstoord, werden Pythagoranen ertoe aangezet om de uitkomst (c.q. de waarheid) over irrationele getallen geheim te houden, ze moesten hiervoor een eed afleggen.. Iedereen die deze eed verbrak werd uit de genootschap gezegd of (volgens de legende) kon men nog veel ergere maatregelen verwachten. Ik gebruik de Pythagoranen (hoe slecht het voorbeeld wel niet kan zijn) om een punt duidelijk te maken over het recht van een religie om de kaders van haar geloof te bepalen. Het maakt dan niet uit wat die kaders zijn, of ze rationeel - "goed" zijn of (zo als bij de Pythagoranen) "slecht". Een kerk, welke kerk dan ook, moet zichzelf definiëren, zijn doelen en kaders bepalen. Wat de kerk is, waar de kerk in gelooft, waar de kerk voor staat. Door zo te handelen is het per definitie ook aan het verklaren wat zij niet is, waar ze niet in gelooft, en waar het niet voor staat. De moeilijke vraag is: Hoe veel afwijkingen van de definitie staat een kerk of religie zichzelf toe, voordat het haar eigen identiteit verliest? Moet, als een voorbeeld, een persoon worden toegelaten in het pastoraat van de Zevende-dags Adventisten, of op een Adventistische opleiding die niet gelooft in God? Of wie het Messiasschap van Jezus Christus verwerpt? Of wie niet gelooft dat Jezus opgestaan is uit de dood? Of zelfs een Satanist is uit hart en nieren? Zelfs de meest "tolerante' onder ons zullen het niet toestaan dat wie-dan-ook met deze gezichtspunten op de kansel zou staan of voor de klassen van onze studenten. Natuurlijk, wanneer we erin toestemmen dat een Satanist, niet een Adventistische theoloog, leraar of predikant mag zijn, dan stemmen wij er ook in dat de kerk het recht heeft om haar kansels en klaslokalen te verbieden voor degene die niet passen binnen de theologische kaders die de adventkerk zelf stelt. Maar ik moet toegeven, Satanisten en Atheïsten zijn makkelijke voorbeelden. Wat doen we met iemand die niet gelooft in de ‘letterlijke' zesdaagse schepping? Of iemand die leert dat het boek van Daniel was geschreven in de tweede eeuw voor Christus, in plaats van de zesde eeuw voor Christus? Moeten wij iemand toestaan op een theologische faculteit die alleen 24 van de 27 fundamentele geloofspunten van de Adventkerk accepteert? Of misschien alleen maar 16 of 12 of 3? Waar is het punt dat wij de grens trekken, want er moet ergens toch een punt zijn waar wij een krijtstreep in het zand trekken (vergeet niet een van de fundamentele geloofspunten is het geloof in God zelf!) Door het definiëren van de kaders van ons geloofsbeleving, maakt de kerk automatisch duidelijk dat kerk mensen niet toelaat die niet aan de kaders kunnen voldoen. Door te verkondigen dan Jezus de Messias is, is per definitie een verklaring dat een iedereen die niet eens is met het standpunt dat Jezus de Messias, automatisch buiten de grenzen valt. Om te geloven dat God de aarde heeft geschapen in zes letterlijke dagen van 24 uur betekent dat hij of zij tegen alle andere vertolkingen van het scheppings- en/of evolutietheorie is. Weer, welke Adventist zal tolereren dat een Satanist op een van onze kansels zou staan te preken over naakt dansen in het licht van de maan of zwarte magie gebruikt tijdens de dienst op Sabbat! Maar wat doen wij met iemand die niet gelooft dat het boek Daniel werd geschreven in de zesde eeuw voor Christus geboorte? Of iemand die niet gelooft in het onderzoekend oordeel van 1844? Het is voor mij moeilijk te begrijpen dat iemand die deze leerstellingen verwerpt zelfs een Adventist wilt zijn, laat staan zelfs wilt preken of lesgeven onder onze leden en studenten. Maar de vraag is niet of mensen met afwijkende meningen het wel zouden willen; de vraag is juist, moeten wij ze wel toestaan (d.w.z. onder ons preken en leren)? Onze leiders en bestuurders moeten niet alleen de kaders stellen van onze geloofspunten, ze hebben het recht - nee zelfs de plicht - om er op toe te zien. Om maar ook iets anders
voor te stellen, is eigenlijk... irrationeel. Clifford Goldstein is de redacteur van het Engelstalige editie van de dagelijkse volwassenen Sabbat school lesboek.
|
|
|
![]()