|
De lijdensweg van
christenen in Iran
door Arthur Blok
TEHERAN - De Iraanse parlementsverkiezingen zijn achter de rug. Na een
zevenjarig experiment het land te hervormen gaan de conservatieven en streng
religieuzen de komende vier jaar de lakens uitdelen. Reden genoeg voor dr.
Joussef Abbas - één van de drie christenen in het parlement - om de politiek
voor gezien te houden: ,,Het is zinloos om met deze mensen het land te
besturen.''
Het is 's ochtends vijf voor tien. Er beieren kerkklokken, toch is er geen kerk
te zien. Een paar gesluierde meisjes slenteren met een Bijbel onder de arm
richting de Armeense wijk van Teheran. Voor de christenen in Iran is het zondag.
Het plein voor de Sarkis-kathedraal stroomt vol. Alle vrouwen en meisjes dragen
een hoofddoek en een gewaad dat het lichaam grotendeels bedekt. Als christenen
in Iran zijn ze verplicht zich aan te passen aan de islamitische wetgeving: de
sjaria.
Vrijwel elke grote stad in Iran heeft een kerk. Toch zijn ze moeilijk te vinden.
Ze staan op geen enkele plattegrond. De bouwwerken zijn aan het oog van
voorbijgangers onttrokken door hoge muren.
In Iran wonen naar schatting twee miljoen christenen. Ongeveer de helft van hen
is van Armeense afkomst en heeft een orthodoxe Armeens apostolische achtergrond.
De rest is, kerkelijk gezien, protestants, katholiek of Anglicaans.
De kerk is afgeladen vol. Bij de dienst worden de grote ijzeren hekken buiten,
en de houten binnendeuren gesloten. De dames doen de hoofddoek af. Na afloop van
de dienst verlaat men vluchtig het terrein. De hoofddoeken zijn terug op hun
plaats. Waarom? ,,Wij gehoorzamen de regels van het land'' is het vluchtige
excuus.
Christenen in Iran leven in angst leven en worden dagelijks gediscrimineerd. Het
islamitisch recht werkt altijd in hun nadeel. Een afkeurend woord over de islam
is genoeg om achter de tralies te verdwijnen. ,,Bij elke dienst zit wel een
geheime agent, alles wordt gecontroleerd'', beaamt een priester die hoe dan ook
anoniem wil blijven.
De christenen zijn wel een officieel door de staat erkende minderheid. Derhalve
hebben zij recht op drie vertegenwoordigers in het parlement. Eén van hen was
dr. Abbas. Hij heeft 'weinig toe te voegen' aan de verkiezingsuitslag. ,,De
hervormers zijn door de geestelijken het parlement uit geschopt.'' Volgens hem
is het 'onmogelijk' om met de conservatieven, die meer dan 75 procent van de
parlementszetels hebben gewonnen, de christelijke belangen te behartigen.
,,Ik heb de hoop dat er in dit land iets verandert opgegeven'', verzucht hij.
,,Na zeven jaar van hard werken zijn we weer terug bij af.'' Of dat ook voor het
dagelijks leven van een christen in het islamitische Iran geldt, wil Abbas niet
zeggen. Na een lange stilte en een diepe zucht: ,,Daar kan ik echt niet op
antwoorden.''
Bron: Nederlands Dagblad 1 maart 2004.
|