You are - home - agp news - Nederlands Index
 

 

 

 

Kritiek op Nieuwe Bijbelvertaling

van onze redactie kerk

APELDOORN - De Nieuwe Bijbelvertaling botst met gereformeerde vertaalprincipes, vindt dr. M.J. Paul. Er is te weinig in voetnoten weergegeven dat soms een andere vertaling mogelijk is.

Paul somde gisteren in Apeldoorn tijdens een symposium van het Nederlands Bijbelgenootschap over 'bijbelvertalen voor gereformeerd Nederland' een aantal kenmerken op van de gereformeerde vertaaltraditie. Hij destilleerde deze principes uit de opdracht die de Dordtse Synode formuleerde voor de vertalers van de Statenvertaling.

Een daarvan is dat de vertalers rekenschap afleggen van hun keuzes en aangeven welke andere vertaalmogelijkheden er zijn. Paul kritiseerde vanwege de eenzijdigheid de vertaling 'duld geen andere goden naast mij' in Exodus 20:6 en Deuteronomium 5:9. Afgezien van welke keuze is gemaakt, is volgens Paul duidelijk dat ,,de interpretatie van de vertalers een grote rol speelt. In zo'n geval is de vermelding van een alternatief en een verduidelijking zeer gewenst.''

Waarom zijn er niet vaker voetnoten geplaatst?, vroeg de vrijgemaakt-gereformeerde emeritus-hoogleraar prof.drs. J. Meijer. ,,Wij wilden de lezer niet opzadelen met het werk dat de bijbelvertaler diende te doen'', antwoordde drs. R.A. Scholma, projectmanager van de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV). De oplossing van een vertaalprobleem moest in de tekst verwerkt worden. Maar meer voetnoten plaatsen, had inderdaad gekund, gaf hij toe.

Onder de gereformeerde vertaalprincipes schaarde Paul - oudtestamenticus van de Christelijke Hogeschool Ede en predikant van de Protestantse Kerk in Nederland - ook dat vertalers zowel ,,geleerd als vroom en rechtzinnig'' dienden te zijn. Daar wijkt de Nieuwe Bijbelvertaling vanaf. De deskundigheid van de vertalers staat voorop. Is een wedergeboren vertaler beter?, vroeg een van de aanwezigen. Dat wilde Paul niet beweren. ,,De Dordtse Synode maakte geen tegenstelling tussen geloof en wetenschap.'' De Statenvertalers waren wel geestverwanten, terwijl dat bij de vertalers van de Nieuwe Bijbelvertaling niet het geval is.

Naarmate een vertaler meer met een boek heeft, komt er een betere vertaling, vond dr. G. van den Brink, docent dogmatiek aan de Universiteit Leiden namens de Protestantse Kerk. Maar het is volgens hem onmogelijk criteria vast te stellen om te toetsen of iemand genoeg 'vroomheid' bezit om de Bijbel te kunnen vertalen. ,,Een bekende argumentatie in bevindelijk-gereformeerde kringen is dat de Statenvertalers dankzij hun vroomheid zo geestverwant waren met de bedoelingen van de Bijbel, dat ze een vertaling maakten die qua kwaliteit niet of nauwelijks te evenaren is. Daarbij wordt doorgaans echter niet aangegeven op welke concrete punten de vroomheid van de Statenvertalers precies geholpen heeft om de betekenis van het Grieks en Hebreeuws van de bijbeltekst beter te verstaan.''

Een principieel verschil tussen de Statenvertaling en de Nieuwe Bijbelvertaling is dat de vertalers uitgingen van goddelijke inspiratie en eenheid van de Schrift, aldus Paul. ,,Die visie komt bij de Statenvertaling tot uiting in de onderlinge afstemming van bijbelgedeelten.''

Bij de Nieuwe Bijbelvertaling is die eenheid er niet, concludeerde Van den Brink. Als er onduidelijkheid is over de mogelijke vertaling, kiezen christelijke bijbelvertalers voor de kerkelijke traditie en dus voor eenheid tussen de bijbelboeken. ,,Wanneer men Marcus met evenveel recht in lijn met Paulus kan vertalen als geheel eigensoortig en mogelijk zelfs onverenigbaar met Paulus, dan zal men voor het eerste kiezen.''

Bij de Nieuwe Bijbelvertaling is volgens Van den Brink in gevallen dat de vertalers er niet uitkwamen, de ene keer de christelijke vertaaltraditie gevolgd en de andere keer niet. ,,Vermoedelijk is hier dus niet of nauwelijks van een bepaald eenduidig beleid sprake geweest.'' Daarom heeft Van den Brink zijn hoop gesteld op de Herziene Statenvertaling waaraan momenteel wordt gewerkt.

Paul kwam tot dezelfde conclusie. Omdat de Nieuwe Bijbelvertaling op verschillende punten afwijkt van de gereformeerde vertaaltraditie betwijfelde hij of deze vertaling geschikt is voor de gereformeerde gezindte.

Prof.dr. P.H.R. van Houwelingen, nieuwtestamenticus van de vrijgemaakt-gereformeerde Theologische Universiteit in Kampen, ging niet die kant op, maar riep op tot herziening van de Nieuwe Bijbelvertaling. Hij vergeleek 1 Johannes 1 in de Nieuwe Bijbelvertaling met de Herziene Statenvertaling en de Naardense Bijbel. De laatste vertaling, gemaakt door dominee Pieter Oussoren, kreeg van hem de meeste kritiek. Maar sommige passages uit de Naardense Bijbel of de Herziene Statenvertaling waren volgens hem beter vertaald dan in de Nieuwe Bijbelvertaling. ,,Dus mijn conclusie luidt: op naar de revisie van de Nieuwe Bijbelvertaling.''

Ds. J. Groenleer, christelijk-gereformeerd predikant uit Woerden, wilde niet zozeer theologen en vertaaldeskundigen aan het werk zetten, maar kerkmusici. De Nieuwe Bijbelvertaling vormt volgens hem een uitdaging voor de gereformeerde liturgische traditie. Een opdracht aan kerkmusici om de psalmen uit de NBV voor de gemeente zingbaar te maken, zou ,,werkelijk een nieuwe fase betekenen in de geschiedenis van de gereformeerde liturgische traditie''.

De vraag is of gereformeerden bereid zijn psalmen in de eredienst onberijmd te zingen. Daar zijn de NBV-psalmen wel geschikt voor, aldus Groenleer. Hij stond daar positief tegenover, want ,,alleen de Schrift is bron en norm voor geloof en leven''. Een berijming betekent een ,,reductie in vergelijking met de oorspronkelijke bijbeltekst''.

Door onberijmde psalmen te zingen zal de liturgie gevarieerder worden. Dat kan iets wegnemen van ,,de kritiek dat de gereformeerde liturgie vaak zo saai is'', zei Groenleer. Bovendien zal onberijmd zingen ,,de verbondenheid met Israël meer tot uitdrukking brengen''.
Bron: http://www.nd.nl/newsite/artikel.asp?id=71487

 

<1>