You are - home - agp news - Nederlands Index

Jongbloed gaat steunkleur in Bijbels toepassen

HEERENVEEN - Het grafisch bedrijf Jongbloed, bekend om zijn hoogwaardige kwaliteit Bijbels, liedboeken en Nieuwe Testamenten, investeert 1 miljoen euro om zijn marktpositie verder uit te bouwen. De uitbreiding betreft een tweede drukunit, die het mogelijk maakt met een steunkleur te gaan werken.

Met deze investering is Jongbloed het enige bedrijf in de wereld met de mogelijkheid tweekleurendruk toe te passen op 22 grams (dundruk)papier.
Een Bijbel bestaat gemiddeld uit ruim 1400 pagina's tekst. Tekstgedeelten, inleidingen, kopjes boven bijbelgedeelten of voetnoten in bijvoorbeeld een rode steunkleur resulteren in een nog beter leesbaar product voor de gebruiker. Ook kan een steunkleur op diverse manieren worden toegepast in de lay-out, waardoor bijbelproducten frisser ogen.
Het grafisch bedrijf is wereldwijd marktleider in het verwerken van uiterst dunne papiersoorten. Hiervan zijn Bijbels, Nieuwe Testamenten en kerkboeken de belangrijkste producten. Circa 80 procent van deze producten wordt wereldwijd naar ruim zestig landen geëxporteerd. Dat zijn voornamelijk landen binnen Europa en Rusland, maar ook bijvoorbeeld de Verenigde Staten, China, Zuid-Afrika en Egypte.
Bron: Reformatorsch Dagblad


'Andere oorsprong Marcusevangelie'


LEIDEN - Het Marcusevangelie, het oudst bekende geschrift over het leven van Jezus, is niet geschreven door een volgeling van Petrus in Rome. Dat zegt de theologe drs. H.N. Roskam in haar proefschrift.

Volgens haar is het evangelie geschreven voor een christelijke gemeente in Galilea als een reactie op de vervolging van Galilese christenen door lokale joodse en Romeinse overheden.

Roskam is gisteren aan de Universiteit Leiden gepromoveerd bij de nieuwtestamenticus prof. dr. H.J. de Jonge. De wijze waarop de schrijver van het Marcusevangelie Jezus portretteert, is volgens Roskam vooral bedoeld om de reden voor die vervolging te ontkrachten, namelijk het idee dat christenen door de Romeinen als gevaar voor de openbare orde konden worden gezien.

Tot dusver werd in seculiere wetenschappelijke aangenomen dat het evangelie van Marcus in de jaren '60 van de eerste eeuw geschreven was als resumé van de prediking van de apostel Petrus. Deze traditie baseert zich op één bron, een passage over het Marcusevangelie van Papias van Hiërapolis (ongeveer 135 na Christus). Die passage kan volgens Roskam niet als een betrouwbare bron worden beschouwd.

Op basis van gegevens uit het Marcusevangelie zelf concludeert Roskam dat de beoogde lezers van het Marcusevangelie in de jaren '70 van de eerste eeuw onder (de dreiging van) vervolgingen wegens hun christelijke overtuiging leefden. Leidinggevende joden werkten soms, uit angst voor represailles, samen met de Romeinen als ze niet in staat waren de onruststokers in toom te houden.

In de ogen van de leidinggevende joden behoorden christenen tot een potentieel opstandige groep, die gewelddadig ingrijpen van de kant van de Romeinen kon uitlokken. Het feit dat de christenen beleden de volgelingen te zijn van iemand die zij Christus noemden en die door kruisiging om het leven was gekomen, kon op buitenstaanders de indruk wekken dat zij aanhangers waren van een politieke, anti-Romeinse rebel en dat zij uitzagen naar de stichting van een onafhankelijke joodse staat.

Marcus probeert in zijn evangelie de titel Christus, die in de joodse traditie gebruikt werd voor een toekomstige, ideale koning van Israël, te ontdoen van zijn politieke aspecten. Verder presenteert hij Jezus' kruisiging, een straf voor zware misdaden, zodanig dat Jezus niet langer als onruststoker kan worden gekenschetst.

De centrale boodschap van het Marcusevangelie is volgens Roskam dat Jezus, hoewel hij door zijn volgelingen de Christus werd genoemd en door kruisiging om het leven is gekomen, geen politieke rebel was. De promovenda karakteriseert dit evangelie als een apologetisch werk in biografische vorm.

Roskam, geboren in 1970 in Alblasserdam, studeerde klassieke talen en theologie in Leiden. Zij was tot augustus 2003 assistent in opleiding aan de faculteit der godgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Sindsdien werkt zij aan de theologische faculteit van de Rijksuniversiteit Groningen.
Bron: Nederlands Dagblad


Steeds meer Amerikanen bidden met arts

NEW YORK - Steeds vaker bidden Amerikanen met hun arts om zo de "mogelijkheden van het geloof" bij de medische behandeling te betrekken.

"Is religie een goed medicijn?" kopt het Amerikaanse magazine Newsweek deze week. Het artikel gaat in op de relatie tussen God en gezondheid en probeert verklaringen aan te dragen "waarom de wetenschap begint te geloven."
Volgens de auteur bieden 70 van de 125 medische hogescholen in de VS cursussen voor geestelijke begeleiding van patiënten aan. Dertig jaar geleden waren dat er nog maar drie. "Patiënten willen met hun artsen meer bespreken dan alleen hun cholesterolgehalte", aldus de gereformeerde geestelijke Jeffrey Bishop (Dallas), die aan de universiteit van Texas het vak spiritualiteit en geneeskunde doceert.
Een rondvraag onder Amerikanen leert dat 72 procent positief aankijkt tegen een geestelijk gesprek met de arts. Een groter deel gelooft dat God op het gebed een ziekte kan genezen, zelfs al geven de artsen medisch gezien geen kans. Newsweek verwijst ook naar een onderzoek van de Amerikaanse nationale gezondheidsraad: kerkgangers leven gemiddeld 25 procent langer dan mensen die nooit een kerkdienst bezoeken.
Bron: Reformatorsch Dagblad