You are - home - agp news - Nederlands Index

'Geloof is in, kerk is uit'

VENLO - Geloof is in, de kerk is uit. Dat is de voornaamste conclusie van een representatieve enquête van marketingbureau Pasa, die de geloofsbeleving van Limburgers peilde. Van alle Limburgers noemt 75 procent zichzelf 'gelovig'. Bij een enquête in 1989 was dat weliswaar nog 86 procent, maar in 1993 was dat percentage al gedaald tot 76 en daarna is het stabiel gebleven.

Het aantal 'kerkelijken' - gelovigen die meer dan één keer per maand de (meestal rooms katholieke) kerk bezoeken - is daarentegen fors gekelderd, van 51 procent in 1989 naar een schamele 19 procent nu. Veruit de meeste Limburgers komen alleen nog in de kerk bij speciale gelegenheden, en 11 procent komt er helemaal niet (meer). Bovendien: liefst 55 procent van de Limburgers zegt weinig tot geen waarde te hechten aan de kerk als instituut en organisatie.

"Geloof en kerk drijven niet op uitkomsten van enquêtes, maar op een overtuigde band van gelovigen met Christus'', laat bisschop F. Wiertz van Roermond in een eerste reactie weten. "Anderzijds is het niet irrelevant hoe mensen uit verschillende generaties geloven, en hoe ze aankijken tegen de kerk en tegen wat de kerk verkondigt.''

Er zijn inderdaad nogal wat verschillen tussen de generaties. Bij de 65-plussers staan geloof en kerk nog steeds in zeer hoog aanzien: 93 procent noemt zich gelovig, 74 procent is regelmatige (een keer per maand of meer) kerkganger, en 61 procent hecht veel tot zeer veel waarde aan de kerk als instituut.

Bijna diametraal daar tegenover staat de generatie van 18- tot 24-jarigen, van wie (toch nog) 58 procent zich gelovig noemt, 91 procent zelden of nooit een kerk van binnen ziet, en 74 procent aan de kerk als instituut weinig tot geen waarde toedicht.

Vooral in de groep Limburgers van 25 tot 34 jaar - de generatie die geboren is net ní de roerige jaren '60 - lijkt er sprake te zijn van een opleving in de geloofsbeleving.

Die generatie is geloviger, gaat vaker naar de kerk, en hecht ook iets meer waarde aan de kerk dan de generatie daarvoor (de groep van 35 tot en met 49 jaar), die opgroeide met het 'vrijheid-blijheid' van de jaren '60.

De verschillen zijn niet erg groot, maar ze zijn er wel. Van de 25/34-jarigen noemt bijvoorbeeld 76 procent zich gelovig, tegen 65 procent van de 35/49-jarigen. Bisschop Frans Wiertz noemt het 'interessant' dat volgens de enquête de betrokkenheid van jongeren en jonge gezinnen bij de kerk toeneemt. "Maar na twaalf jaar ervaring met vormseldiensten sta ik daar niet van te kijken. Ik maak elke week een of meer vormselvieringen mee. De kerk zit dan steevast voor driekwart of meer vol, en ik ontmoet iedere keer opnieuw juist bij deze leeftijdscategorieën - jongeren en jonge gezinnen - grote openheid en betrokkenheid.''

Is die toegenomen betrokkenheid van met name de groep 25/34-jarigen bij kerk en geloof te verklaren? Voor een deel wel. Het verschijnsel is bekend van meerdere enquêtes naar de geloofsbeleving. In het algemeen gaan deskundigen ervan uit dat als de jeugd eenmaal haar wilde haren verloren heeft, en langzaam maar zeker kiest voor een vaste baan en een gezin, ook 'het hogere' weer wat meer aandacht krijgt.

Ook wordt wel gezegd dat jongeren die net na de jaren '60 geboren zijn, zich nogal eens tot het geloof wenden om zich af te zetten tegen de generatie van hun ouders, die zich in de jaren '60 juist massaal van geloof en kerk afkeerde.

Is de generatie van 25/34-jarige Limburgers op zoek naar 'vastigheid', naar de normen en waarden van de kerk die door voorgaande generaties voor een groot deel zijn losgelaten? En dus in geloofsopzicht ook behoudender? In de enquête is er niet specifiek naar gevraagd, maar de antwoorden leveren wel wat aanwijzingen in die richting op.

Zo vindt liefst 52 procent van de 25/34-jarigen dat de nieuwe paus het versterken van de traditionele katholieke waarden hoog op zijn actielijst zou moeten zetten. Dat is een aanzienlijk hoger percentage dan in alle andere leeftijdscategorieën, met uitzondering van de 65-plussers. Hetzelfde geldt voor de uitbreiding van de macht van de katholieke kerk ten opzichte van andere geloven.

Slechts 12 procent van de Limburgers vindt dat de nieuwe paus zich daar nadrukkelijk mee bezig zou moeten houden. Uitschieters: 19 procent van de 65-plussers is die mening toegedaan, en 16 procent van de 25/34-jarigen.
Bron: Nederlands Dagblad

<1>